Wet van 31 oktober 1991, houdende vereenvoudiging en uniformering van de accijnswetgeving
- b. de wijze waarop de afzender in een andere lidstaat zich kan melden bij de inspecteur en de voorwaarden waaraan moet worden voldaan.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.
Artikel 50g
Deartikelen 43, 44, tweede en derde lid, 45, 46, 48, 49 en 50 zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de in artikel 50f, tweede lid, bedoelde vergunning.
Afdeling 3. Wijze van heffing en voldoening
Artikel 51
De accijns wordt geheven van:
- a. bij toepassing van artikel 2, eerste lid, onderdeel a:
- 1°. de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats, de geregistreerde geadresseerde of enig andere persoon die de accijnsgoederen aan de accijnsschorsingsregeling onttrekt of voor wiens rekening de accijnsgoederen aan de accijnsschorsingsregeling worden onttrokken en, in geval van onregelmatige onttrekking aan de accijnsgoederenplaats, enig andere persoon die bij die onttrekking betrokken is geweest;
- 2°. in geval van een onregelmatigheid tijdens een overbrenging van accijnsgoederen onder een accijnsschorsingsregeling in de zin van artikel 2c, eerste, tweede en derde lid: de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats, de vergunninghouder van het belastingentrepot, de geregistreerde afzender, de vervoerder of de eigenaar van de accijnsgoederen, bedoeld in artikel 56, derde lid, of enig andere persoon die ingevolge de wettelijke bepalingen van een andere lidstaat zekerheid heeft gesteld en alle personen die bij de onregelmatige onttrekking betrokken zijn geweest terwijl zij wisten of redelijkerwijze hadden moeten weten dat het onttrekken op onregelmatige wijze geschiedde;
- b. bij toepassing van artikel 2, eerste lid, onderdeel b: de persoon die de accijnsgoederen voorhanden heeft of opslaat, en enig andere persoon die bij het voorhanden hebben of opslaan ervan betrokken is;
- c. bij toepassing van artikel 2, eerste lid, onderdeel c: de persoon die de accijnsgoederen produceert of verwerkt en, in geval van onregelmatige productie of verwerking, enig andere persoon die bij de productie of verwerking ervan betrokken is geweest;
- d. bij toepassing van artikel 2, eerste lid, onderdeel d: de aangever, bedoeld in artikel 5, vijftiende lid, van het Douanewetboek van de Unie, of enig andere persoon als bedoeld in artikel 77, derde lid, van het Douanewetboek van de Unie en, in geval van onregelmatige binnenkomst, enig andere persoon die bij die onregelmatige binnenkomst betrokken is geweest;
- e. bij toepassing van artikel 2, vierde lid: de persoon die de minerale oliën voorhanden heeft, opslaat of gebruikt;
- f. bij toepassing van artikel 2d, derde lid: de particulier, bedoeld in artikel 2d, derde lid;
- g. bij toepassing van artikel 2d, vierde lid: de particulieren, bedoeld in artikel 2d, vierde lid;
- h. bij toepassing van artikel 2e, eerste lid: de gecertificeerde geadresseerde, bedoeld in artikel 2e, eerste lid;
- i. Bij het niet voldoen aan de voorwaarden genoemd in artikel 2e, eerste lid, bij de overbrenging van de accijnsgoederen: alle bij de overbrenging betrokken personen;
- j. bij toepassing van artikel 2f, eerste lid: de afzender in een andere lidstaat die een zelfstandige economische activiteit verricht, bedoeld in artikel 2f, eerste lid, of de aangewezen fiscaal vertegenwoordiger;
- k. bij toepassing van artikel 4, eerste en tweede lid: de personen, bedoeld in onderdelen h, i of j, en eenieder die bij de onregelmatigheid betrokken is geweest.
In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, wordt, in bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen gevallen en onder daarbij te stellen voorwaarden, de accijns van accijnsgoederen die zijn uitgeslagen uit een accijnsgoederenplaats in opdracht van een vergunninghouder van een andere accijnsgoederenplaats voor dezelfde soort accijnsgoederen, geheven van de vergunninghouder van die andere accijnsgoederenplaats.
Indien er voor eenzelfde accijnsschuld verscheidene schuldenaren zijn, zijn zij hoofdelijk tot betaling van deze schuld gehouden.
Artikel 51a
Vervallen
Artikel 52
De accijns wordt verschuldigd op het tijdstip van de uitslag tot verbruik.
Onder het tijdstip van de uitslag tot verbruik wordt verstaan:
- a. in de in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, bedoelde situatie: het tijdstip van de aanvang van het voorhanden of in opslag hebben;
- b. bij toepassing van artikel 2, eerste lid, onderdeel c: het tijdstip van de productie of verwerking;
- c. in de in artikel 2a, tweede lid, onderdeel b, bedoelde situatie: het tijdstip van ontvangst van de accijnsgoederen door de geregistreerde geadresseerde;
- d. in de in artikel 2a, tweede lid, onderdeel c, bedoelde situatie: het tijdstip van ontvangst van de accijnsgoederen door de geadresseerde;
- e. in de in artikel 2a, vijfde lid, bedoelde situaties: het tijdstip van ontvangst van de accijnsgoederen op de plaats van rechtstreekse aflevering.
In afwijking van het eerste lid wordt de accijns verschuldigd:
- a. bij toepassing van artikel 2, vierde lid: op het tijdstip van de aanvang van het voorhanden of in opslag hebben of het gebruik van de minerale oliën;
- b. bij toepassing van artikel 2c: op het tijdstip van de vaststelling van de in artikel 2c bedoelde onregelmatigheid;
- c. bij toepassing van artikel 2d, derde lid: op het tijdstip van de aanvang van het voorhanden hebben van de accijnsgoederen in Nederland;
- d. bij toepassing van artikel 2d, vierde lid: op het tijdstip van de verkrijging van de minerale oliën in Nederland;
- e. bij toepassing van artikel 2e, eerste lid: op het tijdstip dat de accijnsgoederen in ontvangst zijn genomen door de gecertificeerde geadresseerde in Nederland;
- f. bij toepassing van artikel 2f, eerste lid: op het tijdstip van de levering van de accijnsgoederen;
- g. bij toepassing van artikel 4: op het tijdstip van de vaststelling van de in artikel 4 bedoelde onregelmatigheid.
Artikel 52a
Vervallen
Artikel 53
De in een tijdvak verschuldigd geworden accijns moet op aangifte worden voldaan.
Aangifte dient te worden gedaan voor elke accijnsgoederenplaats afzonderlijk.
In afwijking van het tweede lid kan bij ministeriële regeling, onder daarbij te stellen voorwaarden, worden toegestaan dat voor accijnsgoederenplaatsen waarvan de vergunningen op naam zijn gesteld van dezelfde vergunninghouder één aangifte voor die plaatsen tezamen wordt gedaan.
Artikel 53a
In afwijking van artikel 53, eerste lid, en van artikel 10, tweede lid, en artikel 19, derde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen wordt de accijns op aangifte voldaan:
- a. bij toepassing van artikel 52, tweede lid, onderdelen a tot en met d, en, voor zover het een geregistreerde geadresseerde betreft, onderdeel e: uiterlijk op de dag na het in artikel 52, tweede lid, onderdelen a tot en met e, bedoelde tijdstip;
- b. bij toepassing van artikel 52, derde lid, onderdelen a, c, d, e en f, voor zover geen sprake is van een fiscaal vertegenwoordiger: uiterlijk op de dag na het tijdstip, bedoeld in artikel 52, derde lid, onderdelen a, c, d, e of f;
- c. bij toepassing van artikel 52, derde lid, onderdeel b, voor zover het een ander dan de vergunninghouder van een accijnsgoederenplaats betreft: binnen één maand na het in artikel 52, derde lid, onderdeel b, bedoelde tijdstip;
- d. bij toepassing van artikel 52, derde lid, onderdeel g: binnen één maand na het in artikel 52, derde lid, onderdeel g, bedoelde tijdstip.
In afwijking in zoverre van het eerste lid doet de geregistreerde geadresseerde aangifte van de in een week op de voet van artikel 52, tweede lid, onderdelen c en e, verschuldigd geworden accijns uiterlijk op de vrijdag van de week daaropvolgend. De verschuldigd geworden accijns wordt op aangifte voldaan.
Artikel 54
Bij intrekking van een vergunning voor een accijnsgoederenplaats worden de accijnsgoederen waarvoor die accijnsgoederenplaats als zodanig is aangewezen, die binnen die plaats voorhanden zijn op de dag met ingang waarvan de vergunning wordt ingetrokken, aangemerkt als te zijn uitgeslagen tot verbruik en wordt het tijdvak waarover de accijns verschuldigd is, aangemerkt als te zijn geëindigd op die dag.
De inspecteur kan bepalen dat de termijn waarbinnen de accijns dient te worden voldaan over het tijdvak waartoe de in het eerste lid bedoelde dag behoort alsmede over het daaraan onmiddellijk voorafgaande tijdvak in afwijking van artikel 19, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen minder bedraagt dan één maand.
Artikel 55
De accijns wordt berekend naar het tarief dat geldt op het tijdstip van de uitslag tot verbruik.
In de situatie, bedoeld in artikel 2, vierde lid, wordt de accijns berekend als het verschil tussen het bedrag aan accijns dat is geheven en het bedrag dat zou zijn geheven indien geen herkenningsmiddelen zouden zijn toegevoegd.
Voor de berekening van de accijns, bedoeld in het tweede lid, wordt de hoeveelheid vastgesteld op de maximuminhoud van de tank of het reservoir waarin de brandstof voorhanden is of is geweest.
Afdeling 4. Zekerheid
Artikel 56
De vergunninghouder van een accijnsgoederenplaats, geregistreerde afzender en de gecertificeerde geadresseerde stellen zekerheid voor de accijns die zij verschuldigd zijn of kunnen worden in Nederland dan wel in een andere lidstaat.
De geregistreerde geadresseerde, de afzender in een andere lidstaat die een zelfstandige economische activiteit verricht en de fiscaal vertegenwoordiger, bedoeld in artikel 50f, stellen zekerheid voor de accijns die zij verschuldigd zijn of kunnen worden.
In afwijking van het eerste lid kan de inspecteur, onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden en beperkingen, toestaan dat de vervoerder, de eigenaar van de accijnsgoederen, of de gecertificeerde afzender, zekerheid stelt in plaats van de vergunninghouder, de geregistreerde afzender en de gecertificeerde geadresseerde, bedoeld in het eerste lid. De zekerheid wordt gesteld voor het bedrag aan accijns dat wordt vertegenwoordigd door de hoeveelheid accijnsgoederen die door of namens de vervoerder of de eigenaar wordt vervoerd naar de bestemmingen, bedoeld in artikel 2a, eerste of derde lid, of naar de gecertificeerde geadresseerde.
Het stellen van zekerheid als bedoeld in het eerste lid kan op verzoek achterwege blijven voor minerale oliën die vanuit een accijnsgoederenplaats over zee worden overgebracht. De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking.
Het stellen van zekerheid als bedoeld in het eerste lid blijft achterwege voor minerale oliën die door middel van een vaste pijpleiding worden overgebracht, tenzij de inspecteur bij een voor bezwaar vatbare beschikking naar behoren motiveert waarom toch zekerheid dient te worden gesteld.
Het bedrag van de zekerheid wordt vastgesteld door de inspecteur. De vaststelling geschiedt tot een zodanig bedrag dat de te verhalen accijns voldoende verzekerd kan worden geacht.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld voor het bepalen van de hoogte van het bedrag van de zekerheid.
In de vergunning bepaalt de inspecteur zo nodig nader op welke wijze aan de bij of krachtens deze wet gestelde voorwaarden moet worden voldaan.
De inspecteur kan in de vergunning nadere voorwaarden opnemen ter verzekering van een juiste toepassing van het bepaalde bij of krachtens deze wet.
Artikel 57
Het bedrag van de zekerheid kan door de inspecteur worden gewijzigd.
Degene die op grond van artikel 56 zekerheid heeft gesteld kan een verzoek tot verlaging van het bedrag van de zekerheid indienen.
Bij verhoging van het bedrag van de zekerheid draagt degene die zekerheid heeft gesteld zorg dat binnen een maand na de bekendmaking ervan de zekerheid is aangevuld.
Artikel 58
Het vaststellen en het wijzigen van het bedrag van de zekerheid alsmede het afwijzen van een verzoek als bedoeld in artikel 57, tweede lid, geschieden bij voor bezwaar vatbare beschikking.
Binnen acht weken na ontvangst van het verzoek geeft de inspecteur een voor bezwaar vatbare beschikking op dat verzoek, dan wel zendt hij de in het derde lid bedoelde kennisgeving.
Indien de inspecteur de voor bezwaar vatbare beschikking niet binnen de in het tweede lid genoemde termijn kan geven, stelt hij belanghebbende daarvan onder opgaaf van redenen in kennis en noemt hij de termijn waarop de voor bezwaar vatbare beschikking wel zal worden gegeven.
Artikel 59
De zekerheid wordt gesteld bij de ontvanger.
De ontvanger beslist of de vorm van de zekerheid die degene die zekerheid moet stellen, aanbiedt, wordt aanvaard.
Artikel 60
De aan het stellen, het wijzigen en het opheffen van de zekerheid verbonden kosten komen ten laste van degene die zekerheid moet stellen.
Ingeval de zekerheid wordt gesteld in geld wordt daarover een rente vergoed die gelijk is aan de herfinancieringsrente, te weten de minimale biedrente die de Europese Centrale Bank hanteert voor basisherfinancieringstransacties.
Voor de toepassing van het tweede lid wordt het over een kalendermaand te vergoeden rentebedrag berekend naar de rente die geldt bij de aanvang van die maand.
Afdeling 5. Voorrang
Artikel 61
De vergunninghouder van een accijnsgoederenplaats heeft voor de accijns die is begrepen in de verkoopprijs van de door hem geleverde accijnsgoederen, zolang hij ter zake geen betaling heeft ontvangen doch niet langer dan een half jaar nadat hij die accijns verschuldigd is geworden, voorrecht op alle goederen van de koper.
Het voorrecht als bedoeld in het eerste lid heeft gelijke rangorde als het voorrecht dat ’s Rijks schatkist heeft op de voet van artikel 21 van de Invorderingswet 1990.
Afdeling 4. Zekerheid
Artikel 61a
De vervoerder van accijnsgoederen is hoofdelijk aansprakelijk voor het bedrag aan accijns dat wordt vertegenwoordigd door de hoeveelheid accijnsgoederen die door hem wordt vervoerd vanuit een accijnsgoederenplaats of van de plaats van invoer, bedoeld in artikel 2a, derde lid, naar een andere accijnsgoederenplaats, naar een belastingentrepot, naar een geregistreerde geadresseerde in een andere lidstaat of naar een plaats waar de accijnsgoederen het grondgebied van de Unie verlaten, indien tijdens dat vervoer door hem of door zijn toedoen een onregelmatigheid heeft plaatsgevonden.
Hoofdstuk IV. Invoer
Artikel 62
Onverminderd artikel 51, eerste lid, onderdeel d, zijn ter zake van de uitslag tot verbruik, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel d de wettelijke bepalingen, bedoeld in artikel 1:1, eerste en tweede lid, van de Algemene douanewet, met uitzondering van artikel 88 van de Gedelegeerde Verordening Douanewetboek van de Unie, van overeenkomstige toepassing.
Artikel 63
Bij ministeriële regeling kunnen, onder daarbij te stellen voorwaarden, regels worden gesteld ingevolge welke de heffing van accijns van accijnsgoederen die in kleine zendingen dan wel door reizigers als bagage worden ingevoerd, geschiedt volgens daarbij vast te stellen forfaitaire tarieven.
De forfaitaire tarieven zijn niet van toepassing met betrekking tot handelsgoederen.
Hoofdstuk IV. Invoer
Afdeling 5. Voorrang
Artikel 64
Onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden en beperkingen wordt vrijstelling van accijns verleend ter zake van de uitslag tot verbruik van:
- a. minerale oliën die kennelijk niet zijn bestemd om te worden gebruikt als brandstof voor verwarming, als motorbrandstof of als additief in motorbrandstoffen;
- b. minerale oliën die in hoogovens met het oog op chemische reductie worden ingespoten als toevoeging aan de steenkool, die wordt gebruikt als voornaamste brandstof;
- c. sigaretten en rooktabak die geheel uit andere stoffen dan tabak bestaan en die uitsluitend zijn bestemd om te worden gebruikt voor medicinale doeleinden.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot:
- a. de aard van en de aanduiding op de verpakking van in het eerste lid bedoelde accijnsgoederen;
- b. de stoffen waarmee in het eerste lid bedoelde accijnsgoederen moeten zijn vermengd;
- c. de uitvoering van dit artikel.
Artikel 65
Onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden en beperkingen wordt vrijstelling van accijns verleend ter zake van de uitslag tot verbruik van accijnsgoederen:
- a. waarvan de in de artikelen 64 of 64a voor de desbetreffende accijnsgoederen aangegeven bestemming niet of niet voldoende blijkt uit de goederen als zodanig, indien degene die de goederen betrekt deze gebruikt voor het produceren of verwerken van accijnsgoederen als bedoeld in de artikelen 64 of 64a dan wel deze gebruikt overeenkomstig de in dat artikel voor het desbetreffende accijnsgoed bedoelde bestemming;
- b. die door degene die de goederen betrekt, worden gebruikt als grondstof voor het produceren van niet-accijnsgoederen.
Voor de toepassing van dit artikel worden onder niet-accijnsgoederen mede verstaan minerale oliën als bedoeld in artikel 5, derde lid, onderdeel d.
Behoudens in bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen gevallen is degene die accijnsgoederen met vrijstelling van accijns betrekt in het bezit van een daartoe strekkende vergunning.
De vergunning wordt op verzoek verleend door de inspecteur.
Het verlenen, het aanpassen en het intrekken van een vergunning alsmede het afwijzen van een verzoek daartoe geschieden bij voor bezwaar vatbare beschikking.
Binnen acht weken na ontvangst van het verzoek geeft de inspecteur een voor bezwaar vatbare beschikking op dat verzoek, dan wel zendt hij de in het zevende lid bedoelde kennisgeving.
Indien de inspecteur de voor bezwaar vatbare beschikking niet binnen de in het zesde lid genoemde termijn kan geven, stelt hij belanghebbende daarvan onder opgaaf van redenen in kennis en noemt hij de termijn waarop de voor bezwaar vatbare beschikking wel zal worden gegeven.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.
Artikel 66
Onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden en beperkingen wordt vrijstelling van accijns verleend ter zake van de uitslag tot verbruik van minerale oliën die worden gebruikt:
- a. voor de aandrijving van schepen of als scheepsbehoeften aan boord van schepen;
- b. voor de voortstuwing van luchtvaartuigen voor zover het betreft halfzware olie als bedoeld in GN-code 2710 19 21.
De vrijstelling als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, is niet van toepassing met betrekking tot minerale oliën die worden gebruikt voor pleziervaartuigen of plezierluchtvaartuigen dan wel worden gebruikt aan boord van schepen die kennelijk niet worden gebruikt om te varen.
Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder een pleziervaartuig of een plezierluchtvaartuig: een vaartuig respectievelijk een luchtvaartuig dat wordt gebruikt door de eigenaar daarvan of door de natuurlijke of rechtspersoon die het gebruik daarvan geniet door huur of anderszins, voor andere dan commerciële doeleinden en met name voor andere doeleinden dan voor het vervoer van personen of goederen of voor het verrichten van diensten onder bezwarende titel, dan wel ten behoeve van overheidsinstanties.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.
Artikel 66a
Onverminderd het bepaalde in artikel 66, eerste en tweede lid, wordt onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden en beperkingen vrijstelling van accijns verleend ter zake van de uitslag tot verbruik van accijnsgoederen die worden gebruikt:
- a. aan boord van schepen in het verkeer van Nederland naar een andere lidstaat, anders dan over de binnenwateren;
- b. aan boord van luchtvaartuigen in het verkeer van Nederland naar een andere lidstaat.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.
Artikel 67
Vervallen
Artikel 68
Onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden en beperkingen wordt vrijstelling van accijns verleend ter zake van de uitslag tot verbruik van accijnsgoederen die worden gebruikt voor onderzoek, kwaliteitscontroles en smaaktesten buiten een accijnsgoederenplaats.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.
Artikel 69
Onder bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden en beperkingen, wordt vrijstelling van accijns verleend ter zake van de uitslag tot verbruik van accijnsgoederen, die bestemd zijn om te worden gebruikt:
- a. in het kader van diplomatieke of consulaire betrekkingen;
- b. door internationale instellingen die door Nederland zijn erkend, alsmede door de leden van deze instellingen, zulks binnen de beperkingen en onder de voorwaarden die zijn vastgesteld bij de internationale verdragen tot oprichting van deze instellingen of bij de vestigingsovereenkomsten;
- c. door de strijdkrachten van alle staten die partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag, met uitzondering van Nederland, ten behoeve van deze strijdkrachten of het hen begeleidende burgerpersoneel of voor de bevoorrading van hun messes of kantines;
- d. voor verbruik in het kader van een met derde landen of internationale instellingen gesloten overeenkomst voor zover een dergelijke overeenkomst wordt aanvaard of toegestaan op het gebied van vrijstelling van omzetbelasting;
- e. door de strijdkrachten van lidstaten, met uitzondering van Nederland, ten behoeve van deze strijdkrachten of het hen begeleidende burgerpersoneel of voor de bevoorrading van hun messes of kantines, voor zover de strijdkrachten deelnemen aan een defensie-inspanning ter uitvoering van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid, bedoeld in titel V, hoofdstuk 2, afdeling 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie.
In andere gevallen dan bedoeld in het eerste lid wordt bij ministeriële regeling, onder daarbij te stellen voorwaarden en beperkingen, vrijstelling van accijns verleend ter zake van de uitslag tot verbruik van accijnsgoederen, indien aanspraak op vrijstelling bestaat ingevolge het Koninkrijk verbindende verdragen en in al hun onderdelen verbindende besluiten van bij zodanige verdragen opgerichte volkenrechtelijke organisaties, alsmede in daarmee overeenkomende gevallen.
Afdeling 1. Vrijstellingen
Artikel 70
Onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden en beperkingen wordt op verzoek teruggaaf van accijns verleend:
- a. voor accijnsgoederen in gevallen waarin deze accijnsgoederen op de voet van artikel 65 zouden kunnen worden betrokken met vrijstelling;
- b. ter zake van de levering van minerale oliën waarvoor op de voet van artikel 66 aanspraak op een vrijstelling zou bestaan;
- c. ter zake van accijnsgoederen waarvoor op de voet van artikel 66a aanspraak op vrijstelling zou bestaan.
De teruggaaf als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt verleend aan degene die een vergunning heeft ingevolge artikel 65, derde lid.
De teruggaaf als bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c, wordt verleend aan degene die de levering heeft verricht.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.
Artikel 71
Onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden en beperkingen wordt op verzoek teruggaaf van accijns verleend voor accijnsgoederen die:
- a. zijn verloren gegaan;
- b. zijn vernietigd onder ambtelijk toezicht;
- c. zijn gebracht naar een derdelandsgebied of een derde land;
- d. zijn gebracht binnen een accijnsgoederenplaats die voor dat soort accijnsgoed als zodanig is aangewezen;
- e. door een gecertificeerde afzender zijn overgebracht naar een gecertificeerde geadresseerde in een andere lidstaat;
- f. zijn geleverd aan een in een andere lidstaat gevestigde persoon, niet zijnde een vergunninghouder van een belastingentrepot, een geregistreerde geadresseerde, een gecertificeerde geadresseerde of een zelfstandig bedrijf, en die door een in Nederland gevestigde afzender die een zelfstandige economische activiteit verricht of voor diens rekening direct of indirect worden verzonden of vervoerd.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.
Artikel 71a
Op verzoek wordt teruggaaf van accijns verleend, indien bij toepassing van artikel 2c, vijfde lid, of van artikel 4, derde lid, is aangetoond dat de accijns door de andere lidstaat is geheven.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.
Artikel 71b
Vervallen
Artikel 71c
Vervallen
Artikel 72
Teruggaaf van accijns wordt verleend tot ten hoogste het bedrag dat aan accijns is voldaan.
Op een verzoek om teruggaaf van accijns beslist de inspecteur bij voor bezwaar vatbare beschikking.
Hoofdstuk VI. Bijzondere bepalingen
Afdeling 1. Accijnszegels
Artikel 73
Tabaksproducten moeten bij de uitslag tot verbruik zijn voorzien van het voor het desbetreffende tabaksproduct voorgeschreven accijnszegel. De accijnszegels zijn staatseigendom.
Tabaksproducten die zijn bestemd voor het verbruik, bedoeld in artikel 2, tweede lid, mogen niet zijn voorzien van een accijnszegel.
Bij ministeriële regeling kunnen, onder daarbij te stellen voorwaarden, gevallen worden aangewezen waarin het eerste lid niet van toepassing is.
Artikel 74
Een vergunning voor een accijnsgoederenplaats voor tabaksproducten kan, onverminderd het bepaalde in deartikelen 40, eerste en tweede lid, en 41, uitsluitend worden verkregen door degene die:
- a. tabaksproducten produceert of verwerkt;
- b. buiten Nederland geproduceerde of verwerkte tabaksproducten in Nederland van accijnszegels voorziet;
- c. buiten Nederland geproduceerde of verwerkte tabaksproducten opslaat die buiten Nederland zijn voorzien van door hem aangevraagde Nederlandse accijnszegels;
- d. tabaksproducten opslaat die zijn bestemd voor de in artikel 66a bedoelde bevoorrading van schepen en luchtvaartuigen of die vanuit die plaats worden overgebracht naar een belastingentrepot, naar een in een andere lidstaat gevestigde geregistreerde geadresseerde of naar een derde land.
Artikel 75
Accijnszegels kunnen worden aangevraagd bij de zegelproducent door:
- a. de vergunninghouder van een accijnsgoederenplaats voor tabaksproducten;
- b. de in Nederland gevestigde geregistreerde geadresseerde;
- c. de fiscaal vertegenwoordiger van een niet in Nederland gevestigd bedrijf dat buiten Nederland tabaksproducten van accijnszegels voorziet;
- d. een in Nederland gevestigd bedrijf dat buiten Nederland tabaksproducten van accijnszegels voorziet.
De inspecteur beslist bij afwijzing van de aanvraag van accijnszegels bij voor bezwaar vatbare beschikking.
Degene die accijnszegels wil aanvragen verzoekt bij de inspecteur om toestemming voor het aanvragen van accijnszegels. De inspecteur beslist op de aanvraag alsmede het intrekken van een toestemming bij voor bezwaar vatbare beschikking.
Indien de fiscaal vertegenwoordiger, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, toestemming als bedoeld in het tweede lid wil verkrijgen ten behoeve van meerdere bedrijven, moet voor elk bedrijf afzonderlijk toestemming worden verkregen.
Bij ministeriële regeling worden voorwaarden en beperkingen gesteld waaronder de toestemming, bedoeld in het tweede lid, wordt verleend.
De toestemming voor de aanvraag van accijnszegels kan door de inspecteur worden ingetrokken ingeval:
- a. niet wordt voldaan aan de bij ministeriële regeling bepaalde voorwaarden of de in de toestemming opgenomen voorwaarden;
- b. geen of niet voldoende zekerheid is gesteld;
- c. misbruik van de toestemming is gemaakt of een poging daartoe is gedaan;
- d. degene aan wie de toestemming is verleend onherroepelijk is veroordeeld wegens het niet nakomen van een wettelijke bepaling inzake de accijns;
- e. degene aan wie de toestemming is verleend in staat van faillissement verkeert of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is;
- f. degene aan wie de toestemming is verleend daarom verzoekt.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voorwaarden worden gesteld waaraan door degene die de accijnszegels aanvraagt moet worden voldaan.
Van accijnszegels voorziene tabaksproducten worden uitgeslagen tot verbruik door degene die de accijnszegels heeft aangevraagd.
In afwijking van het zevende lid kan onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden en beperkingen worden bepaald dat de tabaksproducten door een ander tot verbruik worden uitgeslagen.
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent het aanvragen, het verkrijgbaar stellen, het verstrekken en het gebruik van accijnszegels.
Artikel 76
Om de in artikel 75, tweede lid, bedoelde toestemming te kunnen verkrijgen stelt degene die de accijnszegels aanvraagt zekerheid voor het bedrag aan accijns dat de accijnszegels vertegenwoordigen.
Het bedrag van de zekerheid wordt door de inspecteur vastgesteld bij voor bezwaar vatbare beschikking. De vaststelling geschiedt tot een zodanig bedrag dat het bedrag aan accijns dat de zegels vertegenwoordigen voldoende verzekerd kan worden geacht.
Indien de vergunninghouder van een accijnsgoederenplaats en de geregistreerde geadresseerde zekerheid hebben gesteld op de voet van artikel 56 kan die zekerheid mede dienen als zekerheid als bedoeld in het eerste lid.
Met betrekking tot de zekerheid, bedoeld in het eerste lid, zijn de artikelen 57 tot en met 60 van overeenkomstige toepassing.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.
Artikel 77
Accijnszegels die zijn ontvangen door degene die de zegels heeft aangevraagd en waarvan niet is aangetoond dat zij zijn aangebracht op tabaksproducten die zijn uitgeslagen tot verbruik, worden geacht te zijn vermist.
Als vermiste accijnszegels worden niet aangemerkt accijnszegels die:
- a. deel uitmaken van de zegelvoorraad;
- b. retour zijn gezonden aan de inspecteur;
- c. onder ambtelijk toezicht zijn vernietigd;
- d. verloren zijn gegaan door overmacht of ongeval;
- e. op tabaksproducten zijn aangebracht en waarvoor de accijns in een andere lidstaat verschuldigd is geworden, en de verwijdering of vernietiging van de accijnszegels ten genoegen van de inspecteur wordt aangetoond.
Vanaf het moment dat de accijnszegels door of namens degene die de accijnszegels heeft aangevraagd in ontvangst zijn genomen op het distributiepunt, is degene die de accijnszegels heeft aangevraagd aansprakelijk voor het bedrag aan accijns dat de accijnszegels vertegenwoordigen.
Degene die de accijnszegels heeft aangevraagd moet het bedrag aan accijns dat de vermiste accijnszegels vertegenwoordigen betalen.
Het bedrag aan accijns dat de vermiste accijnszegels vertegenwoordigen wordt door de inspecteur vastgesteld bij voor bezwaar vatbare beschikking. Bij vaststelling van het bedrag aan accijns dat de vermiste accijnszegels vertegenwoordigen maakt de inspecteur het volgende onderscheid:
- a. onbedrukte blanco accijnszegels: een bedrag aan accijns behorend bij een gewogen gemiddelde prijs en hoeveelheid per zegelaanvrager op het moment waarop het vermis wordt vastgesteld naar het op dat moment geldende tarief;
- b. bedrukte accijnszegels: het bedrag wordt afgeleid uit in de administratie opgenomen prijs en hoeveelheid die is vermeld op de vermiste zegels naar het op dat moment geldende tarief.
Voor de toepassing van dit artikel en de daarop gebaseerde bepalingen wordt verstaan onder:
- a. onbedrukte blanco accijnszegels: accijnszegels die niet als bedrukte accijnszegels kunnen worden aangemerkt;
- b. bedrukte accijnszegels: accijnszegels voor sigaretten of rooktabak die zijn voorzien van de gegevens met betrekking tot de soort tabaksproduct, de kleinhandelsprijs, de hoeveelheid en de tariefcode of accijnszegels voor sigaren die zijn voorzien van de gegevens met betrekking tot de soort tabaksproduct en de kleinhandelsprijs.
Op de betaling als bedoeld in het vierde lid zijn de Algemene wet inzake rijksbelastingen en de Invorderingswet 1990 van toepassing.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.
Artikel 78
De accijnszegels worden aangebracht op de kleinhandelsverpakking van tabaksproducten.
De accijnszegels voor sigaretten en rooktabak vermelden de kleinhandelsprijs, de tariefcode, de soort en het aantal stuks of de massa van het tabaksproduct waarop de zegels worden aangebracht. De accijnszegels voor sigaren vermelden de kleinhandelsprijs en de soort van het tabaksproduct waarop de zegels worden aangebracht.
In afwijking van het eerste lid mogen sigaren stuksgewijs van een accijnszegel worden voorzien.
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot:
- a. de vorm en de kleur van de accijnszegels alsmede de daarop te vermelden gegevens;
- b. de wijze waarop de accijnszegels worden aangebracht en voor herhaald gebruik ongeschikt moeten worden gemaakt;
- c. de wijze van verpakking, de grootte van de inhoud van de verpakking en de op de verpakking te vermelden gegevens.
Artikel 79
Op verzoek van degene die de zegels heeft aangevraagd kunnen accijnszegels onder ambtelijk toezicht worden vernietigd.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het retour zenden van accijnszegels en de vernietiging van accijnszegels onder ambtelijk toezicht.
Afdeling 2. Controlebepalingen
Artikel 80
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen, ter verzekering van de heffing van accijns, regels worden gesteld met betrekking tot:
- a. het vervoer van accijnsgoederen;
- b. het leveren van accijnsgoederen;
- c. het voorhanden hebben van accijnsgoederen buiten een accijnsgoederenplaats.
Het eerste lid is niet van toepassing op accijnsgoederen die de douanestatus hebben of hebben gekregen van niet-Uniegoederen als bedoeld in artikel 5, vierentwintigste lid, van het Douanewetboek van de Unie.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.
Artikel 81
In de vergunning voor een accijnsgoederenplaats voor tabaksproducten kan worden toegestaan dat de vergunninghouder onder daarbij te stellen voorwaarden gedeeltelijk tot verbruik bereide tabak en tabaksproducten, al dan niet voorzien van accijnszegels, tijdelijk buiten de accijnsgoederenplaats bepaalde bewerkingen of verpakkingshandelingen kan laten ondergaan zonder dat het tijdelijk buiten de accijnsgoederenplaats brengen van die producten, in afwijking van artikel 2, eerste lid, onderdeel a, wordt aangemerkt als uitslag tot verbruik.
Artikel 82
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen, ter verzekering van de heffing van de accijns van tabaksproducten, regels worden gesteld met betrekking tot de handel in en het vervoer van ruwe tabak en van gedeeltelijk tot verbruik bereide tabak.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.
Artikel 83
De inspecteur is bevoegd alle gedeelten van een gebouw, niet zijnde woningen, en alle grond aan onderzoek te onderwerpen.
Aan onderzoek zijn mede onderworpen vervoermiddelen. Artikel 50 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen is van overeenkomstige toepassing.
In afwijking van artikel 50, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen kan de toegang tot een ingevolge het eerste en het tweede lid aan onderzoek onderworpen plaats of vervoermiddel op elk tijdstip worden gevorderd.
Ten behoeve van het onderzoek, bedoeld in het tweede lid, is, overeenkomstig bij ministeriële regeling te stellen regels, op vordering van de inspecteur of een door hem aangewezen ambtenaar:
- a. de gezagvoerder van een schip gehouden het schip terstond vaart te doen minderen, te doen bijdraaien of te doen stilhouden en aanleggen;
- b. de bestuurder van een ander vervoermiddel dan een schip gehouden dit terstond te doen stilhouden en, indien het vervoermiddel door mechanische kracht wordt voortbewogen, de motor buiten werking te stellen.
De in het vierde lid bedoelde ambtenaren zijn bevoegd een vervoermiddel, als bedoeld in het vierde lid, te brengen of te doen brengen naar een nabij gelegen plaats. De gezagvoerder of bestuurder is verplicht desgevorderd zijn voor het onderzoek en het vervoer noodzakelijke medewerking te verlenen en de ambtenaren met het vervoermiddel te vervoeren.
De inspecteur kan bij het onderzoek, bedoeld in het eerste en tweede lid, gebruikmaken van de benodigde apparatuur of dieren.
Artikel 84
De inspecteur of een door hem aangewezen ambtenaar die het onderzoek verricht, kan vorderen dat van goederen één of meer monsters worden verstrekt.
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent het nemen van monsters.
Afdeling 2. Controlebepalingen
Artikel 84a
Vervallen
Artikel 84b
Vervallen
Artikel 84c
Vervallen
Afdeling a1. Kleine producenten van alcoholhoudende dranken
Artikel 85
Bij algemene maatregel van bestuur kan, onder daarbij te stellen voorwaarden en beperkingen, worden bepaald dat accijnsgoederen voorhanden mogen zijn in een douane-entrepot.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.
Artikel 86
Vervallen
Artikel 86a
Vervallen
Artikel 86b
Vervallen
Artikel 87
Vervallen
Artikel 88
Vervallen
Artikel 89
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen ter verzekering van een juiste toepassing van de wet nadere regels worden gesteld ter aanvulling van de in deze wet geregelde onderwerpen.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van de in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur.
Hoofdstuk VII. Verbodsbepalingen en strafbepalingen
Afdeling 2A. Wijziging van de accijns van minerale oliën
Artikel 90
Het is niet toegestaan een distilleertoestel te produceren of voorhanden te hebben zonder een daartoe strekkende vergunning van de inspecteur.
Onder een distilleertoestel wordt verstaan elk toestel - ook indien dit niet gereed is voor dadelijk gebruik - dat geschikt is voor het afscheiden van ethanol uit ethanolhoudende stoffen.
De vergunning wordt op verzoek verleend.
Het verlenen, het aanpassen en het intrekken van een vergunning alsmede het afwijzen van een verzoek daartoe geschieden bij voor bezwaar vatbare beschikking.
Binnen acht weken na ontvangst van het verzoek geeft de inspecteur een voor bezwaar vatbare beschikking op dat verzoek, dan wel zendt hij de in het zesde lid bedoelde kennisgeving.
Indien de inspecteur de voor bezwaar vatbare beschikking niet binnen de in het vijfde lid genoemde termijn kan geven, stelt hij belanghebbende daarvan onder opgaaf van redenen in kennis en noemt hij de termijn waarop de voor bezwaar vatbare beschikking wel zal worden gegeven.
De vergunning voor het produceren of voorhanden hebben van een distilleertoestel kan door de inspecteur worden ingetrokken ingeval:
- a. niet wordt voldaan aan de in de vergunning opgenomen voorwaarden;
- b. misbruik van de vergunning is gemaakt of een poging daartoe is gedaan;
- c. de vergunninghouder onherroepelijk is veroordeeld wegens het niet nakomen van een wettelijke bepaling inzake de accijns;
- d. de vergunninghouder in staat van faillissement verkeert of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is;
- e. de vergunninghouder daarom verzoekt;
- f. de vergunning gedurende een aaneengesloten periode van twaalf maanden niet is gebruikt; of
- g. het distilleertoestel niet meer voorhanden is.
Bij ministeriële regeling kunnen:
- a. regels worden gesteld met betrekking tot de in de vergunning op te nemen voorwaarden;
- b. distilleertoestellen worden aangewezen waarvoor geen vergunning is vereist.
Artikel 83 is van overeenkomstige toepassing op plaatsen waar distilleertoestellen worden geproduceerd of voorhanden zijn.
Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de vergunning als bedoeld in het eerste lid.
Artikel 90a
Het is niet toegestaan een tabaksproductieapparaat zonder een daartoe strekkende vergunning van de inspecteur:
- a. in het vrije verkeer te brengen;
- b. te vervaardigen;
- c. voorhanden te hebben;
- d. te brengen naar een andere lidstaat; of
- e. uit te voeren naar een derde land.
Onder tabaksproductieapparaat wordt verstaan elke machine of toestel van GN-code 8478, als bedoeld in Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PbEG 1987, L 256), zoals deze luidt op 1 januari 2019.
Artikel 90, derde tot en met zevende, negende en tiende lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
Bij ministeriële regeling worden:
- a. regels gesteld met betrekking tot de in de vergunning op te nemen voorwaarden;
- b. gevallen aangewezen waarin in afwijking van het bepaalde in het eerste lid een vrijstelling van de vergunningplicht geldt.
Artikel 91
Het is niet toegestaan minerale oliën die zijn voorzien van bij ministeriële regeling voorgeschreven herkenningsmiddelen buiten een accijnsgoederenplaats voorhanden te hebben samen met middelen die de afscheiding, opheffing of verandering van die herkenningsmiddelen in deze oliën kunnen bewerkstelligen of bevorderen.
Het is niet toegestaan minerale oliën die zijn voorzien van bij ministeriële regeling voorgeschreven herkenningsmiddelen dan wel bestanddelen daarvan bevatten buiten een accijnsschorsingsregeling of de douaneregeling extern douanevervoer, douane-entrepot, actieve veredeling, of tijdelijke invoer, als bedoeld in artikel 210 van het Douanewetboek van de Unie is geplaatst voorhanden te hebben anders dan in:
- a. tanks van waaruit minerale oliën worden afgeleverd in de brandstoftanks van andere schepen dan pleziervaartuigen, mits deze schepen in bezit zijn van en gebruikt worden door degene die de beschikking heeft over de eerstgenoemde tanks;
- b. brandstoftanks van schepen, andere dan pleziervaartuigen, mits de minerale olie wordt gebruikt voor de aandrijving van deze schepen of als scheepsbehoeften aan boord van deze schepen;
- c. opslagtanks voor minerale oliën die zijn bestemd om van daaruit te worden afgeleverd in de brandstoftanks van andere schepen dan pleziervaartuigen;
- d. ladingtanks van vaartuigen, voertuigen en treinwagons.
Bij ministeriële regeling kan, onder daarbij te stellen voorwaarden en beperkingen, in bijzondere gevallen ontheffing worden verleend ten aanzien van de in het eerste en tweede lid bedoelde verboden.
Bij ministeriële regeling kunnen voorwaarden en beperkingen worden gesteld ten aanzien van plaatsen waar minerale oliën voorzien van herkenningsmiddelen voorhanden mogen zijn.
Artikel 92
Het is niet toegestaan bij ministeriële regeling voorgeschreven herkenningsmiddelen toe te voegen aan lichte olie.
Het is niet toegestaan lichte olie voorhanden te hebben die is voorzien van bij ministeriële regeling voorgeschreven herkenningsmiddelen of bestanddelen van die herkenningsmiddelen bevat.
Artikel 93
Het is niet toegestaan tabaksproducten die zijn voorzien van accijnszegels te brengen vanuit een accijnsgoederenplaats voor tabaksproducten naar een andere accijnsgoederenplaats voor tabaksproducten of te plaatsen onder de douaneregeling extern douanevervoer, douane-entrepot, actieve veredeling, of tijdelijke invoer, als bedoeld in artikel 210 van het Douanewetboek van de Unie.
Het eerste lid is niet van toepassing indien:
- a. voor de in dat lid bedoelde accijnsgoederenplaats ingevolge artikel 53, derde lid, aangifte wordt gedaan door dezelfde vergunninghouder;
- b. de accijnszegels zijn aangevraagd door de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats waarin de tabaksproducten worden ingeslagen.
De inspecteur kan in aanvulling op het bepaalde in het tweede lid, onderdeel b, nadere voorwaarden stellen.
Artikel 94
Het is degene die op grond van artikel 75 accijnszegels kan aanvragen niet toegestaan een zelfde tabaksproduct onder meer dan één kleinhandelsprijs in de handel te brengen of te doen brengen, tenzij in het merk of door een merk waaronder het is verpakt op duidelijke wijze een onderscheid is gemaakt.
Bij ministeriële regeling kan, onder daarbij te stellen voorwaarden, afwijking van het eerste lid worden toegestaan.
Artikel 95
Het is niet toegestaan tabaksproducten te verkopen, te koop aan te bieden of af te leveren indien de verpakking niet voldoet aan de bij of krachtens artikel 78 gestelde voorwaarden of de accijnszegels niet ongeschonden op de voorgeschreven wijze zijn aangebracht.
Het is niet toegestaan tabaksproducten aan anderen dan wederverkopers te verkopen, te koop aan te bieden of af te leveren voor:
- a. een lagere prijs dan die is vermeld op de accijnszegels;
- b. een hogere prijs dan die is vermeld op de accijnszegels.
Onder het bepaalde in het tweede lid, onderdeel a, wordt mede begrepen het bij de verkoop aan anderen dan wederverkopers in enigerlei vorm verstrekken van geschenken, toegiften en bonnen alsmede het verlenen van medewerking aan handelingen die zijn gericht op de bevoordeling van derden.
Bij ministeriële regeling kan, onder daarbij te stellen voorwaarden, afwijking van het eerste lid worden toegestaan.
Artikel 96
Het is een ieder die toestemming heeft om accijnszegels aan te vragen niet toegestaan:
- a. gebruikte accijnszegels voorhanden te hebben;
- b. ongebruikte accijnszegels over te dragen aan anderen dan de inspecteur;
- c. ongebruikte accijnszegels te betrekken van anderen dan de inspecteur.
Afdeling 2. Strafbepalingen
Artikel 97
Degene die opzettelijk een in artikel 5 opgenomen verbod overtreedt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie of, indien dit bedrag hoger is, ten hoogste eenmaal het bedrag van de te weinig geheven accijns. Dit is ook van toepassing op de accijnsschuld wanneer die teniet is gegaan ingevolge het van overeenkomstige toepassing verklaarde artikel 124, eerste lid, onderdeel e, van het Douanewetboek van de Unie.
Artikel 98
Degene die opzettelijk een accijnsgoed waarvoor vrijstelling of teruggaaf van accijns is verleend een bestemming geeft waarvoor geen vrijstelling of teruggaaf van accijns zou zijn verleend, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie of, indien dit bedrag hoger is, ten hoogste eenmaal het bedrag van de te weinig geheven accijns. Dit is ook van toepassing op de accijnsschuld wanneer die teniet is gegaan ingevolge het van overeenkomstige toepassing verklaarde artikel 124, eerste lid, onderdeel e, van het Douanewetboek van de Unie.
Artikel 99
Degene die het in artikel 90, eerste lid, of artikel 90a, eerste lid, opgenomen verbod overtreedt, wordt gestraft met geldboete van de derde categorie.
Degene die het in artikel 90, eerste lid, of artikel 90a, eerste lid, opgenomen verbod overtreedt terwijl hij weet of redelijkerwijs kan weten dat het distilleertoestel, onderscheidenlijk het tabaksproductieapparaat bestemd is of zal worden bestemd om te worden gebruikt tot ontduiking van de accijns, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie.
Artikel 100
Degene die een in de artikelen 91, eerste en tweede lid, of 92 opgenomen verbod overtreedt, wordt gestraft met geldboete van de derde categorie.
Degene die een van de in het eerste lid bedoelde verboden opzettelijk overtreedt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie.
Artikel 101
Degene die een in deartikelen 93, eerste lid, 94, eerste lid, 95, eerste en tweede lid, of 96 opgenomen verbod overtreedt, wordt gestraft met geldboete van de derde categorie.
Degene die een van de in het eerste lid bedoelde verboden opzettelijk overtreedt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie.
Artikel 102
Degene die tabaksproducten die in strijd met de wettelijke bepalingen niet zijn voorzien van de voorgeschreven accijnszegels uitslaat tot verbruik, wordt gestraft met geldboete van de derde categorie.
Degene die het in het eerste lid bedoelde verbod opzettelijk overtreedt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie.
Hoofdstuk VIII. Slotbepalingen
Artikel 103
De inwerkingtreding van deze wet wordt bij wet geregeld.
Artikel 104
Deze wet kan worden aangehaald als Wet op de accijns.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 71d
Op verzoek wordt teruggaaf van accijns verleend voor andere minerale oliën dan halfzware olie als bedoeld in GN-code 2710 19 21, indien die olie is afgeleverd in de brandstoftanks van en is gebruikt voor de voortstuwing van luchtvaartuigen, andere dan plezierluchtvaartuigen.
De teruggaaf wordt verleend aan degene op wiens naam het luchtvaartuig is geregistreerd in het register voor burgerluchtvaartuigen, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, van de Wet luchtvaart. Ingeval teruggaaf wordt verzocht voor een in het buitenland geregistreerd luchtvaartuig, wordt deze verleend aan de eigenaar van dit luchtvaartuig dan wel aan degene die daartoe door deze is gemachtigd.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorwaarden en beperkingen worden gesteld ter uitvoering van de teruggaaf en kan in bij die regeling aangewezen gevallen een ander dan de in het tweede lid bedoelde persoon worden aangewezen als degene aan wie de teruggaaf wordt verleend.
Hoofdstuk VI. Bijzondere bepalingen
Afdeling 1. Accijnszegels
Afdeling 2. Controlebepalingen
Afdeling 1. Accijnszegels
Afdeling 3. Overige bepalingen
Artikel 86
Vervallen
Hoofdstuk VII. Verbodsbepalingen en strafbepalingen
Afdeling 2A. Wijziging van de accijns van minerale oliën
Afdeling 2. Strafbepalingen
Hoofdstuk VIII. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 2h
Vervallen
Afdeling 2. Algemene verbodsbepalingen
Hoofdstuk II. Definities van de accijnsgoederen en tarieven
Afdeling 1. Bier
Afdeling 2. Wijn
Afdeling 2a. Tussenproducten
Afdeling 3. Overige alcoholhoudende producten
Afdeling 4
Artikel 16
Vervallen
Afdeling 5
Afdeling 6. Minerale oliën
Afdeling 7. Tabaksproducten
Artikel 35a
Vervallen
Afdeling 8. Alcoholgehalte en volume
Hoofdstuk III. Uitslag tot verbruik
Afdeling 1. Accijnsgoederenplaats
Afdeling 2. Vergunning voor een accijnsgoederenplaats
Afdeling 2a. Geregistreerde geadresseerde en geregistreerde afzender
Afdeling 2b. Verkopen op afstand
Afdeling 2c. Gecertificeerde geadresseerde en gecertificeerde afzender
Afdeling 4. Zekerheid
Afdeling 6. Hoofdelijke aansprakelijkheid
Hoofdstuk IV. Invoer
Hoofdstuk V. Vrijstellingen en teruggaven
Afdeling 6. Hoofdelijke aansprakelijkheid
Artikel 67
Vervallen
Afdeling 2. Teruggaven
Artikel 69a
Onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden en beperkingen wordt teruggaaf van accijns verleend voor minerale oliën die worden gebruikt voor de opwekking van elektriciteit in een installatie met een elektrisch vermogen van minimaal 60 kilowatt, voorzover de opgewekte elektriciteit wordt ingevoed op een Nederlands net dan wel, indien geen invoeding op een Nederlands net plaatsvindt, voorzover de opgewekte elektriciteit overeenkomstig artikel 50, derde lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag in de heffing van energiebelasting wordt betrokken.
Voor de toepassing van dit artikel wordt onder net verstaan een transmissie- of distributiesysteem voor elektriciteit als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet.
Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.
Hoofdstuk Va. Bijzondere regeling voor biobrandstoffen
Afdeling 1. Accijnszegels
Afdeling 1. Accijnszegels
Afdeling 2. Controlebepalingen
Artikel 86
Vervallen
Hoofdstuk VII. Verbodsbepalingen en strafbepalingen
Afdeling 3. Overige bepalingen
Afdeling 1. Verbodsbepalingen
Hoofdstuk VII. Verbodsbepalingen en strafbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 72a
Indien een vergunninghouder van een accijnsgoederenplaats gebruik wil maken van een verlaagd tarief voor kleine producenten van alcoholhoudende dranken in een lidstaat van bestemming, dient hij in zijn administratie een verklaring op te nemen waarin ten minste is opgenomen:
- a. de hoeveelheid alcoholhoudende dranken dat jaarlijks wordt vervaardigd in de accijnsgoederenplaats; en
- b. de bevestiging dat de vergunninghouder voldoet aan de voor zover van toepassing zijnde criteria, bedoeld in artikel 4, tweede lid, artikel 9bis, tweede lid, artikel 13bis, vierde lid, artikel 18bis, derde lid, en artikel 22, tweede lid, van de Richtlijn 92/83/EEG van de Raad van 19 oktober 1992 betreffende de harmonisatie van de structuur van de accijns op alcohol en alcoholhoudende dranken (PbEG 1992, L 316).
Bij ministeriële regeling kunnen voorwaarden en beperkingen worden gesteld met betrekking tot de toepassing van het eerste lid.
Hoofdstuk VI. Bijzondere bepalingen
Afdeling 1. Accijnszegels
Afdeling 1. Accijnszegels
Afdeling 2. Controlebepalingen
Artikel 86
Vervallen
Hoofdstuk VII. Verbodsbepalingen en strafbepalingen
Afdeling 1. Verbodsbepalingen
Afdeling 2. Strafbepalingen
Hoofdstuk VIII. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 76a
Vervallen
Afdeling 2. Controlebepalingen
Afdeling 3. Overige bepalingen
Artikel 86
Vervallen
Hoofdstuk VII. Verbodsbepalingen en strafbepalingen
Afdeling 3. Overige bepalingen
Afdeling 1. Verbodsbepalingen
Hoofdstuk VIII. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 67
Vervallen
Artikel 68a
De artikelen 21a en 21b van de Wet op de omzetbelasting 1968 zijn van overeenkomstige toepassing.
Afdeling 2. Teruggaven
Hoofdstuk Va. Bijzondere regeling voor biobrandstoffen
Hoofdstuk VI. Bijzondere bepalingen
Afdeling 1. Accijnszegels
Afdeling 2. Controlebepalingen
Afdeling 2A. Wijziging van de accijns van minerale oliën
Artikel 86
Vervallen
Hoofdstuk VII. Verbodsbepalingen en strafbepalingen
Afdeling 2A. Wijziging van de accijns van minerale oliën
Afdeling 2. Strafbepalingen
Hoofdstuk VIII. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 66b
Onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden en beperkingen wordt vrijstelling van accijns verleend ter zake van de uitslag tot verbruik van accijnsgoederen uit een accijnsgoederenplaats, gelegen op een luchthaven of op een haventerrein, die worden meegevoerd in de persoonlijke bagage van reizigers die zich door de lucht of over zee naar een derdelandsgebied of een derde land begeven.
De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, is mede van toepassing met betrekking tot de accijnsgoederen die aan boord van een luchtvaartuig of schip worden geleverd tijdens een vlucht of overtocht naar een derdelandsgebied of een derde land.
Voor de toepassing van dit artikel wordt onder reiziger die zich naar een derdelandsgebied of derde land begeeft, verstaan: iedere passagier die in het bezit is van een bewijs van vervoer door de lucht of over zee, waarop als definitieve bestemming een in een derdelandsgebied of derde land gelegen luchthaven of haven is vermeld.
In afwijking van artikel 74 kunnen tabaksproducten worden opgeslagen in een accijnsgoederenplaats van waaruit de in het eerste lid bedoelde uitslag tot verbruik plaatsvindt.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.
Afdeling 2. Teruggaven
Artikel 71e
Vervallen
Artikel 71f
Vervallen
Artikel 71g
Artikel 69 van de Wet belastingen op milieugrondslag is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot vloeibaar gemaakt petroleumgas, indien geen aansluiting aanwezig is voor aardgas.
In afwijking van artikel 69, vijfde en zesde lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag bedraagt de teruggaaf € 108,16 per 1 000 kilogram vloeibaar gemaakt petroleumgas.
Hoofdstuk Va. Bijzondere regeling voor biobrandstoffen
Hoofdstuk Va. Bijzondere regeling voor biobrandstoffen
Afdeling 1. Accijnszegels
Afdeling 2A. Wijziging van de accijns van minerale oliën
Artikel 86
Vervallen
Hoofdstuk VII. Verbodsbepalingen en strafbepalingen
Afdeling 3. Overige bepalingen
Artikel 95a
Ingeval van verhoging van de accijns van sigaretten of rooktabak is het met ingang van de eerste dag van de tweede kalendermaand volgend op de kalendermaand van inwerkingtreding van die verhoging niet toegestaan sigaretten of rooktabak aan wederverkopers te verkopen, te koop aan te bieden of af te leveren indien de verpakking is voorzien van de vóór de ingangsdatum van de verhoging bij de uitslag tot verbruik voor het desbetreffende tabaksproduct geldende accijnszegel.
Het eerste lid is niet van toepassing op pijptabak, zijnde rooktabak als bedoeld in artikel 32, bestemd om te worden gerookt met een pijp.
Onder een wederverkoper als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan een verkoopautomaat bestemd voor de verkoop van tabaksproducten. Onder afleveren als bedoeld in het eerste lid aan een verkoopautomaat bestemd voor de verkoop van tabaksproducten wordt niet verstaan het afleveren van tabaksproducten die uit een andere verkoopautomaat van dezelfde eigenaar afkomstig zijn.
Onder afleveren als bedoeld in het eerste lid wordt voor een bedrijf, waarvan het distributiecentrum en de detailhandel tot dezelfde rechtspersoon behoren, mede verstaan het afleveren door het distributiecentrum aan de detailhandel.
Onder afleveren als bedoeld in het eerste lid wordt niet verstaan het retourneren van sigaretten of rooktabak door wederverkopers aan diegenen die daaraan voorafgaand deze tabaksproducten aan deze wederverkopers hebben verkocht of afgeleverd.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.
Afdeling 2. Strafbepalingen
Afdeling 3. Bestuurlijke boete
Artikel 102a
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)