Besluit van 25 februari 1994, houdende vaststelling van een algemene maatregel van bestuur ter uitvoering van het bepaalde in Titel 4 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, als vastgesteld bij wet van 14 oktober 1993, Stb. 555
Op voordracht van de Staatssecretaris van Justitie van 19 oktober 1993, stafafdeling Wetgeving Privaatrecht, nr 401184/93/6;
Gelet op de artikelen 16d, 17c, 18, derde lid, 18c, 19j, tweede lid, onder b, 20d, 21, derde lid en 24b, tweede lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, als vastgesteld bij wet van 14 oktober 1993, Stb. 555;
De Raad van State gehoord (advies van 8 februari 1994 nr W03.93.0690);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Justitie van 22 februari 1994 stafafdeling Wetgeving Privaatrecht, nr 426987/94/6;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Hoofdstuk 1. De ambtenaar van de burgerlijke stand, de registers van de burgerlijke stand, de akten en de dubbelen, de latere vermeldingen, de afschriften en uittreksels en de in verband met het opmaken van bepaalde akten te verstrekken gegevens en over te leggen bescheiden
afdeling Eerste. De ambtenaar van de burgerlijke stand
Artikel 1
De ambtenaar van de burgerlijke stand en de buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand verrichten hun ambtsbezigheden in het gemeentehuis.
De ambtenaar van de burgerlijke stand en de buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand kunnen ook elders binnen de gemeente ambtsbezigheden verrichten voor zover daartoe gewichtige redenen bestaan.
Artikel 2
Burgemeester en wethouders wijzen, voor zoveel nodig, de ambtenaar van de burgerlijke stand aan die belast is met de leiding van de dienst.
Artikel 3
De gemeente verschaft de ambtenaren van de burgerlijke stand kantoorruimte alsmede alle materiële voorzieningen welke voor een behoorlijke uitoefening van hun taak vereist zijn. Het salaris van het personeel, nodig om de ambtenaren van de burgerlijke stand bij te staan, komt ten laste van de gemeente.
Artikel 4
Na overleg met de ambtenaren van de burgerlijke stand besluiten burgemeester en wethouders tot het aangaan, wijzigen en beëindigen van arbeidsovereenkomsten met het personeel bedoeld in artikel 3. Het personeel ontvangt van de ambtenaar van de burgerlijke stand, onder wiens leiding het zijn werkzaamheden verricht, zijn instructie en is aan hem of de ambtenaar die hem vervangt, onmiddellijk ondergeschikt.
Artikel 5
De ambtenaar van de burgerlijke stand verricht, tenzij gewichtige redenen zich daartegen verzetten, onverwijld de werkzaamheden vereist voor het houden der registers.
afdeling Tweede. De registers van de burgerlijke stand en de dubbelen van de akten
Artikel 6
De registers van de burgerlijke stand zijn losbladig.
De beschreven losse bladen moeten worden samengevoegd tot een register, telkens wanneer hiervan een deel van de gebruikelijke omvang kan worden samengesteld.
De dubbelen van de akten van de burgerlijke stand kunnen, behalve met papier, ook worden vervaardigd door opslag op een door Onze Minister van Justitie te bepalen gegevensdrager.
De ambtenaar van de burgerlijke stand bewaart de onder hem berustende bescheiden en andere gegevensdragers zorgvuldig in een afgesloten, tegen brand beschermde ruimte. Slechts indien de uitoefening van de dienst dit noodzakelijk maakt, mogen registers, dubbelen of afschriften uit die ruimte worden verwijderd.
Artikel 7
De ambtenaar van de burgerlijke stand sluit aan het eind van ieder jaar de registers af door een gedagtekende en ondertekende verklaring, welke onmiddellijk na de laatste akte wordt gesteld.
Binnen een maand nadat de losse bladen tot een registerdeel zijn samengevoegd, doch uiterlijk na ieder half jaar worden de dubbelen of afschriften van de akten overgebracht naar de in de achtste afdeling bedoelde centrale bewaarplaats.
Indien de dubbelen van de akten van de burgerlijke stand overeenkomstig het bepaalde in artikel 6, derde lid, op een daar bedoelde gegevensdrager zijn opgeslagen, geschiedt de overbrenging naar de centrale bewaarplaats in deze vorm.
Artikel 8
Van de overbrenging maakt de beheerder van de centrale bewaarplaats een verklaring op, die een specificatie van de overgebrachte stukken dan wel van de andere gegevensdragers inhoudt. Hij bewaart een door hem ondertekend exemplaar van de verklaring.
Artikel 9
Ten aanzien van de dubbelen of de afschriften die zijn overgebracht naar een rijksarchiefbewaarplaats in de zin van de Archiefwet, is de beheerder van die bewaarplaats belast met het bewaren van de onder hem berustende bescheiden, dan wel andere gegevensdragers.
De dubbelen of de afschriften en de daarop betrekking hebbende latere vermeldingen worden op zodanige wijze gearchiveerd, dat het verband tussen de latere vermeldingen en de akten, waarop zij betrekking hebben, kan worden gelegd.
Artikel 10
Onze Minister van Justitie geeft voorschriften betreffende het voor de akten en de dubbelen of de afschriften te gebruiken papier, de voor het opmaken van deze stukken te hanteren middelen alsmede betreffende de voor de dubbelen te gebruiken gegevensdrager als bedoeld in artikel 6, derde lid.
afdeling Derde. De klappers op de akten
Artikel 11
De ambtenaar van de burgerlijke stand stelt jaarlijks per registersoort klappers samen van de akten die gedurende het afgelopen jaar zijn ingeschreven in de losbladige registers van geboorten, van huwelijken, geregistreerde partnerschappen en van overlijden, alsmede van het register, bedoeld in artikel 17, tweede lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.
Artikel 12
De ambtenaar van de burgerlijke stand maakt tienjaarlijkse klappers in dubbel op.
Hij bewaart deze klappers zorgvuldig in een afgesloten, tegen brand beschermde ruimte. Slechts indien de uitoefening van de dienst dit noodzakelijk maakt, mogen de klappers uit die ruimte worden verwijderd.
Hij zendt het dubbel van de klapper binnen een jaar na afloop van de in het eerste lid genoemde periode toe aan de centrale bewaarplaats.
Artikel 13
In de tienjaarlijkse klappers worden ten minste opgenomen:
- a. alfabetisch-lexicografisch geordend de geslachtsnaam van hen op wie de akten betrekking hebben;
- b. de eerste voornaam en de voorletters van de overige voornamen van de onder a bedoelde personen;
- c. achter de namen van de gehuwden, dan wel van degenen die een geregistreerd partnerschap zijn aangegaan, de geslachtsnaam van degene met wie het huwelijk is gesloten, dan wel het geregistreerd partnerschap is aangegaan;
- d. de dagtekening van de akten of, voor zover het de akten van geboorte of overlijden betreft, de dag van de geboorte of van het overlijden;
- e. het codenummer van de akte.
Artikel 14
Onze Minister kan nadere voorschriften geven omtrent de inrichting van de klappers en de daarbij te hanteren middelen.
afdeling Vierde. De akten en de latere vermeldingen
Artikel 15
De akten bevatten geen andere gegevens dan die, welke zijn vermeld in hoofdstuk 2 van dit besluit.
Niettemin kunnen latere gegevens, bij wege van latere vermelding, aan de akten worden toegevoegd. Ook de latere vermeldingen bevatten geen andere gegevens dan die, welke zijn vermeld in hoofdstuk 2 van dit besluit.
Artikel 16
De ambtenaar van de burgerlijke stand neemt de akten doorlopend genummerd in de registers op.
Hij neemt latere vermeldingen afzonderlijk op.
Bevindt een akte waaraan een latere vermelding dient te worden toegevoegd, zich in een ingebonden register, dan kan deze latere vermelding aan de kant of de voet van de akte worden opgemaakt dan wel op een afzonderlijk blad, dat in een daarvoor bestemd supplement bij het register wordt opgenomen. Dat supplement wordt geacht deel uit te maken van het register.
In het geval, bedoeld in het derde lid, wordt, indien de latere vermelding op een afzonderlijk blad wordt opgemaakt, aan de kant of de voet van de akte een verwijzing naar de latere vermelding opgenomen.
Artikel 17
De ambtenaar van de burgerlijke stand zorgt ervoor dat de akten duidelijk leesbaar zijn en in de Nederlandse taal gesteld, met inachtneming van het bepaalde in artikel 16, vierde lid, van de Wet gebruik Friese taal.
In staatakten geeft hij vermeldingen die niet van toepassing zijn, aan door een liggend streepje.
Hij ondertekent iedere akte en iedere latere vermelding.
Artikel 18
In de akten mag, behoudens het navolgende, niets bij verkorting worden uitgedrukt.
In de akten en de latere vermeldingen worden data in cijfers aangegeven door achtereenvolgens de dag, de maand en het jaar te vermelden. De eerste negen dagen van de maand en de eerste negen maanden van het jaar worden aangegeven door de cijfers 01 tot en met 09.
De dag van geboorte in een geboorteakte en de dag van overlijden in een overlijdensakte worden tevens in letters uitgedrukt. Voor zover latere vermeldingen een verbetering inhouden van een dag van geboorte of overlijden, wordt ook deze tevens in letters uitgedrukt.
Wanneer in een akte of een latere vermelding het uur wordt uitgedrukt, geschiedt dit naar een dagindeling in vierentwintig uren.
Het geslacht wordt aangegeven door de tekst "F (vrouwelijk)" en "M (mannelijk)".
De aanduiding van een plaats omvat in elk geval de vermelding van de gemeente.
Artikel 19
Bijvoegingen en doorhalingen bij het opmaken van akten of latere vermeldingen worden duidelijk aan de voet van de akte aangegeven en worden goedgekeurd en ondertekend door degenen die de akte of de latere vermelding ondertekenen.
Artikel 20
Met uitzondering van de akte van geboorte en de akte van overlijden ondertekenen de verschijnende partijen en de ambtenaar van de burgerlijke stand achtereenvolgens de akte in elkaars bijzijn.
Indien een verschijnende partij verklaart niet te kunnen of te willen tekenen, wordt die verklaring in de akte vermeld.
Het in het eerste en tweede lid van dit artikel met betrekking tot de verschijnende partijen bepaalde geldt ook met betrekking tot de getuigen.
Artikel 21
Een ambtenaar van de burgerlijke stand die een akte heeft opgemaakt, waarvan ingevolge wettelijk voorschrift een latere vermelding moet worden gemaakt door een ambtenaar van de burgerlijke stand van een andere gemeente, geeft aan deze ambtenaar kennis van de door hem opgemaakte akte.
Artikel 22
Latere vermeldingen worden opgemaakt door de ambtenaar van de burgerlijke stand onder wie de akte berust, waaraan de latere vermelding moet worden toegevoegd.
Indien het register is overgebracht naar een gemeentelijke archiefbewaarplaats als bedoeld in de Archiefwet, wordt de latere vermelding overeenkomstig een aanwijzing van de ambtenaar van de burgerlijke stand, die het register laatstelijk onder zijn berusting had, opgemaakt door de beheerder van die bewaarplaats. Na het opmaken van de latere vermelding wordt de daarop betrekking hebbende kennisgeving vernietigd op een door Onze Minister van Justitie in overeenstemming met de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen te bepalen wijze.
Indien het dubbel van een akte is overgebracht naar een rijksarchiefbewaarplaats als bedoeld in de Archiefwet, wordt de latere vermelding overeenkomstig een aanwijzing van de ambtenaar van de burgerlijke stand die de akte laatstelijk onder zijn berusting had, gearchiveerd door de beheerder van die bewaarplaats.
Artikel 23
De ambtenaar van de burgerlijke stand geeft buiten Nederland opgemaakte stukken, die ten behoeve van het opmaken van een akte van de burgerlijke stand of van een latere vermelding dienen te worden overgelegd, terug nadat hij zich daarvan een afschrift heeft doen overleggen.
De in het eerste lid bedoelde afschriften en de overige stukken die ten behoeve van het opmaken van een akte van de burgerlijke stand of van een latere vermelding in een lopend register zijn overgelegd, worden vernietigd nadat achttien maanden zijn verstreken sedert de datum waarop het register waarvan deze stukken de bijlagen zijn, is afgesloten.
De in het eerste lid bedoelde afschriften en de overige stukken die ten behoeve van het opmaken van een latere vermelding in een afgesloten register dienen te worden overgelegd, worden vernietigd nadat achttien maanden zijn verstreken sedert de datum waarop deze latere vermelding is opgemaakt.
De verklaring als bedoeld in artikel 44, respectievelijk artikel 80a, derde lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek wordt vernietigd nadat achttien maanden zijn verstreken sinds het opmaken van de huwelijksakte respectievelijk de akte van geregistreerd partnerschap.
De akte van erkenning en de akte van ontkenning van het vaderschap of moederschap door de moeder uit wie het kind is geboren worden vernietigd:
- a. nadat achttien maanden zijn verstreken sedert de ontvangst van het afschrift, bedoeld in artikel 20f, tweede lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, of
- b. nadat achttien maanden zijn verstreken sinds het opmaken van de akte van erkenning of de akte van ontkenning van het vaderschap of moederschap door de moeder uit wie het kind is geboren, zonder dat een akte van geboorte is opgemaakt.
De akte van naamskeuze wordt vernietigd nadat achttien maanden zijn verstreken sedert de ontvangst van het afschrift, bedoeld in artikel 20f, eerste lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.
Onze Minister van Justitie stelt in overeenstemming met de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen nadere regels met betrekking tot de wijze waarop de in het tweede tot en met zesde lid bedoelde vernietiging plaatsvindt.
Artikel 24
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.