Besluit van 22 september 1993, houdende uitvoeringsbepalingen van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek
Op de voordracht van Onze Minister van Onderwijs en Wetenschappen, van 28 mei 1993, nr. 92077964/4685, directie Wetgeving en Juridische Zaken, gedaan mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
Gelet op artikel 6.13, derde lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
Gezien het advies van de Onderwijsraad (advies van 21 december 1992, nr. OR 92000271/3 T);
De Raad van State gehoord (advies van 2 augustus 1993, No. W05.93.0338);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Onderwijs en Wetenschappen, van 21 september 1993, nr. 93064058/4685, directie Wetgeving en Juridische Zaken, uitgebracht mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Hoofdstuk 1. Algemene Bepalingen
Artikel 1.1. Begripsbepalingen
In dit besluit wordt verstaan onder:
- b. Onze minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en, voor zover het betreft het onderwijs en onderzoek op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
- c. instelling:
- 1°. een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in de onderdelen a tot en met h van de bijlage van de wet, en
- 2°. een instelling als bedoeld in artikel 16.21, eerste en tweede lid, van de wet;
- d. universiteit:
- 1°. een universiteit als bedoeld in de onderdelen a en b van de bijlage van de wet,
- 2°. de Open Universiteit, bedoeld in onderdeel h van de bijlage van de wet, en
- 3°. een instelling als bedoeld in artikel 16.21, eerste en tweede lid, van de wet;
- e. hogeschool: een hogeschool als bedoeld in de onderdelen c tot en met g van de bijlage van de wet;
- f. Informatie Beheer Groep: de Informatie Beheer Groep, bedoeld in artikel 2 van de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank;
- g. instellingsbestuur: een instellingsbestuur als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel j, van de wet;
- h. register: het Centraal register opleidingen hoger onderwijs, bedoeld in artikel 6.13, derde lid, van de wet;
- i. CROHO-onderdeel: een onderdeel van het register, bedoeld in artikel 3.1;
- j. CRIHO: het Centraal register inschrijving hoger onderwijs, bedoeld in artikel 7.52 van de wet;
- k. onderwijsdeel wo: het onderdeel van de landelijk beschikbare rijksbijdrage, bedoeld in artikel 4.2, derde lid, onderdeel a;
- l. onderwijsdeel hbo: het onderdeel van de landelijk beschikbare rijksbijdrage, bedoeld in artikel 4.2, derde lid, onderdeel b, of vierde lid, onderdeel b;
- m. onderzoekdeel wo: het onderdeel van de landelijk beschikbare rijksbijdrage, bedoeld in artikel 4.2, derde lid, onderdeel c;
- n. opleiding: een opleiding als bedoeld in artikel 7.3 van de wet;
- o. opleiding van eerste inschrijving: opleiding waarvoor een student het collegegeld, bedoeld in de artikelen 7.43 tot en met 7.44 van de wet, is verschuldigd en waarvoor geen vermindering of vrijstelling van het betalen van collegegeld op grond van artikel 7.48, derde of vierde lid, van de wet is verkregen;
- p. ongedeelde opleiding: een opleiding als bedoeld in artikel 18.15 van de wet;
- q. persoon: een persoon die de Nederlandse nationaliteit bezit, een nationaliteit bezit van een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, de Surinaamse nationaliteit bezit of een andere vreemdeling is die studiefinanciering geniet krachtens de Wet studiefinanciering 2000;
- r. student: een persoon die
- 1°. blijkens het CRIHO als student voor een opleiding van eerste inschrijving is ingeschreven,
- 2°. voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 2.6, vierde lid, van de wet, en
- 3°. in Nederland, België, of een van de bondsstaten Noord-Rijnland-Westfalen, Nedersaksen of Bremen van de Bondsrepubliek Duitsland woont;
- s. peildatum: 1 oktober van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar waarvoor de rijksbijdrage wordt vastgesteld;
- t. peilperiode: de periode van 1 oktober in het derde kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar waarvoor de rijksbijdrage wordt vastgesteld, tot en met 30 september in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar waarvoor de rijksbijdrage wordt vastgesteld;
- u. peilperiode wo: de periode van 1 september in het derde kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar waarvoor de rijksbijdrage wordt vastgesteld, tot en met 30 september in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar waarvoor de rijksbijdrage wordt vastgesteld;
- v. bekostigingsniveau: het bekostigingsniveau, bedoeld in bijlage 3 bij dit besluit;
- w. graad: een blijkens het CRIHO verleende graad Bachelor of graad Master, bedoeld in artikel 7.10a, eerste of tweede lid, van de wet, die is verleend aan een persoon die op enig tijdstip tussen 1 oktober in het derde kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar en het moment van graadverlening in Nederland, België, of een van de bondsstaten Noord-Rijnland-Westfalen, Nedersaksen of Bremen van de Bondsrepubliek Duitsland woonde;
- x. promotie: de promotie, bedoeld in artikel 7.18 van de wet;
- y. academisch ziekenhuis: een academisch ziekenhuis als bedoeld in onderdeel i van de bijlage van de wet.
Hoofdstuk 2. Bepalingen betreffende studenten
Afdeling 1. Persoonlijke en bijzondere omstandigheden
Artikel 2.1. Persoonlijke omstandigheden bij bindend studieadvies en verwijzing naar afstudeerrichting
De persoonlijke omstandigheden bedoeld in de artikelen 7.8b, derde lid, en 7.9, derde lid, van de wet, zijn uitsluitend:
- a. ziekte van betrokkene,
- b. lichamelijke, zintuiglijke of andere functiestoornis van betrokkene,
- c. zwangerschap van betrokkene,
- d. bijzondere familie-omstandigheden,
- e. het lidmaatschap, daaronder begrepen het voorzitterschap, van:
-
- bij universiteiten: de universiteitsraad, faculteitsraad, het orgaan dat is ingesteld op grond van de medezeggenschapsregeling, bedoeld in artikel 9.30, derde lid, onderscheidenlijk artikel 9.51, tweede lid, van de wet, het bestuur van een opleiding of de opleidingscommissie, alsmede het lidmaatschap van het bestuur van een stichting die blijkens haar statuten tot doel heeft de exploitatie van voorzieningen, behorende tot de studentenvoorzieningen, dan wel van een daarmee naar het oordeel van het instellingsbestuur gelet op de taak gelijk te stellen orgaan,
-
- bij hogescholen: de medezeggenschapsraad, deelraad, studentencommissie of opleidingscommissie,
- f. andere in de regelingen, bedoeld in de artikelen 7.8b, zesde lid, en 7.9, vijfde lid, van de wet door het instellingsbestuur aan te geven omstandigheden waarin betrokkene activiteiten ontplooit in het kader van de organisatie en het bestuur van de zaken van de instelling,
- g. het lidmaatschap van het bestuur van een studentenorganisatie van enige omvang met volledige rechtsbevoegdheid, dan wel van een vergelijkbare organisatie van enige omvang, bij wie de behartiging van het algemeen maatschappelijk belang op de voorgrond staat en die daartoe daadwerkelijk activiteiten ontplooit.
Het instellingsbestuur kan voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel g, nadere regels vaststellen omtrent het aantal bestuursleden dat ten hoogste per organisatie per studiejaar in aanmerking komt, zomede omtrent welke bestuursfuncties in aanmerking komen.
Artikel 2.2. Bijzondere omstandigheden leidende tot financiële ondersteuning van studenten
Vervallen
Afdeling 2. Voorwaarden voor ondersteuning door het Rijk
Artikel 2.3. Reikwijdte en begripsbepalingen
Deze afdeling strekt tot uitvoering van artikel 7.51, zevende lid, van de wet.
In deze afdeling wordt verstaan onder:
- a. organisatie: een organisatie als bedoeld in artikel 7.51, zevende lid, van de wet;
- b. vertegenwoordiger: de door een organisatie als zodanig aangewezen persoon;
- c. studiejaar: het tijdvak dat aanvangt op 1 september en eindigt op 31 augustus van het daaropvolgende kalenderjaar.
Deze afdeling is niet van toepassing op organisaties, bedoeld in artikel 3.3 van de wet.
Artikel 2.4. Aanspraak
De door een organisatie aangewezen vertegenwoordiger heeft, met inachtneming van het bepaalde in deze afdeling, gedurende het tijdvak waarvoor de in artikel 2.5 bedoelde aanwijzing geldt, aanspraak op financiële ondersteuning.
Artikel 2.5. Aanwijzing, vertegenwoordiging en termijn
Een organisatie beoogt niet het maken van winst. Hij omvat ten minste 250 betalende leden, contribuanten of donateurs, dan wel bestaat uit een samenwerkingsverband van instellingen, organisaties of rechtspersonen die te zamen ten minste 250 betalende leden, donateurs of contribuanten omvatten. Indien het betreft een politieke jongerenorganisatie, is zij gelieerd met een politieke partij die in beide Kamers van de Staten-Generaal is vertegenwoordigd.
Het bestuur van een organisatie kan een vertegenwoordiger aanwijzen, die het voor financiële ondersteuning krachtens deze afdeling in aanmerking brengt. Van die aanwijzing doet dat bestuur mededeling aan Onze minister, waarbij het tevens aantoont dat de organisatie voldoet aan het eerste lid.
De aanwijzing, bedoeld in het tweede lid, zomede de mededeling daarvan aan Onze minister, geschiedt vóór 1 november van het desbetreffende studiejaar. De aanwijzing geldt, behoudens het vierde en vijfde lid, voor het gehele studiejaar.
Het bestuur van een organisatie kan tussentijds de aanwijzing van een vertegenwoordiger intrekken. Van deze intrekking doet het bestuur mededeling aan Onze minister.
Na een intrekking als bedoeld in het vierde lid, kan het bestuur van een organisatie in plaats van een vertegenwoordiger wiens aanwijzing is ingetrokken, driemaal een nieuwe vertegenwoordiger aanwijzen. De aanwijzing van de nieuwe vertegenwoordiger is van kracht met ingang van de eerste dag van de kalendermaand, volgende op die waarin de aanwijzing heeft plaatsgevonden, en geldt voor het resterende gedeelte van het desbetreffende studiejaar.
Artikel 2.6. Hoogte van de aanspraak
De financiële ondersteuning is gelijk aan het bedrag per maand dat ten behoeve van vertegenwoordigers van belangenorganisaties van studenten op grond van artikel 3.3, tweede lid, van de wet door Onze minister is vastgesteld.
De toekenning van de financiële ondersteuning vindt plaats per kalendermaand.
Artikel 2.7. Beperking totaal der aanspraken
Per studiejaar is ten aanzien van ten hoogste twintig organisaties financiële ondersteuning als bedoeld in artikel 2.6, tweede lid, beschikbaar.
Toewijzing van de financiële ondersteuning vindt plaats in de volgorde van binnenkomst van de aanmeldingen, bedoeld in artikel 2.5, tweede lid.
Artikel 2.8. Subsidies aan VSNU en HBO-Raad ten behoeve van studentleden van visitatiecommissies
Aan de Vereniging van samenwerkende Nederlandse universiteiten, de VSNU, gevestigd te Utrecht, en de Vereniging van hogescholen, de HBO-Raad, gevestigd te 's-Gravenhage, verstrekt Onze minister een subsidie ten behoeve van de financiële ondersteuning van studenten die op voordracht van de genoemde vereniging of raad gedurende één maand of langer deelnemen aan een beoordeling als bedoeld in artikel 1.18, eerste lid, van de wet.
De subsidie bedraagt ten behoeve van iedere beoordeling, bedoeld in het eerste lid, drie maal het bedrag, bedoeld in artikel 2.6, eerste lid, indien het betreft deelname aan een beoordeling in het wetenschappelijk onderwijs, en vier maal het bedrag, bedoeld in artikel 2.6, eerste lid, indien het betreft deelname aan een beoordeling in het hoger beroepsonderwijs.
De in dit artikel bedoelde subsidie wordt niet in aanmerking genomen bij de bepaling van het toegestane bedrag, bedoeld in artikel 2.7.
Artikel 2.9. Nadere regeling
Onze minister kan voor de uitvoering van deze afdeling nadere regels van administratieve aard stellen.
Hoofdstuk 3. Bepalingen betreffende opleidingen
Afdeling 1. Centraal register opleidingen hoger onderwijs
Artikel 3.1. Indeling register
Het register bestaat uit de volgende onderdelen:
- a. onderwijs,
- b. landbouw en natuurlijke omgeving,
- c. natuur,
- d. techniek,
- e. gezondheidszorg,
- f. economie,
- g. recht,
- h. gedrag en maatschappij, en
- i. taal en cultuur.
Artikel 3.2. Subonderdelen
Het onderdeel onderwijs kent, naast opleidingen die niet onder een subonderdeel worden ondergebracht, de volgende subonderdelen:
- a. masteropleidingen en voortgezette opleidingen tot leraar voortgezet onderwijs in algemene vakken, en
- b. lerarenopleidingen op het gebied van de kunst.
Het onderdeel taal en cultuur kent, naast opleidingen die niet onder een subonderdeel worden ondergebracht, de volgende subonderdelen:
- a. opleidingen op het gebied van de kunst, en
- b. masteropleidingen op het gebied van de bouwkunst.
Artikel 3.3. Levering gegevens
De Informatie Beheer Groep kan voorschriften geven voor de wijze waarop gegevens die in het register worden opgenomen, dienen te worden geleverd.
Artikel 3.4. Verstrekking gegevens
Op een daartoe ingediend verzoek kunnen gegevens die in het register zijn opgenomen, worden verstrekt. Bij dat verzoek wordt aangegeven welke gegevens worden verlangd alsmede de gewenste wijze van verstrekking.
Binnen een maand na ontvangst van het verzoek, wordt aan aanvrager bekendgemaakt of het verzoek kan worden gehonoreerd. Indien het verzoek zal worden gehonoreerd, wordt tevens aangegeven binnen welke termijn dit zal geschieden alsmede of aan de verstrekking kosten zijn verbonden en zo ja, hoe hoog de verschuldigde vergoeding, met inachtneming van artikel 3.5, zal zijn.
De verstrekking kan slechts worden geweigerd als de gevraagde gegevens niet beschikbaar zijn, of de gevraagde wijze van verstrekking niet kan worden uitgevoerd.
Artikel 3.5. Vergoeding verstrekte gegevens
Indien een verzoek als bedoeld in artikel 3.4 wordt gedaan door anderen dan de besturen van instellingen waarop de wet betrekking heeft, is voor het verstrekken van gegevens een vergoeding verschuldigd.
De verschuldigde vergoeding is afhankelijk van:
- a. de tijd die aan het afhandelen van het verzoek wordt besteed, waarbij een tarief van € 26,32 per uur wordt berekend,
- b. de hoeveelheid te verstrekken gegevens, waarbij een tarief van € 34,03 per 1 000 records wordt berekend en een tarief van € 2,27 per 1 000 regels,
- c. de wijze van verstrekking van de gegevens, waarbij voor de gegevensdragers de kostprijs wordt berekend, en
- d. de administratiekosten van € 3,18 per aanvraag alsmede de verzendkosten, waarvoor de kostprijs wordt berekend.
Afdeling 2. Aanvullende eisen met het oog op de inschrijving
Artikel 3.6. Aanwijzing bacheloropleidingen in het hbo
De bacheloropleidingen in het hoger beroepsonderwijs ten aanzien waarvan het eerste lid van artikel 7.26 van de wet toepassing kan vinden, zijn, ingedeeld naar de onderdelen van het register, genoemd in artikel 3.1:
- a. binnen het onderdeel onderwijs:
- 1°. opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de eerste graad in lichamelijke oefening,
- 2°. opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Arabisch,
- 3°. opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad in Turks,
- 4°. tweedegraads lerarenopleiding verpleegkunde, en
- 5°. opleiding tot leraar van de tweede graad in Nederlandse gebarentaal/doventolk;
- b. binnen het onderdeel techniek:
- 1°. opleiding maritiem officier, en
- 2°. opleiding kunst en techniek;
- c. binnen het onderdeel gedrag en maatschappij:
- 1°. opleiding creatieve therapie, en
- 2°. opleiding sport en bewegen;
- d. binnen het onderdeel gezondheidszorg:
- 1°. opleiding voor logopedie,
- 2°. opleiding tot verpleegkundige in de maatschappelijke gezondheidszorg,
- 3°. opleiding van management in de zorg en,
- 4°. opleiding bewegingsagogie/psychomotorische therapie;
- e. binnen het onderdeel economie: opleiding hoger hotelonderwijs.
Afdeling 3. Masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs met een studielast van 120 studiepunten
Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
Artikel 4.1. Begripsbepalingen hoofdstuk 4
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt een persoon die het afsluitend examen van een ongedeelde opleiding met goed gevolg heeft afgelegd gelijkgesteld met een persoon aan wie zowel de graad Bachelor als de graad Master is verleend.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt een persoon aan wie de graad Master is verleend, die op enig moment in de periode van vijf jaar voorafgaand aan de peilperiode wo als student voor een ongedeelde opleiding was ingeschreven en aan wie in die periode niet de graad Bachelor is verleend, gelijkgesteld met een persoon aan wie zowel de graad Bachelor als de graad Master is verleend.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt een persoon die het kandidaatsexamen van een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 7.8a van de wet, zoals dat artikel op 31 augustus 2002 luidde, met goed gevolg heeft afgelegd gelijkgesteld met een persoon aan wie de graad Bachelor is verleend.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden voortgezette hbo-opleidingen als bedoeld in artikel 18.20 van de wet gelijkgesteld met masteropleidingen. Een persoon die het afsluitend examen van een dergelijke opleiding met goed gevolg heeft afgelegd, wordt gelijkgesteld met een persoon aan wie de graad Master is verleend.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt een hbo-opleiding, anders dan een voortgezette opleiding, een bachelor- of een masteropleiding, gelijkgesteld met een bacheloropleiding. Een persoon die het afsluitend examen van een dergelijke opleiding met goed gevolg heeft afgelegd, wordt gelijkgesteld met een persoon aan wie de graad Bachelor is verleend.
Voor de toepassing van artikel 4.8 wordt voor de universiteiten, bedoeld in artikel 1.1, onderdeel d, ten 1°, onder graad Bachelor in het hoger beroepsonderwijs verstaan: een graad Bachelor in het hoger beroepsonderwijs, die is verleend in de peilperiode wo of de daaraan voorafgaande periode van vijf jaar.
Voor de toepassing van de artikelen 4.9 en 4.20 wordt voor de universiteiten, bedoeld in artikel 1.1, onderdeel d, ten 1°, onder graad Bachelor verstaan: een graad Bachelor, die is verleend aan een persoon aan wie niet reeds in peilperiode wo of de daaraan voorafgaande periode van vijf jaar de graad Bachelor in het hoger beroepsonderwijs is verleend, en voor de overige universiteiten: een graad Bachelor, die is verleend aan een persoon aan wie niet reeds de graad Bachelor in het hoger beroepsonderwijs is verleend.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk blijven inschrijvingen die hebben plaatsgevonden vóór 1 augustus 1991 en getuigschriften die zijn uitgereikt vóór 1 augustus 1991 buiten beschouwing.
Artikel 4.2. Vaststelling omvang van de landelijk beschikbare rijksbijdrage
Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap stelt jaarlijks, in overeenstemming met het desbetreffende onderdeel van de begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap die voor het desbetreffende begrotingsjaar is vastgesteld, de omvang vast van de landelijk beschikbare rijksbijdrage voor de instellingen die onderwijs verzorgen of onderzoek verrichten op een ander gebied dan het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving, en de omvang van de delen daarvan.
Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit stelt jaarlijks, in overeenstemming met het desbetreffende onderdeel van de begroting van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit die voor het desbetreffende begrotingsjaar is vastgesteld, de omvang vast van de landelijk beschikbare rijksbijdrage voor de instellingen die onderwijs verzorgen of onderzoek verrichten op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving, en de omvang van de delen daarvan.
De landelijk beschikbare rijksbijdrage, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit:
- a. een onderwijsdeel wo,
- b. een onderwijsdeel hbo,
- c. een onderzoekdeel wo,
- d. een deel ontwerp en ontwikkeling hbo, en
- e. een deel ondersteuning geneeskundig onderwijs en onderzoek.
De landelijk beschikbare rijksbijdrage, bedoeld in het tweede lid, bestaat uit:
- a. een onderwijsdeel wo,
- b. een onderwijsdeel hbo,
- c. een onderzoekdeel wo, en
- d. een deel ontwerp en ontwikkeling hbo.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 3.7. Masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs met een studielast van 120 studiepunten of hoger
Masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs met een studielast van 120 studiepunten zijn de in bijlage 1 bij dit besluit vermelde opleidingen.
Masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs met een studielast van ten minste 120 en ten hoogste 180 studiepunten zijn de in bijlage 2 bij dit besluit vermelde opleidingen.
Afdeling 4. Overige eigen bijdragen
Hoofdstuk 4. Bepalingen over de berekening van de rijksbijdrage
Bijlage 2. Masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs met een studielast van ten minste 120 en ten hoogste 180 studiepunten
Masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs met een studielast van 120 studiepunten
1. Openbare universiteit te Leiden
Mathematics Education
Physics Education.
Biomedical Sciences
Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de eerste graad in Biologie
Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de eerste graad in Natuurkunde
Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de eerste graad in Scheikunde
Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de eerste graad in Wiskunde.
Life Science & Technology
Masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs met een studielast van 120 studiepunten
Mediatechnology
Nanoscience
2. Openbare universiteit te Groningen
Talen en Culturen van China
Talen en Culturen van Korea
Talen en Culturen van Japan;
B.
African Studies (research)
Archaeology (research)
Asian Studies (research)
Educational Sciences: Normal and Deviant Patterns of Attachment and Self Regulated Learning (research)
History: Societies and Institutions (research)
Latin American and Amerindian Studies (research)
Linguistics: Structure and Variation in the Languages of the World (research)
Literature (research)
Middle Eastern Studies (research)
Philosophy: Rationality (research)
Political Science Research: Institutional Analysis (research)
Public Administration: Institutional Change and Reform (research)
Psychology: Decision Making and Action Control in Self-Regulation of Human Behaviour (research)
Religious Studies (research)
Western and Asian Art History in Comparative Perspective (research).
informatica
A.
Artificial Intelligence
Bedrijfswiskunde
Biology
3. Openbare universiteit te Amsterdam
Biomolecular Sciences
Chemistry
Ecology
Educatie en Communicatie in de Wiskunde en Natuurwetenschappen
Energie en Milieuwetenschappen
A.
Astronomy
Biology
Biomedical Sciences
Bio-pharmaceutical Sciences
Chemistry
Computer Science
Ict in business
Life Science & Technology
4. Openbare universiteit te Utrecht
Mediatechnology
Nanoscience
Physics
Talen en Culturen van China
Talen en Culturen van Korea
Talen en Culturen van Japan;
B.
African Studies (research)
Archaeology (research)
Asian Studies (research)
Educational Sciences: Normal and Deviant Patterns of Attachment and Self Regulated Learning (research)
History: Societies and Institutions (research)
Latin American and Amerindian Studies (research)
Linguistics: Structure and Variation in the Languages of the World (research)
Literature (research)
Middle Eastern Studies (research)
Philosophy: Rationality (research)
Political Science Research: Institutional Analysis (research)
3. Openbare universiteit te Amsterdam
Psychology: Decision Making and Action Control in Self-Regulation of Human Behaviour (research)
Religious Studies (research)
Western and Asian Art History in Comparative Perspective (research).
Artificial Intelligence
A.
Artificial Intelligence
Bedrijfswiskunde
Biology
Biomedische Technologie
Biomolecular Sciences
Chemistry
Ecology
Educatie en Communicatie in de Wiskunde en Natuurwetenschappen
Energie en Milieuwetenschappen
Evolutionary Biology
Informatica
Mariene biologie
Mathematics
Medical and Pharmaceutical Drug Innovation
Medisch Farmaceutische Wetenschappen
Medische Biologie
Mens-Machine Communicatie
Moleculaire Biologie en Biotechnologie
Nanoscience
Physics
4. Openbare universiteit te Utrecht
Sterrenkunde
Technische Bedrijfskunde
Technische Natuurkunde
Technische Wiskunde
B.
Art History and Archaeology: Material Culture Studies in Art, Architecture and Archaeology (research)
Behavioural and Cognitive Neurosciences (research)
Classical, Medieval and Renaissance Studies (CMRS): Text and Context in Premodern and Early Modern Times (research)
Clinical and Psychosocial Epidemiology (research)
Economics and Business: Production, Organisation & Marketing (research)
Functionaliteit van het Recht (research)
Human Behaviour in Social Contexts (research)
Literary and Cultural Studies: Literature and Performing Arts in Society (research)
Linguistics: Neurolinguistics and Models of Grammar (research)
Modern and Contemporary History: Transformation and Acceptance (research)
Philosophy: Knowledge and Knowledge Development (research)
Regional Studies: Spaces and Places, Analysis and Intervention (research)
Religious Symbols and Traditions (research).
Biomedical sciences
A.
Artificial Intelligence
Astronomy and Astrophysics
Biological Sciences
Biomedical Sciences
7. Openbare universiteit te Eindhoven
Conservering en restauratie van cultureel erfgoed
Earth Sciences
Educational Science
Forensic Science
Grid Computing
Life Sciences
Logic
Mathematical Physics
Mathematics
Mathematics and Science Education
Medical Informatics
Physics
Stochastics and Financial Mathematics;
B.
Archeologie (research)
Cognitive Science (research)
8. Openbare universiteit te Enschede
Cultural Analysis (research)
Educational Science (research)
Geschiedenis (research)
Human Geography, Planning and Development Studies (research)
Kunstwetenschappen (research)
Linguistics (research)
Literary Studies
Master of Philosophy in Economics (research)
Media Studies (research)
Metropolitan Studies (research)
Nederlandse letterkunde (research)
Psychology (research)
Religiewetenschappen (research)
Rhetoric, Argumentation and Philosophy (research)
Social Sciences (research)
Wijsbegeerte (research).
4. Openbare universiteit te Utrecht
A.
Artificial intelligence
Biologische wetenschappen
Biomedical sciences
Chemische wetenschappen
Communicatie en educatie van de natuurwetenschappen
Earth Sciences
Environmental Sciences
Farmaceutische wetenschappen
Geographical Sciences
Geschiedenis en wijsbegeerte van de wiskunde en natuurwetenschappen
Informatica
Information Science
Mathematische wetenschappen
Natuurkunde en meteorologie & fysische oceanografie
Natuurwetenschappen en bedrijf
Neuroscience and Cognition
Science and Innovation Management
Sterrenkunde;
B.
Art History of the Low Countries in its European Context (research)
10. Bijzondere universiteit te Nijmegen
Dutch Language and Literature (research)
Educational Sciences: Learning in Interaction (research)
Gender and Ethnicity (research)
Historical and Comparitive Studies of the Sciences and Humanities (research)
History: Cities, States and Citizenship (research)
Human Geography and Planning (research)
Legal Research
Linguistics: the Study of the Language Faculty (research)
Literary Studies: Literature in the Modern Age (research)
Media Studies (research)
Medieval Studies (research)
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
1. Openbare universiteit te Eindhoven
Chemistry Education
2. Bijzondere universiteit te Nijmegen
Bijlage. bij het uitvoeringsbesluit WHW
1. Openbare universiteit te Leiden
Physics
2. Openbare universiteit te Groningen
Biomedische Technologie
3. Openbare universiteit te Amsterdam
Mathematics
4. Openbare universiteit te Utrecht
Public Administration: Institutional Change and Reform (research)
5. Openbare universiteit te Delft
Scheikundige Technologie
6. Openbare universiteit te Wageningen
Chemistry
7. Openbare universiteit te Eindhoven
Communication Science (research)
5. Openbare universiteit te Delft
Aerospace Engineering
9. Bijzondere universiteit te Amsterdam
Development and Socialization in Childhood and Adolescence (research)
6. Openbare universiteit te Wageningen
Methodology and Statistics of Behavioural and Social Sciences (research)
Migration, Ethnic Relations and Multiculturalism (research)
Multidisciplinary Economics (research)
Musicology (research)
Philosophy (research)
Psychological Health Research (research)
Research in Public Administration and Organizational Science (research)
Sociology and Social Research (research)
Theology (research).
Food Technology
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
2. Openbare universiteit te Groningen
3. Openbare universiteit te Amsterdam
4. Openbare universiteit te Utrecht
5. Openbare universiteit te Delft
6. Openbare universiteit te Wageningen
7. Openbare universiteit te Eindhoven
Aerospace Engineering
Applied Earth Sciences
Applied Mathematics
Applied Physics
Architecture, Urbanism and Building Sciences
Biochemical Engineering
Biomedical Engineering
Chemical Engineering
Civil Engineering
Computer Engineering
Computer Science
8. Openbare universiteit te Enschede
Design for Interaction
Embedded Systems
Engineering & Policy Analysis
Electrical Engineering
Geomatics
Industrial Design Engineering
Integrated Product Design
Life Science & Technology
Management of Technology
Marine Technology
Master of Science Systems and Control
Construction Management and Engeneering
Electrical Engineering
Embedded Systems
Human-technology Interaction
Industrial and Applied Mathematics
Industrial Design
Innovation Management
Mechanical Engineering
9. Openbare universiteit te Rotterdam
Operations Management and Logistics
Sustainable Energy Technology
Technology and Policy.
Animal Sciences
A.
Applied Mathematics
10. Openbare universiteit te Maastricht
Biomedical Engineering
Business Information Technology
Chemical Engineering
Civil Engineering & Management
Computer Science
Construction Management and Engeneering
9. Openbare universiteit te Rotterdam
Geo-information Science
Hydrology and Water Quality
International Land- and Water Management
Landscape, Architecture and Planning
Leisure, Tourism and Environment
Meteorology and Air Quality
Molecular Life Sciences
Nutrition and Health
Organic Agriculture
Plant Biotechnology
Plant Sciences
Soil Science
Urban Environmental Management.
Clinical Epidemiology (research)
Applied Physics
Architecture, Building and Planning
Biomedical Engineering
Building Services
Business Information Systems
Chemical Engineering
Computer Science and Engineering
Construction Management and Engeneering
Electrical Engineering
Embedded Systems
Human-technology Interaction
Industrial and Applied Mathematics
Industrial Design
Innovation Management
Master of Science Systems and Control
Cultures of Arts, Science and Technology (research)
Economic and Financial Research (research)
12. Bijzondere universiteit te Nijmegen
Ius Commune and Human Rights Research (research).
Technology and Policy.
A.
Artificial Intelligence
Beleid, management en ondernemerschap voor natuur- en levenswetenschappers
Bio-informatics
Biologie
Biomedische wetenschappen
Biomolecular Sciences
Business Mathematics and Informatics
Chemistry
Computer Science
Earth Sciences
Ecology
Geo-environmental Sciences
Hydrology
Mathematics
Medical Natural Sciences
Neurosciences
13. Bijzondere universiteit te Tilburg
Parallel & Distributed Computer Systems
Pharmaceutical Sciences
Physics
Stochastics and Financial Mathematics;
Master of Science Systems and Control
9. Openbare universiteit te Rotterdam
Cognitive Neuropsychology (research)
Bijlage 2. Masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs met een studielast van ten minste 120 en ten hoogste 180 studiepunten
1. Openbare universiteit te Eindhoven
ERIM Master of Philosophy in Business Research (research)
Institutions: Erasmus Research Master in Philosophy and Economics (research)
Justice and Safety & Security (research)
2. Bijzondere universiteit te Nijmegen
Molecular Medicine (research)
Neuroscience (research)
Research in Public Administration and Organizational Science (research).
A.
Bijlage. bij het uitvoeringsbesluit WHW
Law and Language Studies.
1. Openbare universiteit te Leiden
Business Research (research)
Cardiovascular Biology and Medicine (research)
Cognitive Neuroscience, Neuropsychology and Psychopathology (research)
Cultures of Arts, Science and Technology (research)
Economic and Financial Research (research)
Health Sciences (research)
Ius Commune and Human Rights Research (research).
Moleculaire levenswetenschappen
A.
Artificial Intelligence
B.
1. Openbare universiteit te Eindhoven
Biomedical sciences
Historische Wetenschappen: Ideologie, Mentaliteit en Maatschappelijke Praktijk (research)
Kunst en visuele cultuur in historisch perspectief (research)
Language and Communication (research)
Letterkunde en Literatuurwetenschap: Nieuwe Filologie (research)
Drug Discovery and Safety
Earth Sciences
Ecology
Geo-environmental Sciences
Hydrology
Management, Policy Analysis and Entreneurship in the Health and Life Sciences
Mathematics
Medical Natural Sciences
Neurosciences
Oncology
Parallel & Distributed Computer Systems
Physics
Stochastics and Financial Mathematics;
B.
Architectuurgeschiedenis (research)
Cognitive Neuropsychology (research)
Geosciences of Basins in Lithosphere (research)
Geschiedenis na 1400 (research)
Geschiedenis van de beeldende kunst (research)
1. Openbare universiteit te Eindhoven
Linguistics (research)
Master of Philosophy in Economics (research)
Oudheidstudies
Reformed Theology (research)
Social Psychology: Regulation of Social Behaviour (research)
Social Research; Organization Sciences, Political Science and Sociology (research).
Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de eerste graad in Scheikunde
A.
Biology
Bio-informatics
Biomedical sciences
Chemistry
Informatica
Kunstmatige Intelligentie
4. Openbare universiteit te Utrecht
Medische biologie
Milieu-natuurwetenschappen
Moleculaire levenswetenschappen
Natuur- en sterrenkunde
Natuurwetenschappen;
B.
Behavioral Science: the study of behavior regulation (research)
Cognitive Neuroscience (research)
Historische Wetenschappen: Ideologie, Mentaliteit en Maatschappelijke Praktijk (research)
Kunst en visuele cultuur in historisch perspectief (research)
Language and Communication (research)
Letterkunde en Literatuurwetenschap: Nieuwe Filologie (research)
Molecular Mechanisms of Disease (research)
Onderneming en Recht (research)
Social Cultural Science: Comparative Research on Societies (research)
Wijsbegeerte (research).
Medische Psychologie.
A.
5. Openbare universiteit te Delft
B.
Grondslagen en methoden van de rechtswetenschap (research)
Language and Communication (research)
Master of Philosophy in Business (research)
Research in Public Administration and Organizational Science (research)
Master of Philosophy in Economics (research)
Social and Behavioural Sciences (research)
Theology (research)
Wijsbegeerte (research).
electrical engineering
Molecular Life Sciences.
Chemistry Education
Mathematics Education
Chemistry Education
Mathematics Education
Physics Education.
Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de eerste graad in Natuurkunde
Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de eerste graad in Biologie
Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de eerste graad in Natuurkunde
Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de eerste graad in Scheikunde
Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de eerste graad in Wiskunde.
systems and control
systems engineering, policy analysis and management
technical informatics
transport, infrastructure & logistics
6. Openbare universiteit te Wageningen
agriculture and bioresource engineering
animal sciences and aquaculture
bioinformatics
biology
biotechnology
earth system science
environmental sciences
food quality management
food safety
food technology
forest and nature conservation
geographical information management and applications
geo-information science
hydrology and water quality
international land- and water management
landscape planning and design
leisure, tourism and environment
meteorology and air quality
molecular sciences
nutrition and health
plant biotechnology
plant sciences
soil science
urban environmental management
7. Openbare universiteit te Eindhoven
applied physics
architecture, building and planning
biomedical engineering
building services
business information systems
chemical engineering
computer science and engineering
electrical engineering and information technology
human-technology interaction
industrial and applied mathematics
industrial design
innovation management
mechanical engineering
medical engineering
operations management
technology and policy
8. Openbare universiteit te Enschede
applied mathematics
applied physics
biomedical engineering
business information technology
chemical engineering
civil engineering & management
computer science
electrical engineering
geoinformatics
human media interaction
industrial design engineering
industrial engineering & management
mechanical engineering
mechatronics
nanotechnology
telematics
9. Bijzondere universiteit te Amsterdam
artificial intelligence
beleid, management en ondernemerschap voor natuur- en levenswetenschappers
bioinformatics
biology
biomedical sciences
biomolecular sciences
business mathematics and informatics
chemistry
computer sciences
earth sciences
ecology
geo-environmental sciences
hydrology
mathematics
medical natural sciences
neurosciences
oncology
parallel & distributed computer systems
pharmaceutical sciences
physics
stochastics and financial mathematics
10. Bijzondere universiteit te Nijmegen
algemene natuurwetenschappen
biology
bioinformatics
biomedical sciences
chemistry
informatica
mathematics
medische biologie
milieu-natuurwetenschappen
moleculaire levenswetenschappen
natuur- en sterrenkunde.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
3. Openbare universiteit te Amsterdam
5. Openbare universiteit te Delft
6. Openbare universiteit te Wageningen
7. Openbare universiteit te Eindhoven
7. Openbare universiteit te Eindhoven
Construction Management and Engeneering
9. Openbare universiteit te Rotterdam
Medical Engineering
8. Openbare universiteit te Enschede
Applied Physics
9. Openbare universiteit te Rotterdam
Electrical Engineering
12. Bijzondere universiteit te Nijmegen
Health Sciences (research)
12. Bijzondere universiteit te Nijmegen
Oncology
14. Katholieke Theologische Universiteit te Utrecht
Bijlage 2. Masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs met een studielast van ten minste 120 en ten hoogste 180 studiepunten
Clinical Epidemiology (research)
Clinical Research (research)
2. Bijzondere universiteit te Nijmegen
Master of Philosophy in Economics (research)
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
2. Openbare universiteit te Groningen
4. Openbare universiteit te Utrecht
6. Openbare universiteit te Wageningen
7. Openbare universiteit te Eindhoven
8. Openbare universiteit te Enschede
10. Openbare universiteit te Maastricht
7. Openbare universiteit te Eindhoven
12. Bijzondere universiteit te Nijmegen
Social Systems Evaluation and Survey Research (research).
A.
B.
13. Bijzondere universiteit te Tilburg
14. Katholieke Theologische Universiteit te Utrecht
Bijlage 2. Masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs met een studielast van ten minste 120 en ten hoogste 180 studiepunten
2. Bijzondere universiteit te Nijmegen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
7. Openbare universiteit te Eindhoven
8. Openbare universiteit te Enschede
9. Openbare universiteit te Rotterdam
10. Openbare universiteit te Maastricht
11. Bijzondere universiteit te Amsterdam
13. Bijzondere universiteit te Tilburg
14. Katholieke Theologische Universiteit te Utrecht
Bijlage 2. Masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs met een studielast van ten minste 120 en ten hoogste 180 studiepunten
1. Openbare universiteit te Eindhoven
2. Bijzondere universiteit te Nijmegen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
3. Openbare universiteit te Amsterdam
4. Openbare universiteit te Utrecht
5. Openbare universiteit te Delft
6. Openbare universiteit te Wageningen
8. Openbare universiteit te Enschede
10. Openbare universiteit te Maastricht
11. Bijzondere universiteit te Amsterdam
12. Bijzondere universiteit te Nijmegen
13. Bijzondere universiteit te Tilburg
Biology
14. Katholieke Theologische Universiteit te Utrecht
Bijlage 2. Masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs met een studielast van ten minste 120 en ten hoogste 180 studiepunten
1. Openbare universiteit te Eindhoven
13. Bijzondere universiteit te Tilburg
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
3. Openbare universiteit te Amsterdam
4. Openbare universiteit te Utrecht
5. Openbare universiteit te Delft
7. Openbare universiteit te Eindhoven
9. Openbare universiteit te Rotterdam
10. Openbare universiteit te Maastricht
11. Bijzondere universiteit te Amsterdam
10. Openbare universiteit te Maastricht
14. transnationale Universiteit Limburg
Letterkunde (research)
Bijlage 2. Masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs met een studielast van ten minste 120 en ten hoogste 180 studiepunten
1. Openbare universiteit te Eindhoven
2. Bijzondere universiteit te Nijmegen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Bijlage 2. Masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs met een studielast van ten minste 120 en ten hoogste 180 studiepunten
1. Openbare universiteit te Eindhoven
12. Bijzondere universiteit te Nijmegen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Bijlage 2. Masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs met een studielast van ten minste 120 en ten hoogste 180 studiepunten
2. Bijzondere universiteit te Nijmegen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Afdeling 1. Algemene bepalingen over de berekening van de rijksbijdrage
Artikel 4.1. Begripsbepalingen hoofdstuk 4
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt een persoon die het afsluitend examen van een ongedeelde opleiding met goed gevolg heeft afgelegd gelijkgesteld met een persoon aan wie zowel de graad Bachelor als de graad Master is verleend.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt een persoon aan wie de graad Master is verleend, die op enig moment in de periode van vijf jaar voorafgaand aan de peilperiode wo als student voor een ongedeelde opleiding was ingeschreven en aan wie in die periode niet de graad Bachelor is verleend, gelijkgesteld met een persoon aan wie zowel de graad Bachelor als de graad Master is verleend.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt een persoon die het kandidaatsexamen van een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 7.8a van de wet, zoals dat artikel op 31 augustus 2002 luidde, met goed gevolg heeft afgelegd gelijkgesteld met een persoon aan wie de graad Bachelor is verleend.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden voortgezette hbo-opleidingen als bedoeld in artikel 18.20 van de wet gelijkgesteld met masteropleidingen. Een persoon die het afsluitend examen van een dergelijke opleiding met goed gevolg heeft afgelegd, wordt gelijkgesteld met een persoon aan wie de graad Master is verleend.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt een hbo-opleiding, anders dan een voortgezette opleiding, een bachelor- of een masteropleiding, gelijkgesteld met een bacheloropleiding. Een persoon die het afsluitend examen van een dergelijke opleiding met goed gevolg heeft afgelegd, wordt gelijkgesteld met een persoon aan wie de graad Bachelor is verleend.
Voor de toepassing van artikel 4.8 wordt voor de universiteiten, bedoeld in artikel 1.1, onderdeel d, ten 1°, onder graad Bachelor in het hoger beroepsonderwijs verstaan: een graad Bachelor in het hoger beroepsonderwijs, die is verleend in de peilperiode wo of de daaraan voorafgaande periode van vijf jaar.
Voor de toepassing van de artikelen 4.9 en 4.20 wordt voor de universiteiten, bedoeld in artikel 1.1, onderdeel d, ten 1°, onder graad Bachelor verstaan: een graad Bachelor, die is verleend aan een persoon aan wie niet reeds in peilperiode wo of de daaraan voorafgaande periode van vijf jaar de graad Bachelor in het hoger beroepsonderwijs is verleend, en voor de overige universiteiten: een graad Bachelor, die is verleend aan een persoon aan wie niet reeds de graad Bachelor in het hoger beroepsonderwijs is verleend.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk blijven inschrijvingen die hebben plaatsgevonden vóór 1 augustus 1991 en getuigschriften die zijn uitgereikt vóór 1 augustus 1991 buiten beschouwing.
Artikel 4.2. Vaststelling omvang van de landelijk beschikbare rijksbijdrage
Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap stelt jaarlijks, in overeenstemming met het desbetreffende onderdeel van de begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap die voor het desbetreffende begrotingsjaar is vastgesteld, de omvang vast van de landelijk beschikbare rijksbijdrage voor de instellingen die onderwijs verzorgen of onderzoek verrichten op een ander gebied dan het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving, en de omvang van de delen daarvan.
Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit stelt jaarlijks, in overeenstemming met het desbetreffende onderdeel van de begroting van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit die voor het desbetreffende begrotingsjaar is vastgesteld, de omvang vast van de landelijk beschikbare rijksbijdrage voor de instellingen die onderwijs verzorgen of onderzoek verrichten op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving, en de omvang van de delen daarvan.
De landelijk beschikbare rijksbijdrage, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit:
- a. een onderwijsdeel wo,
- b. een onderwijsdeel hbo,
- c. een onderzoekdeel wo,
- d. een deel ontwerp en ontwikkeling hbo, en
- e. een deel ondersteuning geneeskundig onderwijs en onderzoek.
De landelijk beschikbare rijksbijdrage, bedoeld in het tweede lid, bestaat uit:
- a. een onderwijsdeel wo,
- b. een onderwijsdeel hbo,
- c. een onderzoekdeel wo, en
- d. een deel ontwerp en ontwikkeling hbo.
Artikel 4.3. Verdeling van de landelijk beschikbare rijksbijdrage
Het onderwijsdeel wo, bedoeld in artikel 4.2, derde lid, onderdeel a, wordt over de universiteiten met uitzondering van Wageningen Universiteit verdeeld overeenkomstig afdeling 2, paragraaf 1. Het onderwijsdeel wo, bedoeld in artikel 4.2, vierde lid, onderdeel a, wordt toegekend aan Wageningen Universiteit.
Het onderwijsdeel hbo, bedoeld in artikel 4.2, derde lid, onderdeel b, wordt overeenkomstig afdeling 2, paragraaf 2, verdeeld over de instellingen die opleidingen in het hoger beroepsonderwijs op andere gebieden dan het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving verzorgen. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op het onderwijsdeel hbo, bedoeld in artikel 4.2, vierde lid, onderdeel b.
Het onderzoekdeel wo, bedoeld in artikel 4.2, derde lid, onderdeel c, wordt over de universiteiten met uitzondering van Wageningen Universiteit verdeeld overeenkomstig afdeling 6, paragraaf 1. Het onderzoekdeel wo, bedoeld in artikel 4.2, vierde lid, onderdeel c wordt toegekend aan Wageningen Universiteit.
Het deel ontwerp en ontwikkeling hbo, bedoeld in artikel 4.2, derde lid, onderdeel d, wordt overeenkomstig afdeling 3, paragraaf 2, verdeeld over de instellingen die opleidingen in het hoger beroepsonderwijs op andere gebieden dan het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving verzorgen. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op het deel ontwerp en ontwikkeling hbo, bedoeld in artikel 4.2, vierde lid, onderdeel d.
Het deel ondersteuning geneeskundig onderwijs en onderzoek, bedoeld in artikel 4.2, derde lid, wordt over de universiteiten verdeeld overeenkomstig afdeling 4.
Artikel 4.4. Gegevens
Het instellingsbestuur verstrekt uiterlijk 30 november in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar aan de Informatie Beheer Groep de ingevolge dit besluit voor de toepassing van afdeling 2 en artikel 4.20 noodzakelijke gegevens.
Indien de gegevens, bedoeld in het eerste lid, als gevolg van een buiten het instellingsbestuur liggende oorzaak niet correct zijn vastgesteld, heeft het instellingsbestuur tot 15 april voorafgaand aan het begrotingsjaar de gelegenheid de gegevens te corrigeren.
Gegevens die door het instellingsbestuur na 30 november in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar aan de Informatie Beheer Groep worden geleverd, worden niet tot de gegevens voor de bekostiging gerekend.
Het instellingsbestuur van een universiteit verstrekt uiterlijk 15 april voorafgaand aan het begrotingsjaar Onze minister een overzicht van het aantal promoties en ontwerperscertificaten, bedoeld in artikel 4.21.
Het instellingsbestuur van de Universiteit Maastricht verstrekt uiterlijk 15 april voorafgaand aan het begrotingsjaar Onze minister tevens een overzicht van de aantallen eerstejaars en van de aantallen graden, bedoeld in artikel 4.11.
Artikel 4.5. Controleprotocol
De gecorrigeerde gegevens, bedoeld in artikel 4.4, tweede lid, en de gegevens, bedoeld in artikel 4.4, vierde en vijfde lid, gaan vergezeld van een verklaring van een accountant.
Bij ministeriële regeling worden voorschriften vastgesteld over de controle van de jaarrekening, de besteding van de rijksbijdrage en de juistheid van de door de instellingsbesturen opgegeven bekostigingsgegevens, daaronder begrepen voorschriften over de controle op de rechtmatigheid van de verkrijging van de rijksbijdrage en de rechtmatigheid en doelmatigheid van de besteding van de rijksbijdrage.
Artikel 4.6. Bijstelling bedragen en percentages
De bedragen en verdelingen, vastgesteld op grond van de afdelingen 2, 3 en 4 van dit hoofdstuk, kunnen bij ministeriële regeling worden gewijzigd, voor zover wijzigingen in de onderdelen van de rijksbegroting die op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek betrekking hebben daartoe aanleiding geven.
Artikel 4.7. Overleg
Een ministeriële regeling als bedoeld in de artikelen 4.6, 4.9, 4.10, 4.12, 4.17, 4.19, 4.20, 4.23, 4.25, 4.26 en 4.27, wordt vastgesteld na overleg als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de wet.
Afdeling 2. Bepalingen over de rijksbijdrage vanwege het verzorgen van onderwijs
§ 1. Onderwijsdeel wo
Artikel 4.8. Eerstejaars
Een door Onze minister te bepalen deel van het onderwijsdeel wo wordt over de universiteiten, bedoeld in artikel 1.1, onderdeel d ten 1° en ten 3°, verdeeld naar rato van de som van de aantallen te bekostigen eerstejaars per opleiding voor de desbetreffende universiteit.
Onder eerstejaars wordt verstaan:
- a. een student die op de peildatum is ingeschreven, die in de vijf kalenderjaren voorafgaand aan de peildatum niet op 1 oktober aan de desbetreffende instelling was ingeschreven als student en aan wie, indien hij voor een bacheloropleiding is ingeschreven, niet de graad Bachelor in het hoger beroepsonderwijs is verleend, of,
- b. een student aan wie reeds de graad Bachelor in het hoger beroepsonderwijs is verleend, die op de peildatum is ingeschreven voor een masteropleiding en die in de vijf kalenderjaren voorafgaand aan de peildatum niet op 1 oktober aan de desbetreffende instelling was ingeschreven als student voor een masteropleiding.
Het aantal te bekostigen eerstejaars van een opleiding is gelijk aan het product van het aantal eerstejaars en de factor behorend bij het bekostigingsniveau van de desbetreffende opleiding.
De factoren, bedoeld in het derde lid, zijn:
- a. voor opleidingen met een laag bekostigingsniveau 1,
- b. voor opleidingen met een hoog bekostigingsniveau 1,5, en
- c. voor opleidingen met een topbekostigingsniveau 1,5.
Artikel 4.9. Graden
Een door Onze minister te bepalen deel van het onderwijsdeel wo wordt over de universiteiten verdeeld op basis van de aantallen graden per opleiding die in de peilperiode wo door een universiteit zijn verleend.
Het aantal te bekostigen graden in een opleiding is gelijk aan het product van het aantal graden, verleend in die opleiding en de factor behorend bij het bekostigingsniveau van de desbetreffende opleiding.
De factoren, bedoeld in het tweede lid, zijn:
- a. voor graden Bachelor bij opleidingen met een laag bekostigingsniveau: 2/3,
- b. voor graden Bachelor bij opleidingen met een hoog bekostigingsniveau: 1,
- c. voor graden Bachelor bij opleidingen met een topbekostigingsniveau: 6/5,
- d. voor graden Master bij opleidingen met een laag bekostigingsniveau: 1/3,
- e. voor graden Master bij opleidingen met een hoog bekostigingsniveau: 1/2, en
- f. voor graden Master bij opleidingen met een topbekostigingsniveau: 9/5.
Uit het onderwijsdeel wo wordt aan een universiteit een bedrag toegekend, vastgesteld door het in het tweede lid berekende aantal te bekostigen graden te vermenigvuldigen met een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag.
Indien de som van de bedragen per universiteit, bedoeld in het vierde lid, afwijkt van het bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt het verschil van het bedrag bedoeld in het eerste lid en die som verdeeld op basis van de percentages in bijlage 4 bij dit besluit.
Artikel 4.10. Onderwijsopslag
De onderwijsopslag van een universiteit bestaat uit:
- a. een bedrag dat voor de desbetreffende universiteit is vastgesteld bij ministeriële regeling in relatie tot kwaliteit, kwetsbare opleidingen of bijzondere voorzieningen, en
- b. het voor de desbetreffende universiteit bij ministeriële regeling vastgestelde percentage van het deel van het onderwijsdeel wo dat resteert na toepassing van de artikelen 4.8 en 4.9 en na aftrek van de som van de bedragen, bedoeld in onderdeel a.
Artikel 4.11. Bijzondere bepaling Universiteit Maastricht
Bij de vaststelling van het aantal te bekostigen eerstejaars en het aantal te bekostigen graden van de Universiteit Maastricht worden de op grond van artikel 4.8, derde lid, respectievelijk artikel 4.9, tweede lid, berekende aantallen vermeerderd met de aantallen te bekostigen eerstejaars met de Nederlandse nationaliteit, respectievelijk de aantallen te bekostigen graden van personen met de Nederlandse nationaliteit van de transnationale Universiteit Limburg. Onder de aantallen eerstejaars en graden met de Nederlandse nationaliteit worden tevens begrepen de aantallen eerstejaars en graden van ingeschrevenen die noch de Nederlandse noch de Belgische nationaliteit bezitten, en die voor bekostiging door de Nederlandse overheid in aanmerking worden genomen op grond van artikel 7 van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Vlaamse Gemeenschap van België inzake de transnationale Universiteit Limburg.
§ 2. Onderwijsdeel hbo
Artikel 4.12. Onderwijsvraag
Een door Onze minister te bepalen deel van het onderwijsdeel hbo wordt over de hogescholen verdeeld naar rato van de opleiding-gewogen onderwijsvraag van de hogescholen.
Een door Onze minister te bepalen deel van het onderwijsdeel hbo wordt over de hogescholen verdeeld naar rato van de instelling-gewogen onderwijsvraag van de hogescholen.
De opleiding-gewogen onderwijsvraag van een hogeschool is gelijk aan het totaal van de volgens artikelen 4.14 tot en met 4.18 berekende onderwijsvraag van de door de desbetreffende hogeschool verzorgde opleidingen, nadat deze per opleiding is vermenigvuldigd met de factor behorend bij het bekostigingsniveau van de desbetreffende opleiding.
De instelling-gewogen onderwijsvraag van een hogeschool is gelijk aan het totaal van de volgens de artikelen 4.14 tot en met 4.18 berekende onderwijsvraag van de door de desbetreffende hogeschool verzorgde opleidingen, vermenigvuldigd met een bij ministeriële regeling voor de desbetreffende hogeschool vast te stellen factor.
De factoren, bedoeld in het derde lid, zijn:
- a. voor opleidingen met een laag bekostigingsniveau 1,
- b. voor opleidingen met een hoog bekostigingsniveau 1,28, en
- c. voor opleidingen met een topbekostigingsniveau 1,5.
Artikel 4.13. Aantal inschrijvingsjaren en fusies van hogescholen
In dit artikel wordt verstaan onder «de hogeschool»: de hogeschool waarvoor de rijksbijdrage wordt berekend.
In dit artikel en in de artikelen 4.14 en 4.17 wordt verstaan onder aantal inschrijvingsjaren van een persoon: het aantal malen dat deze persoon, voorafgaand aan de peildatum, op 1 oktober aan de hogeschool als student was ingeschreven.
Indien een opleiding door een andere hogeschool is overgedragen aan de hogeschool en indien een persoon op 1 oktober voorafgaand aan de overgang aan de andere hogeschool als student voor die opleiding was ingeschreven en op 1 oktober volgend op de overgang aan de hogeschool als student voor die opleiding was ingeschreven, worden voor de bepaling van het aantal inschrijvingsjaren van deze persoon de inschrijvingen aan de andere hogeschool gelijkgesteld met inschrijvingen aan de hogeschool.
Indien de hogeschool is ontstaan uit een fusie van twee of meer hogescholen die heeft plaatsgevonden voor of op de peildatum en indien de persoon voor wie het aantal inschrijvingsjaren wordt bepaald aan een of meer van de fusiepartners als student ingeschreven is geweest, wordt het aantal inschrijvingsjaren van die persoon aan de hogeschool vermeerderd met het aantal inschrijvingsjaren aan de fusiepartner waar hij het laatst als student was ingeschreven.
Indien de hogeschool is ontstaan uit een fusie van twee of meer hogescholen die heeft plaatsgevonden na de peildatum, wordt de onderwijsvraag per opleiding van de fusiepartners berekend alsof geen fusie heeft plaatsgevonden en vervolgens per opleiding gesommeerd.
Artikel 4.14. Onderwijsvraag bacheloropleidingen
In dit artikel wordt verstaan onder opleiding: een bacheloropleiding, niet zijnde een opleiding of lerarenopleiding op het gebied van de kunst.
De onderwijsvraag van een opleiding wordt bepaald door de onderwijsvraagfactor voor de groep van opleidingen waartoe de opleiding behoort, te vermenigvuldigen met het aantal studenten dat op de peildatum ingeschreven staat voor de desbetreffende opleiding. Bijlage 5 bij dit besluit bevat de indeling van de groepen van opleidingen.
De onderwijsvraagfactor van een groep van opleidingen wordt berekend met de volgende formule:
Een afgestudeerde is een persoon aan wie in de peilperiode de graad Bachelor voor een opleiding behorend tot die groep van opleidingen als bedoeld in het tweede lid, is verleend.
Een uitvaller is een persoon:
- a. die op eerste dag van de peilperiode als student was ingeschreven voor een opleiding behorend tot die groep,
- b. aan wie in de peilperiode door die hogeschool geen graad is verleend, en
- c. die op de peildatum geen student is aan die hogeschool.
Het gecorrigeerde aantal inschrijvingsjaren van een afgestudeerde of een uitvaller is
- a. voor een afgestudeerde die op de eerste dag van de peilperiode niet als student aan de desbetreffende hogeschool was ingeschreven: 1,35;
- b. voor een afgestudeerde of uitvaller die op de eerste dag van de peilperiode als student aan de desbetreffende hogeschool was ingeschreven en voor wie sprake was van herinstroom: het aantal inschrijvingsjaren vanaf het moment van herinstroom, vermeerderd met 1,35;
- c. voor een afgestudeerde of uitvaller die op de eerste dag van de peilperiode als student aan de desbetreffende hogeschool was ingeschreven en voor wie geen sprake was van herinstroom: het aantal inschrijvingsjaren.
Onder herinstroom wordt verstaan de situatie waarin een persoon in een kalenderjaar na 1998 op 1 oktober als student aan een hogeschool staat ingeschreven waar deze op 1 oktober in het voorafgaande kalenderjaar niet, maar op 1 oktober van een eerder kalenderjaar wel als student stond ingeschreven. Onder moment van herinstroom wordt verstaan: 1 oktober in het kalenderjaar waarin voor de laatste maal sprake was van herinstroom.
Artikel 4.15. Niet mee te tellen studenten, afgestudeerden en uitvallers
Tot de studenten, bedoeld in artikel 4.14, tweede lid, worden niet gerekend de studenten aan wie de desbetreffende hogeschool vóór de peildatum een graad heeft verleend, tenzij ze zijn ingeschreven voor een opleiding op het gebied van onderwijs of het gebied van gezondheidszorg.
Tot de afgestudeerden, bedoeld in artikel 4.14, worden niet gerekend de personen:
- a. van wie het aantal inschrijvingsjaren kleiner is dan 2,25 vermenigvuldigd met het quotiënt van de studielast van de opleiding en 240, of
- b. aan wie de desbetreffende hogeschool vóór de peilperiode een graad heeft verleend.
Tot de uitvallers, bedoeld in artikel 4.14, worden niet gerekend de personen:
- a. die in de peilperiode zijn overleden,
- b. aan wie de desbetreffende hogeschool vóór de peilperiode een graad heeft verleend,
- c. aan wie de desbetreffende hogeschool in de peilperiode de graad Associate degree, zoals bedoeld in artikel 7.10b van de wet, heeft verleend, of
- d. die op de eerste dag van de peilperiode bij de betrokken hogeschool als student waren ingeschreven voor een opleiding die in de peilperiode door de betrokken hogeschool is overgedragen aan een andere hogeschool en die op de peildatum voor de desbetreffende opleiding bij die andere hogeschool als student zijn ingeschreven.
Artikel 4.16. Afwijkende onderwijsvraagfactor bacheloropleidingen
In afwijking van artikel 4.14, derde lid, is de onderwijsvraagfactor voor een opleiding die na 1 oktober in het zevende kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar voor de eerste maal in het CROHO is opgenomen en die geen voortzetting vormt van een andere opleiding die behoort tot dezelfde groep van opleidingen, gelijk aan 0,945.
In afwijking van het artikel 4.14, derde lid, is de onderwijsvraagfactor voor een opleiding waarvoor blijkens het CROHO in de peilperiode en op de peildatum geen nieuwe studenten kunnen worden ingeschreven en die niet is voortgezet in een andere opleiding die behoort tot dezelfde groep van opleidingen, gelijk aan 0,945.
Indien de aantallen afgestudeerden en uitvallers, bedoeld in artikel 4.14, voor een groep van opleidingen beide gelijk zijn aan nul, is in afwijking van artikel 4.14, derde lid, de onderwijsvraagfactor gelijk aan 0,945.
Artikel 4.17. Afwijkende onderwijsvraag kunstopleidingen
De onderwijsvraag van een bacheloropleiding op het gebied van de kunst en een bacheloropleiding tot leraar op het gebied van de kunst is de som van het aantal studenten dat op de peildatum voor de desbetreffende opleiding is ingeschreven en de helft van het aantal personen aan wie in de peilperiode door de desbetreffende instelling de graad Bachelor in die opleiding is verleend.
Bij het bepalen van het aantal studenten, bedoeld in het eerste lid, worden niet meegeteld:
- a. studenten van wie het aantal inschrijvingsjaren sinds 2000 voor de opleiding of dezelfde opleiding aan een andere hogeschool meer is dan vier, en
- b. studenten die in enig jaar voor 2000 op 1 oktober als student waren ingeschreven voor de opleiding of dezelfde opleiding aan een andere hogeschool.
Bij ministeriële regeling wordt vastgesteld wat wordt verstaan onder «de opleiding of dezelfde opleiding aan een andere hogeschool».
Artikel 4.18. Onderwijsvraag masteropleidingen
De onderwijsvraag van een masteropleiding is gelijk aan het aantal studenten op de peildatum.
Artikel 4.19. Onderwijsopslag
De onderwijsopslag van een hogeschool bestaat uit:
- a. een bedrag dat voor de desbetreffende hogeschool is vastgesteld bij ministeriële regeling in relatie tot kwaliteit, kwetsbare opleidingen of bijzondere voorzieningen, en
- b. het voor de desbetreffende hogeschool bij ministeriële regeling vastgestelde percentage van het deel van het onderwijsdeel hbo dat resteert na toepassing van artikel 4.12 en na aftrek van de som van de bedragen, bedoeld in onderdeel a.
Afdeling 3. Bepalingen over de rijksbijdrage vanwege het verrichten van onderzoek
§ 1. Onderzoekdeel wo
Artikel 4.20. Graden
Een door Onze minister te bepalen deel van het onderzoekdeel wo wordt over de universiteiten verdeeld op basis van de aantallen graden per opleiding die in de peilperiode wo door een universiteit zijn verleend.
Het aantal te bekostigen graden in een opleiding is gelijk aan het product van het aantal graden, verleend in die opleiding, de factor 2 voor zover het een masteropleiding betreft, en de factor, behorend bij het bekostigingsniveau van de desbetreffende opleiding.
De factoren behorend bij de bekostigingsniveaus van de opleidingen zijn:
- a. voor een laag bekostigingsniveau: 1,
- b. voor een hoog bekostigingsniveau: 1,5, en
- c. voor een topbekostigingsniveau: 3.
Uit het onderzoekdeel wo wordt aan een universiteit een bedrag toegekend dat wordt vastgesteld door het in het tweede lid berekende aantal te bekostigen graden te vermenigvuldigen met een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag.
Indien de som van de bedragen, bedoeld in het vierde lid, afwijkt van het bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt het verschil van het bedrag, bedoeld in het eerste lid, en die som verdeeld over de universiteiten op basis van de percentages in bijlage 6 van dit besluit.
Onder de aantallen graden, bedoeld in het eerste lid, verleend door de Universiteit Maastricht, zijn begrepen de aantallen graden, vastgesteld overeenkomstig artikel 4.11, verleend door de transnationale Universiteit Limburg, bedoeld in artikel 2.5a van de wet.
Artikel 4.21. Promoties en certificaten
Uit het onderzoekdeel wo ontvangt een universiteit ter promotie die heeft plaatsgevonden in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar, een bedrag van € 90.000.
Uit het onderzoekdeel wo ontvangt een universiteit per ontwerperscertificaat dat is uitgereikt in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar, een bedrag van € 75.000.
Onder ontwerperscertificaat wordt verstaan een getuigschrift, uitgereikt aan een technologisch ontwerper na het met goed gevolg afronden van onderwijs als bedoeld in bijlage 7 bij dit besluit.
Artikel 4.22. Onderzoekscholen en toponderzoekscholen
Een door Onze minister te bepalen deel van het onderzoekdeel wo wordt voor onderzoekscholen over de universiteiten verdeeld volgens de percentages, genoemd in bijlage 8 bij dit besluit.
Een door Onze minister te bepalen deel van het onderzoekdeel wo wordt voor toponderzoekscholen over de universiteiten verdeeld volgens de percentages, genoemd in bijlage 9 bij dit besluit.
Artikel 4.23. Bedragen onderzoek (strategische overwegingen)
Uit het onderzoekdeel wo kunnen aan de rijksbijdrage van de universiteiten de bedragen, vastgesteld bij ministeriële regeling, worden toegevoegd.
De verdeling van het deel van het onderzoekdeel wo dat na toepassing van de artikelen 4.19 tot en met 4.22 en het eerste lid resteert, wordt, onverminderd artikel 4.6, over de universiteiten, bedoeld in artikel 1.1, onderdeel d ten 1°, bij ministeriële regeling vastgesteld.
Indien een universiteit naar het oordeel van Onze minister onvoldoende rekening houdt met de prioriteit- en posterioriteitstelling van de wetenschapsgebieden die zijn aangeduid in het wetenschapsbudget, bedoeld in artikel 16a van de Wet op de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek, wordt daarover en over de mogelijke gevolgen voor de bekostiging van de desbetreffende universiteit overleg gevoerd als bedoeld in artikel 3.1 van de wet.
Indien het overleg, bedoeld in het derde lid, daartoe aanleiding geeft, kan bij ministeriële regeling worden afgeweken van de verdeling, bedoeld in het tweede lid.
Een herverdeling als bedoeld in het vierde lid kan per universiteit ten hoogste drie procent van de omvang van het bedrag strategische overwegingen voor die universiteit betreffen.
§ 2. Deel ontwerp en ontwikkeling hbo
Artikel 4.24. Ontwerp en ontwikkeling hbo
Het deel ontwerp en ontwikkeling hbo wordt over de hogescholen verdeeld naar rato van de verdeling van het onderwijsdeel hbo.
Afdeling 4. Bepalingen betreffende de rijksbijdrage vanwege werkzaamheden ten dienste van wetenschappelijk geneeskundig onderwijs en onderzoek
Artikel 4.25. Rente en afschrijving voor investeringen tot en met 2007
Uit het deel ondersteuning geneeskundig onderwijs en onderzoek wordt aan de rijksbijdrage van een universiteit waaraan een academisch ziekenhuis is verbonden, een bedrag toegevoegd voor rente en afschrijving ten behoeve van investeringen voor academische ziekenhuizen in de begrotingsjaren tot en met 2007. Dit bedrag is gelijk aan de som van de vergoedingen die op grond van het tweede lid zijn berekend over het in bijlage 10 bij dit besluit genoemde OCW-deel van de investeringsbedragen. De investeringsbedragen zijn ingedeeld in ten hoogste vier categorieën met verschillende afschrijvingspercentages.
De vergoeding per categorie, bedoeld in het eerste lid, is samengesteld uit:
- a. het jaarlijkse afschrijvingsbedrag, genoemd in bijlage 11, totdat het investeringsbedrag, genoemd in bijlage 10, volledig is vergoed, en
- b. de rente, berekend met het rentepercentage, bedoeld in het vierde lid, over het verschil tussen het investeringsbedrag, genoemd in bijlage 10, en de gecumuleerde afschrijvingen.
Onder de gecumuleerde afschrijvingen, bedoeld in het tweede lid, met betrekking tot enig begrotingsjaar wordt verstaan het gecumuleerde afschrijvingsbedrag 2007, genoemd in bijlage 12, vermeerderd met het product van het afschrijvingsbedrag, genoemd in bijlage 11, en het aantal jaren dat sinds 2007 is verstreken met inbegrip van het jaar waarvoor de rijksbijdrage wordt vastgesteld.
Bij ministeriële regeling wordt ten behoeve van de investeringen voor academische ziekenhuizen in een bepaald begrotingsjaar een rentepercentage vastgesteld voor een tijdvak van 10 jaar. Na het tijdvak wordt het rentepercentage telkens voor een tijdvak van 10 jaar bij ministeriële regeling vastgesteld.
Artikel 4.26. Rente en afschrijving voor investeringen vanaf 2008
Uit het deel ondersteuning geneeskundig onderwijs en onderzoek wordt aan de rijksbijdrage van een universiteit waaraan een academisch ziekenhuis is verbonden een bedrag toegevoegd voor rente en afschrijving ten behoeve van investeringen in de begrotingsjaren vanaf 2008. Dit bedrag is de som van de vergoedingen die op grond van het tweede lid zijn berekend over het in de besluiten inzake bouwvolume vermelde OCW-deel van de investeringsbedragen voor het desbetreffende academisch ziekenhuis.
De vergoeding, bedoeld in het eerste lid, is samengesteld uit:
- a. het jaarlijkse afschrijvingsbedrag ter hoogte van 3,36 procent van het investeringsbedrag, totdat het investeringsbedrag volledig is vergoed, en
- b. de jaarlijks te berekenen rentevergoeding over het verschil tussen het investeringsbedrag en de gecumuleerde afschrijvingen.
Vergoeding van het bedrag onder a vindt plaats met ingang van het begrotingsjaar na het jaar waarvoor het investeringsbedrag in het besluit inzake bouwvolume is opgenomen.
In afwijking van het tweede lid, onderdeel b, wordt de rentevergoeding voor het begrotingsjaar waarvoor het investeringsbedrag in het besluit inzake bouwvolume is opgenomen, berekend over 50 procent van het OCW-deel van het investeringsbedrag.
Onder gecumuleerde afschrijvingen, bedoeld in het tweede lid, met betrekking tot enig begrotingsjaar wordt verstaan de som van de totaal vergoede afschrijvingsbedragen met betrekking tot het OCW-deel van een investeringsbedrag sedert de vaststelling van het besluit inzake bouwvolume waarin dat investeringsbedrag is opgenomen, met inbegrip van het afschrijvingsbedrag voor het begrotingsjaar waarvoor de rijksbijdrage wordt vastgesteld.
Artikel 4.25, vierde lid, is van toepassing.
Jaarlijks voor 1 november nemen Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Onze minister een besluit waarin het voor het daaropvolgende begrotingsjaar toegestane bouwvolume wordt vastgesteld. In dat besluit worden in elk geval opgenomen het investeringsbedrag per academisch ziekenhuis en het OCW-deel daarvan. Onze minister besluit daarbij tevens welk rentepercentage, bedoeld in artikel 4,25, vierde lid, voorlopig voor de investering in dat begrotingsjaar wordt gehanteerd.
Indien het rentepercentage, bedoeld in artikel 4,25, vierde lid, wordt vastgesteld na afloop van het begrotingsjaar, bedoeld in het zesde lid, wordt de te veel of te weinig toegekende rentevergoeding, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, over een of meer begrotingsjaren verrekend met het bedrag voor rente en afschrijving van het deel ondersteuning geneeskundig onderwijs en onderzoek van de desbetreffende universiteit.
Artikel 4.27. Onderwijs en onderzoek
Van het deel ondersteuning geneeskundig onderwijs en onderzoek dat na toepassing van de artikelen 4.25 en 4.26 resteert wordt:
- a. 7,5 procent gelijkelijk verdeeld over de universiteiten waaraan een academisch ziekenhuis is verbonden,
- b. 3,5 procent verdeeld naar rato van het aantal eerstejaars, bedoeld in artikel 4.8, tweede lid, aan de opleidingen geneeskunde en geneeskunde, klinisch onderzoeker van de universiteit,
- c. 14 procent verdeeld naar rato van het aantal door de universiteit in de peilperiode wo verleende graden Master voor de opleidingen geneeskunde en geneeskunde, klinisch onderzoeker,
- d. een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag toegevoegd aan de rijksbijdrage van de desbetreffende universiteit.
Het deel van het deel ondersteuning geneeskundig onderwijs en onderzoek dat na toepassing van de artikelen 4.25 en 4.26 en het eerste lid resteert, wordt verdeeld volgens de percentages, genoemd in bijlage 13 bij dit besluit.
Hoofdstuk 5. Overgangsbepalingen
Artikel 5.1. Afwijkende gegevenslevering door universiteiten
Tot een bij koninklijk besluit te bepalen datum doet, in afwijking van artikel 4.4, eerste en tweede lid, het instellingsbestuur van de Open universiteit uiterlijk 15 april voorafgaand aan het begrotingsjaar Onze minister een opgave van de aantallen graden, bedoeld in de artikelen 4.9 en 4.20. Deze gegevens gaan vergezeld van een verklaring van een accountant.
Tot een bij koninklijk besluit te bepalen datum doet, in afwijking van artikel 4.4, eerste en tweede lid, het instellingsbestuur van een universiteit, bedoeld in artikel 1.1, onderdeel d, ten 3°, uiterlijk 15 april voorafgaand aan het begrotingsjaar Onze minister een opgave van de aantallen eerstejaars, bedoeld in artikel 4.8, en de aantallen graden, bedoeld in de artikelen 4.9 en 4.20. Deze gegevens gaan vergezeld van een verklaring van een accountant.
Artikel 5.2. Bekostiging leraartrajecten in 2008
Vervallen
Artikel 5.3. Tijdelijke voortzetting gebruik uitgereikte getuigschriften in 2008 en 2009
In het begrotingsjaar 2008 wordt in hoofdstuk 4 onder «verleende graad» verstaan: een uitgereikt getuigschrift voor het met goed gevolg afleggen van het afsluitend examen van een opleiding.
In het begrotingsjaar 2009 wordt in de artikelen 4.9, 4.20 en 4.27 onder «verleende graden» mede verstaan: de graden die zijn verleend vóór 1 september 2006, waarvoor op 1 september 2006 het getuigschrift nog niet was uitgereikt.
In het begrotingsjaar 2009 wordt in de artikelen 4.14 en 4.17 onder «personen aan wie een graad is verleend» mede verstaan: de personen aan wie vóór 1 oktober 2006 een graad is verleend, waarvoor op 1 oktober 2006 het getuigschrift nog niet was uitgereikt.
Artikel 5.4. Afwijkende onderwijsvraag gezondheidszorgopleidingen in 2008
Vervallen
Artikel 5.5. Tijdelijke voortzetting promoties en compensatie afschaffing gemiddelden deel ondersteuning geneeskundig onderwijs en onderzoek in 2008 en 2009
In afwijking van artikel 4.27, eerste lid, onderdeel b, wordt in dat artikel in het begrotingsjaar 2008 verstaan onder aantal eerstejaars: het gemiddelde van de aantallen eerstejaars in 2005 en 2006.
In afwijking van artikel 4.27, eerste lid, onderdeel c, wordt in het begrotingsjaar 2008 5,25 procent van het deel ondersteuning geneeskundig onderwijs en onderzoek dat na toepassing van de artikelen 4.25 en 4.26 resteert verdeeld over de universiteiten naar rato van het gemiddelde aantal door de universiteit in de studiejaren 2003–2004, 2004–2005 en 2005–2006 verleende graden Master voor de opleiding geneeskunde.
In afwijking van artikel 4.27, eerste lid, onderdeel c, wordt in het begrotingsjaar 2008 8,75 procent van het deel ondersteuning geneeskundig onderwijs en onderzoek dat na toepassing van de artikelen 4.25 en 4.26 resteert verdeeld over de universiteiten naar rato van het gemiddelde aantal promoties in de jaren 2004, 2005 en 2006 in het wetenschapsgebied geneeskunde.
In afwijking van artikel 5.25, eerste lid, wordt in dat artikel in het begrotingsjaar 2009 verstaan onder
- a. aantal eerstejaars: de som van de helft van het aantal eerstejaars in 2006 en het aantal eerstejaars in 2007,
- b. aantal verleende graden Master: de som van 1/3 van het aantal in het studiejaar 2004–2005 verleende graden Master, 2/3 van het aantal in het studiejaar 2005–2006 verleende graden Master en het aantal in de peilperiode wo verleende graden Master.
Artikel 5.6. Tijdelijke aanpassing definitie uitvallers vanwege de maatregel niet-EER-studenten in 2009
Onverminderd artikel 4.15, tweede lid, worden in dat artikel in het begrotingsjaar 2009 niet tot de uitvallers gerekend, de personen die op de eerste dag van de peilperiode als student waren ingeschreven en:
- a. niet de Nederlandse nationaliteit, de Surinaamse nationaliteit of de nationaliteit van een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte bezitten, en
- b. geen studiefinanciering genieten krachtens de Wet studiefinanciering 2000.
Hoofdstuk 6. Slotbepalingen
Artikel 6.1. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt voor wat betreft de artikelen 3.1 en 3.2 terug tot en met 1 mei 1993.
Artikel 6.2. Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit WHW 2008.
Bijlage 1. Masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs met een studielast van 120 studiepunten
1. Openbare universiteit te Leiden
2. Openbare universiteit te Groningen
3. Openbare universiteit te Amsterdam
4. Openbare universiteit te Utrecht
5. Openbare universiteit te Delft
6. Openbare universiteit te Wageningen
8. Openbare universiteit te Enschede
10. Openbare universiteit te Maastricht
11. Bijzondere universiteit te Amsterdam
Mathematics
13. Bijzondere universiteit te Tilburg
Medische Psychologie.
14. transnationale Universiteit Limburg
Bijlage 2. Masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs met een studielast van ten minste 120 en ten hoogste 180 studiepunten
1. Openbare universiteit te Eindhoven
2. Bijzondere universiteit te Nijmegen
Bijlage 3. , behorend bij artikel 1.1, onderdeel v, juncto artikel 4.8, derde lid
| CROHO-onderdeel | standaard | uitzonderingen | uitzonderingen |
|---|---|---|---|
| niveau | opleiding | niveau | |
| Onderwijs | hoog | – lerarenopleidingen speciaal onderwijs – opleiding tot leraar basisonderwijs – opleidingskunde – opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede dan wel eerste graad in: – aardrijkskunde – algemene economie – Arabisch – bedrijfseconomie – Duits – Engels – Frans – Fries – geschiedenis – gezondheidszorg en welzijn – godsdienst – islamgodsdienst – lichamelijke oefening – maatschappijleer – mens en maatschappij – Nederlands – omgangskunde – pedagogiek – Spaans – Turks – verpleegkunde – verzorging/gezondheidskunde | laag |
| Landbouw en natuurlijke omgeving | hoog | – accountancy en agribusiness – agrarische accountancy – international business and management studies | laag |
| Natuur | hoog | – wetenschapsdynamica | laag |
| – farmacie | top | ||
| Techniek | hoog | ||
| Gezondheidszorg | hoog | – bewegingstherapie/psychomotorische therapie – ergotherapie – kader in de gezondheidszorg – kunstzinnige therapie – management in de zorg – logopedie – oefentherapie Cesar – oefentherapie Mensendieck – opleiding tot fysiotherapeut – opleiding tot verpleegkundige – opleiding tot verpleegkundige in de maatschappelijke gezondheidszorg – sport, gezondheid en management – voedsel en diëtiek | laag |
| – bachelor klinische technologie – diergeneeskunde – geneeskunde – master geneeskunde, klinisch onderzoeker – master technical medicine – tandheelkunde – advanced nursing practice – physician assistent – verloskunde – mondzorgkunde | top | ||
| Economie | laag | – communicatiesystemen – facility management – food & business – business administration in hotel management – hoger hotelonderwijs – hogere Europese beroepenopleiding – informatiedienstverlening en -management – journalistiek – journalistiek en voorlichting – media, informatie en communicatie – oriëntaalse talen en communicatie – vertaalacademie | hoog |
| Recht | laag | ||
| Gedrag en maatschappij | laag | – beleidsgerichte milieukunde – master environment and resource management – milieu–maatschappijwetenschappen – sociaal wetenschappelijke informatica – technische cognitiewetenschap – creatieve therapie | hoog |
| Taal en cultuur | laag | – bachelor liberal arts – opleidingen op het gebied van de kunst – masteropleidingen op het gebied van de bouwkunst. – museologie | hoog |
Indien bij de opleidingen niet expliciet is aangegeven dat het bachelor- of masteropleidingen betreft, worden, voor zover van toepassing, zowel de bachelor-, de master-, de voortgezette, als de ongedeelde opleiding bedoeld.
Bijlage 4. , behorend bij artikel 4.9, vijfde lid
| Universiteit Leiden | 7,436 |
|---|---|
| Rijksuniversiteit Groningen | 10,897 |
| Universiteit van Amsterdam | 11,523 |
| Universiteit Utrecht | 15,350 |
| Technische Universiteit Delft | 10,584 |
| Technische Universiteit Eindhoven | 4,705 |
| Universiteit Twente (Enschede) | 4,833 |
| Erasmus Universiteit Rotterdam | 6,884 |
| Universiteit Maastricht | 6,961 |
| Vrije Universiteit Amsterdam | 8,899 |
| Radboud Universiteit Nijmegen | 8,867 |
| Universiteit van Tilburg | 3,062 |
Bijlage 3. , behorend bij artikel 1.1, onderdeel v, juncto artikel 4.8, derde lid
| CROHO-onderdeel | standaard | uitzonderingen | uitzonderingen |
|---|---|---|---|
| niveau | opleiding | niveau | |
| Onderwijs | hoog | – lerarenopleidingen speciaal onderwijs – opleiding tot leraar basisonderwijs – opleidingskunde – opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede dan wel eerste graad in: – aardrijkskunde – algemene economie – Arabisch – bedrijfseconomie – Duits – Engels – Frans – Fries – geschiedenis – gezondheidszorg en welzijn – godsdienst – islamgodsdienst – lichamelijke oefening – maatschappijleer – mens en maatschappij – Nederlands – omgangskunde – pedagogiek – Spaans – Turks – verpleegkunde – verzorging/gezondheidskunde | laag |
| Landbouw en natuurlijke omgeving | hoog | – accountancy en agribusiness – agrarische accountancy – international business and management studies | laag |
| Natuur | hoog | – wetenschapsdynamica | laag |
| – farmacie | top | ||
| Techniek | hoog | ||
| Gezondheidszorg | hoog | – bewegingstherapie/psychomotorische therapie – ergotherapie – kader in de gezondheidszorg – kunstzinnige therapie – management in de zorg – logopedie – oefentherapie Cesar – oefentherapie Mensendieck – opleiding tot fysiotherapeut – opleiding tot verpleegkundige – opleiding tot verpleegkundige in de maatschappelijke gezondheidszorg – sport, gezondheid en management – voedsel en diëtiek | laag |
| – bachelor klinische technologie – diergeneeskunde – geneeskunde – master geneeskunde, klinisch onderzoeker – master technical medicine – tandheelkunde – advanced nursing practice – physician assistent – verloskunde – mondzorgkunde | top | ||
| Economie | laag | – communicatiesystemen – facility management – food & business – business administration in hotel management – hoger hotelonderwijs – hogere Europese beroepenopleiding – informatiedienstverlening en -management – journalistiek – journalistiek en voorlichting – media, informatie en communicatie – oriëntaalse talen en communicatie – vertaalacademie | hoog |
| Recht | laag | ||
| Gedrag en maatschappij | laag | – beleidsgerichte milieukunde – master environment and resource management – milieu–maatschappijwetenschappen – sociaal wetenschappelijke informatica – technische cognitiewetenschap – creatieve therapie | hoog |
| Taal en cultuur | laag | – bachelor liberal arts – opleidingen op het gebied van de kunst – masteropleidingen op het gebied van de bouwkunst. – museologie | hoog |
Indien bij de opleidingen niet expliciet is aangegeven dat het bachelor- of masteropleidingen betreft, worden, voor zover van toepassing, zowel de bachelor-, de master-, de voortgezette, als de ongedeelde opleiding bedoeld.
Bijlage 4. , behorend bij artikel 4.9, vijfde lid
| Universiteit Leiden | 7,436 |
|---|---|
| Rijksuniversiteit Groningen | 10,897 |
| Universiteit van Amsterdam | 11,523 |
| Universiteit Utrecht | 15,350 |
| Technische Universiteit Delft | 10,584 |
| Technische Universiteit Eindhoven | 4,705 |
| Universiteit Twente (Enschede) | 4,833 |
| Erasmus Universiteit Rotterdam | 6,884 |
| Universiteit Maastricht | 6,961 |
| Vrije Universiteit Amsterdam | 8,899 |
| Radboud Universiteit Nijmegen | 8,867 |
| Universiteit van Tilburg | 3,062 |
Bijlage 5. , behorend bij artikel 4.14, tweede lid
| groep | opleidingen |
|---|---|
| leraar bo | de opleiding tot leraar basisonderwijs |
| onderwijs-laag | de opleidingen op het gebied van onderwijs met een laag bekostigingsniveau, uitgezonderd de opleiding tot leraar basisonderwijs |
| landbouw-laag | de opleidingen op het gebied van de landbouw en natuurlijke omgeving met een laag bekostigingsniveau |
| economie-laag | de opleidingen op het gebied van de economie met een laag bekostigingsniveau |
| overig-laag | de opleidingen op de gebieden gezondheidszorg en gedrag en maatschappij met een laag bekostigingsniveau |
| onderwijs-hoog | de opleidingen op het gebied van onderwijs met een hoog bekostigingsniveau |
| landbouw-hoog | de opleidingen op het gebied van de landbouw en natuurlijke omgeving met een hoog bekostigingsniveau |
| laboratorium | de opleidingen: – biologie en medisch laboratoriumonderzoek, en – chemie. |
| overig–hoog | – de opleidingen op het gebied van de techniek met uitzondering van de opleidingen die tot de groep laboratorium behoren, en – de opleidingen op de gebieden gezondheidszorg, economie en gedrag en maatschappij met een hoog bekostigingsniveau |
| top | de opleidingen met een topbekostigingsniveau |
De door een hogeschool aangeboden opleidingen die behoren tot dezelfde hoofdgroep, die een gelijke studielast hebben, en die de deeltijdse dan wel een niet-deeltijdse vorm hebben, vormen een groep.
Bijlage 6. , behorend bij artikel 4.20, vijfde lid
| Universiteit Leiden | 7,424 |
|---|---|
| Rijksuniversiteit Groningen | 11,604 |
| Universiteit van Amsterdam | 11,692 |
| Universiteit Utrecht | 16,558 |
| Technische Universiteit Delft | 8,903 |
| Technische Universiteit Eindhoven | 3,958 |
| Universiteit Twente (Enschede) | 4,065 |
| Erasmus Universiteit Rotterdam | 7,395 |
| Universiteit Maastricht | 7,178 |
| Vrije Universiteit Amsterdam | 9,414 |
| Radboud Universiteit Nijmegen | 9,235 |
| Universiteit van Tilburg | 2,575 |
Bijlage 7. , behorend bij artikel 4.21, derde lid
Onderwijs verbonden aan de Universiteit van Amsterdam
- –. Restaurator-in-opleiding
Onderwijs verbonden aan de Technische Universiteit Delft
- –. Proces- en Apparaatontwerpen (voor de chemische, biotechnologische en milieutechnologische industrie)
- –. Bioprocestechnologie
Onderwijs verbonden aan de Technische Universiteit Eindhoven
- –. Architechtural Design Management Systems
- –. Informatie en Communicatie Technologie
- –. Logistics Management Systems
- –. Wiskunde voor de Industrie
- –. Fysische Instrumentatie
- –. Proces- en Produktontwerp
- –. Software Technology
- –. User-System Interaction
Onderwijs verbonden aan de Universiteit Twente (Enschede)
- –. Computational Mechanics
- –. Procestechnologie
Bijlage 8. , behorend bij artikel 4.22, eerste lid
| Universiteit Leiden | 9,153 |
|---|---|
| Rijksuniversiteit Groningen | 9,662 |
| Universiteit van Amsterdam | 11,851 |
| Universiteit Utrecht | 12,809 |
| Technische Universiteit Delft | 14,802 |
| Technische Universiteit Eindhoven | 8,000 |
| Universiteit Twente (Enschede) | 6,228 |
| Erasmus Universiteit Rotterdam | 5,279 |
| Universiteit Maastricht | 3,814 |
| Vrije Universiteit Amsterdam | 8,036 |
| Radboud Universiteit Nijmegen | 8,075 |
| Universiteit van Tilburg | 2,291 |
Bijlage 9. , behorend bij artikel 4.22, tweede lid
| Universiteit Leiden | 7,492 |
|---|---|
| Rijksuniversiteit Groningen | 22,104 |
| Universiteit van Amsterdam | 12,397 |
| Universiteit Utrecht | 19,408 |
| Technische Universiteit Delft | 5,078 |
| Technische Universiteit Eindhoven | 22,780 |
| Erasmus Universiteit Rotterdam | 2,908 |
| Vrije Universiteit Amsterdam | 6,066 |
| Radboud Universiteit Nijmegen | 1,767 |
Bijlage 10. , behorend bij artikel 4.25, eerste lid
| t/m 1992 | 1993 | 1994 | 1995 | 1996 | 1997 | 1998 | 1999 | 2000 | 2001 | 2002 | 2003 | 2004 | 2005 | 2006 | 2007 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Universiteit Leiden | 1 | 28.045 | 6.614 | 6.115 | 5.672 | 1.826 | 5.571 | 5.738 | 5.911 | 6.088 | |||||||
| 2 | 987 | 1.157 | 1.191 | 1.225 | 1.123 | ||||||||||||
| 3 | 5.235 | ||||||||||||||||
| 4 | 737 | 397 | 397 | 567 | 567 | 567 | 567 | 567 | 567 | 567 | 567 | 567 | |||||
| Universiteit Utrecht | 1 | 10.743 | 21.702 | 1.815 | 935 | 1.591 | 8.019 | 8.260 | 8.508 | 8.763 | |||||||
| 2 | 4.821 | 159 | |||||||||||||||
| 3 | 2.661 | 3.267 | |||||||||||||||
| 4 | 737 | 397 | 397 | 567 | 567 | 567 | 567 | 567 | 1.860 | 567 | 567 | 567 | |||||
| Rijksuniversiteit Groningen | 1 | 35.003 | 8.429 | 8.293 | 7.079 | 5.979 | 3.018 | 1.895 | 2.462 | 2.587 | 885 | 1.040 | 2.294 | 5.656 | 5.825 | 6.000 | 6.180 |
| 2 | 749 | 1.271 | 1.305 | 238 | 68 | 68 | 91 | ||||||||||
| 3 | |||||||||||||||||
| 4 | 737 | 567 | 567 | 567 | 567 | 567 | 567 | 567 | 567 | 567 | 567 | 567 | |||||
| Erasmus Universiteit Rotterdam | 1 | 23.370 | 1.089 | 896 | 590 | 760 | 2.099 | 3.823 | 5.774 | 4.787 | 4.436 | 5.772 | 6.372 | 12.212 | 12.578 | 12.955 | 13.334 |
| 2 | 113 | 147 | 159 | 170 | 171 | 176 | |||||||||||
| 3 | 4.606 | ||||||||||||||||
| 4 | 737 | 567 | 567 | 567 | 567 | 567 | 567 | 567 | 567 | 567 | 567 | 567 | |||||
| Universiteit Maastricht | 1 | 55.361 | 68 | 602 | 1.294 | 1.333 | 1.373 | 1.414 | |||||||||
| 2 | 4.774 | ||||||||||||||||
| 3 | 6.371 | ||||||||||||||||
| 4 | 737 | 397 | 397 | 567 | 567 | 567 | 567 | 567 | 567 | 567 | 567 | 567 | |||||
| Universiteit van Amsterdam | 1 | 408 | 658 | 352 | 79 | 1.168 | 4.515 | 5.173 | 3.267 | 2.303 | 2.450 | 2.754 | 3.429 | 8.019 | 8.260 | 8.508 | 8.763 |
| 2 | 11 | 136 | 102 | 113 | 34 | 34 | |||||||||||
| 3 | 19,9 | ||||||||||||||||
| 4 | 737 | 567 | 567 | 567 | 567 | 567 | 567 | 567 | 567 | 567 | 567 | 567 | |||||
| Vrije Universiteit | 1 | 4.969 | 1.203 | 2.847 | 2.655 | 1.849 | 4.674 | 2.099 | 1.804 | 2.745 | 2.689 | 2.679 | 2.303 | 5.121 | 5.275 | 5.433 | 5.596 |
| 2 | 318 | 23 | 79 | 136 | 147 | 159 | 198 | ||||||||||
| 3 | 916 | ||||||||||||||||
| 4 | 737 | 567 | 567 | 567 | 567 | 567 | 567 | 567 | 567 | 567 | 567 | 567 | |||||
| Radboud Universiteit Nijmegen | 1 | 11.106 | 1.860 | 1.770 | 2.360 | 4.753 | 8.656 | 7.215 | 8.384 | 10.199 | 11.492 | 11.426 | 9.049 | 10.383 | 10.694 | 11.015 | 11.364 |
| 2 | 1.021 | 227 | 227 | 250 | 250 | 771 | 590 | 727 | 795 | ||||||||
| 3 | 2.540 | ||||||||||||||||
| 4 | 737 | 567 | 567 | 567 | 567 | 567 | 567 | 567 | 567 | 567 | 567 | 567 |
Bijlage 11. , behorend bij artikel 4.25, tweede lid, onderdeel a
| t/m 1992 | 1993 | 1994 | 1995 | 1996 | 1997 | 1998 | 1999 | 2000 | 2001 | 2002 | 2003 | 2004 | 2005 | 2006 | 2007 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Universiteit Leiden | 1 | 899,3 | 211,6 | 195,7 | 181,5 | 58,4 | 187,2 | 192,8 | 198,6 | 204,6 | |||||||
| 2 | 24,7 | 28,9 | 29,8 | 30,6 | 28,1 | ||||||||||||
| 3 | 130,9 | ||||||||||||||||
| 4 | 36,9 | 19,9 | 19,9 | 28,4 | 28,4 | 28,4 | 28,4 | 28,4 | 28,4 | 28,4 | 28,4 | 28,4 | |||||
| Universiteit Utrecht | 1 | 344,0 | 694,5 | 58,1 | 29,9 | 50,9 | 269,4 | 277,5 | 285,9 | 294,4 | |||||||
| 2 | 120,7 | 4,0 | |||||||||||||||
| 3 | 66,7 | 81,7 | |||||||||||||||
| 4 | 36,9 | 19,9 | 19,9 | 28,4 | 28,4 | 28,4 | 28,4 | 28,4 | 93,0 | 28,4 | 28,4 | 28,4 | |||||
| Rijksuniversiteit Groningen | 1 | 1.072,3 | 269,7 | 265,4 | 226,5 | 191,3 | 96,6 | 60,6 | 78,8 | 82,8 | 28,3 | 33,3 | 73,4 | 190,0 | 195,7 | 201,6 | 207,7 |
| 2 | 18,7 | 31,8 | 32,6 | 6,0 | 1,7 | 1,7 | 2,3 | ||||||||||
| 3 | |||||||||||||||||
| 4 | 36,9 | 28,4 | 28,4 | 28,4 | 28,4 | 28,4 | 28,4 | 28,4 | 28,4 | 28,4 | 28,4 | 28,4 | |||||
| Erasmus Universiteit Rotterdam | 1 | 747,8 | 34,9 | 28,7 | 18,9 | 24,3 | 67,2 | 122,3 | 184,8 | 153,2 | 141,9 | 184,7 | 203,9 | 410,3 | 422,6 | 435,3 | 448,4 |
| 2 | 2,8 | 3,7 | 4,0 | 4,3 | 4,3 | 4,4 | |||||||||||
| 3 | 115,2 | ||||||||||||||||
| 4 | 36,9 | 28,4 | 28,4 | 28,4 | 28,4 | 28,4 | 28,4 | 28,4 | 28,4 | 28,4 | 28,4 | 28,4 | |||||
| Universiteit Maastricht | 1 | 1.439,4 | 2,2 | 19,3 | 43,5 | 44,8 | 46,1 | 47,5 | |||||||||
| 2 | 119,3 | ||||||||||||||||
| 3 | 159,3 | ||||||||||||||||
| 4 | 36,9 | 19,9 | 19,9 | 28,4 | 28,4 | 28,4 | 28,4 | 28,4 | 28,4 | 28,4 | 28,4 | 28,4 | |||||
| Universiteit van Amsterdam | 1 | 13,1 | 21,1 | 11,3 | 2,5 | 37,4 | 144,5 | 165,5 | 104,6 | 73,7 | 78,4 | 88,1 | 109,7 | 269,4 | 277,5 | 285,9 | 294,4 |
| 2 | 0,3 | 3,4 | 2,6 | 2,8 | 0,9 | 0,9 | |||||||||||
| 3 | 0,5 | ||||||||||||||||
| 4 | 36,9 | 28,4 | 28,4 | 28,4 | 28,4 | 28,4 | 28,4 | 28,4 | 28,4 | 28,4 | 28,4 | 28,4 | |||||
| Vrije Universiteit | 1 | 159,0 | 38,5 | 91,1 | 84,9 | 59,2 | 149,6 | 67,2 | 57,7 | 87,9 | 86,0 | 85,7 | 73,7 | 172,1 | 177,2 | 182,5 | 188,0 |
| 2 | 7,9 | 0,6 | 2,0 | 3,4 | 3,7 | 4,0 | 5,0 | ||||||||||
| 3 | 22,9 | ||||||||||||||||
| 4 | 36,9 | 28,4 | 28,4 | 28,4 | 28,4 | 28,4 | 28,4 | 28,4 | 28,4 | 28,4 | 28,4 | 28,4 | |||||
| Radboud Universiteit Nijmegen | 1 | 355,4 | 59,5 | 56,6 | 75,5 | 152,1 | 277,0 | 230,9 | 268,3 | 326,4 | 367,7 | 365,6 | 289,6 | 348,9 | 359,3 | 370,1 | 381,2 |
| 2 | 25,5 | 5,7 | 5,7 | 6,2 | 6,2 | 19,3 | 14,7 | 18,2 | 19,9 | ||||||||
| 3 | 63,5 | ||||||||||||||||
| 4 | 36,9 | 28,4 | 28,4 | 28,4 | 28,4 | 28,4 | 28,4 | 28,4 | 28,4 | 28,4 | 28,4 | 28,4 |
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Afdeling 1. Algemene bepalingen over de berekening van de rijksbijdrage
Afdeling 2. Bepalingen over de rijksbijdrage vanwege het verzorgen van onderwijs
§ 1. Onderwijsdeel wo
§ 2. Onderwijsdeel hbo
Afdeling 3. Bepalingen over de rijksbijdrage vanwege het verrichten van onderzoek
§ 1. Onderzoekdeel wo
§ 2. Deel ontwerp en ontwikkeling hbo
Afdeling 4. Bepalingen betreffende de rijksbijdrage vanwege werkzaamheden ten dienste van wetenschappelijk geneeskundig onderwijs en onderzoek
Hoofdstuk 5. Overgangsbepalingen
Hoofdstuk 6. Slotbepalingen
Bijlage 1. , behorend bij artikel 3.7, eerste lid
1. Openbare universiteit te Leiden
2. Openbare universiteit te Groningen
3. Openbare universiteit te Amsterdam
5. Openbare universiteit te Delft
7. Openbare universiteit te Eindhoven
9. Openbare universiteit te Rotterdam
11. Bijzondere universiteit te Amsterdam
12. Bijzondere universiteit te Nijmegen
13. Bijzondere universiteit te Tilburg
14. transnationale Universiteit Limburg
Bijlage 2. , behorend bij artikel 3.7, tweede lid
1. Openbare universiteit te Eindhoven
2. Bijzondere universiteit te Nijmegen
Bijlage 12. , behorend bij artikel 4.25, derde lid
| t/m 1992 | 1993 | 1994 | 1995 | 1996 | 1997 | 1998 | 1999 | 2000 | 2001 | 2002 | 2003 | 2004 | 2005 | 2006 | 2007 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Universiteit Leiden | 1 | 13.552 | 2.963 | 2.544 | 2.178 | 643 | 562 | 386 | 199 | ||||||||
| 2 | 370 | 405 | 387 | 368 | 309 | ||||||||||||
| 3 | 1.968 | ||||||||||||||||
| 4 | 607 | 298 | 278 | 369 | 340 | 284 | 255 | 227 | 199 | 170 | 142 | 113 | |||||
| Universiteit Utrecht | 1 | 6.535 | 4.861 | 349 | 150 | 204 | 808 | 555 | 286 | ||||||||
| 2 | 2.293 | 28 | |||||||||||||||
| 3 | 1.267 | 572 | |||||||||||||||
| 4 | 607 | 298 | 278 | 369 | 340 | 284 | 255 | 227 | 651 | 170 | 142 | 113 | |||||
| Rijks-universiteit Groningen | 1 | 16.849 | 3.776 | 3.450 | 2.718 | 2.104 | 966 | 546 | 630 | 579 | 170 | 166 | 294 | 570 | 391 | 202 | |
| 2 | 243 | 381 | 359 | 60 | 14 | 12 | 14 | ||||||||||
| 3 | |||||||||||||||||
| 4 | 607 | 425 | 397 | 369 | 340 | 284 | 255 | 227 | 199 | 170 | 142 | 113 | |||||
| Erasmus Universiteit Rotterdam | 1 | 11.217 | 488 | 373 | 227 | 268 | 672 | 1.101 | 1.478 | 1.072 | 852 | 923 | 816 | 1.231 | 845 | 435 | |
| 2 | 26 | 29 | 28 | 26 | 21 | 18 | |||||||||||
| 3 | 1.727 | ||||||||||||||||
| 4 | 607 | 425 | 397 | 369 | 340 | 284 | 255 | 227 | 199 | 170 | 142 | 113 | |||||
| Universiteit Maastricht | 1 | 27.999 | 22 | 77 | 130 | 90 | 46 | ||||||||||
| 2 | 2.321 | ||||||||||||||||
| 3 | 3.098 | ||||||||||||||||
| 4 | 607 | 298 | 278 | 369 | 340 | 284 | 255 | 227 | 199 | 170 | 142 | 113 | |||||
| Universiteit van Amsterdam | 1 | 196 | 295 | 146 | 30 | 411 | 1.445 | 1.490 | 836 | 516 | 470 | 441 | 439 | 808 | 555 | 286 | |
| 2 | 3 | 34 | 23 | 23 | 6 | 5 | |||||||||||
| 3 | 7 | ||||||||||||||||
| 4 | 607 | 425 | 397 | 369 | 340 | 284 | 255 | 227 | 199 | 170 | 142 | 113 | |||||
| Vrije Universiteit | 1 | 2.871 | 539 | 1.185 | 1.019 | 651 | 1.496 | 604 | 462 | 615 | 516 | 429 | 295 | 516 | 354 | 183 | |
| 2 | 87 | 6 | 18 | 27 | 26 | 24 | 25 | ||||||||||
| 3 | 344 | ||||||||||||||||
| 4 | 607 | 425 | 397 | 369 | 340 | 284 | 255 | 227 | 199 | 170 | 142 | 113 | |||||
| Radboud Universiteit Nijmegen | 1 | 5.331 | 834 | 736 | 906 | 1.673 | 2.770 | 2.078 | 2.146 | 2.285 | 2.206 | 1.828 | 1.158 | 1.047 | 719 | 370 | |
| 2 | 383 | 62 | 57 | 56 | 50 | 135 | 88 | 91 | 79 | ||||||||
| 3 | 953 | ||||||||||||||||
| 4 | 607 | 425 | 397 | 369 | 340 | 284 | 255 | 227 | 199 | 170 | 142 | 113 |
Bijlage 13. , behorend bij artikel 4.27, tweede lid
| universiteit | percentage |
|---|---|
| Universiteit Leiden | 11,5705 |
| Universiteit Utrecht | 13,6945 |
| Rijksuniversiteit Groningen | 13,6258 |
| Erasmus Universiteit Rotterdam | 13,7120 |
| Universiteit Maastricht | 8,2165 |
| Universiteit van Amsterdam | 17,5199 |
| Vrije Universiteit | 10,3749 |
| Radboud Universiteit Nijmegen | 11,2859 |
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.