Besluit van 11 maart 1991, ter uitvoering van artikel 85, vijfde lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek
Op de voordracht van onze Minister van Justitie van 18 juli 1990, Stafafdeling Wetgeving Nieuw Burgerlijk Wetboek nr. 24355/690;
Gelet op artikel 85, vijfde lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek;
De Raad van State gehoord (advies van 27 augustus 1990, nr. W03.90.0338);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie van 28 februari 1991, Stafafdeling Wetgeving Nieuw Burgerlijk Wetboek, nr. 46958/91/6;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
De schadevergoeding die de vervoerder mogelijkerwijs is verschuldigd uit hoofde van artikel 81 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek is beperkt tot een bedrag van 400.000 rekeneenheden per reiziger.
In het geval dat de schadeloosstelling wordt bepaald in de vorm van een rente mag het gekapitaliseerde bedrag een bedrag van 400.000 rekeneenheden per reiziger niet te boven gaan.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek in werking treedt.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
Artikel 1a
De rekeneenheid, genoemd in dit besluit, is het bijzondere trekkingsrecht, zoals dat is omschreven door het Internationale Monetaire Fonds. De bedragen die in dit besluit zijn uitgedrukt in rekeneenheden, worden omgerekend in euro’s naar de koers van de dag van betaling, danwel, in geval van een gerechtelijke procedure, naar de koers van de dag van de uitspraak. De waarde in euro’s, uitgedrukt in bijzondere trekkingsrechten, wordt berekend volgens de waarderingsmethode die door het Internationale Monetaire Fonds op de dag van omrekening wordt toegepast voor zijn eigen verrichtingen en transacties.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.