Besluit van 11 december 1991, houdende een reglement voor de scheepvaart op het Kanaal van Gent naar Terneuzen
Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 19 januari 1990, nr. S/J 30.057/90, Directoraat-Generaal Scheepvaart en Maritieme Zaken;
Gelet op de artikelen 4, 18 en 31, tiende lid, van de Scheepvaartverkeerswet (Stb. 1988, 352);
De Raad van State gehoord (advies van 29 mei 1990, nr. W09.90.0029);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 2 december 1991, nr. DGSM/J 31.880/91, Directoraat-Generaal Scheepvaart en Maritieme Zaken;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Toepassingsgebied
Het reglement is van toepassing op:
- a. het Kanaal van Gent naar Terneuzen vanaf de grens met België tot aan de sluizen van Terneuzen, alsmede het gebied van de Westsluis, de Middensluis en de Oostsluis te Terneuzen, de Westbuitenhaven en de Oostbuitenhaven te Terneuzen, tot aan de denkbeeldige lijn getrokken over de koppen van de havenhoofden;
- b. Zijkanaal f en Zijkanaal g voor zover gelegen ten zuiden van de denkbeeldige lijn getrokken over de meest zuidelijke punten van de hoofden van de oude sluis te Sas van Gent;
- c. Zijkanaal a, b, d, e, h, Zijkanaal c tot aan de grens tussen de gemeente Sas van Gent en Axel ter hoogte van Axelse Sassing, Zijkanaal g voor zover gelegen ten noorden van de denkbeeldige lijn getrokken over de meest zuidelijke punten van de hoofden van de oude sluis te Sas van Gent, de Noorder- en Zuiderkanaalhaven, de Massagoedhaven, de Ro-ro-haven en de Zevenaarhaven.
Het gebied beschreven in het eerste lid, onder a, wordt in dit reglement genoemd: kanaal.
Artikel 2. Begripsomschrijvingen
In dit reglement wordt verstaan onder:
- a. schip: een drijvend voorwerp, met inbegrip van een voorwerp zonder waterverplaatsing en een watervliegtuig, gebruikt of in staat om te worden gebruikt als een middel van verplaatsing te water;
- b. zeeschip: een schip dat gewoonlijk de zee bevaart of hiertoe bestemd is;
- c. binnenschip: een schip dat gewoonlijk de binnenwateren bevaart of hiertoe bestemd is;
- d. bovenmaats zeeschip: een zeeschip dat wegens zijn afmetingen met inbegrip van zijn diepgang in verband met de toestand van het vaarwater als dusdanig door de terzake bevoegde autoriteit wordt aangegeven overeenkomstig de door haar vastgestelde en aan varenden bekend gemaakte normen;
- e. sleepboot: een werktuiglijk voortbewogen schip dat sleepdienst verricht of assistentie verleent en hiertoe bestemd is;
- f. zeilschip: een schip dat onder zeil is, mits de voortstuwingswerktuigen, indien aangebracht, niet worden gebruikt;
- g. klein schip: een schip met een lengte van minder dan 20 meter, behalve een sleepboot, een duwboot en een veerpont;
- h. samenstel: een sleep, een duwstel of een gekoppeld samenstel;
- i. veerpont: een schip dat een veerdienst onderhoudt, waarbij het vaarwater wordt overgestoken en dat door de bevoegde autoriteit als veerpont is aangeduid;
- j. obstakel: een wrak, wrakstuk, tuig of voorwerp dat op de bodem van het vaarwater ligt of staat;
- k. bijzonder transport: een drijvend voorwerp dat in zodanige staat verkeert dat ernstige kans bestaat dat het bij de vaart de veiligheid van de scheepvaart in gevaar brengt, schade aan de werken veroorzaakt dan wel zinkt of lading verliest;
- l. werktuiglijk voortbewogen schip: een schip, dat door eigen voortstuwingswerktuigen wordt voortbewogen;
- m. onmanoeuvreerbaar schip: een schip dat wegens een buitengewone omstandigheid niet in staat is te manoeuvreren zoals vereist volgens dit reglement en dat daardoor niet in staat is voor een ander schip uit te wijken;
- n. beperkt manoeuvreerbaar schip: een schip dat door de aard van zijn werk beperkt is in zijn mogelijkheid om te manoeuvreren zoals vereist volgens dit reglement en daardoor niet in staat is voor een ander schip tijdig uit te wijken. Als beperkt manoeuvreerbaar schip wordt onder meer beschouwd:
- 1°. een schip bezig met het leggen, onderhouden of het lichten van een navigatiemerk, een kabel of een pijpleiding;
- 2°. een schip bezig met bagger- of onderwaterwerkzaamheden of met hydrografische verrichtingen;
- o. duwstel: een hecht samenstel van schepen waarvan er tenminste één is geplaatst vóór de duwboot;
- p. duwboot: een werktuiglijk voortbewogen schip dat deel uitmaakt van een duwstel, en gebouwd of ingericht is om dit door duwen voort te bewegen;
- q. exploitant: de eigenaar, rompbevrachter of ieder ander die de zeggenschap heeft over het gebruik van een schip;
- r. waterscooter: klein schip dat, bij gebruikmaking van zijn mechanische middelen tot voortbeweging, sneller dan 20 km per uur ten opzichte van het water kan varen en gebouwd of ingericht is om door een of meer personen skiënd door of over het water te worden voortbewogen;
- s. zeilplank: klein zeilschip voorzien van een vrij bewegende zeiltuigage die is gemonteerd op een in alle richtingen draaibare mastvoet en die tijdens het zeilen niet in een vaste positie wordt ondersteund.
In dit reglement wordt verstaan onder:
- a. bevoegde autoriteit:
- 1°. voor de wateren in beheer bij het Rijk: de ambtenaar of ambtenaren die als zodanig worden aangewezen door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;
- 2°. voor de wateren in beheer bij een ander openbaar lichaam: het bestuur van dat openbaar lichaam, dan wel de ambtenaar of ambtenaren die als zodanig door het bestuur worden aangewezen;
- b. kapitein of schipper: degene die over het schip of het samenstel het gezag voert of die het gezag in feite waarneemt;
- c. verkeersaanwijzing: een door een daartoe bevoegd persoon aan een of meerdere verkeersdeelnemers gegeven gebod om een bepaald resultaat in het verkeersgedrag te bewerkstelligen of opgelegd verbod van een bepaald resultaat in het verkeersgedrag;
- d. verkeersteken: een in, naast of boven een vaarwater aangebracht voorwerp of aangebrachte combinatie van voorwerpen waarmee aan het scheepvaartverkeer wordt gegeven:
- 1°. een inlichting over de toestand van een bepaalde plaats in of een bepaald gedeelte van een vaarwater, of
- 2°. een inlichting, aanbeveling, gebod of verbod onderscheidenlijk opheffing van een gebod of verbod voor het verkeersgedrag op een bepaalde plaats in of een bepaald gedeelte van een vaarwater.
- e. bekendmaking met dezelfde strekking als een verkeersteken: een schriftelijke mededeling aan het scheepvaartverkeer waarmee aan dat verkeer wordt gegeven:
- 1°. een inlichting over de toestand van een bepaalde plaats in of een bepaald gedeelte van het vaarwater, of
- 2°. een inlichting, aanbeveling, gebod of verbod onderscheidenlijk opheffing van een gebod of verbod voor het verkeersgedrag op een bepaalde plaats in of een bepaald gedeelte van het vaarwater;
- f. vaarwater: het gedeelte van de bij artikel 1 bedoelde wateren dat door schepen kan worden bevaren;
- g. varende: niet ten anker liggende, niet gemeerd zijnde en niet aan de grond zittend;
- h. assisteren: het bijstaan van een werktuiglijk voortbewogen schip door één of meer sleepboten die verbonden zijn aan of in aanraking zijn met het werktuiglijk voortbewogen schip;
- i. hoogte:
- 1°. voor alle schepen, uitgezonderd binnenschepen voorzien van een meetbrief: de hoogte boven de romp of de hoogte boven het hoogste doorlopende dek of, bij gebrek hieraan, boven het potdeksel;
- 2°. voor binnenschepen voorzien van een meetbrief: de hoogte boven het vlak gaande door de ijkmerken die het vlak van de grootste diepgang aangeven;
- j. lengte en breedte van een schip: de lengte over alles en de grootste breedte buitenwerks;
- k. schepen in zicht van elkaar: vanaf het ene schip kan het andere met het oog worden waargenomen;
- l. beperkt zicht: elke omstandigheid waarin het zicht wordt beperkt door mist, nevelig weer, sneeuwval, zware regenbuien, rook, damp of andere soortgelijke oorzaken;
- m. keren: het schip dat varende is verandert zodanig van vaarrichting dat het komt te varen in een richting tegengesteld aan die waarin het voer.
Artikel 3. Verantwoordelijkheid
De kapitein of schipper is verantwoordelijk voor de naleving van de bepalingen van dit reglement tenzij uit die bepalingen blijkt dat de naleving aan anderen is opgedragen.
Niets in dit reglement ontheft een schip, zijn reder, kapitein of schipper of bemanning van de verantwoordelijkheid voor de gevolgen van enige nalatigheid in de naleving van dit reglement, dan wel van veronachtzaming van enige voorzorgsmaatregel die volgens het gewone zeemansgebruik of door de bijzondere omstandigheden waarin het schip zich bevindt geboden is.
Bij het uitleggen en naleven van dit reglement moet goed rekening worden gehouden met alle gevaren voor de navigatie en voor aanvaring en met bijzondere omstandigheden, waaronder de beperkingen van de betrokken schepen, die ter vermijding van onmiddellijk gevaar een afwijken van dit reglement noodzakelijk kunnen maken.
De leden van de bemanning zijn verplicht te gehoorzamen aan de bevelen van de kapitein of de schipper, welke hun ter naleving van de voorschriften van dit reglement worden gegeven; zij moeten tot deze naleving, ook zonder bevel, hun volle medewerking verlenen.
- a. de kapitein of schipper moet gevolg geven aan een verkeersteken dat een verbod of een gebod bevat en rekening houden met een verkeersteken dat een aanbeveling of een inlichting bevat dan wel met een verkeersteken dat dient ter markering van het vaarwater of van obstakels die daarin voorkomen.
- b. Onderdeel a is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een bekendmaking met dezelfde strekking als een verkeersteken.
De schipper van een binnenschip dat één of meer andere binnenschepen voortbeweegt, is de schipper van het samenstel.
Wanneer meer dan één binnenschip voor de voortbeweging zorgt, moet de schipper van het samenstel tijdig worden aangewezen.
Indien een stilliggend schip geen kapitein of schipper heeft,
- a. is de eigenaar of de gebruiker, ieder afzonderlijk, verantwoordelijk voor de naleving van artikel 42;
- b. is de wachtsman, bedoeld in artikel 42, eerste lid, dan wel de persoon die toezicht houdt, bedoeld in artikel 42, tweede lid, dan wel de persoon die luisterwacht houdt, bedoeld in artikel 42, derde lid, verantwoordelijk voor de naleving van de artikelen 9, vierde, zesde tot en met negende en twaalfde lid, 20, 25, 27, 29, zevende lid, 30, 31, derde en vijfde lid, 35, derde en vierde lid, en 43 tot en met 48.
Hoofdstuk 2. Voorschriften betreffende de vaart
Afdeling 1. Gedrag van de schepen bij elk soort zicht
Artikel 4. Toepassing
De voorschriften in deze afdeling zijn van toepassing bij elk soort zicht.
Artikel 5. Uitkijk
Een schip moet te allen tijde door kijken en luisteren alsook door gebruik te maken van alle beschikbare middelen aangepast aan de heersende omstandigheden en toestanden, goede uitkijk houden zodat de omstandigheden en het gevaar voor aanvaring volledig kunnen worden beoordeeld.
Artikel 6. Veilige vaart
Een schip moet te allen tijde een veilige vaart aanhouden zodat het juiste en doeltreffende maatregelen kan nemen ter vermijding van aanvaring en kan worden gestopt binnen een voor de heersende omstandigheden en toestanden aangepaste afstand. Bij de bepaling van een veilige vaart moet onder meer rekening worden gehouden met de volgende factoren:
- a. door alle schepen:
- 1°. het zicht;
- 2°. de verkeersdichtheid met inbegrip van concentraties van schepen;
- 3°. de manoeuvreerbaarheid van het schip, in het bijzonder wat betreft de afstand waarbinnen gestopt kan worden en de wendbaarheid in verband met de heersende toestanden;
- 4°. bij nacht de aanwezigheid van achtergrondlicht zoals van wallichten of het stralen van eigen lichten;
- 5°. de toestand van wind en de nabijheid van gevaren voor de navigatie;
- 6°. de diepgang ten opzichte van de beschikbare waterdiepte;
- 7°. de afmetingen van het schip;
- 8°. de aard van de lading;
- b. bovendien, door schepen met een goed werkende radar:
- 1°. de eigenschappen, doeltreffendheid en beperkingen van de radarinstallatie;
- 2°. eventuele beperkingen opgelegd door het ingestelde radarbereik;
- 3°. de invloed van de toestand van het vaarwater, het weer en andere omstandigheden die de radarwaarneming storend kunnen beïnvloeden;
- 4°. de mogelijkheid dat kleine schepen, ijs en drijvende voorwerpen niet op voldoende afstand met radar worden waargenomen;
- 5°. het aantal, de plaats en de beweging van de met radar waargenomen schepen;
- 6°. de mogelijkheid tot nauwkeuriger beoordelen van het zicht bij gebruik van de radar voor het bepalen van de afstand tot schepen en andere voorwerpen in de omgeving;
- c. bovendien, voor schepen uitgerust met een goed werkende marifooninstallatie: de verplichting doeltreffend gebruik te maken van inlichtingen van walstations en van andere schepen via het door de bevoegde autoriteit daartoe aangewezen marifoonkanaal. Afgezien van de verplichting via het aangewezen marifoonkanaal de meldingen te doen die hun worden opgelegd door de bevoegde autoriteit, mag het marifoonkanaal door schepen slechts worden gebruikt voor mededelingen omtrent de veiligheid van de scheepvaart en, in dringende gevallen, omtrent de beveiliging van de personen aan boord.
Om een veilige vaart te kunnen aanhouden moet een schip, tenzij het wordt gesleept of geduwd, uitgerust zijn met een gebruiksklare motor waarmede een snelheid van ten minste 6 kilometer per uur door het water kan worden gehandhaafd.
- a. De hierna genoemde schepen moeten met een goed werkende marifooninstallatie zijn uitgerust en deze zo nodig gebruiken:
- 1°. zeeschepen;
- 2°. binnenschepen of duwstellen met een lengte van meer dan 110 meter;
- 3°. binnenschepen, duwstellen en gekoppelde samenstellen geladen met de gevaarlijke stoffen bedoeld in de bij dit besluit behorende bijlagen 2, 3 of 4;
- b. Indien de lengte van een binnenschip of van een duwstel meer dan 110 meter bedraagt, moet dit van een in twee richtingen werkende spreekverbinding zijn voorzien tussen de stuurhut en de kop van het schip of tussen de duwboot en de kop van het duwstel.
Werktuiglijk voortbewogen schepen moeten hun vaart tijdig verminderen en zo nodig stoppen, indien voor hen hierdoor geen onmiddellijk gevaar dreigt:
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.