Wet van 10 april 1991, tot machtiging tot deelneming door Nederland in de Derde Aanvulling der Middelen van het Internationale Fonds voor Landbouw Ontwikkeling (IFAD)
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is, dat het Koninkrijk der Nederlanden deelneemt in de Derde Aanvulling der Middelen van het Internationale Fonds voor Landbouw Ontwikkeling;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
Onze Minister voor Ontwikkelingssamenwerking wordt gemachtigd om het nodige te verrichten, opdat ten laste van 's Rijks schatkist voor het Koninkrijk der Nederlanden voor een totaal bedrag van f 42 718 884 (twee en veertig miljoen, zevenhonderdachtttienduizend achthonderd vierentachtig gulden) wordt bijgedragen in de derde Aanvulling van de Middelen van het Internationale Fonds voor Landbouw Ontwikkeling.
Artikel 2
Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.