Burgerlijk Wetboek Boek 8, Verkeersmiddelen en vervoer

Type Wet
Publication 2025-07-01
State In force
Source BWB
artikelen 874
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
3.

Indien een ondergeschikte, vertegenwoordiger of lasthebber van de vervoerder of van de feitelijke vervoerder zich krachtens artikel 504e kan beroepen op de in artikel 504 bedoelde aansprakelijkheidsgrenzen, gaat de totale som van de schadevergoeding die kan worden verkregen van de vervoerder of van de feitelijke vervoerder en van de ondergeschikte, vertegenwoordiger of lasthebber, die grenzen niet te boven.

Artikel 504c
1.

De vervoerder kan zich niet beroepen op de in artikel 504 bedoelde beperking van aansprakelijkheid, indien bewezen is dat de schade voortvloeit uit een handeling of een verzuim door de vervoerder, hetzij met het opzet die schade te veroorzaken, hetzij roekeloos en met de wetenschap dat dergelijke schade waarschijnlijk daaruit zou voortvloeien.

2.

De ondergeschikte, de vertegenwoordiger of de lasthebber van de vervoerder of van de feitelijke vervoerder kan zich niet beroepen op de in het eerste lid bedoelde beperking van aansprakelijkheid indien de schade voortvloeit uit een handeling of verzuim door die ondergeschikte, vertegenwoordiger of lasthebber, hetzij met het opzet dergelijke schade te veroorzaken, hetzij roekeloos en met de wetenschap dat dergelijke schade waarschijnlijk daaruit zou voortvloeien.

Artikel 504d

Geen vordering tot vergoeding van schade als bedoeld in deze afdeling kan tegen de vervoerder of de feitelijke vervoerder worden ingesteld anders dan in overeenstemming met deze afdeling.

Artikel 504e

Indien een rechtsvordering tegen een ondergeschikte, vertegenwoordiger of lasthebber van de vervoerder of van de feitelijke vervoerder wordt ingesteld tot vergoeding van schade waarop deze afdeling van toepassing is, kan die ondergeschikte, vertegenwoordiger of lasthebber, indien hij bewijst dat hij in de uitoefening van zijn functie heeft gehandeld, een beroep doen op de verweren en aansprakelijkheidsgrenzen waarop de vervoerder of de feitelijke vervoerder zich krachtens deze afdeling kan beroepen.

Artikel 504f

Deze afdeling laat de titels 7 en 12 onverlet.

Artikel 529
1.

De vervoerder die feitelijk geheel of gedeeltelijk passagiers vervoert aan boord van een in Nederland te boek staand schip dat vergunning heeft voor het vervoeren van meer dan twaalf reizigers, is verplicht een verzekering of andere financiële zekerheid, zoals een bankgarantie, in stand te houden ter dekking van de uit deze afdeling voortvloeiende aansprakelijkheid voor schade door dood of letsel van een reiziger. Het minimumbedrag van deze verplichte verzekering of andere financiële zekerheid beloopt ten minste het in artikel 4bis, eerste lid, van het Verdrag genoemde bedrag, behoudens wijziging door de bijzondere amenderingsprocedure voorzien in artikel 23 van het Protocol, per reiziger per incident.

2.

De vervoerder die feitelijk geheel of gedeeltelijk passagiers vervoert aan boord van een in Nederland te boek staand schip dat vergunning heeft voor het vervoeren van meer dan twaalf passagiers, is verplicht een verzekering of andere financiële zekerheid, zoals een bankgarantie, in stand te houden ter dekking van de uit deze afdeling voortvloeiende aansprakelijkheid voor schade door dood of letsel van een reiziger ten gevolge van een van de risico’s die zijn genoemd in punt 2.2 van de IMO richtsnoeren. Het minimumbedrag van deze verplichte verzekering of andere financiële zekerheid beloopt ten minste het laagste van de volgende bedragen:

  • –. 250 000 rekeneenheden per passagier, per afzonderlijk incident, of
  • –. 340 miljoen rekeneenheden in totaal per schip, per afzonderlijk incident.
3.

De vervoerder die feitelijk geheel of gedeeltelijk passagiers vervoert aan boord van een schip dat vergunning heeft voor het vervoeren van meer dan twaalf reizigers en dat te boek staat buiten Nederland of een andere vlag voert dan de vlag van het Koninkrijk op grond van voor Nederland geldende rechtsregels, is verplicht om, indien het schip een haven of laad- of losplaats in Nederland aanloopt of verlaat, of een Nederlands binnenwater bevaart, een verzekering of andere financiële zekerheid, zoals een bankgarantie, in stand te houden ter dekking van de uit deze afdeling voortvloeiende aansprakelijkheid voor schade door dood of letsel van een reiziger. Het minimumbedrag van deze verplichte verzekering of andere financiële zekerheid beloopt ten minste het in artikel 4bis, eerste lid, van het Verdrag genoemde bedrag, behoudens wijziging door de bijzondere amenderingsprocedure voorzien in artikel 23 van het Protocol, per reiziger per incident.

4.

De vervoerder die feitelijk geheel of gedeeltelijk passagiers vervoert aan boord van een schip dat vergunning heeft voor het vervoeren van meer dan twaalf passagiers en dat te boek staat buiten Nederland of een andere vlag voert dan de vlag van het Koninkrijk op grond van voor Nederland geldende rechtsregels, is verplicht om, indien het schip een haven of laad- of losplaats in Nederland aanloopt of verlaat, of een Nederlands binnenwater bevaart, een verzekering of andere financiële zekerheid, zoals een bankgarantie, in stand te houden ter dekking van de uit deze afdeling voortvloeiende aansprakelijkheid voor schade door dood of letsel van een reiziger ten gevolge van een van de risico’s die zijn genoemd in punt 2.2 van de IMO richtsnoeren. Het minimumbedrag van deze verplichte verzekering of andere financiële zekerheid beloopt ten minste het laagste van de volgende bedragen:

  • –. 250 000 rekeneenheden per passagier, per afzonderlijk incident, of
  • –. 340 miljoen rekeneenheden in totaal per schip, per afzonderlijk incident.
Artikel 529a

De overeenkomst tot verstrekking van financiële zekerheid als bedoeld in artikel 529, moet voldoen aan het volgende:

  • a. de overeenkomst moet zijn aangegaan met een verzekeraar, een bank of andere financiële instelling of een andere persoon, van wie Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, de financiële draagkracht tot het geven van dekking voor de uit deze afdeling en het Verdrag voortvloeiende aansprakelijkheid voldoende oordeelt;
  • b. de gelden uit de overeenkomst moeten, indien de verstrekker van financiële zekerheid buiten Nederland is gevestigd, ook werkelijk in Nederland ter beschikking kunnen komen;
  • c. uit de overeenkomst moet blijken dat de benadeelde, in overeenstemming met artikel 529b en met artikel 7, tiende lid, van het Verdrag, zijn vordering rechtstreeks tegen de verstrekker van financiële zekerheid kan instellen. Indien de overeenkomst een beding inhoudt dat de vervoerder zelf voor een deel in de vergoeding van de schade zal bijdragen, moet uit de overeenkomst blijken dat de verstrekker van financiële zekerheid niettemin jegens de benadeelde terzake van schade gehouden blijft tot betaling ook van dat deel van de schadevergoeding;
  • d. uit de overeenkomst moet blijken dat de verstrekker van financiële zekerheid deze binnen de tijdsduur waarvoor het certificaat van artikel 529c is uitgegeven, niet eerder kan schorsen of beëindigen of zodanig wijzigen dat hij niet meer aan dit artikel voldoet, dan na verloop van drie maanden na de datum van ontvangst van een mededeling als bedoeld in artikel 529f, eerste lid, tenzij het certificaat is ingeleverd of een nieuw is afgegeven vóór het verstrijken van de termijn.
Artikel 529b
1.

Vorderingen tot schadevergoeding die krachtens deze afdeling door een verzekering of andere financiële zekerheid worden gedekt, mogen rechtstreeks tegen de verzekeraar of andere persoon die de financiële zekerheid stelt, worden ingesteld. In dit geval kan de verweerder, zelfs indien de vervoerder niet gerechtigd is zijn aansprakelijkheid te beperken, zijn aansprakelijkheid beperken tot het bedrag gelijk aan het verzekerde bedrag of het bedrag van de andere financiële zekerheid als bedoeld in artikel 529.

2.

De verweerder komen alle verweermiddelen toe welke de vervoerder tegen de vorderingen zou hebben kunnen aanvoeren, doch hij kan geen beroep doen op de omstandigheid dat de vervoerder surseance van betaling is verleend, dat ten aanzien van de vervoerder de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is, of dat de vervoerder zich in staat van faillissement of vereffening bevindt. Hij kan zich voorts verweren met een beroep op het feit dat de schade is veroorzaakt door opzettelijk wangedrag van de vervoerder zelf, doch andere verweermiddelen welke hij zou hebben kunnen aanvoeren tegen een door de vervoerder tegen hem ingestelde vordering komen hem niet toe.

3.

De verweerder kan de vervoerder en de feitelijke vervoerder steeds in het geding roepen.

Artikel 529c
1.

Onze Minister geeft aan de vervoerder op diens verzoek een certificaat af als omschreven in artikel 4bis, tweede lid, van het Verdrag, of waarmerkt als certificaat een door de verstrekker van financiële zekerheid in deze vorm ten behoeve van de vervoerder afgegeven document, indien hem is gebleken dat de vervoerder aan zijn in artikel 529 bedoelde verplichting voldoet.

2.

Bij het verzoek moet de vervoerder de volgende gegevens en stukken overleggen:

  • a. naam en adres van het hoofdkantoor van het bedrijf van de vervoerder die het vervoer feitelijk geheel of gedeeltelijk verricht;
  • b. een uittreksel uit de registratie voor schepen als bedoeld in artikel 101, eerste lid, van de Kadasterwet, vermeldende ten minste de gegevens bedoeld in artikel 85, tweede lid, onder a, c, d, e, f, g en j van die wet, alsmede de gegevens omtrent niet doorgehaalde voorlopige aantekeningen, met dien verstande dat ingeval dat uittreksel meer dan twee dagen vóór de dag der overlegging is afgegeven, op dat uittreksel een verklaring van de bewaarder van het Kadaster en de openbare registers moet voorkomen, afgegeven binnen voornoemde termijn van twee dagen, dat sedert de afgifte de op dat uittreksel vermelde gegevens geen wijziging hebben ondergaan;
  • c. een afschrift van de overeenkomst tot verstrekking van financiële zekerheid;
  • d. de naam van degene die de financiële zekerheid verstrekt en de plaats waar diens hoofdkantoor is gevestigd, alsmede, zo nodig, het kantoor waar deze zekerheid wordt verstrekt;
  • e. het tijdstip waarop de financiële zekerheid ingaat en het tijdstip waarop deze een einde neemt.
3.

Het certificaat bevindt zich aan boord van het schip en een afschrift hiervan wordt in bewaring gegeven bij de overheidsinstantie die het register houdt waarin het schip staat ingeschreven of, indien het schip niet te boek staat in een staat die partij is bij het Verdrag, bij de overheidsinstantie van de staat die het certificaat afgeeft of waarmerkt.

Artikel 529d

Geldbedragen die door de verzekeraar of door de verstrekker van een andere overeenkomstig artikel 529a verzorgde financiële zekerheid ter beschikking worden gesteld, dienen uitsluitend voor de voldoening van uit hoofde van deze afdeling ingestelde vorderingen, en enige uitbetaling van deze bedragen heeft tot gevolg dat iedere aansprakelijkheid uit hoofde van deze afdeling met een bedrag ten belope van de uitgekeerde bedragen wordt verminderd.

Artikel 529e

Onze Minister wijst een verzoek als bedoeld in artikel 529c af indien de overgelegde gegevens of stukken onvoldoende of onjuist zijn, of indien de overeenkomst tot verstrekking van financiële zekerheid niet voldoet aan de daaraan bij of krachtens deze afdeling gestelde eisen.

Artikel 529f
1.

De vervoerder aan wie een certificaat is afgegeven, is verplicht om onverwijld aan Onze Minister schriftelijk mededeling te doen van het ongeldig worden, de schorsing of de beëindiging van de overeenkomst tot verstrekking van financiële zekerheid binnen de tijdsduur waarvoor het certificaat is afgegeven, alsmede van elke wijziging welke zich gedurende die tijdsduur voordoet in de gegevens welke bij het in artikel 529c bedoelde verzoek zijn overgelegd.

2.

Onze Minister draagt zorg, dat van een mededeling als bedoeld in het eerste lid ten aanzien van een overeenkomst tot verstrekking van financiële zekerheid voor een in Nederland te boek staand schip schriftelijk kennis wordt gegeven aan het kantoor van de Dienst voor het Kadaster en de openbare registers, waar de openbare registers waarin het verzoek tot teboekstelling van het schip is ingeschreven, worden gehouden, welke kennisgeving aldaar wordt bewaard.

3.

Het bestaan en de dagtekening van ontvangst van kennisgevingen als bedoeld in het tweede lid worden onverwijld vermeld in de registratie voor schepen, bedoeld in artikel 85 van de Kadasterwet. Kennisgevingen als bedoeld in het tweede lid zijn openbaar.

4.

De in het eerste lid bedoelde mededeling kan behalve door de vervoerder ook worden gedaan door degene die de financiële zekerheid verstrekt.

Artikel 529g
1.

Onze Minister kan, na overleg met Onze Minister van Financiën, een certificaat intrekken indien door wijziging in de gegevens welke bij het in artikel 529c bedoelde verzoek zijn overgelegd of doordat die gegevens onvoldoende of onjuist blijken te zijn, het niet meer voldoet aan de bij of krachtens deze afdeling gestelde eisen, of indien er goede gronden zijn om aan te nemen dat de financiële draagkracht van de verstrekker van de financiële zekerheid onvoldoende was, of is geworden of, indien deze buiten Nederland is gevestigd, blijkt van een beletsel voor het werkelijk in Nederland beschikbaar komen van die gelden.

2.

In de beschikking wordt een termijn gesteld voor de inlevering van het certificaat.

3.

De werking van de beschikking wordt opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist.

Artikel 529h
1.

De vervoerder is verplicht om het certificaat zo spoedig mogelijk nadat overeenkomstig artikel 529f, eerste lid, mededeling is gedaan van het ongeldig worden, de schorsing of de beëindiging van de overeenkomst tot verstrekking van financiële zekerheid, of nadat de tijdsduur waarvoor het is afgegeven is verstreken, bij Onze Minister in te leveren.

2.

De vervoerder is verplicht om het certificaat ingeval van onherroepelijke intrekking bij Onze Minister in te leveren binnen de termijn bedoeld in artikel 529g, tweede lid.

Artikel 529i
1.

Onze Minister zendt een afschrift van elk door hem afgegeven certificaat, alsmede van elke onherroepelijke beschikking tot intrekking van een afgegeven certificaat, aan het kantoor van de Dienst voor het Kadaster en de openbare registers, welke kennisgeving aldaar wordt bewaard.

2.

Artikel 529f, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 529j

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld betreffende de voor de afgifte of waarmerking van een certificaat als bedoeld in artikel 529c verschuldigde vergoedingen.

Artikel 529k

In afwijking van artikel 8:7 van de Algemene wet bestuursrecht is voor beroepen tegen besluiten op grond van deze afdeling de rechtbank Rotterdam bevoegd.

Afdeling 4. Enige bijzondere overeenkomsten

Titel 6. Ongevallen

Afdeling 4. Enige bijzondere overeenkomsten

Afdeling 2. Hulpverlening

Afdeling 3. Avarij-grosse

Afdeling 5. Aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door bunkerolie

Paragraaf 1. algemene bepalingen en toepassingsgebied

Paragraaf 2. aansprakelijkheid van de scheepseigenaar

Paragraaf 2. aansprakelijkheid van de scheepseigenaar

Paragraaf 4. beroep

Titel 7. Beperking van aansprakelijkheid voor maritieme vorderingen

III. Binnenvaartrecht

Titel 8. Het binnenschip en de zaken aan boord daarvan

Afdeling 1. Rederij van het binnenschip

Afdeling 4. Voorrechten op binnenschepen

Afdeling 5. Voorrechten op zaken aan boord van binnenschepen

Titel 9. Bemanning van een binnenschip

Afdeling 2. Schipper

Titel 10. Exploitatie

Afdeling 1. Algemene bepaling

Afdeling 6. Slotbepalingen

Titel 11. Ongevallen

Afdeling 1. Aanvaring

Afdeling 2. Hulpverlening

Afdeling 2. Hulpverlening

Afdeling 2. Hulpverlening

Titel 12. Beperking van aansprakelijkheid van eigenaren van binnenschepen

IV. Wegvervoersrecht

Titel 13. Wegvervoer

Afdeling 1. Algemene bepalingen

Afdeling 2. Overeenkomst van goederenvervoer over de weg

Afdeling 3. Overeenkomst van personenvervoer over de weg

Afdeling 4. Verhuisovereenkomst

V. Luchtrecht

Titel 15. Het luchtvaartuig

Afdeling 2. Voorrechten op luchtvaartuigen

Titel 16. Exploitatie

Afdeling 3. Slotbepaling

Afdeling 4. Opvolgend vervoer

VI. Vervoer langs spoorstaven

Titel 18. Overeenkomst van goederenvervoer over spoorwegen

Afdeling 3. Aansprakelijkheid

Afdeling 4. Uitoefening van rechten

Titel 19. Ongevallen

Afdeling 1. Aansprakelijkheid voor spoorvoertuigen en spoorweginfrastructuur

VII. Slotbepalingen

Titel 20. Verjaring en verval

Afdeling 3. Bijzondere exploitatie-overeenkomsten

Afdeling 3. Bijzondere exploitatie-overeenkomsten

Afdeling 4. Overeenkomst tot het doen vervoeren van goederen

Artikel 1750a
1.

Elke rechtsvordering tot schadevergoeding op grond van afdeling 3 van titel 5, die voortvloeit uit dood of letsel van de reiziger, of uit verlies of beschadiging van de bagage, verjaart na een termijn van twee jaar.

2.

De verjaringstermijn begint te lopen:

  • a. bij letsel, vanaf de datum van ontscheping van de reiziger;
  • b. bij overlijden tijdens het vervoer, vanaf de datum waarop de reiziger had moeten ontschepen en, in geval van een tijdens het vervoer opgelopen letsel dat de dood van de reiziger na zijn ontscheping tot gevolg heeft, vanaf de datum van het overlijden; de verjaringstermijn mag evenwel niet langer zijn dan 3 jaar te rekenen vanaf de datum van ontscheping;
  • c. bij verlies of beschadiging van bagage, vanaf de ontschepingsdatum of de datum waarop deze had moeten plaatsvinden, waarbij de laatste van die twee data in aanmerking wordt genomen.
3.

Verlenging of stuiting van de verjaring heeft niet tot gevolg dat een rechtsvordering uit hoofde van afdeling 3 van titel 5 kan worden ingesteld na verloop van een van de volgende termijnen:

  • a. een termijn van vijf jaar te rekenen vanaf de datum van de ontscheping van de reiziger of de datum waarop die had moeten plaatsvinden, waarbij de laatste van die twee data in aanmerking wordt genomen; dan wel, indien eerder
  • b. een termijn van drie jaar te rekenen vanaf de datum waarop de eiser op de hoogte was van het door het incident veroorzaakte letsel, verlies of schade of hiervan redelijkerwijze op de hoogte had moeten zijn.
4.

Ongeacht de bepalingen van de leden 1, 2 en 3 van dit artikel kan de verjaringstermijn worden verlengd op grond van een verklaring van de vervoerder of een overeenkomst die tussen de partijen wordt gesloten nadat de grond voor een aanspraak is ontstaan. Deze verklaring of overeenkomst wordt schriftelijk opgesteld.

Afdeling 5. Vervoer van personen

Afdeling 7. Rederij

Afdeling 5. Vervoer van personen

Afdeling 10. Hulpverlening

Afdeling 9. Aanvaring

Afdeling 12. Gevaarlijke stoffen aan boord van een zeeschip, een binnenschip, een voertuig en een spoorvoertuig

Afdeling 11. Avarij-grosse

Algemene Slotbepaling

Artikel 99

Deze afdeling is slechts van toepassing voor zover Verordening (EU) Nr. 181/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 betreffende de rechten van autobus- en touringcarpassagiers en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 (Pb EU L 55) niet van toepassing is.

Afdeling 6. Overeenkomst van gecombineerd vervoer van personen

II. Zeerecht

Titel 3. Het zeeschip en de zaken aan boord daarvan

Afdeling 1. Rederij van het zeeschip

Afdeling 2. Rechten op zeeschepen

Afdeling 3. Voorrechten op zeeschepen

Afdeling 4. Voorrechten op zaken aan boord van zeeschepen

Afdeling 5. Slotbepalingen

Titel 4. Bemanning van een zeeschip

Afdeling 2. Kapitein

Titel 5. Exploitatie

Afdeling 1. Algemene bepalingen

Afdeling 2. Overeenkomst van goederenvervoer over zee

Afdeling 3. Overeenkomst van personenvervoer over zee

Afdeling 4. Enige bijzondere overeenkomsten

Titel 6. Ongevallen

Afdeling 1. Aanvaring

Afdeling 2. Hulpverlening

Afdeling 3. Avarij-grosse

Afdeling 4. Gevaarlijke stoffen aan boord van een zeeschip

Afdeling 5. Aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door bunkerolie

Paragraaf 1. algemene bepalingen en toepassingsgebied

Paragraaf 2. aansprakelijkheid van de scheepseigenaar

Paragraaf 3. verplichte verzekering

Paragraaf 4. beroep

Titel 7. Beperking van aansprakelijkheid voor maritieme vorderingen

III. Binnenvaartrecht

Titel 8. Het binnenschip en de zaken aan boord daarvan

Afdeling 1. Rederij van het binnenschip

Afdeling 2. Rechten op binnenschepen

Afdeling 4. Voorrechten op binnenschepen

Afdeling 5. Voorrechten op zaken aan boord van binnenschepen

Afdeling 6. Slotbepalingen

Titel 9. Bemanning van een binnenschip

Afdeling 2. Schipper

Titel 10. Exploitatie

Afdeling 1. Algemene bepaling

Afdeling 2. Overeenkomst van goederenvervoer over binnenwateren

Afdeling 3. Overeenkomst van personenvervoer over binnenwateren

Titel 11. Ongevallen

Afdeling 1. Aanvaring

Afdeling 1. Aanvaring

Afdeling 3. Avarij-grosse

Afdeling 4. Gevaarlijke stoffen aan boord van een binnenschip

Titel 12. Beperking van aansprakelijkheid van eigenaren van binnenschepen

IV. Wegvervoersrecht

Titel 12. Beperking van aansprakelijkheid van eigenaren van binnenschepen

Afdeling 1. Algemene bepalingen

Afdeling 2. Overeenkomst van goederenvervoer over de weg

Afdeling 3. Overeenkomst van personenvervoer over de weg

Artikel 1139

Deze afdeling is slechts van toepassing voor zover Verordening (EU) Nr. 181/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 betreffende de rechten van autobus- en touringcarpassagiers en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 (Pb EU L 55) niet van toepassing is.

Afdeling 4. Verhuisovereenkomst

Titel 14. Ongevallen

Afdeling 1. Gevaarlijke stoffen aan boord van een voertuig

V. Luchtrecht

Titel 15. Het luchtvaartuig

Afdeling 1. Rechten op luchtvaartuigen

Afdeling 2. Voorrechten op luchtvaartuigen

Titel 16. Exploitatie

Afdeling 1. Algemene bepalingen

Afdeling 3. Overeenkomst van personenvervoer door de lucht

VI. Vervoer langs spoorstaven

Titel 18. Overeenkomst van goederenvervoer over spoorwegen

Afdeling 3. Aansprakelijkheid

Afdeling 4. Uitoefening van rechten

Titel 19. Ongevallen

VII. Slotbepalingen

Titel 20. Verjaring en verval

Afdeling 1. Algemene bepalingen

Afdeling 2. Goederenvervoer

Afdeling 4. Overeenkomst tot het doen vervoeren van goederen

Afdeling 3. Bijzondere exploitatieovereenkomsten

Afdeling 9. Aanvaring

Afdeling 10. Hulpverlening

Afdeling 10. Hulpverlening

Afdeling 10. Hulpverlening

Afdeling 13. Luchtrecht

Algemene Slotbepaling

Afdeling 6. Aansprakelijkheid voor de kosten van het lokaliseren, markeren en opruimen van een wrak

Titel 7. Beperking van aansprakelijkheid voor maritieme vorderingen

III. Binnenvaartrecht

Titel 8. Het binnenschip en de zaken aan boord daarvan

Afdeling 1. Rederij van het binnenschip

Afdeling 2. Rechten op binnenschepen

Afdeling 3. Huurkoop van teboekstaande binnenschepen

Afdeling 5. Voorrechten op zaken aan boord van binnenschepen

Afdeling 6. Slotbepalingen

Titel 9. Bemanning van een binnenschip

Afdeling 6. Slotbepalingen

Titel 9. Bemanning van een binnenschip

Afdeling 2. Overeenkomst van goederenvervoer over binnenwateren

Titel 11. Ongevallen

Afdeling 1. Aanvaring

Afdeling 3. Avarij-grosse

Titel 12. Beperking van aansprakelijkheid van eigenaren van binnenschepen

IV. Wegvervoersrecht

Titel 13. Wegvervoer

Afdeling 1. Algemene bepalingen

Afdeling 2. Overeenkomst van goederenvervoer over de weg

Afdeling 3. Overeenkomst van personenvervoer over de weg

Titel 14. Ongevallen

Afdeling 1. Gevaarlijke stoffen aan boord van een voertuig

V. Luchtrecht

Titel 15. Het luchtvaartuig

Titel 16. Exploitatie

Afdeling 2. Overeenkomst van goederenvervoer door de lucht

VI. Vervoer langs spoorstaven

Titel 18. Overeenkomst van goederenvervoer over spoorwegen

Afdeling 3. Aansprakelijkheid

Afdeling 4. Uitoefening van rechten

Titel 19. Ongevallen

Afdeling 1. Aansprakelijkheid voor spoorvoertuigen en spoorweginfrastructuur

VII. Slotbepalingen

Titel 20. Verjaring en verval

Afdeling 3. Bijzondere exploitatie-overeenkomsten

Afdeling 5. Vervoer van personen

Afdeling 7. Rederij

Afdeling 8. Rechtsvorderingen jegens kapitein of schipper

Afdeling 7. Rederij

Afdeling 8. Rechtsvorderingen jegens kapitein of schipper

Afdeling 11. Avarij-grosse

Afdeling 12a. Vorderingen ter zake van kosten van het lokaliseren, markeren en opruimen van een wrak

Afdeling 11. Avarij-grosse

Algemene Slotbepaling

Artikel 655

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  • a. «Verdrag»: het op 18 mei 2007 te Nairobi tot stand gekomen Internationaal Verdrag inzake het opruimen van wrakken, 2007 (Trb. 2008,115);
  • b. «wrak», «schip», «maritiem ongeval», «gevaar», «geregistreerde eigenaar», «Staat waar het schip geregistreerd is»: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Verdrag;
  • c. «lokaliseren, markeren en opruimen»: hetgeen daaronder wordt verstaan in het Verdrag.
Artikel 656
1.

De geregistreerde eigenaar is, behoudens het bepaalde in deze afdeling, aansprakelijk voor de kosten van het lokaliseren, markeren en opruimen van het wrak overeenkomstig de paragrafen 2.3 en 2.4 van hoofdstuk 2, waar nodig in samenhang met hoofdstuk 5, van de Wet bestrijding maritieme ongevallen.

2.

De geregistreerde eigenaar is niet op grond van deze afdeling aansprakelijk indien hij bewijst dat het maritiem ongeval dat tot het wrak geleid heeft:

  • a. het gevolg is van een oorlogshandeling, vijandelijkheden, burgeroorlog, opstand of een natuurverschijnsel van uitzonderlijke, onvermijdelijke en onweerstaanbare aard;
  • b. in zijn geheel is veroorzaakt door een handelen of nalaten door een derde met het oogmerk schade te veroorzaken; of
  • c. in zijn geheel is veroorzaakt door nalatigheid of een andere onrechtmatige daad van een overheid of andere autoriteit die verantwoordelijk is voor het onderhoud van verlichting of andere navigatiehulpmiddelen bij de uitoefening van die taak.
3.

Geen vordering tot vergoeding van de kosten bedoeld in het eerste lid kan tegen de geregistreerde eigenaar worden ingesteld anders dan in overeenstemming met de bepalingen van deze afdeling.

4.

Geen bepaling van dit artikel doet afbreuk aan enig recht van verhaal tegenover derden.

Artikel 657
1.

De geregistreerde eigenaar is uit hoofde van deze afdeling niet aansprakelijk voor de kosten bedoeld in artikel 656, eerste lid, indien en voor zover de aansprakelijkheid voor dergelijke kosten in strijd zou zijn met:

  • a. het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969, zoals gewijzigd;
  • b. het Internationaal Verdrag inzake aansprakelijkheid en vergoeding voor schade in verband met het vervoer over zee van gevaarlijke en schadelijke stoffen, 1996, zoals gewijzigd;
  • c. het Verdrag inzake wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie, 1960, zoals gewijzigd, of het Verdrag van Wenen inzake wettelijke aansprakelijkheid voor kernschade, 1963, zoals gewijzigd; of nationaal recht dat beperking van de aansprakelijkheid voor kernschade regelt of verbiedt; of
  • d. het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door bunkerolie, 2001, zoals gewijzigd;

mits het desbetreffende verdrag van toepassing en van kracht is.

2.

Voor zover maatregelen uit hoofde van de Wet bestrijding maritieme ongevallen worden aangemerkt als hulpverlening overeenkomstig het op 28 april 1989 te Londen tot stand gekomen Internationaal Verdrag inzake hulpverlening, is dat verdrag van toepassing op kwesties omtrent het loon of de vergoeding verschuldigd aan de hulpverlener en met uitsluiting van de regels van deze afdeling.

Artikel 658
1.

Vorderingen tot vergoeding van kosten als bedoeld in artikel 656, eerste lid, kunnen rechtstreeks worden ingesteld tegen de verzekeraar of andere persoon die financiële zekerheid heeft gesteld ter dekking van de aansprakelijkheid van de geregistreerde eigenaar voor kosten bedoeld in artikel 656, eerste lid. In dit geval kan de verweerder, zelfs indien de geregistreerde eigenaar niet gerechtigd is zijn aansprakelijkheid te beperken, zijn aansprakelijkheid beperken tot het bedrag gelijk aan het verzekerde bedrag of het bedrag van de andere financiële zekerheid als bedoeld in artikel 26 van de Wet bestrijding maritieme ongevallen.

2.

De verweerder komen alle verweermiddelen toe welke de geregistreerde eigenaar tegen de vorderingen zou hebben kunnen aanvoeren, doch hij kan geen beroep doen op de omstandigheid dat de geregistreerde eigenaar surseance van betaling is verleend, dat ten aanzien van de geregistreerde eigenaar de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is, of dat de geregistreerde eigenaar zich in staat van faillissement of vereffening bevindt. Hij kan zich voorts verweren met een beroep op het feit dat de kosten zijn veroorzaakt door opzettelijk wangedrag van de geregistreerde eigenaar zelf, doch andere verweermiddelen welke hij zou hebben kunnen aanvoeren tegen een door de geregistreerde eigenaar tegen hem ingestelde vordering komen hem niet toe.

3.

De verweerder kan de geregistreerde eigenaar steeds in het geding roepen.

Titel 7. Beperking van aansprakelijkheid voor maritieme vorderingen

III. Binnenvaartrecht

Titel 8. Het binnenschip en de zaken aan boord daarvan

Afdeling 5. Voorrechten op zaken aan boord van binnenschepen

Titel 9. Bemanning van een binnenschip

Afdeling 2. Schipper

Afdeling 2. Overeenkomst van goederenvervoer over binnenwateren

Afdeling 3. Overeenkomst van personenvervoer over binnenwateren

Titel 11. Ongevallen

Afdeling 1. Aanvaring

Afdeling 3. Avarij-grosse

Titel 12. Beperking van aansprakelijkheid van eigenaren van binnenschepen

IV. Wegvervoersrecht

Titel 13. Wegvervoer

Afdeling 1. Algemene bepalingen

Afdeling 3. Overeenkomst van personenvervoer over de weg

Titel 14. Ongevallen

V. Luchtrecht

Titel 15. Het luchtvaartuig

Afdeling 1. Rechten op luchtvaartuigen

Afdeling 3. Slotbepaling

Titel 16. Exploitatie

Afdeling 1. Algemene bepalingen

Afdeling 2. Overeenkomst van goederenvervoer door de lucht

Afdeling 3. Overeenkomst van personenvervoer door de lucht

VI. Vervoer langs spoorstaven

Titel 18. Overeenkomst van goederenvervoer over spoorwegen

Afdeling 3. Aansprakelijkheid

Afdeling 5. Onderlinge betrekkingen tussen de vervoerders

Titel 19. Ongevallen

VII. Slotbepalingen

Titel 20. Verjaring en verval

Afdeling 1. Algemene bepalingen

Afdeling 4. Overeenkomst tot het doen vervoeren van goederen

Afdeling 8. Rechtsvorderingen jegens kapitein of schipper

Afdeling 7. Rederij

Afdeling 12a. Vorderingen ter zake van kosten van het lokaliseren, markeren en opruimen van een wrak

Artikel 1833b

Het recht kosten uit hoofde van afdeling 6 van titel 6 te verhalen vervalt wanneer niet binnen drie jaar na de datum waarop het gevaar is vastgesteld in overeenstemming met afdeling 6 van titel 6 een vordering wordt ingesteld. In geen geval kunnen vorderingen echter worden ingesteld na zes jaar na de datum van het maritiem ongeval dat tot het wrak heeft geleid. Indien het maritiem ongeval bestaat uit een reeks feiten, loopt de termijn van zes jaar vanaf de datum van het eerste feit.

Afdeling 13. Luchtrecht

Algemene Slotbepaling

Artikel 53

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Afdeling 3. Overeenkomst tot het doen vervoeren van goederen

Afdeling 4. Overeenkomst van personenvervoer

Afdeling 5. Overeenkomst tot binnenlands openbaar personenvervoer

Afdeling 6. Overeenkomst van gecombineerd vervoer van personen

II. Zeerecht

Titel 3. Het zeeschip en de zaken aan boord daarvan

Afdeling 1. Rederij van het zeeschip

Afdeling 2. Rechten op zeeschepen

Artikel 194a
1.

Teboekstelling van een afgebouwd zeeschip, niet zijnde een zeevissersschip, kan slechts plaatsvinden indien voldaan wordt aan de volgende vereisten:

  • a. het zeeschip is eigendom van een of meer:
  • 1°. natuurlijke personen die de nationaliteit bezitten van een lidstaat van de Europese Unie, van een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, van Zwitserland of die worden gelijkgesteld met Europese onderdanen ingevolge het van het Unierecht afgeleide recht;
  • 2°. vennootschappen waarop het recht van een lidstaat van de Europese Unie, van een van de landen, eilanden of gebieden, bedoeld in artikel 355, eerste lid, tweede lid, eerste volzin, derde en vierde lid, alsmede vijfde lid, onderdeel c, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, van een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of van Zwitserland toepasselijk is;
  • 3°. rechtspersonen, niet zijnde een vennootschap als bedoeld in subonderdeel 2, waarop het recht van een lidstaat van de Europese Unie, van een van de landen, eilanden of gebieden, bedoeld in artikel 355, eerste lid, tweede lid, eerste volzin, derde en vierde lid, alsmede vijfde lid, onderdeel c, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, van een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of van Zwitserland toepasselijk is;
  • 4°. natuurlijke personen, vennootschappen of rechtspersonen niet bedoeld in subonderdelen 1, 2, onderscheidenlijk 3, die aanspraak kunnen maken op het Europese recht van vrije vestiging ingevolge een overeenkomst tussen de Europese Unie en een derde staat;
  • c. een of meer natuurlijke personen die in Nederland kantoor houden zijn namens de eigenaar verantwoordelijk voor het schip, de kapitein en de overige leden van de bemanning, alsmede voor de daarmee verband houdende aangelegenheden en zijn dienaangaande alleen of tezamen beslissingsbevoegd en beschikken over vertegenwoordigingsbevoegdheid, en
  • d. een of meer van deze natuurlijke personen of, bij verhindering, een plaatsvervanger is bij voortduring bereikbaar en beschikt over bevoegdheden om onverwijld te kunnen handelen in situaties waarin dat geboden is.
2.

Ingeval een schip eigendom is van een natuurlijke persoon die tevens kapitein is van dat schip kan teboekstelling van een afgebouwd zeeschip slechts plaatsvinden indien wordt voldaan aan het eerste lid, onderdeel a, subonderdelen 1 of 4, en onderdeel b, en er in Nederland aan de wal een vertegenwoordiger van die eigenaar is die bij voortduring bereikbaar is en beschikt over bevoegdheden om onverwijld te kunnen handelen in situaties waarin dat geboden is.

3.

Ingeval de eigenaar de verantwoordelijkheid voor het beheer van zijn schip overdraagt aan een vennootschap als bedoeld in het eerste lid, deel a, subonderdelen 2 of 4, en het beheer van dat schip voor rekening van de eigenaar geschiedt, kan teboekstelling van een afgebouwd zeeschip slechts plaatsvinden indien die vennootschap voldoet aan de vereisten, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b tot en met d. De eigenaar behoeft in dat geval niet te voldoen aan het eerste lid, onderdelen b tot en met d. Indien de eigenaar niet voldoet aan het eerste lid, onderdeel b, kiest hij woonplaats ten kantore van de vestiging in Nederland van de vennootschap waaraan het beheer is overgedragen.

4.

Een afgebouwd zeeschip dat uitsluitend anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf wordt gebruikt, kan te boek worden gesteld indien wordt voldaan aan het eerste lid, onderdeel a, subonderdelen 1, 3 of 4, en er in Nederland aan de wal een natuurlijk persoon is met voldoende volmacht van de eigenaar om onverwijld te kunnen handelen in situaties waarin dat geboden is.

Afdeling 3. Voorrechten op zeeschepen

Afdeling 4. Voorrechten op zaken aan boord van zeeschepen

Afdeling 5. Slotbepalingen

Titel 5. Exploitatie

Afdeling 1. Algemene bepalingen

Artikel 367

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Afdeling 2. Overeenkomst van goederenvervoer over zee

Artikel 369

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Afdeling 3. Overeenkomst van personenvervoer over zee

Titel 6. Ongevallen

Afdeling 1. Aanvaring

Afdeling 2. Hulpverlening

Afdeling 5. Aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door bunkerolie

Paragraaf 1. algemene bepalingen en toepassingsgebied

Paragraaf 3. verplichte verzekering

Paragraaf 4. beroep

Afdeling 6. Aansprakelijkheid voor de kosten van het lokaliseren, markeren en opruimen van een wrak

Titel 7. Beperking van aansprakelijkheid voor maritieme vorderingen

III. Binnenvaartrecht

Titel 8. Het binnenschip en de zaken aan boord daarvan

Afdeling 1. Rederij van het binnenschip

Afdeling 2. Rechten op binnenschepen

Afdeling 3. Huurkoop van teboekstaande binnenschepen

Titel 10. Exploitatie

Afdeling 1. Algemene bepaling

Afdeling 2. Overeenkomst van goederenvervoer over binnenwateren

Afdeling 3. Overeenkomst van personenvervoer over binnenwateren

Afdeling 4. Enige bijzondere overeenkomsten

Titel 11. Ongevallen

Afdeling 2. Hulpverlening

Afdeling 4. Gevaarlijke stoffen aan boord van een binnenschip

IV. Wegvervoersrecht

Titel 13. Wegvervoer

Afdeling 1. Algemene bepalingen

Afdeling 3. Overeenkomst van personenvervoer over de weg

Afdeling 4. Verhuisovereenkomst

Titel 14. Ongevallen

Afdeling 1. Gevaarlijke stoffen aan boord van een voertuig

V. Luchtrecht

Titel 15. Het luchtvaartuig

Afdeling 1. Rechten op luchtvaartuigen

Afdeling 3. Slotbepaling

Titel 16. Exploitatie

Afdeling 2. Overeenkomst van goederenvervoer door de lucht

VI. Vervoer langs spoorstaven

Afdeling 2. Sluiting en uitvoering van de vervoerovereenkomst

Afdeling 3. Aansprakelijkheid

Titel 19. Ongevallen

Afdeling 1. Aansprakelijkheid voor spoorvoertuigen en spoorweginfrastructuur

Afdeling 2. Gevaarlijke stoffen aan boord van een spoorrijtuig

VII. Slotbepalingen

Titel 20. Verjaring en verval

Afdeling 2. Goederenvervoer

Afdeling 3. Bijzondere exploitatieovereenkomsten

Afdeling 12. Gevaarlijke stoffen aan boord van een zeeschip, een binnenschip, een voertuig en een spoorvoertuig

Afdeling 12a. Vorderingen ter zake van kosten van het lokaliseren, markeren en opruimen van een wrak

Afdeling 13. Luchtrecht

Algemene Slotbepaling

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)