Regeling nazorgfase gesloten stortplaatsen
Gelet op de artikelen 1, vierde lid, 4, vijfde lid, 9, tweede lid en 10, tweede lid, van het Stortbesluit bodembescherming,
Besluit:
Hoofdstuk 1. Algemeen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- Ontwerpprocedure grondwatermonitoring: Ontwerp-procedure grondwatermonitoring stortplaatsen (Vereniging van Afvalverwerkers, Utrecht, november 1995);
- Richtlijn dichte eindafwerking: Richtlijn voor dichte eindafwerking op afval- en reststofbergingen (Publikatiereeks bodembescherming nr. 1991/2);
- Richtlijn geohydrologische isolatie: Richtlijn geohydrologische isolatie van bestaande stortplaatsen (Vereniging van Afvalverwerkers, Utrecht, juli 1997).
Artikel 2
Deze regeling berust op de artikelen 8.49, vijfde lid, en 21.6, vierde lid, van de Wet milieubeheer.
Hoofdstuk 2. Voorschriften voor het bepalen van de gemiddeld hoogste en gemiddeld laagste grondwaterstand
Artikel 3
Vervallen
Hoofdstuk 3. Voorschriften voor de onderafdichting van stortplaatsen en de geohydrologische maatregelen
Artikel 4
Vervallen
Hoofdstuk 4. Voorschriften voor de bovenafdichting en de gasuitstoot
Artikel 5
Vervallen
Artikel 5a
Vervallen
Hoofdstuk 5. Inspectie van de bodembeschermende voorzieningen en onderzoek met betrekking tot de hoedanigheden van de bodem
5.1. Inspectie bodembeschermende voorzieningen als bedoeld in artikel 9 van het Stortbesluit
Artikel 6
Vervallen
Artikel 7
Vervallen
Artikel 8
Vervallen
5.2. Inspectie bodembeschermende voorzieningen als bedoeld in artikel 10 van het Stortbesluit
Artikel 9
Vervallen
5.3. Onderzoek naar de hoedanigheden van de bodem
Artikel 10
Vervallen
Artikel 10a
Vervallen
Artikel 11
Vervallen
Artikel 12
Vervallen
Artikel 13
Vervallen
Artikel 14
Vervallen
5.4. Interventiepunten
Artikel 14a
Vervallen
Artikel 14b
Vervallen
Hoofdstuk 6. Nazorgfase met betrekking tot gesloten stortplaatsen
Artikel 15
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
gesloten stortplaats: stortplaats die ingevolge artikel 8.47, derde lid, van de wet voor gesloten is verklaard;
gedeputeerde staten: gedeputeerde staten van de provincie waarin de gesloten stortplaats geheel of gedeeltelijk is gelegen.
De Richtlijn dichte eindafwerking, de Richtlijn geohydrologische isolatie en de Ontwerpprocedure grondwatermonitoring zijn van overeenkomstige toepassing op gesloten stortplaatsen.
Artikel 16
Gedeputeerde staten zenden jaarlijks voor 1 maart aan Onze Minister de op grond van de artikelen 17 tot en met 21 verkregen gegevens ten aanzien van de gesloten stortplaats.
Artikel 17
De hoeveelheid en de samenstelling van het percolaat wordt in de nazorgfase halfjaarlijks gecontroleerd.
In afwijking van het eerste lid kunnen gedeputeerde staten de metingen van de hoeveelheid en samenstelling van het percolaat minder frequent uitvoeren indien de evaluatie van de gegevens aangeeft dat langere tussenpozen even effectief zijn.
De artikelen 9.18, eerste lid, onder a, en vierde lid, 9.20 en 9.25, tweede, derde en vierde lid, onder a, van de Omgevingsregeling, zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 18
De hoeveelheid en samenstelling van het in de omgeving aanwezige oppervlaktewater wordt in de nazorgfase halfjaarlijks vastgesteld; bemonstering geschiedt op ten minste twee door het bevoegd gezag aan te geven punten, één stroomopwaarts en één stroomafwaarts van de stortplaats.
In afwijking van het eerste lid kunnen gedeputeerde staten de metingen van de hoeveelheid en de samenstelling van het oppervlaktewater minder frequent uitvoeren, indien:
- a. dit op grond van de kenmerken van de stortplaats niet vereist is, dan wel
- b. de evaluatie van de gegevens aangeeft dat langere tussenpozen even effectief zijn.
Artikel 19
De samenstelling en atmosferische druk van de gasuitstoot wordt halfjaarlijks gemeten.
De gascontrole is representatief voor elk gedeelte van de stortplaats.
De metingen hebben betrekking op gassen die vrijkomen bij de biologische afbraak van het organisch materiaal in de afvalstoffen, met name CH4, CO2 en O2.
De doelmatigheid van het gasopvangsysteem wordt regelmatig gecontroleerd.
In afwijking van het eerste lid, kunnen gedeputeerde staten bepalen dat metingen van de samenstelling en atmosferische druk minder frequent mogen worden uitgevoerd als de evaluatie van de gegevens aangeeft dat langere tussenpozen even effectief zijn.
Artikel 20
De gemiddeld hoogste en gemiddeld laagste grondwaterstand worden halfjaarlijks vastgesteld.
In afwijking van het eerste lid wordt in geval van veranderende grondwaterniveaus de frequentie verhoogd.
De artikelen 9.9, 9.10, 9.13, eerste en derde lid, 9.14, eerste en tweede lid, aanhef en onder a en c, en derde lid, 9.18, tweede tot en met vierde lid, 9.19 en 9.25, tweede, derde en vierde lid, onder a, van de Omgevingsregeling, zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 21
De artikelen 9.22 en 9.23 van de Omgevingsregeling zijn van overeenkomstige toepassing op gesloten stortplaatsen.
Hoofdstuk 7. Overige bepalingen
Artikel 22
Vervallen
Artikel 23
Vervallen
Bijlage. behorende bij artikel 13, eerste lid
Hoofdstuk 1. Normen monsterneming grond
Grond
Doel:
- inzicht krijgen in de referentiesituatie met betrekking tot bodemkwaliteit
- inzicht krijgen in de bodemopbouw ten behoeve van de inrichting van het grondwatermonitoringnet
- verkrijgen van inzicht in veranderingen in de bodemkwaliteit in geval van verspreiding.
Toelichting:
- algemeen beeld uitgangssituatie noodzakelijk
- gehalte aan verontreinigingen is laag.
Consequenties voor onderzoek, conservering en analyse:
- standaard bodemonderzoek
- weinig gevoelige bepalingen.
Onderzoeksprotocollen grond in relatie tot monitoring (normnummer - titel)
- NEN 5104:1989 NL – Geotechniek - Classificatie onverharde grondmonsters.
- NEN 5104:1989/C1:1990 NL – Geotechniek - Classificatie onverharde grondmonsters.
- NEN 5119:1990 NL – Geotechniek - Boren en monsterneming in grond.
- NEN 5120:1991 NL – Geotechniek - Bepaling van stijghoogten van grondwater door middel van peilbuizen.
- NEN 5120:1991/A1:1997 NL – Geotechniek - Bepaling van stijghoogten van grondwater door middel van peilbuizen.
- NPR 5741:1999 ONTW. NL – Bodem - Boorsystemen en bemonsteringstoestellen voor grond, sediment en grondwater.
- NEN 5742:1991 NL – Bodem - Monsterneming van grond en sediment ten behoeve van de bepaling van metalen, anorganische verbindingen en fysisch chemische bodemkenmerken.
- NEN 5743:1995 NL – Bodem - Monsterneming van grond en sediment ten behoeve van de bepaling van vluchtige verbindingen.
- NEN 5773:1990 NL – Bodem - Bepaling van soortelijke weerstand met behulp van geo-elektrische metingen.
- NEN 5774:1990 NL – Bodem - Bepaling van soortelijke weerstand met behulp van elektromagnetische weerstandsmetingen.
- NPR 5775:1991 ONTW. NL – Bodem - Richtlijn voor het uitvoeren van pompproeven.
- NEN 5742:2000 ONTW. NL – Bodem - Monsterneming van grond en sediment ten behoeve van de bepaling van metalen, anorganische verbindingen en fysisch chemische bodemkenmerken.
Hoofdstuk 2. Normen monsterneming, monstervoorbehandeling en analyse water Uitvoeringsregeling Stortbesluit Bodembescherming
Percolaat
Doel:
- inzicht krijgen in de activiteit van het stort
- inzicht krijgen in de eisen ten aanzien van de procesvoering in de waterzuivering en ten behoeve van de uiteindelijke lozing van het effluent.
Gevolg:
- algemeen beeld noodzakelijk
- aard van de verontreinigingen niet belangrijk
- gehalte aan verontreinigingen is hoog.
Consequenties voor onderzoek, conservering en analyse:
- geen grote nauwkeurigheid bij nemen monster
- geen grote eisen aan conservering
- geringere nauwkeurigheid.
Onderzoeksprotocollen percolaat (normnummer - titel)
- NEN-ISO 5667-1:1994 NL – Water - Aanbevelingen voor het opzetten van monsternemingsprogramma's.
- NPR 6600:1993 NL – Afvalwater, oppervlaktewater, sediment en zuiveringsslib - Monsterneming.
- NEN-EN-ISO 5667-13:1998 EN – Water - Monsterneming - Deel 13: Leidraad voor de monsterneming van slib van riolerings- en afvalwaterbehandelingsinstallaties.
- NEN-EN-ISO 5667-3:1996 NL – Water - Bemonstering - Deel 3: Richtlijn voor de conservering en behandeling van monsters.
- NEN 5861:1999 NL – Milieuprocedures voor de monsteroverdracht.
Protocollen voor monstervoorbehandeling percolaat (normnummer - titel)
- NVN 6645: 1990 NL – Water - Monstervoorbehandeling voor de fotometrische bepaling van de som van de gehalten aan ammonium-stikstof en aan organisch gebonden stikstof alsmede van het totale gehalte aan fosforverbindingen met behulp van een doorstroomanalysesysteem - Ontsluiting met zwavelzuur en kaliumsulfaat.
- NEN 6645:1999 ONTW. NL – Water - Monstervoorbehandeling voor de fotometrische bepaling van de som van de gehalten aan ammoniumstikstof en aan organisch gebonden stikstof alsmede van het totale gehalte aan fosforverbindingen met behulp van een doorstroomanalysesysteem - Ontsluiting met zwavelzuur en kaliumsulfaat.
- NEN 6447:1979 NL – Monstervoorbehandeling van slib of slibhoudend water voor de bepaling van elementen met atomaire-absorptiespectrofotometrie - Ontsluiting met salpeterzuur en perchloorzuur.
- NEN 6464:1981 NL – Water - Monstervoorbehandeling van slib of slibhoudend water voor de bepaling van elementen van atomaire-absorptiespectrometrie - Ontsluiting met salpeterzuur en zwavelzuur.
- NEN 6465:1992 NL – Water, lucht en bodem - Monstervoorbehandeling van slib, slibhoudend water, luchtstof en grond voor de bepaling van elementen met atomaire-absorptiespectrometrie - Ontsluiting met salpeterzuur en zoutzuur.
Analyseprotocollen percolaat (normnummer / titel)
- NEN 6402:1991 NL – Water - Bepaling van het halogeengehalte afkomstig van niet-vluchtige, met petroleumether extraheerbare organohalogeenverbindingen (EOX).
- NEN 6402:1991/C1:1999 NL – Water - Bepaling van het halogeengehalte afkomstig van niet-vluchtige, met petroleumether extraheerbare organohalogeenverbindingen (EOX).
- NEN 6407:1997 NL – Water; gaschromatografische bepaling van het gehalte van een aantal monocyclische aromaten en naftaleen met behulp van de `purge en trap' methode en thermische desorptie.
- NEN 6411:1981 NL – Water - Bepaling van de pH.
- NEN 6423:1988 NL – Water - Bepaling van het gehalte aan natrium met behulp van atomaire-absorptiespectrometrie (vlamtechniek).
- NEN 6424:1988 NL – Water - Bepaling van het gehalte aan kalium met behulp van atomaire-absorptiespectrometrie (vlamtechniek).
- NEN 6426:1995 NL – Water - Bepaling van 40 elementen (o.a. tin en molybdeen) met behulp van atomaire-emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma.
- NEN 6429:1994 NL – Water en slibhoudend water - Bepaling van het gehalte aan lood met behulp van atomaire-absorptiespectrometrie (grafietoventechniek).
- NEN 6430:1994 NL – Water en slibhoudend water - Bepaling van het gehalte aan nikkel met behulp van atomaire-absorptiespectrometrie (grafietoventechniek).
- NEN 6432:1993 NL – Water - Bepaling van het gehalte aan arseen met behulp van atomaire-absorptiespectrometrie (hydridegeneratietechniek) - Ontsluiting met salpeterzuur en zoutzuur.
- NEN 6433:1993 NL – Water - Bepaling van het gehalte aan antimoon met behulp van atomaire-absorptiespectrometrie hydride-generatietechniek) - Ontsluiting met salpeterzuur en zoutzuur.
- NEN 6434:1993 NL – Water - Bepaling van het gehalte aan seleen met behulp van atomaire-absorptiespectrometrie (hydride-generatietechniek) - Ontsluiting met salpeterzuur en zoutzuur.
- NEN 6435:1997 NL – Water en slibhoudend water - Bepaling van het berylliumgehalte met atomaire-absorptiespectrometrie (grafietoventechniek).
- NEN 6436:1997 NL – Water en slibhoudend water - Bepaling van het bariumgehalte met atomaire-absorptiespectrometrie (grafietoventechniek).
- NEN 6437:1982 NL – Water - Bepaling van het gehalte aan aluminium met behulp van atomaire-absorptiespectrometrie (vlamtechniek).
- NEN 6438:1986 NL – Slib - Bepaling van het gehalte aan kwik met behulp van atomaire-absorptiespectrometrie - Ontsluiting met zwavelzuur en salpeterzuur onder terugvloeikoeling.
- NEN 6438:1986/C1:1986 NL – Slib - Bepaling van het gehalte aan kwik met behulp van atomaire-absorptiespectrometrie - Ontsluiting met zwavelzuur en salpeterzuur onder terugvloeikoeling1Indien percolaat erg slibhoudend is..
- NEN 6439:1986 NL – Slib - Bepaling van het totale gehalte aan kwik met behulp van atomaire-absorptiespectrometrie - Ontsluiting met salpeterzuur in een PTFE-destructievat bij 140o C onder druk1Indien percolaat erg slibhoudend is..
- NEN 6443:1977 NL – Water - Bepaling van het gehalte aan zink met behulp van atomaire-absorptiespectrofotometrie (vlamtechniek).
- NEN 6444:1977 NL – Water - Bepaling van het gehalte aan chroom met behulp van atomaire-absorptiespectrofotometrie (grafietoventechniek).
- NEN 6445:1997 NL – Water en slibhoudend water - Bepaling van het kwikgehalte met atomaire-absorptiespectrometrie (koudedamptechniek) - Ontsluiting met broom.
- NEN 6446:1980 NL – Water - Bepaling van het gehalte aan calcium met behulp van atomaire-absorptiespectrometrie (vlamtechniek).
- NEN 6448:1981 NL – Water - Bepaling van het gehalte aan chroom met behulp van atomaire-absorptiespectrometrie (vlamtechniek).
- NEN 6451:1980 NL – Water - Bepaling van het gehalte aan koper met behulp van atomaire-absorptiespectrometrie (vlamtechniek).
- NEN 6451:1980/ENGELS:1996 EN – Water - Bepaling van het gehalte aan koper met behulp van atomaire-absorptiespectrometrie (vlamtechniek).
- NEN 6453:1980 NL – Water - Bepaling van het gehalte aan lood met behulp van atomaire-absorptiespectrometrie (vlamtechniek).
- NEN 6454:1994 NL – Water en slibhoudend water - Bepaling van het gehalte aan koper met behulp van atomaire-absorptiespectrometrie (grafietoventechniek).
- NEN 6455:1981 NL – Water - Bepaling van het gehalte aan magnesium met behulp van atomaire-absorptiespectrometrie (vlamtechniek).
- NEN 6456:1981 NL – Water - Bepaling van het gehalte aan nikkel met behulp van atomaire-absorptiespectrometrie (vlamtechniek).
- NEN 6457:1994 NL – Water en slibhoudend water - Bepaling van het gehalte aan arseen met behulp van atomaire-absorptiespectrometrie (grafietoventechniek).
- NEN 6458:1983 NL – Water - Bepaling van het gehalte aan cadmium met behulp van atomaire-absorptiespectrometrie (grafietoventechniek).
- NEN 6460:1981 NL – Water - Bepaling van het gehalte aan ijzer met behulp van atomaire-absorptiespectrometrie (vlamtechniek).
- NEN 6461:1981 NL – Water - Bepaling van het gehalte aan mangaan met behulp van atomaire-absorptiespectrometrie (vlamtechniek).
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.