Wet van 29 oktober 1992, tot herverdeling van het wegenbeheer over Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen en daarmee samenhangende herziening van de financiering van de wegenzorg
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het, zowel voor een efficiëntere organisatie van de wegenzorg als in het licht van het streven naar decentralisatie, wenselijk is wijziging te brengen in de verdeling van openbare wegen over Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen, dat bovendien het verschaffen van de in de Wet Uitkeringen Wegen (Stb. 1966, 367) geregelde uitkeringen moet worden beëindigd, en dat het wenselijk is in samenhang hiermee wijziging te brengen in de financiële verhouding tussen deze overheden;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Hoofdstuk I. Inleidende bepalingen
Artikel 1
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a. Onze Minister: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;
- b. overgangsdatum: de krachtens artikel 10, eerste lid, van deze wet vastgestelde datum;
- c. brug: een civieltechnisch bouwwerk dat een weg door middel van een overspanning met daarop de wegverharding of het wegdek leidt over een weg of een oppervlaktewater;
- d. tunnel: een civieltechnisch bouwwerk waarmee een weg door of onder een weg of een oppervlaktewater wordt geleid of waarmee een oppervlaktewater door of onder een weg wordt geleid, mits dit bouwwerk niet tevens een weg door middel van een overspanning met daarop de wegverharding of het wegdek leidt over een weg of een oppervlaktewater.
Artikel 2
De wegen onderscheidenlijk bruggen in de zin van deze wet zijn alleen de wegen onderscheidenlijk bruggen die in beheer zijn bij het Rijk, een provincie, een gemeente of een waterschap, alsmede bij een openbaar lichaam dat onder toepassing van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Stb. 1984, 669) is ingesteld, met dien verstande dat door toepassing van artikel 5, derde lid, ook andere wegen en door toepassing van artikel 6, derde lid, ook andere bruggen onder de werking van deze wet kunnen worden gebracht.
Deze wet is niet van toepassing op:
- a. wegen onderscheidenlijk bruggen in beheer bij het Rijk waarvan het beheer en onderhoud niet ten laste komt van een onder de zorg van Onze Minister vallend fonds of van Hoofdstuk XII (Verkeer en Waterstaat) dan wel Hoofdstuk IX B (Financiën) van de Rijksbegroting;
- b. wegen die op 1 januari 1987 niet openbaar waren in de zin van de Wegenwet (Stb. 1930, 342), tenzij
- 1.
- a. de weg na 1 januari 1977 tot stand is gebracht, en
- b. de weg gedurende het tijdvak tussen de openstelling voor het verkeer en 1 januari 1987 voor een ieder toegankelijk is geweest, en gedurende dat tijdvak door het Rijk, een provincie, een gemeente of een waterschap is onderhouden, en
- c. de in artikel 4, tweede lid, van de Wegenwet bedoelde uitzondering niet van toepassing is geweest; of
- 2.
- a. de weg na 1 januari 1987 tot stand is gebracht, en
- b. de weg op de dag voor de datum van vaststelling van het herverdelingsplan openbaar is in de zin van de Wegenwet.
Hoofdstuk II. Herverdeling wegenbeheer
Artikel 3
Provinciale staten stellen, uiterlijk acht weken voor de overgangsdatum, een herverdelingsplan vast.
Het herverdelingsplan bevat:
- a. de aanwijzing, voor zover dat krachtens de artikelen 4 en 5 noodzakelijk is, van de wegen die met ingang van de overgangsdatum in beheer overgaan, waarbij van elk van de in beheer overgaande wegen de oude en de nieuwe beheerder worden vermeld;
- b. van elk van de krachtens onderdeel a aangewezen wegen een zodanige nadere aanduiding met zo nodig een kaart van de weg en met zo nodig een tekening van het dwarsprofiel dat duidelijk wordt
-
- tot welke grens het overgaande weggebied zich uitstrekt,
-
- welke onder de zorg van de oude beheerder vallende bijbehorende werken en bijbehorende voorzieningen voor het wegverkeer binnen de grens van het overgaande gebied niet onder de zorg van de nieuwe beheerder van de weg komen te vallen, en
-
- welke onder de zorg van de oude beheerder vallende bijbehorende werken en bijbehorende voorzieningen voor het wegverkeer buiten het overgaande gebied onder de zorg van de nieuwe beheerder van de weg komen te vallen;
- c. de aanwijzing, voor zover dat krachtens artikel 6, eerste tot en met derde lid, noodzakelijk is, van de bruggen die met ingang van de overgangsdatum in beheer overgaan, waarbij van elk van de in beheer overgaande bruggen de oude en de nieuwe beheerder van de brug worden vermeld;
- d. van elk van de krachtens onderdeel c aangewezen bruggen een zodanige nadere aanduiding met zo nodig een bijbehorende kaart en met zo nodig een tekening dat duidelijk wordt
-
- de begrenzing van het overgaande object,
-
- welke onder de zorg van de oude beheerder van de brug vallende bijbehorende werken en voorzieningen binnen de begrenzing van het overgaande object niet onder de zorg van de nieuwe beheerder van de brug komen te vallen, en
-
- welke onder de zorg van de oude beheerder van de brug vallende bijbehorende werken en voorzieningen buiten de begrenzing van het overgaande object onder de zorg van de nieuwe beheerder van de brug komen te vallen;
- e. de aanwijzing, voor zover dat krachtens artikel 6, vierde lid, noodzakelijk is, van de tunnels die met ingang van de overgangsdatum in beheer overgaan, waarbij van elk van de in beheer overgaande tunnels de oude en de nieuwe beheerder van de tunnel worden vermeld, en waarbij voor de nadere aanduiding van de tunnel onderdeel d van dit lid juncto artikel 7 van overeenkomstige toepassing is;
- f. van elk van de krachtens onderdeel a, onderscheidenlijk onderdeel c, onderscheidenlijk onderdeel e aangewezen wegen, bruggen en tunnels met overgaande bijbehorende werken en voorzieningen voor het wegverkeer een aanduiding van de onroerende zaken en van de rechten waaraan onroerende zaken zijn onderworpen, voor zover die zaken en rechten toebehoren aan de oude beheerder en na de beheersovergang dienen over te gaan op de nieuwe beheerder.
Artikel 4
De in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, bedoelde aanwijzing geschiedt zodanig dat op de overgangsdatum
- a. elk van de wegen die in de bij deze wet behorende bijlage 1 zijn aangegeven in rood, in beheer zal zijn bij het Rijk,
- b. elk van de wegen die in bijlage 1 zijn aangegeven in groen, in beheer zal zijn bij de provincie, en
- c. elk van de overige in een gemeente gelegen wegen, onverminderd het bepaalde in artikel 2, in beheer zal zijn bij die gemeente.
In afwijking van het eerste lid, onderdeel c, geschiedt de in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, bedoelde aanwijzing zodanig dat op de overgangsdatum de overige wegen die zijn gelegen
- a. buiten de bebouwde kom in de zin van de Wegenwet, waarbij de op 1 januari 1988 geldende grens van de bebouwde kom van toepassing is,
- b. in een van de gemeenten die zijn opgenomen in de bij deze wet behorende bijlage 2, en
- c. in het gebied van een van de in bedoelde bijlage opgenomen waterschappen,
in beheer zullen zijn bij het in bedoelde bijlage aangegeven waterschap, met dien verstande dat de wegen die zijn gelegen in een gebied dat behoort tot meer dan een van de in de bijlage genoemde waterschappen, niet in beheer zullen zijn bij het overliggende waterschap.
In afwijking van het eerste lid geschiedt de in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, bedoelde aanwijzing zodanig dat op de overgangsdatum een weg die is gelegen naast een weg die
- a. niet door plaatsing van het bord G1 van bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (Stb. 459) als autosnelweg is aangewezen, en
- b. in de bij deze wet behorende bijlage 1 is aangegeven in rood onderscheidenlijk groen,
in beheer zal zijn bij het Rijk onderscheidenlijk de provincie, als de eerstbedoelde weg naar de mening van provinciale staten van meer belang is waar het de vervulling van functies betreft in relatie tot de in rood onderscheidenlijk groen aangegeven weg dan waar het de vervulling van overige functies betreft.
Indien de in het eerste lid bedoelde ordening ertoe zou leiden dat een wegvak op of onder een brug, of een wegvak in een tunnel in het herverdelingsplan zou moeten worden opgenomen, en dat geen van de op het bouwwerk aansluitende wegen in het herverdelingsplan moet worden opgenomen, wordt het wegvak niet in het herverdelingsplan opgenomen, tenzij blijkens een tijdig aan provinciale staten gezonden mededeling de oude met de in bedoelde ordening beoogde nieuwe beheerder is overeengekomen dat het wegvak met ingang van de overgangsdatum in beheer zal komen bij de in bedoelde ordening beoogde nieuwe beheerder.
In geval een weg in beheer is bij een openbaar lichaam dat is gevormd onder toepassing van de Wet gemeenschappelijke regelingen, en het publiekrechtelijke lichaam bij welk krachtens het eerste tot en met derde lid de weg in beheer zou komen, voor het beheer van wegen als de bedoelde weg deelneemt aan de gemeenschappelijke regeling, wordt de weg niet in het herverdelingsplan opgenomen.
In afwijking van het tweede lid, onderdeel c, geschiedt de in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, bedoelde aanwijzing zodanig dat op de overgangsdatum de overige wegen die zijn gelegen
- a. buiten de bebouwde kom in de zin van de Wegenwet, waarbij de op 1 januari 1988 geldende grens van de bebouwde kom van toepassing is,
- b. in een van de gemeenten die zijn opgenomen in de bij deze wet behorende bijlage 2,
- c. in het gebied van meer dan een van de in bedoelde bijlage opgenomen waterschappen, en
- d. op een waterkering die in beheer is bij het in bedoelde bijlage opgenomen overliggende waterschap,
in beheer zullen zijn bij het overliggende waterschap.
Artikel 5
Indien blijkens een tijdig aan provinciale staten gezonden mededeling het Rijk onderscheidenlijk een provincie met een gemeente is overeengekomen dat:
- a. een gedeelte van een in de bij deze wet behorende bijlage 1 in rood, onderscheidenlijk groen aangegeven weg, op de overgangsdatum in beheer zal zijn bij de gemeente, of
- b. een gedeelte van een weg die behoort tot de in artikel 4, eerste lid, onderdeel c, bedoelde wegen, op de overgangsdatum in beheer zal zijn bij het Rijk, onderscheidenlijk de provincie,
wordt deze overeenkomst bij de in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, bedoelde aanwijzing van in beheer overgaande wegen in afwijking van artikel 4, eerste en derde lid, in acht genomen.
Indien blijkens een tijdig aan provinciale staten gezonden mededeling het Rijk met de provincie, onderscheidenlijk een gemeente is overeengekomen dat een weg die in beheer is bij het Rijk, en waarvan het beheer en onderhoud niet ten laste komt van de in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, bedoelde begrotingen, met ingang van de overgangsdatum in beheer zal zijn bij de provincie, onderscheidenlijk de gemeente, wordt deze overeenkomst bij de in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, bedoelde aanwijzing in acht genomen, en wordt bij de toepassing van deze wet afgeweken van het bepaalde in artikel 2, tweede lid, onderdeel a.
Indien blijkens een tijdig aan provinciale staten gezonden mededeling een ander dan het Rijk, de provincies, de gemeenten, de waterschappen en de publiekrechtelijke lichamen die met toepassing van de Wet gemeenschappelijke regelingen tot stand zijn gekomen, met het Rijk, onderscheidenlijk een provincie, onderscheidenlijk een gemeente is overeengekomen dat een weg die in beheer is bij die ander, met ingang van de overgangsdatum in beheer zal zijn bij het Rijk, onderscheidenlijk de provincie, onderscheidenlijk de gemeente, wordt deze overeenkomst bij de in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, bedoelde aanwijzing in acht genomen, en wordt bij de toepassing van deze wet afgeweken van het bepaalde in artikel 2, eerste lid.
Indien blijkens een tijdig aan provinciale staten gezonden mededeling een waterschap dat is opgenomen in de bij deze wet behorende bijlage 2, met een gemeente is overeengekomen dat een in die gemeente gelegen weg met ingang van de overgangsdatum niet bij het waterschap doch bij de gemeente in beheer zal zijn, wordt deze overeenkomst bij de in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, bedoelde aanwijzing in afwijking van artikel 4, tweede lid, in acht genomen.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.