Burgerlijk Wetboek Boek 7, Bijzondere overeenkomsten
- c. garantieloon: het naar tijdruimte vastgestelde loon dat door de werkgever verschuldigd is in plaats van het loon dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit een aandeel in de vangst of de opbrengst daarvan, indien het laatstgenoemde loon lager uitkomt dan het eerstgenoemde loon.
Artikel 740
Op de arbeidsovereenkomst van de zeevarende in de zeevisserij zijn de afdelingen 1 tot en met 9 en 11 en 12 van deze titel van toepassing, voor zover daarvan in deze afdeling niet is afgeweken. De artikelen 708, 715, 717, 737 en 738a tot en met 738f zijn niet van toepassing op de arbeidsovereenkomst in de zeevisserij.
Van de artikelen 741, 742 en 746 tot en met 749 van deze afdeling kan niet worden afgeweken.
Van artikel 745 van deze afdeling kan niet ten nadele van de zeevarende in de zeevisserij worden afgeweken.
Op de arbeidsovereenkomst in de zeevisserij zijn de bepalingen van artikelen 628b, 653a en 655, lid 1, aanhef en onderdelen i, aanhef en onder 2°, k en s, niet van toepassing.
Artikel 741
De werkgever en de zeevarende in de zeevisserij, wiens loon bestaat uit een aandeel in de vangst of de opbrengst daarvan, komen een garantieloon overeen.
Artikel 742
De arbeidsovereenkomst van de zeevarende in de zeevisserij vermeldt naast de in artikel 699 genoemde gegevens:
- a. het garantieloon en de berekeningswijze van het aandeel van de zeevarende in de vangst of de opbrengst daarvan, voor zover het in geld vastgestelde loon geheel of gedeeltelijk bestaat in een aandeel in de vangst of de opbrengst daarvan;
- b. de voorzieningen die de werkgever aan boord verstrekt aan de zeevarende;
- c. de door de werkgever aan de zeevarende te verstrekken bescherming in geval van ziekte, ongeval of overlijden in verband met zijn arbeidsovereenkomst; en
- d. de minimumrusttijden.
Voor zover de gegevens, bedoeld in het eerste lid, zijn vermeld in een toepasselijke collectieve arbeidsovereenkomst of in een regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan, kan worden volstaan met een verwijzing naar deze overeenkomst of regeling.
Artikel 743
Ten aanzien van de zeevarende in de zeevisserij, wiens loon geheel of gedeeltelijk bestaat uit een aandeel in de vangst of de opbrengst daarvan, kan bij collectieve arbeidsovereenkomst of regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan worden afgeweken van artikel 623 lid 2, met dien verstande dat het tijdvak na afloop waarvan het loon moet worden voldaan niet langer dan zes maanden is.
Wordt aan de zeevarende, bedoeld in het vorige lid, een voorschot betaald als bedoeld in artikel 624 lid 2, dan heeft de zeevarende geen aanspraak jegens de werkgever indien het aan de in artikel 707 bedoelde persoon overgemaakte bedrag meer bedraagt dan aan de zeevarende verschuldigd is.
Artikel 744
Artikel 709 geldt niet ten aanzien van de zeevarende in de zeevisserij wiens loon bestaat uit een aandeel in de vangst of opbrengst daarvan.
Artikel 745
Voor de zeevarenden in de zeevisserij, wier loon bestaat uit een aandeel in de vangst of de opbrengst daarvan, wordt voor de toepassing van:
- a. de artikelen 719 lid 3, 732, 734, 734b, 734d, 734f, 734h, 734j en 734l onder loon verstaan het voor hen bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde bedrag, en
- b. artikel 729 lid 1 onder loon verstaan het garantieloon.
Titel 12. Aanneming van werk
Afdeling 3. Vakantie en verlof
Afdeling 4. Gelijke behandeling
Afdeling 2. Borgtocht, aangegaan buiten beroep of bedrijf
Afdeling 8. Rechten van de werknemer bij overgang van een onderneming
Titel 15. Vaststellingsovereenkomst
Titel 17. Verzekering
Afdeling 12. Bijzondere bepalingen terzake van de zee-arbeidsovereenkomst
Afdeling 10. Bijzondere bepalingen voor handelsvertegenwoordigers
Afdeling 12. Bijzondere bepalingen terzake van de zee-arbeidsovereenkomst
Algemene bepalingen
De arbeidsovereenkomst naar buitenlands recht
Titel 18. Lijfrente
Titel 2a. Consumentenkredietovereenkomsten
Titel 4. Huur
Afdeling 1. Algemene bepalingen
Afdeling 1. Algemene bepalingen
Afdeling 4. De overgang van de huur bij overdracht van de verhuurde zaken en het eindigen van de huur
Afdeling 5. Huur van woonruimte
Onderafdeling 1. Algemeen
Onderafdeling 5. Slotbepalingen
Paragraaf 1. Huurprijzen
Paragraaf 2. Andere vergoedingen
Paragraaf 3. Slotbepalingen
Onderafdeling 3. Medehuur en voortzetting van de huur
Onderafdeling 4. Het eindigen van de huur
Afdeling 6. Huur van bedrijfsruimte
Titel 5. Pacht
Afdeling 3. De verplichtingen van de huurder
Afdeling 3. Goedkeuring van de pachtovereenkomst
Afdeling 9. Pachtoverneming
Afdeling 12. Bijzondere pachtovereenkomsten
Onderafdeling 4. Het eindigen van de huur
Paragraaf 2. Verpachting binnen reservaten
Paragraaf 1. Verpachting door openbare lichamen
Paragraaf 4. Teeltpacht en geliberaliseerde pacht
Titel 7. Opdracht
Afdeling 1. Algemene bepalingen
Afdeling 3. Goedkeuring van de pachtovereenkomst
Afdeling 4. Agentuurovereenkomst
Titel 7A. Reisovereenkomst
Titel 7b. Betalingstransactie
Afdeling 13. Dwingend recht
Afdeling 11. Het voorkeursrecht van de pachter
Paragraaf 1. Betaalopdrachten, kosten en overgemaakte bedragen
Paragraaf 4. Teeltpacht en geliberaliseerde pacht
Paragraaf 1. Betaalopdrachten, kosten en overgemaakte bedragen
Titel 9. Bewaarneming
Titel 10. Arbeidsovereenkomst
Afdeling 5. De overeenkomst inzake geneeskundige behandeling
Afdeling 4. Agentuurovereenkomst
Afdeling 3. Vakantie en verlof
Afdeling 1. Definities en toepassingsgebied
Paragraaf 1. Betaalopdrachten, kosten en overgemaakte bedragen
Paragraaf 3. Aansprakelijkheid
Vakantie
Algemene bepalingen
De zieke zeevarende
De arbeidsovereenkomst naar buitenlands recht
Verplichtingen van de scheepsbeheerder
Afdeling 12A. De zeevarende in de visserij
Titel 12. Aanneming van werk
Afdeling 3. Vakantie en verlof
Afdeling 4. Gelijke behandeling
Titel 14. Borgtocht
Afdeling 7. Enkele bijzondere verplichtingen van de werknemer
Afdeling 8. Rechten van de werknemer bij overgang van een onderneming
Titel 15. Vaststellingsovereenkomst
Titel 14. Borgtocht
Afdeling 12. Bijzondere bepalingen terzake van de zee-arbeidsovereenkomst
Afdeling 2. Schadeverzekering
Afdeling 3. Sommenverzekering
De arbeidsovereenkomst naar buitenlands recht
Loon
Titel 18. Lijfrente
Artikel 19a
Komt de verkoper bij een consumentenkoop de in artikel 9 lid 4 gestelde of overeengekomen termijn niet na, dan is hij in verzuim wanneer hij door de koper in gebreke wordt gesteld bij een aanmaning waarbij hem een redelijke termijn voor de aflevering wordt gesteld, en nakoming binnen deze termijn uitblijft.
Het verzuim van de verkoper treedt zonder ingebrekestelling in wanneer:
- a. de verkoper heeft geweigerd de zaken te leveren;
- b. aflevering binnen de overeengekomen levertermijn essentieel is, alle omstandigheden rond de sluiting van de overeenkomst in aanmerking genomen; of
- c. de koper aan de verkoper voor het sluiten van de overeenkomst heeft medegedeeld dat aflevering voor of op een bepaalde datum essentieel is.
Bij de ontbinding van een consumentenkoop wegens een tekortkoming in de nakoming van de in artikel 9 lid 4 bedoelde verbintenis vergoedt de verkoper onverwijld alle van de koper ontvangen betalingen.
Indien de consumentenkoop tot stand is gekomen via een andere persoon, handelend in het kader van zijn handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit, die daarbij optreedt namens of voor rekening van de verkoper, kan de consument zich ook jegens die andere persoon beroepen op het in de leden 1–3 bepaalde.
Afdeling 4. Verplichtingen van de koper
Afdeling 5. Bijzondere gevolgen van verzuim van de koper
Afdeling 8. Recht van reclame
Afdeling 9. Koop op proef
Afdeling 9A. Overeenkomsten op afstand
Afdeling 10. Koop van vermogensrechten
Afdeling 10A. Koop van rechten van gebruik in deeltijd van onroerende zaken
Titel 1a. Overeenkomsten betreffende het gebruik in deeltijd, vakantieproducten van lange duur, bijstand en uitwisseling
Titel 2a. Consumentenkredietovereenkomsten
Afdeling 2. Informatieverstrekking en handelingen voorafgaand aan het sluiten van de kredietovereenkomst
Afdeling 5. Kredietgevers en kredietbemiddelaars
Titel 2d. Overeenkomst van pandbelening
Titel 4. Huur
Afdeling 2. Verplichtingen van de verhuurder
Afdeling 3. De verplichtingen van de huurder
Afdeling 4. De overgang van de huur bij overdracht van de verhuurde zaken en het eindigen van de huur
Afdeling 5. Huur van woonruimte
Onderafdeling 1. Algemeen
Onderafdeling 2. Huurkoop van woonruimte
Paragraaf 1. Huurprijzen
Paragraaf 2. Andere vergoedingen
Paragraaf 3. Slotbepalingen
Onderafdeling 3. Medehuur en voortzetting van de huur
Onderafdeling 4. Het eindigen van de huur
Titel 5. Pacht
Afdeling 1. Algemene bepalingen
Afdeling 3. Goedkeuring van de pachtovereenkomst
Afdeling 3. Goedkeuring van de pachtovereenkomst
Afdeling 6. Verplichtingen van de verpachter
Afdeling 6. Verplichtingen van de verpachter
Afdeling 11. Het voorkeursrecht van de pachter
Paragraaf 2. Verpachting binnen reservaten
Paragraaf 4. Teeltpacht en geliberaliseerde pacht
Afdeling 6. Huur van bedrijfsruimte
Titel 7. Opdracht
Afdeling 3. Goedkeuring van de pachtovereenkomst
Afdeling 10. Het eindigen van de pachtovereenkomst
Titel 7b. Betalingstransactie
Afdeling 13. Dwingend recht
Afdeling 2. Instemming met de betaalopdracht
Paragraaf 4. Teeltpacht en geliberaliseerde pacht
Paragraaf 1. Betaalopdrachten, kosten en overgemaakte bedragen
Titel 9. Bewaarneming
Titel 9. Bewaarneming
Afdeling 5. De overeenkomst inzake geneeskundige behandeling
Afdeling 4. Agentuurovereenkomst
Afdeling 3. Wijziging van de pakketreisovereenkomst vóór het begin van de pakketreis
Afdeling 1. Definities en toepassingsgebied
Paragraaf 1. Betaalopdrachten, kosten en overgemaakte bedragen
Loon
Vergoeding in geval van schipbreuk of andere ramp aan het zeeschip en in geval van overlijden van de zeevarende
Einde van de zee-arbeidsovereenkomst
Vakantie
Vergoeding in geval van schipbreuk of andere ramp aan het zeeschip en in geval van overlijden van de zeevarende
Afdeling 6. Enkele bijzondere verplichtingen van de werkgever
Titel 12. Aanneming van werk
Afdeling 4. Gelijke behandeling
Titel 14. Borgtocht
Afdeling 6. Enkele bijzondere verplichtingen van de werkgever
Afdeling 11. Bijzondere bepalingen ter zake van de uitzendovereenkomst
Afdeling 8. Rechten van de werknemer bij overgang van een onderneming
Titel 17. Verzekering
Afdeling 12. Bijzondere bepalingen terzake van de zee-arbeidsovereenkomst
Afdeling 10. Bijzondere bepalingen voor handelsvertegenwoordigers
Afdeling 2. Schadeverzekering
Loon
Vakantie
Titel 18. Lijfrente
Artikel 130
De overeenkomst van pandbelening is de overeenkomst waarbij de ene partij, het pandhuis, aan de andere partij, de pandbelener, een geldsom ter beschikking stelt en de pandbelener daartegenover een roerende zaak, niet zijnde een registergoed, in de macht van het pandhuis brengt met het beding:
- a. hetzij dat het pandhuis de zaak aan de pandbelener teruggeeft, indien deze binnen de beleentermijn de geldsom volledig aan het pandhuis heeft terugbetaald en de pandbeleningsvergoeding volledig heeft voldaan, en dat het pandhuis eigenaar van de zaak wordt, indien volledige terugbetaling van de geldsom en volledige voldoening van de pandbeleningsvergoeding binnen de beleentermijn uitblijft;
- b. hetzij dat de pandbelener de zaak terstond aan het pandhuis in eigendom overdraagt, maar het pandhuis gehouden is de zaak aan de pandbelener terug te geven, indien deze binnen de beleentermijn de geldsom volledig aan het pandhuis heeft terugbetaald en de pandbeleningsvergoeding volledig heeft voldaan.
De onderhavige titel is mede van toepassing op iedere overeenkomst, aangegaan onder welke vorm of benaming dan ook, met dezelfde strekking als een overeenkomst van pandbelening als bedoeld in lid 1.
Artikel 131
In deze titel wordt verstaan onder
- a. pandhuis: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf pandbeleningen aanbiedt;
- b. beleentermijn: de in de overeenkomst van pandbelening overeengekomen termijn waarbinnen de pandbelener de hem ter beschikking gestelde geldsom moet terugbetalen en de pandbeleningsvergoeding moet voldoen, voordat het pandhuis verplicht is de zaak aan de pandbelener terug te geven;
- c. pandbeleningsvergoeding: alle beloningen en vergoedingen in welke vorm dan ook die het pandhuis in het kader van de overeenkomst van pandbelening in rekening brengt of ontvangt;
- d. maand: kalendermaand dan wel de periode tussen een dag van een kalendermaand en het einde van de overeenkomstige dag van de volgende kalendermaand.
Artikel 132
Deze titel is slechts van toepassing, indien de pandbelener een natuurlijke persoon is die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf.
Artikel 133
Onverminderd het bepaalde in de artikelen 193c–193e van Boek 6 stelt het pandhuis, voordat de pandbelener aan de overeenkomst van pandbelening is gebonden, deze in staat om kennis te nemen van de volgende informatie:
- a. de pandbeleningsvergoeding per maand uitgedrukt in een percentage van de ter beschikking gestelde geldsom;
- b. de lengte van de beleentermijn.
Artikel 134
De overeenkomst van pandbelening wordt op papier of op een andere duurzame drager aangegaan. Het pandhuis verstrekt de pandbelener een exemplaar van de overeenkomst van pandbelening en behoudt zelf ook een exemplaar.
In de overeenkomst van pandbelening worden op duidelijke en beknopte wijze vermeld:
- a. de identiteit en geografische adressen van de pandbelener en het pandhuis en van de eventueel opgetreden tussenpersoon;
- b. een omschrijving van de beleende zaak;
- c. de aan de pandbelener ter beschikking gestelde geldsom;
- d. de lengte van de beleentermijn;
- e. het beding bedoeld in artikel 130 lid 1 onder a dan wel het beding bedoeld in artikel 130 lid 1 onder b;
- f. de pandbeleningsvergoeding per maand, uitgedrukt in een percentage van de ter beschikking gestelde geldsom, en de wijze waarop deze vergoeding berekend is;
- g. het totale bedrag dat de pandbelener binnen de beleentermijn moet betalen om recht op teruggave van de zaak te hebben, uitgaande van voldoening van dat bedrag op de laatste dag van de beleentermijn en met aanduiding van de wijze waarop dat bedrag bij eerdere voldoening wordt berekend;
- h. de voorwaarden waaronder en de wijze waarop de beleentermijn kan worden verlengd;
- i. het recht van de pandbelener op onverwijlde afgifte bedoeld in artikel 135 lid 2;
- j. de verdere voorwaarden die op de overeenkomst van toepassing zijn.
Artikel 135
De beleentermijn bedraagt ten minste twee maanden.
Gedurende de beleentermijn en, in geval van verlenging, gedurende de verlengde beleentermijn, heeft de pandbelener te allen tijde recht op onverwijlde afgifte van de beleende zaak tegen terugbetaling van de ter beschikking gestelde geldsom en voldoening van de pandbeleningsvergoeding.
Artikel 136
Indien bij de overeenkomst van pandbelening het beding, bedoeld in artikel 130 lid 1 onder b is gemaakt, heeft volledige terugbetaling van de geldsom en volledige voldoening van de pandbeleningsvergoeding tot gevolg dat de pandbelener de eigendom van de zaak van rechtswege de zaak opnieuw verkrijgt, als ware de overdracht aan het pandhuis onder de ontbindende voorwaarde van deze terugbetaling geschied.
Artikel 137
De pandbeleningsvergoeding wordt berekend in de vorm van een maandrente van ten hoogste een bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld percentage van de in artikel 130 lid 1 bedoelde geldsom.
Artikel 138
Op een overeenkomst van pandbelening als bedoeld in artikel 130 lid 1, aanhef en onder a, zijn de regels betreffende pandrecht op roerende zaken van toepassing behoudens de artikelen 233, 234, 235, 237, 241, 242, 243 lid 2, 244, 248, 249, 250, 251, 252, 253, 254 en 256 van Boek 3.
Artikel 139
Indien de pandbelener niet binnen de beleentermijn de geldsom volledig terugbetaalt en de pandbeleningsvergoeding volledig voldoet, draagt het pandhuis het verlies dat hij ten opzichte van de in artikel 130 lid 1 bedoelde geldsom met pandbeleningsvergoeding lijdt.
Artikel 140
Van deze titel kan niet ten nadele van de pandbelener worden afgeweken.
Titel 2b. Goederenkrediet
Titel 4. Huur
Afdeling 2. Huurkoop onroerende zaken
Afdeling 3. De verplichtingen van de huurder
Afdeling 5. Huur van woonruimte
Onderafdeling 1. Algemeen
Onderafdeling 2. Huurprijzen en andere vergoedingen
Paragraaf 2. Andere vergoedingen
Paragraaf 1. Huurprijzen
Onderafdeling 3. Medehuur en voortzetting van de huur
Onderafdeling 4. Het eindigen van de huur
Afdeling 6. Huur van bedrijfsruimte
Titel 5. Pacht
Afdeling 5. Pachtprijs
Afdeling 11. Het voorkeursrecht van de pachter
Afdeling 11. Het voorkeursrecht van de pachter
Paragraaf 2. Verpachting binnen reservaten
Paragraaf 2. Verpachting binnen reservaten
Paragraaf 4. Teeltpacht en geliberaliseerde pacht
Titel 7. Opdracht
Afdeling 1. Opdracht in het algemeen
Afdeling 5. Pachtprijs
Afdeling 3. Uitvoering van de betalingstransactie
Paragraaf 2. Uitvoeringstermijn en valutadatum
Paragraaf 3. Aansprakelijkheid
Titel 10. Arbeidsovereenkomst
Artikel 611a
De werkgever stelt de werknemer in staat scholing te volgen die noodzakelijk is voor de uitoefening van zijn functie en, voor zover dat redelijkerwijs van hem kan worden verlangd, voor het voortzetten van de arbeidsovereenkomst indien de functie van de werknemer komt te vervallen of hij niet langer in staat is deze te vervullen.
Wanneer de werkgever op grond van toepasselijk Unierecht, toepasselijk nationaal recht, een collectieve arbeidsovereenkomst, of een regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan verplicht is zijn werknemers scholing te verstrekken om het werk waarvoor zij zijn aangenomen uit te voeren, wordt de in lid 1 bedoelde scholing kosteloos aangeboden aan de werknemers, beschouwd als arbeidstijd en, indien mogelijk, vindt deze plaats tijdens de tijdstippen waarop arbeid verricht moet worden.
Lid 2 is niet van toepassing op de werknemer die doorgaans op minder dan vier dagen per week uitsluitend of nagenoeg uitsluitend diensten verricht ten behoeve van het huishouden van een natuurlijk persoon tot wie hij in dienstbetrekking staat. Onder het verrichten van diensten ten behoeve van een huishouden wordt mede verstaan het verlenen van zorg aan de leden van dat huishouden.
Een beding waarbij de kosten van scholing als bedoeld in lid 2 worden verhaald op of verrekend met geldelijke inkomsten uit hoofde van de dienstbetrekking van de werknemer, is nietig.
De werkgever mag de werknemer niet benadelen wegens de omstandigheid dat de werknemer in of buiten rechte de in de leden 2 of 4 aan hem toegekende rechten geldend maakt, ter zake bijstand heeft verleend of een klacht hierover heeft ingediend.
Artikel 671a
De werkgever die voornemens is de arbeidsovereenkomst op te zeggen op grond van artikel 669, lid 3, onderdeel a of b, verzoekt hiervoor schriftelijk toestemming aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
Indien bij collectieve arbeidsovereenkomst of regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan een van de werkgever onafhankelijke en onpartijdige commissie is aangewezen, verzoekt de werkgever, in afwijking van lid 1, de toestemming om de arbeidsovereenkomst op te zeggen op grond van artikel 669, lid 3, onderdeel a, aan die commissie. In de collectieve arbeidsovereenkomst of regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan waarin die commissie wordt aangewezen, worden regels gesteld met betrekking tot:
- a. hoor en wederhoor;
- b. de vertrouwelijke behandeling van overgelegde gegevens;
- c. redelijke termijnen voor reacties van werkgever en werknemer; en
- d. een redelijke beslistermijn.
De collectieve arbeidsovereenkomst, bedoeld in lid 2, is afgesloten met een of meer verenigingen van werknemers die in de onderneming of bedrijfstak werkzame personen onder hun leden tellen, die krachtens hun statuten ten doel hebben de belangen van hun leden als werknemers te behartigen, die als zodanig in de betrokken onderneming of bedrijfstak werkzaam zijn en ten minste twee jaar in het bezit zijn van volledige rechtsbevoegdheid. Ten aanzien van een vereniging van werknemers die krachtens haar statuten geacht kan worden een voortzetting te zijn van een of meer andere verenigingen van werknemers met volledige rechtsbevoegdheid, wordt de duur van de volledige rechtsbevoegdheid van die vereniging of verenigingen voor de vaststelling van de tijdsduur van twee jaar mede in aanmerking genomen.
De beslissing op het verzoek, bedoeld in lid 1 of lid 2, wordt gelijktijdig schriftelijk uitgebracht aan de werkgever en de werknemer onder vermelding van de datum waarop het volledige verzoek, bedoeld in lid 1 of lid 2, is ontvangen.
De toestemming om een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd op te zeggen op grond van artikel 669, lid 3, onderdeel a, wordt slechts verleend, indien de werkgever:
- a. de arbeidsrelatie met personen die niet op grond van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd op de arbeidsplaatsen die vervallen werkzaam zijn, heeft beëindigd;
- b. de arbeidsrelatie met personen die op grond van een arbeidsovereenkomst waarin de omvang van de arbeid niet is vastgelegd op de arbeidsplaatsen die vervallen werkzaam zijn, heeft beëindigd;
- c. de overeenkomsten met betrekking tot ingeleende personen die op de arbeidsplaatsen die vervallen werkzaam zijn, heeft beëindigd; en
- d. de arbeidsrelatie met personen die op basis van een arbeidsovereenkomst op de arbeidsplaatsen die vervallen werkzaam zijn en de in artikel 7, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet bedoelde leeftijd hebben bereikt, heeft beëindigd.
De toestemming voor opzegging is geldig gedurende vier weken na de dagtekening van de beslissing op het verzoek, bedoeld in lid 1 of lid 2. De werkgever zegt schriftelijk op onder vermelding van de reden voor de opzegging.
Bij regeling van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kunnen arbeidsrelaties of overeenkomsten met betrekking tot ingeleend personeel worden aangewezen waarop lid 5 niet van toepassing is en kan worden bepaald wat mede onder de werkgever, bedoeld in lid 5, wordt verstaan.
Bij regeling van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid worden regels gesteld met betrekking tot de procedure betreffende het verlenen van toestemming, bedoeld in lid 1.
Elk beding waarbij de verplichting tot het vragen van toestemming, bedoeld in lid 1 of lid 2, wordt uitgesloten of beperkt, is nietig evenals elk beding dat de termijn, bedoeld in lid 6, verruimt.
Bij regeling van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de commissie, bedoeld in lid 2, en de procedure betreffende het verlenen van toestemming door die commissie.
De toestemming, bedoeld in lid 1 of lid 2, wordt niet verleend als een opzegverbod als bedoeld in artikel 670, leden 1 tot en met 4 en 10, of een met deze opzegverboden naar aard en strekking vergelijkbaar opzegverbod in een ander wettelijk voorschrift geldt, tenzij redelijkerwijs mag worden verwacht dat het opzegverbod niet meer geldt binnen vier weken na de dagtekening van de beslissing op het verzoek. Dit lid is van overeenkomstige toepassing op de toestemming, bedoeld in artikel 671, lid 1, onderdeel h.
Artikel 671b
De kantonrechter kan op verzoek van de werkgever de arbeidsovereenkomst ontbinden:
- a. op grond van artikel 669, lid 3, onderdelen c tot en met i;
- b. op grond van artikel 669, lid 3, onderdelen a en b, indien de toestemming, bedoeld in artikel 671a, is geweigerd; of
- c. op grond van artikel 669, lid 3, onderdelen a en b, indien er sprake is van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die niet tussentijds kan worden opgezegd.
De kantonrechter kan het verzoek, bedoeld in lid 1, slechts inwilligen indien aan de voorwaarden voor opzegging van de arbeidsovereenkomst, bedoeld in artikel 669, is voldaan en er geen opzegverboden als bedoeld in artikel 670 of met deze opzegverboden naar aard en strekking vergelijkbare opzegverboden in een ander wettelijk voorschrift gelden.
Indien het verzoek om ontbinding is gegrond op artikel 669, lid 3, onderdeel a, is artikel 671a, leden 5 en 7, van overeenkomstige toepassing.
Indien het verzoek om ontbinding is gegrond op artikel 669, lid 3, onderdeel c, wijst de kantonrechter het verzoek af, indien de werkgever niet beschikt over een verklaring ter zake van een deskundige als bedoeld in artikel 629a, tenzij het overleggen van deze verklaring in redelijkheid niet van de werkgever kan worden gevergd.
Indien het verzoek om ontbinding is gegrond op artikel 669, lid 3, onderdeel e, in verband met het, zonder deugdelijke grond door de werknemer niet nakomen van de verplichtingen, bedoeld in artikel 660a, wijst de kantonrechter het verzoek af, indien de werkgever:
- a. de werknemer niet eerst schriftelijk heeft gemaand tot nakoming van die verplichtingen of om die reden, met inachtneming van het bepaalde in artikel 629, lid 7, de betaling van het loon heeft gestaakt; of
- b. niet beschikt over een verklaring ter zake van een deskundige als bedoeld in artikel 629a, tenzij het overleggen van deze verklaring in redelijkheid niet van de werkgever kan worden gevergd.
Indien de werkgever de ontbinding verzoekt op grond van artikel 669, lid 3, onderdelen b tot en met i, en een opzegverbod als bedoeld in artikel 670, leden 1 tot en met 4 en 10, of een met deze opzegverboden naar aard en strekking vergelijkbaar opzegverbod in een ander wettelijk voorschrift geldt, kan de kantonrechter, in afwijking van lid 2, het verzoek om ontbinding inwilligen, indien:
- a. het verzoek geen verband houdt met omstandigheden waarop die opzegverboden betrekking hebben; of
- b. er sprake is van omstandigheden die van dien aard zijn dat de arbeidsovereenkomst in het belang van de werknemer behoort te eindigen.
Het opzegverbod, bedoeld in artikel 670, lid 1, geldt niet indien de ziekte een aanvang heeft genomen nadat het verzoek om ontbinding door de kantonrechter is ontvangen.
Indien de kantonrechter de arbeidsovereenkomst ontbindt op grond van artikel 669, lid 3, onderdeel i, kan hij aan de werknemer een vergoeding toekennen van ten hoogste de helft van de transitievergoeding, bedoeld in artikel 673, lid 2.
Indien het verzoek om ontbinding een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd of een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd betreft die tussentijds kan worden opgezegd, en de kantonrechter het verzoek inwilligt:
- a. bepaalt hij het einde van de arbeidsovereenkomst op het tijdstip waarop de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging zou zijn geëindigd, waarbij, indien de ontbinding van de arbeidsovereenkomst niet het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever, de duur van de periode die aanvangt op de datum van ontvangst van het verzoek om ontbinding en eindigt op de datum van dagtekening van de ontbindingsbeslissing in mindering wordt gebracht, met dien verstande dat een termijn van ten minste een maand resteert;
- b. kan hij, in afwijking van onderdeel a, het einde van de arbeidsovereenkomst bepalen op een eerder tijdstip, indien de ontbinding van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer;
- c. kan hij aan de werknemer een billijke vergoeding toekennen indien de ontbinding van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever.
Indien het verzoek om ontbinding een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd betreft die niet tussentijds kan worden opgezegd, en de kantonrechter het verzoek inwilligt, bepaalt hij op welk tijdstip de arbeidsovereenkomst eindigt en:
- a. kan hij de werknemer een vergoeding toekennen tot ten hoogste het bedrag gelijk aan het in geld vastgestelde loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst geduurd zou hebben indien deze van rechtswege zou zijn geëindigd;
- b. kan hij de werknemer naast de vergoeding, bedoeld in onderdeel a, een billijke vergoeding toekennen indien de ontbinding het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever; of
- c. kan hij, indien de ontbinding van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer, de werkgever een vergoeding toekennen tot ten hoogste het bedrag gelijk aan het in geld vastgestelde loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst geduurd zou hebben indien deze van rechtswege zou zijn geëindigd.
Elk beding waarbij de mogelijkheid voor de werkgever om de kantonrechter te verzoeken de arbeidsovereenkomst te ontbinden, bedoeld in lid 1, wordt uitgesloten of beperkt, is nietig.
Artikel 671c
De kantonrechter kan op verzoek van de werknemer de arbeidsovereenkomst ontbinden wegens omstandigheden die van dien aard zijn dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve dadelijk of na korte tijd behoort te eindigen.
Indien het verzoek een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd of een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd betreft die tussentijds kan worden opgezegd, en de kantonrechter het verzoek inwilligt:
- a. bepaalt hij op welk tijdstip de arbeidsovereenkomst eindigt; en
- b. kan hij aan de werknemer een billijke vergoeding toekennen indien de ontbinding van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever.
Indien het verzoek een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd betreft die niet tussentijds kan worden opgezegd, en de kantonrechter het verzoek inwilligt, bepaalt hij op welk tijdstip de arbeidsovereenkomst eindigt en:
- a. kan hij, indien hem dat met het oog op de omstandigheden billijk voorkomt, de werknemer een vergoeding toekennen tot ten hoogste het bedrag gelijk aan het in geld vastgestelde loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst geduurd zou hebben indien deze van rechtswege zou zijn geëindigd;
- b. kan hij de werknemer naast de vergoeding, bedoeld in onderdeel a, een billijke vergoeding toekennen indien de ontbinding het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever; of
- c. kan hij, indien hem dat met het oog op de omstandigheden billijk voorkomt of de ontbinding het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer, de werkgever een vergoeding toekennen tot ten hoogste het bedrag gelijk aan het in geld vastgestelde loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst geduurd zou hebben indien deze van rechtswege zou zijn geëindigd.
Bij regeling van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan worden bepaald dat de kantonrechter de vergoeding, bedoeld in lid 3, onderdeel c, op een hoger bedrag kan stellen, indien de werknemer een in die regeling aan te wijzen functie in een bedrijfstak uitoefende. Uitsluitend functies in een bedrijfstak die zijn aangewezen in de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 668a, lid 8, kunnen worden aangewezen als een functie als bedoeld in de eerste zin.
Elk beding waarbij de mogelijkheid voor de werknemer om de kantonrechter te verzoeken de arbeidsovereenkomst te ontbinden, bedoeld in lid 1, wordt uitgesloten of beperkt, is nietig.
Artikel 673a
Vervallen
Artikel 673b
Bij collectieve arbeidsovereenkomst of regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan kan worden bepaald dat de transitievergoeding, bedoeld in artikel 673, lid 1, niet is verschuldigd, indien:
- a. de arbeidsovereenkomst is geëindigd of niet is voortgezet wegens omstandigheden als bedoeld in artikel 669, lid 3, onderdeel a; en
- b. op grond van de collectieve arbeidsovereenkomst of regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan recht bestaat op een voorziening die bijdraagt aan het beperken van werkloosheid, op een redelijke financiële vergoeding, of op een combinatie daarvan.
De collectieve arbeidsovereenkomst, bedoeld in lid 1, onderdeel b, is afgesloten met een of meer verenigingen van werknemers die in de onderneming of bedrijfstak werkzame personen onder hun leden tellen, die krachtens hun statuten ten doel hebben de belangen van hun leden als werknemers te behartigen, die als zodanig in de betrokken onderneming of bedrijfstak werkzaam zijn en ten minste twee jaar in het bezit zijn van volledige rechtsbevoegdheid. Ten aanzien van een vereniging van werknemers die krachtens haar statuten geacht kan worden een voortzetting te zijn van een of meer andere verenigingen van werknemers met volledige rechtsbevoegdheid, wordt de duur van de volledige rechtsbevoegdheid van die vereniging of verenigingen voor de vaststelling van de tijdsduur van twee jaar mede in aanmerking genomen.
Artikel 673c
De transitievergoeding, bedoeld in artikel 673, lid 2, is niet langer verschuldigd, indien de werkgever in staat van faillissement is verklaard, aan hem surseance van betaling is verleend of op hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is.
Indien de betaling van de transitievergoeding, bedoeld in artikel 673, lid 2, leidt tot onaanvaardbare gevolgen voor de bedrijfsvoering van de werkgever, kan de transitievergoeding onder bij regeling van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te bepalen voorwaarden in termijnen worden betaald. Daarbij kan worden bepaald dat de transitievergoeding met een bij die ministeriële regeling te bepalen percentage wordt verhoogd.
Artikel 673d
Vervallen
Artikel 682a
Bij regeling van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de artikelen 681, lid 1, onderdelen d en e, en 682, leden 4 en 5, waarin kan worden bepaald:
- a. wat mede onder de werkgever, bedoeld in die artikelen, wordt verstaan;
- b. in welke gevallen en onder welke voorwaarden die bepalingen niet van toepassing zijn; en
- c. in welke volgorde de voormalige werknemers in de gelegenheid worden gesteld hun vroegere werkzaamheden te hervatten dan wel als kandidaat voor de terbeschikkingstelling te worden voorgedragen.
Artikel 686a
Over het bedrag van de vergoeding, bedoeld in de artikelen 672, lid 11, en 677, leden 2 en 4, is de wettelijke rente verschuldigd, te rekenen vanaf de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd. Over het bedrag van de transitievergoeding, bedoeld in de artikelen 673 en 673c, is de wettelijke rente verschuldigd, te rekenen vanaf een maand na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd.
De gedingen die op het in, bij of krachtens deze afdeling bepaalde zijn gebaseerd, worden ingeleid met een verzoekschrift.
In gedingen die op het in, bij of krachtens deze afdeling bepaalde zijn gebaseerd, kunnen daarmee verband houdende andere vorderingen worden ingediend met een verzoekschrift.
De bevoegdheid om een verzoekschrift bij de kantonrechter in te dienen vervalt:
- a. twee maanden na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd, indien het een verzoek op grond van de artikelen 672, lid 11, 677, 681, lid 1, onderdelen a, b en c, en 682, leden 1, 2 en 3, betreft;
- b. drie maanden na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd, indien het een verzoek op grond van de artikelen 673, 673b en 673c betreft;
- c. twee maanden na de dag waarop de werknemer op de hoogte is of redelijkerwijs had kunnen zijn van de situatie, bedoeld in de artikelen 681, lid 1, onderdelen d en e, en 682, leden 4 en 5, maar ten laatste twee maanden na de dag waarop de termijn van 26 weken, bedoeld in die leden of onderdelen, is verstreken;
- d. twee maanden na de dag waarop de toestemming, bedoeld in artikel 671a, is geweigerd, indien het een verzoek op grond van artikel 671b, lid 1, onderdeel b, betreft;
- e. drie maanden na de dag waarop de verplichting op grond van artikel 668, lid 1, is ontstaan, indien het een verzoek op grond van artikel 668, lid 3, betreft.
De behandeling van de verzoeken, bedoeld in dit artikel, vangt niet later aan dan in de vierde week volgende op die waarin het verzoekschrift is ingediend.
Alvorens een ontbinding als bedoeld in artikel 671b of 671c waaraan een vergoeding verbonden wordt, uit te spreken, stelt de rechter de partijen van zijn voornemen in kennis en stelt hij een termijn, binnen welke de verzoeker de bevoegdheid heeft zijn verzoek in te trekken. Indien de verzoeker dat doet, zal de rechter alleen een beslissing geven omtrent de proceskosten.
Lid 6 is van overeenkomstige toepassing indien de rechter voornemens is een ontbinding als bedoeld in artikel 671b of 671c uit te spreken zonder daaraan een door de verzoeker verzochte vergoeding te verbinden.
Artikel 55 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek is niet van toepassing op de artikelen 677 en 681.
Verzoeken op grond van deze afdeling worden gedaan aan de ingevolge de artikelen 99, 100 en 107 tot en met 109 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bevoegde kantonrechter.
De rechter kan een zaak in twee of meer zaken splitsen indien het verzoek en de in het verzoekschrift ingediende vorderingen als bedoeld in het derde lid, zich naar het oordeel van de rechter niet lenen voor gezamenlijke behandeling. In de beslissing tot splitsing vermeldt de rechter, voor zover van toepassing, het bijkomende griffierecht dat ingevolge artikel 8 van de Wet griffierechten burgerlijke zaken van partijen wordt geheven en binnen welke termijn dit griffierecht of dit verhoogde griffierecht betaald dient te worden. De gesplitste zaken worden voortgezet in de stand waarin zij zich bevinden op het moment van de splitsing.
Afdeling 9. Einde van de arbeidsovereenkomst
Afdeling 11. Bijzondere bepalingen ter zake van de uitzendovereenkomst
Algemene bepalingen
Loon
Repatriëring
Vergoeding in geval van schipbreuk of andere ramp aan het zeeschip en in geval van overlijden van de zeevarende
Vakantie
De zieke zeevarende
Repatriëring
Verplichtingen van de scheepsbeheerder
Afdeling 4. Gelijke behandeling
Afdeling 8. Rechten van de werknemer bij overgang van een onderneming
Afdeling 11. Bijzondere bepalingen ter zake van de uitzendovereenkomst
Afdeling 11. Bijzondere bepalingen ter zake van de uitzendovereenkomst
Afdeling 3. De gevolgen van de borgtocht tussen de hoofdschuldenaar en de borg en tussen borgen en voor de verbintenis aansprakelijke niet-schuldenaren onderling
Titel 15. Vaststellingsovereenkomst
Titel 17. Verzekering
Afdeling 10. Bijzondere bepalingen voor handelsvertegenwoordigers
Afdeling 3. Sommenverzekering
Vergoeding in geval van schipbreuk of andere ramp aan het zeeschip en in geval van overlijden van de zeevarende
De zieke zeevarende
Titel 12. Aanneming van werk
Artikel 616a
Indien arbeid wordt verricht in dienst van de werkgever ter uitvoering van een overeenkomst van opdracht of een overeenkomst van aanneming van werk zijn de werkgever en diens opdrachtgever hoofdelijk aansprakelijk voor de voldoening van het aan de werknemer verschuldigde loon. Indien arbeid wordt verricht in dienst van de werkgever ter uitvoering van een overeenkomst van goederenvervoer over de weg of een overeenkomst tot het doen vervoeren van goederen over de weg zijn de werkgever en diens wederpartij hoofdelijk aansprakelijk voor de voldoening van het aan de werknemer verschuldigde loon.
In afwijking van lid 1 is de opdrachtgever of de wederpartij, bedoeld in lid 1, niet aansprakelijk indien hij in rechte aannemelijk maakt dat hem, gelet op de omstandigheden van het geval, niet kan worden verweten dat het loon, bedoeld in lid 1, niet is voldaan.
Dit artikel is niet van toepassing op een natuurlijke persoon die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf.
Artikel 616b
Indien arbeid wordt verricht in dienst van de werkgever ter uitvoering van een of meer tussen een opdrachtgever, opdrachtnemer of aannemer gesloten overeenkomsten, is, met inachtneming van de leden 2 tot en met 5, iedere opdrachtgever aansprakelijk voor de voldoening van het door de werkgever aan de werknemer verschuldigde loon. Indien arbeid wordt verricht in dienst van de werkgever ter uitvoering van een of meer overeenkomsten van goederenvervoer over de weg of overeenkomsten tot het doen vervoeren van goederen over de weg, zijn, met inachtneming van de leden 2 tot en met 5, de afzender, de opdrachtgever van de expediteur, de expediteur en de vervoerder die niet de vervoerovereenkomst heeft gesloten met de afzender, maar aan wie de vervoerder de uitvoering van het goederenvervoer over de weg heeft toevertrouwd, aansprakelijk voor de voldoening van het door de werkgever aan de werknemer verschuldigde loon. Voor de toepassing van dit artikel en de artikelen 616c tot en met 616e worden de in de vorige zin genoemde partijen aangemerkt als wederpartij.
Een vordering op grond van lid 1 is telkens alleen mogelijk tegen de naast hogere opdrachtgever of de naast hogere wederpartij, indien een vordering op grond van artikel 616a dan wel een vordering tegen de naast lagere opdrachtgever of de naast lagere wederpartij niet is geslaagd doordat de werkgever of diens opdrachtgever onderscheidenlijk de naast lagere opdrachtgever of de wederpartij onderscheidenlijk de naast lagere wederpartij:
- a. geen bekende woonplaats, of bekend werkelijk verblijf heeft;
- b. niet in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007, of een buitenlands register voor ondernemingen is ingeschreven;
- c. in staat van faillissement is verklaard en het loon, bedoeld in lid 1, niet door vereffening van de overige baten kan worden voldaan;
- d. bij een onherroepelijke rechterlijke uitspraak is veroordeeld tot de voldoening van het loon, bedoeld in lid 1, en de uitspraak niet ten uitvoer kan worden gelegd; of
- e. voor zover het een opdrachtgever of de wederpartij betreft, niet aansprakelijk is voor het niet voldoen van het loon, bedoeld in lid 1.
In afwijking van lid 1 is de opdrachtgever of de wederpartij, bedoeld in lid 1, niet aansprakelijk indien hij in rechte aannemelijk maakt dat hem, gelet op de omstandigheden van het geval, niet kan worden verweten dat het loon, bedoeld in lid 1, niet is voldaan.
In afwijking van de volgorde op grond van lid 2 kan de werknemer de opdrachtgever, of de wederpartij, bedoeld in lid 1, die niet handelt in opdracht van een andere opdrachtgever of wederpartij aansprakelijk stellen voor de voldoening van het loon, bedoeld in lid 1, indien:
- a. een vordering op grond van artikel 616a niet is geslaagd vanwege een omstandigheid als bedoeld in lid 2;
- b. de werknemer de opdrachtgever of de wederpartij, bedoeld in de aanhef, op schriftelijke of elektronische wijze heeft meegedeeld dat hij een vordering op grond van artikel 616a lid 1 heeft ingesteld of dat hij die niet heeft kunnen instellen vanwege een omstandigheid als bedoeld in lid 2 onderdeel a;
- c. de vordering, overeenkomstig lid 2, telkens is ingesteld tegen de naast hogere opdrachtgever of de naast hogere wederpartij; en
- d. die vordering na een jaar niet is voldaan, te rekenen vanaf de dag na de dag waarop de mededeling, bedoeld in onderdeel b, is gedaan.
In afwijking van lid 4 onderdeel d kan de werknemer zes maanden na de dag waarop de mededeling, bedoeld in lid 4 onderdeel b, is gedaan, de opdrachtgever of de wederpartij, bedoeld in lid 1, die niet handelt in opdracht van een andere opdrachtgever of wederpartij aansprakelijk stellen voor de voldoening van het loon, bedoeld in lid 1, indien de vordering inhoudt dat gedurende ten minste drie opeenvolgende maanden, minder dan de helft van het verschuldigde loon of minder dan 70 procent van het toepasselijke minimumloon, bedoeld in artikel 7 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, is voldaan.
Dit artikel is niet van toepassing op een natuurlijke persoon die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf.
Artikel 616c
Indien de arbeid in Nederland wordt verricht, zijn de artikelen 616a, 616b en 616d tot en met 616f van toepassing, ongeacht het recht dat van toepassing is op de arbeidsovereenkomst, de overeenkomst van opdracht, de overeenkomst van aanneming van werk, de overeenkomst van goederenvervoer over de weg of de overeenkomst tot het doen vervoeren van goederen over de weg.
Het eerste lid is niet van toepassing op het goederenvervoer over de weg waarbij de laad- en losplaats buiten Nederland zijn gelegen.
Artikel 616d
De opdrachtgever of de wederpartij die een vordering op grond van artikel 616b heeft voldaan, heeft verhaal op alle goederen van:
- a. de werkgever; of
- b. de opdrachtgever of de wederpartij tegen wie een vordering op grond van artikel 616a of 616b niet is geslaagd vanwege een omstandigheid als bedoeld in artikel 616b lid 2 onderdeel a, b of d.
Artikel 616e
Met het oog op het instellen van een vordering als bedoeld in artikel 616a of artikel 616b verstrekt iedere opdrachtgever, opdrachtnemer, aannemer, werkgever of iedere wederpartij, aan de werknemer desgevraagd schriftelijk of elektronisch de gegevens die betrekking hebben op de naam, woonplaats of het werkelijk verblijf van:
- a. de opdrachtgever, opdrachtnemer, aannemer of werkgever, met wie de opdrachtgever, opdrachtnemer, aannemer of werkgever, bedoeld in de aanhef, een overeenkomst van opdracht of aanneming van werk heeft gesloten of iedere wederpartij; en
- b. de opdrachtgever of de wederpartij, die niet handelt in opdracht van een andere opdrachtgever of wederpartij.
Indien de opdrachtgever, opdrachtnemer, aannemer of wederpartij, niet tevens zijnde de werkgever, de gegevens, bedoeld in lid 1, niet binnen twee weken na het verzoek van de werknemer verstrekt, kan de werknemer die opdrachtgever, opdrachtnemer, aannemer of wederpartij, in afwijking van de volgorde op grond van artikel 616b lid 2, aansprakelijk stellen op grond van artikel 616b.
Artikel 616f
Elk beding in strijd met de artikelen 616a tot en met 616e is nietig.
Afdeling 6. Gekoppelde reisarrangementen
Afdeling 8. Rechten van de werknemer bij overgang van een onderneming
Afdeling 2. Toestaan van betalingstransacties
Afdeling 4. Slotbepalingen
Loon
Vakantie
Repatriëring
Vergoeding in geval van schipbreuk of andere ramp aan het zeeschip en in geval van overlijden van de zeevarende
De tijdelijk aan boord van een zeeschip werkzame werknemer
De arbeidsovereenkomst naar buitenlands recht
Verplichtingen van de scheepsbeheerder
Titel 12. Aanneming van werk
Afdeling 6. Enkele bijzondere verplichtingen van de werkgever
Afdeling 9. Einde van de arbeidsovereenkomst
Titel 14. Borgtocht
Afdeling 10. Bijzondere bepalingen voor handelsvertegenwoordigers
Afdeling 2. Borgtocht, aangegaan buiten beroep of bedrijf
Titel 15. Vaststellingsovereenkomst
Titel 17. Verzekering
Afdeling 11. Bijzondere bepalingen ter zake van de uitzendovereenkomst
Afdeling 2. Schadeverzekering
Afdeling 3. Sommenverzekering
Vergoeding in geval van schipbreuk of andere ramp aan het zeeschip en in geval van overlijden van de zeevarende
De zieke zeevarende
Titel 14. Borgtocht
Titel 3. Schenking
Titel 4. Huur
Afdeling 2. Verplichtingen van de verhuurder
Afdeling 3. De verplichtingen van de huurder
Afdeling 5. Huur van woonruimte
Onderafdeling 1. Algemeen
Onderafdeling 2. Informatieverstrekking en handelingen voorafgaand aan het sluiten van de kredietovereenkomst
Paragraaf 1. Huurprijzen
Paragraaf 2. Andere vergoedingen
Paragraaf 3. Slotbepalingen
Onderafdeling 3. Medehuur en voortzetting van de huur
Onderafdeling 4. Het eindigen van de huur
Titel 5. Pacht
Afdeling 8. Overgang van de pacht bij overdracht van de verpachte zaken
Afdeling 9. Pachtoverneming
Afdeling 11. Het voorkeursrecht van de pachter
Paragraaf 2. Verpachting binnen reservaten
Paragraaf 3. Pacht van geringe oppervlakten
Paragraaf 4. Teeltpacht en geliberaliseerde pacht
Titel 7. Opdracht
Afdeling 4. Duur van de pachtovereenkomst
Afdeling 8. Overgang van de pacht bij overdracht van de verpachte zaken
Titel 7A. Reisovereenkomst
Titel 7b. Betalingstransactie
Afdeling 2. Lastgeving
Afdeling 14. Slotbepalingen
Paragraaf 2. Uitvoeringstermijn en valutadatum
Paragraaf 2. Uitvoeringstermijn en valutadatum
Titel 9. Bewaarneming
Titel 10. Arbeidsovereenkomst
Afdeling 11. Bijzondere bepalingen ter zake van de uitzendovereenkomst
Afdeling 12. Bijzondere bepalingen terzake van de zee-arbeidsovereenkomst
Loon
Algemene bepalingen
Vergoeding in geval van schipbreuk of andere ramp aan het zeeschip en in geval van overlijden van de zeevarende
De zieke zeevarende
De tijdelijk aan boord van een zeeschip werkzame werknemer
De arbeidsovereenkomst naar buitenlands recht
Verplichtingen van de scheepsbeheerder
Afdeling 5. Enkele bijzondere bedingen in de arbeidsovereenkomst
Titel 12. Aanneming van werk
Afdeling 10. Bijzondere bepalingen voor handelsvertegenwoordigers
Afdeling 1. Algemene bepalingen
Afdeling 3. De gevolgen van de borgtocht tussen de hoofdschuldenaar en de borg en tussen borgen en voor de verbintenis aansprakelijke niet-schuldenaren onderling
Titel 15. Vaststellingsovereenkomst
Titel 17. Verzekering
Afdeling 11. Bijzondere bepalingen ter zake van de uitzendovereenkomst
Afdeling 2. Schadeverzekering
Afdeling 3. Sommenverzekering
§ 1. Algemene bepalingen
Verplichtingen van de scheepsbeheerder
Titel 14. Borgtocht
Artikel 261a
Indien een energieprestatievergoeding is overeengekomen, kan de huurder de huurcommissie verzoeken deze te toetsen aan de krachtens artikel 19bis van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte gegeven regels.
De artikelen 259, tweede lid, en 260, tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
Paragraaf 3. Slotbepalingen
Onderafdeling 3. Medehuur en voortzetting van de huur
Onderafdeling 4. Het eindigen van de huur
Artikel 274a
Onder eigen gebruik in de zin van artikel 274 lid 1 onder c wordt mede begrepen het verstrekken van een zelfstandige woning aan een gehandicapte, indien die woning:
- a. reeds bij de bouw ervan was ingericht en bestemd voor bewoning door een gehandicapte, of
- b. na de bouw met geldelijke steun op grond van een wettelijke regeling aangepast is ten behoeve van bewoning door een gehandicapte.
Onder gehandicapte wordt in dit artikel verstaan een persoon die ten gevolge van ziekte of gebrek aantoonbare beperkingen ondervindt.
Artikel 274b
Onder eigen gebruik in de zin van artikel 274 lid 1 onder c wordt mede begrepen het verstrekken aan een oudere van een zelfstandige woning welke onderdeel uitmaakt van een complex van zelfstandige woningen, welk complex reeds bij de bouw ervan was ingericht en bestemd voor de bewoning door ouderen.
Artikel 274c
Onder eigen gebruik in de zin van artikel 274 lid 1 onder c wordt mede begrepen het verstrekken van woonruimte aan een jongere, indien aan de in de volgende leden vermelde voorwaarden is voldaan.
Onder jongere wordt in dit artikel verstaan een persoon die nog niet de leeftijd van 28 jaren heeft bereikt.
De woonruimte moet krachtens de huurovereenkomst bestemd zijn voor jongeren.
Sedert de ingangsdatum van de huurovereenkomst moeten vijf jaren zijn verstreken. Voor het verstrijken van deze termijn kan door partijen worden overeengekomen dat deze termijn wordt verlengd met ten hoogste twee jaren. In dat geval moet tevens de termijn waarmee de verlenging plaatsvond, zijn verstreken.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)