← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling samenloop arbeidsongeschiktheidsuitkering met inkomsten uit arbeid

Geldende tekst a fecha 2013-01-01

Gelezen de adviezen van de Sociale Verzekeringsraad van 4 juni 1992, nr. 922639, van 18 maart 1993, nr. 931476 en van 21 oktober 1993, nr. 935086;

Gelet op artikel 33, vijfde en zesde lid, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet en artikel 44, vijfde en zesde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;

Besluit:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2
1.

Onder inkomen als bedoeld in artikel 44, eerste lid, van de WAO, artikel 58, eerste lid, van de Waz en artikel 3:48, eerste lid, van de Wet Wajong, worden mede verstaan de volgende uitkeringen, indien deze ter zake van die arbeid worden verleend:

2.

Ingeval recht ontstaat op doorbetaling van loon als bedoeld in artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek of van bezoldiging als bedoeld in artikel 76a van de Ziektewet, wordt tevens onder inkomen verstaan het inkomen dat werd genoten in het aangiftetijdvak voor het aangiftetijdvak waarin recht ontstond op die doorbetaling van loon of bezoldiging.

Artikel 3
1.

Indien de uitkering, bedoeld in artikel 2, door toedoen van de betrokkene of in verband met het doormaken van een wachtperiode niet wordt uitbetaald, wordt voor de toepassing van artikel 44, eerste lid, van de WAO, artikel 58, eerste lid, van de Waz en artikel 3:48, eerste lid, van de Wet Wajong gehandeld alsof die uitkering wel is uitbetaald.

2.

Indien degene op wie artikel 44 van de WAO, artikel 58 van de Waz of artikel 3:48 van de Wet Wajong van toepassing is recht heeft op een uitkering als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, d of h, wordt voor de toepassing van genoemde artikelen 44, 58 en 3:48 gehandeld alsof hij een uitkering krachtens de ZW, onderscheidenlijk de WW, onderscheidenlijk hoofdstuk 3, afdeling 2, van de Wet arbeid en zorg, ontvangt, gelijk aan het inkomen, waarmee laatstelijk vóór de aanvang van de ongeschiktheid tot werken, onderscheidenlijk de werkloosheid, onderscheidenlijk het ontstaan van het recht op uitkering op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, van de Wet arbeid en zorg bij de toepassing van laatstgenoemde artikelen rekening is gehouden.

3.

Het aan de persoon, bedoeld in het eerste, tweede, vijfde of zesde lid, uit te betalen bedrag aan arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt niet verder beperkt dan tot het volle bedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, verminderd met het bedrag van de in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, d of h, bedoelde uitkering dan wel het op grond van artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek ontvangen loon.

4.

Indien degene op wie artikel 44 van de WAO, artikel 58 van de WAZ of artikel 3:48 van de Wet Wajong van toepassing is, met verlof is dan wel pensioen of prepensioen ontvangt wordt voor de toepassing van genoemde artikelen 44, 58 en 3:48 gehandeld alsof hij tijdens dat verlof dan wel tijdens het ontvangen van dat pensioen of prepensioen een inkomen heeft dat gelijk is aan het inkomen waarmee laatstelijk vóór de aanvang van het verlof dan wel het ontvangen van pensioen of prepensioen bij de toepassing van die artikelen rekening is gehouden.

5.

Indien geen recht op doorbetaling van loon of bezoldiging bestaat door toepassing van artikel 629, derde of negende lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek of een algemeen verbindend voorschrift als bedoeld in artikel 76b, eerste tot en met derde lid, van de ZW, wordt voor de toepassing van artikel 44, eerste lid, van de WAO, artikel 58, eerste lid, van de Waz en artikel 3:48, eerste lid, van de Wet Wajong het loon of bezoldiging in aanmerking genomen als ware er wel recht op doorbetaling.

6.

Indien geen recht bestaat op doorbetaling van loon of bezoldiging die naar aard en strekking overeenkomt met loon als bedoeld in artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek of bezoldiging als bedoeld in artikel 76a van de ZW, op gronden die naar aard en strekking overeenkomen met artikel 629, derde of negende lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek of artikel 76b, eerste tot en met derde lid, van de ZW, wordt voor de toepassing van artikel 44, eerste lid, van de WAO, artikel 58, eerste lid, van de Waz en artikel 3:48, eerste lid, van de Wet Wajong het loon of bezoldiging in aanmerking genomen als ware er wel recht op doorbetaling.

7.

Voor de toepassing van artikel 2, tweede lid, het tweede, vierde, vijfde of zesde lid, wordt bij een per aangiftetijdvak wisselend inkomen in afwijking van het tweede, vierde, vijfde of zesde lid als inkomen aangemerkt het gemiddelde van het inkomen in de drie aangiftetijdvakken voor het aangiftetijdvak waarin recht ontstond op loondoorbetaling, bedoeld in artikel 2, tweede lid, het vijfde of zesde lid, recht ontstond op uitkering, bedoeld in het tweede lid dan wel, waarin het pensioen, prepensioen of verlof, bedoeld in het vierde lid, aanving.

Artikel 4
1.

Ten aanzien van de persoon:

2.

Indien de som van het per dag tot uitbetaling komende bedrag aan arbeidsongeschiktheidsuitkering van de in het eerste lid bedoelde persoon en het door die persoon per dag genoten bedrag aan inkomen, minder bedraagt dan het bij de verrichte arbeid behorende rechtens geldende loon, wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering verhoogd totdat deze som gelijk is aan dat rechtens geldende loon, doch ten hoogste tot 120% van het minimumloon.

3.

Het tweede lid is eveneens van toepassing ten aanzien van de persoon die:

4.

Onder het in het tweede lid bedoelde minimumloon wordt verstaan het minimumloon per maand, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, of, indien het een persoon jonger dan 23 jaar betreft, het voor zijn leeftijd geldende minimumloon per maand, bedoeld in artikel 7, derde lid, en artikel 8, derde lid, van genoemde wet, gedeeld door 21,75. Indien werkgever en werknemer een arbeidsduur zijn overeengekomen die korter is dan de normale arbeidsduur dienen het in het tweede lid bedoelde rechtens geldende loon en het minimumloon naar evenredigheid te worden verminderd.

5.

Aan de in het eerste lid bedoelde persoon wordt geen hoger bedrag aan arbeidsonge-schiktheidsuitkering uitbetaald dan het bedrag aan arbeidsongeschiktheidsuitkering dat tot uitbetaling zou zijn gekomen als artikel 44 van de WAO, artikel 58 van de Waz of artikel 3:48 van de Wet Wajong op die persoon niet van toepassing zouden zijn geweest.

Artikel 5

Indien artikel 4, eerste of derde lid, van toepassing is, is artikel 44, eerste lid, van de WAO, artikel 58, eerste lid, van de WAZ of artikel 3:48, eerste lid, van de Wet Wajong voor onbeperkte duur van toepassing.

Artikel 6

Artikel 3, vierde lid, is niet van toepassing op uitkeringen die zijn verleend voor de datum van inwerkingtreding van de Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 6 april 2009, nr. IVV/I/09/5652 tot wijziging van de Regeling samenloop arbeidsongeschiktheidsuitkering met inkomsten uit arbeid in verband met de bepaling van inkomsten uit arbeid tijdens een verlofperiode (Stcrt. 2009, 81) als degene die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering met verlof is dan wel pensioen of prepensioen ontvangt, met dien verstande dat in geval van verlof artikel 3, vierde lid, buiten toepassing blijft tot het einde van die verlofperiode.

Artikel 7

Artikel 3, vierde lid, is niet van toepassing op de werknemer die een arbeidsovereenkomst als bedoeld in de hoofdstukken 2 of 3 van de Wet sociale werkvoorziening is aangegaan en die:

Artikel 8
1.

Deze regeling, zoals die luidde op de dag voor inwerkingtreding van de regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 12 december 2011, nr IVV/I/2011/22179, blijft van toepassing op de persoon op wie artikel 44 van de WAO, artikel 58 van de WAZ of artikel 3:48 van de Wet Wajong van toepassing was op die dag tot het moment dat dat artikel niet meer van toepassing is.

2.

Ten aanzien van de persoon, bedoeld in het eerste lid, wordt tot het tijdstip, bedoeld in het eerste lid voor ‘inkomsten uit arbeid’ gelezen: inkomen.

Artikel 9

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling samenloop arbeidsongeschiktheidsuitkering met inkomen.

Artikel 10

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 augustus 1993.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 11
1.

Ten aanzien van de persoon:

2.

Indien de som van het per dag tot uitbetaling komende bedrag aan arbeidsongeschiktheidsuitkering van de in het eerste lid bedoelde persoon en het door die persoon per dag genoten bedrag aan inkomsten uit arbeid, minder bedraagt dan het bij die arbeid behorende rechtens geldende loon, wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering verhoogd totdat deze som gelijk is aan dat rechtens geldende loon, doch ten hoogste tot 120% van het minimumloon.

3.

Het tweede lid is eveneens van toepassing ten aanzien van de persoon die:

4.

Onder het in het tweede lid bedoelde minimumloon wordt verstaan het minimumloon per maand, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, of, indien het een persoon jonger dan 23 jaar betreft, het voor zijn leeftijd geldende minimumloon per maand, bedoeld in artikel 7, derde lid, en artikel 8, derde lid, van genoemde wet, gedeeld door 21,75. Indien werkgever en werknemer een arbeidsduur zijn overeengekomen die korter is dan de normale arbeidsduur dienen het in het tweede lid bedoelde rechtens geldende loon en het minimumloon naar evenredigheid te worden verminderd.

5.

Aan de in het eerste lid bedoelde persoon wordt geen hoger bedrag aan arbeidsonge-schiktheidsuitkering uitbetaald dan het bedrag aan arbeidsongeschiktheidsuitkering dat tot uitbetaling zou zijn gekomen als artikel 44 van de WAO, artikel 58 van de Waz of artikel 3:48 van de Wet Wajong op die persoon niet van toepassing zouden zijn geweest.

Artikel 12

Het tweede lid van de artikelen 44 van de WAO, 58 van de Waz en 3:48 van de Wet Wajong is niet van toepassing op de persoon, bedoeld in de artikelen 7, 8, eerste lid en 11, eerste en derde lid, voor zolang laatstgenoemde artikelleden op die persoon van toepassing zijn.

Artikel 13

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling samenloop arbeidsongeschiktheidsuitkering met inkomsten uit arbeid.

Artikel 14

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 augustus 1993.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 12a

Artikel 4, vierde lid, is niet van toepassing op uitkeringen die zijn verleend voor de datum van inwerkingtreding van de Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 6 april 2009, nr. IVV/I/09/5652 tot wijziging van de Regeling samenloop arbeidsongeschiktheidsuitkering met inkomsten uit arbeid in verband met de bepaling van inkomsten uit arbeid tijdens een verlofperiode (Stcrt. 2009, 81) als degene die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering met verlof is dan wel pensioen of prepensioen ontvangt, met dien verstande dat in geval van verlof artikel 4, vierde lid, buiten toepassing blijft tot het einde van die verlofperiode.

Artikel 12b

Artikel 4, vierde lid, is niet van toepassing op de werknemer die een arbeidsovereenkomst als bedoeld in de hoofdstukken 2 of 3 van de Wet sociale werkvoorziening is aangegaan en die: