Wet van 23 augustus 1991, tot wijziging van de Pensioen- en spaarfondsenwet (gelijke behandeling van slapers en gepensioneerden)
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is op korte termijn wettelijke maatregelen te nemen teneinde te waarborgen dat degenen met premievrije aanspraken op ouderdomspensioen alsmede de daarvan afgeleide aanspraken en rechten bij het verlenen van toeslagen gelijk worden behandeld als de gepensioneerden;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel I
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
Artikel II. Overgangsbepaling
De statuten, reglementen en overeenkomsten van de instellingen die bij de uitvoering van pensioenaanspraken zijn betrokken, moeten binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan het in deze wet bepaalde voldoen.
Artikel III
Deze wet treedt in werking met ingang van het tweede kalenderkwartaal na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
Drie jaar na de inwerkingtreding van deze wet stelt Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een onderzoek in naar de wijze waarop de bepalingen van deze wet zijn toegepast. In dat onderzoek wordt in ieder geval betrokken het niveau van de verleende toeslagen, bedoeld in artikel 8, zevende en achtste lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet. Het verslag van het onderzoek wordt aan de Staten-Generaal gezonden.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.