Burgerlijk Wetboek Boek 6, Verbintenissenrecht

Type Wet
Publication 2026-07-16
Laatst bijgewerkt 2026-07-18
State In force
Source BWB
artikelen 344
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
  • s. voor zover van toepassing, de relevante comptabiliteit en interoperabiliteit van een zaak met digitale elementen, digitale inhoud of een digitale dienst waarvan de handelaar op de hoogte is of redelijkerwijs kan worden verondersteld op de hoogte te zijn;
  • t. voor zover van toepassing, de mogelijkheid van toegang tot buitengerechtelijke klachten- en geschilbeslechtingsprocedures waarbij de handelaar zich heeft aangesloten, en de wijze waarop daar toegang toe is;
  • u. indien van toepassing, dat de prijs is gepersonaliseerd op basis van geautomatiseerde besluitvorming;
  • v. indien de producent de consument zonder extra kosten een commerciële garantie van duurzaamheid die de gehele zaak dekt biedt voor meer dan twee jaar en deze informatie ter beschikking stelt van de handelaar, de informatie dat die zaak onder deze garantie valt, de duur daarvan en een herinnering aan het bestaan van de wettelijke regeling om een zaak te leveren die beantwoordt aan de overeenkomst, die op een in het oog springende manier worden verstrekt met behulp van het etiket, bedoeld in artikel 22 bis van de richtlijn;
  • w. een herinnering aan het bestaan van de wettelijke regeling om digitale inhoud of een digitale dienst te leveren die aan de overeenkomst beantwoordt;
  • x. voor zaken met digitale elementen, voor digitale inhoud of voor digitale diensten, wanneer deze informatie door de producent of de aanbieder ter beschikking is gesteld van de handelaar, de minimumperiode, uitgedrukt als een tijdsduur of onder verwijzing naar een datum, waarin de producent of de aanbieder een software-update ter beschikking stelt;
  • y. waar van toepassing, de repareerbaarheidsscore voor de zaken;
  • z. indien onderdeel y niet van toepassing is en mits de producent de informatie ter beschikking van de handelaar stelt, informatie over de beschikbaarheid en de geraamde kostprijs van, en de procedure voor het bestellen van reserveonderdelen die noodzakelijk zijn om ervoor te zorgen dat de zaken aan de overeenkomst blijven beantwoorden, over de beschikbaarheid van reparatie- en onderhoudsinstructies en over reparatiebeperkingen.
2.

Bij een openbare veiling kan aan de in lid 1 in onderdelen b, c en d, bedoelde informatieverplichting worden voldaan door de overeenkomstige gegevens van de veilingmeester te verstrekken.

3.

Voordat de consument gebonden is aan een overeenkomst op afstand, of een overeenstemmend aanbod, op een onlinemarktplaats, verstrekt de aanbieder van de onlinemarktplaats de consument op een duidelijke en begrijpelijke wijze die passend is voor communicatie op afstand, de volgende informatie:

  • a. algemene informatie die beschikbaar wordt gesteld in een specifieke afdeling van de online interface die rechtstreeks en gemakkelijk toegankelijk is vanaf de pagina waarop de aanbiedingen worden gepresenteerd, over de belangrijkste parameters ter bepaling van de rangschikking, bedoeld in artikel 193a lid 1, onderdeel l, van de aanbiedingen die aan de consument worden gepresenteerd als gevolg van de zoekopdracht, en het relatieve belang van die parameters ten opzichte van andere parameters;
  • b. of de derde die de zaken, diensten of digitale inhoud aanbiedt, al dan niet een handelaar is, op basis van de verklaring van deze derde aan de aanbieder van de onlinemarktplaats;
  • c. wanneer de derde die de zaken, diensten of digitale inhoud aanbiedt, geen handelaar is, dat de uit het Unierecht voortvloeiende consumentenrechtenbescherming niet van toepassing is op de overeenkomst;
  • d. indien van toepassing, de wijze waarop de met de overeenkomst verband houdende verplichtingen worden verdeeld tussen de derde die de zaken, diensten of digitale inhoud aanbiedt en de aanbieder van de onlinemarktplaats, waarbij dergelijke informatie geen afbreuk doet aan de verantwoordelijkheid die de aanbieder van de onlinemarktplaats of de derde-handelaar overeenkomstig het Unierecht of nationale recht heeft met betrekking tot de overeenkomst.
Artikel 230n
1.

Aan de in artikel 230m lid 1, onderdelen h, i en j, bedoelde verplichtingen kan worden voldaan door verstrekking van door de handelaar ingevulde modelinstructies voor ontbinding als bedoeld in bijlage I deel A van de richtlijn.

2.

De in artikel 230m lid 1 bedoelde informatie vormt een integraal onderdeel van de overeenkomst op afstand of van de overeenkomst buiten de verkoopruimte en wordt niet gewijzigd, tenzij de partijen in de overeenkomst uitdrukkelijk anders overeenkomen.

3.

Niet opgegeven bijkomende kosten als bedoeld in artikel 230m lid 1, onderdelen e en i, zijn niet verschuldigd.

4.

Op de handelaar rust de bewijslast voor de juiste en tijdige verstrekking van de in deze paragraaf genoemde informatie.

Artikel 230o
1.

De consument kan een overeenkomst op afstand of een overeenkomst buiten de verkoopruimte zonder opgave van redenen ontbinden tot een termijn van veertien dagen is verstreken, na:

  • a. bij een overeenkomst tot het verrichten van diensten: de dag waarop de overeenkomst wordt gesloten;
  • b. bij een consumentenkoop:
  • 1°. de dag waarop de consument of een door de consument aangewezen derde, die niet de vervoerder is, de zaak heeft ontvangen;
  • 2°. de dag waarop de consument of een door de consument aangewezen derde, die niet de vervoerder is, de laatste zaak heeft ontvangen, indien de consument in eenzelfde bestelling meerdere zaken heeft besteld die afzonderlijk worden geleverd;
  • 3°. de dag waarop de consument of een door de consument aangewezen derde, die niet de vervoerder is, de laatste zending of het laatste onderdeel heeft ontvangen indien de levering van een zaak bestaat uit verschillende zendingen of onderdelen; of
  • 4°. de dag waarop de consument of een door de consument aangewezen derde, die niet de vervoerder is, de eerste zaak heeft ontvangen voor een overeenkomst die strekt tot de regelmatige levering van zaken gedurende een bepaalde periode;
  • c. bij een overeenkomst tot levering van water, gas of elektriciteit, die niet gereed voor verkoop zijn gemaakt in een beperkt volume of in een bepaalde hoeveelheid, van stadsverwarming of van digitale inhoud, anders dan op een materiële drager: de dag waarop de overeenkomst wordt gesloten.
2.

Indien niet aan de in artikel 230m lid 1, onderdeel h, gestelde eisen is voldaan wordt de in het vorige lid bedoelde termijn verlengd met de tijd die is verstreken vanaf het tijdstip, bedoeld in het vorige lid, tot het moment waarop alle ontbrekende gegevens alsnog op de voorgeschreven wijze aan de consument zijn verstrekt, doch met ten hoogste twaalf maanden.

3.

De consument oefent het in lid 1 bedoelde recht uit door binnen de in dat lid gestelde termijn het ingevulde modelformulier voor ontbinding, bedoeld in bijlage I deel B van de richtlijn, te zenden of een andere daartoe strekkende ondubbelzinnige verklaring te doen aan de handelaar.

4.

Brengt de consument op elektronische wijze via de website van de handelaar een verklaring tot ontbinding uit, dan bevestigt de handelaar onverwijld op een duurzame gegevensdrager de ontvangst van deze verklaring.

5.

Op de consument rust de bewijslast voor de juiste en tijdige uitoefening van het in lid 1 bedoelde recht.

Artikel 230p

De consument heeft geen recht van ontbinding bij:

  • a. een overeenkomst waarbij de prijs van de zaken of diensten gebonden is aan schommelingen op de financiële markten waarop de handelaar geen invloed heeft en die zich binnen de ontbindingstermijn kunnen voordoen;
  • b. een overeenkomst waarbij de consument de handelaar specifiek verzocht heeft hem te bezoeken om daar dringende herstellingen of onderhoud te verrichten, met uitzondering van:
  • 1°. aanvullende dienstverlening waar de consument niet uitdrukkelijk om heeft verzocht;
  • 2°. de levering van andere zaken dan die noodzakelijk zijn om het onderhoud of de herstellingen uit te voeren;
  • c. een overeenkomst die is gesloten tijdens een openbare veiling;
  • d. een overeenkomst tot het verrichten van diensten, na nakoming van de overeenkomst, en voor zover de overeenkomst voor de consument een betalingsverplichting inhoudt, indien:
  • 1°. de nakoming is begonnen met uitdrukkelijke voorafgaande instemming van de consument; en
  • 2°. de consument heeft verklaard afstand te doen van zijn recht van ontbinding zodra de handelaar de overeenkomst is nagekomen;
  • e. een overeenkomst tot het verrichten van diensten die strekt tot de terbeschikkingstelling van accommodatie anders dan voor woondoeleinden, van goederenvervoer, van autoverhuurdiensten, van catering en van diensten met betrekking tot vrijetijdsbesteding, indien in de overeenkomst een bepaald tijdstip of een bepaalde periode van nakoming is voorzien;
  • f. een consumentenkoop betreffende:
  • 1°. de levering van volgens specificaties van de consument vervaardigde zaken, die niet geprefabriceerd zijn en die worden vervaardigd op basis van een individuele keuze of beslissing van de consument, of die duidelijk voor een specifieke persoon bestemd zijn;
  • 2°. de levering van zaken die snel bederven of die een beperkte houdbaarheid hebben;
  • 3°. de levering van zaken die niet geschikt zijn om te worden teruggezonden om redenen van gezondheidsbescherming of hygiëne en waarvan de verzegeling na de levering is verbroken;
  • 4°. de levering van zaken die na levering door hun aard onherroepelijk vermengd zijn met andere zaken;
  • 5°. de levering van alcoholische dranken waarvan de prijs is overeengekomen bij het sluiten van een consumentenkoop, maar waarvan de levering slechts kan plaatsvinden na dertig dagen, en waarvan de werkelijke waarde afhankelijk is van schommelingen van de markt waarop de handelaar geen invloed heeft;
  • 6°. de levering van audio- en video-opnamen en computerprogrammatuur waarvan de verzegeling na levering is verbroken;
  • 7°. de levering van kranten, tijdschriften of magazines, met uitzondering van een overeenkomst voor de geregelde levering van dergelijke publicaties;
  • g. een overeenkomst voor de levering van digitale inhoud die niet op een materiële drager is geleverd voor zover de nakoming is begonnen, en voor zover de overeenkomst voor de consument een betalingsverplichting inhoudt, indien:
  • 1°. de nakoming is begonnen met uitdrukkelijke voorafgaande toestemming van de consument;
  • 2°. de consument heeft verklaard dat hij daarmee afstand doet van zijn recht van ontbinding; en
Artikel 230q
1.

In afwijking van artikel 219 kan een aanbod van de consument tot het aangaan van een overeenkomst aan de handelaar op de in artikel 230o bepaalde wijze worden herroepen.

2.

Door een ontbinding overeenkomstig artikel 230o worden van rechtswege alle aanvullende overeenkomsten ontbonden.

Artikel 230r
1.

De handelaar vergoedt na ontbinding van de overeenkomst overeenkomstig artikel 230o onverwijld doch uiterlijk binnen veertien dagen na de dag van ontvangst van de verklaring tot ontbinding alle van de consument ontvangen betalingen, met inbegrip van de leveringskosten.

2.

De handelaar komt de in lid 1 bedoelde verbintenis na, met gebruikmaking van hetzelfde betaalmiddel als door de consument is gebruikt ter voldoening van de voor de ontbinding op de consument rustende verbintenissen, tenzij de consument uitdrukkelijk met een ander betaalmiddel heeft ingestemd en met dien verstande dat de consument hierdoor geen kosten mag hebben.

3.

Onverminderd het bepaalde in lid 1 is de handelaar niet verplicht de bijkomende kosten terug te betalen, indien de consument uitdrukkelijk voor een andere wijze dan de door de handelaar aangeboden minst kostbare wijze van standaardlevering heeft gekozen.

4.

Tenzij de handelaar heeft aangeboden de op basis van de ontbonden overeenkomst geleverde zaken zelf af te halen, kan de consument eerst nakoming vorderen van de in lid 1 bedoelde verbintenis nadat de handelaar de zaken heeft ontvangen of de consument heeft aangetoond dat hij de zaken heeft teruggezonden, naar gelang welk tijdstip het eerst valt.

5.

De handelaar ziet bij ontbinding af van het gebruik van andere inhoud dan persoonsgegevens die door de consument was verstrekt of gecreëerd bij het gebruik van de door de handelaar geleverde digitale inhoud of verrichte digitale dienst, tenzij die inhoud:

  • a. geen nut heeft buiten de context van de door de handelaar geleverde digitale inhoud of verrichte digitale dienst;
  • b. uitsluitend verband houdt met de activiteit van de consument bij het gebruik van de door de handelaar geleverde digitale inhoud of verrichte digitale dienst;
  • c. door de handelaar met andere gegevens is samengevoegd en niet of uitsluitend met bovenmatige inspanningen kan worden ontvlochten; of
  • d. door de consument en anderen gezamenlijk is gegenereerd, en andere consumenten die inhoud kunnen blijven gebruiken.
6.

De handelaar maakt op verzoek van de consument alle andere inhoud dan persoonsgegevens beschikbaar die door de consument was verstrekt of gecreëerd bij het gebruik van de door de handelaar geleverde digitale inhoud of verrichte digitale dienst, uitgezonderd de in lid 5, onderdelen a, b of c, genoemde situaties. De consument heeft het recht die inhoud kosteloos binnen een redelijke termijn en in een gangbaar en machinaal leesbaar gegevensformaat op te vragen, zonder belemmeringen van de handelaar.

7.

Onverminderd lid 6 kan de handelaar elk verder gebruik van de digitale inhoud of digitale dienst door de consument beletten.

Artikel 230s
1.

Tenzij de handelaar heeft aangeboden de op basis van de ontbonden overeenkomst geleverde zaken zelf af te halen, zendt de consument onverwijld en in ieder geval binnen veertien dagen na het uitbrengen van de in artikel 230o lid 3 bedoelde verklaring de door hem ontvangen zaken terug of overhandigt deze aan de handelaar of aan een persoon die door de handelaar is gemachtigd om de zaken in ontvangst te nemen.

2.

De consument draagt de rechtstreekse kosten van het terugzenden van de zaak, tenzij de handelaar heeft nagelaten de consument mee te delen dat hij deze kosten moet dragen.

3.

De consument is slechts aansprakelijk voor de waardevermindering van de zaak als een behandeling van de zaak verder is gegaan dan noodzakelijk om de aard, de kenmerken en de werking daarvan vast te stellen. De consument is niet aansprakelijk voor waardevermindering van de zaak wanneer de handelaar heeft nagelaten om overeenkomstig 230m lid 1, onderdeel h, informatie over het recht van ontbinding te verstrekken.

4.

Bij uitoefening van het recht van ontbinding na een verzoek overeenkomstig artikel 230t lid 3 of artikel 230v lid 8 is de consument de handelaar een bedrag verschuldigd dat evenredig is aan dat gedeelte van de verbintenis dat door de handelaar is nagekomen op het moment van uitoefening van het hiervoor bedoelde recht, vergeleken met de volledige nakoming van de verbintenis. Het evenredige bedrag dat de consument aan de handelaar moet betalen, wordt berekend op grond van de totale prijs zoals vastgelegd in de overeenkomst. Als de totale prijs excessief is, wordt het evenredige bedrag berekend op basis van de marktwaarde van het gedeelte van de overeenkomst dat is uitgevoerd.

5.

De consument draagt geen kosten voor:

  • a. de uitvoering van diensten, of de levering van water, gas of elektriciteit, wanneer deze niet in beperkte volumes of in een bepaalde hoeveelheid gereed voor verkoop zijn gemaakt, of van stadsverwarming, die geheel of gedeeltelijk tijdens de ontbindingstermijn zijn verleend, indien:
  • 2°. de consument er niet overeenkomstig artikel 230t lid 3 of artikel 230v lid 8 uitdrukkelijk om heeft verzocht met de uitvoering van de dienst tijdens de ontbindingstermijn te beginnen;
  • b. de volledige of gedeeltelijke levering van digitale inhoud die niet op een materiële drager is geleverd, indien:
  • 1°. de consument er van te voren niet uitdrukkelijk mee heeft ingestemd dat de uitvoering kan beginnen voor het einde van de ontbindingstermijn;
  • 2°. de verklaring van de consument als bedoeld in artikel 230p onderdeel g waarmee hij afstand doet van zijn recht van ontbinding ontbreekt; of
6.

De consument is niet aansprakelijk noch enige kosten verschuldigd door de uitoefening van zijn recht van ontbinding, onverminderd het bepaalde in lid 3, alsmede artikel 230r lid 3.

7.

Na de ontbinding van de overeenkomst ziet de consument af van het gebruik van de digitale inhoud of de digitale dienst en van de terbeschikkingstelling daarvan aan derden.

Paragraaf 4. – Aanvullende bepalingen voor overeenkomsten buiten de verkoopruimte

Artikel 230t
1.

Bij de overeenkomst buiten de verkoopruimte verstrekt de handelaar de in artikel 230m lid 1 genoemde informatie in duidelijke en begrijpelijke taal en in leesbare vorm aan de consument op papier of, indien de consument hiermee instemt, op een andere duurzame gegevensdrager.

2.

De handelaar verstrekt aan de consument op papier, of, indien de consument hiermee instemt, op een andere duurzame gegevensdrager, een afschrift van de ondertekende overeenkomst of de bevestiging van de overeenkomst, met inbegrip van de bevestiging van de uitdrukkelijke voorafgaande toestemming en de verklaring van de consument waarmee hij afstand doet van zijn recht van ontbinding overeenkomstig artikel 230p onderdeel g, voor zover van toepassing.

3.

Nakoming van een overeenkomst tot het verrichten van diensten of voor de levering van water, gas of elektriciteit, die niet voor verkoop gereed zijn gemaakt in een beperkt volume of in een bepaalde hoeveelheid, of van stadsverwarming, en die overeenkomst een betalingsverplichting inhoudt, geschiedt tijdens de ontbindingstermijn slechts op uitdrukkelijk verzoek van de consument, door middel van een daartoe strekkende schriftelijke verklaring op een duurzame gegevensdrager, en de consument heeft verklaard dat hij afstand doet van zijn recht op ontbinding zodra de handelaar de overeenkomst volledig is nagekomen.

4.

Bij ontbinding overeenkomstig artikel 230o haalt de handelaar op zijn kosten de aan de consument geleverde zaak af wanneer deze:

  • a. bij het sluiten van de overeenkomst bij de consument thuis is geleverd; en
  • b. de zaak naar zijn aard niet met de gewone post kan worden teruggezonden.
5.

Behalve in het in artikel 230s lid 4 bedoelde geval, kan pas na het verstrijken van de ontbindingstermijn nakoming worden gevorderd van de uit de overeenkomst voortvloeiende verbintenis van de consument tot betaling.

Artikel 230u

Het is een handelaar verboden een aanbod tot het sluiten van een overeenkomst buiten de verkoopruimte te doen indien hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de verplichtingen die daaruit voor de consument kunnen voortvloeien, niet in overeenstemming zijn met diens draagkracht.

Paragraaf 5. – Aanvullende bepalingen voor overeenkomsten op afstand

Artikel 230v
1.

Bij een overeenkomst op afstand verstrekt de handelaar de in artikel 230m lid 1 genoemde informatie aan de consument op een wijze die passend is voor de gebruikte middelen voor communicatie op afstand en in een duidelijke en begrijpelijke taal. Verstrekt de handelaar deze informatie op een duurzame gegevensdrager, dan is zij in leesbare vorm opgesteld.

2.

Voordat op elektronische wijze een overeenkomst op afstand wordt gesloten waaruit een betalingsverplichting voor de consument voortvloeit, wijst de handelaar de consument op een duidelijke en in het oog springende manier en onmiddellijk voordat de consument zijn bestelling plaatst, op de in artikel 230m lid 1, onderdelen a, e, o, p en v, genoemde informatie.

3.

De handelaar richt zijn elektronische bestelproces op zodanige wijze in dat de consument een aanbod niet kan aanvaarden dan nadat hem op niet voor misverstand vatbare wijze duidelijk is gemaakt dat de bestelling een betalingsverplichting inhoudt. Indien de aanvaarding geschiedt door gebruik van een knop of soortgelijke functie, is aan de vorige zin voldaan indien bij het plaatsen van de bestelling in niet voor misverstand vatbare termen en op goed leesbare wijze blijkt dat de aanvaarding een betalingsverplichting jegens de handelaar inhoudt. Een knop of soortgelijke functie wordt daartoe op een goed leesbare wijze aangemerkt met een ondubbelzinnige formulering waaruit blijkt dat het plaatsen van de bestelling een betalingsverplichting jegens de handelaar inhoudt. De enkele zinsnede «bestelling met betalingsverplichting» wordt aangemerkt als een dergelijke ondubbelzinnige verklaring. Een overeenkomst die in strijd met dit lid tot stand komt, is vernietigbaar.

4.

Op websites waarop zaken of diensten door de handelaar worden aangeboden wordt uiterlijk aan het begin van het bestelproces duidelijk en leesbaar aangegeven of er beperkingen gelden voor de levering en welke betaalmiddelen worden aanvaard.

5.

Voordat een overeenkomst op afstand wordt gesloten met behulp van een middel voor communicatie op afstand dat beperkte ruimte of tijd biedt voor het tonen van de informatie, verstrekt de handelaar, bij of via dat specifieke middel, ten minste de precontractuele informatie over de voornaamste kenmerken van de zaken of diensten, de identiteit van de handelaar, de totale prijs, het recht van ontbinding, de duur van de overeenkomst en, bij een overeenkomst voor onbepaalde tijd, de voorwaarden om de overeenkomst op te zeggen, bedoeld in artikel 230m lid 1 onderdelen a, b, e, h en o, met uitzondering van het in onderdeel h bedoelde en in bijlage I, deel B, van de richtlijn opgenomen modelformulier voor ontbinding. De overige in artikel 230m lid 1 bedoelde informatie, met inbegrip van het modelformulier voor ontbinding, wordt door de handelaar op passende wijze aan de consument verstrekt, overeenkomstig lid 1.

6.

De handelaar deelt bij het gebruik van de telefoon met als doel het sluiten van een overeenkomst op afstand met een consument aan het begin van het gesprek de identiteit en, voor zover van toepassing, de identiteit van de persoon namens wie hij opbelt, alsmede het commerciële doel van het gesprek mede. Een overeenkomst op afstand tot het geregeld verrichten van diensten of tot het geregeld leveren van gas, elektriciteit, water of van stadsverwarming, die het gevolg is van dit gesprek, wordt schriftelijk aangegaan. Van deze eis van schriftelijkheid is uitgezonderd de overeenkomst waarin een tussen partijen bestaande overeenkomst wordt verlengd of vernieuwd.

7.

De handelaar verstrekt de consument op een duurzame gegevensdrager binnen een redelijke termijn na het sluiten van de overeenkomst op afstand doch in ieder geval bij de levering van de zaken of voordat de dienst wordt uitgevoerd een bevestiging van de overeenkomst. Deze bevestiging omvat:

  • a. alle in artikel 230m lid 1 bedoelde informatie, voor zover de handelaar deze niet voor het sluiten van de overeenkomst op een duurzame gegevensdrager heeft verstrekt; en
  • b. voor zover van toepassing, de bevestiging van de uitdrukkelijke voorafgaande toestemming en de verklaring van de consument overeenkomstig artikel 230p onderdeel g.
8.

Nakoming van een overeenkomst op afstand tot het verrichten van een dienst of tot levering van water, gas of elektriciteit, die niet gereed voor verkoop zijn gemaakt in een beperkt volume of in een bepaalde hoeveelheid, of tot levering van stadsverwarming, en die overeenkomst een betalingsverplichting inhoudt, geschiedt tijdens de ontbindingstermijn slechts op uitdrukkelijk verzoek van de consument, en de consument heeft verklaard dat hij afstand doet van zijn recht op ontbinding zodra de handelaar de overeenkomst volledig is nagekomen.

Paragraaf 6. – Specifieke bepalingen voor overeenkomsten op afstand en buiten de verkoopruimte inzake financiële producten en financiële diensten

Artikel 230w
1.

Deze paragraaf is slechts van toepassing op overeenkomsten inzake:

  • a. een financieel product;
  • b. een financiële dienst; of
  • c. fondsvorming ter voldoening van de verzorging van de uitvaart van een natuurlijke persoon die wordt aangegaan tussen een natura-uitvaartverzekeraar en een consument, die voor de natura-uitvaartverzekeraar geen beleggingsrisico met zich brengt.
2.

Op overeenkomsten op afstand en overeenkomsten buiten de verkoopruimte zijn de artikelen 230g, 230h, 230i leden 1 en 3, 230j, 230k en 230m lid 3 van toepassing. Op een via een online-interface gesloten overeenkomst op afstand is tevens artikel 230oa van toepassing.

3.

Indien sprake is van een overeenkomst op afstand of een overeenkomst buiten de verkoopruimte, rust op de financiële onderneming de bewijslast voor de juiste en tijdige verstrekking van de informatie die de financiële onderneming op grond van artikel 4:20 lid 1 van de Wet op het financieel toezicht aan de consument dient te verstrekken.

Artikel 230x
1.

Een consument kan een overeenkomst op afstand of een overeenkomst buiten de verkoopruimte zonder een boete verschuldigd te zijn en zonder opgave van redenen ontbinden gedurende veertien kalenderdagen vanaf de dag waarop die overeenkomst is aangegaan dan wel, indien dit later is, gedurende veertien kalenderdagen vanaf de dag waarop de informatie die de financiële onderneming hem op grond van artikel 4:20 lid 1 van de Wet op het financieel toezicht, dient te verstrekken, door hem is ontvangen.

2.

In afwijking van lid 1 kan een consument een overeenkomst op afstand of een overeenkomst buiten de verkoopruimte zonder een boete verschuldigd te zijn en zonder opgave van redenen ontbinden gedurende dertig kalenderdagen vanaf de dag waarop hij van het tot stand komen van de overeenkomst in kennis is gesteld, dan wel, indien dit later is, gedurende dertig kalenderdagen vanaf de dag waarop de informatie die de financiële onderneming hem op grond van artikel 4:20 lid 1 van de Wet op het financieel toezicht, dient te verstrekken, door hem is ontvangen, indien sprake is van een overeenkomst inzake:

  • a. een levensverzekering met een looptijd van meer dan zes maanden;
  • b. een natura-uitvaartverzekering;
3.

De consument wordt geacht het in lid 1 of lid 2 bedoelde recht binnen de in lid 1 of lid 2 bedoelde termijn te hebben uitgeoefend, indien hij de kennisgeving betreffende de uitoefening van het recht van ontbinding voor het verstrijken van die termijn heeft verzonden.

4.

De leden 1 en 2 zijn niet van toepassing op:

  • a. overeenkomsten inzake financiële producten of financiële diensten waarvan de waarde gedurende de termijn, bedoeld in het desbetreffende lid, afhankelijk is van ontwikkelingen op de financiële markten of andere markten;
  • b. overeenkomsten inzake verzekeringen met een looptijd van minder dan een maand;
  • c. overeenkomsten die op uitdrukkelijk verzoek van de consument volledig zijn uitgevoerd voordat de consument gebruik maakt van het in het lid 1 of lid 2 bedoelde recht;
  • f. bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen andere overeenkomsten inzake financiële producten.
5.

Indien aan een overeenkomst op afstand of een overeenkomst buiten de verkoopruimte een andere overeenkomst verbonden is met betrekking tot een zaak of dienst die door de financiële onderneming wordt geleverd of door een derde op grond van een overeenkomst tussen de financiële onderneming en deze derde, brengt de ontbinding van de overeenkomst op afstand of buiten de verkoopruimte overeenkomstig lid 1 of lid 2 van rechtswege en zonder dat de consument een boete verschuldigd is, de ontbinding met zich van die verbonden overeenkomst.

6.

Artikel 230v lid 6, eerste zin, is van overeenkomstige toepassing.

7.

Indien de consument de informatie die de financiële onderneming hem op grond van artikel 4:20 lid 1 van de Wet op het financieel toezicht dient te verstrekken, niet heeft ontvangen, verstrijkt de in lid 1 of lid 2 bedoelde termijn in elk geval na twaalf maanden en veertien dagen vanaf de dag waarop de overeenkomst op afstand of de overeenkomst buiten de verkoopruimte werd gesloten. Dit lid is niet van toepassing indien de consument niet door de financiële onderneming over het in lid 1 of lid 2 bedoelde recht op ontbinding is geïnformeerd.

Artikel 230y
1.

Indien de consument gebruik maakt van zijn in artikel 230x lid 1 of lid 2 bedoelde recht, kan de financiële onderneming uitsluitend een vergoeding vragen voor het financieel product dat of de financiële dienst die ter uitvoering van de overeenkomst op afstand of buiten de verkoopruimte is geleverd. De consument betaalt deze vergoeding onverwijld. Deze vergoeding is:

  • a. niet hoger dan een bedrag dat evenredig is aan de verhouding tussen het reeds geleverde product en de volledige uitvoering van de overeenkomst op afstand of buiten de verkoopruimte; en
  • b. in geen geval zo hoog dat deze als een boete kan worden opgevat.
2.

De financiële onderneming kan slechts betaling van de in lid 2 bedoelde vergoeding verlangen indien zij:

  • b. op uitdrukkelijk verzoek van de consument met de uitvoering van de overeenkomst is begonnen voor het verstrijken van de in artikel 230x lid 1 of lid 2 genoemde termijn.
3.

Indien de consument gebruikt maakt van het in artikel 230x lid 1 of lid 2 bedoelde recht, betaalt de financiële onderneming de consument zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen dertig kalenderdagen nadat zij de kennisgeving van de ontbinding heeft ontvangen, al hetgeen zij op grond van de overeenkomst van de consument ontvangen heeft terug, verminderd met het in lid 2 bedoelde bedrag.

4.

Indien de consument gebruik maakt van het in artikel 230x lid 1 of lid 2 bedoelde recht geeft hij de financiële onderneming zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen dertig kalenderdagen nadat hij de kennisgeving van de ontbinding heeft verzonden, alle geldbedragen terug die hij van de financiële onderneming op grond van de overeenkomst heeft ontvangen.

Artikel 230z
1.

Het is een kredietgever of een kredietbemiddelaar verboden om door persoonlijk bezoek dan wel door of in samenhang met de aanprijzing van een geldkrediet als bedoeld in onderdeel a van de definitie van krediet in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht of van een zaak of een dienst in een groep van ter plaatse van de aanprijzing aanwezige personen te trachten een ander te bewegen tot het als kredietnemer deelnemen aan een geldkrediet, dan wel een ander die handelingen te doen verrichten.

2.

Voor de toepassing van het vorige lid wordt als persoonlijk bezoek niet aangemerkt het persoonlijk bezoek, dat in overwegende mate voortvloeit uit een initiatief van degene, die wordt bezocht, tenzij de bezoeker degene, die hij bezoekt, tracht te bewegen tot het sluiten van een overeenkomst betreffende een ander goed of een andere dienst dan het goed of de dienst, in verband waarmee om het bezoek is verzocht en degene, die wordt bezocht, toen hij het initiatief tot dat bezoek nam niet wist en redelijkerwijs niet kon weten, dat het sluiten van overeenkomsten betreffende dat andere goed of die andere dienst tot de bedrijfs- of beroepsuitoefening van de bezoeker behoorde.

3.

Voor de toepassing van lid 1 wordt als een groep van personen niet aangemerkt een groep, die kennelijk niet met of mede met het oog op de aanprijzing van een goed of een dienst in die groep is bijeengebracht.

4.

Een overeenkomst die in strijd met lid 1 is tot stand gekomen, is vernietigbaar. Een beroep op vernietigbaarheid kan slechts door de consument worden gedaan. De rechter kan na de vernietiging van de overeenkomst vaststellen in welke termijnen de consument aan zijn verplichting tot terugbetaling aan de kredietgever zal hebben te voldoen.

5.

De rechtsvordering tot vernietiging verjaart door verloop van een jaar na de aanvang van de dag waarop de kredietgever de consument schriftelijk heeft gewezen op de mogelijkheid een beroep te doen op de vernietigbaarheid. Artikel 52 lid 2 van Boek 3 is van overeenkomstige toepassing.

6.

Elk beding dat de consument verplicht enige prestatie te verrichten dan wel het recht ontneemt om bij vernietiging van de overeenkomst reeds betaalde bedragen terug te vorderen, is nietig.

7.

Artikel 230u is van overeenkomstige toepassing op de overeenkomst buiten de verkoopruimte inzake een financieel product of een financiële dienst.

Afdeling 3. Algemene voorwaarden

Afdeling 3. Algemene voorwaarden

Afdeling 5. Wederkerige overeenkomsten

Artikel 177a
1.

Bij fysieke schade aan gebouwen en werken, die naar haar aard redelijkerwijs schade door beweging van de bodem als gevolg van de aanleg of de exploitatie van een mijnbouwwerk ten behoeve van het winnen van gas uit het Groningenveld of gasopslag bij Norg of de gasopslag bij Grijpskerk zou kunnen zijn, wordt vermoed dat die schade veroorzaakt is door de aanleg of de exploitatie van dat mijnbouwwerk.

2.

De benadeelde kan zich slechts beroepen op het vermoeden, bedoeld in het eerste lid, indien hij de exploitant, bedoeld in artikel 177, op diens verzoek de relevante bescheiden betreffende het gebouw of werk ter inzage geeft indien hij daarover beschikt, en de exploitant genoegzaam gelegenheid geeft de schade te onderzoeken.

3.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen een of meer gebieden worden vastgesteld waarbinnen het vermoeden, bedoeld in het eerste lid, in ieder geval geldt.

Afdeling 3. Produktenaansprakelijkheid

Afdeling 3A. Oneerlijke handelspraktijken

Afdeling 4A. Aansprakelijkheid bij elektronisch rechtsverkeer

Afdeling 5. Tijdelijke regeling verhaalsrechten

Titel 4. Verbintenissen uit andere bron dan onrechtmatige daad of overeenkomst

Afdeling 3. Ongerechtvaardigde verrijking

Titel 5. Overeenkomsten in het algemeen

Afdeling 1. Algemene bepalingen

Afdeling 2. Het tot stand komen van overeenkomsten

Afdeling 2a. Informatie over dienstverrichters en hun diensten naar aanleiding van de dienstenrichtlijn

Paragraaf 1. – Algemene bepalingen

Paragraaf 2. – Bepalingen voor overeenkomsten anders dan op afstand of buiten de verkoopruimte

Paragraaf 3. – Bepalingen voor overeenkomsten op afstand en overeenkomsten buiten de verkoopruimte

Paragraaf 1. – Algemene bepalingen

Paragraaf 3. – Bepalingen voor overeenkomsten op afstand en overeenkomsten buiten de verkoopruimte

Paragraaf 6. – Specifieke bepalingen voor overeenkomsten op afstand en buiten de verkoopruimte inzake financiële producten en financiële diensten

Afdeling 3. Algemene voorwaarden

Afdeling 4. Rechtsgevolgen van overeenkomsten

Afdeling 5. Wederkerige overeenkomsten

Artikel 193k

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  • a. inbreuk op het mededingingsrecht: een inbreuk op artikel 101 of 102 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie, het mededingingsrecht van een lidstaat van de Europese Unie dat parallel wordt toegepast aan artikel 101 of 102 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie overeenkomstig artikel 3, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag (PbEG 2003, L 1) of artikel 6 of 24 van de Mededingingswet;
  • b. inbreukpleger: een onderneming of ondernemersvereniging die een inbreuk op het mededingingsrecht heeft gepleegd;
  • c. mededingingsautoriteit: de Europese Commissie, of een overeenkomstig artikel 35 van Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2003 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag (PbEG 2003 L 1) door een lidstaat aangewezen autoriteit die bevoegd is de artikelen 101 en 102 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie toe te passen, of beide, indien de omstandigheden dit vereisen dan wel de Autoriteit Consument en Markt, voor zover het de toepassing van artikel 6 of 24 van de Mededingingswet betreft;
  • d. kartel: een overeenkomst of onderling afgestemde feitelijke gedraging tussen twee of meer concurrenten met als doel hun concurrentiegedrag op de markt te coördineren of de relevante parameters van mededinging te beïnvloeden via praktijken zoals onder meer, doch niet uitsluitend, het bepalen of coördineren van aan- of verkoopprijzen of andere contractuele voorwaarden, onder meer met betrekking tot intellectuele-eigendomsrechten, de toewijzing van productie- of verkoopquota, de verdeling van markten en klanten, met inbegrip van offertevervalsing, het beperken van importen of exporten of mededingingsverstorende maatregelen tegen andere concurrenten;
  • e. ontvanger van immuniteit: een onderneming waaraan of een natuurlijk persoon aan wie door een mededingingsautoriteit in het kader van een clementieregeling vrijwaring van geldboetes is verleend;
  • f. clementieregeling: een regeling met betrekking tot de toepassing van artikel 101 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie of een overeenkomstige bepaling in het nationale recht van een lidstaat van de Europese Unie op basis waarvan een deelnemer aan een geheim kartel onafhankelijk van de andere bij het kartel betrokken ondernemingen meewerkt aan een onderzoek van een mededingingsautoriteit door vrijwillig informatie te verschaffen over de kennis die deze deelnemer heeft van het kartel en de rol die hij daarin speelt, in ruil waarvoor de deelnemer, op grond van een besluit of door de procedure stop te zetten, immuniteit wordt verleend tegen geldboetes voor betrokkenheid bij het kartel of een vermindering van deze boetes krijgt;
  • g. meerkosten: het verschil tussen de daadwerkelijk betaalde prijs en de prijs die zonder de inbreuk op het mededingingsrecht van toepassing was geweest;
  • h. directe afnemer: een natuurlijk persoon of rechtspersoon die rechtstreeks van een inbreukpleger producten of diensten heeft verworven die het voorwerp waren van een inbreuk op het mededingingsrecht;
  • i. indirecte afnemer: een natuurlijk persoon of rechtspersoon die niet van een inbreukpleger maar van een directe afnemer of een volgende afnemer producten of diensten heeft verworven die het voorwerp waren van een inbreuk op het mededingingsrecht, of producten of diensten waarin deze zijn verwerkt of die daarvan zijn afgeleid.
Artikel 193l

Een kartel, dat een inbreuk op het mededingingsrecht vormt, wordt vermoed schade te veroorzaken.

Artikel 193m
1.

Indien ondernemingen door een gemeenschappelijk optreden een inbreuk hebben gepleegd op het mededingingsrecht, is elk van hun voor het geheel van de door de inbreuk veroorzaakte schade aansprakelijk.

2.

Mits volledige vergoeding van schade kan worden verkregen van de andere bij de inbreuk betrokken ondernemingen, is in afwijking van het bepaalde in lid 1 een kleine of middelgrote onderneming als bedoeld in Aanbeveling 2003/361/EG van de Europese Commissie die een inbreuk op het mededingingsrecht heeft gepleegd slechts jegens zijn directe en indirecte afnemers aansprakelijk, indien:

  • a. haar marktaandeel op de relevante markt tijdens de inbreuk voortdurend minder dan vijf procent bedroeg, en
  • b. de toepassing van lid 1 haar economische levensvatbaarheid onherstelbaar in gevaar zou brengen en haar vermogensbestanddelen al hun waarde zou doen verliezen.
3.

Lid 2 mist toepassing indien de onderneming:

  • a. een leidinggevende rol heeft gespeeld bij de inbreuk of andere ondernemingen heeft aangezet hieraan deel te nemen, of
  • b. eerder schuldig is bevonden aan een inbreuk op het mededingingsrecht.
4.

In afwijking van het bepaalde in lid 1 is een ontvanger van immuniteit slechts jegens zijn directe en indirecte afnemers en leveranciers hoofdelijk verbonden tot vergoeding van de schade die voortvloeit uit de inbreuk, tenzij geen volledige vergoeding van schade kan worden verkregen van de andere bij de inbreuk betrokken ondernemingen.

Artikel 193n

De bijdrage van een ontvanger van immuniteit in de onderlinge verhouding met de andere bij de inbreuk betrokken inbreukplegers aan de vergoeding van de schade van hun directe en indirecte afnemers en leveranciers, bedraagt ten hoogste de vergoeding van de schade van zijn directe en indirecte afnemers en leveranciers, in evenredigheid met de mate waarin de aan hem toe te rekenen omstandigheden tot de schade hebben bijgedragen.

Artikel 193o
1.

Na een schikking wordt de vordering tot schadevergoeding van de bij de schikking betrokken benadeelde verminderd met het aandeel dat de bij de schikking betrokken inbreukpleger heeft gehad in de schade die de benadeelde door de inbreuk op het mededingingsrecht heeft geleden.

2.

Een bij een schikking betrokken benadeelde kan alleen een niet bij de schikking betrokken inbreukpleger aanspreken voor de vergoeding van de na de schikking resterende vordering tot schadevergoeding. De niet bij de schikking betrokken inbreukpleger kan met betrekking tot deze vordering tot schadevergoeding geen bijdrage vorderen van de bij de schikking betrokken inbreukpleger.

3.

Indien niet bij een schikking betrokken inbreukplegers na een schikking niet bij machte zijn om de met de resterende vordering tot schadevergoeding overeenstemmende schade van een bij de schikking betrokken benadeelde te vergoeden, is de bij de schikking betrokken inbreukpleger ook aansprakelijk voor deze schade.

4.

Lid 3 mist toepassing indien uitdrukkelijk anders is bepaald in de voorwaarden van de schikking.

Artikel 193p

Een partij kan het verweer voeren dat de benadeelde de door de inbreuk op het mededingingsrecht veroorzaakte meerkosten heeft doorberekend.

Artikel 193q

Een indirecte afnemer wordt vermoed het bewijs van doorberekening te hebben geleverd indien hij aantoont dat:

  • a. de inbreukpleger een inbreuk op het mededingingsrecht heeft gepleegd,
  • b. de inbreuk heeft geleid tot meerkosten voor de directe afnemer van de inbreukpleger, en
  • c. de indirecte afnemer de goederen of diensten heeft verworven die het voorwerp waren van de inbreuk, of goederen of diensten waarin deze zijn verwerkt of die daarvan zijn afgeleid.
Artikel 193r

De rechter kan een procedure waarin vergoeding van schade wordt gevorderd wegens een inbreuk op het mededingingsrecht voor ten hoogste twee jaar aanhouden, indien partijen betrokken zijn bij buitengerechtelijke geschillenbeslechting in verband met die vordering.

Artikel 193s

Een rechtsvordering tot vergoeding van schade door een inbreuk op het mededingingsrecht verjaart door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de inbreuk is stopgezet en de benadeelde met de inbreuk, de schade die hij dientengevolge lijdt en de daarvoor aansprakelijke persoon bekend is geworden of redelijkerwijs bekend kan worden geacht, en in ieder geval door verloop van twintig jaren na de aanvang van de dag volgende op die waarop de inbreuk is stopgezet.

Artikel 193t
1.

Een procedure tot buitengerechtelijke geschillenbeslechting is een grond voor verlenging van de verjaringstermijn tussen de daarbij betrokken partijen. In geval van mediation eindigt de procedure doordat een van de partijen of de mediator aan de andere partij schriftelijk heeft meegedeeld dat de mediation is geëindigd of doordat in de mediation gedurende een periode van zes maanden door geen van de partijen enige handeling is verricht.

2.

Een handeling van een mededingingsautoriteit verricht in het kader van een onderzoek of procedure met betrekking tot de inbreuk op het mededingingsrecht waarop de rechtsvordering betrekking heeft, is een grond voor verlenging van de verjaringstermijn. De verlenging vangt aan de dag na het verstrijken van de verjaringstermijn. De duur van de verlenging is gelijk aan de periode benodigd voor de vaststelling van een definitieve inbreukbeslissing of het op andere wijze beëindigen van de procedure, vermeerderd met een jaar.

Titel 4. Verbintenissen uit andere bron dan onrechtmatige daad of overeenkomst

Afdeling 3. Ongerechtvaardigde verrijking

Titel 5. Overeenkomsten in het algemeen

Afdeling 1. Algemene bepalingen

Afdeling 2. Het tot stand komen van overeenkomsten

Afdeling 2a. Informatie over dienstverrichters en hun diensten naar aanleiding van de dienstenrichtlijn

Afdeling 2ab. Toegankelijkheidsvoorschriften voor dienstverleners en hun e-handelsdiensten naar aanleiding van de toegankelijkheidsrichtlijn

Paragraaf 1. – Algemene bepalingen

Paragraaf 2. – Bepalingen voor overeenkomsten anders dan op afstand of buiten de verkoopruimte

Paragraaf 4. – Aanvullende bepalingen voor overeenkomsten buiten de verkoopruimte

Paragraaf 5. – Aanvullende bepalingen voor overeenkomsten op afstand

Paragraaf 4. – Aanvullende bepalingen voor overeenkomsten buiten de verkoopruimte

Afdeling 3. Algemene voorwaarden

Afdeling 4. Rechtsgevolgen van overeenkomsten

Afdeling 5. Wederkerige overeenkomsten

Artikel 230fa

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  • a. personen met een handicap: personen met langdurige fysieke, mentale, intellectuele of zintuiglijke beperkingen die in hun interactie te kampen hebben met diverse drempels die hen kunnen beletten volledig, effectief en op voet van gelijkheid met anderen in de samenleving te participeren;
  • c. dienstverlener: natuurlijke of rechtspersoon die een dienst verleent op de markt van de Unie of aanbiedt consumenten in de Unie een dienst te verlenen;
  • d. consument: natuurlijke persoon die een e-handelsdienst afneemt voor andere doeleinden dan zijn handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit;
  • e. handelsdiensten: diensten die worden verleend op afstand, via websites en diensten op basis van mobiele apparaten, langs elektronische weg en op individueel verzoek van een consument met het oog op het sluiten van een overeenkomst;
  • f. richtlijn (EU) 2019/882: Richtlijn (EU) 2019/882 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 betreffende de toegankelijkheidsvoorschriften voor producten en diensten (PbEU 2019, L 151).
Artikel 230fb
1.

De dienstverlener die e-handelsdiensten verricht jegens een consument ontwerpt en verleent die diensten in overeenstemming met de

toegankelijkheidsvoorschriften in bijlage I, afdeling III en IV, onder g, en bijlage V bij richtlijn (EU) 2019/882.

2.

Dienstverleners zijn verplicht tot:

  • a. het overeenkomstig bijlage V bij richtlijn (EU) 2019/882 opstellen van de vereiste informatie en toelichten van de manier waarop de diensten aan de toepasselijke toegankelijkheidsvoorschriften voldoen;
  • b. het schriftelijk en mondeling ter beschikking stellen van informatie aan het publiek op een manier die mede toegankelijk is voor personen met een handicap;
  • c. het bewaren van die informatie zolang de dienst in werking is;
  • d. het toepassen van procedures die garanderen dat de dienstverlening in overeenstemming blijft met de toepasselijke toegankelijkheidsvoorschriften;
  • e. het op gepaste wijze rekening houden met veranderingen in de dienstverlening, veranderingen in de toepasselijke toegankelijkheidsvoorschriften, veranderingen in de geharmoniseerde normen of in technische specificaties op basis waarvan wordt verklaard dat een dienst aan de toegankelijkheidsvoorschriften voldoet;
  • f. het onmiddellijk treffen van corrigerende maatregelen indien de aangeboden dienst niet in overeenstemming is met de onderdelen a tot en met e.
Artikel 230fc
1.

Artikel 230fb is niet van toepassing op ondernemingen met minder dan 10 werknemers en een jaaromzet of een jaarlijks balanstotaal van ten hoogste 2 miljoen euro.

2.

De in artikel 230fb bedoelde toegankelijkheidsvoorschriften zijn uitsluitend van toepassing voor zover de naleving ervan:

  • a. geen ingrijpende wijziging van een e-handelsdienst vereist die leidt tot een fundamentele wijziging van de wezenlijke aard ervan; of
  • b. geen onevenredige last voor de betrokken dienstverlener oplevert.
3.

Dienstverleners die uit andere bronnen dan eigen middelen financiering ontvangen ter verbetering van de toegankelijkheid, ongeacht of het om publieke of particuliere financiering gaat, kunnen geen beroep doen op lid 2, onderdeel b.

Artikel 230fd
1.

Het verlenen van e-handelsdiensten wordt vermoed te voldoen aan de eisen, bedoeld in bijlage I, afdelingen III en IV, onderdeel g, van richtlijn (EU) 2019/882, indien is voldaan aan de met betrekking tot die richtlijn vastgestelde geharmoniseerde normen of delen daarvan, die betrekking hebben op de desbetreffende eisen.

2.

Van een vermoeden van overeenstemming als bedoeld in lid 1 is sprake indien het verlenen van e-handelsdiensten voldoet aan:

  • a. de geharmoniseerde normen of delen daarvan waarvan de referenties bekend zijn gemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie en deze normen van kracht zijn;
  • b. de technische specificaties of delen daarvan, voor zover deze technische specificaties of delen daarvan die voorschriften bestrijken.
3.

Het verlenen van e-handelsdiensten in overeenstemming met de eisen, bedoeld in bijlage I, afdeling VI, van richtlijn (EU) 2019/882, wordt vermoed te voldoen aan de verplichtingen inzake toegankelijkheid krachtens andere Uniehandelingen dan die richtlijn, tenzij in die andere Uniehandelingen anders wordt bepaald.

4.

Het verlenen van e-handelsdiensten die voldoen aan de geharmoniseerde normen of technische specificaties of delen van die normen of specificaties, bedoeld in lid 2, onderdeel a of b, wordt vermoed in overeenstemming te zijn met lid 3, voor zover deze normen of technische specificaties of delen daarvan voldoen aan de toegankelijkheidsvoorschriften van richtlijn (EU) 2019/882.

Paragraaf 2. – Bepalingen voor overeenkomsten anders dan op afstand of buiten de verkoopruimte

Paragraaf 3. – Bepalingen voor overeenkomsten op afstand en overeenkomsten buiten de verkoopruimte

Paragraaf 5. – Aanvullende bepalingen voor overeenkomsten op afstand

Paragraaf 6. – Specifieke bepalingen voor overeenkomsten op afstand en buiten de verkoopruimte inzake financiële producten en financiële diensten

Afdeling 3. Algemene voorwaarden

Afdeling 4. Rechtsgevolgen van overeenkomsten

Afdeling 5. Wederkerige overeenkomsten

Artikel 230oa
1.

De handelaar zorgt ervoor dat de consument het recht van ontbinding van een via een online-interface gesloten overeenkomst op afstand kan uitoefenen door een verklaring tot ontbinding in te dienen door middel van een duidelijk zichtbaar op de online-interface weergegeven en gemakkelijk toegankelijke functie. De functie wordt daartoe op een goed leesbare wijze aangeduid met een ondubbelzinnige formulering waaruit blijkt dat daarmee de overeenkomst kan worden ontbonden.

2.

De handelaar stelt de consument in staat de volgende informatie in de verklaring tot ontbinding, bedoeld in lid 1, te verstrekken of te bevestigen:

  • a. naam van de consument;
  • b. de gegevens ter identificatie van de overeenkomst die de consument wenst te ontbinden; en
  • c. nadere gegevens over de elektronische middelen waarmee de handelaar de ontbinding aan de consument zal bevestigen.
3.

Zodra de consument de in lid 2 bedoelde verklaring heeft ingevuld, stelt de handelaar de consument in staat deze verklaring bij de handelaar in te dienen door middel van een functie die op goed leesbare wijze wordt aangeduid met een ondubbelzinnige formulering waaruit blijkt dat daarmee de ontbinding kan worden bevestigd.

4.

Zodra de consument de functie, bedoeld in lid 3, activeert, bevestigt de handelaar de ontvangst van de ontbinding onverwijld op een duurzame gegevensdrager, onder vermelding van informatie over de inhoud van de verklaring en de datum en het tijdstip van indiening.

5.

De consument wordt geacht het recht van ontbinding binnen de geldende ontbindingstermijn te hebben uitgeoefend, indien de consument de verklaring, bedoeld in lid 1, voor het verstrijken van de ontbindingstermijn bij de handelaar heeft ingediend. De handelaar zorgt ervoor dat de functie gedurende deze termijn te allen tijde beschikbaar is.

Paragraaf 4. – Aanvullende bepalingen voor overeenkomsten buiten de verkoopruimte

Paragraaf 5. – Aanvullende bepalingen voor overeenkomsten op afstand

Paragraaf 6. – Specifieke bepalingen voor overeenkomsten op afstand en buiten de verkoopruimte inzake financiële producten en financiële diensten

Afdeling 4. Rechtsgevolgen van overeenkomsten

Afdeling 5. Wederkerige overeenkomsten

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)