Reglement op de Tuchtrechtspraak
Gelet op artikel 10, derde lid, van de Landbouwkwaliteitswet (Stb. 1971, 371) maakt de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij de tekst bekend van het Controleregelement en het gewijzigde Tuchtreglement van de Vereniging 'Kwaliteits-Controlebureau voor Groenten en Fruit': aan deze reglementen is bij beschikking van de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 28 december 1992, No. J. 9220672, goedkeuring verleend.
Algemene bepalingen
Artikel 1
In dit reglement wordt verstaan onder:
‘K.C.B.’: de Vereniging ‘Kwaliteits-Controle-Bureau voor Groenten en Fruit’ gevestigd te ’s-Gravenhage; ‘(dagelijks) bestuur’: (dagelijks) bestuur van het K.C.B.;
‘statuten’: statuten van het K.C.B.;
‘tuchtgerecht’: orgaan van het K.C.B., als bedoeld in artikel 8, tweede lid, der statuten belast met de uitoefening van de tuchtrechtspraak over de aangeslotenen;
‘voorzitter’; de voorzitter van het tuchtgerecht, dan wel, bij diensontstentenis of verhindering, de vice-voorzitter;
‘aangeslotene’: een aangeslotene bij het K.C.B.;
‘Officier van Justitie’: Officier van Justitie bij de rechtbank van het arrondissement waar de overtreding werd gepleegd.
Samenstelling en bevoegdheid van het tuchtgerecht
Artikel 2
Het tuchtgerecht bestaat uit een voorzitter, een vice-voorzitter en vier overige leden. Het wordt bijgestaan door een secretaris en een adjunct-secretaris.
De voorzitter en de vice-voorzitter alsmede de secretaris en de adjunct-secretaris dienen te voldoen aan de vereisten voor benoeming tot rechter in een arrondissementsrechtbank.
Het bestuur benoemt de in het eerste lid bedoelde personen voor drie jaar; zij zijn terstond herbenoembaar.
De benoeming van de voorzitter en de vice-voorzitter behoeft de goedkeuring van de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.
Artikel 3
Echtgenoten, bloedverwanten of aanverwanten tot de derde graad ingesloten kunnen niet tezamen zijn voorzitter, vice-voorzitter, lid, secretaris of adjunct-secretaris van het tuchtgerecht.
Indien het huwelijk eerst mocht worden aangegaan na de benoeming, zal de jongste benoemde zijn functie niet kunnen behouden.
Indien de zwangerschap eerst mocht ontstaan na de benoeming zal degene, die haar veroorzaakte, zijn functie niet kunnen behouden, behoudens goedkeuring door de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en de Minister van Justitie. De zwangerschap houdt op door de ontbinding van het huwelijk, dat haar veroorzaakte.
Artikel 4
De voorzitter, de vice-voorzitter en de overige leden kunnen tussentijds op eigen verzoek door het bestuur worden ontslagen.
Het bestuur kan de voorzitter, de vice-voorzitter en de overige leden ontslaan c. q. op non-actief stellen in de gevallen, waarin dit ten aanzien van leden van de rechterlijke macht kan geschieden. De beslissing wordt bij aangetekend schrijven aan betrokkene medegedeeld. De artikelen 11, 12 en 13 van de Wet op de rechtelijke organisatie zijn van overeenkomstige toepassing.
Tegen de beslissing tot ontslag, onderscheidenlijk tot het stellen op non-activiteit staat binnen dertig dagen na verzending van in het eerste lid bedoelde aangetekend schrijven beroep open op de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.
Artikel 5
De kosten van het tuchtgerecht komen ten laste van het K.C.B. De kosten van raadslieden, vertegenwoordigers, getuigen en deskundigen alsmede alle overige kosten komen voor rekening van de partij aan wiens zijde deze kosten vallen.
Het bestuur stelt de vergoeding vast voor de voorzitter, de vice-voorzitter, de secretaris en de adjunct-secretaris van het tuchtgerecht.
De leden van het tuchtgerecht ontvangen een door het bestuur vast te stellen vacatiegeld voor het bijwonen van een tuchtrechtzitting; daarenboven ontvangen zij een vergoeding voor gemaakte reis- en verblijfkosten.
Artikel 6
Het tuchtgerecht houdt zitting te ’s-Gravenhage. Indien de zaak zelf, dan wel de omstandigheden daartoe aanleiding geven, kan de voorzitter besluiten buiten ’s-Gravenhage zitting te houden.
Het tuchtgerecht houdt zitting met tenminste drie leden, de voorzitter daaronder begrepen. Het wordt bijgestaan door de secretaris of de adjunct-secretaris, zowel ter zitting, als in raadkamer.
Het tuchtgerecht stelt een schema vast volgens hetwelk wordt bepaald:
- a. in welke personele samenstelling het tuchtgerecht zitting houdt;
- b. welke leden de zittende leden bij hun ontstentenis ter zitting vervangen.
Indien de voorzitter of een der andere leden verhinderd is de zitting van het tuchtgerecht bij te wonen, geeft hij daarvan onverwijld kennis aan de secretaris, die alsdan degene oproept die bij het schema, bedoeld in het derde lid, als vervanger is aangewezen.
Artikel 7
Het tuchtgerecht is bevoegd te oordelen over de overtredingen, door aangeslotenen begaan, van de voorschriften, bedoeld in artikel 6 van de statuten.
Artikel 8
Het tuchtgerecht is bevoegd terzake van de in artikel 7 bedoelde overtreding één of meer van de volgende maatregelen op te leggen:
- a. berisping;
- b. geldboete van ten hoogste ƒ 10.000,–;
- c. het stellen van de aangeslotene onder verscherpte controle op zijn kosten voor ten hoogste twee jaren;
- d. openbaarmaking van de tuchtbeschikking op kosten van de aangeslotene.
De tuchtrechtelijke maatregel van berisping bestaat uit een schriftelijke of mondeling vermaan tot de betrokkene in verband met het begane feit.
Het bedrag van de geldboete is tenminste vijftig cents.
In de gevallen, waarin het tuchtgerecht de openbaarmaking van zijn tuchtbeschikking belast, bepaalt het tevens de wijze, waarop aan die last uitvoering wordt gegeven. De kosten van openbaarmaking worden in de tuchtbeschikking op een bepaald bedrag geschat.
Artikel 9
Indien een feit, dat tuchtrechtelijk kan worden afgedaan, wordt begaan door of vanwege een rechtspersoon of een vennootschap wordt de tuchtrechtelijke vervolging ingesteld en worden maatregelen genomen:
- –. hetzij tegen de rechtspersoon of die vennootschap;
- –. hetzij tegen hen, die tot het feit opdracht hebben gegeven of die feitelijk leiding hebben gehad bij het verboden handelen of nalaten;
- –. hetzij tegen beiden.
Een feit wordt onder meer begaan door of vanwege een rechtspersoon of een vennootschap indien het begaan wordt door personen, die hetzij uit hoofde van een dienstbetrekking, hetzij uit andere hoofde handelen in de sfeer van de rechtspersoon of de vennootschap ongeacht of deze personen ieder afzonderlijk het feit hebben begaan, dan wel bij hen gezamenlijk de elementen van het feit aanwezig zijn.
Indien een tuchtrechtelijke vervolging wordt ingesteld tegen een rechtspersoon of een vennootschap wordt deze tijdens de vervolging vertegenwoordigd door de bestuurder en, indien er meer bestuurders zijn door één dezer. Het tuchtgerecht kan de persoonlijke verschijning van één of meerdere bestuurders bevelen.
Vervolging van aangeslotenen
Artikel 10
Bij het constateren van een overtreding, bedoeld in artikel 7, door een aangeslotene maakt de controleur van het K.C.B, een door hem ondertekend stuk, ‘tuchtrechtelijke verklaring’ genaamd, op en levert dit zo spoedig mogelijk in bij de directeur van het K.C.B.
De tuchtrechtelijke verklaring bevat alle relevante feiten die verband houden met de geconstateerde overtreding.
Artikel 11
De directeur van het K.C.B, doet de tuchtrechtelijke verklaring, dan wel, in het geval de overtreding geconstateerd werd door een opsporingsambtenaar, het ontvangen proces-verbaal zo spoedig mogelijk toekomen aan het dagelijks bestuur.
Artikel 12
Een zaak wordt namens het bestuur door het dagelijks bestuur binnen een termijn van ten hoogste 14 dagen na ontvangst van de tuchtrechtelijke verklaring dan wel van het proces-verbaal bij het tuchtgerecht aanhangig gemaakt door middel van een schriftelijke verklaring, inhoudende:
- –. korte omschrijving van het ten laste gelegde feit, met vermelding omstreeks welke tijd en waar ter plaatse dit zou zijn begaan;
- –. naam en adres van de betrokken aangeslotene of aangeslotenen.
Alle op de zaak betrekking hebben stukken dienen aan het tuchtgerecht te worden overgelegd.
Het dagelijks bestuur kan bij de in het eerste lid bedoelde schriftelijke verklaring een voorstel voegen omtrent de toe te passen tuchtrechtelijke maatregel.
Afschrift van de schriftelijke verklaring en van alle op de zaak betrekking hebbende stukken wordt gezonden aan de Officier van Justitie, tenzij deze heeft laten weten dat daarvan kan worden afgezien.
Het tuchtgerecht neemt de zaak niet in behandeling indien de Officier van Justitie heeft beslist na overleg als bedoeld in het volgende lid, dat de overtreding strafrechtelijk zal worden afgedaan.
Het overleg als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de Landbouwkwaliteitswet inzake het al of niet strafrechtelijk afdoen van een overtreding, door een aangeslotene begaan, wordt door de voorzitter van het K.C.B, of bij diens ontstentenis door de directeur van het K.C.B, gevoerd.
Artikel 13
Het aanhangig maken als bedoeld in artikel 12, eerste lid, geschiedt niet dan nadat het dagelijks bestuur de aangeslotene bij aangetekend schrijven, onder overlegging van een afschrift van de tuchtrechtelijke verklaring, als bedoeld in artikel 10, van zijn besluit daartoe heeft kennisgegeven.
Rechtsgang van het tuchtrechtelijk geding
Artikel 14
Indien naar zijn oordeel, al dan niet op voorstel van het dagelijks bestuur, geen andere maatregel dan een berisping of een geldboete van ten hoogste ƒ 1.000,– dient te worden opgelegd kan de voorzitter de zaak afdoen.
De met toepassing van het eerste lid gegeven tuchtbeschikking bevat de gronden en wijst de voorschriften aan, waarop zij berust, en zo tot het opleggen van een maatregel is besloten ook deze maatregel. Zij wordt terstond bij aangetekende brief ter kennis van de betrokken aangeslotene gebracht, onder mededeling van het bepaalde in het derde lid. Afschrift van de beschikking wordt bij aangetekende brief gezonden aan het dagelijks bestuur en voorts aan de Officier van Justitie, tenzij deze heeft laten weten dat daarvan kan worden afgezien.
De betrokken aangeslotene en het dagelijks bestuur kunnen binnen een termijn van ten hoogste dertig dagen na dagtekening van de tuchtbeschikking van de voorzitter, bij aangetekende brief aan het tuchtgerecht mondelinge
behandeling verzoeken. In dal geval wordt de tuchtbeschikking als niet gegeven beschouwd, waarna de zaak verder overeenkomstig de volgende artikelen wordt behandeld.
Een beroep als bedoeld in artikel 28 staat tegen een beschikking van de voorzitter niet open.
Artikel 15
De betrokken aangeslotene wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 14, binnen een termijn van ten hoogste twee maanden, nadat de zaak bij het tuchtgerecht aanhangig is gemaakt bij aangetekende brief opgeroepen om op door de voorzitter te bepalen dag en uur ter zitting te verschijnen. De oproeping wordt hem tenminste veertien dagen vóór de dag der zitting toegezonden en vermeldt de plaats van de zitting.
De oproeping gaat vergezeld van een afschrift van de in artikel 12, eerste lid, bedoelde schriftelijke verklaring en van alle op de zaak betrekking hebbende stukken.
De oproeping houdt in:
- a. indien de persoonlijke verschijning als bedoeld in artikel 9 wordt bevolen, de namen, het beroep en de woonplaats van deze personen;
- b. indien getuigen en deskundigen ter zitting zijn opgeroepen, de namen, het beroep en de woonplaats van deze personen;
- c. de mededeling, dat de aangeslotene bevoegd is getuigen en deskundigen ter zitting mede te brengen;
- d. de mededeling, dat de aangeslotene bevoegd is zich ter zitting door een raadsman te doen bijstaan.
Het dagelijks bestuur wordt eveneens ter zitting opgeroepen.
Artikel 16
De zittingen van het tuchtgerecht zijn openbaar, tenzij naar het oordeel van de voorzitter dringende redenen zich daartegen verzetten.
Artikel 17
Voor de aanvang van de behandeling ter terechtzitting van het tuchtgerecht kan elk der zittende leden van het tuchtgerecht door de betrokkene worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden, die het vormen van een onpartijdig oordeel zouden kunnen bemoeilijken.
Op grond van zodanige feiten of omstandigheden kan een lid zich verschonen.
De overige leden beslissen zo spoedig mogelijk of de wraking of verschoning wordt toegestaan. In geval van staking van stemmen is het verzoek tot wraking of verschoning toegestaan.
Artikel 18
De betrokkene kan, tenzij het tuchtgerecht beveelt, dat hij in persoon zal verschijnen, zich op de terechtzitting doen vertegenwoordigen door een advocaat, indien deze aldaar verklaart daartoe bepaaldelijk gevolmachtigd te zijn, of wel door een daartoe bij bijzondere volmacht schriftelijk gemachtigde.
Het tuchtgerecht kan onder opgaaf van zijn motieven weigeren bepaalde personen, die niet zijn advocaat, als gemachtigde toe te laten. Bij zodanige weigering houdt het tuchtgerecht de zaak tot de volgende zitting aan.
Het tuchtgerecht stelt bij aangetekende brief de betrokkene mei de aanhouding en de reden daarvan in kennis en roept hem levens op om op de voor de zaak bepaalde nadere zitting in persoon of bij een andere gemachtigde tegenwoordigd te zijn.
De betrokkene kan zich te aller tijde door een raadsman doen bijstaan.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.