← Geldende tekst · Geschiedenis

Besluit van 22 september 1993, houdende uitvoeringsbepalingen van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek

Geldende tekst a fecha 2009-01-01

Op de voordracht van Onze Minister van Onderwijs en Wetenschappen, van 28 mei 1993, nr. 92077964/4685, directie Wetgeving en Juridische Zaken, gedaan mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

Gelet op artikel 6.13, derde lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

Gezien het advies van de Onderwijsraad (advies van 21 december 1992, nr. OR 92000271/3 T);

De Raad van State gehoord (advies van 2 augustus 1993, No. W05.93.0338);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Onderwijs en Wetenschappen, van 21 september 1993, nr. 93064058/4685, directie Wetgeving en Juridische Zaken, uitgebracht mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk 1. Algemene Bepalingen

Artikel 1.1. Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 2. Bepalingen betreffende studenten

Afdeling 1. Persoonlijke en bijzondere omstandigheden

Artikel 2.1. Persoonlijke omstandigheden bij bindend studieadvies en verwijzing naar afstudeerrichting
1.

De persoonlijke omstandigheden bedoeld in de artikelen 7.8b, derde lid, en 7.9, derde lid, van de wet, zijn uitsluitend:

2.

Het instellingsbestuur kan voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel g, nadere regels vaststellen omtrent het aantal bestuursleden dat ten hoogste per organisatie per studiejaar in aanmerking komt, zomede omtrent welke bestuursfuncties in aanmerking komen.

Artikel 2.2. Bijzondere omstandigheden leidende tot financiële ondersteuning van studenten

Vervallen

Afdeling 2. Voorwaarden voor ondersteuning door het Rijk

Artikel 2.3. Reikwijdte en begripsbepalingen
1.

Deze afdeling strekt tot uitvoering van artikel 7.51, zevende lid, van de wet.

2.

In deze afdeling wordt verstaan onder:

3.

Deze afdeling is niet van toepassing op organisaties, bedoeld in artikel 3.3 van de wet.

Artikel 2.4. Aanspraak

De door een organisatie aangewezen vertegenwoordiger heeft, met inachtneming van het bepaalde in deze afdeling, gedurende het tijdvak waarvoor de in artikel 2.5 bedoelde aanwijzing geldt, aanspraak op financiële ondersteuning.

Artikel 2.5. Aanwijzing, vertegenwoordiging en termijn
1.

Een organisatie beoogt niet het maken van winst. Hij omvat ten minste 250 betalende leden, contribuanten of donateurs, dan wel bestaat uit een samenwerkingsverband van instellingen, organisaties of rechtspersonen die te zamen ten minste 250 betalende leden, donateurs of contribuanten omvatten. Indien het betreft een politieke jongerenorganisatie, is zij gelieerd met een politieke partij die in beide Kamers van de Staten-Generaal is vertegenwoordigd.

2.

Het bestuur van een organisatie kan een vertegenwoordiger aanwijzen, die het voor financiële ondersteuning krachtens deze afdeling in aanmerking brengt. Van die aanwijzing doet dat bestuur mededeling aan Onze minister, waarbij het tevens aantoont dat de organisatie voldoet aan het eerste lid.

3.

De aanwijzing, bedoeld in het tweede lid, zomede de mededeling daarvan aan Onze minister, geschiedt vóór 1 november van het desbetreffende studiejaar. De aanwijzing geldt, behoudens het vierde en vijfde lid, voor het gehele studiejaar.

4.

Het bestuur van een organisatie kan tussentijds de aanwijzing van een vertegenwoordiger intrekken. Van deze intrekking doet het bestuur mededeling aan Onze minister.

5.

Na een intrekking als bedoeld in het vierde lid, kan het bestuur van een organisatie in plaats van een vertegenwoordiger wiens aanwijzing is ingetrokken, driemaal een nieuwe vertegenwoordiger aanwijzen. De aanwijzing van de nieuwe vertegenwoordiger is van kracht met ingang van de eerste dag van de kalendermaand, volgende op die waarin de aanwijzing heeft plaatsgevonden, en geldt voor het resterende gedeelte van het desbetreffende studiejaar.

Artikel 2.6. Hoogte van de aanspraak
1.

De financiële ondersteuning is gelijk aan het bedrag per maand dat ten behoeve van vertegenwoordigers van belangenorganisaties van studenten op grond van artikel 3.3, tweede lid, van de wet door Onze minister is vastgesteld.

2.

De toekenning van de financiële ondersteuning vindt plaats per kalendermaand.

Artikel 2.7. Beperking totaal der aanspraken
1.

Per studiejaar is ten aanzien van ten hoogste twintig organisaties financiële ondersteuning als bedoeld in artikel 2.6, tweede lid, beschikbaar.

2.

Toewijzing van de financiële ondersteuning vindt plaats in de volgorde van binnenkomst van de aanmeldingen, bedoeld in artikel 2.5, tweede lid.

Artikel 2.8. Subsidies aan VSNU en HBO-Raad ten behoeve van studentleden van visitatiecommissies
1.

Aan de Vereniging van samenwerkende Nederlandse universiteiten, de VSNU, gevestigd te Utrecht, en de Vereniging van hogescholen, de HBO-Raad, gevestigd te 's-Gravenhage, verstrekt Onze minister een subsidie ten behoeve van de financiële ondersteuning van studenten die op voordracht van de genoemde vereniging of raad gedurende één maand of langer deelnemen aan een beoordeling als bedoeld in artikel 1.18, eerste lid, van de wet.

2.

De subsidie bedraagt ten behoeve van iedere beoordeling, bedoeld in het eerste lid, drie maal het bedrag, bedoeld in artikel 2.6, eerste lid, indien het betreft deelname aan een beoordeling in het wetenschappelijk onderwijs, en vier maal het bedrag, bedoeld in artikel 2.6, eerste lid, indien het betreft deelname aan een beoordeling in het hoger beroepsonderwijs.

3.

De in dit artikel bedoelde subsidie wordt niet in aanmerking genomen bij de bepaling van het toegestane bedrag, bedoeld in artikel 2.7.

Artikel 2.9. Nadere regeling

Onze minister kan voor de uitvoering van deze afdeling nadere regels van administratieve aard stellen.

Hoofdstuk 3. Bepalingen betreffende opleidingen

Afdeling 1. Centraal register opleidingen hoger onderwijs

Artikel 3.1. Indeling register

Het register bestaat uit de volgende onderdelen:

Artikel 3.2. Subonderdelen
1.

Het onderdeel onderwijs kent, naast opleidingen die niet onder een subonderdeel worden ondergebracht, de volgende subonderdelen:

2.

Het onderdeel taal en cultuur kent, naast opleidingen die niet onder een subonderdeel worden ondergebracht, de volgende subonderdelen:

Artikel 3.3. Levering gegevens

De Informatie Beheer Groep kan voorschriften geven voor de wijze waarop gegevens die in het register worden opgenomen, dienen te worden geleverd.

Artikel 3.4. Verstrekking gegevens
1.

Op een daartoe ingediend verzoek kunnen gegevens die in het register zijn opgenomen, worden verstrekt. Bij dat verzoek wordt aangegeven welke gegevens worden verlangd alsmede de gewenste wijze van verstrekking.

2.

Binnen een maand na ontvangst van het verzoek, wordt aan aanvrager bekendgemaakt of het verzoek kan worden gehonoreerd. Indien het verzoek zal worden gehonoreerd, wordt tevens aangegeven binnen welke termijn dit zal geschieden alsmede of aan de verstrekking kosten zijn verbonden en zo ja, hoe hoog de verschuldigde vergoeding, met inachtneming van artikel 3.5, zal zijn.

3.

De verstrekking kan slechts worden geweigerd als de gevraagde gegevens niet beschikbaar zijn, of de gevraagde wijze van verstrekking niet kan worden uitgevoerd.

Artikel 3.5. Vergoeding verstrekte gegevens
1.

Indien een verzoek als bedoeld in artikel 3.4 wordt gedaan door anderen dan de besturen van instellingen waarop de wet betrekking heeft, is voor het verstrekken van gegevens een vergoeding verschuldigd.

2.

De verschuldigde vergoeding is afhankelijk van:

Afdeling 2. Aanvullende eisen met het oog op de inschrijving

Artikel 3.6. Aanwijzing bacheloropleidingen in het hbo

De bacheloropleidingen in het hoger beroepsonderwijs ten aanzien waarvan het eerste lid van artikel 7.26 van de wet toepassing kan vinden, zijn, ingedeeld naar de onderdelen van het register, genoemd in artikel 3.1:

Afdeling 3. Masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs met een studielast van 120 studiepunten

Hoofdstuk 4. Slotbepalingen

Artikel 4.1. Begripsbepalingen hoofdstuk 4
1.

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt een persoon die het afsluitend examen van een ongedeelde opleiding met goed gevolg heeft afgelegd gelijkgesteld met een persoon aan wie zowel de graad Bachelor als de graad Master is verleend.

2.

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt een persoon aan wie de graad Master is verleend, die op enig moment in de periode van vijf jaar voorafgaand aan de peilperiode wo als student voor een ongedeelde opleiding was ingeschreven en aan wie in die periode niet de graad Bachelor is verleend, gelijkgesteld met een persoon aan wie zowel de graad Bachelor als de graad Master is verleend.

3.

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt een persoon die het kandidaatsexamen van een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 7.8a van de wet, zoals dat artikel op 31 augustus 2002 luidde, met goed gevolg heeft afgelegd gelijkgesteld met een persoon aan wie de graad Bachelor is verleend.

4.

Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden voortgezette hbo-opleidingen als bedoeld in artikel 18.20 van de wet gelijkgesteld met masteropleidingen. Een persoon die het afsluitend examen van een dergelijke opleiding met goed gevolg heeft afgelegd, wordt gelijkgesteld met een persoon aan wie de graad Master is verleend.

5.

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt een hbo-opleiding, anders dan een voortgezette opleiding, een bachelor- of een masteropleiding, gelijkgesteld met een bacheloropleiding. Een persoon die het afsluitend examen van een dergelijke opleiding met goed gevolg heeft afgelegd, wordt gelijkgesteld met een persoon aan wie de graad Bachelor is verleend.

6.

Voor de toepassing van artikel 4.8 wordt voor de universiteiten, bedoeld in artikel 1.1, onderdeel d, ten 1°, onder graad Bachelor in het hoger beroepsonderwijs verstaan: een graad Bachelor in het hoger beroepsonderwijs, die is verleend in de peilperiode wo of de daaraan voorafgaande periode van vijf jaar.

7.

Voor de toepassing van de artikelen 4.9 en 4.20 wordt voor de universiteiten, bedoeld in artikel 1.1, onderdeel d, ten 1°, onder graad Bachelor verstaan: een graad Bachelor, die is verleend aan een persoon aan wie niet reeds in peilperiode wo of de daaraan voorafgaande periode van vijf jaar de graad Bachelor in het hoger beroepsonderwijs is verleend, en voor de overige universiteiten: een graad Bachelor, die is verleend aan een persoon aan wie niet reeds de graad Bachelor in het hoger beroepsonderwijs is verleend.

8.

Voor de toepassing van dit hoofdstuk blijven inschrijvingen die hebben plaatsgevonden vóór 1 augustus 1991 en getuigschriften die zijn uitgereikt vóór 1 augustus 1991 buiten beschouwing.

Artikel 4.2. Vaststelling omvang van de landelijk beschikbare rijksbijdrage
1.

Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap stelt jaarlijks, in overeenstemming met het desbetreffende onderdeel van de begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap die voor het desbetreffende begrotingsjaar is vastgesteld, de omvang vast van de landelijk beschikbare rijksbijdrage voor de instellingen die onderwijs verzorgen of onderzoek verrichten op een ander gebied dan het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving, en de omvang van de delen daarvan.

2.

Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit stelt jaarlijks, in overeenstemming met het desbetreffende onderdeel van de begroting van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit die voor het desbetreffende begrotingsjaar is vastgesteld, de omvang vast van de landelijk beschikbare rijksbijdrage voor de instellingen die onderwijs verzorgen of onderzoek verrichten op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving, en de omvang van de delen daarvan.

3.

De landelijk beschikbare rijksbijdrage, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit:

4.

De landelijk beschikbare rijksbijdrage, bedoeld in het tweede lid, bestaat uit:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 3.7. Masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs met een studielast van 120 studiepunten of hoger
1.

Masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs met een studielast van 120 studiepunten zijn de in bijlage 1 bij dit besluit vermelde opleidingen.

2.

Masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs met een studielast van ten minste 120 en ten hoogste 180 studiepunten zijn de in bijlage 2 bij dit besluit vermelde opleidingen.

Afdeling 4. Overige eigen bijdragen

Hoofdstuk 4. Bepalingen over de berekening van de rijksbijdrage

Bijlage 2. Masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs met een studielast van ten minste 120 en ten hoogste 180 studiepunten

Masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs met een studielast van 120 studiepunten

1. Openbare universiteit te Leiden

Mathematics Education

Physics Education.

Biomedical Sciences

Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de eerste graad in Biologie

Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de eerste graad in Natuurkunde

Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de eerste graad in Scheikunde

Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de eerste graad in Wiskunde.

Life Science & Technology

Masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs met een studielast van 120 studiepunten

Mediatechnology

Nanoscience

2. Openbare universiteit te Groningen

Talen en Culturen van China

Talen en Culturen van Korea

Talen en Culturen van Japan;

B.

African Studies (research)

Archaeology (research)

Asian Studies (research)

Educational Sciences: Normal and Deviant Patterns of Attachment and Self Regulated Learning (research)

History: Societies and Institutions (research)

Latin American and Amerindian Studies (research)

Linguistics: Structure and Variation in the Languages of the World (research)

Literature (research)

Middle Eastern Studies (research)

Philosophy: Rationality (research)

Political Science Research: Institutional Analysis (research)

Public Administration: Institutional Change and Reform (research)

Psychology: Decision Making and Action Control in Self-Regulation of Human Behaviour (research)

Religious Studies (research)

Western and Asian Art History in Comparative Perspective (research).

informatica

A.

Artificial Intelligence

Bedrijfswiskunde

Biology

3. Openbare universiteit te Amsterdam

Biomolecular Sciences

Chemistry

Ecology

Educatie en Communicatie in de Wiskunde en Natuurwetenschappen

Energie en Milieuwetenschappen

A.

Astronomy

Biology

Biomedical Sciences

Bio-pharmaceutical Sciences

Chemistry

Computer Science

Ict in business

Life Science & Technology

4. Openbare universiteit te Utrecht

Mediatechnology

Nanoscience

Physics

Talen en Culturen van China

Talen en Culturen van Korea

Talen en Culturen van Japan;

B.

African Studies (research)

Archaeology (research)

Asian Studies (research)

Educational Sciences: Normal and Deviant Patterns of Attachment and Self Regulated Learning (research)

History: Societies and Institutions (research)

Latin American and Amerindian Studies (research)

Linguistics: Structure and Variation in the Languages of the World (research)

Literature (research)

Middle Eastern Studies (research)

Philosophy: Rationality (research)

Political Science Research: Institutional Analysis (research)

3. Openbare universiteit te Amsterdam

Psychology: Decision Making and Action Control in Self-Regulation of Human Behaviour (research)

Religious Studies (research)

Western and Asian Art History in Comparative Perspective (research).

Artificial Intelligence

A.

Artificial Intelligence

Bedrijfswiskunde

Biology

Biomedische Technologie

Biomolecular Sciences

Chemistry

Ecology

Educatie en Communicatie in de Wiskunde en Natuurwetenschappen

Energie en Milieuwetenschappen

Evolutionary Biology

Informatica

Mariene biologie

Mathematics

Medical and Pharmaceutical Drug Innovation

Medisch Farmaceutische Wetenschappen

Medische Biologie

Mens-Machine Communicatie

Moleculaire Biologie en Biotechnologie

Nanoscience

Physics

4. Openbare universiteit te Utrecht

Sterrenkunde

Technische Bedrijfskunde

Technische Natuurkunde

Technische Wiskunde

B.

Art History and Archaeology: Material Culture Studies in Art, Architecture and Archaeology (research)

Behavioural and Cognitive Neurosciences (research)

Classical, Medieval and Renaissance Studies (CMRS): Text and Context in Premodern and Early Modern Times (research)

Clinical and Psychosocial Epidemiology (research)

Economics and Business: Production, Organisation & Marketing (research)

Functionaliteit van het Recht (research)

Human Behaviour in Social Contexts (research)

Literary and Cultural Studies: Literature and Performing Arts in Society (research)

Linguistics: Neurolinguistics and Models of Grammar (research)

Modern and Contemporary History: Transformation and Acceptance (research)

Philosophy: Knowledge and Knowledge Development (research)

Regional Studies: Spaces and Places, Analysis and Intervention (research)

Religious Symbols and Traditions (research).

Biomedical sciences

A.

Artificial Intelligence

Astronomy and Astrophysics

Biological Sciences

Biomedical Sciences

7. Openbare universiteit te Eindhoven

Conservering en restauratie van cultureel erfgoed

Earth Sciences

Educational Science

Forensic Science

Grid Computing

Life Sciences

Logic

Mathematical Physics

Mathematics

Mathematics and Science Education

Medical Informatics

Physics

Stochastics and Financial Mathematics;

B.

Archeologie (research)

Cognitive Science (research)

8. Openbare universiteit te Enschede

Cultural Analysis (research)

Educational Science (research)

Geschiedenis (research)

Human Geography, Planning and Development Studies (research)

Kunstwetenschappen (research)

Linguistics (research)

Literary Studies

Master of Philosophy in Economics (research)

Media Studies (research)

Metropolitan Studies (research)

Nederlandse letterkunde (research)

Psychology (research)

Religiewetenschappen (research)

Rhetoric, Argumentation and Philosophy (research)

Social Sciences (research)

Wijsbegeerte (research).

4. Openbare universiteit te Utrecht

A.

Artificial intelligence

Biologische wetenschappen

Biomedical sciences

Chemische wetenschappen

Communicatie en educatie van de natuurwetenschappen

Earth Sciences

Environmental Sciences

Farmaceutische wetenschappen

Geographical Sciences

Geschiedenis en wijsbegeerte van de wiskunde en natuurwetenschappen

Informatica

Information Science

Mathematische wetenschappen

Natuurkunde en meteorologie & fysische oceanografie

Natuurwetenschappen en bedrijf

Neuroscience and Cognition

Science and Innovation Management

Sterrenkunde;

B.

Art History of the Low Countries in its European Context (research)

10. Bijzondere universiteit te Nijmegen

Dutch Language and Literature (research)

Educational Sciences: Learning in Interaction (research)

Gender and Ethnicity (research)

Historical and Comparitive Studies of the Sciences and Humanities (research)

History: Cities, States and Citizenship (research)

Human Geography and Planning (research)

Legal Research

Linguistics: the Study of the Language Faculty (research)

Literary Studies: Literature in the Modern Age (research)

Media Studies (research)

Medieval Studies (research)

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

1. Openbare universiteit te Eindhoven

Chemistry Education

2. Bijzondere universiteit te Nijmegen

Bijlage. bij het uitvoeringsbesluit WHW

1. Openbare universiteit te Leiden

Physics

2. Openbare universiteit te Groningen

Biomedische Technologie

3. Openbare universiteit te Amsterdam

Mathematics

4. Openbare universiteit te Utrecht

Public Administration: Institutional Change and Reform (research)

5. Openbare universiteit te Delft

Scheikundige Technologie

6. Openbare universiteit te Wageningen

Chemistry

7. Openbare universiteit te Eindhoven

Communication Science (research)

5. Openbare universiteit te Delft

Aerospace Engineering

9. Bijzondere universiteit te Amsterdam

Development and Socialization in Childhood and Adolescence (research)

6. Openbare universiteit te Wageningen

Methodology and Statistics of Behavioural and Social Sciences (research)

Migration, Ethnic Relations and Multiculturalism (research)

Multidisciplinary Economics (research)

Musicology (research)

Philosophy (research)

Psychological Health Research (research)

Research in Public Administration and Organizational Science (research)

Sociology and Social Research (research)

Theology (research).

Food Technology

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

2. Openbare universiteit te Groningen

3. Openbare universiteit te Amsterdam

4. Openbare universiteit te Utrecht

5. Openbare universiteit te Delft

6. Openbare universiteit te Wageningen

7. Openbare universiteit te Eindhoven

Aerospace Engineering

Applied Earth Sciences

Applied Mathematics

Applied Physics

Architecture, Urbanism and Building Sciences

Biochemical Engineering

Biomedical Engineering

Chemical Engineering

Civil Engineering

Computer Engineering

Computer Science

8. Openbare universiteit te Enschede

Design for Interaction

Embedded Systems

Engineering & Policy Analysis

Electrical Engineering

Geomatics

Industrial Design Engineering

Integrated Product Design

Life Science & Technology

Management of Technology

Marine Technology

Master of Science Systems and Control

Construction Management and Engeneering

Electrical Engineering

Embedded Systems

Human-technology Interaction

Industrial and Applied Mathematics

Industrial Design

Innovation Management

Mechanical Engineering

9. Openbare universiteit te Rotterdam

Operations Management and Logistics

Sustainable Energy Technology

Technology and Policy.

Animal Sciences

A.

Applied Mathematics

10. Openbare universiteit te Maastricht

Biomedical Engineering

Business Information Technology

Chemical Engineering

Civil Engineering & Management

Computer Science

Construction Management and Engeneering

9. Openbare universiteit te Rotterdam

Geo-information Science

Hydrology and Water Quality

International Land- and Water Management

Landscape, Architecture and Planning

Leisure, Tourism and Environment

Meteorology and Air Quality

Molecular Life Sciences

Nutrition and Health

Organic Agriculture

Plant Biotechnology

Plant Sciences

Soil Science

Urban Environmental Management.

Clinical Epidemiology (research)

Applied Physics

Architecture, Building and Planning

Biomedical Engineering

Building Services

Business Information Systems

Chemical Engineering

Computer Science and Engineering

Construction Management and Engeneering

Electrical Engineering

Embedded Systems

Human-technology Interaction

Industrial and Applied Mathematics

Industrial Design

Innovation Management

Master of Science Systems and Control

Cultures of Arts, Science and Technology (research)

Economic and Financial Research (research)

12. Bijzondere universiteit te Nijmegen

Ius Commune and Human Rights Research (research).

Technology and Policy.

A.

Artificial Intelligence

Beleid, management en ondernemerschap voor natuur- en levenswetenschappers

Bio-informatics

Biologie

Biomedische wetenschappen

Biomolecular Sciences

Business Mathematics and Informatics

Chemistry

Computer Science

Earth Sciences

Ecology

Geo-environmental Sciences

Hydrology

Mathematics

Medical Natural Sciences

Neurosciences

13. Bijzondere universiteit te Tilburg

Parallel & Distributed Computer Systems

Pharmaceutical Sciences

Physics

Stochastics and Financial Mathematics;

Master of Science Systems and Control

9. Openbare universiteit te Rotterdam

Cognitive Neuropsychology (research)

Bijlage 2. Masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs met een studielast van ten minste 120 en ten hoogste 180 studiepunten

1. Openbare universiteit te Eindhoven

ERIM Master of Philosophy in Business Research (research)

Institutions: Erasmus Research Master in Philosophy and Economics (research)

Justice and Safety & Security (research)

2. Bijzondere universiteit te Nijmegen

Molecular Medicine (research)

Neuroscience (research)

Research in Public Administration and Organizational Science (research).

A.

Bijlage. bij het uitvoeringsbesluit WHW

Law and Language Studies.

1. Openbare universiteit te Leiden

Business Research (research)

Cardiovascular Biology and Medicine (research)

Cognitive Neuroscience, Neuropsychology and Psychopathology (research)

Cultures of Arts, Science and Technology (research)

Economic and Financial Research (research)

Health Sciences (research)

Ius Commune and Human Rights Research (research).

Moleculaire levenswetenschappen

A.

Artificial Intelligence

B.

1. Openbare universiteit te Eindhoven

Biomedical sciences

Historische Wetenschappen: Ideologie, Mentaliteit en Maatschappelijke Praktijk (research)

Kunst en visuele cultuur in historisch perspectief (research)

Language and Communication (research)

Letterkunde en Literatuurwetenschap: Nieuwe Filologie (research)

Drug Discovery and Safety

Earth Sciences

Ecology

Geo-environmental Sciences

Hydrology

Management, Policy Analysis and Entreneurship in the Health and Life Sciences

Mathematics

Medical Natural Sciences

Neurosciences

Oncology

Parallel & Distributed Computer Systems

Physics

Stochastics and Financial Mathematics;

B.

Architectuurgeschiedenis (research)

Cognitive Neuropsychology (research)

Geosciences of Basins in Lithosphere (research)

Geschiedenis na 1400 (research)

Geschiedenis van de beeldende kunst (research)

1. Openbare universiteit te Eindhoven

Linguistics (research)

Master of Philosophy in Economics (research)

Oudheidstudies

Reformed Theology (research)

Social Psychology: Regulation of Social Behaviour (research)

Social Research; Organization Sciences, Political Science and Sociology (research).

Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de eerste graad in Scheikunde

A.

Biology

Bio-informatics

Biomedical sciences

Chemistry

Informatica

Kunstmatige Intelligentie

4. Openbare universiteit te Utrecht

Medische biologie

Milieu-natuurwetenschappen

Moleculaire levenswetenschappen

Natuur- en sterrenkunde

Natuurwetenschappen;

B.

Behavioral Science: the study of behavior regulation (research)

Cognitive Neuroscience (research)

Historische Wetenschappen: Ideologie, Mentaliteit en Maatschappelijke Praktijk (research)

Kunst en visuele cultuur in historisch perspectief (research)

Language and Communication (research)

Letterkunde en Literatuurwetenschap: Nieuwe Filologie (research)

Molecular Mechanisms of Disease (research)

Onderneming en Recht (research)

Social Cultural Science: Comparative Research on Societies (research)

Wijsbegeerte (research).

Medische Psychologie.

A.

5. Openbare universiteit te Delft

B.

Grondslagen en methoden van de rechtswetenschap (research)

Language and Communication (research)

Master of Philosophy in Business (research)

Research in Public Administration and Organizational Science (research)

Master of Philosophy in Economics (research)

Social and Behavioural Sciences (research)

Theology (research)

Wijsbegeerte (research).

electrical engineering

Molecular Life Sciences.

Chemistry Education

Mathematics Education

Chemistry Education

Mathematics Education

Physics Education.

Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de eerste graad in Natuurkunde

Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de eerste graad in Biologie

Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de eerste graad in Natuurkunde

Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de eerste graad in Scheikunde

Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de eerste graad in Wiskunde.

systems and control

systems engineering, policy analysis and management

technical informatics

transport, infrastructure & logistics

6. Openbare universiteit te Wageningen

agriculture and bioresource engineering

animal sciences and aquaculture

bioinformatics

biology

biotechnology

earth system science

environmental sciences

food quality management

food safety

food technology

forest and nature conservation

geographical information management and applications

geo-information science

hydrology and water quality

international land- and water management

landscape planning and design

leisure, tourism and environment

meteorology and air quality

molecular sciences

nutrition and health

plant biotechnology

plant sciences

soil science

urban environmental management

7. Openbare universiteit te Eindhoven

applied physics

architecture, building and planning

biomedical engineering

building services

business information systems

chemical engineering

computer science and engineering

electrical engineering and information technology

human-technology interaction

industrial and applied mathematics

industrial design

innovation management

mechanical engineering

medical engineering

operations management

technology and policy

8. Openbare universiteit te Enschede

applied mathematics

applied physics

biomedical engineering

business information technology

chemical engineering

civil engineering & management

computer science

electrical engineering

geoinformatics

human media interaction

industrial design engineering

industrial engineering & management

mechanical engineering

mechatronics

nanotechnology

telematics

9. Bijzondere universiteit te Amsterdam

artificial intelligence

beleid, management en ondernemerschap voor natuur- en levenswetenschappers

bioinformatics

biology

biomedical sciences

biomolecular sciences

business mathematics and informatics

chemistry

computer sciences

earth sciences

ecology

geo-environmental sciences

hydrology

mathematics

medical natural sciences

neurosciences

oncology

parallel & distributed computer systems

pharmaceutical sciences

physics

stochastics and financial mathematics

10. Bijzondere universiteit te Nijmegen

algemene natuurwetenschappen

biology

bioinformatics

biomedical sciences

chemistry

informatica

mathematics

medische biologie

milieu-natuurwetenschappen

moleculaire levenswetenschappen

natuur- en sterrenkunde.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

3. Openbare universiteit te Amsterdam

5. Openbare universiteit te Delft

6. Openbare universiteit te Wageningen

7. Openbare universiteit te Eindhoven

7. Openbare universiteit te Eindhoven

Construction Management and Engeneering

9. Openbare universiteit te Rotterdam

Medical Engineering

8. Openbare universiteit te Enschede

Applied Physics

9. Openbare universiteit te Rotterdam

Electrical Engineering

12. Bijzondere universiteit te Nijmegen

Health Sciences (research)

12. Bijzondere universiteit te Nijmegen

Oncology

14. Katholieke Theologische Universiteit te Utrecht

Bijlage 2. Masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs met een studielast van ten minste 120 en ten hoogste 180 studiepunten

Clinical Epidemiology (research)

Clinical Research (research)

2. Bijzondere universiteit te Nijmegen

Master of Philosophy in Economics (research)

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

2. Openbare universiteit te Groningen

4. Openbare universiteit te Utrecht

6. Openbare universiteit te Wageningen

7. Openbare universiteit te Eindhoven

8. Openbare universiteit te Enschede

10. Openbare universiteit te Maastricht

7. Openbare universiteit te Eindhoven

12. Bijzondere universiteit te Nijmegen

Social Systems Evaluation and Survey Research (research).

A.

B.

13. Bijzondere universiteit te Tilburg

14. Katholieke Theologische Universiteit te Utrecht

Bijlage 2. Masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs met een studielast van ten minste 120 en ten hoogste 180 studiepunten

2. Bijzondere universiteit te Nijmegen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

7. Openbare universiteit te Eindhoven

8. Openbare universiteit te Enschede

9. Openbare universiteit te Rotterdam

10. Openbare universiteit te Maastricht

11. Bijzondere universiteit te Amsterdam

13. Bijzondere universiteit te Tilburg

14. Katholieke Theologische Universiteit te Utrecht

Bijlage 2. Masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs met een studielast van ten minste 120 en ten hoogste 180 studiepunten

1. Openbare universiteit te Eindhoven

2. Bijzondere universiteit te Nijmegen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

3. Openbare universiteit te Amsterdam

4. Openbare universiteit te Utrecht

5. Openbare universiteit te Delft

6. Openbare universiteit te Wageningen

8. Openbare universiteit te Enschede

10. Openbare universiteit te Maastricht

11. Bijzondere universiteit te Amsterdam

12. Bijzondere universiteit te Nijmegen

13. Bijzondere universiteit te Tilburg

Biology

14. Katholieke Theologische Universiteit te Utrecht

Bijlage 2. Masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs met een studielast van ten minste 120 en ten hoogste 180 studiepunten

1. Openbare universiteit te Eindhoven

13. Bijzondere universiteit te Tilburg

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

3. Openbare universiteit te Amsterdam

4. Openbare universiteit te Utrecht

5. Openbare universiteit te Delft

7. Openbare universiteit te Eindhoven

9. Openbare universiteit te Rotterdam

10. Openbare universiteit te Maastricht

11. Bijzondere universiteit te Amsterdam

10. Openbare universiteit te Maastricht

14. transnationale Universiteit Limburg

Letterkunde (research)

Bijlage 2. Masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs met een studielast van ten minste 120 en ten hoogste 180 studiepunten

1. Openbare universiteit te Eindhoven

2. Bijzondere universiteit te Nijmegen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Bijlage 2. Masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs met een studielast van ten minste 120 en ten hoogste 180 studiepunten

1. Openbare universiteit te Eindhoven

12. Bijzondere universiteit te Nijmegen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Bijlage 2. Masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs met een studielast van ten minste 120 en ten hoogste 180 studiepunten

2. Bijzondere universiteit te Nijmegen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Afdeling 1. Algemene bepalingen over de berekening van de rijksbijdrage

Artikel 4.1. Begripsbepalingen hoofdstuk 4
1.

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt een persoon die het afsluitend examen van een ongedeelde opleiding met goed gevolg heeft afgelegd gelijkgesteld met een persoon aan wie zowel de graad Bachelor als de graad Master is verleend.

2.

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt een persoon aan wie de graad Master is verleend, die op enig moment in de periode van vijf jaar voorafgaand aan de peilperiode wo als student voor een ongedeelde opleiding was ingeschreven en aan wie in die periode niet de graad Bachelor is verleend, gelijkgesteld met een persoon aan wie zowel de graad Bachelor als de graad Master is verleend.

3.

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt een persoon die het kandidaatsexamen van een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 7.8a van de wet, zoals dat artikel op 31 augustus 2002 luidde, met goed gevolg heeft afgelegd gelijkgesteld met een persoon aan wie de graad Bachelor is verleend.

4.

Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden voortgezette hbo-opleidingen als bedoeld in artikel 18.20 van de wet gelijkgesteld met masteropleidingen. Een persoon die het afsluitend examen van een dergelijke opleiding met goed gevolg heeft afgelegd, wordt gelijkgesteld met een persoon aan wie de graad Master is verleend.

5.

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt een hbo-opleiding, anders dan een voortgezette opleiding, een bachelor- of een masteropleiding, gelijkgesteld met een bacheloropleiding. Een persoon die het afsluitend examen van een dergelijke opleiding met goed gevolg heeft afgelegd, wordt gelijkgesteld met een persoon aan wie de graad Bachelor is verleend.

6.

Voor de toepassing van artikel 4.8 wordt voor de universiteiten, bedoeld in artikel 1.1, onderdeel d, ten 1°, onder graad Bachelor in het hoger beroepsonderwijs verstaan: een graad Bachelor in het hoger beroepsonderwijs, die is verleend in de peilperiode wo of de daaraan voorafgaande periode van vijf jaar.

7.

Voor de toepassing van de artikelen 4.9 en 4.20 wordt voor de universiteiten, bedoeld in artikel 1.1, onderdeel d, ten 1°, onder graad Bachelor verstaan: een graad Bachelor, die is verleend aan een persoon aan wie niet reeds in peilperiode wo of de daaraan voorafgaande periode van vijf jaar de graad Bachelor in het hoger beroepsonderwijs is verleend, en voor de overige universiteiten: een graad Bachelor, die is verleend aan een persoon aan wie niet reeds de graad Bachelor in het hoger beroepsonderwijs is verleend.

8.

Voor de toepassing van dit hoofdstuk blijven inschrijvingen die hebben plaatsgevonden vóór 1 augustus 1991 en getuigschriften die zijn uitgereikt vóór 1 augustus 1991 buiten beschouwing.

Artikel 4.2. Vaststelling omvang van de landelijk beschikbare rijksbijdrage
1.

Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap stelt jaarlijks, in overeenstemming met het desbetreffende onderdeel van de begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap die voor het desbetreffende begrotingsjaar is vastgesteld, de omvang vast van de landelijk beschikbare rijksbijdrage voor de instellingen die onderwijs verzorgen of onderzoek verrichten op een ander gebied dan het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving, en de omvang van de delen daarvan.

2.

Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit stelt jaarlijks, in overeenstemming met het desbetreffende onderdeel van de begroting van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit die voor het desbetreffende begrotingsjaar is vastgesteld, de omvang vast van de landelijk beschikbare rijksbijdrage voor de instellingen die onderwijs verzorgen of onderzoek verrichten op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving, en de omvang van de delen daarvan.

3.

De landelijk beschikbare rijksbijdrage, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit:

4.

De landelijk beschikbare rijksbijdrage, bedoeld in het tweede lid, bestaat uit:

Artikel 4.3. Verdeling van de landelijk beschikbare rijksbijdrage
1.

Het onderwijsdeel wo, bedoeld in artikel 4.2, derde lid, onderdeel a, wordt over de universiteiten met uitzondering van Wageningen Universiteit verdeeld overeenkomstig afdeling 2, paragraaf 1. Het onderwijsdeel wo, bedoeld in artikel 4.2, vierde lid, onderdeel a, wordt toegekend aan Wageningen Universiteit.

2.

Het onderwijsdeel hbo, bedoeld in artikel 4.2, derde lid, onderdeel b, wordt overeenkomstig afdeling 2, paragraaf 2, verdeeld over de instellingen die opleidingen in het hoger beroepsonderwijs op andere gebieden dan het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving verzorgen. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op het onderwijsdeel hbo, bedoeld in artikel 4.2, vierde lid, onderdeel b.

3.

Het onderzoekdeel wo, bedoeld in artikel 4.2, derde lid, onderdeel c, wordt over de universiteiten met uitzondering van Wageningen Universiteit verdeeld overeenkomstig afdeling 6, paragraaf 1. Het onderzoekdeel wo, bedoeld in artikel 4.2, vierde lid, onderdeel c wordt toegekend aan Wageningen Universiteit.

4.

Het deel ontwerp en ontwikkeling hbo, bedoeld in artikel 4.2, derde lid, onderdeel d, wordt overeenkomstig afdeling 3, paragraaf 2, verdeeld over de instellingen die opleidingen in het hoger beroepsonderwijs op andere gebieden dan het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving verzorgen. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op het deel ontwerp en ontwikkeling hbo, bedoeld in artikel 4.2, vierde lid, onderdeel d.

5.

Het deel ondersteuning geneeskundig onderwijs en onderzoek, bedoeld in artikel 4.2, derde lid, wordt over de universiteiten verdeeld overeenkomstig afdeling 4.

Artikel 4.4. Gegevens
1.

Het instellingsbestuur verstrekt uiterlijk 30 november in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar aan de Informatie Beheer Groep de ingevolge dit besluit voor de toepassing van afdeling 2 en artikel 4.20 noodzakelijke gegevens.

2.

Indien de gegevens, bedoeld in het eerste lid, als gevolg van een buiten het instellingsbestuur liggende oorzaak niet correct zijn vastgesteld, heeft het instellingsbestuur tot 15 april voorafgaand aan het begrotingsjaar de gelegenheid de gegevens te corrigeren.

3.

Gegevens die door het instellingsbestuur na 30 november in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar aan de Informatie Beheer Groep worden geleverd, worden niet tot de gegevens voor de bekostiging gerekend.

4.

Het instellingsbestuur van een universiteit verstrekt uiterlijk 15 april voorafgaand aan het begrotingsjaar Onze minister een overzicht van het aantal promoties en ontwerperscertificaten, bedoeld in artikel 4.21.

5.

Het instellingsbestuur van de Universiteit Maastricht verstrekt uiterlijk 15 april voorafgaand aan het begrotingsjaar Onze minister tevens een overzicht van de aantallen eerstejaars en van de aantallen graden, bedoeld in artikel 4.11.

Artikel 4.5. Controleprotocol
1.

De gecorrigeerde gegevens, bedoeld in artikel 4.4, tweede lid, en de gegevens, bedoeld in artikel 4.4, vierde en vijfde lid, gaan vergezeld van een verklaring van een accountant.

2.

Bij ministeriële regeling worden voorschriften vastgesteld over de controle van de jaarrekening, de besteding van de rijksbijdrage en de juistheid van de door de instellingsbesturen opgegeven bekostigingsgegevens, daaronder begrepen voorschriften over de controle op de rechtmatigheid van de verkrijging van de rijksbijdrage en de rechtmatigheid en doelmatigheid van de besteding van de rijksbijdrage.

Artikel 4.6. Bijstelling bedragen en percentages

De bedragen en verdelingen, vastgesteld op grond van de afdelingen 2, 3 en 4 van dit hoofdstuk, kunnen bij ministeriële regeling worden gewijzigd, voor zover wijzigingen in de onderdelen van de rijksbegroting die op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek betrekking hebben daartoe aanleiding geven.

Artikel 4.7. Overleg

Een ministeriële regeling als bedoeld in de artikelen 4.6, 4.9, 4.10, 4.12, 4.17, 4.19, 4.20, 4.23, 4.25, 4.26 en 4.27, wordt vastgesteld na overleg als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de wet.

Afdeling 2. Bepalingen over de rijksbijdrage vanwege het verzorgen van onderwijs

§ 1. Onderwijsdeel wo

Artikel 4.8. Eerstejaars
1.

Een door Onze minister te bepalen deel van het onderwijsdeel wo wordt over de universiteiten, bedoeld in artikel 1.1, onderdeel d ten 1° en ten 3°, verdeeld naar rato van de som van de aantallen te bekostigen eerstejaars per opleiding voor de desbetreffende universiteit.

2.

Onder eerstejaars wordt verstaan:

3.

Het aantal te bekostigen eerstejaars van een opleiding is gelijk aan het product van het aantal eerstejaars en de factor behorend bij het bekostigingsniveau van de desbetreffende opleiding.

4.

De factoren, bedoeld in het derde lid, zijn:

Artikel 4.9. Graden
1.

Een door Onze minister te bepalen deel van het onderwijsdeel wo wordt over de universiteiten verdeeld op basis van de aantallen graden per opleiding die in de peilperiode wo door een universiteit zijn verleend.

2.

Het aantal te bekostigen graden in een opleiding is gelijk aan het product van het aantal graden, verleend in die opleiding en de factor behorend bij het bekostigingsniveau van de desbetreffende opleiding.

3.

De factoren, bedoeld in het tweede lid, zijn:

4.

Uit het onderwijsdeel wo wordt aan een universiteit een bedrag toegekend, vastgesteld door het in het tweede lid berekende aantal te bekostigen graden te vermenigvuldigen met een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag.

5.

Indien de som van de bedragen per universiteit, bedoeld in het vierde lid, afwijkt van het bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt het verschil van het bedrag bedoeld in het eerste lid en die som verdeeld op basis van de percentages in bijlage 4 bij dit besluit.

Artikel 4.10. Onderwijsopslag

De onderwijsopslag van een universiteit bestaat uit:

Artikel 4.11. Bijzondere bepaling Universiteit Maastricht

Bij de vaststelling van het aantal te bekostigen eerstejaars en het aantal te bekostigen graden van de Universiteit Maastricht worden de op grond van artikel 4.8, derde lid, respectievelijk artikel 4.9, tweede lid, berekende aantallen vermeerderd met de aantallen te bekostigen eerstejaars met de Nederlandse nationaliteit, respectievelijk de aantallen te bekostigen graden van personen met de Nederlandse nationaliteit van de transnationale Universiteit Limburg. Onder de aantallen eerstejaars en graden met de Nederlandse nationaliteit worden tevens begrepen de aantallen eerstejaars en graden van ingeschrevenen die noch de Nederlandse noch de Belgische nationaliteit bezitten, en die voor bekostiging door de Nederlandse overheid in aanmerking worden genomen op grond van artikel 7 van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Vlaamse Gemeenschap van België inzake de transnationale Universiteit Limburg.

§ 2. Onderwijsdeel hbo

Artikel 4.12. Onderwijsvraag
1.

Een door Onze minister te bepalen deel van het onderwijsdeel hbo wordt over de hogescholen verdeeld naar rato van de opleiding-gewogen onderwijsvraag van de hogescholen.

2.

Een door Onze minister te bepalen deel van het onderwijsdeel hbo wordt over de hogescholen verdeeld naar rato van de instelling-gewogen onderwijsvraag van de hogescholen.

3.

De opleiding-gewogen onderwijsvraag van een hogeschool is gelijk aan het totaal van de volgens artikelen 4.14 tot en met 4.18 berekende onderwijsvraag van de door de desbetreffende hogeschool verzorgde opleidingen, nadat deze per opleiding is vermenigvuldigd met de factor behorend bij het bekostigingsniveau van de desbetreffende opleiding.

4.

De instelling-gewogen onderwijsvraag van een hogeschool is gelijk aan het totaal van de volgens de artikelen 4.14 tot en met 4.18 berekende onderwijsvraag van de door de desbetreffende hogeschool verzorgde opleidingen, vermenigvuldigd met een bij ministeriële regeling voor de desbetreffende hogeschool vast te stellen factor.

5.

De factoren, bedoeld in het derde lid, zijn:

Artikel 4.13. Aantal inschrijvingsjaren en fusies van hogescholen
1.

In dit artikel wordt verstaan onder «de hogeschool»: de hogeschool waarvoor de rijksbijdrage wordt berekend.

2.

In dit artikel en in de artikelen 4.14 en 4.17 wordt verstaan onder aantal inschrijvingsjaren van een persoon: het aantal malen dat deze persoon, voorafgaand aan de peildatum, op 1 oktober aan de hogeschool als student was ingeschreven.

3.

Indien een opleiding door een andere hogeschool is overgedragen aan de hogeschool en indien een persoon op 1 oktober voorafgaand aan de overgang aan de andere hogeschool als student voor die opleiding was ingeschreven en op 1 oktober volgend op de overgang aan de hogeschool als student voor die opleiding was ingeschreven, worden voor de bepaling van het aantal inschrijvingsjaren van deze persoon de inschrijvingen aan de andere hogeschool gelijkgesteld met inschrijvingen aan de hogeschool.

4.

Indien de hogeschool is ontstaan uit een fusie van twee of meer hogescholen die heeft plaatsgevonden voor of op de peildatum en indien de persoon voor wie het aantal inschrijvingsjaren wordt bepaald aan een of meer van de fusiepartners als student ingeschreven is geweest, wordt het aantal inschrijvingsjaren van die persoon aan de hogeschool vermeerderd met het aantal inschrijvingsjaren aan de fusiepartner waar hij het laatst als student was ingeschreven.

5.

Indien de hogeschool is ontstaan uit een fusie van twee of meer hogescholen die heeft plaatsgevonden na de peildatum, wordt de onderwijsvraag per opleiding van de fusiepartners berekend alsof geen fusie heeft plaatsgevonden en vervolgens per opleiding gesommeerd.

Artikel 4.14. Onderwijsvraag bacheloropleidingen
1.

In dit artikel wordt verstaan onder opleiding: een bacheloropleiding, niet zijnde een opleiding of lerarenopleiding op het gebied van de kunst.

2.

De onderwijsvraag van een opleiding wordt bepaald door de onderwijsvraagfactor voor de groep van opleidingen waartoe de opleiding behoort, te vermenigvuldigen met het aantal studenten dat op de peildatum ingeschreven staat voor de desbetreffende opleiding. Bijlage 5 bij dit besluit bevat de indeling van de groepen van opleidingen.

3.

De onderwijsvraagfactor van een groep van opleidingen wordt berekend met de volgende formule:

4.

Een afgestudeerde is een persoon aan wie in de peilperiode de graad Bachelor voor een opleiding behorend tot die groep van opleidingen als bedoeld in het tweede lid, is verleend.

5.

Een uitvaller is een persoon:

6.

Het gecorrigeerde aantal inschrijvingsjaren van een afgestudeerde of een uitvaller is

7.

Onder herinstroom wordt verstaan de situatie waarin een persoon in een kalenderjaar na 1998 op 1 oktober als student aan een hogeschool staat ingeschreven waar deze op 1 oktober in het voorafgaande kalenderjaar niet, maar op 1 oktober van een eerder kalenderjaar wel als student stond ingeschreven. Onder moment van herinstroom wordt verstaan: 1 oktober in het kalenderjaar waarin voor de laatste maal sprake was van herinstroom.

Artikel 4.15. Niet mee te tellen studenten, afgestudeerden en uitvallers
1.

Tot de studenten, bedoeld in artikel 4.14, tweede lid, worden niet gerekend de studenten aan wie de desbetreffende hogeschool vóór de peildatum een graad heeft verleend, tenzij ze zijn ingeschreven voor een opleiding op het gebied van onderwijs of het gebied van gezondheidszorg.

2.

Tot de afgestudeerden, bedoeld in artikel 4.14, worden niet gerekend de personen:

3.

Tot de uitvallers, bedoeld in artikel 4.14, worden niet gerekend de personen:

Artikel 4.16. Afwijkende onderwijsvraagfactor bacheloropleidingen
1.

In afwijking van artikel 4.14, derde lid, is de onderwijsvraagfactor voor een opleiding die na 1 oktober in het zevende kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar voor de eerste maal in het CROHO is opgenomen en die geen voortzetting vormt van een andere opleiding die behoort tot dezelfde groep van opleidingen, gelijk aan 0,945.

2.

In afwijking van het artikel 4.14, derde lid, is de onderwijsvraagfactor voor een opleiding waarvoor blijkens het CROHO in de peilperiode en op de peildatum geen nieuwe studenten kunnen worden ingeschreven en die niet is voortgezet in een andere opleiding die behoort tot dezelfde groep van opleidingen, gelijk aan 0,945.

3.

Indien de aantallen afgestudeerden en uitvallers, bedoeld in artikel 4.14, voor een groep van opleidingen beide gelijk zijn aan nul, is in afwijking van artikel 4.14, derde lid, de onderwijsvraagfactor gelijk aan 0,945.

Artikel 4.17. Afwijkende onderwijsvraag kunstopleidingen
1.

De onderwijsvraag van een bacheloropleiding op het gebied van de kunst en een bacheloropleiding tot leraar op het gebied van de kunst is de som van het aantal studenten dat op de peildatum voor de desbetreffende opleiding is ingeschreven en de helft van het aantal personen aan wie in de peilperiode door de desbetreffende instelling de graad Bachelor in die opleiding is verleend.

2.

Bij het bepalen van het aantal studenten, bedoeld in het eerste lid, worden niet meegeteld:

3.

Bij ministeriële regeling wordt vastgesteld wat wordt verstaan onder «de opleiding of dezelfde opleiding aan een andere hogeschool».

Artikel 4.18. Onderwijsvraag masteropleidingen

De onderwijsvraag van een masteropleiding is gelijk aan het aantal studenten op de peildatum.

Artikel 4.19. Onderwijsopslag

De onderwijsopslag van een hogeschool bestaat uit:

Afdeling 3. Bepalingen over de rijksbijdrage vanwege het verrichten van onderzoek

§ 1. Onderzoekdeel wo

Artikel 4.20. Graden
1.

Een door Onze minister te bepalen deel van het onderzoekdeel wo wordt over de universiteiten verdeeld op basis van de aantallen graden per opleiding die in de peilperiode wo door een universiteit zijn verleend.

2.

Het aantal te bekostigen graden in een opleiding is gelijk aan het product van het aantal graden, verleend in die opleiding, de factor 2 voor zover het een masteropleiding betreft, en de factor, behorend bij het bekostigingsniveau van de desbetreffende opleiding.

3.

De factoren behorend bij de bekostigingsniveaus van de opleidingen zijn:

4.

Uit het onderzoekdeel wo wordt aan een universiteit een bedrag toegekend dat wordt vastgesteld door het in het tweede lid berekende aantal te bekostigen graden te vermenigvuldigen met een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag.

5.

Indien de som van de bedragen, bedoeld in het vierde lid, afwijkt van het bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt het verschil van het bedrag, bedoeld in het eerste lid, en die som verdeeld over de universiteiten op basis van de percentages in bijlage 6 van dit besluit.

6.

Onder de aantallen graden, bedoeld in het eerste lid, verleend door de Universiteit Maastricht, zijn begrepen de aantallen graden, vastgesteld overeenkomstig artikel 4.11, verleend door de transnationale Universiteit Limburg, bedoeld in artikel 2.5a van de wet.

Artikel 4.21. Promoties en certificaten
1.

Uit het onderzoekdeel wo ontvangt een universiteit ter promotie die heeft plaatsgevonden in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar, een bedrag van € 90.000.

2.

Uit het onderzoekdeel wo ontvangt een universiteit per ontwerperscertificaat dat is uitgereikt in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar, een bedrag van € 75.000.

3.

Onder ontwerperscertificaat wordt verstaan een getuigschrift, uitgereikt aan een technologisch ontwerper na het met goed gevolg afronden van onderwijs als bedoeld in bijlage 7 bij dit besluit.

Artikel 4.22. Onderzoekscholen en toponderzoekscholen
1.

Een door Onze minister te bepalen deel van het onderzoekdeel wo wordt voor onderzoekscholen over de universiteiten verdeeld volgens de percentages, genoemd in bijlage 8 bij dit besluit.

2.

Een door Onze minister te bepalen deel van het onderzoekdeel wo wordt voor toponderzoekscholen over de universiteiten verdeeld volgens de percentages, genoemd in bijlage 9 bij dit besluit.

Artikel 4.23. Bedragen onderzoek (strategische overwegingen)
1.

Uit het onderzoekdeel wo kunnen aan de rijksbijdrage van de universiteiten de bedragen, vastgesteld bij ministeriële regeling, worden toegevoegd.

2.

De verdeling van het deel van het onderzoekdeel wo dat na toepassing van de artikelen 4.19 tot en met 4.22 en het eerste lid resteert, wordt, onverminderd artikel 4.6, over de universiteiten, bedoeld in artikel 1.1, onderdeel d ten 1°, bij ministeriële regeling vastgesteld.

3.

Indien een universiteit naar het oordeel van Onze minister onvoldoende rekening houdt met de prioriteit- en posterioriteitstelling van de wetenschapsgebieden die zijn aangeduid in het wetenschapsbudget, bedoeld in artikel 16a van de Wet op de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek, wordt daarover en over de mogelijke gevolgen voor de bekostiging van de desbetreffende universiteit overleg gevoerd als bedoeld in artikel 3.1 van de wet.

4.

Indien het overleg, bedoeld in het derde lid, daartoe aanleiding geeft, kan bij ministeriële regeling worden afgeweken van de verdeling, bedoeld in het tweede lid.

5.

Een herverdeling als bedoeld in het vierde lid kan per universiteit ten hoogste drie procent van de omvang van het bedrag strategische overwegingen voor die universiteit betreffen.

§ 2. Deel ontwerp en ontwikkeling hbo

Artikel 4.24. Ontwerp en ontwikkeling hbo

Het deel ontwerp en ontwikkeling hbo wordt over de hogescholen verdeeld naar rato van de verdeling van het onderwijsdeel hbo.

Afdeling 4. Bepalingen betreffende de rijksbijdrage vanwege werkzaamheden ten dienste van wetenschappelijk geneeskundig onderwijs en onderzoek

Artikel 4.25. Rente en afschrijving voor investeringen tot en met 2007
1.

Uit het deel ondersteuning geneeskundig onderwijs en onderzoek wordt aan de rijksbijdrage van een universiteit waaraan een academisch ziekenhuis is verbonden, een bedrag toegevoegd voor rente en afschrijving ten behoeve van investeringen voor academische ziekenhuizen in de begrotingsjaren tot en met 2007. Dit bedrag is gelijk aan de som van de vergoedingen die op grond van het tweede lid zijn berekend over het in bijlage 10 bij dit besluit genoemde OCW-deel van de investeringsbedragen. De investeringsbedragen zijn ingedeeld in ten hoogste vier categorieën met verschillende afschrijvingspercentages.

2.

De vergoeding per categorie, bedoeld in het eerste lid, is samengesteld uit:

3.

Onder de gecumuleerde afschrijvingen, bedoeld in het tweede lid, met betrekking tot enig begrotingsjaar wordt verstaan het gecumuleerde afschrijvingsbedrag 2007, genoemd in bijlage 12, vermeerderd met het product van het afschrijvingsbedrag, genoemd in bijlage 11, en het aantal jaren dat sinds 2007 is verstreken met inbegrip van het jaar waarvoor de rijksbijdrage wordt vastgesteld.

4.

Bij ministeriële regeling wordt ten behoeve van de investeringen voor academische ziekenhuizen in een bepaald begrotingsjaar een rentepercentage vastgesteld voor een tijdvak van 10 jaar. Na het tijdvak wordt het rentepercentage telkens voor een tijdvak van 10 jaar bij ministeriële regeling vastgesteld.

Artikel 4.26. Rente en afschrijving voor investeringen vanaf 2008
1.

Uit het deel ondersteuning geneeskundig onderwijs en onderzoek wordt aan de rijksbijdrage van een universiteit waaraan een academisch ziekenhuis is verbonden een bedrag toegevoegd voor rente en afschrijving ten behoeve van investeringen in de begrotingsjaren vanaf 2008. Dit bedrag is de som van de vergoedingen die op grond van het tweede lid zijn berekend over het in de besluiten inzake bouwvolume vermelde OCW-deel van de investeringsbedragen voor het desbetreffende academisch ziekenhuis.

2.

De vergoeding, bedoeld in het eerste lid, is samengesteld uit:

Vergoeding van het bedrag onder a vindt plaats met ingang van het begrotingsjaar na het jaar waarvoor het investeringsbedrag in het besluit inzake bouwvolume is opgenomen.

3.

In afwijking van het tweede lid, onderdeel b, wordt de rentevergoeding voor het begrotingsjaar waarvoor het investeringsbedrag in het besluit inzake bouwvolume is opgenomen, berekend over 50 procent van het OCW-deel van het investeringsbedrag.

4.

Onder gecumuleerde afschrijvingen, bedoeld in het tweede lid, met betrekking tot enig begrotingsjaar wordt verstaan de som van de totaal vergoede afschrijvingsbedragen met betrekking tot het OCW-deel van een investeringsbedrag sedert de vaststelling van het besluit inzake bouwvolume waarin dat investeringsbedrag is opgenomen, met inbegrip van het afschrijvingsbedrag voor het begrotingsjaar waarvoor de rijksbijdrage wordt vastgesteld.

5.

Artikel 4.25, vierde lid, is van toepassing.

6.

Jaarlijks voor 1 november nemen Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Onze minister een besluit waarin het voor het daaropvolgende begrotingsjaar toegestane bouwvolume wordt vastgesteld. In dat besluit worden in elk geval opgenomen het investeringsbedrag per academisch ziekenhuis en het OCW-deel daarvan. Onze minister besluit daarbij tevens welk rentepercentage, bedoeld in artikel 4,25, vierde lid, voorlopig voor de investering in dat begrotingsjaar wordt gehanteerd.

7.

Indien het rentepercentage, bedoeld in artikel 4,25, vierde lid, wordt vastgesteld na afloop van het begrotingsjaar, bedoeld in het zesde lid, wordt de te veel of te weinig toegekende rentevergoeding, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, over een of meer begrotingsjaren verrekend met het bedrag voor rente en afschrijving van het deel ondersteuning geneeskundig onderwijs en onderzoek van de desbetreffende universiteit.

Artikel 4.27. Onderwijs en onderzoek
1.

Van het deel ondersteuning geneeskundig onderwijs en onderzoek dat na toepassing van de artikelen 4.25 en 4.26 resteert wordt:

2.

Het deel van het deel ondersteuning geneeskundig onderwijs en onderzoek dat na toepassing van de artikelen 4.25 en 4.26 en het eerste lid resteert, wordt verdeeld volgens de percentages, genoemd in bijlage 13 bij dit besluit.

Hoofdstuk 5. Overgangsbepalingen

Artikel 5.1. Afwijkende gegevenslevering door universiteiten
1.

Tot een bij koninklijk besluit te bepalen datum doet, in afwijking van artikel 4.4, eerste en tweede lid, het instellingsbestuur van de Open universiteit uiterlijk 15 april voorafgaand aan het begrotingsjaar Onze minister een opgave van de aantallen graden, bedoeld in de artikelen 4.9 en 4.20. Deze gegevens gaan vergezeld van een verklaring van een accountant.

2.

Tot een bij koninklijk besluit te bepalen datum doet, in afwijking van artikel 4.4, eerste en tweede lid, het instellingsbestuur van een universiteit, bedoeld in artikel 1.1, onderdeel d, ten 3°, uiterlijk 15 april voorafgaand aan het begrotingsjaar Onze minister een opgave van de aantallen eerstejaars, bedoeld in artikel 4.8, en de aantallen graden, bedoeld in de artikelen 4.9 en 4.20. Deze gegevens gaan vergezeld van een verklaring van een accountant.

Artikel 5.2. Bekostiging leraartrajecten in 2008

Vervallen

Artikel 5.3. Tijdelijke voortzetting gebruik uitgereikte getuigschriften in 2008 en 2009
1.

In het begrotingsjaar 2008 wordt in hoofdstuk 4 onder «verleende graad» verstaan: een uitgereikt getuigschrift voor het met goed gevolg afleggen van het afsluitend examen van een opleiding.

2.

In het begrotingsjaar 2009 wordt in de artikelen 4.9, 4.20 en 4.27 onder «verleende graden» mede verstaan: de graden die zijn verleend vóór 1 september 2006, waarvoor op 1 september 2006 het getuigschrift nog niet was uitgereikt.

3.

In het begrotingsjaar 2009 wordt in de artikelen 4.14 en 4.17 onder «personen aan wie een graad is verleend» mede verstaan: de personen aan wie vóór 1 oktober 2006 een graad is verleend, waarvoor op 1 oktober 2006 het getuigschrift nog niet was uitgereikt.

Artikel 5.4. Afwijkende onderwijsvraag gezondheidszorgopleidingen in 2008

Vervallen

Artikel 5.5. Tijdelijke voortzetting promoties en compensatie afschaffing gemiddelden deel ondersteuning geneeskundig onderwijs en onderzoek in 2008 en 2009
1.

In afwijking van artikel 4.27, eerste lid, onderdeel b, wordt in dat artikel in het begrotingsjaar 2008 verstaan onder aantal eerstejaars: het gemiddelde van de aantallen eerstejaars in 2005 en 2006.

2.

In afwijking van artikel 4.27, eerste lid, onderdeel c, wordt in het begrotingsjaar 2008 5,25 procent van het deel ondersteuning geneeskundig onderwijs en onderzoek dat na toepassing van de artikelen 4.25 en 4.26 resteert verdeeld over de universiteiten naar rato van het gemiddelde aantal door de universiteit in de studiejaren 2003–2004, 2004–2005 en 2005–2006 verleende graden Master voor de opleiding geneeskunde.

3.

In afwijking van artikel 4.27, eerste lid, onderdeel c, wordt in het begrotingsjaar 2008 8,75 procent van het deel ondersteuning geneeskundig onderwijs en onderzoek dat na toepassing van de artikelen 4.25 en 4.26 resteert verdeeld over de universiteiten naar rato van het gemiddelde aantal promoties in de jaren 2004, 2005 en 2006 in het wetenschapsgebied geneeskunde.

4.

In afwijking van artikel 5.25, eerste lid, wordt in dat artikel in het begrotingsjaar 2009 verstaan onder

Artikel 5.6. Tijdelijke aanpassing definitie uitvallers vanwege de maatregel niet-EER-studenten in 2009

Onverminderd artikel 4.15, tweede lid, worden in dat artikel in het begrotingsjaar 2009 niet tot de uitvallers gerekend, de personen die op de eerste dag van de peilperiode als student waren ingeschreven en:

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

Artikel 6.1. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt voor wat betreft de artikelen 3.1 en 3.2 terug tot en met 1 mei 1993.

Artikel 6.2. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit WHW 2008.

Bijlage 1. Masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs met een studielast van 120 studiepunten

1. Openbare universiteit te Leiden

2. Openbare universiteit te Groningen

3. Openbare universiteit te Amsterdam

4. Openbare universiteit te Utrecht

5. Openbare universiteit te Delft

6. Openbare universiteit te Wageningen

8. Openbare universiteit te Enschede

10. Openbare universiteit te Maastricht

11. Bijzondere universiteit te Amsterdam

Mathematics

13. Bijzondere universiteit te Tilburg

Medische Psychologie.

14. transnationale Universiteit Limburg

Bijlage 2. Masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs met een studielast van ten minste 120 en ten hoogste 180 studiepunten

1. Openbare universiteit te Eindhoven

2. Bijzondere universiteit te Nijmegen

Bijlage 3. , behorend bij artikel 1.1, onderdeel v, juncto artikel 4.8, derde lid

CROHO-onderdeel standaard uitzonderingen uitzonderingen
niveau opleiding niveau
Onderwijs hoog – lerarenopleidingen speciaal onderwijs – opleiding tot leraar basisonderwijs – opleidingskunde – opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede dan wel eerste graad in: – aardrijkskunde – algemene economie – Arabisch – bedrijfseconomie – Duits – Engels – Frans – Fries – geschiedenis – gezondheidszorg en welzijn – godsdienst – islamgodsdienst – lichamelijke oefening – maatschappijleer – mens en maatschappij – Nederlands – omgangskunde – pedagogiek – Spaans – Turks – verpleegkunde – verzorging/gezondheidskunde laag
Landbouw en natuurlijke omgeving hoog – accountancy en agribusiness – agrarische accountancy – international business and management studies laag
Natuur hoog – wetenschapsdynamica laag
– farmacie top
Techniek hoog
Gezondheidszorg hoog – bewegingstherapie/psychomotorische therapie – ergotherapie – kader in de gezondheidszorg – kunstzinnige therapie – management in de zorg – logopedie – oefentherapie Cesar – oefentherapie Mensendieck – opleiding tot fysiotherapeut – opleiding tot verpleegkundige – opleiding tot verpleegkundige in de maatschappelijke gezondheidszorg – sport, gezondheid en management – voedsel en diëtiek laag
– bachelor klinische technologie – diergeneeskunde – geneeskunde – master geneeskunde, klinisch onderzoeker – master technical medicine – tandheelkunde – advanced nursing practice – physician assistent – verloskunde – mondzorgkunde top
Economie laag – communicatiesystemen – facility management – food & business – business administration in hotel management – hoger hotelonderwijs – hogere Europese beroepenopleiding – informatiedienstverlening en -management – journalistiek – journalistiek en voorlichting – media, informatie en communicatie – oriëntaalse talen en communicatie – vertaalacademie hoog
Recht laag
Gedrag en maatschappij laag – beleidsgerichte milieukunde – master environment and resource management – milieu–maatschappijwetenschappen – sociaal wetenschappelijke informatica – technische cognitiewetenschap – creatieve therapie hoog
Taal en cultuur laag – bachelor liberal arts – opleidingen op het gebied van de kunst – masteropleidingen op het gebied van de bouwkunst. – museologie hoog

Indien bij de opleidingen niet expliciet is aangegeven dat het bachelor- of masteropleidingen betreft, worden, voor zover van toepassing, zowel de bachelor-, de master-, de voortgezette, als de ongedeelde opleiding bedoeld.

Bijlage 4. , behorend bij artikel 4.9, vijfde lid

Universiteit Leiden 7,436
Rijksuniversiteit Groningen 10,897
Universiteit van Amsterdam 11,523
Universiteit Utrecht 15,350
Technische Universiteit Delft 10,584
Technische Universiteit Eindhoven 4,705
Universiteit Twente (Enschede) 4,833
Erasmus Universiteit Rotterdam 6,884
Universiteit Maastricht 6,961
Vrije Universiteit Amsterdam 8,899
Radboud Universiteit Nijmegen 8,867
Universiteit van Tilburg 3,062

Bijlage 3. , behorend bij artikel 1.1, onderdeel v, juncto artikel 4.8, derde lid

CROHO-onderdeel standaard uitzonderingen uitzonderingen
niveau opleiding niveau
Onderwijs hoog – lerarenopleidingen speciaal onderwijs – opleiding tot leraar basisonderwijs – opleidingskunde – opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede dan wel eerste graad in: – aardrijkskunde – algemene economie – Arabisch – bedrijfseconomie – Duits – Engels – Frans – Fries – geschiedenis – gezondheidszorg en welzijn – godsdienst – islamgodsdienst – lichamelijke oefening – maatschappijleer – mens en maatschappij – Nederlands – omgangskunde – pedagogiek – Spaans – Turks – verpleegkunde – verzorging/gezondheidskunde laag
Landbouw en natuurlijke omgeving hoog – accountancy en agribusiness – agrarische accountancy – international business and management studies laag
Natuur hoog – wetenschapsdynamica laag
– farmacie top
Techniek hoog
Gezondheidszorg hoog – bewegingstherapie/psychomotorische therapie – ergotherapie – kader in de gezondheidszorg – kunstzinnige therapie – management in de zorg – logopedie – oefentherapie Cesar – oefentherapie Mensendieck – opleiding tot fysiotherapeut – opleiding tot verpleegkundige – opleiding tot verpleegkundige in de maatschappelijke gezondheidszorg – sport, gezondheid en management – voedsel en diëtiek laag
– bachelor klinische technologie – diergeneeskunde – geneeskunde – master geneeskunde, klinisch onderzoeker – master technical medicine – tandheelkunde – advanced nursing practice – physician assistent – verloskunde – mondzorgkunde top
Economie laag – communicatiesystemen – facility management – food & business – business administration in hotel management – hoger hotelonderwijs – hogere Europese beroepenopleiding – informatiedienstverlening en -management – journalistiek – journalistiek en voorlichting – media, informatie en communicatie – oriëntaalse talen en communicatie – vertaalacademie hoog
Recht laag
Gedrag en maatschappij laag – beleidsgerichte milieukunde – master environment and resource management – milieu–maatschappijwetenschappen – sociaal wetenschappelijke informatica – technische cognitiewetenschap – creatieve therapie hoog
Taal en cultuur laag – bachelor liberal arts – opleidingen op het gebied van de kunst – masteropleidingen op het gebied van de bouwkunst. – museologie hoog

Indien bij de opleidingen niet expliciet is aangegeven dat het bachelor- of masteropleidingen betreft, worden, voor zover van toepassing, zowel de bachelor-, de master-, de voortgezette, als de ongedeelde opleiding bedoeld.

Bijlage 4. , behorend bij artikel 4.9, vijfde lid

Universiteit Leiden 7,436
Rijksuniversiteit Groningen 10,897
Universiteit van Amsterdam 11,523
Universiteit Utrecht 15,350
Technische Universiteit Delft 10,584
Technische Universiteit Eindhoven 4,705
Universiteit Twente (Enschede) 4,833
Erasmus Universiteit Rotterdam 6,884
Universiteit Maastricht 6,961
Vrije Universiteit Amsterdam 8,899
Radboud Universiteit Nijmegen 8,867
Universiteit van Tilburg 3,062

Bijlage 5. , behorend bij artikel 4.14, tweede lid

groep opleidingen
leraar bo de opleiding tot leraar basisonderwijs
onderwijs-laag de opleidingen op het gebied van onderwijs met een laag bekostigingsniveau, uitgezonderd de opleiding tot leraar basisonderwijs
landbouw-laag de opleidingen op het gebied van de landbouw en natuurlijke omgeving met een laag bekostigingsniveau
economie-laag de opleidingen op het gebied van de economie met een laag bekostigingsniveau
overig-laag de opleidingen op de gebieden gezondheidszorg en gedrag en maatschappij met een laag bekostigingsniveau
onderwijs-hoog de opleidingen op het gebied van onderwijs met een hoog bekostigingsniveau
landbouw-hoog de opleidingen op het gebied van de landbouw en natuurlijke omgeving met een hoog bekostigingsniveau
laboratorium de opleidingen: – biologie en medisch laboratoriumonderzoek, en – chemie.
overig–hoog – de opleidingen op het gebied van de techniek met uitzondering van de opleidingen die tot de groep laboratorium behoren, en – de opleidingen op de gebieden gezondheidszorg, economie en gedrag en maatschappij met een hoog bekostigingsniveau
top de opleidingen met een topbekostigingsniveau

De door een hogeschool aangeboden opleidingen die behoren tot dezelfde hoofdgroep, die een gelijke studielast hebben, en die de deeltijdse dan wel een niet-deeltijdse vorm hebben, vormen een groep.

Bijlage 6. , behorend bij artikel 4.20, vijfde lid

Universiteit Leiden 7,424
Rijksuniversiteit Groningen 11,604
Universiteit van Amsterdam 11,692
Universiteit Utrecht 16,558
Technische Universiteit Delft 8,903
Technische Universiteit Eindhoven 3,958
Universiteit Twente (Enschede) 4,065
Erasmus Universiteit Rotterdam 7,395
Universiteit Maastricht 7,178
Vrije Universiteit Amsterdam 9,414
Radboud Universiteit Nijmegen 9,235
Universiteit van Tilburg 2,575

Bijlage 7. , behorend bij artikel 4.21, derde lid

Onderwijs verbonden aan de Universiteit van Amsterdam

Onderwijs verbonden aan de Technische Universiteit Delft

Onderwijs verbonden aan de Technische Universiteit Eindhoven

Onderwijs verbonden aan de Universiteit Twente (Enschede)

Bijlage 8. , behorend bij artikel 4.22, eerste lid

Universiteit Leiden 9,153
Rijksuniversiteit Groningen 9,662
Universiteit van Amsterdam 11,851
Universiteit Utrecht 12,809
Technische Universiteit Delft 14,802
Technische Universiteit Eindhoven 8,000
Universiteit Twente (Enschede) 6,228
Erasmus Universiteit Rotterdam 5,279
Universiteit Maastricht 3,814
Vrije Universiteit Amsterdam 8,036
Radboud Universiteit Nijmegen 8,075
Universiteit van Tilburg 2,291

Bijlage 9. , behorend bij artikel 4.22, tweede lid

Universiteit Leiden 7,492
Rijksuniversiteit Groningen 22,104
Universiteit van Amsterdam 12,397
Universiteit Utrecht 19,408
Technische Universiteit Delft 5,078
Technische Universiteit Eindhoven 22,780
Erasmus Universiteit Rotterdam 2,908
Vrije Universiteit Amsterdam 6,066
Radboud Universiteit Nijmegen 1,767

Bijlage 10. , behorend bij artikel 4.25, eerste lid

t/m 1992 1993 1994 1995 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007
Universiteit Leiden 1 28.045 6.614 6.115 5.672 1.826 5.571 5.738 5.911 6.088
2 987 1.157 1.191 1.225 1.123
3 5.235
4 737 397 397 567 567 567 567 567 567 567 567 567
Universiteit Utrecht 1 10.743 21.702 1.815 935 1.591 8.019 8.260 8.508 8.763
2 4.821 159
3 2.661 3.267
4 737 397 397 567 567 567 567 567 1.860 567 567 567
Rijksuniversiteit Groningen 1 35.003 8.429 8.293 7.079 5.979 3.018 1.895 2.462 2.587 885 1.040 2.294 5.656 5.825 6.000 6.180
2 749 1.271 1.305 238 68 68 91
3
4 737 567 567 567 567 567 567 567 567 567 567 567
Erasmus Universiteit Rotterdam 1 23.370 1.089 896 590 760 2.099 3.823 5.774 4.787 4.436 5.772 6.372 12.212 12.578 12.955 13.334
2 113 147 159 170 171 176
3 4.606
4 737 567 567 567 567 567 567 567 567 567 567 567
Universiteit Maastricht 1 55.361 68 602 1.294 1.333 1.373 1.414
2 4.774
3 6.371
4 737 397 397 567 567 567 567 567 567 567 567 567
Universiteit van Amsterdam 1 408 658 352 79 1.168 4.515 5.173 3.267 2.303 2.450 2.754 3.429 8.019 8.260 8.508 8.763
2 11 136 102 113 34 34
3 19,9
4 737 567 567 567 567 567 567 567 567 567 567 567
Vrije Universiteit 1 4.969 1.203 2.847 2.655 1.849 4.674 2.099 1.804 2.745 2.689 2.679 2.303 5.121 5.275 5.433 5.596
2 318 23 79 136 147 159 198
3 916
4 737 567 567 567 567 567 567 567 567 567 567 567
Radboud Universiteit Nijmegen 1 11.106 1.860 1.770 2.360 4.753 8.656 7.215 8.384 10.199 11.492 11.426 9.049 10.383 10.694 11.015 11.364
2 1.021 227 227 250 250 771 590 727 795
3 2.540
4 737 567 567 567 567 567 567 567 567 567 567 567

Bijlage 11. , behorend bij artikel 4.25, tweede lid, onderdeel a

t/m 1992 1993 1994 1995 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007
Universiteit Leiden 1 899,3 211,6 195,7 181,5 58,4 187,2 192,8 198,6 204,6
2 24,7 28,9 29,8 30,6 28,1
3 130,9
4 36,9 19,9 19,9 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4
Universiteit Utrecht 1 344,0 694,5 58,1 29,9 50,9 269,4 277,5 285,9 294,4
2 120,7 4,0
3 66,7 81,7
4 36,9 19,9 19,9 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 93,0 28,4 28,4 28,4
Rijksuniversiteit Groningen 1 1.072,3 269,7 265,4 226,5 191,3 96,6 60,6 78,8 82,8 28,3 33,3 73,4 190,0 195,7 201,6 207,7
2 18,7 31,8 32,6 6,0 1,7 1,7 2,3
3
4 36,9 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4
Erasmus Universiteit Rotterdam 1 747,8 34,9 28,7 18,9 24,3 67,2 122,3 184,8 153,2 141,9 184,7 203,9 410,3 422,6 435,3 448,4
2 2,8 3,7 4,0 4,3 4,3 4,4
3 115,2
4 36,9 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4
Universiteit Maastricht 1 1.439,4 2,2 19,3 43,5 44,8 46,1 47,5
2 119,3
3 159,3
4 36,9 19,9 19,9 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4
Universiteit van Amsterdam 1 13,1 21,1 11,3 2,5 37,4 144,5 165,5 104,6 73,7 78,4 88,1 109,7 269,4 277,5 285,9 294,4
2 0,3 3,4 2,6 2,8 0,9 0,9
3 0,5
4 36,9 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4
Vrije Universiteit 1 159,0 38,5 91,1 84,9 59,2 149,6 67,2 57,7 87,9 86,0 85,7 73,7 172,1 177,2 182,5 188,0
2 7,9 0,6 2,0 3,4 3,7 4,0 5,0
3 22,9
4 36,9 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4
Radboud Universiteit Nijmegen 1 355,4 59,5 56,6 75,5 152,1 277,0 230,9 268,3 326,4 367,7 365,6 289,6 348,9 359,3 370,1 381,2
2 25,5 5,7 5,7 6,2 6,2 19,3 14,7 18,2 19,9
3 63,5
4 36,9 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Afdeling 1. Algemene bepalingen over de berekening van de rijksbijdrage

Afdeling 2. Bepalingen over de rijksbijdrage vanwege het verzorgen van onderwijs

§ 1. Onderwijsdeel wo

§ 2. Onderwijsdeel hbo

Afdeling 3. Bepalingen over de rijksbijdrage vanwege het verrichten van onderzoek

§ 1. Onderzoekdeel wo

§ 2. Deel ontwerp en ontwikkeling hbo

Afdeling 4. Bepalingen betreffende de rijksbijdrage vanwege werkzaamheden ten dienste van wetenschappelijk geneeskundig onderwijs en onderzoek

Hoofdstuk 5. Overgangsbepalingen

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

Bijlage 1. , behorend bij artikel 3.7, eerste lid

1. Openbare universiteit te Leiden

2. Openbare universiteit te Groningen

3. Openbare universiteit te Amsterdam

5. Openbare universiteit te Delft

7. Openbare universiteit te Eindhoven

9. Openbare universiteit te Rotterdam

11. Bijzondere universiteit te Amsterdam

12. Bijzondere universiteit te Nijmegen

13. Bijzondere universiteit te Tilburg

14. transnationale Universiteit Limburg

Bijlage 2. , behorend bij artikel 3.7, tweede lid

1. Openbare universiteit te Eindhoven

2. Bijzondere universiteit te Nijmegen

Bijlage 12. , behorend bij artikel 4.25, derde lid

t/m 1992 1993 1994 1995 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007
Universiteit Leiden 1 13.552 2.963 2.544 2.178 643 562 386 199
2 370 405 387 368 309
3 1.968
4 607 298 278 369 340 284 255 227 199 170 142 113
Universiteit Utrecht 1 6.535 4.861 349 150 204 808 555 286
2 2.293 28
3 1.267 572
4 607 298 278 369 340 284 255 227 651 170 142 113
Rijks-universiteit Groningen 1 16.849 3.776 3.450 2.718 2.104 966 546 630 579 170 166 294 570 391 202
2 243 381 359 60 14 12 14
3
4 607 425 397 369 340 284 255 227 199 170 142 113
Erasmus Universiteit Rotterdam 1 11.217 488 373 227 268 672 1.101 1.478 1.072 852 923 816 1.231 845 435
2 26 29 28 26 21 18
3 1.727
4 607 425 397 369 340 284 255 227 199 170 142 113
Universiteit Maastricht 1 27.999 22 77 130 90 46
2 2.321
3 3.098
4 607 298 278 369 340 284 255 227 199 170 142 113
Universiteit van Amsterdam 1 196 295 146 30 411 1.445 1.490 836 516 470 441 439 808 555 286
2 3 34 23 23 6 5
3 7
4 607 425 397 369 340 284 255 227 199 170 142 113
Vrije Universiteit 1 2.871 539 1.185 1.019 651 1.496 604 462 615 516 429 295 516 354 183
2 87 6 18 27 26 24 25
3 344
4 607 425 397 369 340 284 255 227 199 170 142 113
Radboud Universiteit Nijmegen 1 5.331 834 736 906 1.673 2.770 2.078 2.146 2.285 2.206 1.828 1.158 1.047 719 370
2 383 62 57 56 50 135 88 91 79
3 953
4 607 425 397 369 340 284 255 227 199 170 142 113

Bijlage 13. , behorend bij artikel 4.27, tweede lid

universiteit percentage
Universiteit Leiden 11,5705
Universiteit Utrecht 13,6945
Rijksuniversiteit Groningen 13,6258
Erasmus Universiteit Rotterdam 13,7120
Universiteit Maastricht 8,2165
Universiteit van Amsterdam 17,5199
Vrije Universiteit 10,3749
Radboud Universiteit Nijmegen 11,2859

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.