← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling verkeersbrigadiers

Geldende tekst a fecha 2001-09-01

Gelet op artikel 58 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) (Stb. 1990, 460);

Besluit:

Paragraaf 1. Opleiding

Artikel 1

De opleiding tot verkeersbrigadier vindt plaats onder verantwoordelijkheid van de betrokken korpschef van het regionale politiekorps.

Artikel 2

De opleiding bestaat uit een theoretisch en een praktisch gedeelte.

Paragraaf 2. Aanstelling

Artikel 3
1.

De aanstelling tot verkeersbrigadier geschiedt door de burgemeester van de gemeente waar de betrokkene zijn taak zal uitoefenen.

2.

Voor zover het gaat om minderjarigen, die als leerling bij een school staan ingeschreven geschiedt de aanstelling na overleg met het hoofd van deze school.

Artikel 4

De aanstelling geschiedt nadat het theoretische gedeelte van de opleiding is voltooid en voordat het praktische gedeelte van de opleiding een aanvang neemt.

Artikel 5

De aanstelling geschiedt schriftelijk.

Artikel 6
1.

Voor aanstelling komen slechts in aanmerking personen die de leeftijd van 10 jaar hebben bereikt.

2.

Indien de aanstelling minderjarigen betreft, dienen zij een schriftelijke verklaring van ouders of voogden over te leggen houdende de toestemming tot het verrichten van de werkzaamheden van verkeersbrigadier.

Artikel 7
1.

De aanstelling tot verkeersbrigadier geschiedt niet dan nadat de betrokkene op kosten van de gemeente waar hij zijn taak zal uitoefenen is verzekerd tegen:

2.

In zoverre het gaat om een minderjarige dient tevens te zijn verzekerd de aansprakelijkheid van degene die de ouderlijke macht of de voogdij over het kind uitoefent, bedoeld in de artikelen 162 en 169, Boek 61Tot 1 januari 1992 is dit het tweede lid van artikel 1403 van het Burgerlijk Wetboek van het Nieuw Burgerlijk Wetboek ter zake van schade, aan derden toegebracht door een minderjarige in hun hoedanigheid van verkeersbrigadier, tot een bedrag, dat ten minste even hoog is als de som waarvoor de wettelijke aansprakelijkheidsverzekering, bedoeld in de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen, moet zijn gesloten.

3.

Op vergoeding krachtens de in het eerste en het tweede lid bedoelde verzekeringen dient aanspraak te kunnen worden gemaakt ook voor zover aanspraak op vergoeding bestaat of kan worden gemaakt krachtens een andere verzekering, al dan niet van oudere datum.

Artikel 8
1.

De burgemeester verklaart de aanstelling vervallen:

2.

De vervallenverklaring van de aanstelling door de burgemeester geschiedt schriftelijk.

Paragraaf 3. Plaats van optreden

Artikel 9

Verkeersbrigadiers mogen voor de uitoefening van hun taak slechts worden ingezet:

Paragraaf 4. Tijdstippen van optreden

Artikel 10

Verkeersbrigadiers oefenen hun taak uit gedurende de perioden waarin ter plaatse kinderen zich naar en van school begeven en overigens gedurende de perioden waarin hun hulp naar het oordeel van door de betrokken korpschef van het regionale politiekorps aangewezen politiefunctionarissen noodzakelijk is in het kader van het laten oversteken van voetgangers.

Paragraaf 5. Uitrusting

Artikel 11
1.

Bij de uitoefening van hun taak dienen verkeersbrigadiers ten minste te zijn uitgerust met:

2.

Het stopteken komt voor in twee uitvoeringen:

Paragraaf 6. Toezicht

Artikel 12

Op verkeersbrigadiers wordt geregeld toezicht gehouden onder verantwoordelijkheid van de betrokken korpschef van het regionale politiekorps.

Paragraaf 7. Slotbepalingen

Artikel 13

Deze regeling berust op artikel 13, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Artikel 14

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 november 1991.

Artikel 15

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling verkeersbrigadiers.

Bijlage

Model F10

Afmetingen:

a = 22,5 cm

b = 20,8 cm

c = 13,6 cm

d = 9,6 cm

e = 2,4 cm

De rode cirkelrand is zowel retroreflecterend als fluorescerend.

Het witte veld is retroreflecterend.