← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling metingsvoorschriften

Geldende tekst a fecha 2004-11-26

Overwegende dat het noodzakelijk is ter juiste uitvoering van het Meetbrievenbesluit 1981 nadere regelen vast te stellen overeenkomstig de bepalingen inzake de vaststelling van de bruto-tonnage en netto-tonnage van een schip, zoals vermeld in Bijlage I van het op 23 juni 1969 tot stand gekomen Internationaal Verdrag betreffende de meting van schepen, met bijlagen (Trb. 1970, 122);

Gelet op artikel 10, eerste lid, van het Meetbrievenbesluit 1981;

Besluit:

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt, tenzij anders is bepaald, verstaan onder:

Artikel 2
1.

De tonnage van een schip wordt onderscheiden naar bruto-tonnage en netto-tonnage.

2.

De bruto- en de netto-tonnage worden berekend volgens de bepalingen van deze regeling.

3.

De bruto- en de netto-tonnage van nieuwe typen schepen waarvan de bouwkenmerken zodanig zijn, dat zij de toepassing van de bepalingen van deze voorschriften onredelijk of onuitvoerbaar maken, worden vastgesteld door het Hoofd van de Scheepsmetingsdienst.

Hoofdstuk II

Artikel 3

De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op alle schepen, met uitzondering van:

Artikel 4

De bruto-tonnage (GT) van een schip wordt vastgesteld door middel van de volgende formule:

GT = K1 V

Waarbij:

Artikel 5
1.

De netto-tonnage (NT) van een schip wordt vastgesteld door middel van de volgende formule:

NT = K2 Vc (4d/3D)² + K3 (N1 + N2/10),

waarbij:

en waarbij:

2.

de diepgang naar de mal d, bedoeld in het eerste lid van dit artikel, is een van de navolgende diepgangen:

Artikel 6
1.

Indien de kenmerken van een schip, met name de in de artikelen 4 en 5 omschreven V, Vc, D, N1 of N2 worden gewijzigd en deze wijziging een vermeerdering van de krachtens artikel 5 vastgestelde netto-tonnage ten gevolge heeft, wordt de met de nieuwe kenmerken overeenkomende netto-tonnage van het schip onverwijld vastgesteld en toegepast.

2.

Voor een schip waaraan gelijktijdig uitwateringslijnen zoals bedoeld in artikel 5, tweede lid, onder a en b zijn toegekend, wordt slechts een netto-tonnage vastgesteld krachtens artikel 5, welke tonnage wordt berekend naar de toegekende uitwateringslijn die behoort bij het vervoer waaraan met het schip wordt deelgenomen.

3.

Indien de kenmerken van een schip, met name de in de artikelen 4 en 5 omschreven V, Vc, D, N1 of N2 worden gewijzigd of als de desbetreffende toegekende uitwateringslijn, bedoeld in het tweede lid van dit artikel, niet meer van toepassing is door een verandering van het met het schip verrichte vervoer, en een zodanige wijziging leidt tot een vermindering van de netto-tonnage van het schip, zoals vastgesteld krachtens artikel 5, mag niet worden overgegaan tot uitgifte van een nieuwe Internationale Meetbrief (1969) waarop de aldus vastgestelde netto-tonnage is vermeld, alvorens twaalf maanden zijn verstreken na de datum waarop de oorspronkelijke Meetbrief was uitgegeven.

Het bepaalde in het derde lid van dit artikel is evenwel niet van toepassing in de volgende gevallen:

Artikel 7
1.

Alle volumes begrepen in de berekening van bruto- en netto-tonnages worden gemeten, tot de binnenzijde van de huid of tot de begrenzingswanden bij metalen schepen en tot de buitenzijde van de huid of tot de binnenzijde van de begrenzingswanden bij schepen gebouwd van een ander materiaal, waarbij aangebrachte isolatie of soortgelijke materialen niet in aanmerking worden genomen.

2.

Het volume van uitbouwsels wordt in het totale volume begrepen.

3.

Het volume van voor de zee openstaande ruimten mag van het totale volume worden afgetrokken.

Artikel 8
1.

Alle metingen bedoeld voor de berekening van volumes, worden verricht tot op 1 centimeter nauwkeurig.

2.

De volumes worden berekend volgens voor de betrokken ruimte algemeen aanvaarde methoden en met een voor het Hoofd van de Scheepsmetingsdienst aanvaardbare nauwkeurigheid.

3.

De berekening dient voldoende gedetailleerd te zijn om gemakkelijke verificatie mogelijk te maken.

Hoofdstuk III

Artikel 9

De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op pleziervaartuigen met een lengte van minder dan 24 meter.

Artikel 10

De romplengte en de rompbreedte worden uitgedrukt in meters tot twee cijfers achter de komma nauwkeurig.

Artikel 11
1.

De bruto-tonnage (GT) van een pleziervaartuig wordt vastgesteld volgens de volgende tabel:

Oppervlakte (m2) romplengte × rompbreedte GT zeiljacht GT motorjacht
t/m 10 1 1
20 3 3
30 6 8
40 10 14
50 14 20
60 18 27
70 23 34
80 28 42
90 34 50
100 40 59
110 47 69
120 54 79
130 61 90
140 69 101
150 77 113
160 85 126
170 93 139
180 102 152
190 111 166
200 120 180
2.

Voor tussengelegen oppervlakten wordt de GT door rechtlijnige interpolatie bepaald.

3.

Voor een pleziervaartuig met twee of meer drijflichamen wordt de oppervlakte voor de tabel verkregen door de som van de oppervlakten van de afzonderlijke drijflichamen.

Artikel 12

Hoofdstuk IIIA

Artikel 12a

De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op vissersvaartuigen met een lengte over alles van minder dan 15 meter.

Artikel 12b

De bruto-tonnage van een vissersvaartuig wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 4, eerste lid, onderdeel c, van verordening nr. 86/2930/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 22 september 1986 houdende definities van de kenmerken van vissersvaartuigen (PbEG L 274), zoals deze is gewijzigd bij verordening nr. 94/3259/EG van de Raad van de Europese Unie van 22 december 1994 (PbEG L 339).

Artikel 12c
1.

De netto-tonnage bedraagt 0,30 × de GT.

2.

De bruto- en netto-tonnage worden naar beneden afgerond op een getal zonder decimalen.

Hoofdstuk IV. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 13

Het besluit metingsvoorschriften 1982 wordt ingetrokken.

Artikel 14

Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling metingsvoorschriften.

Artikel 15

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 1993.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De bij deze regeling behorende bijlagen liggen voor een ieder ter inzage bij de Scheepsmetingsdienst te Rotterdam en bij de bibliotheek van het Directoraat-Generaal Scheepvaart en Maritieme Zaken te Rijswijk.