Besluit van 22 november 1990, houdende nadere regels ter uitvoering van de artikelen 283a en 283b van de gemeentewet

Type AMvB
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, van 12 juli 1990, directoraat-generaal Openbaar Bestuur, nr. IBI 88/33/U55;

Overwegende, dat het gewenst is nadere regels te stellen omtrent de naheffingsaanslag, het aanbrengen en verwijderen van de wielklem alsmede omtrent het wegslepen en in bewaring stellen van een voertuig met betrekking tot de gemeentelijke parkeerbelastingen;

Gelet op de artikelen 283a, zevende lid, en 283b, dertiende en vijftiende lid, van de gemeentewet;

Gezien het advies van de Raad voor de gemeentefinanciën (advies van 27 april 1990, nr. 63948 RGF 1/187);

De Raad van State gehoord (advies van 6 november 1990, nr. W04.90.0361);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken van 14 november 1990, directoraat-generaal Openbaar Bestuur, nr. IBI 88/33/U 61;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

Artikel 1a

De voorschriften van het college van burgemeester en wethouders, bedoeld in artikel 234, tweede lid, onderdeel a, van de wet, kunnen inhouden dat het in werking stellen van een parkeermeter of een parkeerautomaat uitsluitend langs elektronische weg kan geschieden, indien de belastingplichtigen voldoende praktische middelen voor de voldoening op aangifte ten dienste staan.

Artikel 2
1.

De gemeentelijke kosten ter zake van het opleggen van een naheffingsaanslag als bedoeld in artikel 234, vijfde lid, van de wet kunnen ten hoogste bestaan uit de volgende componenten, voor zover deze samenhangen met de inning van niet betaalde parkeerbelastingen:

2.

Op basis van een raming van het jaarlijkse totaal van deze kosten stelt de raad, in verhouding tot het geraamde jaarlijkse aantal aaneengesloten parkeerperioden binnen een kalenderdag waarover wordt nageheven, het bedrag vast dat per nageheven aaneengesloten parkeerperiode binnen een kalenderdag aan de belastingschuldige in rekening wordt gebracht. De raming kan een gemiddelde betreffen over een periode van ten hoogste vier jaren.

Artikel 3
1.

Het bedrag, bedoeld in artikel 2, tweede lid, bedraagt met ingang van 1 januari 1999 ten hoogste € 41 per 1 januari 2026: € 82,00.

2.

Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties past jaarlijks het bedrag, bedoeld in het eerste lid, aan overeenkomstig de procentuele wijziging die de consumentenprijsindex over de maand april van het lopende kalenderjaar heeft ondergaan ten opzichte van dit prijsindexcijfer over de maand april van het daaraan voorafgaande jaar. De uitkomst van die berekening wordt afgerond op het dichtstbijzijnde veelvoud van 10 eurocent. Het aldus berekende bedrag wordt door Onze voornoemde Minister voor 1 september in de Staatscourant bekend gemaakt en geldt voor het daarop volgende kalenderjaar.

3.

Onder de consumentenprijsindex wordt verstaan de consumentenprijsindexcijfer reeks: Alle Huishoudens, totaal, op meest recente tijdsbasis, zoals dat wordt berekend door het Centraal Bureau voor de Statistiek en gepubliceerd in het Statistisch bulletin van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Artikel 4

Het college van burgemeester en wethouders geeft met inachtneming van dit besluit regels omtrent de wijze waarop het aanbrengen en verwijderen van een wielklem ingevolge artikel 235, eerste lid, van de wet en de overbrenging en bewaring van voertuigen ingevolge artikel 235, vijfde lid, van de wet in de gemeente geschiedt alsmede omtrent hetgeen verder voor de uitvoering van dat artikel noodzakelijk is.

Artikel 5
1.

De gemeentelijke kosten ter zake van het aanbrengen en verwijderen van een wielklem aan een voertuig kunnen ten hoogste bestaan uit de volgende componenten, voor zover deze samenhangen met de inning van niet betaalde parkeerbelastingen:

2.

Op basis van een raming van het jaarlijkse totaal van deze kosten stelt de raad, in verhouding tot het geraamde jaarlijkse aantal aangebrachte wielklemmen, het bedrag vast dat per aanbrenging en verwijdering aan de belastingschuldige in rekening wordt gebracht. De raming kan een gemiddelde betreffen over een periode van ten hoogste vier jaren.

3.

Voor zover het aanbrengen en verwijderen van een wielklem aan een voertuig geschiedt op andere wijze dan in eigen beheer, bedragen de gemeentelijke kosten daar voor ten hoogste de door degene die het aanbrengen c.q. verwijderen van een wielklem in opdracht van de gemeenteambtenaar verricht ter zake daarvan in rekening gebrachte kosten.

Artikel 6

Bij het in bewaring stellen van een voertuig wordt aan degene die met de feitelijke bewaring is belast een proces-verbaal als bedoeld in artikel 235, vijfde lid, van de wet afgegeven van de ambtenaar die tot het overbrengen en in bewaring stellen van dat voertuig is overgegaan. Dit proces-verbaal bevat:

Artikel 7
1.

In het bewaringsregister worden zo spoedig mogelijk na het in bewaring stellen ten minste opgenomen:

2.

Indien de bewaring niet door de gemeente in eigen beheer geschiedt, doet degene die met de feitelijke bewaring is belast de in het eerste lid bedoelde gegevens en bescheiden na het in bewaring stellen onverwijld aan de gemeenteambtenaar toekomen ter opneming in het bewaringsregister.

Artikel 8

Zodra zulks na het in bewaring stellen van het voertuig mogelijk is, worden in het bewaringsregister tevens opgenomen:

Artikel 9

Indien het voertuig overeenkomstig artikel 235, achtste lid, van de wet wordt teruggegeven aan de rechthebbende, worden in het bewaringsregister tevens opgenomen:

Artikel 10

Indien het voertuig binnen 48 uren na het in bewaring stellen niet is afgehaald, worden behalve de in de artikelen 7 en 8 van dit besluit bedoelde gegevens, in het bewaringsregister tevens opgenomen de datum waarop de kennisgeving, bedoeld in artikel 235, negende lid, van de wet, is uitgegaan en de naam en het adres van degene aan wie die kennisgeving is verzonden.

Artikel 11

In geval van toepassing van artikel 235, elfde lid, van de wet worden in het bewaringsregister tevens opgenomen:

Artikel 12

De in het bewaringsregister opgenomen gegevens blijven daarin bewaard gedurende vijf jaren na de laatste dag van het kalenderjaar waarin het voertuig overeenkomstig artikel 235, achtste lid, van de wet door de gemeenteambtenaar aan de rechthebbende is teruggegeven, dan wel overeenkomstig artikel 235, elfde lid, van de wet door de gemeenteambtenaar is verkocht, om niet aan een derde in eigendom overgedragen of vernietigd.

Artikel 13

De gemeenteambtenaar verstrekt aan de betrokken autoriteiten en aan belanghebbenden desgevraagd de benodigde inlichtingen uit het bewaringsregister.

Artikel 14
1.

De gemeentelijke kosten van overbrenging en bewaring van een voertuig kunnen ten hoogste bestaan uit de volgende componenten, voor zover deze samenhangen met de inning van niet betaalde parkeerbelastingen:

2.

Voor zover de overbrenging en bewaring op andere wijze dan in eigen beheer geschieden, bedragen de gemeentelijke kosten daar voor ten hoogste de door degene die de overbrenging c.q. bewaring in opdracht van de gemeenteambtenaar verricht, ter zake daarvan in rekening gebrachte kosten.

Artikel 15
1.

Indien de overbrenging door de gemeente in eigen beheer geschiedt, wordt voor de vaststelling van de voor het overbrengen verschuldigde vergoeding uitgegaan van een door de raad vastgesteld basistarief per overbrenging, waarvan de hoogte is gerelateerd aan de dag van de week en het tijdstip van de dag waarop de overbrenging plaatsvindt, de tijdsduur van de overbrenging en het in het kader van de overbrenging gereden aantal kilometers.

2.

Indien de bewaring door de gemeente in eigen beheer geschiedt, wordt voor de vaststelling van de voor het bewaren verschuldigde vergoeding uitgegaan van een door de raad vastgesteld tarief per etmaal. Indien de bewaringsperiode een gedeelte van een etmaal bedraagt, dan wel indien de bewaringsperiode mede een gedeelte van een etmaal omvat, wordt voor dat gedeelte van een etmaal het tarief naar evenredigheid verminderd.

Artikel 16

In geval van toepassing van de in artikel 235, elfde lid, van de wet vervatte bevoegdheid tot verkoop van een in bewaring gesteld voertuig wordt van de voor verkoop in aanmerking komende voertuigen een verkooplijst gemaakt. De verkoop geschiedt bij wege van inschrijving.

Artikel 17

Indien de gemeenteambtenaar overeenkomstig artikel 235, elfde lid, van de wet besluit dat een in bewaring gesteld voertuig zal worden vernietigd, vindt de vernietiging niet plaats dan nadat door een beëdigd taxateur een taxatierapport met betrekking tot de waarde van dat voertuig is opgemaakt.

Artikel 18

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel 19

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.