Wet van 9 december 1993, tot aanwijzing van documenten dienende ter vaststelling van de identiteit van personen alsmede aanwijzing van enige gevallen waarin de identiteit van personen aan de hand van deze documenten kan worden vastgesteld

Type Wet
Publication 2017-03-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het ter verbetering van de handhaving van regelingen voor de uitvoering waarvan bekendheid met de identiteit van een persoon van belang is, wenselijk is te bepalen met welke documenten de identiteit van personen in bij de wet aangewezen gevallen kan worden vastgesteld alsmede enige van deze gevallen aan te wijzen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk I. Aanwijzing van documenten

Artikel 1
1.

Als documenten waarmee in bij de wet aangewezen gevallen de identiteit van personen kan worden vastgesteld, worden aangewezen:

2.

Onze Minister van Veiligheid en Justitie kan, al dan niet voor een bepaald tijdvak, andere dan de in het eerste lid bedoelde documenten aanwijzen ter vaststelling van de identiteit van personen.

Hoofdstuk II. Toonplicht

Artikel 2

Een ieder die de leeftijd van veertien jaar heeft bereikt, is verplicht op de eerste vordering van een ambtenaar als bedoeld in artikel 8 van de Politiewet 2012 of artikel 6a van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten, een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 ter inzage aan te bieden. Deze verplichting geldt ook indien de vordering wordt gedaan door een toezichthouder.

Hoofdstuk III. Wijziging van de Organisatiewet Sociale Verzekering

Artikel 3

Vervallen

Hoofdstuk IV. Wijziging van de Wet op de Sociale Verzekeringsbank

Artikel 4

Vervallen

Hoofdstuk V. Wijziging van de Algemene Bijstandswet

Artikel 5

Vervallen

Hoofdstuk VI. Wijziging van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers

Artikel 6

Vervallen

Hoofdstuk VII. Wijziging van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen

Artikel 7

Vervallen

Hoofdstuk VIII. Wijziging van de Arbeidsvoorzieningswet

Artikel 8

Vervallen

Hoofdstuk IX. Wijziging van de Algemene Ouderdomswet

Artikel 9

Vervallen

Hoofdstuk X. Wijziging van de Algemene Weduwen- en Wezenwet

Artikel 10

Vervallen

Hoofdstuk XI. Wijziging van de Algemene Nabestaandenwet

Artikel 11

Vervallen

Hoofdstuk XII. Wijziging van de Algemene Kinderbijslagwet

Artikel 12

Vervallen

Hoofdstuk XIII. Wijziging van de Wet arbeid buitenlandse werknemers

Artikel 13

Vervallen

Hoofdstuk XIV. Wijziging van de Wet op de loonbelasting 1964

Artikel 14

Vervallen

Hoofdstuk XV. Wijziging van de Algemene wet inzake rijksbelastingen

Artikel 15

Vervallen

Hoofdstuk XVI. Wijziging van de Wet inzake spaarbewijzen

Artikel 16

Vervallen

Hoofdstuk XVII. Wijziging van de Wet identiteitsvaststelling bij financiële dienstverlening

Artikel 17

Vervallen

Hoofdstuk XVIII. Wijziging van de Wet op de economische delicten

Artikel 18

Vervallen

Hoofdstuk XIX. Wijziging van de Vreemdelingenwet

Artikel 19

Vervallen

Hoofdstuk XX. Wijziging van de Wet op het Notarisambt

Artikel 20

Vervallen

Hoofdstuk XXI. Wijziging van de Wet personenvervoer

Artikel 21

Vervallen

Hoofdstuk XXII. Wijziging van de Wet persoonsregistraties

Artikel 22

Vervallen

Hoofdstuk XXIII. Slotbepalingen

Artikel 23
1.

Artikel 50b, derde lid, van de Organisatiewet Sociale Verzekering, zoals dat artikel bij deze wet is gewijzigd, is uitsluitend van toepassing ten aanzien van verzekerden die hun werkzaamheden zijn aangevangen of die loon zijn gaan genieten op of na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet.

2.

Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stelt, na overleg met Onze Minister van Financiën en gehoord de Sociale Verzekeringsraad, een termijn, aanvangende op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, waarbinnen de verzekerden die hun werkzaamheden zijn aangevangen of die loon zijn gaan genieten voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage dienen te verstrekken aan de werkgever teneinde deze in staat te stellen de aard en het nummer van dit document in de administratie op te nemen.

3.

De verplichting bedoeld in het tweede lid geldt als een verplichting van de verzekerde als bedoeld in artikel 50c, tweede lid, van de Organisatiewet Sociale Verzekering, zoals dat artikel bij deze wet is gewijzigd.

Artikel 24

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel 25

Deze wet kan worden aangehaald als "Wet op de identificatieplicht".

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.