Besluit van 6 november 1991, houdende vaststelling van het Kadasterbesluit

Type AMvB
Publication 2019-07-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 24 januari 1991, nr. MJZ24191041, Centrale Directie Juridische Zaken, afdeling Wetgeving, gedaan mede namens Onze Minister van Justitie;

Gelet op de artikelen 2, 45, 56, 57, derde lid, 59, tweede lid, 64, eerste lid, 65, eerste lid, 67, eerste lid, 70, eerste lid, 73, eerste, tweede en vierde lid, 74, eerste lid, 75, eerste lid, 87, vierde lid, 89, tweede lid, 91, 94, vierde lid, 96, tweede lid, 98, 102, derde lid, en 105, eerste en tweede lid, van de Kadasterwet (Stb. 1991, 570);

De Raad van State gehoord, advies van 13 augustus 1991, no. W08.91.0049;

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 29 oktober 1991, nr. MJZ 29o91014, Centrale Directie Juridische Zaken, afdeling Wetgeving, uitgebracht mede namens Onze Minister van Justitie;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel 2
1.

Onroerende zaken worden kadastraal aangeduid door vermelding van achtereenvolgens de kadastrale gemeente en sectie, waarin de percelen en gedeelten van percelen zijn gelegen waarvan het grondgebied tot die zaak behoort, alsmede de nummers van die percelen. Onze Minister kan regels vaststellen omtrent de wijze waarop gedeelten van percelen, naast vermelding van de kadastrale aanduiding, nader worden aangeduid in het in te schrijven stuk. Voor een onroerende zaak die zich krachtens een opstalrecht op, in of boven de grond van een ander bevindt, geldt dezelfde kadastrale aanduiding als van de onroerende zaak die met dat opstalrecht is bezwaard. De tweede zin is van overeenkomstige toepassing op een onroerende zaak die zich op, in of boven de grond van een ander bevindt krachtens een recht als bedoeld in het vóór 1 januari 1992 geldende artikel 5, derde lid, onder b, laatste zinsnede, van de Belemmeringenwet Privaatrecht en daar aangeduid als een recht niet met name in het Burgerlijk Wetboek genoemd.

2.

Appartementsrechten worden kadastraal aangeduid door de vermelding van achtereenvolgens de kadastrale gemeente en sectie, waarin de in de splitsing betrokken percelen zijn gelegen, de complexaanduiding en de appartementsindex.

3.

De in het tweede lid bedoelde complexaanduiding bestaat uit het voor de in de splitsing betrokken percelen vastgestelde complexnummer, gevolgd door de hoofdletter A. De in het tweede lid bedoelde appartementsindex is het nummer dat op de in artikel 109, tweede lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde tekening is aangebracht als kenmerk van de gedeelten die voor gebruik als afzonderlijk geheel bestemd zijn of worden en waarvan het uitsluitend gebruik in het appartementsrecht is begrepen. Onze Minister stelt regelen vast omtrent de vaststelling van het complexnummer.

4.

Ingeval de in de splitsing in appartementsrechten betrokken percelen in verschillende burgerlijke gemeenten zijn gelegen is het tweede lid van overeenkomstige toepassing met dien verstande, dat in dat geval de bewaarder bepaalt van welke van de betrokken kadastrale gemeenten de naam wordt vermeld in de vast te stellen kadastrale aanduiding van de appartementsrechten waarin die percelen worden gesplitst.

5.

In afwijking van het eerste lid worden netwerken aangeduid door vermelding van achtereenvolgens de naam van de gemeente waarin het kantoor van de Dienst, binnen welks kring het netwerk is gelegen, is gevestigd, alsmede een hoofdletter en het nummer van het betreffende netwerk. Onze Minister stelt regelen vast omtrent de vaststelling van het nummer van het betreffende netwerk.

6.

Indien een netwerk is gelegen binnen de kring van meer dan één kantoor van de Dienst, wordt het netwerk ten aanzien van elk van die kantoren kadastraal aangeduid.

Artikel 2a

Stukken ter verkrijging van inschrijving van feiten die betrekking hebben op onroerende zaken of op rechten waaraan die zaken zijn onderworpen, worden, voor zover in papieren vorm, aangeboden op een plaats als bedoeld in artikel 4, onderdeel b, van de wet en, voor zover in elektronische vorm, aan een elektronisch postadres als bedoeld in artikel 10 van de wet.

Artikel 2b

Ter uitvoering van de taak, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdeel f, van de Kadasterwet, heeft de Dienst, onverminderd het bepaalde daaromtrent bij of krachtens de Kadasterwet, mede tot taak het vervaardigen van informatie door verwerking van persoons- en niet-persoonsgegevens die de Dienst heeft verkregen in het kader van de vervulling van de hem opgedragen taken en het verstrekken van die informatie, voorzover die informatie strekt tot:

Hoofdstuk 2. Openbare registers voor registergoederen

Artikel 3
1.

Ter inschrijving van een overgang van een registergoed die bij of krachtens een wet geschiedt, wordt in afwijking van het bepaalde in artikel 45, tweede lid, van de wet, en voor zover bij of krachtens de desbetreffende wet niet anders is bepaald, aangeboden een opgaaf die onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 2, titel 2, van de wet, tevens inhoudt:

2.

De in het eerste lid bedoelde opgaaf wordt gedaan door de meest gerede rechthebbende, tenzij bij of krachtens wet anders is bepaald.

3.

Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de inschrijving van een overgang van een registergoed, die het gevolg is van een internationaal verdrag dat, of een internationale overeenkomst die, in verband met wijziging van de landsgrenzen, verandering in eigendomssituaties brengt.

Hoofdstuk 3. Bijwerking van de kadastrale registratie en de kadastrale kaarten

Titel 1. Algemene bepalingen omtrent bijwerking

Artikel 4
1.

Terstond nadat een inschrijving in de openbare registers heeft plaatsgevonden, wordt bij de in de basisregistratie kadaster vermeld staande gegevens waarop de inschrijving betrekking heeft, overeenkomstig door het bestuur van de Dienst daartoe vast te stellen regelen een aantekening geplaatst dat er een stuk is ingeschreven.

2.

De in het eerste lid bedoelde aantekening wordt achterwege gelaten indien de bijwerking van de basisregistratie kadaster terstond plaatsvindt, of indien terstond in de basisregistratie kadaster een aantekening wordt geplaatst overeenkomstig het bepaalde in artikel 6, tweede lid, 12, eerste lid, tweede zin, of 13, eerste lid, tweede zin.

3.

Nadat de bijwerking is voltooid, of een aantekening is geplaatst als bedoeld in het tweede lid, wordt de in het eerste lid bedoelde aantekening verwijderd.

Artikel 5
1.

Indien een bijwerking leidt tot het wijzigen of aanvullen van de in de basisregistratie kadaster vermeld staande gegevens betreffende de eigenaars of beperkt gerechtigden, de kadastrale aanduiding, de grootte, dan wel enig in artikel 48, tweede lid, onder c, van de wet bedoeld gegeven, wordt bij het gewijzigde of aangevulde gegeven overeenkomstig door het bestuur van de Dienst daartoe vast te stellen regelen verwezen naar het stuk op grond waarvan de bijwerking heeft plaatsgevonden.

2.

Bij regeling van het bestuur van de Dienst kan worden bepaald dat een verwijzing als bedoeld in het eerste lid, ook gesteld wordt bij het wijzigen of aanvullen van andere dan de in het eerste lid bedoelde gegevens.

Artikel 6
1.

Indien een inschrijving in de openbare registers betrekking heeft op een geheel perceel of een appartementsrecht dan wel op een perceel met een voorlopige grens of een administratieve grens of een gedeelte van een perceel, anders dan in het tweede lid is bedoeld, worden de in artikel 48, tweede lid, van de wet bedoelde gegevens met inachtneming van artikel 4 terstond bijgewerkt door wijziging of aanvulling van die gegevens, overeenkomstig door het bestuur van de Dienst daartoe te stellen regelen.

2.

Indien een inschrijving in de openbare registers de overgang betreft van een perceel met een voorlopige grens of een gedeelte van een perceel of betrekking heeft op een zodanige vestiging, overgang, wijziging of afstand van een beperkt recht, dat dit recht op een perceel met een voorlopige grens of een gedeelte van een perceel komt te rusten, wordt het feit waarop de inschrijving betrekking heeft, in de basisregistratie kadaster met inachtneming van artikel 4 terstond aangetekend overeenkomstig door het bestuur van de Dienst daartoe vast te stellen regelen, tenzij sprake is van één der in het derde lid bedoelde gevallen waarin de bijwerking plaatsvindt als bijhouding zonder dat een meting plaatsvindt.

3.

De gevallen, bedoeld in het tweede lid, waarin de bijhouding geschiedt zonder dat een meting plaatsvindt, zijn:

Artikel 7

De in artikel 6, tweede lid, bedoelde aantekening in de basisregistratie kadaster wordt vervangen door de tevens door de meting verkregen gegevens, zodra het relaas van bevindingen als bedoeld in artikel 57, vierde lid, van de wet gereed is, overeenkomstig door het bestuur van de Dienst daartoe vast te stellen regelen.

Artikel 8

Het van de basisregistratie kadaster deel uitmakende namenbestand, dat de in artikel 48, tweede lid, onderdelen a, g en k, van de wet bedoelde gegevens en verwijzingen bevat, wordt gewijzigd en aangevuld overeenkomstig hetgeen bij of krachtens artikel 6 is bepaald.

Artikel 9

Het van de basisregistratie kadaster deel uitmakende percelenbestand, waarin alle percelen en appartementsrechten met hun kadastrale aanduiding zijn opgenomen en dat de verwijzingen bevat als bedoeld in artikel 48, tweede lid, onderdeel h, van de wet, wordt gewijzigd en aangevuld overeenkomstig hetgeen bij of krachtens de artikelen 4 tot en met 7 is bepaald.

Titel 2. Bijzondere bepalingen betreffende bijhouding

Artikel 10
1.

Indien een inschrijving in de openbare registers betrekking heeft op een perceel, een perceel met een voorlopige grens of een administratieve grens of een gedeelte van een perceel, dan wel op een appartementsrecht, waarop blijkens de basisregistratie kadaster een publiekrechtelijke eigendoms- of gebruiksbeperking, dan wel een schuldplichtigheid met zakelijke werking rust, wordt de vermelding van die beperking of schuldplichtigheid in de basisregistratie kadaster gehandhaafd overeenkomstig door het bestuur van de Dienst daartoe vast te stellen regelen.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.