Besluit van 9 oktober 1991, houdende aanwijzing van diensten als bedoeld in artikel 1, onder a, 2° en 3°, van de Wet op het consumentenkrediet
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 28 mei 1991, nr. 91046398 WJA/W, gedaan in overeenstemming met de Staatssecretaris van Justitie;
Gelet op artikel 1, onder a, 2° en 3°, van de Wet op het consumentenkrediet (Stb. 1990, 395);
Gehoord de Adviescommissie consumentenkrediet;
De Raad van State gehoord (advies van 2 september 1991, nr. W10.91.0276);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 30 september 1991, nr. 91080220 WJA/W, uitgebracht in overeenstemming met de Staatssecretaris van Justitie;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
Als dienst in de zin van artikel 1, onder a, 2° en 3°, van de Wet op het consumentenkrediet (Stb. 1990, 395) wordt aangewezen het in het kader van een reisovereenkomst vervoeren van reizigers of aan hen verstrekken van verblijf.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag waarop de Wet op het consumentenkrediet in werking treedt.
Artikel 3
Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit aanwijzing diensten Wet op het consumentenkrediet.
Lasten en bevelen dat dit besluit met daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State en aan de Algemene Rekenkamer.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.