Wet van 24 december 1992, tot vaststelling van de Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992

Type Wet
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het met het oog op de opheffing van de fiscale grenzen binnen de Europese Gemeenschap wenselijk is het stelsel van heffing van de bijzondere verbruiksbelastingen van personenauto’s en van motorrijwielen te herzien, alsmede om deze belastingen op te nemen in een afzonderlijke wet en voorts dat het gewenst is in het tarief te differentiëren naar een milieu- en een energiegrondslag en het begrip personenauto nader te definiëren;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk I. Inleidende bepalingen

Afdeling 1. Belastbaar feit

Artikel 1
1.

Onder de naam 'belasting van personenauto’s en motorrijwielen' wordt een belasting geheven met betrekking tot personenauto's, motorrijwielen en bestelauto's.

2.

De belasting is verschuldigd ter zake van de inschrijving van een personenauto, een motorrijwiel of een bestelauto.

3.

Ingeval een ingeschreven motorrijtuig zodanig wordt veranderd dat het de hoedanigheid verkrijgt van een personenauto, een motorrijwiel of een bestelauto, is de belasting verschuldigd ter zake van de wijziging van de inschrijving in personenauto, motorrijwiel of bestelauto dan wel, indien de inschrijving niet wordt gewijzigd in personenauto, motorrijwiel of bestelauto, ter zake van de aanvang van het gebruik als personenauto, motorrijwiel of bestelauto van de weg.

4.

Ingeval een motorrijtuig als bedoeld in artikel 9c in een zodanige staat wordt gebracht dat deze niet meer voldoet aan de in dat artikel genoemde voorwaarden, is de belasting verschuldigd ter zake van de aanvang van het gebruik met dit motorrijtuig in gewijzigde staat van de weg.

5.

Ingeval de motor van een personenauto of een bestelauto waarvan de belasting is bepaald op grond van artikel 9 tijdens de eerste drie jaren na het tijdstip van inschrijving in het kentekenregister in een zodanige staat is gebracht dat de CO2-uitstoot meer bedraagt dan de CO2-uitstoot waarover de belasting is betaald, is het verschil tussen deze belasting en de belasting die zou zijn verschuldigd bij deze hogere CO2-uitstoot verschuldigd ter zake van de aanvang van het gebruik met deze personenauto of deze bestelauto in gewijzigde staat van de weg.

6.

Ingeval een niet-ingeschreven personenauto, motorrijwiel of bestelauto feitelijk ter beschikking staat van een in Nederland wonende natuurlijke persoon of gevestigd lichaam, is de belasting verschuldigd ter zake van de aanvang van het gebruik met dat motorrijtuig van de weg.

7.

Ingeval voor een motorrijtuig waarvoor een teruggaaf als bedoeld in artikel 14a, eerste lid, of artikel 16 is of kan worden verleend een herinschrijving plaatsvindt, is de belasting verschuldigd ter zake van die herinschrijving.

8.

Ingeval een motorrijtuig waarvoor een teruggaaf als bedoeld in artikel 14a, eerste of tweede lid, of artikel 16 is of kan worden verleend feitelijk ter beschikking staat van een in Nederland wonende natuurlijke persoon of gevestigd lichaam, zonder dat een herinschrijving van dat motorrijtuig heeft plaatsgevonden, is de belasting verschuldigd ter zake van de hernieuwde aanvang van het gebruik met dat motorrijtuig van de weg.

Afdeling 2. Definities

Artikel 2

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel 3
1.

Onder personenauto wordt in deze wet en de daarop berustende bepalingen verstaan een motorrijtuig op drie of meer wielen, zulks met uitzondering van:

2.

Onder autobus wordt verstaan een motorrijtuig, ingericht voor het vervoer van meer dan acht personen, de bestuurder daaronder niet begrepen.

3.

Onder bestelauto wordt verstaan een motorrijtuig met een toegestane maximum massa van ten hoogste 3 500 kg, voorzien van een laadruimte die niet is ingericht voor het vervoer van personen, die in haar geheel is voorzien van een vlakke laadvloer en die:

4.

Onder toegestane maximum massa wordt verstaan de massa van het motorrijtuig in bedrijfsvaardige staat met inbegrip van de bedrijfsstoffen, reservedelen en gereedschappen die behoren tot de normale uitrusting, vermeerderd met de voor het motorrijtuig toegestane maximum massa aan lading.

5.

Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel c, wordt een motorrijtuig geacht niet te zijn ingericht voor het vervoer van personen indien de lengte van de ruimte tussen de vaste wand achter de achterste zitplaatsen of, indien geen vaste wand aanwezig is, tussen het achterste punt van de in de laatste stand geplaatste achterste zitplaatsen en het einde van de laadvloer groter is dan of gelijk is aan de lengte van de ruimte tussen het achterste punt van het stuurwiel en de vaste wand achter de achterste zitplaatsen, of, indien geen vaste wand aanwezig is, het achterste punt van de in de laatste stand geplaatste achterste zitplaatsen. De lengte wordt gemeten evenwijdig aan de lengteas van het betreffende motorrijtuig. Vaste bevestigingspunten die uitsluitend zijn bedoeld voor de bevestiging van zitplaatsen worden gelijkgesteld aan zitplaatsen, met dien verstande dat voor de bepaling van de lengtes het achterste punt van de in de laatste stand geplaatste achterste zitplaatsen vervangen wordt door dit vaste bevestigingspunt.

6.

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot:

Artikel 4
1.

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder motorrijwiel een motorrijtuig op twee wielen, alsmede een dergelijk motorrijtuig dat is verbonden met een zijspanwagen. Onder motorrijwiel wordt niet verstaan:

2.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld ingevolge welke met een motorrijwiel worden gelijkgesteld motorrijtuigen op meer dan twee wielen.

Hoofdstuk II. Belastingplichtigen

Artikel 5
1.

Ter zake van de inschrijving, wijziging van de inschrijving of herinschrijving wordt de belasting geheven van degene die de inschrijving, wijziging van de inschrijving of herinschrijving aanvraagt.

2.

Ter zake van de aanvang van het gebruik met het motorrijtuig van de weg wordt de belasting geheven van degene op wiens naam het motorrijtuig is gesteld in het kentekenregister. Indien het motorrijtuig niet op naam is gesteld in het kentekenregister, wordt de belasting geheven van degene die het motorrijtuig feitelijk ter beschikking heeft.

Hoofdstuk III

Afdeling 1. Wijze van heffing

Artikel 6
1.

De belasting moet op aangifte worden voldaan.

3.

In afwijking van het tweede lid, onderdeel a, onder 2°, behoeft, ingeval de eenheid van de Belastingdienst waar aangifte moet worden gedaan ter zake van de aanvang van het gebruik van de weg, gesloten is op de dag waarop dan wel op de dag vóórdat het gebruik aanvangt, de belasting pas te worden betaald op de eerste dag waarop die eenheid na de aanvang van het gebruik is geopend.

4.

Indien in een geval als bedoeld in het derde lid, degene die de feitelijke beschikking heeft over een niet-ingeschreven personenauto, motorrijwiel of bestelauto bij controle door ambtenaren van de rijksbelastingdienst of door opsporingsambtenaren als bedoeld in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering niet aannemelijk maakt dat de belasting is betaald, dient de belasting terstond te worden betaald.

5.

Voor de toepassing van dit artikel wordt onder inschrijving mede verstaan de herinschrijving van het motorrijtuig.

Artikel 7

Degene die voor een personenauto, een motorrijwiel of een bestelauto een aanvraag doet voor de inschrijving, wijziging van de inschrijving of herinschrijving, is gehouden daarbij voor dat motorrijtuig het bedrag aan belasting ingevolge de artikelen 9 tot en met 9c op te geven.

Artikel 8

In afwijking van artikel 6, tweede lid, onderdeel a, onder 1°, kan de inspecteur, onder bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden en beperkingen, een ondernemer die in het kader van zijn bedrijfsuitoefening regelmatig om inschrijving, wijziging van de inschrijving of herinschrijving verzoekt voor personenauto’s, motorrijwielen of bestelauto’s, op aanvraag bij voor bezwaar vatbare beschikking toestaan de belasting per tijdvak te voldoen.

Afdeling 2. Tarief

Artikel 9
1.

De belasting voor een personenauto wordt bepaald aan de hand van de volgende tabel.

Bij een CO2 -uitstoot vanaf Tot bedraagt de belasting het in kolom III vermelde bedrag, vermeerderd met het bedrag dat wordt berekend door het in kolom IV vermelde bedrag te vermenigvuldigen met het aantal gram/km CO2 -uitstoot dat de in kolom I vermelde CO2 -uitstoot te boven gaat bedraagt de belasting het in kolom III vermelde bedrag, vermeerderd met het bedrag dat wordt berekend door het in kolom IV vermelde bedrag te vermenigvuldigen met het aantal gram/km CO2 -uitstoot dat de in kolom I vermelde CO2 -uitstoot te boven gaat
I II III IV
0 gram/km 77 € 687 € 2
77 gram/km 100 € 841 € 82
100 gram/km 139 € 2.727 € 181
139 gram/km 155 € 9.786 € 297
155 gram/km € 14.538 € 594

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.