← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling verkeersbrigadiers

Geldende tekst a fecha 2013-01-01

Gelet op artikel 58 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) (Stb. 1990, 460);

Besluit:

Paragraaf 1. Opleiding

Artikel 1

De opleiding tot verkeersbrigadier vindt plaats onder verantwoordelijkheid van de korpschef.

Artikel 2

De opleiding bestaat uit een theoretisch en een praktisch gedeelte.

Paragraaf 2. Aanstelling

Artikel 3
1.

De aanstelling tot verkeersbrigadier geschiedt door de burgemeester van de gemeente waar de betrokkene zijn taak zal uitoefenen.

2.

Voor zover het gaat om minderjarigen, die als leerling bij een school staan ingeschreven geschiedt de aanstelling na overleg met het hoofd van deze school.

Artikel 4

De aanstelling geschiedt nadat het theoretische gedeelte van de opleiding is voltooid en voordat het praktische gedeelte van de opleiding een aanvang neemt.

Artikel 5

De aanstelling geschiedt schriftelijk.

Artikel 6
1.

Voor aanstelling komen slechts in aanmerking personen die de leeftijd van 10 jaar hebben bereikt.

2.

Indien de aanstelling minderjarigen betreft, dienen zij een schriftelijke verklaring van ouders of voogden over te leggen houdende de toestemming tot het verrichten van de werkzaamheden van verkeersbrigadier.

Artikel 7

Vervallen

Artikel 8
1.

De burgemeester verklaart de aanstelling vervallen:

2.

De vervallenverklaring van de aanstelling door de burgemeester geschiedt schriftelijk.

Paragraaf 3. Plaats van optreden

Artikel 9

Verkeersbrigadiers mogen voor de uitoefening van hun taak slechts worden ingezet:

Paragraaf 4. Tijdstippen van optreden

Artikel 10

Verkeersbrigadiers oefenen hun taak uit gedurende de perioden waarin ter plaatse kinderen zich naar en van school begeven en overigens gedurende de perioden waarin hun hulp naar het oordeel van door de korpschef aangewezen politiefunctionarissen noodzakelijk is in het kader van het laten oversteken van voetgangers.

Paragraaf 5. Uitrusting

Artikel 11
1.

Bij de uitoefening van hun taak dienen verkeersbrigadiers ten minste te zijn uitgerust met:

2.

Het stopteken komt voor in twee uitvoeringen:

Paragraaf 6. Toezicht

Artikel 12

Op verkeersbrigadiers wordt geregeld toezicht gehouden onder verantwoordelijkheid van de korpschef.

Paragraaf 7. Slotbepalingen

Artikel 13

Deze regeling berust op artikel 13, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Artikel 14

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 november 1991.

Artikel 15

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling verkeersbrigadiers.

Bijlage

Model F10

Afmetingen:

a = 22,5 cm

b = 20,8 cm

c = 13,6 cm

d = 9,6 cm

e = 2,4 cm

De rode cirkelrand is zowel retroreflecterend als fluorescerend.

Het witte veld is retroreflecterend.