← Geldende tekst · Geschiedenis

Besluit van 22 september 1993, houdende uitvoeringsbepalingen van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek

Geldende tekst a fecha 2023-01-01

Op de voordracht van Onze Minister van Onderwijs en Wetenschappen, van 28 mei 1993, nr. 92077964/4685, directie Wetgeving en Juridische Zaken, gedaan mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

Gelet op artikel 6.13, derde lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

Gezien het advies van de Onderwijsraad (advies van 21 december 1992, nr. OR 92000271/3 T);

De Raad van State gehoord (advies van 2 augustus 1993, No. W05.93.0338);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Onderwijs en Wetenschappen, van 21 september 1993, nr. 93064058/4685, directie Wetgeving en Juridische Zaken, uitgebracht mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk 1. Algemene Bepalingen

Artikel 1.1. Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 2. Bepalingen betreffende studenten

Afdeling 1. Persoonlijke en bijzondere omstandigheden

Artikel 2.1. Persoonlijke omstandigheden bij bindend studieadvies en verwijzing naar afstudeerrichting
1.

De persoonlijke omstandigheden bedoeld in de artikelen 7.8b, derde lid, en 7.9, derde lid, van de wet, zijn:

2.

Het instellingsbestuur kan voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel g, nadere regels vaststellen omtrent het aantal bestuursleden dat ten hoogste per organisatie per studiejaar in aanmerking komt, zomede omtrent welke bestuursfuncties in aanmerking komen.

Artikel 2.2. Omvang volledig wettelijk collegegeld
1.

Het volledig wettelijk collegegeld, bedoeld in artikel 7.45, eerste lid, van de wet, bedraagt voor het studiejaar 2018–2019 € 2.060Voor het studiejaar 2021-2022: € 2.168.

2.

Het bedrag, genoemd in het eerste lid, wordt jaarlijks bij ministeriële regeling aangepast aan de hand van de consumentenprijsindex. De ministeriële regeling wordt vastgesteld voor 1 november voorafgaand aan het studiejaar waarvoor het aangepaste collegegeld zal gelden. De aanpassing wordt bepaald door de gemiddelde procentuele wijziging die de consumentenprijsindex over de periode mei tot en met april, voorafgaand aan de vaststelling van de ministeriële regeling, heeft ondergaan ten opzichte van dezelfde periode in het daaraan voorafgaande jaar. De aldus verkregen wijziging van het collegegeldbedrag wordt afgerond op het naastbij gelegen gehele getal. Het overeenkomstig dit lid gewijzigde bedrag treedt in de plaats van het in het eerste lid genoemde bedrag.

3.

Onder de consumentenprijsindex, bedoeld in het tweede lid, wordt verstaan: de consumentenprijsindex «reeks alle huishoudens» zoals vastgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Afdeling 2. Voorwaarden voor ondersteuning door het Rijk

Artikel 2.3. Uitbreiding categorie studenten met aanspraak op wettelijk collegegeld in verband met een opleiding op het gebied van onderwijs of gezondheidszorg
1.

In dit artikel wordt verstaan onder een opleiding op het gebied van onderwijs:

2.

In dit artikel wordt verstaan onder een opleiding op het gebied van gezondheidszorg: een opleiding die is opgenomen in het onderdeel «gezondheidszorg» van de Registratie instellingen en opleidingen, bedoeld in artikel 3.1, aanhef en onder e.

3.

Een persoon die zich volgens het register onderwijsdeelnemers voor de eerste keer inschrijft voor een associate degree-opleiding op het gebied van onderwijs of gezondheidszorg, nadat hij eerder een graad Associate degree, graad Bachelor of graad Master heeft behaald in verband met een opleiding op een ander gebied dan onderwijs of gezondheidszorg, is voor die opleiding op het gebied van onderwijs of gezondheidszorg niet meer dan het wettelijk collegegeld verschuldigd, mits hij behoort tot één van de groepen van personen, bedoeld in artikel 2.2 van de Wet studiefinanciering 2000, of de Surinaamse nationaliteit bezit.

4.

Een persoon die zich, gerekend vanaf 1 september 1991, volgens het register onderwijsdeelnemers, voor de eerste keer inschrijft voor een bacheloropleiding op het gebied van onderwijs of gezondheidszorg, nadat hij eerder een bachelorgraad heeft behaald in verband met een opleiding op een ander gebied dan onderwijs of gezondheidszorg, is voor die opleiding op het gebied van onderwijs of gezondheidszorg niet meer dan het wettelijk collegegeld verschuldigd, mits hij behoort tot één van de groepen van personen, bedoeld in artikel 2.2 van de Wet studiefinanciering 2000, of de Surinaamse nationaliteit bezit.

5.

Een persoon die zich, gerekend vanaf 1 september 1991, volgens het register onderwijsdeelnemers, voor de eerste keer inschrijft voor een masteropleiding op het gebied van onderwijs of gezondheidszorg, nadat hij eerder een mastergraad heeft behaald in verband met een opleiding op een ander gebied dan onderwijs of gezondheidszorg, is voor die opleiding op het gebied van onderwijs of gezondheidszorg niet meer dan het wettelijk collegegeld verschuldigd, mits hij behoort tot één van de groepen van personen, bedoeld in artikel 2.2 van de Wet studiefinanciering 2000, of de Surinaamse nationaliteit bezit.

6.

Op de aanspraak op wettelijk collegegeld, bedoeld in het derde, vierde of vijfde lid, kan slechts een maal een beroep worden gedaan, hetzij in verband met een opleiding op het terrein van onderwijs, hetzij in verband met een opleiding op het terrein van gezondheidszorg.

7.

Met uitzondering van een student die gelijktijdig wordt ingeschreven voor de twee opleidingen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt een student die op grond van het derde, vierde of vijfde lid aanspraak maakt op wettelijk collegegeld voor een andere inschrijving niet vrijgesteld van het betalen van collegegeld als bedoeld in artikel 7.48, eerste lid, van de wet.

Artikel 2.4. Administratiekosten gespreide inning collegegeld

Het bedrag, bedoeld in artikel 7.47, tweede lid, van de wet, is 24 euro.

Artikel 2.5. Gegevens

Vervallen

Artikel 2.6. Tijdstip en wijze levering gegevens

Vervallen

Artikel 2.7. Beperking totaal der aanspraken

Vervallen

Artikel 2.8. Subsidies aan VSNU en HBO-Raad ten behoeve van studentleden van visitatiecommissies

Vervallen

Artikel 2.9. Nadere regeling

Vervallen

Hoofdstuk 3. Bepalingen betreffende opleidingen

Afdeling 1. Centraal register opleidingen hoger onderwijs

Artikel 3.1. Indeling register

Het register bestaat uit de volgende onderdelen:

Artikel 3.2. Subonderdelen
1.

Het onderdeel onderwijs kent, naast opleidingen die niet onder een subonderdeel worden ondergebracht, het subonderdeel lerarenopleidingen op het gebied van de kunst.

2.

Het onderdeel taal en cultuur kent, naast opleidingen die niet onder een subonderdeel worden ondergebracht, het subonderdeel opleidingen op het gebied van de kunst.

3.

Het onderdeel sectoroverstijgend kent, naast opleidingen die niet onder een subonderdeel worden ondergebracht, het subonderdeel Onderwijs/Landbouw en Natuurlijke Omgeving/Natuur/Techniek/Gezondheid.

Artikel 3.3. Levering gegevens

Onze Minister kan voorschriften geven voor de wijze waarop gegevens die in het register worden opgenomen, dienen te worden geleverd.

Artikel 3.4. Verstrekking gegevens
1.

Op een daartoe ingediend verzoek kunnen gegevens die in het register zijn opgenomen, worden verstrekt. Bij dat verzoek wordt aangegeven welke gegevens worden verlangd alsmede de gewenste wijze van verstrekking.

2.

Binnen een maand na ontvangst van het verzoek, wordt aan aanvrager bekendgemaakt of het verzoek kan worden gehonoreerd. Indien het verzoek zal worden gehonoreerd, wordt tevens aangegeven binnen welke termijn dit zal geschieden alsmede of aan de verstrekking kosten zijn verbonden en zo ja, hoe hoog de verschuldigde vergoeding, met inachtneming van artikel 3.5, zal zijn.

3.

De verstrekking kan slechts worden geweigerd als de gevraagde gegevens niet beschikbaar zijn, of de gevraagde wijze van verstrekking niet kan worden uitgevoerd.

Artikel 3.5. Vergoeding verstrekte gegevens
1.

Indien een verzoek als bedoeld in artikel 3.4 wordt gedaan door anderen dan de besturen van instellingen waarop de wet betrekking heeft, is voor het verstrekken van gegevens een vergoeding verschuldigd.

2.

De verschuldigde vergoeding is afhankelijk van:

Afdeling 2. Bijzondere nadere vooropleidingseisen leraar basisonderwijs

Artikel 3.6. Reikwijdte

De bijzondere nadere vooropleidingseisen, bedoeld in artikel 7.25a van de wet, gelden niet voor:

Afdeling 3. Masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs met een studielast van 120 studiepunten

Hoofdstuk 4. Slotbepalingen

Artikel 4.1. Vaststelling omvang van de landelijk beschikbare rijksbijdrage
1.

Onze Minister stelt jaarlijks, in overeenstemming met het desbetreffende onderdeel van zijn begroting, de omvang vast van de landelijk beschikbare rijksbijdrage voor de instellingen.

2.

De landelijk beschikbare rijksbijdrage, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit:

Artikel 4.2. Verdeling landelijk beschikbare rijksbijdrage
1.

Het onderwijsdeel wo wordt overeenkomstig afdeling 2 van dit hoofdstuk verdeeld over de instellingen die opleidingen in het wetenschappelijk onderwijs verzorgen.

2.

Het onderwijsdeel hbo wordt overeenkomstig afdeling 2 van dit hoofdstuk verdeeld over de instellingen die opleidingen in het hoger beroepsonderwijs verzorgen.

3.

Het onderzoekdeel wo wordt overeenkomstig afdeling 3, paragraaf 1, van dit hoofdstuk verdeeld over de universiteiten die opleidingen in het wetenschappelijk onderwijs verzorgen.

4.

Het deel ontwerp en ontwikkeling hbo, bedoeld in artikel 4.1, tweede lid, onderdeel d, wordt overeenkomstig afdeling 3, paragraaf 2 van dit hoofdstuk verdeeld over de hogescholen die opleidingen in het hoger beroepsonderwijs verzorgen.

5.

Het deel ondersteuning geneeskundig onderwijs en onderzoek, bedoeld in artikel 4.1, tweede lid, onderdeel e, wordt overeenkomstig afdeling 4 van dit hoofdstuk verdeeld over universiteiten.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 3.7. Kennisgebieden en kennisniveaus
1.

De bijzondere nadere vooropleidingseisen, bedoeld in artikel 7.25a van de wet, hebben betrekking op de kennisgebieden aardrijkskunde, geschiedenis en de natuur, waaronder biologie, bedoeld in artikel 9, tweede lid, onderdelen a, b, onderscheidenlijk c, van de Wet op het primair onderwijs.

2.

Bij ministeriële regeling wordt het vereiste niveau, bedoeld in artikel 7.25a, derde lid, tweede volzin, van de wet, op de kennisgebieden, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld.

Afdeling 3. Masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs met een studielast van 120 studiepunten

Hoofdstuk 4. Bepalingen over de berekening van de rijksbijdrage

Bijlage 2. Masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs met een studielast van ten minste 120 en ten hoogste 180 studiepunten

Masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs met een studielast van 120 studiepunten

1. Openbare universiteit te Leiden

Mathematics Education

Physics Education.

Biomedical Sciences

Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de eerste graad in Biologie

Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de eerste graad in Natuurkunde

Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de eerste graad in Scheikunde

Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de eerste graad in Wiskunde.

Life Science & Technology

Masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs met een studielast van 120 studiepunten

Mediatechnology

Nanoscience

2. Openbare universiteit te Groningen

Talen en Culturen van China

Talen en Culturen van Korea

Talen en Culturen van Japan;

B.

African Studies (research)

Archaeology (research)

Asian Studies (research)

Educational Sciences: Normal and Deviant Patterns of Attachment and Self Regulated Learning (research)

History: Societies and Institutions (research)

Latin American and Amerindian Studies (research)

Linguistics: Structure and Variation in the Languages of the World (research)

Literature (research)

Middle Eastern Studies (research)

Philosophy: Rationality (research)

Political Science Research: Institutional Analysis (research)

Public Administration: Institutional Change and Reform (research)

Psychology: Decision Making and Action Control in Self-Regulation of Human Behaviour (research)

Religious Studies (research)

Western and Asian Art History in Comparative Perspective (research).

informatica

A.

Artificial Intelligence

Bedrijfswiskunde

Biology

3. Openbare universiteit te Amsterdam

Biomolecular Sciences

Chemistry

Ecology

Educatie en Communicatie in de Wiskunde en Natuurwetenschappen

Energie en Milieuwetenschappen

A.

Astronomy

Biology

Biomedical Sciences

Bio-pharmaceutical Sciences

Chemistry

A.

Astronomy

Biology

4. Openbare universiteit te Utrecht

Bio-pharmaceutical Sciences

Chemistry

Computer Science

Ict in business

Life Science & Technology

Mathematics

Mediatechnology

Nanoscience

Physics

Talen en Culturen van China

Talen en Culturen van Korea

Talen en Culturen van Japan;

B.

African Studies (research)

Archaeology (research)

Asian Studies (research)

Educational Sciences: Normal and Deviant Patterns of Attachment and Self Regulated Learning (research)

History: Societies and Institutions (research)

3. Openbare universiteit te Amsterdam

Linguistics: Structure and Variation in the Languages of the World (research)

Literature (research)

Middle Eastern Studies (research)

Philosophy: Rationality (research)

Political Science Research: Institutional Analysis (research)

Public Administration: Institutional Change and Reform (research)

Psychology: Decision Making and Action Control in Self-Regulation of Human Behaviour (research)

Religious Studies (research)

Western and Asian Art History in Comparative Perspective (research).

Biomolecular Sciences

A.

Applied Mathematics

Applied Physics

Artificial Intelligence

Astronomy

Biology

Biomedical Engineering

Biomedical Sciences

Biomolecular Sciences

Business Mathematics

Chemical Engineering

Chemistry

Computing Science

Ecology and evolution

Educatie en Communicatie in de Wiskunde en Natuurwetenschappen

4. Openbare universiteit te Utrecht

Evolutionary Biology

Human-Machine Communication

Industrial Engineering and Management

Marine Biology

Mathematics

Medical and Pharmaceutical Drug Innovation

Medical Pharmaceutical Sciences

Molecular Biology and Biotechnology

Nanoscience

Physics

B.

Art History and Archaeology: Material Culture Studies in Art, Architecture and Archaeology (research)

Behavioural and Cognitive Neurosciences (research)

Behavioural and Social Sciences (research)

Classical, Medieval and Renaissance Studies (CMRS): Text and Context in Premodern and Early Modern Times (research)

Clinical and Psychosocial Epidemiology (research)

Economics and Business: Production, Organization and Marketing (research)

Functionaliteit van het Recht (research)

Literary and Cultural Studies: Literature and Performing Arts in Society (research)

Linguistics: Neurolinguistics and Models of Grammar (research)

Modern History and International Relations: Transformation and Acceptance (research)

Philosophy: Knowledge and Knowledge Development (research)

Regional Studies: Spaces and Places, Analysis and Intervention (research)

Religion and Culture (research).

3. Openbare universiteit te Amsterdam

A.

Artificial Intelligence

Astronomy and Astrophysics

Biological Sciences

Biomedical Sciences

Chemistry

Conservering en restauratie van cultureel erfgoed

Earth Sciences

Educational Science

Forensic Science

Grid Computing

Life Sciences

Logic

Mathematical Physics

Mathematics

Mathematics and Science Education

8. Openbare universiteit te Enschede

Physics

Stochastics and Financial Mathematics;

B.

Archeologie (research)

Brain and Cognitive Sciences (research)

Communication Science (research)

Cultural Analysis (research)

Educational Science (research)

Geschiedenis (research)

Human Geography, Planning and Development Studies (research)

Information Law (research)

Kunstwetenschappen (research)

Linguistics (research)

Literary Studies

Media Studies (research)

Metropolitan Studies (research)

4. Openbare universiteit te Utrecht

Psychology (research)

Public International Law (research)

Religiewetenschappen (research)

Rhetoric, Argumentation and Philosophy (research)

Social Sciences (research)

Tinbergen Institute Master of Philosophy in Economics (research)

Wijsbegeerte (research).

Environmental Sciences

A.

Artificial intelligence

Biologische wetenschappen

Biomedical sciences

Chemische wetenschappen

Communicatie en educatie van de natuurwetenschappen

Earth Sciences

Environmental Sciences

Geographical Sciences

Geschiedenis en wijsbegeerte van de wiskunde en natuurwetenschappen

Informatica

Information Science

Mathematische wetenschappen

10. Bijzondere universiteit te Nijmegen

Natuurwetenschappen en bedrijf

Neuroscience and Cognition

Pharmaceutical Sciences

Science and Innovation Management

Sterrenkunde;

B.

Art History of the Low Countries in its European Context (research)

Development and Socialization in Childhood and Adolescence (research)

Dutch Language and Literature (research)

Educational Sciences: Learning in Interaction (research)

Gender and Ethnicity (research)

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

1. Openbare universiteit te Eindhoven

Chemistry Education

2. Bijzondere universiteit te Nijmegen

Bijlage. bij het uitvoeringsbesluit WHW

1. Openbare universiteit te Leiden

Physics

2. Openbare universiteit te Groningen

Biomedische Technologie

3. Openbare universiteit te Amsterdam

Biomedical Sciences

4. Openbare universiteit te Utrecht

Latin American and Amerindian Studies (research)

2. Openbare universiteit te Groningen

Energy and Environmental Sciences

6. Openbare universiteit te Wageningen

Chemistry

7. Openbare universiteit te Eindhoven

Medical Informatics

5. Openbare universiteit te Delft

Nederlandse letterkunde (research)

9. Bijzondere universiteit te Amsterdam

Natuurkunde en meteorologie & fysische oceanografie

6. Openbare universiteit te Wageningen

Historical and Comparitive Studies of the Sciences and Humanities (research)

History: Cities, States and Citizenship (research)

Human Geography and Planning (research)

Legal Research

Linguistics: the Study of the Language Faculty (research)

Literary Studies: Literature in the Modern Age (research)

Media Studies (research)

Medieval Studies (research)

Methodology and Statistics of Behavioural and Social Sciences (research)

Migration, Ethnic Relations and Multiculturalism (research)

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

2. Openbare universiteit te Groningen

3. Openbare universiteit te Amsterdam

4. Openbare universiteit te Utrecht

5. Openbare universiteit te Delft

6. Openbare universiteit te Wageningen

7. Openbare universiteit te Eindhoven

Multidisciplinary Economics (research)

Musicology (research)

Philosophy (research)

Research in Public Administration and Organizational Science (research)

Social & Health Psychology (research)

Sociology and Social Research (research)

Theology (research).

Chemical Engineering

Aerospace Engineering

Applied Earth Sciences

Applied Mathematics

8. Openbare universiteit te Enschede

Architecture, Urbanism and Building Sciences

Biochemical Engineering

Biomedical Engineering

Chemical Engineering

Civil Engineering

Computer Engineering

Computer Science

Construction Management and Engeneering

Design for Interaction

Embedded Systems

Engineering & Policy Analysis

Electrical Engineering

Geomatics

Industrial Design Engineering

Integrated Product Design

Life Science & Technology

Management of Technology

Marine Technology

Materials Science & Engineering

9. Openbare universiteit te Rotterdam

Media & Knowledge Engineering

Nanoscience

Offshore Engineering

Strategic Product Design

Sustainable Energy Technology

Systems and Control

10. Openbare universiteit te Maastricht

Transport, Infrastructure & Logistics.

Business Information Technology

Agricultural and Bioresource Engineering

Animal Sciences

Aquaculture and Fisheries

Bioinformatics

9. Openbare universiteit te Rotterdam

Biotechnology

Climate Studies

Environmental Sciences

Food Quality Management

Food Safety

Food Technology

Forest and Nature Conservation

Geo-information Science

Hydrology and Water Quality

International Land- and Water Management

Landscape, Architecture and Planning

Leisure, Tourism and Environment

Meteorology and Air Quality

Molecular Life Sciences

Nutrition and Health

Organic Agriculture

Plant Biotechnology

Plant Sciences

Soil Science

Urban Environmental Management.

Computer Science and Engineering

Applied Physics

Architecture, Building and Planning

Automotive Technology

Biomedical Engineering

Building Services

Business Information Systems

Chemical Engineering

Computer Science and Engineering

Construction Management and Engeneering

Electrical Engineering

12. Bijzondere universiteit te Nijmegen

Human-technology Interaction

Industrial and Applied Mathematics

Industrial Design

Innovation Management

Innovation Sciences

Mechanical Engineering

Medical Engineering

Operations Management and Logistics

Sustainable Energy Technology

Systems and Control

A.

A.

Applied Mathematics

Applied Physics

Biomedical Engineering

Business Information Technology

Chemical Engineering

Civil Engineering & Management

Computer Science

13. Bijzondere universiteit te Tilburg

Electrical Engineering

Embedded Systems

Human Media Interaction

Industrial Design Engineering

Industrial Engineering & Management

9. Openbare universiteit te Rotterdam

Mechatronics

Bijlage 2. Masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs met een studielast van ten minste 120 en ten hoogste 180 studiepunten

1. Openbare universiteit te Eindhoven

Systems and Control

Telematics;

B.

2. Bijzondere universiteit te Nijmegen

Social Systems Evaluation and Survey Research (research).

Clinical Epidemiology (research)

Clinical Research (research)

Early Modern Intellectual History (research)

Bijlage. bij het uitvoeringsbesluit WHW

Infection and Immunity (research)

1. Openbare universiteit te Leiden

Justice and Safety & Security (research)

Molecular Medicine (research)

Neuroscience (research)

Research in Public Administration and Organizational Science (research)

Sociology of Culture, Media and the Arts (research)

Tinbergen Institute Master of Philosophy in Economics (research).

Law and Language Studies.

A.

Health Food Innovation Management

International Laws.

B.

1. Openbare universiteit te Eindhoven

Cardiovascular Biology and Medicine (research)

Cognitive and Clinical Neuroscience

Cultures of Arts, Science and Technology (research)

Economic and Financial Research (research)

European Studies (research)

Health Sciences (research)

Ius Commune and Human Rights Research (research)

Nutrition and Metabolism and clinical aspects (research).

Artificial Intelligence

A.

Artificial Intelligence

Bioinformatics

Biology

Biomedical Sciences

Biomolecular Sciences

Business Mathematics and Informatics

Chemistry

Computer Science

Drug Discovery and Safety

Earth Sciences

Ecology

Hydrology

Management, Policy Analysis and Entrepreneurship in the Health and Life Sciences

Mathematics

1. Openbare universiteit te Eindhoven

Neurosciences

Oncology

Parallel & Distributed Computer Systems

Physics

Stochastics and Financial Mathematics;

B.

Cardiovascular Research (research)

Cognitive Neuropsychology (research)

Fundamental and Clinical Human Movement Sciences (research)

Geosciences of Basins in Lithosphere (research)

Geschiedenis na 1400 (research)

Letterkunde (research)

Lifestyle and Chronic Disorders (research)

Linguistics (research)

4. Openbare universiteit te Utrecht

Palaeoclimatology and Geo-ecosystems (research)

Religion and Theology (research)

Social Psychology: Regulation of Social Behaviour (research)

Social Research (research)

Tinbergen Institute Master of Philosophy in Economics (research)

Visual Arts, Media and Architecture (research).

Biology

A.

Artificial Intelligence

Biology

Biomedical sciences

Chemistry

Environmental Sciences

Informatica

Mathematics

Medical Biology

Moleculaire levenswetenschappen

Natuur- en sterrenkunde

5. Openbare universiteit te Delft

Niederlande-Deutschland-Studien

Theology;

B.

Behavioural Science: the study of behaviour regulation (research)

Cognitive Neuroscience (research)

Historische Wetenschappen: Ideologie, Mentaliteit en Maatschappelijke Praktijk (research)

Kunst en visuele cultuur in historisch perspectief (research)

Language and Communication (research)

Letterkunde en Literatuurwetenschap: Nieuwe Filologie (research)

Molecular Mechanisms of Disease (research)

Onderneming en Recht (research)

Social and Cultural Science: Comparative Research on Societies (research)

Wijsbegeerte (research).

B.

A.

Medische Psychologie.

B.

Grondslagen en methoden van de rechtswetenschap (research)

Language and Communication (research)

Master of Philosophy in Business (research)

Research in Public Administration and Organizational Science (research)

Master of Philosophy in Economics (research)

Social and Behavioural Sciences (research)

Theology (research)

Wijsbegeerte (research).

14. transnationale Universiteit Limburg

Artificial Intelligence en Operations Research

Molecular Life Sciences.

Mathematics Education

Physics Education.

Chemistry Education

Mathematics Education

Physics Education.

Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de eerste graad in Scheikunde

Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de eerste graad in Biologie

Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de eerste graad in Natuurkunde

Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de eerste graad in Scheikunde

Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de eerste graad in Wiskunde.

geo-information science

hydrology and water quality

international land- and water management

landscape planning and design

leisure, tourism and environment

meteorology and air quality

molecular sciences

nutrition and health

plant biotechnology

plant sciences

soil science

urban environmental management

7. Openbare universiteit te Eindhoven

applied physics

architecture, building and planning

biomedical engineering

building services

business information systems

chemical engineering

computer science and engineering

electrical engineering and information technology

human-technology interaction

industrial and applied mathematics

industrial design

innovation management

mechanical engineering

medical engineering

operations management

technology and policy

8. Openbare universiteit te Enschede

applied mathematics

applied physics

biomedical engineering

business information technology

chemical engineering

civil engineering & management

computer science

electrical engineering

geoinformatics

human media interaction

industrial design engineering

industrial engineering & management

mechanical engineering

mechatronics

nanotechnology

telematics

9. Bijzondere universiteit te Amsterdam

artificial intelligence

beleid, management en ondernemerschap voor natuur- en levenswetenschappers

bioinformatics

biology

biomedical sciences

biomolecular sciences

business mathematics and informatics

chemistry

computer sciences

earth sciences

ecology

geo-environmental sciences

hydrology

mathematics

medical natural sciences

neurosciences

oncology

parallel & distributed computer systems

pharmaceutical sciences

physics

stochastics and financial mathematics

10. Bijzondere universiteit te Nijmegen

algemene natuurwetenschappen

biology

bioinformatics

biomedical sciences

chemistry

informatica

mathematics

medische biologie

milieu-natuurwetenschappen

moleculaire levenswetenschappen

natuur- en sterrenkunde.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

3. Openbare universiteit te Amsterdam

5. Openbare universiteit te Delft

6. Openbare universiteit te Wageningen

7. Openbare universiteit te Eindhoven

7. Openbare universiteit te Eindhoven

Applied Physics

9. Openbare universiteit te Rotterdam

Mechanical Engineering

8. Openbare universiteit te Enschede

Systems Engineering, Policy Analysis and Management

9. Openbare universiteit te Rotterdam

Biology

12. Bijzondere universiteit te Nijmegen

Embedded Systems

12. Bijzondere universiteit te Nijmegen

Construction Management and Engeneering

14. Katholieke Theologische Universiteit te Utrecht

Bijlage 2. Masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs met een studielast van ten minste 120 en ten hoogste 180 studiepunten

Nanotechnology

Sustainable Energy Technology

2. Bijzondere universiteit te Nijmegen

Social Systems Evaluation and Survey Research (research).

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

2. Openbare universiteit te Groningen

4. Openbare universiteit te Utrecht

6. Openbare universiteit te Wageningen

7. Openbare universiteit te Eindhoven

8. Openbare universiteit te Enschede

10. Openbare universiteit te Maastricht

7. Openbare universiteit te Eindhoven

12. Bijzondere universiteit te Nijmegen

Mechanical Engineering

ERIM Master of Philosophy in Business Research (research)

Institutions: Erasmus Research Master in Philosophy and Economics (research)

13. Bijzondere universiteit te Tilburg

14. Katholieke Theologische Universiteit te Utrecht

Bijlage 2. Masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs met een studielast van ten minste 120 en ten hoogste 180 studiepunten

2. Bijzondere universiteit te Nijmegen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

7. Openbare universiteit te Eindhoven

8. Openbare universiteit te Enschede

9. Openbare universiteit te Rotterdam

10. Openbare universiteit te Maastricht

11. Bijzondere universiteit te Amsterdam

13. Bijzondere universiteit te Tilburg

14. Katholieke Theologische Universiteit te Utrecht

Bijlage 2. Masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs met een studielast van ten minste 120 en ten hoogste 180 studiepunten

1. Openbare universiteit te Eindhoven

11. Bijzondere universiteit te Amsterdam

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

3. Openbare universiteit te Amsterdam

4. Openbare universiteit te Utrecht

5. Openbare universiteit te Delft

6. Openbare universiteit te Wageningen

8. Openbare universiteit te Enschede

10. Openbare universiteit te Maastricht

11. Bijzondere universiteit te Amsterdam

12. Bijzondere universiteit te Nijmegen

10. Openbare universiteit te Maastricht

Business Research (research)

14. Katholieke Theologische Universiteit te Utrecht

Bijlage 2. Masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs met een studielast van ten minste 120 en ten hoogste 180 studiepunten

1. Openbare universiteit te Eindhoven

13. Bijzondere universiteit te Tilburg

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

3. Openbare universiteit te Amsterdam

4. Openbare universiteit te Utrecht

5. Openbare universiteit te Delft

7. Openbare universiteit te Eindhoven

9. Openbare universiteit te Rotterdam

10. Openbare universiteit te Maastricht

11. Bijzondere universiteit te Amsterdam

10. Openbare universiteit te Maastricht

14. transnationale Universiteit Limburg

Medical Natural Sciences

Bijlage 2. Masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs met een studielast van ten minste 120 en ten hoogste 180 studiepunten

1. Openbare universiteit te Eindhoven

2. Bijzondere universiteit te Nijmegen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Bijlage 2. Masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs met een studielast van ten minste 120 en ten hoogste 180 studiepunten

1. Openbare universiteit te Eindhoven

12. Bijzondere universiteit te Nijmegen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Bijlage 2. Masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs met een studielast van ten minste 120 en ten hoogste 180 studiepunten

2. Bijzondere universiteit te Nijmegen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Afdeling 1. Algemene bepalingen over de berekening van de rijksbijdrage

Artikel 4.1. Begripsbepalingen hoofdstuk 4
1.

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt een persoon die het afsluitend examen van een ongedeelde opleiding met goed gevolg heeft afgelegd gelijkgesteld met een persoon aan wie zowel de graad Bachelor als de graad Master is verleend.

2.

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt een persoon aan wie de graad Master is verleend, die op enig moment in de periode van vijf jaar voorafgaand aan de peilperiode wo als student voor een ongedeelde opleiding was ingeschreven en aan wie in die periode niet de graad Bachelor is verleend, gelijkgesteld met een persoon aan wie zowel de graad Bachelor als de graad Master is verleend.

3.

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt een persoon die het kandidaatsexamen van een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 7.8a van de wet, zoals dat artikel op 31 augustus 2002 luidde, met goed gevolg heeft afgelegd gelijkgesteld met een persoon aan wie de graad Bachelor is verleend.

4.

Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden voortgezette hbo-opleidingen als bedoeld in artikel 18.20 van de wet gelijkgesteld met masteropleidingen. Een persoon die het afsluitend examen van een dergelijke opleiding met goed gevolg heeft afgelegd, wordt gelijkgesteld met een persoon aan wie de graad Master is verleend.

5.

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt een hbo-opleiding, anders dan een voortgezette opleiding, een bachelor- of een masteropleiding, gelijkgesteld met een bacheloropleiding. Een persoon die het afsluitend examen van een dergelijke opleiding met goed gevolg heeft afgelegd, wordt gelijkgesteld met een persoon aan wie de graad Bachelor is verleend.

6.

Voor de toepassing van artikel 4.8 wordt voor de universiteiten, bedoeld in artikel 1.1, onderdeel d, ten 1°, onder graad Bachelor in het hoger beroepsonderwijs verstaan: een graad Bachelor in het hoger beroepsonderwijs, die is verleend in de peilperiode wo of de daaraan voorafgaande periode van vijf jaar.

7.

Voor de toepassing van de artikelen 4.9 en 4.20 wordt voor de universiteiten, bedoeld in artikel 1.1, onderdeel d, ten 1°, onder graad Bachelor verstaan: een graad Bachelor, die is verleend aan een persoon aan wie niet reeds in peilperiode wo of de daaraan voorafgaande periode van vijf jaar de graad Bachelor in het hoger beroepsonderwijs is verleend, en voor de overige universiteiten: een graad Bachelor, die is verleend aan een persoon aan wie niet reeds de graad Bachelor in het hoger beroepsonderwijs is verleend.

8.

Voor de toepassing van dit hoofdstuk blijven inschrijvingen die hebben plaatsgevonden vóór 1 augustus 1991 en getuigschriften die zijn uitgereikt vóór 1 augustus 1991 buiten beschouwing.

Artikel 4.2. Vaststelling omvang van de landelijk beschikbare rijksbijdrage
1.

Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap stelt jaarlijks, in overeenstemming met het desbetreffende onderdeel van de begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap die voor het desbetreffende begrotingsjaar is vastgesteld, de omvang vast van de landelijk beschikbare rijksbijdrage voor de instellingen die onderwijs verzorgen of onderzoek verrichten op een ander gebied dan het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving, en de omvang van de delen daarvan.

2.

Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit stelt jaarlijks, in overeenstemming met het desbetreffende onderdeel van de begroting van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit die voor het desbetreffende begrotingsjaar is vastgesteld, de omvang vast van de landelijk beschikbare rijksbijdrage voor de instellingen die onderwijs verzorgen of onderzoek verrichten op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving, en de omvang van de delen daarvan.

3.

De landelijk beschikbare rijksbijdrage, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit:

4.

De landelijk beschikbare rijksbijdrage, bedoeld in het tweede lid, bestaat uit:

Artikel 4.3. Gegevens
1.

Het instellingsbestuur verstrekt uiterlijk 30 november in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar aan Onze Minister de ingevolge dit besluit voor de toepassing van afdeling 2 en artikel 4.20 noodzakelijke gegevens.

2.

Het instellingsbestuur heeft tot 15 april voorafgaand aan het begrotingsjaar de gelegenheid de aangeleverde gegevens, bedoeld in het eerste lid, te corrigeren.

3.

Gegevens die door het instellingsbestuur na 30 november in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar aan Onze Minister worden geleverd, worden niet tot de gegevens voor de bekostiging gerekend, tenzij deze als gevolg van een buiten het instellingsbestuur liggende oorzaak na 30 november zijn aangeleverd.

4.

Het instellingsbestuur van een universiteit verstrekt uiterlijk 15 april voorafgaand aan het begrotingsjaar Onze Minister een overzicht van het aantal proefschriften en ontwerperscertificaten, bedoeld in artikel 4.21.

5.

Het instellingsbestuur van de Universiteit Maastricht verstrekt uiterlijk 15 april voorafgaand aan het begrotingsjaar Onze Minister tevens een overzicht van de aantallen inschrijvingen en van de aantallen graden, bedoeld in artikel 4.12.

6.

Voor de toepassing van dit hoofdstuk en hoofdstuk 5 wordt inzake de gegevens voorafgaand aan de peilperiode uitgegaan van de gegevens uit het register onderwijsdeelnemers zoals vastgelegd in een historisch bestand hoger onderwijs aan de hand van de door instellingen aan het register onderwijsdeelnemers aangeleverde gegevens over de periode 1 september 1991 tot en met 30 september 2008 inzake getuigschriften, graden en inschrijvingen voor zover deze bij ministeriële regeling zijn gelijkgesteld met bekostigde inschrijvingen en bekostigde graden als bedoeld in dit besluit.

7.

Aan het historisch bekostigingsbestand hoger onderwijs, bedoeld in het zesde lid, worden vanaf september 2008 jaarlijks toegevoegd de bekostigde inschrijvingen en de bekostigde graden, vastgesteld op basis van artikel 4.10.

8.

Indien de naam van een opleiding als bedoeld in artikel 4.10, derde lid, wordt gewijzigd, terwijl het inhoudelijk dezelfde opleiding betreft en de code waarmee de opleiding in de Registratie instellingen en opleidingen staat niet is veranderd, blijft het bekostigingsniveau gelden dat van toepassing was op de opleiding voordat de naamwijziging plaatsvond.

Artikel 4.4. Controleprotocol
1.

De gegevens bedoeld in artikel 4.3, eerste, tweede, vierde en vijfde lid gaan eenmalig vergezeld van een verklaring van een accountant. De verklaring wordt uiterlijk 15 april voorafgaand aan het begrotingsjaar verstrekt.

2.

Bij ministeriële regeling worden voorschriften vastgesteld over de controle van de jaarrekening, de besteding van de rijksbijdrage en de juistheid van de door de instellingsbesturen opgegeven bekostigingsgegevens, daaronder begrepen voorschriften over de controle op de rechtmatigheid van de verkrijging van de rijksbijdrage en de rechtmatigheid en doelmatigheid van de besteding van de rijksbijdrage.

Artikel 4.5. Bijstelling bedragen en percentages

De bedragen en verdelingen, vastgesteld op grond van de afdelingen 2, 3 en 4 van dit hoofdstuk, kunnen bij ministeriële regeling worden gewijzigd, voor zover wijzigingen in de onderdelen van de rijksbegroting die op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek betrekking hebben daartoe aanleiding geven.

Artikel 4.6. Overleg

Een ministeriële regeling als bedoeld in de artikelen 4.5, 4.10, 4.11, 4.21, 4.23, 4.24, 4.27 en 5.2, wordt vastgesteld na overleg als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de wet.

Artikel 4.7. Studentgebonden financiering
1.

Uit elk van de onderwijsdelen wordt aan de rijksbijdrage van een instelling een bedrag toegevoegd dat gelijk is aan de som van de bedragen per opleiding, bedoeld in het tweede lid, voor alle opleidingen behorend tot de desbetreffende soort hoger onderwijs die door die instelling worden verzorgd.

2.

Het bedrag per opleiding is het product van het studentgebonden bedrag, bedoeld in het derde lid, en het aantal bekostigde inschrijvingen en graden voor die opleiding, vastgesteld overeenkomstig artikel 4.10, eerste lid.

3.

Het studentgebonden bedrag per bekostigde inschrijving of bekostigde graad is:

Afdeling 1. Algemene bepalingen over de berekening van de rijksbijdrage

§ 1. Onderwijsdeel wo

Artikel 4.8. Bekostigde inschrijving
1.

Een in het register onderwijsdeelnemers geregistreerde inschrijving voor een opleiding van eerste inschrijving van een student voor een associate degree-opleiding geldt als een bekostigde inschrijving op de peildatum, indien het totaal aantal eerder bekostigde inschrijvingen voor associate degree-opleidingen en bacheloropleidingen gezamenlijk kleiner is dan vier.

2.

Een in het register onderwijsdeelnemers geregistreerde inschrijving voor een opleiding van eerste inschrijving van een student voor een bacheloropleiding geldt als een bekostigde inschrijving op de peildatum, indien het totaal aantal eerder bekostigde inschrijvingen voor associate degree-opleidingen en bacheloropleidingen kleiner is dan de wettelijke studielast van de desbetreffende opleiding, gedeeld door 60.

3.

Een in het register onderwijsdeelnemers geregistreerde inschrijving voor een opleiding van eerste inschrijving van een student voor een masteropleiding geldt als een bekostigde inschrijving op de peildatum, indien het totaal aantal eerder bekostigde inschrijvingen voor masteropleidingen kleiner is dan de wettelijke studielast van de desbetreffende opleiding, gedeeld door 60.

4.

Dit artikel is niet van toepassing op inschrijvingen aan de Open Universiteit.

Artikel 4.9. Bekostigde graden
1.

Onder bekostigde graad Bachelor wordt verstaan: een graad Bachelor als bedoeld in artikel 7.10a van de wet, in de peilperiode verleend aan een student.

2.

Onder bekostigde graad Master wordt verstaan: een graad Master als bedoeld in artikel 7.10a van de wet, in de peilperiode verleend aan een student.

Artikel 4.10. Aantal bekostigde inschrijvingen en graden per opleiding
1.

Het aantal bekostigde inschrijvingen voor een opleiding is het product van de factor behorend bij het bekostigingsniveau van de desbetreffende opleiding, bedoeld in het derde lid, en de som van het aantal bekostigde inschrijvingen voor die opleiding.

2.

Het aantal bekostigde graden voor een bacheloropleiding of masteropleiding is het product van de factor behorend bij het bekostigingsniveau van de desbetreffende opleiding, bedoeld in het derde lid, en de som van het aantal bekostigde graden dat in die opleiding is verleend.

3.

De factoren behorend bij het bekostigingsniveau voor het onderwijsdeel van de opleidingen worden vastgesteld bij ministeriële regeling. Deze factoren kunnen verschillen voor opleidingen in het wetenschappelijk onderscheidenlijk het hoger beroepsonderwijs, en voor associate degree-opleidingen, bacheloropleidingen onderscheidenlijk masteropleidingen.

4.

Indien in het kader van een gezamenlijke opleiding of gezamenlijke afstudeerrichting als bedoeld in artikel 7.3c van de wet sprake is van registratie van bekostigde bachelorgraden of mastergraden bij verschillende Nederlandse instellingen, wordt het aantal bekostigde graden dat het betreft bij elk van deze instellingen gedeeld door het aantal Nederlandse instellingen dat bij de gezamenlijke opleiding of gezamenlijke afstudeerrichting betrokken is.

Artikel 4.11. Onderwijsopslag
1.

Onze Minister kan uit de onderwijsdelen wo en hbo, aan een universiteit onderscheidenlijk een hogeschool een bedrag toekennen dat bij ministeriële regeling wordt vastgesteld in relatie tot kwaliteit, kwetsbare opleidingen of bijzondere voorzieningen.

2.

Het gedeelte van een onderwijsdeel dat resteert na toepassing van het eerste lid en van artikel 4.7 wordt over de universiteiten onderscheidenlijk hogescholen verdeeld volgens percentages, vastgesteld bij ministeriële regeling.

§ 2. Onderwijsdeel hbo

Artikel 4.12. Bijzondere bepaling Universiteit Maastricht en Open Universiteit
1.

Onder een opleiding, bedoeld in artikel 4.10, eerste en tweede lid, verzorgd door de Universiteit Maastricht, is begrepen een opleiding verzorgd door de transnationale Universiteit Limburg, bedoeld in artikel 2.5, lid 1a, onder b, van de wet.

2.

Bij de vaststelling van het aantal bekostigde inschrijvingen en het aantal bekostigde graden van de Universiteit Maastricht worden de op grond van artikel 4.10, eerste en tweede lid, berekende aantallen vermeerderd met de aantallen inschrijvingen van personen met de Nederlandse nationaliteit, respectievelijk de aantallen graden van personen met de Nederlandse nationaliteit van de transnationale Universiteit Limburg. Onder de aantallen inschrijvingen en graden met de Nederlandse nationaliteit worden tevens begrepen de aantallen inschrijvingen en graden van ingeschrevenen die de Nederlandse noch de Belgische nationaliteit bezitten en die voor bekostiging door de Nederlandse overheid in aanmerking worden genomen op grond van artikel 7 van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Vlaamse Gemeenschap van België inzake de transnationale Universiteit Limburg.

3.

Voor de toepassing van de artikelen 4.9 en 4.20 gelden voor de Open Universiteit als bekostigde graden, de graden die zijn verleend in de peilperiode aan een persoon die voldoet aan het nationaliteitsvereiste als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, van de Wet studiefinanciering 2000 of de Surinaamse nationaliteit heeft en die is ingeschreven bij de Open Universiteit voor een onderdeel van een bacheloropleiding, terwijl aan hem nog niet de graad Bachelor is verleend of voor een onderdeel van een masteropleiding, terwijl hem nog niet de graad Master is verleend.

Artikel 4.13. Aantal inschrijvingsjaren en fusies van hogescholen

Vervallen

Artikel 4.14. Onderwijsvraag bacheloropleidingen

Vervallen

Artikel 4.15. Niet mee te tellen studenten, afgestudeerden en uitvallers

Vervallen

Artikel 4.16. Afwijkende onderwijsvraagfactor bacheloropleidingen

Vervallen

Artikel 4.17. Afwijkende onderwijsvraag kunstopleidingen

Vervallen

Artikel 4.18. Onderwijsvraag masteropleidingen

Vervallen

Artikel 4.19. Onderwijsopslag

Vervallen

Afdeling 3. Bepalingen over de rijksbijdrage vanwege het verrichten van onderzoek

§ 1. Onderzoekdeel wo

Artikel 4.20. Graden
1.

Een bij ministeriële regeling vast te stellen deel van het onderzoekdeel wo wordt over de universiteiten verdeeld naar rato van de som van de aantallen bekostigde graden per opleiding, bedoeld in artikel 4.9, die in de peilperiode onderzoek door een universiteit zijn verleend.

2.

Het aantal te bekostigen graden in een opleiding is gelijk aan het product van:

3.

Onder de aantallen graden, bedoeld in het eerste lid, verleend door de Universiteit Maastricht, zijn begrepen de aantallen graden, vastgesteld overeenkomstig artikel 4.12, tweede lid, verleend door de transnationale Universiteit Limburg, bedoeld in artikel 2.5a van de wet.

Artikel 4.21. Promoties en certificaten
1.

Een bij ministeriële regeling vast te stellen deel van het onderzoeksdeel wo wordt over de universiteiten verdeeld naar rato van de som van de aantallen proefschriften die hebben geleid tot een promotie ten overstaan van het college voor promoties of de commissie bedoeld in artikel 7.18, vierde lid van de wet en de aantallen ontwerperscertificaten die in het tweede, derde en vierde kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar door een universiteit zijn verleend aan een opleiding als bedoeld in de bijlage bij dit besluit.

2.

De op grond van het eerste lid in verband met de proefschriften en de ontwerperscertificaten per promotie en per ontwerperscertificaat toe te kennen bedragen worden bij ministeriële regeling vastgesteld.

3.

Indien vanwege toepassing van artikel 7.18, zesde lid, van de wet sprake is van gezamenlijke graadverlening bij verschillende Nederlandse instellingen wordt het aantal proefschriften dat het betreft bij elk van deze instellingen gedeeld door het aantal Nederlandse instellingen dat bij de gezamenlijke graadverlening betrokken is.

Artikel 4.22. Onderzoekscholen

Vervallen

Artikel 4.23. Voorziening onderzoek
1.

Bij ministeriële regeling worden bedragen vastgesteld, die uit het onderzoekdeel wo aan universiteiten worden toegekend in verband met toponderzoekscholen en bijzondere voorzieningen.

2.

De verdeling van het deel van het onderzoekdeel wo dat na toepassing van de artikelen 4.20 en 4.21 en het eerste lid resteert, wordt, onverminderd artikel 4.5, over de universiteiten, bedoeld in artikel 1.1, onder 1°, bij ministeriële regeling vastgesteld.

3.

Indien een universiteit naar het oordeel van Onze Minister onvoldoende rekening houdt met de prioriteit- en posterioriteitstelling van de wetenschapsgebieden die zijn aangeduid in het wetenschapsbudget, bedoeld in artikel 16a van de Wet op de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek, wordt daarover en over de mogelijke gevolgen voor de bekostiging van de desbetreffende universiteit overleg gevoerd als bedoeld in artikel 3.1 van de wet.

4.

Indien het overleg, bedoeld in het derde lid, daartoe aanleiding geeft, kan bij ministeriële regeling worden afgeweken van de verdeling, bedoeld in het tweede lid.

5.

Een herverdeling als bedoeld in het vierde lid kan per universiteit ten hoogste drie procent van de omvang van het bedrag strategische overwegingen voor die universiteit betreffen.

§ 2. Deel ontwerp en ontwikkeling hbo

Artikel 4.24. Ontwerp en ontwikkeling hbo
1.

Onze Minister kan uit het deel ontwerp en ontwikkeling hbo aan een instelling een bedrag toekennen dat bij ministeriële regeling wordt vastgesteld.

2.

Het gedeelte van het deel ontwerp en ontwikkeling hbo dat resteert nadat het eerste lid is toegepast, wordt over de hogescholen verdeeld naar rato van de verdeling van het onderwijsdeel hbo.

Afdeling 4. Bepalingen betreffende de rijksbijdrage vanwege werkzaamheden ten dienste van wetenschappelijk geneeskundig onderwijs en onderzoek

Artikel 4.25. Rente en afschrijving voor investeringen tot en met 2007

Vervallen

Artikel 4.26. Rente en afschrijving voor investeringen vanaf 2008

Vervallen

Artikel 4.27. Ondersteuning geneeskundig onderwijs en onderzoek
1.

Uit het deel ondersteuning geneeskundig onderwijs en onderzoek wordt aan de rijksbijdrage van een universiteit waaraan een academisch ziekenhuis is verbonden, een bedrag toegevoegd voor rente en afschrijving, dat wordt samengesteld uit:

2.

Jaarlijks wordt bij ministeriële regeling het rentepercentage voor de berekening van de rentevergoeding vastgesteld.

3.

Van het deel ondersteuning geneeskundig onderwijs en onderzoek dat na toepassing van het eerste lid resteert wordt:

4.

Het deel van het deel ondersteuning geneeskundig onderwijs en onderzoek dat na toepassing van het eerste en derde lid resteert, wordt verdeeld volgens de percentages, vastgesteld bij ministeriële regeling.

Hoofdstuk 5. Overgangsbepalingen

Artikel 5.1. Afwijkende gegevenslevering door universiteiten

Vervallen

Artikel 5.2. Opleidingen onderwijs en gezondheidszorg
1.

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder leraren- of gezondheidszorgopleiding verstaan: een opleiding die is ingedeeld in het onderdeel onderwijs of gezondheidszorg van het register, bedoeld in artikel 3.1 of een in artikel 2.3 daarmee gelijkgestelde opleiding.

2.

Indien een persoon is ingeschreven voor een leraren- of gezondheidszorgopleiding, bedoeld in artikel 2.3 wordt in afwijking van artikel 1.1, in het onderdeel «student» het volgende gelezen:

3.

Indien het tweede lid van toepassing is en de student is reeds een graad Associate degree of een graad Bachelor voor een andere opleiding dan een leraren- of gezondheidszorgopleiding, blijven voor de toepassing van artikel 4.8 bij de inschrijving voor een associate degree-opleiding de bekostigde inschrijvingen voor een associate degree-opleiding en een bacheloropleiding voorafgaand aan het moment van de eerste graadverlening Associate degree en eerste graadverlening Bachelor voor een andere dan een leraren- of gezondheidszorgopleiding buiten beschouwing.

4.

Indien het tweede lid van toepassing is en de student is reeds een graad Bachelor voor een andere opleiding dan een leraren- of gezondheidszorgopleiding verleend, blijven voor de toepassing van artikel 4.8 bij de inschrijving voor een bacheloropleiding de bekostigde inschrijvingen voor een bacheloropleiding voorafgaande aan het moment van de eerste graadverlening Bachelor voor een andere opleiding dan een leraren- of gezondheidszorgopleiding en de bekostigde inschrijvingen voor een associate degree-opleiding voorafgaande aan het moment van de eerste graadverlening Associate degree buiten beschouwing.

5.

Indien het tweede lid van toepassing is en de student is reeds een graad Master voor een andere dan een leraren- of gezondheidszorgopleiding verleend, blijven voor de toepassing van artikel 4.8 bij de inschrijving voor een masteropleiding de bekostigde inschrijvingen voor een masteropleiding voorafgaand aan het moment van de verlening van de eerste graad Master voor een andere dan een leraren- of gezondheidszorgopleiding buiten beschouwing.

6.

Met de in het derde en vierde lid genoemde inschrijvingen voor een associate degree-opleiding worden gelijkgesteld de inschrijvingen voor een associate degree-programma.

Artikel 5.3. Gelijkstelling bekostigde inschrijvingen en graden
1.

Voor de toepassing van hoofdstuk 4 en dit hoofdstuk wordt onder een bacheloropleiding ook verstaan een inschrijving voor een ongedeelde opleiding van een persoon aan wie nog niet de graad Bachelor is verleend en bij wie het aantal eerder bekostigde inschrijvingen voor bachelor- en ongedeelde opleidingen kleiner is dan drie. Onder een masteropleiding wordt ook verstaan een inschrijving voor een ongedeelde opleiding van een persoon bij wie het aantal eerder bekostigde inschrijvingen voor bachelor- of ongedeelde opleidingen drie of meer bedraagt of aan wie de graad Bachelor is verleend. De studielast van deze masteropleiding is gelijk aan de studielast van de ongedeelde opleiding verminderd met 180.

2.

Voor de toepassing van hoofdstuk 4 en dit hoofdstuk wordt voor een student aan wie reeds een graad voor een andere dan een leraren- of gezondheidszorgopleiding is verleend en bij wie het totaal aantal eerder bekostigde inschrijvingen voor een bachelor- of ongedeelde leraren- of gezondheidszorgopleiding kleiner is dan drie, een inschrijving voor een bachelor- of ongedeelde leraren- of gezondheidszorgopleiding beschouwd als een inschrijving voor een bacheloropleiding.

3.

Voor de toepassing van hoofdstuk 4 en dit hoofdstuk wordt een inschrijving voor een ongedeelde leraren- of gezondheidszorgopleiding van een student aan wie reeds een graad voor een andere dan een leraren- of gezondheidszorgopleiding is verleend en bij wie het totaal aantal eerder bekostigde inschrijvingen voor een bachelor- of ongedeelde leraren- of gezondheidszorgopleiding drie of meer bedraagt of aan wie de graad Bachelor voor een leraren- of gezondheidszorgopleiding is verleend, beschouwd als een inschrijving voor een masteropleiding met een studielast die gelijk is aan de studielast van de ongedeelde opleiding verminderd met 180.

4.

Voor de toepassing van hoofdstuk 4 en dit hoofdstuk wordt een inschrijving voor een universitaire lerarenopleiding als bedoeld in artikel 18.64 van de wet of voor een voortgezette hbo-opleiding als bedoeld in artikel 18.20 van de wet beschouwd als een inschrijving voor een masteropleiding.

5.

Voor de toepassing van hoofdstuk 4 en dit hoofdstuk wordt als een student aan wie de graad Master is verleend, tevens beschouwd een student die:

6.

Voor de toepassing van hoofdstuk 4 en dit hoofdstuk wordt een student die het afsluitend examen van een ongedeelde opleiding met goed gevolg heeft afgelegd beschouwd als een student aan wie zowel de graad Bachelor als de graad Master is verleend.

Artikel 5.4. Studielast masteropleiding pedagogiek hbo

Vervallen

Artikel 5.5. Afwijkende bekostiging Theologische Universiteit Kampen

Vervallen

Artikel 5.6. Tijdelijke aanpassing definitie uitvallers vanwege de maatregel niet-EER-studenten in 2009

Vervallen

Hoofdstuk 5. Overgangsbepalingen

Artikel 6.1. Algemene bepaling hoofdstuk 6
1.

De bepalingen van dit hoofdstuk zijn regels voor onderzoekinstellingen en voor openbare universiteiten, academische ziekenhuizen en hogescholen, alsmede voorwaarden voor bekostiging van bijzondere universiteiten en hogescholen.

2.

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder een onderzoekinstelling: de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen te Amsterdam en de Koninklijke Bibliotheek te ’s-Gravenhage, genoemd in artikel 1.2, onder d, van de wet, alsmede de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek, genoemd in artikel 2 van de Wet op de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek.

3.

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bestuur: het instellingsbestuur van een universiteit, hogeschool, de raad van bestuur van een academisch ziekenhuis of het algemeen bestuur van een onderzoekinstelling.

4.

Het bestuur of diens rechtsopvolger is gehouden de aanspraken van het personeel en het gewezen personeel die uit de wet voortvloeien of krachtens dit besluit worden vastgesteld dan wel bij of krachtens dit besluit worden gehandhaafd, te honoreren.

5.

Indien een rechtsopvolger als bedoeld in het vierde lid ontbreekt, waaronder tevens is begrepen het geval van een onherroepelijk vonnis tot faillietverklaring van de desbetreffende instelling, voorzien de besturen in het desbetreffende deelgebied er gezamenlijk in dat aan de verplichtingen van het vierde lid jegens het personeel en het gewezen personeel wordt voldaan.

Artikel 6.2. Werkloosheid

Bij de vaststelling van de regels voor uitkeringen wegens werkloosheid draagt het bestuur er zorg voor dat de aanspraken van het personeel en het gewezen personeel ten minste gelijk, doch in elk geval ten minste gelijkwaardig zijn aan de aanspraken die het personeel zou hebben op grond van de Werkloosheidswet. Het bestuur handhaaft hierbij tevens de aanspraken van het gewezen personeel die aan dat personeel zijn gegarandeerd bij of krachtens de regelingen die volgens dit besluit komen te vervallen.

Bijlage 1. Masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs met een studielast van 120 studiepunten

1. Openbare universiteit te Leiden

2. Openbare universiteit te Groningen

3. Openbare universiteit te Amsterdam

4. Openbare universiteit te Utrecht

5. Openbare universiteit te Delft

6. Openbare universiteit te Wageningen

8. Openbare universiteit te Enschede

10. Openbare universiteit te Maastricht

10. Openbare universiteit te Maastricht

Oudheidstudies (research)

13. Bijzondere universiteit te Tilburg

Natuurwetenschappen

14. transnationale Universiteit Limburg

Bijlage 2. Masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs met een studielast van ten minste 120 en ten hoogste 180 studiepunten

13. Bijzondere universiteit te Tilburg

2. Bijzondere universiteit te Nijmegen

Bijlage 3. , behorend bij artikel 1.1, onderdeel v, juncto artikel 4.8, derde lid

CROHO-onderdeel standaard uitzonderingen uitzonderingen
niveau opleiding niveau
Onderwijs hoog – lerarenopleidingen speciaal onderwijs – opleiding tot leraar basisonderwijs – opleidingskunde – opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede dan wel eerste graad in: – aardrijkskunde – algemene economie – Arabisch – bedrijfseconomie – Duits – Engels – Frans – Fries – geschiedenis – gezondheidszorg en welzijn – godsdienst – islamgodsdienst – lichamelijke oefening – maatschappijleer – mens en maatschappij – Nederlands – omgangskunde – pedagogiek – Spaans – Turks – verpleegkunde – verzorging/gezondheidskunde laag
Landbouw en natuurlijke omgeving hoog – accountancy en agribusiness – agrarische accountancy – international business and management studies laag
Natuur hoog – wetenschapsdynamica laag
– farmacie top
Techniek hoog
Gezondheidszorg hoog – bewegingstherapie/psychomotorische therapie – ergotherapie – kader in de gezondheidszorg – kunstzinnige therapie – management in de zorg – logopedie – oefentherapie Cesar – oefentherapie Mensendieck – opleiding tot fysiotherapeut – opleiding tot verpleegkundige – opleiding tot verpleegkundige in de maatschappelijke gezondheidszorg – sport, gezondheid en management – voedsel en diëtiek laag
– bachelor klinische technologie – diergeneeskunde – geneeskunde – master geneeskunde, klinisch onderzoeker – master technical medicine – tandheelkunde – advanced nursing practice – physician assistent – verloskunde – mondzorgkunde top
Economie laag – communicatiesystemen – facility management – food & business – business administration in hotel management – hoger hotelonderwijs – hogere Europese beroepenopleiding – informatiedienstverlening en -management – journalistiek – journalistiek en voorlichting – media, informatie en communicatie – oriëntaalse talen en communicatie – vertaalacademie hoog
Recht laag
Gedrag en maatschappij laag – beleidsgerichte milieukunde – master environment and resource management – milieu–maatschappijwetenschappen – sociaal wetenschappelijke informatica – technische cognitiewetenschap – creatieve therapie hoog
Taal en cultuur laag – bachelor liberal arts – opleidingen op het gebied van de kunst – masteropleidingen op het gebied van de bouwkunst. – museologie hoog

Indien bij de opleidingen niet expliciet is aangegeven dat het bachelor- of masteropleidingen betreft, worden, voor zover van toepassing, zowel de bachelor-, de master-, de voortgezette, als de ongedeelde opleiding bedoeld.

Bijlage 4. , behorend bij artikel 4.9, vijfde lid

Universiteit Leiden 7,436
Rijksuniversiteit Groningen 10,897
Universiteit van Amsterdam 11,523
Universiteit Utrecht 15,350
Technische Universiteit Delft 10,584
Technische Universiteit Eindhoven 4,705
Universiteit Twente (Enschede) 4,833
Erasmus Universiteit Rotterdam 6,884
Universiteit Maastricht 6,961
Vrije Universiteit Amsterdam 8,899
Radboud Universiteit Nijmegen 8,867
Universiteit van Tilburg 3,062

Bijlage 3. , behorend bij artikel 1.1, onderdeel v, juncto artikel 4.8, derde lid

CROHO-onderdeel standaard uitzonderingen uitzonderingen
niveau opleiding niveau
Onderwijs hoog – lerarenopleidingen speciaal onderwijs – opleiding tot leraar basisonderwijs – opleidingskunde – opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede dan wel eerste graad in: – aardrijkskunde – algemene economie – Arabisch – bedrijfseconomie – Duits – Engels – Frans – Fries – geschiedenis – gezondheidszorg en welzijn – godsdienst – islamgodsdienst – lichamelijke oefening – maatschappijleer – mens en maatschappij – Nederlands – omgangskunde – pedagogiek – Spaans – Turks – verpleegkunde – verzorging/gezondheidskunde laag
Landbouw en natuurlijke omgeving hoog – accountancy en agribusiness – agrarische accountancy – international business and management studies laag
Natuur hoog – wetenschapsdynamica laag
– farmacie top
Techniek hoog
Gezondheidszorg hoog – bewegingstherapie/psychomotorische therapie – ergotherapie – kader in de gezondheidszorg – kunstzinnige therapie – management in de zorg – logopedie – oefentherapie Cesar – oefentherapie Mensendieck – opleiding tot fysiotherapeut – opleiding tot verpleegkundige – opleiding tot verpleegkundige in de maatschappelijke gezondheidszorg – sport, gezondheid en management – voedsel en diëtiek laag
– bachelor klinische technologie – diergeneeskunde – geneeskunde – master geneeskunde, klinisch onderzoeker – master technical medicine – tandheelkunde – advanced nursing practice – physician assistent – verloskunde – mondzorgkunde top
Economie laag – communicatiesystemen – facility management – food & business – business administration in hotel management – hoger hotelonderwijs – hogere Europese beroepenopleiding – informatiedienstverlening en -management – journalistiek – journalistiek en voorlichting – media, informatie en communicatie – oriëntaalse talen en communicatie – vertaalacademie hoog
Recht laag
Gedrag en maatschappij laag – beleidsgerichte milieukunde – master environment and resource management – milieu–maatschappijwetenschappen – sociaal wetenschappelijke informatica – technische cognitiewetenschap – creatieve therapie hoog
Taal en cultuur laag – bachelor liberal arts – opleidingen op het gebied van de kunst – masteropleidingen op het gebied van de bouwkunst. – museologie hoog

Indien bij de opleidingen niet expliciet is aangegeven dat het bachelor- of masteropleidingen betreft, worden, voor zover van toepassing, zowel de bachelor-, de master-, de voortgezette, als de ongedeelde opleiding bedoeld.

Bijlage 4. , behorend bij artikel 4.9, vijfde lid

Universiteit Leiden 7,436
Rijksuniversiteit Groningen 10,897
Universiteit van Amsterdam 11,523
Universiteit Utrecht 15,350
Technische Universiteit Delft 10,584
Technische Universiteit Eindhoven 4,705
Universiteit Twente (Enschede) 4,833
Erasmus Universiteit Rotterdam 6,884
Universiteit Maastricht 6,961
Vrije Universiteit Amsterdam 8,899
Radboud Universiteit Nijmegen 8,867
Universiteit van Tilburg 3,062

Bijlage 2. , behorend bij artikel 3.7, tweede lid

Bijlage 6. , behorend bij artikel 4.20, vijfde lid

Universiteit Leiden 7,424
Rijksuniversiteit Groningen 11,604
Universiteit van Amsterdam 11,692
Universiteit Utrecht 16,558
Technische Universiteit Delft 8,903
Technische Universiteit Eindhoven 3,958
Universiteit Twente (Enschede) 4,065
Erasmus Universiteit Rotterdam 7,395
Universiteit Maastricht 7,178
Vrije Universiteit Amsterdam 9,414
Radboud Universiteit Nijmegen 9,235
Universiteit van Tilburg 2,575

Bijlage 2. , behorend bij artikel 3.7, tweede lid

Bijlage 8. , behorend bij artikel 4.22, eerste lid

Universiteit Leiden 9,153
Rijksuniversiteit Groningen 9,662
Universiteit van Amsterdam 11,851
Universiteit Utrecht 12,809
Technische Universiteit Delft 14,802
Technische Universiteit Eindhoven 8,000
Universiteit Twente (Enschede) 6,228
Erasmus Universiteit Rotterdam 5,279
Universiteit Maastricht 3,814
Vrije Universiteit Amsterdam 8,036
Radboud Universiteit Nijmegen 8,075
Universiteit van Tilburg 2,291

Bijlage 9. , behorend bij artikel 4.22, tweede lid

Universiteit Leiden 7,492
Rijksuniversiteit Groningen 22,104
Universiteit van Amsterdam 12,397
Universiteit Utrecht 19,408
Technische Universiteit Delft 5,078
Technische Universiteit Eindhoven 22,780
Erasmus Universiteit Rotterdam 2,908
Vrije Universiteit Amsterdam 6,066
Radboud Universiteit Nijmegen 1,767

Bijlage 2. , behorend bij artikel 3.7, tweede lid

Bijlage 11. , behorend bij artikel 4.25, tweede lid, onderdeel a

t/m 1992 1993 1994 1995 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007
Universiteit Leiden 1 899,3 211,6 195,7 181,5 58,4 187,2 192,8 198,6 204,6
2 24,7 28,9 29,8 30,6 28,1
3 130,9
4 36,9 19,9 19,9 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4
Universiteit Utrecht 1 344,0 694,5 58,1 29,9 50,9 269,4 277,5 285,9 294,4
2 120,7 4,0
3 66,7 81,7
4 36,9 19,9 19,9 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 93,0 28,4 28,4 28,4
Rijksuniversiteit Groningen 1 1.072,3 269,7 265,4 226,5 191,3 96,6 60,6 78,8 82,8 28,3 33,3 73,4 190,0 195,7 201,6 207,7
2 18,7 31,8 32,6 6,0 1,7 1,7 2,3
3
4 36,9 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4
Erasmus Universiteit Rotterdam 1 747,8 34,9 28,7 18,9 24,3 67,2 122,3 184,8 153,2 141,9 184,7 203,9 410,3 422,6 435,3 448,4
2 2,8 3,7 4,0 4,3 4,3 4,4
3 115,2
4 36,9 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4
Universiteit Maastricht 1 1.439,4 2,2 19,3 43,5 44,8 46,1 47,5
2 119,3
3 159,3
4 36,9 19,9 19,9 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4
Universiteit van Amsterdam 1 13,1 21,1 11,3 2,5 37,4 144,5 165,5 104,6 73,7 78,4 88,1 109,7 269,4 277,5 285,9 294,4
2 0,3 3,4 2,6 2,8 0,9 0,9
3 0,5
4 36,9 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4
Vrije Universiteit 1 159,0 38,5 91,1 84,9 59,2 149,6 67,2 57,7 87,9 86,0 85,7 73,7 172,1 177,2 182,5 188,0
2 7,9 0,6 2,0 3,4 3,7 4,0 5,0
3 22,9
4 36,9 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4
Radboud Universiteit Nijmegen 1 355,4 59,5 56,6 75,5 152,1 277,0 230,9 268,3 326,4 367,7 365,6 289,6 348,9 359,3 370,1 381,2
2 25,5 5,7 5,7 6,2 6,2 19,3 14,7 18,2 19,9
3 63,5
4 36,9 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Afdeling 1. Algemene bepalingen over de berekening van de rijksbijdrage

Afdeling 4. Overige eigen bijdragen

§ 1. Onderwijsdeel wo

§ 2. Onderwijsdeel hbo

Afdeling 3. Bepalingen over de rijksbijdrage vanwege het verrichten van onderzoek

§ 1. Onderzoekdeel wo

§ 2. Deel ontwerp en ontwikkeling hbo

Afdeling 4. Bepalingen betreffende de rijksbijdrage vanwege werkzaamheden ten dienste van wetenschappelijk geneeskundig onderwijs en onderzoek

Hoofdstuk 5. Overgangsbepalingen

Hoofdstuk 6. Bepalingen over personeel

Bijlage 1. , behorend bij artikel 3.7, eerste lid

1. Openbare universiteit te Leiden

2. Openbare universiteit te Groningen

3. Openbare universiteit te Amsterdam

5. Openbare universiteit te Delft

7. Openbare universiteit te Eindhoven

9. Openbare universiteit te Rotterdam

11. Bijzondere universiteit te Amsterdam

12. Bijzondere universiteit te Nijmegen

13. Bijzondere universiteit te Tilburg

14. transnationale Universiteit Limburg

Bijlage 2. , behorend bij artikel 3.7, tweede lid

1. Openbare universiteit te Eindhoven

2. Bijzondere universiteit te Nijmegen

Bijlage 12. , behorend bij artikel 4.25, derde lid

t/m 1992 1993 1994 1995 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007
Universiteit Leiden 1 13.552 2.963 2.544 2.178 643 562 386 199
2 370 405 387 368 309
3 1.968
4 607 298 278 369 340 284 255 227 199 170 142 113
Universiteit Utrecht 1 6.535 4.861 349 150 204 808 555 286
2 2.293 28
3 1.267 572
4 607 298 278 369 340 284 255 227 651 170 142 113
Rijks-universiteit Groningen 1 16.849 3.776 3.450 2.718 2.104 966 546 630 579 170 166 294 570 391 202
2 243 381 359 60 14 12 14
3
4 607 425 397 369 340 284 255 227 199 170 142 113
Erasmus Universiteit Rotterdam 1 11.217 488 373 227 268 672 1.101 1.478 1.072 852 923 816 1.231 845 435
2 26 29 28 26 21 18
3 1.727
4 607 425 397 369 340 284 255 227 199 170 142 113
Universiteit Maastricht 1 27.999 22 77 130 90 46
2 2.321
3 3.098
4 607 298 278 369 340 284 255 227 199 170 142 113
Universiteit van Amsterdam 1 196 295 146 30 411 1.445 1.490 836 516 470 441 439 808 555 286
2 3 34 23 23 6 5
3 7
4 607 425 397 369 340 284 255 227 199 170 142 113
Vrije Universiteit 1 2.871 539 1.185 1.019 651 1.496 604 462 615 516 429 295 516 354 183
2 87 6 18 27 26 24 25
3 344
4 607 425 397 369 340 284 255 227 199 170 142 113
Radboud Universiteit Nijmegen 1 5.331 834 736 906 1.673 2.770 2.078 2.146 2.285 2.206 1.828 1.158 1.047 719 370
2 383 62 57 56 50 135 88 91 79
3 953
4 607 425 397 369 340 284 255 227 199 170 142 113

Bijlage 13. , behorend bij artikel 4.27, tweede lid

universiteit percentage
Universiteit Leiden 11,5705
Universiteit Utrecht 13,6945
Rijksuniversiteit Groningen 13,6258
Erasmus Universiteit Rotterdam 13,7120
Universiteit Maastricht 8,2165
Universiteit van Amsterdam 17,5199
Vrije Universiteit 10,3749
Radboud Universiteit Nijmegen 11,2859

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 6.3. Ziekte en arbeidsongeschiktheid

Bij de vaststelling van de regels voor uitkeringen wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid draagt het bestuur er zorg voor dat de aanspraken van het personeel en het gewezen personeel ten minste gelijk, doch in elk geval ten minste gelijkwaardig zijn aan de aanspraken die het personeel zou hebben op grond van de Ziektewet, de Wet uitbreiding loondoorbetalingsplicht bij ziekte, onderscheidenlijk de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen.

Artikel 6.4. Tegemoetkoming aan de voorzitter en de andere leden van een raad van toezicht
1.

De voorzitter en de andere leden van een raad van toezicht als bedoeld in artikel 9.7, artikel 11.5, of 12.10 van de wet hebben per kalenderjaar aanspraak op een tegemoetkoming.

2.

De tegemoetkoming wordt naar evenredigheid verminderd, indien het voorzitterschap of het lidmaatschap van de raad van toezicht in de loop van een kalenderjaar is aangevangen of beëindigd.

Artikel 6.5. Ondernemingsraden
1.

De Wet op de ondernemingsraden is, met uitzondering van hoofdstuk VII B, van toepassing op de openbare academische ziekenhuizen, de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, de Koninklijke Bibliotheek en de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek.

Hoofdstuk 6a. Experimenten

Artikel 7.1. Overgangsbepaling Besluit bovenwettelijke werkloosheidsregeling voor onderwijspersoneel primair onderwijs
1.

Het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsregeling voor onderwijspersoneel primair onderwijs zoals dat luidde op de dag voor inwerkingtreding van dit besluit, blijft voor de leden van colleges van bestuur van hogescholen van kracht op de uitkeringen die zijn ingegaan voor die datum of contractueel zijn vastgelegd voor die datum en pas na die datum ingaan.

2.

De uit deze overgangsbepaling voortvloeiende aanspraken gelden jegens het bevoegd gezag.

Artikel 7.2. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit WHW 2008.

Bijlage 1. , behorend bij artikel 1.1. onderdeel v

CROHO-onderdeel standaard uitzonderingen uitzonderingen
niveau opleiding of CROHO-subonderdeel* niveau
onderwijs Hoog – opleidingen tot leraar speciaal onderwijs laag
– opleiding tot leraar basisonderwijs
– opleidingskunde
– opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede dan wel eerste graad in:
– aardrijkskunde
– algemene economie
– bedrijfseconomie
– Duits
– Engels
– Frans
– Fries
– geschiedenis
– gezondheidszorg en welzijn
– godsdienst
– islamgodsdienst
– lichamelijke oefening
– maatschappijleer
– mens en maatschappij
– Nederlands
– omgangskunde
– pedagogiek
– Spaans
– Turks
– verpleegkunde
– verzorging/gezondheidskunde
landbouw en natuurlijke omgeving Hoog – accountancy en agribusiness – agrarische accountancy laag
– international business and management studies
natuur Hoog – wetenschapsdynamica laag
– farmacie top
techniek Hoog
gezondheidszorg Hoog – bewegingstherapie/psychomotorische therapie laag
– ergotherapie
– kader in de gezondheidszorg
– kunstzinnige therapie
– management in de zorg
– logopedie
– oefentherapie Cesar
– oefentherapie Mensendieck
– opleiding tot fysiotherapeut
– opleiding tot verpleegkundige
– opleiding tot verpleegkundige in de maatschappelijke gezondheidszorg
– sport, gezondheid en management
– voeding en diëtetiek
– bachelor klinische technologie top
– diergeneeskunde
– geneeskunde
– master arts, klinisch onderzoeker
– master geneeskunde, klinisch onderzoeker
– master technical medicine
– tandheelkunde
– advanced nursing practice
– physician assistent
– verloskunde
– mondzorgkunde
economie Laag – business administration in hotel management hoog
– communicatiesystemen
– facility management
– food & business
– hoger hotelonderwijs
– hogere Europese beroepenopleiding
– informatiedienstverlening en -management
– journalistiek
– journalistiek en voorlichting
– media, informatie en communicatie
– oriëntaalse talen en communicatie
– vertaalacademie
recht Laag
gedrag en maatschappij Laag – beleidsgerichte milieukunde hoog
– master environment and resource management
– milieu-maatschappijwetenschappen
– sociaal wetenschappelijke informatica
– technische cognitiewetenschap
– creatieve therapie
– University College Maastricht
taal en cultuur Laag – bachelor liberal arts and sciences hoog
* opleidingen op het gebied van de kunst
* masteropleidingen op het gebied van de bouwkunst
– museologie
sectoroverstijgend Laag * Onderwijs/Landbouw en Natuurlijke Omgeving/Natuur/Techniek/Gezondheid hoog

Indien bij de opleidingen niet expliciet is aangegeven dat het bachelor- of masteropleidingen betreft, worden, voor zover van toepassing, zowel de bachelor-, de master-, de voortgezette, als de ongedeelde opleiding bedoeld.

1. Openbare universiteit te Leiden

4. Openbare universiteit te Utrecht

5. Openbare universiteit te Delft

6. Openbare universiteit te Wageningen

7. Openbare universiteit te Eindhoven

8. Openbare universiteit te Enschede

9. Openbare universiteit te Rotterdam

12. Bijzondere universiteit te Nijmegen

13. Bijzondere universiteit te Tilburg

14. transnationale Universiteit Limburg

1. Openbare universiteit te Eindhoven

Chemistry Education

2. Bijzondere universiteit te Nijmegen

Bijlage 3. , behorend bij artikel 1.1, onderdeel V

CROHO-onderdeel standaard uitzonderingen uitzonderingen
niveau opleiding of CROHO-subonderdeel* niveau
onderwijs Hoog – opleidingen tot leraar speciaal onderwijs laag
– opleiding tot leraar basisonderwijs
– opleidingskunde
– opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede dan wel eerste graad in:
– aardrijkskunde
– algemene economie
– bedrijfseconomie
– Duits
– Engels
– Frans
– Fries
– geschiedenis
– gezondheidszorg en welzijn
– godsdienst
– islamgodsdienst
– lichamelijke oefening
– maatschappijleer
– mens en maatschappij
– Nederlands
– omgangskunde
– pedagogiek
– Spaans
– Turks
– verpleegkunde
– verzorging/gezondheidskunde
landbouw en natuurlijke omgeving Hoog – accountancy en agribusiness – agrarische accountancy laag
– international business and management studies
natuur Hoog – wetenschapsdynamica laag
– farmacie top
techniek Hoog
gezondheidszorg Hoog – bewegingstherapie/psychomotorische therapie laag
– ergotherapie
– kader in de gezondheidszorg
– kunstzinnige therapie
– management in de zorg
– logopedie
– oefentherapie Cesar
– oefentherapie Mensendieck
– opleiding tot fysiotherapeut
– opleiding tot verpleegkundige
– opleiding tot verpleegkundige in de maatschappelijke gezondheidszorg
– sport, gezondheid en management
– voeding en diëtetiek
– bachelor klinische technologie top
– diergeneeskunde
– geneeskunde
– master arts, klinisch onderzoeker
– master geneeskunde, klinisch onderzoeker
– master technical medicine
– tandheelkunde
– advanced nursing practice
– physician assistent
– verloskunde
– mondzorgkunde
economie Laag – business administration in hotel management hoog
– communicatiesystemen
– facility management
– food & business
– hoger hotelonderwijs
– hogere Europese beroepenopleiding
– informatiedienstverlening en -management
– journalistiek
– journalistiek en voorlichting
– media, informatie en communicatie
– oriëntaalse talen en communicatie
– vertaalacademie
recht Laag
gedrag en maatschappij Laag – beleidsgerichte milieukunde hoog
– master environment and resource management
– milieu-maatschappijwetenschappen
– sociaal wetenschappelijke informatica
– technische cognitiewetenschap
– creatieve therapie
– University College Maastricht
taal en cultuur Laag – bachelor liberal arts and sciences hoog
* opleidingen op het gebied van de kunst
* masteropleidingen op het gebied van de bouwkunst
– museologie
sectoroverstijgend Laag * Onderwijs/Landbouw en Natuurlijke Omgeving/Natuur/Techniek/Gezondheid hoog

Indien bij de opleidingen niet expliciet is aangegeven dat het bachelor- of masteropleidingen betreft, worden, voor zover van toepassing, zowel de bachelor-, de master-, de voortgezette, als de ongedeelde opleiding bedoeld.

Bijlage 4. , behorend bij artikel 4.9, vijfde lid

Universiteit Leiden 7,436
Rijksuniversiteit Groningen 10,897
Universiteit van Amsterdam 11,523
Universiteit Utrecht 15,350
Technische Universiteit Delft 10,584
Technische Universiteit Eindhoven 4,705
Universiteit Twente (Enschede) 4,833
Erasmus Universiteit Rotterdam 6,884
Universiteit Maastricht 6,961
Vrije Universiteit Amsterdam 8,899
Radboud Universiteit Nijmegen 8,867
Universiteit van Tilburg 3,062

Bijlage 3. , behorend bij artikel 1.1, onderdeel u

CROHO-onderdeel standaard uitzonderingen uitzonderingen
niveau opleiding of CROHO-subonderdeel* niveau
onderwijs Hoog – opleidingen tot leraar speciaal onderwijs laag
– opleiding tot leraar basisonderwijs
– opleidingskunde
– opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede dan wel eerste graad in:
– aardrijkskunde
– algemene economie
– bedrijfseconomie
– Duits
– Engels
– Frans
– Fries
– geschiedenis
– gezondheidszorg en welzijn
– godsdienst
– islamgodsdienst
– lichamelijke oefening
– maatschappijleer
– mens en maatschappij
– Nederlands
– omgangskunde
– pedagogiek
– Spaans
– Turks
– verpleegkunde
– verzorging/gezondheidskunde
landbouw en natuurlijke omgeving Hoog – accountancy en agribusiness – agrarische accountancy laag
– international business and management studies
natuur Hoog – wetenschapsdynamica laag
– farmacie top
techniek Hoog
gezondheidszorg Hoog – bewegingstherapie/psychomotorische therapie laag
– ergotherapie
– kader in de gezondheidszorg
– kunstzinnige therapie
– management in de zorg
– logopedie
– oefentherapie Cesar
– oefentherapie Mensendieck
– opleiding tot fysiotherapeut
– opleiding tot verpleegkundige
– opleiding tot verpleegkundige in de maatschappelijke gezondheidszorg
– sport, gezondheid en management
– voeding en diëtetiek
– bachelor klinische technologie top
– diergeneeskunde
– geneeskunde
– master arts, klinisch onderzoeker
– master geneeskunde, klinisch onderzoeker
– master technical medicine
– tandheelkunde
– advanced nursing practice
– physician assistent
– verloskunde
– mondzorgkunde
economie Laag – business administration in hotel management hoog
– communicatiesystemen
– facility management
– food & business
– hoger hotelonderwijs
– hogere Europese beroepenopleiding
– informatiedienstverlening en -management
– journalistiek
– journalistiek en voorlichting
– media, informatie en communicatie
– oriëntaalse talen en communicatie
– vertaalacademie
recht Laag
gedrag en maatschappij Laag – beleidsgerichte milieukunde hoog
– master environment and resource management
– milieu-maatschappijwetenschappen
– sociaal wetenschappelijke informatica
– technische cognitiewetenschap
– creatieve therapie
– University College Maastricht
taal en cultuur Laag – bachelor liberal arts and sciences hoog
* opleidingen op het gebied van de kunst
* masteropleidingen op het gebied van de bouwkunst
– museologie
sectoroverstijgend Laag * Onderwijs/Landbouw en Natuurlijke Omgeving/Natuur/Techniek/Gezondheid hoog

Indien bij de opleidingen niet expliciet is aangegeven dat het bachelor- of masteropleidingen betreft, worden, voor zover van toepassing, zowel de bachelor-, de master-, de voortgezette, als de ongedeelde opleiding bedoeld.

Bijlage 4. , behorend bij artikel 4.9, vijfde lid

Universiteit Leiden 7,436
Rijksuniversiteit Groningen 10,897
Universiteit van Amsterdam 11,523
Universiteit Utrecht 15,350
Technische Universiteit Delft 10,584
Technische Universiteit Eindhoven 4,705
Universiteit Twente (Enschede) 4,833
Erasmus Universiteit Rotterdam 6,884
Universiteit Maastricht 6,961
Vrije Universiteit Amsterdam 8,899
Radboud Universiteit Nijmegen 8,867
Universiteit van Tilburg 3,062

Bijlage 5. , behorend bij artikel 4.14, tweede lid

groep opleidingen
leraar bo de opleiding tot leraar basisonderwijs
onderwijs-laag de opleidingen op het gebied van onderwijs met een laag bekostigingsniveau, uitgezonderd de opleiding tot leraar basisonderwijs
landbouw-laag de opleidingen op het gebied van de landbouw en natuurlijke omgeving met een laag bekostigingsniveau
economie-laag de opleidingen op het gebied van de economie met een laag bekostigingsniveau
overig-laag de opleidingen op de gebieden gezondheidszorg en gedrag en maatschappij met een laag bekostigingsniveau
onderwijs-hoog de opleidingen op het gebied van onderwijs met een hoog bekostigingsniveau
landbouw-hoog de opleidingen op het gebied van de landbouw en natuurlijke omgeving met een hoog bekostigingsniveau
laboratorium de opleidingen: – biologie en medisch laboratoriumonderzoek, en – chemie.
overig–hoog – de opleidingen op het gebied van de techniek met uitzondering van de opleidingen die tot de groep laboratorium behoren, en – de opleidingen op de gebieden gezondheidszorg, economie en gedrag en maatschappij met een hoog bekostigingsniveau
top de opleidingen met een topbekostigingsniveau

De door een hogeschool aangeboden opleidingen die behoren tot dezelfde hoofdgroep en die de deeltijdse dan wel een niet-deeltijdse vorm hebben, vormen een groep.

Bijlage 3. , behorend bij artikel 1.1, onderdeel u

CROHO-onderdeel standaard uitzonderingen uitzonderingen
niveau opleiding of CROHO-subonderdeel* niveau
onderwijs Hoog – opleidingen tot leraar speciaal onderwijs laag
– opleiding tot leraar basisonderwijs
– opleidingskunde
– opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede dan wel eerste graad in:
– aardrijkskunde
– algemene economie
– bedrijfseconomie
– Duits
– Engels
– Frans
– Fries
– geschiedenis
– gezondheidszorg en welzijn
– godsdienst
– islamgodsdienst
– lichamelijke oefening
– maatschappijleer
– mens en maatschappij
– Nederlands
– omgangskunde
– pedagogiek
– Spaans
– Turks
– verpleegkunde
– verzorging/gezondheidskunde
landbouw en natuurlijke omgeving Hoog – accountancy en agribusiness – agrarische accountancy laag
– international business and management studies
natuur Hoog – wetenschapsdynamica laag
– farmacie top
techniek Hoog
gezondheidszorg Hoog – bewegingstherapie/psychomotorische therapie laag
– ergotherapie
– kader in de gezondheidszorg
– kunstzinnige therapie
– management in de zorg
– logopedie
– oefentherapie Cesar
– oefentherapie Mensendieck
– opleiding tot fysiotherapeut
– opleiding tot verpleegkundige
– opleiding tot verpleegkundige in de maatschappelijke gezondheidszorg
– sport, gezondheid en management
– voeding en diëtetiek
– bachelor klinische technologie top
– diergeneeskunde
– geneeskunde
– master arts, klinisch onderzoeker
– master geneeskunde, klinisch onderzoeker
– master technical medicine
– tandheelkunde
– advanced nursing practice
– physician assistent
– verloskunde
– mondzorgkunde
economie Laag – business administration in hotel management hoog
– communicatiesystemen
– facility management
– food & business
– hoger hotelonderwijs
– hogere Europese beroepenopleiding
– informatiedienstverlening en -management
– journalistiek
– journalistiek en voorlichting
– media, informatie en communicatie
– oriëntaalse talen en communicatie
– vertaalacademie
recht Laag
gedrag en maatschappij Laag – beleidsgerichte milieukunde hoog
– master environment and resource management
– milieu-maatschappijwetenschappen
– sociaal wetenschappelijke informatica
– technische cognitiewetenschap
– creatieve therapie
– University College Maastricht
taal en cultuur Laag – bachelor liberal arts and sciences hoog
* opleidingen op het gebied van de kunst
* masteropleidingen op het gebied van de bouwkunst
– museologie
sectoroverstijgend Laag * Onderwijs/Landbouw en Natuurlijke Omgeving/Natuur/Techniek/Gezondheid hoog

Indien bij de opleidingen niet expliciet is aangegeven dat het bachelor- of masteropleidingen betreft, worden, voor zover van toepassing, zowel de bachelor-, de master-, de voortgezette, als de ongedeelde opleiding bedoeld.

Bijlage 4. , behorend bij artikel 4.9, vijfde lid

Universiteit Leiden 7,435
Rijksuniversiteit Groningen 10,897
Universiteit van Amsterdam 11,523
Universiteit Utrecht 15,350
Technische Universiteit Delft 10,584
Technische Universiteit Eindhoven 4,705
Universiteit Twente (Enschede) 4,833
Erasmus Universiteit Rotterdam 6,884
Universiteit Maastricht 6,961
Vrije Universiteit Amsterdam 8,899
Radboud Universiteit Nijmegen 8,867
Universiteit van Tilburg 3,062

Bijlage 5. , behorend bij artikel 4.14, tweede lid

groep opleidingen
leraar bo de opleiding tot leraar basisonderwijs
onderwijs-laag de opleidingen op het gebied van onderwijs met een laag bekostigingsniveau, uitgezonderd de opleiding tot leraar basisonderwijs
landbouw-laag de opleidingen op het gebied van de landbouw en natuurlijke omgeving met een laag bekostigingsniveau
economie-laag de opleidingen op het gebied van de economie met een laag bekostigingsniveau
overig-laag de opleidingen op de gebieden gezondheidszorg en gedrag en maatschappij met een laag bekostigingsniveau
onderwijs-hoog de opleidingen op het gebied van onderwijs met een hoog bekostigingsniveau
landbouw-hoog de opleidingen op het gebied van de landbouw en natuurlijke omgeving met een hoog bekostigingsniveau
laboratorium de opleidingen: – biologie en medisch laboratoriumonderzoek, en – chemie.
overig–hoog – de opleidingen op het gebied van de techniek met uitzondering van de opleidingen die tot de groep laboratorium behoren, en – de opleidingen op de gebieden gezondheidszorg, economie en gedrag en maatschappij met een hoog bekostigingsniveau
top de opleidingen met een topbekostigingsniveau

De door een hogeschool aangeboden opleidingen die behoren tot dezelfde hoofdgroep en die de deeltijdse dan wel een niet-deeltijdse vorm hebben, vormen een groep.

Bijlage 6. , behorend bij artikel 4.20, vijfde lid

Universiteit Leiden 7,424
Rijksuniversiteit Groningen 11,604
Universiteit van Amsterdam 11,692
Universiteit Utrecht 16,558
Technische Universiteit Delft 8,903
Technische Universiteit Eindhoven 3,958
Universiteit Twente (Enschede) 4,065
Erasmus Universiteit Rotterdam 7,395
Universiteit Maastricht 7,177
Vrije Universiteit Amsterdam 9,414
Radboud Universiteit Nijmegen 9,235
Universiteit van Tilburg 2,575

Bijlage 7. , behorend bij artikel 4.21, derde lid

Onderwijs verbonden aan de Universiteit van Amsterdam

Onderwijs verbonden aan de Technische Universiteit Delft

Onderwijs verbonden aan de Technische Universiteit Eindhoven

Onderwijs verbonden aan de Universiteit Twente (Enschede)

Bijlage 8. , behorend bij artikel 4.22, eerste lid

Vervallen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

11. Bijzondere universiteit te Amsterdam

12. Bijzondere universiteit te Nijmegen

14. transnationale Universiteit Limburg

1. Openbare universiteit te Eindhoven

2. Bijzondere universiteit te Nijmegen

Bijlage 9. , behorend bij artikel 4.22, tweede lid

Vervallen

Bijlage 10. , behorend bij artikel 4.25, eerste lid

t/m 1992 1993 1994 1995 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007
Universiteit Leiden 1 28.045 6.614 6.115 5.672 1.826 5.571 5.738 5.911 6.088
2 987 1.157 1.191 1.225 1.123
3 5.235
4 737 397 397 567 567 567 567 567 567 567 567 567
Universiteit Utrecht 1 10.743 21.702 1.815 935 1.591 8.019 8.260 8.508 8.763
2 4.821 159
3 2.661 3.267
4 737 397 397 567 567 567 567 567 1.860 567 567 567
Rijksuniversiteit Groningen 1 35.003 8.429 8.293 7.079 5.979 3.018 1.895 2.462 2.587 885 1.040 2.294 5.656 5.825 6.000 6.180
2 749 1.271 1.305 238 68 68 91
3
4 737 567 567 567 567 567 567 567 567 567 567 567
Erasmus Universiteit Rotterdam 1 23.370 1.089 896 590 760 2.099 3.823 5.774 4.787 4.436 5.772 6.372 12.212 12.578 12.955 13.334
2 113 147 159 170 171 176
3 4.606
4 737 567 567 567 567 567 567 567 567 567 567 567
Universiteit Maastricht 1 55.361 68 602 1.294 1.333 1.373 1.414
2 4.774
3 6.371
4 737 397 397 567 567 567 567 567 567 567 567 567
Universiteit van Amsterdam 1 408 658 352 79 1.168 4.515 5.173 3.267 2.303 2.450 2.754 3.429 8.019 8.260 8.508 8.763
2 11 136 102 113 34 34
3 19,9
4 737 567 567 567 567 567 567 567 567 567 567 567
Vrije Universiteit 1 4.969 1.203 2.847 2.655 1.849 4.674 2.099 1.804 2.745 2.689 2.679 2.303 5.121 5.275 5.433 5.596
2 318 23 79 136 147 159 198
3 916
4 737 567 567 567 567 567 567 567 567 567 567 567
Radboud Universiteit Nijmegen 1 11.106 1.860 1.770 2.360 4.753 8.656 7.215 8.384 10.199 11.492 11.426 9.049 10.383 10.694 11.015 11.364
2 1.021 227 227 250 250 771 590 727 795
3 2.540
4 737 567 567 567 567 567 567 567 567 567 567 567

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

8. Openbare universiteit te Enschede

9. Openbare universiteit te Rotterdam

11. Bijzondere universiteit te Amsterdam

12. Bijzondere universiteit te Nijmegen

13. Bijzondere universiteit te Tilburg

1. Openbare universiteit te Eindhoven

2. Bijzondere universiteit te Nijmegen

Bijlage 11. , behorend bij artikel 4.25, tweede lid, onderdeel a

t/m 1992 1993 1994 1995 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007
Universiteit Leiden 1 899,3 211,6 195,7 181,5 58,4 187,2 192,8 198,6 204,6
2 24,7 28,9 29,8 30,6 28,1
3 130,9
4 36,9 19,9 19,9 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4
Universiteit Utrecht 1 344,0 694,5 58,1 29,9 50,9 269,4 277,5 285,9 294,4
2 120,7 4,0
3 66,7 81,7
4 36,9 19,9 19,9 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 93,0 28,4 28,4 28,4
Rijksuniversiteit Groningen 1 1.072,3 269,7 265,4 226,5 191,3 96,6 60,6 78,8 82,8 28,3 33,3 73,4 190,0 195,7 201,6 207,7
2 18,7 31,8 32,6 6,0 1,7 1,7 2,3
3
4 36,9 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4
Erasmus Universiteit Rotterdam 1 747,8 34,9 28,7 18,9 24,3 67,2 122,3 184,8 153,2 141,9 184,7 203,9 410,3 422,6 435,3 448,4
2 2,8 3,7 4,0 4,3 4,3 4,4
3 115,2
4 36,9 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4
Universiteit Maastricht 1 1.439,4 2,2 19,3 43,5 44,8 46,1 47,5
2 119,3
3 159,3
4 36,9 19,9 19,9 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4
Universiteit van Amsterdam 1 13,1 21,1 11,3 2,5 37,4 144,5 165,5 104,6 73,7 78,4 88,1 109,7 269,4 277,5 285,9 294,4
2 0,3 3,4 2,6 2,8 0,9 0,9
3 0,5
4 36,9 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4
Vrije Universiteit 1 159,0 38,5 91,1 84,9 59,2 149,6 67,2 57,7 87,9 86,0 85,7 73,7 172,1 177,2 182,5 188,0
2 7,9 0,6 2,0 3,4 3,7 4,0 5,0
3 22,9
4 36,9 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4
Radboud Universiteit Nijmegen 1 355,4 59,5 56,6 75,5 152,1 277,0 230,9 268,3 326,4 367,7 365,6 289,6 348,9 359,3 370,1 381,2
2 25,5 5,7 5,7 6,2 6,2 19,3 14,7 18,2 19,9
3 63,5
4 36,9 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4

Bijlage 12. , behorend bij artikel 4.25, derde lid

t/m 1992 1993 1994 1995 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007
Universiteit Leiden 1 13.552 2.963 2.544 2.178 643 562 386 199
2 370 405 387 368 309
3 1.968
4 607 298 278 369 340 284 255 227 199 170 142 113
Universiteit Utrecht 1 6.535 4.861 349 150 204 808 555 286
2 2.293 28
3 1.267 572
4 607 298 278 369 340 284 255 227 651 170 142 113
Rijks-universiteit Groningen 1 16.849 3.776 3.450 2.718 2.104 966 546 630 579 170 166 294 570 391 202
2 243 381 359 60 14 12 14
3
4 607 425 397 369 340 284 255 227 199 170 142 113
Erasmus Universiteit Rotterdam 1 11.217 488 373 227 268 672 1.101 1.478 1.072 852 923 816 1.231 845 435
2 26 29 28 26 21 18
3 1.727
4 607 425 397 369 340 284 255 227 199 170 142 113
Universiteit Maastricht 1 27.999 22 77 130 90 46
2 2.321
3 3.098
4 607 298 278 369 340 284 255 227 199 170 142 113
Universiteit van Amsterdam 1 196 295 146 30 411 1.445 1.490 836 516 470 441 439 808 555 286
2 3 34 23 23 6 5
3 7
4 607 425 397 369 340 284 255 227 199 170 142 113
Vrije Universiteit 1 2.871 539 1.185 1.019 651 1.496 604 462 615 516 429 295 516 354 183
2 87 6 18 27 26 24 25
3 344
4 607 425 397 369 340 284 255 227 199 170 142 113
Radboud Universiteit Nijmegen 1 5.331 834 736 906 1.673 2.770 2.078 2.146 2.285 2.206 1.828 1.158 1.047 719 370
2 383 62 57 56 50 135 88 91 79
3 953
4 607 425 397 369 340 284 255 227 199 170 142 113

Bijlage 13. , behorend bij artikel 4.27, tweede lid

universiteit percentage
Universiteit Leiden 11,5705
Universiteit Utrecht 13,6945
Rijksuniversiteit Groningen 13,6258
Erasmus Universiteit Rotterdam 13,7120
Universiteit Maastricht 8,2165
Universiteit van Amsterdam 17,5199
Vrije Universiteit 10,3749
Radboud Universiteit Nijmegen 11,2859

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Afdeling 2. Collegegeld

Bijlage 1. , behorend bij artikel 1.1. onderdeel v

CROHO-onderdeel standaard uitzonderingen uitzonderingen
niveau opleiding of CROHO-subonderdeel* niveau
onderwijs Hoog – opleidingen tot leraar speciaal onderwijs laag
– opleiding tot leraar basisonderwijs
– opleidingskunde
– opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede dan wel eerste graad in:
– aardrijkskunde
– algemene economie
– bedrijfseconomie
– Duits
– Engels
– Frans
– Fries
– geschiedenis
– gezondheidszorg en welzijn
– godsdienst
– islamgodsdienst
– lichamelijke oefening
– maatschappijleer
– mens en maatschappij
– Nederlands
– omgangskunde
– pedagogiek
– Spaans
– Turks
– verpleegkunde
– verzorging/gezondheidskunde
landbouw en natuurlijke omgeving Hoog – accountancy en agribusiness – agrarische accountancy laag
– international business and management studies
natuur Hoog – wetenschapsdynamica laag
– farmacie top
techniek Hoog
gezondheidszorg Hoog – bewegingstherapie/psychomotorische therapie laag
– ergotherapie
– kader in de gezondheidszorg
– kunstzinnige therapie
– management in de zorg
– logopedie
– oefentherapie Cesar
– oefentherapie Mensendieck
– opleiding tot fysiotherapeut
– opleiding tot verpleegkundige
– opleiding tot verpleegkundige in de maatschappelijke gezondheidszorg
– sport, gezondheid en management
– voeding en diëtetiek
– bachelor klinische technologie top
– diergeneeskunde
– geneeskunde
– master arts, klinisch onderzoeker
– master geneeskunde, klinisch onderzoeker
– master technical medicine
– tandheelkunde
– advanced nursing practice
– physician assistent
– verloskunde
– mondzorgkunde
economie Laag – business administration in hotel management hoog
– communicatiesystemen
– facility management
– food & business
– hoger hotelonderwijs
– hogere Europese beroepenopleiding
– informatiedienstverlening en -management
– journalistiek
– journalistiek en voorlichting
– media, informatie en communicatie
– oriëntaalse talen en communicatie
– vertaalacademie
recht Laag
gedrag en maatschappij Laag – beleidsgerichte milieukunde hoog
– master environment and resource management
– milieu-maatschappijwetenschappen
– sociaal wetenschappelijke informatica
– technische cognitiewetenschap
– creatieve therapie
– University College Maastricht
taal en cultuur Laag – bachelor liberal arts and sciences hoog
* opleidingen op het gebied van de kunst
* masteropleidingen op het gebied van de bouwkunst
– museologie
sectoroverstijgend Laag * Onderwijs/Landbouw en Natuurlijke Omgeving/Natuur/Techniek/Gezondheid hoog

Indien bij de opleidingen niet expliciet is aangegeven dat het bachelor- of masteropleidingen betreft, worden, voor zover van toepassing, zowel de bachelor-, de master-, de voortgezette, als de ongedeelde opleiding bedoeld.

Bijlage 2. , behorend bij artikel 2.5, eerste lid

Vervallen

Bijlage 1. , behorend bij artikel 1.1. onderdeel v

CROHO-onderdeel standaard uitzonderingen uitzonderingen
niveau opleiding of CROHO-subonderdeel* niveau
onderwijs Hoog – opleidingen tot leraar speciaal onderwijs laag
– opleiding tot leraar basisonderwijs
– opleidingskunde
– opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede dan wel eerste graad in:
– aardrijkskunde
– algemene economie
– bedrijfseconomie
– Duits
– Engels
– Frans
– Fries
– geschiedenis
– gezondheidszorg en welzijn
– godsdienst
– islamgodsdienst
– lichamelijke oefening
– maatschappijleer
– mens en maatschappij
– Nederlands
– omgangskunde
– pedagogiek
– Spaans
– Turks
– verpleegkunde
– verzorging/gezondheidskunde
landbouw en natuurlijke omgeving Hoog – accountancy en agribusiness – agrarische accountancy laag
– international business and management studies
natuur Hoog – wetenschapsdynamica laag
– farmacie top
techniek Hoog
gezondheidszorg Hoog – bewegingstherapie/psychomotorische therapie laag
– ergotherapie
– kader in de gezondheidszorg
– kunstzinnige therapie
– management in de zorg
– logopedie
– oefentherapie Cesar
– oefentherapie Mensendieck
– opleiding tot fysiotherapeut
– opleiding tot verpleegkundige
– opleiding tot verpleegkundige in de maatschappelijke gezondheidszorg
– sport, gezondheid en management
– voeding en diëtetiek
– bachelor klinische technologie top
– diergeneeskunde
– geneeskunde
– master arts, klinisch onderzoeker
– master geneeskunde, klinisch onderzoeker
– master technical medicine
– tandheelkunde
– advanced nursing practice
– physician assistent
– verloskunde
– mondzorgkunde
economie Laag – business administration in hotel management hoog
– communicatiesystemen
– facility management
– food & business
– hoger hotelonderwijs
– hogere Europese beroepenopleiding
– informatiedienstverlening en -management
– journalistiek
– journalistiek en voorlichting
– media, informatie en communicatie
– oriëntaalse talen en communicatie
– vertaalacademie
recht Laag
gedrag en maatschappij Laag – beleidsgerichte milieukunde hoog
– master environment and resource management
– milieu-maatschappijwetenschappen
– sociaal wetenschappelijke informatica
– technische cognitiewetenschap
– creatieve therapie
– University College Maastricht
taal en cultuur Laag – bachelor liberal arts and sciences hoog
* opleidingen op het gebied van de kunst
* masteropleidingen op het gebied van de bouwkunst
– museologie
sectoroverstijgend Laag * Onderwijs/Landbouw en Natuurlijke Omgeving/Natuur/Techniek/Gezondheid hoog

Indien bij de opleidingen niet expliciet is aangegeven dat het bachelor- of masteropleidingen betreft, worden, voor zover van toepassing, zowel de bachelor-, de master-, de voortgezette, als de ongedeelde opleiding bedoeld.

Bijlage 1. , behorend bij artikel 1.1. onderdeel v

CROHO-onderdeel standaard uitzonderingen uitzonderingen
niveau opleiding of CROHO-subonderdeel* niveau
onderwijs Hoog – opleidingen tot leraar speciaal onderwijs laag
– opleiding tot leraar basisonderwijs
– opleidingskunde
– opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede dan wel eerste graad in:
– aardrijkskunde
– algemene economie
– bedrijfseconomie
– Duits
– Engels
– Frans
– Fries
– geschiedenis
– gezondheidszorg en welzijn
– godsdienst
– islamgodsdienst
– lichamelijke oefening
– maatschappijleer
– mens en maatschappij
– Nederlands
– omgangskunde
– pedagogiek
– Spaans
– Turks
– verpleegkunde
– verzorging/gezondheidskunde
landbouw en natuurlijke omgeving Hoog – accountancy en agribusiness – agrarische accountancy laag
– international business and management studies
natuur Hoog – wetenschapsdynamica laag
– farmacie top
techniek Hoog
gezondheidszorg Hoog – bewegingstherapie/psychomotorische therapie laag
– ergotherapie
– kader in de gezondheidszorg
– kunstzinnige therapie
– management in de zorg
– logopedie
– oefentherapie Cesar
– oefentherapie Mensendieck
– opleiding tot fysiotherapeut
– opleiding tot verpleegkundige
– opleiding tot verpleegkundige in de maatschappelijke gezondheidszorg
– sport, gezondheid en management
– voeding en diëtetiek
– bachelor klinische technologie top
– diergeneeskunde
– geneeskunde
– master arts, klinisch onderzoeker
– master geneeskunde, klinisch onderzoeker
– master technical medicine
– tandheelkunde
– advanced nursing practice
– physician assistent
– verloskunde
– mondzorgkunde
economie Laag – business administration in hotel management hoog
– communicatiesystemen
– facility management
– food & business
– hoger hotelonderwijs
– hogere Europese beroepenopleiding
– informatiedienstverlening en -management
– journalistiek
– journalistiek en voorlichting
– media, informatie en communicatie
– oriëntaalse talen en communicatie
– vertaalacademie
recht Laag
gedrag en maatschappij Laag – beleidsgerichte milieukunde hoog
– master environment and resource management
– milieu-maatschappijwetenschappen
– sociaal wetenschappelijke informatica
– technische cognitiewetenschap
– creatieve therapie
– University College Maastricht
taal en cultuur Laag – bachelor liberal arts and sciences hoog
* opleidingen op het gebied van de kunst
* masteropleidingen op het gebied van de bouwkunst
– museologie
sectoroverstijgend Laag * Onderwijs/Landbouw en Natuurlijke Omgeving/Natuur/Techniek/Gezondheid hoog

Indien bij de opleidingen niet expliciet is aangegeven dat het bachelor- of masteropleidingen betreft, worden, voor zover van toepassing, zowel de bachelor-, de master-, de voortgezette, als de ongedeelde opleiding bedoeld.

Bijlage 2. , behorend bij artikel 2.5, eerste lid

Vervallen

Bijlage 3

Door vernummering vervallen.

Bijlage 4. , behorend bij artikel 4.9, vijfde lid

Vervallen

Bijlage 5. , behorend bij artikel 4.14, tweede lid

Vervallen

Bijlage 6. , behorend bij artikel 4.20, vijfde lid

Vervallen

Bijlage 7. Ontwerperscertificaten

Onderwijs verbonden aan de Universiteit van Amsterdam

Onderwijs verbonden aan de Technische Universiteit Delft

Onderwijs verbonden aan de Technische Universiteit Eindhoven

Onderwijs verbonden aan de Universiteit Twente (Enschede)

Bijlage 8. , behorend bij artikel 4.22, eerste lid

Vervallen

Bijlage 9. , behorend bij artikel 4.22, tweede lid

Vervallen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Afdeling 3. Bepalingen betreffende accreditatie en erkenning ITK onder voorwaarden

Afdeling 3. Bepalingen over de rijksbijdrage vanwege het verrichten van onderzoek

§ 1. Onderzoekdeel wo

§ 2. Deel ontwerp en ontwikkeling hbo

Afdeling 4. Bepalingen betreffende de rijksbijdrage vanwege werkzaamheden ten dienste van wetenschappelijk geneeskundig onderwijs en onderzoek

Hoofdstuk 5. Overgangsbepalingen

Hoofdstuk 6. Bepalingen over personeel

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Bijlage 1. , behorend bij artikel 3.7, eerste lid

Vervallen

Bijlage 1. , behorend bij artikel 3.7, eerste lid

Vervallen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Afdeling 3. Centraal register inschrijvingen hoger onderwijs

Artikel 2.5. Gegevens
1.

Het instellingsbestuur verstrekt de gegevens als bedoeld in artikel 7.52, vijfde lid, van de wet, conform bijlage 2 bij dit besluit, uitgezonderd de onderdelen c tot en met g, onderdeel o en onderdelen u tot en met w, voor zover Onze minister die kan ontlenen aan de gemeentelijke basisadministratie personen.

2.

Indien een gegeven, behorend tot onderdelen c tot en met g, onderdeel o of onderdelen u tot en met w, niet kan worden ontleend aan de gemeentelijke basisadministratie personen, verzoekt Onze minister het instellingsbestuur deze informatie te verstrekken. Deze verstrekking geschiedt binnen vier weken na de dag van verzending van het verzoek.

3.

In afwijking van het eerste lid worden de gegevens, bedoeld in bijlage 2, onderdeel h, door Onze minister verstrekt uit het basisregister onderwijs als bedoeld in artikel 24b van de Wet op het onderwijstoezicht.

4.

Indien Onze minister de gegevens, bedoeld in het derde lid niet kan verstrekken, verzoekt Onze minister het instellingsbestuur deze gegevens te verstrekken. Deze verstrekking geschiedt binnen vier weken na de dag van verzending van het verzoek.

Artikel 2.6. Tijdstip en wijze levering gegevens
1.

Het instellingsbestuur brengt een beslissing als bedoeld in artikel 7.52, vijfde lid, van de wet ter kennis van het Centraal register inschrijving hoger onderwijs binnen acht weken nadat die beslissing is genomen.

2.

Bij ministeriële regeling wordt vastgesteld op welke wijze het instellingsbestuur de gegevens aan het Centraal register inschrijving hoger onderwijs verstrekt.

Hoofdstuk 3. Bepalingen betreffende opleidingen

Afdeling 1. Centraal register opleidingen hoger onderwijs

Afdeling 1. Registratie instellingen en opleidingen

Afdeling 4. Overige eigen bijdragen

Afdeling 1. Algemene bepalingen over de berekening van de rijksbijdrage

Hoofdstuk 4. Bepalingen over de berekening van de rijksbijdrage

Afdeling 2. Bijzondere nadere vooropleidingseisen leraar basisonderwijs

Afdeling 3. Bepalingen over de rijksbijdrage vanwege het verrichten van onderzoek

§ 1. Onderzoekdeel wo

§ 2. Deel ontwerp en ontwikkeling hbo

Afdeling 3. Bepalingen over de rijksbijdrage vanwege het verrichten van onderzoek

Hoofdstuk 5. Overgangsbepalingen

Hoofdstuk 6. Bepalingen over personeel

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Bijlage 1. , behorend bij artikel 1.1. onderdeel v

CROHO-onderdeel standaard uitzonderingen uitzonderingen
niveau opleiding of CROHO-subonderdeel* niveau
onderwijs Hoog – opleidingen tot leraar speciaal onderwijs laag
– opleiding tot leraar basisonderwijs
– opleidingskunde
– opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede dan wel eerste graad in:
– aardrijkskunde
– algemene economie
– bedrijfseconomie
– Duits
– Engels
– Frans
– Fries
– geschiedenis
– gezondheidszorg en welzijn
– godsdienst
– islamgodsdienst
– lichamelijke oefening
– maatschappijleer
– mens en maatschappij
– Nederlands
– omgangskunde
– pedagogiek
– Spaans
– Turks
– verpleegkunde
– verzorging/gezondheidskunde
landbouw en natuurlijke omgeving Hoog – accountancy en agribusiness – agrarische accountancy laag
– international business and management studies
natuur Hoog – wetenschapsdynamica laag
– farmacie top
techniek Hoog
gezondheidszorg Hoog – bewegingstherapie/psychomotorische therapie laag
– ergotherapie
– kader in de gezondheidszorg
– kunstzinnige therapie
– management in de zorg
– logopedie
– oefentherapie Cesar
– oefentherapie Mensendieck
– opleiding tot fysiotherapeut
– opleiding tot verpleegkundige
– opleiding tot verpleegkundige in de maatschappelijke gezondheidszorg
– sport, gezondheid en management
– voeding en diëtetiek
– bachelor klinische technologie top
– diergeneeskunde
– geneeskunde
– master arts, klinisch onderzoeker
– master geneeskunde, klinisch onderzoeker
– master technical medicine
– tandheelkunde
– advanced nursing practice
– physician assistent
– verloskunde
– mondzorgkunde
economie Laag – business administration in hotel management hoog
– communicatiesystemen
– facility management
– food & business
– hoger hotelonderwijs
– hogere Europese beroepenopleiding
– informatiedienstverlening en -management
– journalistiek
– journalistiek en voorlichting
– media, informatie en communicatie
– oriëntaalse talen en communicatie
– vertaalacademie
recht Laag
gedrag en maatschappij Laag – beleidsgerichte milieukunde hoog
– master environment and resource management
– milieu-maatschappijwetenschappen
– sociaal wetenschappelijke informatica
– technische cognitiewetenschap
– creatieve therapie
– University College Maastricht
taal en cultuur Laag – bachelor liberal arts and sciences hoog
* opleidingen op het gebied van de kunst
* masteropleidingen op het gebied van de bouwkunst
– museologie
sectoroverstijgend Laag * Onderwijs/Landbouw en Natuurlijke Omgeving/Natuur/Techniek/Gezondheid hoog

Indien bij de opleidingen niet expliciet is aangegeven dat het bachelor- of masteropleidingen betreft, worden, voor zover van toepassing, zowel de bachelor-, de master-, de voortgezette, als de ongedeelde opleiding bedoeld.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 2.3a. Uitbreiding categorie studenten wettelijk collegegeld in verband met gelijktijdig gevolgde opleidingen
1.

Een persoon die blijkens het register onderwijsdeelnemers sedert 1 september 1991 voor de eerste keer een opleiding volgt en zich voor het behalen van de aan die opleiding verbonden graad heeft ingeschreven voor een of meer andere opleidingen, is voor die andere opleiding of andere opleidingen wettelijk collegegeld verschuldigd, mits hij behoort tot één van de groepen van personen, bedoeld in artikel 2.2 van de Wet studiefinanciering 2000, of de Surinaamse nationaliteit bezit.

2.

Een persoon, bedoeld in het eerste lid, komt uitsluitend in aanmerking voor de aanspraak, bedoeld in het eerste lid, indien:

Hoofdstuk 3. Bepalingen betreffende opleidingen

Afdeling 3. Centraal register inschrijvingen hoger onderwijs

Afdeling 2. Aanvullende eisen met het oog op de inschrijving

Hoofdstuk 4. Bepalingen over de berekening van de rijksbijdrage

Afdeling 3. Bepalingen over de rijksbijdrage vanwege het verrichten van onderzoek

§ 1. Onderzoekdeel wo

§ 2. Deel ontwerp en ontwikkeling hbo

Afdeling 4. Bepalingen betreffende de rijksbijdrage vanwege werkzaamheden ten dienste van wetenschappelijk geneeskundig onderwijs en onderzoek

Hoofdstuk 5. Overgangsbepalingen

Hoofdstuk 6. Bepalingen over personeel

Hoofdstuk 5. Overgangsbepalingen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 2.5. Gegevens
1.

Het instellingsbestuur verstrekt de gegevens als bedoeld in artikel 7.52, vijfde lid, van de wet, conform bijlage 2 bij dit besluit, uitgezonderd de onderdelen c tot en met g, onderdeel o en onderdelen u tot en met w, voor zover Onze minister die kan ontlenen aan de gemeentelijke basisadministratie personen.

2.

Indien een gegeven, behorend tot onderdelen c tot en met g, onderdeel o of onderdelen u tot en met w, niet kan worden ontleend aan de gemeentelijke basisadministratie personen, verzoekt Onze minister het instellingsbestuur deze informatie te verstrekken. Deze verstrekking geschiedt binnen vier weken na de dag van verzending van het verzoek.

3.

In afwijking van het eerste lid worden de gegevens, bedoeld in bijlage 2, onderdeel h, door Onze minister verstrekt uit het basisregister onderwijs als bedoeld in artikel 24b van de Wet op het onderwijstoezicht.

4.

Indien Onze minister de gegevens, bedoeld in het derde lid niet kan verstrekken, verzoekt Onze minister het instellingsbestuur deze gegevens te verstrekken. Deze verstrekking geschiedt binnen vier weken na de dag van verzending van het verzoek.

Artikel 2.6. Tijdstip en wijze levering gegevens
1.

Het instellingsbestuur brengt een beslissing als bedoeld in artikel 7.52, vijfde lid, van de wet ter kennis van het Centraal register inschrijving hoger onderwijs binnen acht weken nadat die beslissing is genomen.

2.

Bij ministeriële regeling wordt vastgesteld op welke wijze het instellingsbestuur de gegevens aan het Centraal register inschrijving hoger onderwijs verstrekt.

Hoofdstuk 3. Bepalingen betreffende opleidingen

Afdeling 1. Centraal register opleidingen hoger onderwijs

Hoofdstuk 4. Bepalingen over de berekening van de rijksbijdrage

Afdeling 1. Algemene bepalingen over de berekening van de rijksbijdrage

Afdeling 4. Overige eigen bijdragen

Hoofdstuk 6b. Hoger onderwijs in het buitenland

Bijlage 2. , behorend bij artikel 2.5, eerste lid

Vervallen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 2.3b. Uitzondering voor deeltijdstudenten ingeschreven op of vóór 1 februari 2011

Vervallen

Hoofdstuk 3. Bepalingen betreffende opleidingen

Afdeling 1. Centraal register opleidingen hoger onderwijs

Hoofdstuk 4. Bepalingen over de berekening van de rijksbijdrage

Afdeling 2. Bepalingen over de rijksbijdrage vanwege het verzorgen van onderwijs

Artikel 2.5. Gegevens
1.

Het instellingsbestuur verstrekt de gegevens als bedoeld in artikel 7.52, vijfde lid, van de wet, conform bijlage 2 bij dit besluit, uitgezonderd de onderdelen c tot en met g, onderdeel o en onderdelen u tot en met w, voor zover Onze minister die kan ontlenen aan de gemeentelijke basisadministratie personen.

2.

Indien een gegeven, behorend tot onderdelen c tot en met g, onderdeel o of onderdelen u tot en met w, niet kan worden ontleend aan de gemeentelijke basisadministratie personen, verzoekt Onze minister het instellingsbestuur deze informatie te verstrekken. Deze verstrekking geschiedt binnen vier weken na de dag van verzending van het verzoek.

3.

In afwijking van het eerste lid worden de gegevens, bedoeld in bijlage 2, onderdeel h, door Onze minister verstrekt uit het basisregister onderwijs als bedoeld in artikel 24b van de Wet op het onderwijstoezicht.

4.

Indien Onze minister de gegevens, bedoeld in het derde lid niet kan verstrekken, verzoekt Onze minister het instellingsbestuur deze gegevens te verstrekken. Deze verstrekking geschiedt binnen vier weken na de dag van verzending van het verzoek.

Artikel 2.6. Tijdstip en wijze levering gegevens
1.

Het instellingsbestuur brengt een beslissing als bedoeld in artikel 7.52, vijfde lid, van de wet ter kennis van het Centraal register inschrijving hoger onderwijs binnen acht weken nadat die beslissing is genomen.

2.

Bij ministeriële regeling wordt vastgesteld op welke wijze het instellingsbestuur de gegevens aan het Centraal register inschrijving hoger onderwijs verstrekt.

Hoofdstuk 3. Bepalingen betreffende opleidingen

Afdeling 3. Centraal register inschrijvingen hoger onderwijs

Hoofdstuk 4. Bepalingen over de berekening van de rijksbijdrage

Afdeling 1. Algemene bepalingen over de berekening van de rijksbijdrage

Afdeling 2. Bepalingen over de rijksbijdrage vanwege het verzorgen van onderwijs

Afdeling 3. Bepalingen over de rijksbijdrage vanwege het verrichten van onderzoek

§ 2. Deel ontwerp en ontwikkeling hbo

Afdeling 4. Bepalingen betreffende de rijksbijdrage vanwege werkzaamheden ten dienste van wetenschappelijk geneeskundig onderwijs en onderzoek

Hoofdstuk 5. Overgangsbepalingen

Hoofdstuk 6. Bepalingen over personeel

Hoofdstuk 6. Bepalingen over personeel

Bijlage 3

Door vernummering vervallen.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Afdeling 3. Centraal register inschrijvingen hoger onderwijs

Artikel 7.1a. Overgangsbepaling Besluit rechtspositie leden van de centrale directies en van colleges van bestuur

In afwijking van hoofdstuk 2 van het Besluit rechtspositie leden van de centrale directies en van colleges van bestuur, zoals dat luidde op het tijdstip voordat het werd ingetrokken, blijven ten aanzien van degene die voor 1 juli 2001 is benoemd of aangesteld tot lid van een centrale directie of van een college van bestuur de rechtspositievoorschriften, zoals die jegens hem golden op 30 juni 2001, van kracht, indien en voor zolang de betrokkene niet schriftelijk binnen een door het bevoegd gezag vast te stellen termijn van tenminste drie maanden vanaf 1 juli 2001 aan het bevoegd gezag heeft medegedeeld dat hij ermee instemt dat zijn rechtspositie krachtens artikel 2 wordt vastgesteld.

Artikel 7.1b. Overgangsbepaling Besluit rechtspositie leden van colleges van bestuur van openbare universiteiten

Ten aanzien van degenen die voor 19 maart 1997 wat betreft de openbare universiteiten dan wel voor 11 juli 1997 wat betreft de Open Universiteit tot lid van een college van bestuur zijn benoemd, blijven de salarissen, toelagen en wachtgeldaanspraken, vastgesteld en toegekend op grond van de op 18 maart 1997 onderscheidenlijk de op 10 juli 1997 geldende voorschriften gehandhaafd. Indien de salarisbedragen van de overeenkomstige salarisschaal van de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor de ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn worden gewijzigd, is deze wijziging van toepassing op de salarisbedragen van de in de eerste volzin bedoelde salarissen.

Artikel 3.8. Corresponderende vakken

Bij ministeriële regeling wordt vastgesteld met welke vakken die deel hebben uitgemaakt van het examen ter verkrijging van een diploma als bedoeld in artikel 7.24 van de wet, een persoon kan aantonen te voldoen aan het niveau, bedoeld in artikel 3.7, tweede lid.

Artikel 6.6. Experiment flexstuderen

Van 1 september 2017 tot en met 31 augustus 2023 wordt onder «opleiding van eerste inschrijving» begrepen:

Artikel 4.8a. Bekostigde inschrijving Open Universiteit
1.

Een in het register onderwijsdeelnemers geregistreerde inschrijving van een student voor een onderwijseenheid van een bacheloropleiding van de Open Universiteit geldt als een bekostigde inschrijving indien

2.

De omvang van de bekostigde inschrijving wordt bepaald door het aantal studiepunten van de desbetreffende onderwijseenheid tot maximaal het verschil tussen de wettelijke studielast van de bacheloropleiding waarvan de onderwijseenheid deel uitmaakt en het totaal aantal studiepunten van onderwijseenheden van bacheloropleidingen waarvoor de student zich blijkens het register onderwijsdeelnemers eerder, maar op of na 2 oktober 2015 bij de Open Universiteit heeft ingeschreven en die door het Rijk worden bekostigd, te delen door 60.

3.

Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op een inschrijving van een student voor een onderwijseenheid van een masteropleiding van de Open Universiteit.

Bijlage 4. , behorend bij artikel 4.9, vijfde lid

Vervallen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 6.7. Begripsbepaling

De begripsbepaling van «student» in artikel 1.1 is op dit hoofdstuk niet van toepassing.

Artikel 6.8. Voorschriften besteding en verantwoording
1.

Het instellingsbestuur van een bekostigde instelling als bedoeld in artikel 1.8 van de wet wendt middelen verkregen ten laste van de rijksbegroting of anderszins uit hoofde van bij of krachtens de wet ingestelde heffingen verkregen middelen, alsmede de opbrengsten daarvan, waarover hij de beschikking heeft gekregen om de activiteiten in Nederland, bedoeld in artikel 1.3 van de wet, te financieren, niet aan voor de kosten van een opleiding in het buitenland of van de voorbereiding op het verzorgen van die opleiding en het indienen van de desbetreffende aanvraag, bedoeld in artikel 6.9.

2.

Het instellingsbestuur voert in voorkomend geval een afzonderlijke boekhouding voor de activiteiten betreffende de opleiding in het buitenland enerzijds en de activiteiten, bedoeld in artikel 1.3 van de wet, anderzijds. De afzonderlijke boekhouding is zodanig ingericht dat de registratie van de lasten en baten van de verschillende activiteiten gescheiden zijn.

3.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gesteld met betrekking tot de financiële verantwoording.

Artikel 6.9. Indiening aanvraag

Het instellingsbestuur dient een aanvraag om toestemming voor het verzorgen van een opleiding in het buitenland als bedoeld in artikel 1.19a, eerste lid, van de wet in bij Onze Minister. De aanvraag gaat in ieder geval vergezeld van:

Artikel 6.10. Inhoud aanvraag
1.

In de aanvraag beschrijft en onderbouwt het instellingsbestuur in ieder geval:

2.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gesteld met betrekking tot het indienen van aanvragen, de daarbij te overleggen gegevens en bescheiden en de procedure.

Artikel 6.11. Beoordeling aanvraag/weigeringsgronden

Onze minister wijst de aanvraag af indien niet voldoende aannemelijk is gemaakt dat het verzorgen van de opleiding in het buitenland van meerwaarde is voor de kwaliteit van het hoger onderwijs in Nederland en de profilering van het Nederlandse hoger onderwijs in het buitenland. Hiervan is in ieder geval sprake indien:

Artikel 6.12. Toestemming
1.

Onze Minister besluit binnen twintig weken op de aanvraag. Onze Minister kan de inspectie en het accreditatieorgaan om advies vragen over de aanvraag, alvorens te besluiten.

2.

Ingeval Onze Minister positief op de aanvraag besluit en niet verdragsrechtelijk of, indien de aanvraag betrekking heeft op een land binnen het Koninkrijk der Nederlanden, bij onderlinge regeling als bedoeld in artikel 38 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, is verzekerd dat het accreditatieorgaan en de inspectie toegang zullen hebben tot de beoogde opleiding in het buitenland om aldaar hun taken te kunnen uitoefenen, vermeldt Onze Minister in de beschikking dat de toestemming van kracht wordt op de dag waarop een verdrag dat of onderlinge regeling die in de vereiste toegang voorziet, in werking treedt.

3.

Onze Minister vermeldt in geval van een positief besluit in de beschikking de termijn waarbinnen de opleiding in het buitenland dient te worden gestart.

Artikel 6.13. Voorschriften
1.

Het instellingsbestuur waaraan toestemming is verleend voor het verzorgen van een opleiding in het buitenland is verplicht de onderwijsactiviteiten aan de buitenlandse vestiging in financiële en personele zin en ten opzichte van studenten, zorgvuldig af te bouwen ingeval van beëindiging van het verzorgen van de opleiding in het buitenland. Artikel 5.21 van de wet is van overeenkomstige toepassing.

2.

Onze minister kan in het belang van de kwaliteit van het hoger onderwijs in Nederland of in het belang van de profilering van het Nederlandse hoger onderwijs in het buitenland andere voorschriften aan de toestemming verbinden.

Artikel 6.14. Intrekking toestemming
1.

De toestemming wordt ingetrokken, indien:

2.

Van ernstige schade als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, kan onder meer sprake zijn, indien:

3.

Bij toepassing van het eerste lid kunnen aan de beschikking waarbij toestemming wordt ingetrokken, voorschriften worden gegeven ten behoeve van een zorgvuldige afwikkeling van de beëindiging van de opleiding in het buitenland.

4.

Onverminderd artikel 5.21, tweede tot en met vierde lid, van de wet vervalt de toestemming voor het verzorgen van opleidingen in het buitenland van rechtswege, indien de accreditatie van de opleiding niet wordt verlengd of wordt ingetrokken. Ook vervalt de toestemming als de opleiding in Nederland, bedoeld in artikel 6.9, onderdeel a, niet meer bestaat.

Hoofdstuk 6b. Hoger onderwijs in het buitenland

Bijlage 5. , behorend bij artikel 4.14, tweede lid

Vervallen

Bijlage 6. , behorend bij artikel 4.20, vijfde lid

Vervallen

Bijlage 7. Ontwerperscertificaten

Onderwijs verbonden aan de Universiteit van Amsterdam

Onderwijs verbonden aan de Technische Universiteit Delft

Onderwijs verbonden aan de Technische Universiteit Eindhoven

Onderwijs verbonden aan de Universiteit Twente (Enschede)

Bijlage 8. , behorend bij artikel 4.22, eerste lid

Vervallen

Bijlage 9. , behorend bij artikel 4.22, tweede lid

Vervallen

Bijlage. behorend bij artikel 4.21, derde lid

Onderwijs verbonden aan de Universiteit van Amsterdam

Onderwijs verbonden aan de Technische Universiteit Delft

Onderwijs verbonden aan de Technische Universiteit Eindhoven

Onderwijs verbonden aan de Universiteit Twente (Enschede)

Bijlage 11. , behorend bij artikel 4.25, tweede lid, onderdeel a

Vervallen

Bijlage 12. , behorend bij artikel 4.25, derde lid

Vervallen

Bijlage. behorend bij artikel 4.21, derde lid

Onderwijs verbonden aan de Universiteit van Amsterdam

Onderwijs verbonden aan de Technische Universiteit Delft

Onderwijs verbonden aan de Technische Universiteit Eindhoven

Onderwijs verbonden aan de Universiteit Twente (Enschede)

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

§ 1. Wettelijk collegegeld

§ 2. Gedeeltelijk wettelijk collegegeld

Artikel 2.4a. Omvang gedeeltelijk wettelijk collegegeld
1.

Het minimumbedrag van het gedeeltelijk wettelijk collegegeld, bedoeld in artikel 7.45, tweede lid, van de wet, bedraagt voor het studiejaar 2018–2019 € 1.226Voor het studiejaar 2021-2022: € 1.291.

2.

Het bedrag, genoemd in het eerste lid, wordt jaarlijks overeenkomstig artikel 2.2, tweede en derde lid, bij ministeriële regeling aangepast. Het overeenkomstig dit lid gewijzigde bedrag treedt in de plaats van het in het eerste lid genoemde bedrag.

§ 3. Verlaagd wettelijk collegegeld

Artikel 2.4b. Omvang verlaagd wettelijk collegegeld
1.

Het verlaagd wettelijk collegegeld, bedoeld in artikel 7.45, vijfde lid, van de wet bedraagt 50 procent van het bedrag aan collegegeld dat op grond van artikel 7.45a, derde of vierde lid, 7.45b, eerste lid, onderscheidenlijk 7.48, zesde lid, van de wet op de student van toepassing is.

2.

Het verlaagd wettelijk collegegeld voor een opleiding als bedoeld in artikel 6.7, eerste lid, van de wet, bedraagt het door het instellingsbestuur vastgestelde collegegeld, minus 50 procent van het volledig wettelijk collegegeld, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid.

3.

De bedragen van het verlaagd wettelijk collegegeld, bedoeld in artikel 7.45, vijfde lid, van de wet, en het verlaagd minimumbedrag van het gedeeltelijk wettelijk collegegeld, bedoeld in artikel 2.4a, eerste lid, worden jaarlijks bij ministeriële regeling vastgesteld voor 1 november voorafgaand aan het studiejaar waarvoor zij zullen gelden. De vast te stellen bedragen worden afgerond op het naastbij gelegen gehele getal.

Artikel 2.4c. Aanspraak op verlaagd wettelijk collegegeld eerstejaars studenten
1.

Het verlaagd wettelijk collegegeld, bedoeld in artikel 2.4b, is verschuldigd door een student die:

2.

De aanspraak op verlaagd wettelijk collegegeld als bedoeld in artikel 2.4b geldt eenmalig gedurende een periode van twaalf maanden. Een onderbreking van de inschrijving schort deze periode van twaalf maanden niet op.

3.

In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, is een student die zich in een periode van ten hoogste twaalf maanden na diens eerste inschrijving in het hoger onderwijs opnieuw laat inschrijven, het resterende aantal maanden van de periode van twaalf maanden, gerekend vanaf de maand van diens eerste inschrijving, het verlaagd wettelijk collegegeld verschuldigd, bedoeld in artikel 2.4b.

Artikel 2.4d. Aanspraak op extra jaar verlaagd wettelijk collegegeld voor opleidingen op het gebied van onderwijs
1.

Het verlaagd wettelijk collegegeld, bedoeld in artikel 2.4b, is verschuldigd door een student die:

2.

De aanspraak op verlaagd wettelijk collegegeld als bedoeld in artikel 2.4b geldt eenmalig gedurende een periode van twaalf maanden die aanvangt op het tijdstip dat het eerste lid voor het eerst van toepassing wordt. Een onderbreking van de inschrijving schort deze periode van twaalf maanden niet op.

3.

Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder opleiding op het gebied van onderwijs verstaan: een opleiding als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid.

Artikel 2.4e. Aanspraak op verlaagd wettelijk collegegeld in geval van een gelijktijdige tweede inschrijving voor de academische pabo
1.

De verplichting tot betaling van het verschil, bedoeld in artikel 7.48, eerste lid, tweede volzin, van de wet, blijft voor een student aan een bacheloropleiding pedagogische wetenschappen, onderwijskunde of onderwijswetenschappen in het wetenschappelijk onderwijs voor die opleiding buiten toepassing indien:

2.

Indien de toepassing van het eerste lid, gelet op het belang dat de voorwaarden uit het eerste lid beogen te dienen, voor een student zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard, kan het instellingsbestuur besluiten dat voor de student aanspraak bestaat op verlaagd wettelijk collegegeld als bedoeld in artikel 2.4d en dat de verplichting tot betaling van het verschil, bedoeld in het eerste lid, buiten toepassing blijft.

Artikel 2.4f. Reikwijdte en cohortbepaling verlaagd wettelijk collegegeld
1.

Artikel 2.4c is niet van toepassing op studenten met wie op enig moment op grond van artikel 8 van het Besluit experiment vraagfinanciering hoger onderwijs een onderwijsovereenkomst is afgesloten.

2.

Artikel 2.4c, derde lid, is niet van toepassing op inschrijvingen aan een instelling voorafgaand aan 1 september 2018.

3.

De aanspraak op verlaagd wettelijk collegegeld voor een opleiding als bedoeld in artikel 2.4d, eerste lid, onderdeel c, onder 1°, is slechts van toepassing op studenten die blijkens het register onderwijsdeelnemers in de periode van 1 september 1991 tot en met 31 augustus 2018 niet eerder ingeschreven zijn geweest aan een instelling.

4.

De aanspraak op verlaagd wettelijk collegegeld voor een opleiding als bedoeld in artikel 2.4d, eerste lid, onderdeel c, onder 2°, is slechts van toepassing op een inschrijving vanaf 1 september 2021 voor studenten die blijkens het register onderwijsdeelnemers in de periode van 1 september 1991 tot en met 31 augustus 2018 niet eerder ingeschreven zijn geweest aan een instelling.

Hoofdstuk 3. Bepalingen betreffende opleidingen

Hoofdstuk 4. Bepalingen over de berekening van de rijksbijdrage

Afdeling 2. Bepalingen over de rijksbijdrage vanwege het verzorgen van onderwijs

§ 1. Onderzoekdeel wo

§ 2. Deel ontwerp en ontwikkeling hbo

Afdeling 4. Bepalingen betreffende de rijksbijdrage vanwege werkzaamheden ten dienste van wetenschappelijk geneeskundig onderwijs en onderzoek

Hoofdstuk 6a. Experimenten

Hoofdstuk 6a. Experimenten

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 3.9. Accreditatie onder voorwaarden
1.

Het accreditatieorgaan kan accreditatie nieuwe opleiding onder voorwaarden als bedoeld in artikel 5.9, tweede lid, van de wet of accreditatie bestaande opleiding onder voorwaarden als bedoeld in artikel 5.17, tweede lid, van de wet verlenen, indien:

2.

In geval van toepassing van het eerste lid wordt de opleiding uiterlijk twee jaar na de verlening van de accreditatie onder voorwaarden, herbeoordeeld op de kwaliteitsaspecten die tekortkomingen bevatten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.

3.

Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op het behoud van accreditatie bestaande opleiding onder voorwaarden als bedoeld in artikel 5.18 van de wet en op het behoud van accreditatie nieuwe opleiding als bedoeld in artikel 5.19, tweede lidartikel 5.8, eerste lid, onderdeel c, van de wet.

4.

Accreditatie nieuwe opleiding onder voorwaarden als bedoeld in artikel 5.9, tweede lid, van de wet kan niet worden verleend in geval van een verzwaarde toets nieuwe opleiding voor de eerste opleiding die wordt verzorgd door een rechtspersoon die geaccrediteerde opleidingen wil verzorgen als bedoeld in artikel 5.3, eerste lid, onderdeel d, van de wet.

Artikel 3.10. Erkenning ITK onder voorwaarden
1.

Het accreditatieorgaan kan een erkenning ITK onder voorwaarden als bedoeld in artikel 5.27, tweede lid, van de wet verlenen indien sprake is van tekortkomingen die naar het oordeel van het accreditatieorgaan binnen twee jaar na de verlening kunnen worden weggenomen, op ten hoogste twee van de volgende kwaliteitsaspecten:

2.

In geval van toepassing van het eerste lid wordt de kwaliteitszorg van de instelling uiterlijk twee jaar na de verlening van de erkenning ITK onder voorwaarden, herbeoordeeld op de kwaliteitsaspecten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a tot en met d, voor zover deze tekortkomingen bevatten.

3.

Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de verlenging van de erkenning ITK onder voorwaarden, bedoeld in artikel 5.27, tweede lid, van de wet.

Artikel 3.11. Voorwaarden en intrekking
1.

Het accreditatieorgaan kan aan een accreditatie onder voorwaarden als bedoeld in de artikelen 5.9, tweede lid, 5.17, tweede lid, 5.18 en 5.19, tweede lid, van de wet respectievelijk een erkenning ITK onder voorwaarden als bedoeld in de artikel 5.27, tweede lid, van de wet, voorwaarden verbinden die betrekking hebben op:

2.

Een accreditatie onder voorwaarden als bedoeld in artikel 3.9, eerste lid wordt ingetrokken indien niet wordt voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, of een of meer van de kwaliteitsaspecten bij de herbeoordeling ingevolge artikel 3.9, tweede lid, tekortkomingen bevatten.

3.

Een erkenning ITK onder voorwaarden als bedoeld in artikel 3.10, eerste lid wordt ingetrokken indien niet wordt voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, of een of meer van de kwaliteitsaspecten bij de herbeoordeling ingevolge 3.10, tweede lid, tekortkomingen bevatten.

Hoofdstuk 4. Bepalingen over de berekening van de rijksbijdrage

Afdeling 1. Algemene bepalingen over de berekening van de rijksbijdrage

Afdeling 2. Bepalingen over de rijksbijdrage vanwege het verzorgen van onderwijs

Afdeling 3. Bepalingen over de rijksbijdrage vanwege het verrichten van onderzoek

§ 1. Onderzoekdeel wo

§ 2. Deel ontwerp en ontwikkeling hbo

Afdeling 4. Bepalingen betreffende de rijksbijdrage vanwege werkzaamheden ten dienste van wetenschappelijk geneeskundig onderwijs en onderzoek

Hoofdstuk 6. Bepalingen over personeel

Hoofdstuk 6a. Experimenten

Hoofdstuk 6. Bepalingen over personeel

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Afdeling 5. Bepalingen betreffende de rijksbijdrage vanwege in het vooruitzicht gestelde of gerealiseerde kwaliteit van het hoger onderwijs

Artikel 4.28. Begripsbepalingen

In deze afdeling wordt verstaan onder:

Artikel 4.29. Kwaliteitsthema’s

Onze Minister kan kwaliteitsbekostiging toekennen vanwege door een instellingsbestuur in het vooruitzicht gestelde kwaliteit of door een instellingsbestuur gerealiseerde kwaliteit op:

Artikel 4.30. Maatstaven voor toekenning kwaliteitsbekostiging bij planbeoordeling
1.

Onze Minister kent op aanvraag kwaliteitsbekostiging toe aan een instellingsbestuur vanwege in het vooruitzicht gestelde kwaliteit, indien:

2.

Ingeval Onze Minister de aanvraag afwijst, kan hij tot een jaar en dertig weken na dat besluit de kwaliteitsbekostiging alsnog op aanvraag toekennen. Het eerste lid is van toepassing op de nieuwe aanvraag.

Artikel 4.31. Tijdvak kwaliteitsbekostiging bij planbeoordeling
1.

De toekenning, bedoeld in artikel 4.30, eerste lid, geschiedt uiterlijk in 2020 en betreft de periode 1 januari 2022 tot en met 31 december 2024.

2.

De toekenning, bedoeld in artikel 4.30, tweede lid, geschiedt uiterlijk in 2021 en betreft de periode 1 januari 2022 tot en met 31 december 2024.

Artikel 4.32. Maatstaven voor toekenning kwaliteitsbekostiging bij planrealisatie
1.

Onze Minister kent ambtshalve kwaliteitsbekostiging toe vanwege gerealiseerde kwaliteit aan een instellingsbestuur waarvan de aanvraag als bedoeld in artikel 4.30 is gehonoreerd, indien hij oordeelt dat:

2.

Bij de beoordeling van de maatstaf als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, neemt Onze Minister de door het instellingsbestuur geformuleerde verwachte voortgang als bedoeld in artikel 4.30, eerste lid, onderdeel b, in acht en houdt hij rekening met de inspanningen van het instellingsbestuur en, in voorkomend geval, met de wijze waarop het instellingsbestuur is omgegaan met onvoorziene omstandigheden.

3.

Ingeval Onze Minister op grond van het eerste lid besluit de kwaliteitsbekostiging niet toe te kennen, kan hij tot een jaar en dertig weken na dat besluit de kwaliteitsbekostiging alsnog op aanvraag toekennen. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de aanvraag.

Artikel 4.33. Tijdvak kwaliteitsbekostiging bij planrealisatie
1.

De ambtshalve toekenning, bedoeld in artikel 4.32, eerste lid, geschiedt uiterlijk in 2023 en betreft de periode 1 januari 2024 tot en met 31 december 2024.

2.

De toekenning op aanvraag, bedoeld in artikel 4.32, derde lid, geschiedt uiterlijk in 2024 en betreft de periode 1 januari 2024 tot en met 31 december 2024.

Artikel 4.34. Hardheidsclausule

Onze Minister kan in individuele gevallen artikel 4.30 of artikel 4.32 buiten toepassing laten of in afwijking daarvan besluiten voor zover onverkorte toepassing gelet op het belang van de kwaliteitsverbetering van het onderwijs zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Hoofdstuk 5. Overgangsbepalingen

Hoofdstuk 6b. Hoger onderwijs in het buitenland

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Bijlage. behorend bij artikel 4.21, derde lid

Onderwijs verbonden aan de Universiteit van Amsterdam

Onderwijs verbonden aan de Technische Universiteit Delft

Onderwijs verbonden aan de Technische Universiteit Eindhoven

Onderwijs verbonden aan de Universiteit Twente (Enschede)

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 7.1c. Overgangsbepaling verlaagd wettelijk collegegeld voor kleinschalige en intensieve opleidingen

Vervallen

Bijlage. behorend bij artikel 4.21, eerste lid

Onderwijs verbonden aan de Universiteit van Amsterdam

Onderwijs verbonden aan de Technische Universiteit Delft

Onderwijs verbonden aan de Technische Universiteit Eindhoven

Onderwijs verbonden aan de Universiteit Twente (Enschede)

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.