Regeling opvang asielzoekers

Type Ministeriële regeling
Publication 2009-07-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Overwegende dat het met het oog op de invoering van een gewijzigd opvangmodel en met het oog op de wijziging van de vreemdelingencirculaire, strekkende tot invoering van de gedoogdenverklaring, wenselijk is de Regeling opvang asielzoekers (Stcrt. 1987, 75) te wijzigen;

Besluit:

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen

Artikel 1
1.

Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:

a. de minister: de Minister van Justitie; b. asielaanvraag: een aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000; c. asielzoeker: een vreemdeling aan wie de toegang tot Nederland niet is geweigerd en door wie of ten behoeve van wie een asielaanvraag is ingediend; d. kind: een persoon, jonger dan 21 jaar, die niet samenwoont met een (huwelijks)partner en die een (stief)kind is van de asielzoeker dan wel met de asielzoeker in gezinsverband leeft en te zijnen laste komt; e. woonruimte: 1º. een besloten ruimte die bestemd en geschikt is voor bewoning en voorzien is van een eigen toegang alsmede van alle noodzakelijke woonfuncties; 2º. een kamer in een ruimte als beschreven onder 1° van dit onderdeel.

2.

Voor de toepassing van deze regeling wordt onder asielzoeker tevens verstaan een vreemdeling aan wie de toegang tot Nederland niet is geweigerd en die een verzoek heeft ingediend tot verlening van een vergunning om in Nederland te verblijven ten behoeve van de gezinshereniging met een asielzoeker aan wie met toepassing van deze regeling opvang wordt geboden.

3.

Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder ‘rechtmatig verwijderbare vreemdeling’ een vreemdeling op wiens asielaanvraag in eerste aanleg in negatieve zin is beslist, tenzij:

Artikel 1a

De indiening van een tweede of volgende asielaanvraag geeft geen recht op opvang.

Artikel 2

Deze regeling heeft betrekking op een asielzoeker die niet beschikt over voldoende middelen om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien. Een asielzoeker wordt als zodanig aangemerkt indien hij in aanmerking zou komen voor een periodieke normuitkering op grond van de Wet werk en bijstand wanneer hem niet de verstrekkingen, bedoeld in artikel 15, tweede lid, zouden worden geboden.

Artikel 3

Vervallen

Artikel 4

De in artikel 15, tweede lid, bedoelde verstrekkingen kunnen geheel of gedeeltelijk aan een asielzoeker worden onthouden indien de asielzoeker:

Hoofdstuk II. Opvang in een centrum

Artikel 5

Vervallen

Artikel 6

Vervallen

Artikel 7

Vervallen

Artikel 8

Vervallen

Artikel 9

Vervallen

Artikel 10

Vervallen

Artikel 11

Vervallen

Artikel 12

Vervallen

Artikel 13

Vervallen

Hoofdstuk III. Met gemeenten te sluiten overeenkomsten

Artikel 14
1.

De minister sluit met de gemeente slechts een overeenkomst omtrent het bieden van opvang aan asielzoekers, indien de gemeente zich in die overeenkomst verplicht de in de artikelen 15 tot en met 26 omschreven verplichtingen na te komen. De minister verplicht zich in die overeenkomst tot het betalen van bijdragen overeenkomstig de artikelen 27 tot en met 30.

2.

In de overeenkomst wordt bovendien vastgesteld het aantal opvangplaatsen voor asielzoekers in de gemeente alsmede gedurende welke periode opvang van asielzoekers zal plaatsvinden, en wordt voorts bepaald dat de minister op verzoek in bijzondere gevallen kan afwijken van het in de overeenkomst bepaalde.

Artikel 15
1.

De gemeente is verplicht opvang te bieden aan asielzoekers ten aanzien van wie de minister aan de gemeente een daartoe strekkend verzoek heeft gericht, tot ten hoogste een aantal asielzoekers dat gelijk is aan het aantal in het kader van een overeenkomst als bedoeld in artikel 14 door de gemeente beschikbaar te stellen opvangplaatsen.

2.

De opvang door de gemeente omvat de volgende verstrekkingen:

3.

De opvang van een asielzoeker eindigt in elk geval:

Artikel 15a

Vervallen

Artikel 16
1.

Het verstrekken van woonruimte houdt in:

Artikel 17
1.

Het verstrekken van een toelage houdt in het bij vooruitbetaling aan de asielzoeker beschikbaar stellen van een basisbedrag, welk bedrag wordt vermeerderd met een toelage voor ieder in het kader van deze regeling opgevangen kind, jonger dan 18 jaar, van de asielzoeker, mits voor dat kind niet aan een andere asielzoeker een toeslag wordt verstrekt én voor dat kind geen uitkering op grond van de Algemene Kinderbijslagwet wordt verleend, terwijl een zodanige uitkering wel is aangevraagd. Door de gemeente wordt aan een asielzoeker aan wie voor de betrokken maand door een andere gemeente reeds een toelage beschikbaar is gesteld, voor die maand geen toelage verstrekt.

2.

Het basisbedrag, bedoeld in het eerste lid, bedraagt het van toepassing zijnde bedrag van de in de bij deze regeling behorende bijlage 1 opgenomen tabel.

3.

De toeslag, bedoeld in het eerste lid, bedraagt het van toepassing zijnde bedrag van de in de bij deze regeling behorende bijlage 2 opgenomen tabel.

Artikel 18

Voor de toepassing van dit hoofdstuk zijn de verplichtingen, bedoeld in artikel 10, ten aanzien van de gemeente van overeenkomstige toepassing.

Artikel 19
1.

Het betalen van buitengewone kosten houdt in het betalen van die kosten van de asielzoeker voor het maken waarvan zo mogelijk vooraf aan de gemeente toestemming is gevraagd en door de gemeente is verleend.

2.

De toestemming, bedoeld in het eerste lid, wordt verleend voor zover de kosten noodzakelijk zijn en niet op andere wijze in de betaling daarvan kan worden voorzien.

Artikel 20

Het verstrekken van sociaal-culturele activiteiten houdt in het doen bieden van activiteiten op het gebied van sport, spel en vrije tijd.

Artikel 21
1.

De gemeente draagt zorg voor de eerste inrichting en het gebruiksklaar maken van woonruimten die bestemd zijn voor de huisvesting van asielzoekers.

2.

Onder het zorgdragen van de eerste inrichting wordt verstaan het voorzien van de woonruimte van de noodzakelijke meubilering, stoffering en gebruiksvoorwerpen.

3.

Onder het gebruiksklaar maken wordt verstaan het in goede staat brengen en het overigens voor bewoning geschikt maken van de woonruimte.

Artikel 22
1.

Indien een asielzoeker aan wie door de gemeente opvang wordt geboden, in enige maand inkomsten heeft, anders dan een uitkering op grond van de Algemene Kinderbijslagwet of de in artikel 17 bedoelde toelage, brengt de gemeente aan die asielzoeker een tegemoetkoming in rekening in de kosten van opvang van de betrokken asielzoeker en zijn gezinsleden. De tegemoetkoming bedraagt per maand ten hoogste € 326,72 vermeerderd met een bedrag van € 326,72 voor ieder gezinslid én met het bedrag van de toelagen die op grond van artikel 17 aan de asielzoeker en zijn gezinsleden beschikbaar worden gesteld, met dien verstande dat de tegemoetkoming niet meer bedraagt dan het bedrag van de in de eerste volzin bedoelde inkomsten.

2.

Voor de toepassing van het eerste lid worden als gezinslid aangemerkt de personen die behoren tot een van de in artikel 13, tweede lid, omschreven categorieën indien zij met de betrokken asielzoeker in gezinsverband samenleven en hen eveneens door de gemeente opvang wordt geboden.

Artikel 23

De gemeente doet onmiddellijk schriftelijk mededeling aan de minister van:

De gemeente vermeldt daarbij steeds de naam, het door de minister gegeven registratienummer en het opvangadres van de betrokken asielzoeker.

Artikel 24
1.

De gemeente dient vóór 1 oktober volgend op een kalenderjaar waarin door de gemeente aan asielzoekers opvang is geboden, een opgave bij de minister in volgens een model dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3. Die opgave is voorzien van een verklaring een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek alsmede van een rapportage van een zodanige deskundige omtrent de naleving van het bepaalde in de overeenkomst door de gemeente. De verklaring en de rapportage zijn opgesteld met inachtneming van het bepaalde in de bij deze regeling behorende bijlage 4.

2.

Indien de som van de in het eerste lid bedoelde opgave vermelde bedragen kleiner is dan € 25 000 kan ter zake worden volstaan met een verklaring van het gemeentebestuur.

3.

Op basis van de in het eerste lid bedoelde opgave worden de bijdragen, bedoeld in de artikelen 27 en 29 voor het betrokken kalenderjaar vastgesteld.

Artikel 25

Aan de door de minister aan te wijzen ambtenaren worden door de gemeente alle inlichtingen verschaft en bescheiden getoond die noodzakelijk zijn voor het toezicht op een juiste uitvoering van de overeenkomst. De gemeente verleent de minister toestemming om bij de in artikel 24 bedoelde deskundige inlichtingen in te winnen omtrent de in dat artikel bedoelde opgave.

Artikel 26

De gemeente betaalt op vordering van de minister een bijdrage geheel of gedeeltelijk terug indien de gemeente de in de artikelen 15 tot en met 25 gestelde voorschriften niet naleeft.

Artikel 27
1.

De minister verstrekt aan de gemeente een bijdrage in de kosten verbonden aan het bieden van de in artikel 15, tweede lid, bedoelde verstrekkingen aan een asielzoeker op wie een mededeling als bedoeld in artikel 23 omtrent de aanvang van de opvang betrekking heeft.

2.

Voor de berekening van de in het eerste lid bedoelde bijdrage wordt de periode in aanmerking genomen die begint op de eerste dag van de maand waarin de verstrekkingen aan de betrokken asielzoeker worden aangevangen en die voortduurt tot en met de laatste dag van de maand waarin de datum van beëindiging, bedoeld in artikel 15, derde lid, is gelegen.

3.

De bijdrage, bedoeld in het eerste lid, wordt voorts verstrekt zolang de gemeente van het ingaan van de datum van beëindiging van de opvang als bedoeld in artikel 15, derde lid, niet op de hoogte was althans redelijkerwijs niet redelijkerwijs op de hoogte kon zijn.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.