Uitvoeringsregeling accijns
Gelet op de artikelen 2, vijfde lid, 3, vijfde lid, 7, vierde, vijfde en zesde lid, 11, 19, tweede lid, 22, derde lid, 23, derde lid, 25, vierde lid, 26, achtste lid, 27, tweede en vijfde lid, 36, eerste lid, 37, tweede lid, 38, 40, eerste en derde lid, 41, tweede lid, 42, derde lid, 53, derde lid, 56, derde lid, 63, eerste lid, 64, vierde lid, 65, zevende lid, 66, derde lid, 67, tweede lid, 68, tweede lid, 69, 70, vijfde lid, 71, tweede lid, 73, derde lid, 75, tweede en derde lid, 78, vierde lid, 79, eerste, tweede en derde lid, 80, tweede lid, 82, tweede lid, 84, tweede lid, 85, tweede lid, 88, tweede lid, 90, zevende lid, 91, vierde lid, 94, tweede lid, 95, vierde lid, van de Wet op de accijns (Stb. 1991, 561) en de artikelen 11, 12, 14 en 22, derde lid, van het Uitvoeringsbesluit accijns (Stb. 1991, 754);
Besluit:
Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
Afdeling 1. Inleidende bepalingen
Artikel 1
Deze regeling geeft uitvoering aan de artikelen 1a, derde lid, 2, elfde lid, 2d, tweede lid, 2e, achtste lid, 3, vijfde lid, 7, zesde lid, 26, achtste lid, 27, tweede lid, 37, tweede lid, 38, 40, eerste en derde lid, 41, tweede lid, 42, tweede lid, 42a, vierde lid, 50c, derde lid, 50d, vijfde lid, 50f, zevende lid, 50i, derde lid, 50k, derde lid, 53, derde lid, 56, zevende lid, 64, tweede lid, 64a, tweede lid, 65, achtste lid, 66, vierde lid, 66a, tweede lid, 68, tweede lid, 69, 69a, derde lid, 70, vierde lid, 71, tweede lid, 71a, tweede lid, 71d, derde lid, 71e, vierde lid, 71g, eerste lid, 71h, zevende lid, 73, derde lid, 75, vierde en negende lid, 76, vijfde lid, 77, achtste lid, 78, vierde lid, 79, tweede lid, 80, derde lid, 82, tweede lid, 83, vierde lid, 84, tweede lid, 90, zevende lid, 90a, vierde lid, 91, derde lid, 94, tweede lid, 95, vierde lid, van de Wet op de accijns en de artikelen 9da, tweede lid, en 12 van het Uitvoeringsbesluit accijns.
Artikel 2
In deze regeling wordt verstaan onder:
- –. ARC: de unieke administratieve referentiecode die door de inspecteur of de bevoegde autoriteiten van een lidstaat is toegekend aan het e-AD, bedoeld in artikel 20, derde lid, van de Richtlijn;
- –. besluit: het Uitvoeringsbesluit accijns;
- –. Richtlijn: Richtlijn 2020/262 van de Raad van 19 december 2019 houdende een algemene regeling inzake accijns (PbEU 2020, L 58);
- –. VARC: de unieke vereenvoudigde administratieve referentiecode die door de inspecteur of de bevoegde autoriteiten van een lidstaat is toegekend aan het e-VAD, bedoeld in artikel 36, tweede lid, van de Richtlijn;
- –. wet: de Wet op de accijns.
Afdeling 2. Overbrenging van accijnsgoederen
Artikel 3
De vergunninghouder van een accijnsgoederenplaats doet van de algehele vernietiging of het onherstelbare algehele of gedeeltelijke verlies van accijnsgoederen door niet te voorziene omstandigheden of overmacht, bedoeld in artikel 2, vijfde en zesde lid, van de wet, in zijn accijnsgoederenplaats onverwijld mededeling aan de inspecteur onder opgaaf van het tijdstip en de oorzaak van de algehele vernietiging of het onherstelbare algehele of gedeeltelijke verlies.
De vergunninghouder van een accijnsgoederenplaats, de geregistreerde afzender of de geregistreerde geadresseerde doet van de algehele vernietiging of het onherstelbare algehele of gedeeltelijke verlies van accijnsgoederen door niet te voorziene omstandigheden of overmacht, bedoeld in artikel 2, vijfde en zesde lid, van de wet, tijdens het overbrengen van onder een accijnsschorsingsregeling geplaatste accijnsgoederen onverwijld mededeling aan de inspecteur onder opgaaf van het tijdstip en de oorzaak van het verloren gaan.
Van een voorgenomen vernietiging van in een accijnsgoederenplaats voorhanden of in opslag zijnde accijnsgoederen die onbruikbaar of onverkoopbaar zijn geworden, wordt uiterlijk twee werkdagen voor de voorgenomen vernietiging door de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats mededeling gedaan aan de inspecteur, onder vermelding van het tijdstip waarop de vernietiging zal plaatsvinden.
De gecertificeerde afzender of de gecertificeerde geadresseerde doet van de algehele vernietiging of het onherstelbare algehele of gedeeltelijke verlies van reeds tot verbruik uitgeslagen accijnsgoederen door niet te voorziene omstandigheden of overmacht, bedoeld in artikel 3 van de wet, tijdens het overbrengen onverwijld mededeling aan de inspecteur onder opgaaf van het tijdstip en de oorzaak van het verloren gaan.
Afdeling 3. Accijnsgoederen voor eigen verbruik
Artikel 3a
De hoeveelheden, bedoeld in artikel 2d, tweede lid, van de wet, bedragen voor:
- a. bier: 110 L;
- b. wijn: 90 L (waarvan maximaal 60 L mousserende wijn);
- c. tussenproducten: 20 L;
- d. overige alcoholhoudende producten: 10 L;
- e. sigaretten: 800 stuks;
- f. sigaren: 200 stuks;
- g. cigarillo’s (sigaren met een maximumgewicht van 3 g/stuk): 400 stuks;
- h. rooktabak: 1 kg.
Afdeling 4. Gebruik als brandstof in een accijnsgoederenplaats
Artikel 3b
De inspecteur bepaalt na overleg met de vergunninghouder welke in artikel 6c, tweede lid, van het besluit bedoelde productie-eenheden tot een productielocatie kunnen worden gerekend.
De in artikel 6c, vierde lid, van het besluit bedoelde energiebalans wordt opgesteld op basis van in overleg met de inspecteur te bepalen energie-equivalenten.
Afdeling 5. Normale reservoirs van bedrijfsmotorrijtuigen
Artikel 3c
Voor de toepassing van artikel 2e, vijfde lid, van de wet wordt verstaan onder normale reservoirs:
- a. de door de fabrikant blijvend in of aan alle voertuigen van hetzelfde type als het betrokken voertuig aangebrachte reservoirs, waarvan de blijvende inrichting het rechtstreeks verbruik van brandstof mogelijk maakt, zowel voor de voortbeweging van het voertuig als, in voorkomend geval, de werking van koelsystemen en andere systemen tijdens het vervoer. Als normale reservoirs gelden ook gasreservoirs die zijn aangepast voor gebruik in voertuigen en die het rechtstreeks verbruik van gas als brandstof mogelijk maken, alsmede de reservoirs die zijn aangesloten op andere systemen waarmee die voertuigen eventueel zijn uitgerust;
- b. de door de fabrikant blijvend in of aan alle containers van hetzelfde type als de betrokken container aangebrachte reservoirs, waarvan de blijvende inrichting het rechtstreeks verbruik van brandstof mogelijk maakt voor de werking, tijdens het vervoer, van koelsystemen en andere systemen waarmee containers voor speciale doeleinden zijn uitgerust;
Voor de toepassing van artikel 2e, vijfde lid, van de wet wordt verstaan onder containers voor speciale doeleinden: alle containers die zijn uitgerust met aangepaste koelsystemen, systemen voor zuurstoftoevoer, thermische isolatiesystemen of andere systemen.
Hoofdstuk II. Accijnsgoederen
Afdeling 1. Bier
Artikel 4
Het van toepassing zijn van het tarief van de accijns, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de wet, moet bij de uitslag tot verbruik worden aangetoond door degene die het bier uitslaat tot verbruik.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.