Uitvoeringsregeling verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken en van enkele andere produkten

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 3, vijfde lid, 4, vijfde lid, 5, vijfde lid, 7, eerste lid, 10, tweede en derde lid, 14, tweede lid, 15, tweede lid, 20, derde lid, 23, tweede lid, 29, vierde lid, 30, tweede lid, 31, 32, vierde lid, 33, tweede lid, 35, tweede lid, 36, 37 en 40 van de Wet op de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en van enkele andere produkten (Stb. 1992, 683) en artikel 6 van het Uitvoeringsbesluit verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en van enkele andere produkten (Stb. 1992, 685);

Besluit:

Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet op de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en van enkele andere produkten in werking treedt.

Hoofdstuk I. Inleidende bepalingen

Afdeling 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

Deze regeling geeft uitvoering aan de artikelen 3, zesde lid, 4, vijfde lid, 5, vijfde lid, 10, derde lid, 14, tweede lid, 15, tweede lid, 20, derde lid, 23, tweede lid, 29, vierde lid, 30, tweede lid, 31, 32, vierde lid, 33, tweede lid, 35, tweede lid, 36, 37 en 40 van de Wet op de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken en artikel 6 van het Uitvoeringsbesluit verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken.

Artikel 2

Deze regeling verstaat onder:

Afdeling 2. Overbrengen van alcoholvrije dranken

Artikel 3
1.

Als vervoersopdracht als bedoeld in artikel 2 van het besluit dienen te worden gebruikt:

2.

Als vervoersopdracht als bedoeld in artikel 8 van het besluit dienen te worden gebruikt:

3.

Op de als vervoersopdracht gebruikte bescheiden moet worden vermeld: vervoersopdracht.

Artikel 4

Als een bescheid als bedoeld in artikel 5 van het besluit kan worden gebruikt:

Artikel 5

Artikel 4, derde lid, van de wet vindt uitsluitend toepassing indien de hoeveelheid, bedoeld in artikel 6 van het besluit, niet meer bedraagt dan 25 liter.

Hoofdstuk II. Alcoholvrije dranken

Artikel 6

Vervallen

Artikel 7

Vervallen

Artikel 8

Indien alcoholvrije dranken zijn verpakt in kleinhandelsverpakking, wordt het volume in aanmerking genomen dat op de verpakking is vermeld, mits de wijze waarop dat is vastgesteld en de aanduiding ervan voldoen aan de voorschriften gesteld bij het Warenwetbesluit hoeveelheden voorverpakkingen.

Hoofdstuk III. Uitslag

Afdeling 1. Inrichting

Artikel 9
1.

Een plaats waar geen alcoholvrije dranken worden vervaardigd, kan uitsluitend als inrichting voor de opslag van alcoholvrije dranken in aanmerking komen, indien de hoeveelheid die aldaar gemiddeld over een jaar voorhanden is, meer bedraagt dan 50 000 liter.

2.

In afwijking van het eerste lid kan de inspecteur onder door hem te stellen voorwaarden een vergunning voor een inrichting verlenen als de gemiddeld over een jaar voorhanden zijnde voorraad gelijk is aan of lager is dan 50 000 liter, indien en voor zover de alcoholvrije dranken vanuit die inrichting in belangrijke mate worden overgebracht naar een ondernemer of een publiekrechtelijk lichaam, anders dan als ondernemer, in een andere lidstaat of naar een derde land.

Artikel 10
1.

In afwijking van het in artikel 14, tweede lid, van de wet van overeenkomstige toepassing verklaarde artikel 40, tweede lid, van de Wet op de accijns kunnen als inrichting in aanmerking komen:

2.

Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:

Artikel 11
1.

Indien de inspecteur op grond van artikel 12 van het besluit voorwaarden stelt voor een vergunning voor een inrichting waar alcoholvrije dranken worden vervaardigd, kan daarbij worden bepaald dat ter zake van de vervaardiging werkaangiften moeten worden gedaan.

2.

De werkaangiften dienen ten minste twee werkdagen voor de aanvang van de vervaardiging te worden ingediend bij de inspecteur.

3.

In de werkaangifte dienen te worden vermeld:

4.

De werkaangifte kan per werkweek geschieden.

Artikel 12
1.

In een verzoek om een vergunning voor een inrichting dienen met betrekking tot hetgeen in het in artikel 15, tweede lid, van de wet van overeenkomstige toepassing verklaarde artikel 42, eerste en tweede lid, van de Wet op de accijns, is bepaald, in elk geval te worden vermeld:

2.

Indien toepassing van artikel 2, zesde lid, van het besluit wordt gewenst, wordt dit in het verzoek, bedoeld in het eerste lid, opgenomen.

Afdeling 2. Aangifte

Artikel 13
1.

Een vergunninghouder van een inrichting die tevens vergunninghouder is van één of meer andere inrichtingen kan op verzoek één aangifte voor die plaatsen tezamen doen, indien:

2.

Het verzoek wordt ingediend bij de inspecteur onder wie de plaats ressorteert waar de centrale administratie wordt gevoerd. Een afschrift van het verzoek wordt gezonden naar de inspecteurs die de vergunningen voor de desbetreffende inrichtingen hebben verleend.

3.

De toestemming voor toepassing van het eerste lid wordt opgenomen in de vergunningen voor de desbetreffende inrichtingen. Daarbij kunnen aanvullende voorwaarden worden opgenomen omtrent het doen van de verzamelaangifte en de wijze waarop de administratie en de administratieve organisatie van de desbetreffende inrichtingen moeten zijn ingericht.

4.

Op de toestemming zijn de artikelen 45 tot en met 50 van de Wet op de accijns van overeenkomstige toepassing.

Afdeling 3. Zekerheid

Artikel 14
1.

Voor de belasting die de vergunninghouder van een inrichting verschuldigd is of kan worden, stelt hij zekerheid. De zekerheid wordt bepaald op basis van het belastingbelang.

2.

Het belastingbelang is de som van het bedrag dat wordt vertegenwoordigd door de hoeveelheid alcoholvrije dranken die:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.