← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling storing radioverbinding tijdens een gecontroleerde vlucht

Geldende tekst a fecha 1993-10-20

Handelend in overeenstemming met de Minister van Defensie;

Gelet op artikel 39 van het Luchtverkeersreglement;

Gezien paragraaf 3.6.5.2. van Bijlage 2 (Rules of the Air) en paragraaf 5.2.2.7. van Bijlage 10 (Aeronautical Telecommunications), van het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart;

Besluit:

Artikel 1
1.

Indien de radioverbinding van een luchtvaartuig met de betrokken luchtverkeersleidingsdienst uitvalt worden de voorschriften in de artikelen 2 en 3 in acht genomen.

2.

Indien het betrokken luchtvaartuig deel uitmaakt van het luchtvaartterreinverkeer wordt bovendien uitgekeken naar eventuele opdrachten in de vorm van visuele seinen.

Artikel 2
1.

Indien het luchtvaartuig zich bevindt in zichtweersomstandigheden worden de volgende voorschriften in acht genomen:

2.

Indien het luchtvaartuig zich bevindt in instrumentweersomstandigheden, of indien de weersomstandigheden zodanig zijn, dat het niet doenlijk lijkt de vlucht voort te zetten in zichtweersomstandigheden, worden de volgende voorschriften in acht genomen:

Artikel 3

Bij een storing in de lucht-grond verbinding worden de volgende handelingen verricht:

Artikel 4

Het besluit van de Directeur-generaal van de Rijksluchtvaartdienst, de Chef van de Marinestaf en de Chef van de Luchtmachtstaf van 28 juli 1981 nr. LVB/L 23878/Stcrt. 1981, 164 wordt ingetrokken.

Artikel 5

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 6

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling storing radioverbinding tijdens een gecontroleerde vlucht.