Wet van 2 juli 1992, tot uitbreiding en wijziging van de Wet algemene bepalingen milieuhygiëne en daarmee samenhangende wijzigingen van andere wetten (vergunningen en algemene regels voor inrichtingen; procedures voor vergunningen en ontheffingen; handhaving)

Type Wet
Publication 1994-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Wet algemene bepalingen milieuhygiëne verder uit te bouwen tot een Wet milieubeheer en daarvan in de naam van de wet en in de systematiek ervan blijk te geven;

dat het voorts wenselijk is de stelsels voor vergunningen en algemene regels met betrekking tot inrichtingen te verbeteren en zoveel mogelijk te integreren in die wet, de procedures voor de totstandkoming van beschikkingen inzake vergunningen en ontheffingen te verbeteren en de bepalingen inzake de handhaving van het milieurecht te verbeteren en ook in die wet te integreren;

dat het wenselijk is daarbij tevens verdere uitvoering te geven aan de met die onderwerpen verband houdende Richtlijnen van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 24 juni 1982, 82/501/EEG (PbEG L 230) en van 28 juni 1984, 84/360/EEG (PbEG L 188);

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel I

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel II

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel III

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel IV

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel V

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel VI

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel VII

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel VIII

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel IX

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel X

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel XI

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel XII

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel XIII

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel XIV

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel XV

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel XVI

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel XVII

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel XVIII

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel XIX

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel XX

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel XXI

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel XXII
1.

Een vergunning voor een inrichting als aangewezen krachtens artikel 1, derde lid, van de Wet milieubeheer, die is verleend krachtens de Afvalstoffenwet, de Wet geluidhinder, de Wet inzake de luchtverontreiniging, de Wet chemische afvalstoffen, de Hinderwet of het Mijnreglement 1964 voor het tijdstip waarop artikel I van deze wet in werking treedt, dan wel nadat tijdstip met toepassing van het vierde lid van dit artikel, wordt gelijkgesteld met een vergunning, verleend krachtens de Wet milieubeheer. Een inrichting waarvoor de vergunning met toepassing van artikel 4, vijfde lid, onder c, van de Hinderwet door Ons was verleend, en die niet behoort tot een categorie die is aangewezen krachtens artikel 7, tweede lid, van de Wet milieubeheer, wordt gelijkgesteld met een inrichting als aangewezen krachtens artikel 7, vierde lid, van die wet, tenzij Onze Minister in overeenstemming met Onze betrokken Minister anders bepaalt.

2.

Indien voor het tijdstip waarop artikel I van deze wet in werking treedt, met betrekking tot een inrichting als aangewezen krachtens artikel 1, derde lid, van de Wet milieubeheer, ontheffing is verleend van verboden of verplichtingen, gesteld bij een algemene maatregel van bestuur krachtens de Wet bodembescherming, waarbij toepassing is gegeven aan artikel 29 van die wet, wordt de voor die inrichting geldende vergunning geacht toe te staan hetgeen die ontheffing toestaat, gedurende de termijn waarvoor die ontheffing is verleend, dan wel, indien die ontheffing niet voor een bepaalde termijn is verleend, gedurende tien jaar - behoudens eerdere intrekking - na het tijdstip waarop artikel 19a van de Wet bodembescherming in werking treedt. De betrokken vergunning wordt geacht mede te zijn verleend onder de beperkingen waaronder de ontheffing was verleend; voorschriften die aan de ontheffing waren verbonden, worden geacht mede aan de vergunning te zijn verbonden.

3.

Indien met betrekking tot een inrichting, als aangewezen krachtens artikel 1, derde lid, van de Wet milieubeheer, krachtens artikel 35 van de Wet chemische afvalstoffen ontheffing van het verbod, gesteld in artikel 31 van die wet, is verleend voor het tijdstip waarop artikel I en artikel XI van deze wet in werking treden, wordt de voor die inrichting geldende vergunning geacht toe te staan dat de bij die ontheffing aangewezen chemische afvalstoffen of afgewerkte olie binnen de inrichting op of in de bodem worden gebracht. De betrokken vergunning wordt geacht mede te zijn verleend onder de beperkingen waaronder de ontheffing was verleend; voorschriften die aan de ontheffing waren verbonden, worden geacht mede aan de vergunning te zijn verbonden.

4.

Indien de aanvraag tot het geven van een beschikking is ingediend of het voornemen tot het geven van een beschikking krachtens wettelijk voorschrift aan degene tot wie de beschikking zal zijn gericht, is bekendgemaakt voor het tijdstip waarop deze wet met betrekking tot zodanige beschikking in werking treedt, blijft het voor dat tijdstip ten aanzien van zodanige beschikkingen geldende recht van toepassing tot het tijdstip waarop de beschikking onherroepelijk is geworden.

5.

Voor degene die een inrichting drijft als aangewezen krachtens artikel 1, derde lid, van de Wet milieubeheer, die krachtens artikel 35, zevende lid, van de Hinderwet zonder vergunning in werking mocht worden gehouden, blijft artikel 6, eerste lid, van de Wet milieubeheer buiten toepassing gedurende drie maanden na het tijdstip waarop artikel I van deze wet in werking treedt, en indien binnen die termijn een aanvraag om de vereiste vergunning is ingediend, ook nadien, tot twee maanden nadat de beschikking waarbij op de aanvraag is beslist, van kracht is geworden.

7.

Een vergunning ten aanzien waarvan artikel 22 van de Wet milieubeheer kan worden toegepast en die voor het tijdstip waarop dat mogelijk werd, voor een bepaalde termijn is verleend met toepassing van artikel 41, tweede lid, van de Afvalstoffenwet of artikel 16 van de Hinderwet, dan wel onder tijdsbeperking krachtens de Mijnwet 1903, de Kernenergiewet, de Wet geluidhinder, de Wet inzake de luchtverontreiniging, de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, de Wet verontreiniging zeewater of de Wet chemische afvalstoffen, wordt gelijkgesteld met een vergunning verleend krachtens de Wet milieubeheer, met toepassing van artikel 22 van die wet.

9.

Een algemene maatregel van bestuur, vastgesteld krachtens artikel 2a van de Hinderwet met toepassing van het tweede lid van dat artikel, wordt gelijkgesteld met een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 38 van de Wet milieubeheer.

10.

Een algemene maatregel van bestuur, vastgesteld krachtens artikel 20a van de Wet inzake de luchtverontreiniging of artikel 2a van de Hinderwet zonder toepassing van het tweede lid van dat artikel, wordt gelijkgesteld met een algemene maatregel van bestuur, vastgesteld krachtens artikel 39 van de Wet milieubeheer. Indien het bij koninklijke boodschap van 3 februari 1992 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Afvalstoffenwet tot wet wordt verheven en in werking treedt voor het tijdstip waarop deze wet in werking treedt, wordt een algemene maatregel van bestuur, vastgesteld krachtens artikel 53a van de Afvalstoffenwet, gelijkgesteld met een algemene maatregel van bestuur, vastgesteld krachtens artikel 39 van de Wet milieubeheer.

11.

Een besluit krachtens de Hinderwet, de Interimwet bodemsanering of een der in artikel 62 van de Wet milieubeheer bedoelde wetten tot aanwijzing van ambtenaren, belast met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de betrokken wet bepaalde, blijft - indien het een andere wet dan de Hinderwet betreft: voor zover artikel 65 van de Wet milieubeheer ten aanzien van een zodanige wet van toepassing is - van kracht gedurende een jaar na het tijdstip waarop artikel I van deze wet in werking treedt. De aangewezen ambtenaren zijn, ook al is dat niet in het betrokken besluit bepaald, gedurende dat jaar tevens belast met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de Wet milieubeheer bepaalde. De eerste en de tweede volzin zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de opsporingsbevoegdheid van de opsporingsambtenaren die zijn aangewezen krachtens de Interimwet bodemsanering, een der in artikel 62 van de Wet milieubeheer bedoelde wetten of krachtens artikel 17 van de Wet op de economische delicten, met dien verstande dat de periode, genoemd in de eerste volzin, wordt verlengd tot een jaar na het tijdstip waarop, indien het bij koninklijke boodschap van 27 maart 1992 ingediende voorstel van wet tot vaststelling van een nieuwe Politiewet (22 562) tot wet wordt verheven, die wet in werking treedt.

12.

Indien voor het tijdstip waarop artikel I van deze wet in werking treedt, overeenkomstig artikel 41o richtlijnen zijn gegeven inzake de inhoud van een milieu-effectrapport en door dat inwerkingtreden de bevoegdheid te beslissen op de aanvraag om een vergunning voor een inrichting, bij de voorbereiding waarvan dat rapport moet worden gemaakt, overgaat naar een ander orgaan, worden die richtlijnen gelijkgesteld met richtlijnen, gegeven door dat andere orgaan.

13.

Indien de bepalingen van gemeentelijke of provinciale verorderingen, vastgesteld krachtens de artikelen 272 van de gemeentewet, onderscheidenlijk 148 van Provinciewet met betrekking tot leges of andere rechten terzake van het aanvragen of verlenen van vergunningen of ontheffingen voor inrichtingen als aangewezen krachtens artikel 1, derde lid, van de Wet milieubeheer, op het tijdstip waarop artikel I van deze wet in werking treedt, niet zijn aangepast aan de Wet milieubeheer, worden zodanige inrichtingen voor de toepassing van die bepalingen gedurende ten hoogste een jaar na dat tijdstip gelijkgesteld met inrichtingen als aangewezen krachtens het voor dat tijdstip geldende recht.

Artikel XXIII
1.

De tekst van de Wet milieubeheer wordt ingedeeld in de volgende hoofdstukken: Hoofdstuk 1. Algemeen Hoofdstuk 2. Adviesorganen Hoofdstuk 3. Internationale zaken Hoofdstuk 4. Plannen Hoofdstuk 5. Milieukwaliteitseisen Hoofdstuk 6. Milieuzonering Hoofdstuk 7. Milieu-effectrapportage Hoofdstuk 8. Inrichtingen Hoofdstuk 9. Stoffen en produkten Hoofdstuk 10. Afvalstoffen Hoofdstuk 11. Andere handelingen Hoofdstuk 12. Meet- en registratieverplichtingen Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen Hoofdstuk 14. Coördinatie Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen Hoofdstuk 16. Financiële zekerheid Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden Hoofdstuk 18. Handhaving Hoofdstuk 19. Bepalingen in verband met de openbaarheid Hoofdstuk 20. Beroep Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen Hoofdstuk 22. Slotbepalingen.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.