Uitvoeringsregeling Kadasterwet 1994
Gelet op de artikelen 8, tweede lid, eerste zin, 11, derde, vierde, vijfde en zevende lid, 19, 20, tweede lid, 46, derde lid, 48, tweede lid, onder i, 54, eerste lid, onder b, c en e, 57, tweede en zesde lid, 66, tweede lid, juncto 57, tweede lid, 70, eerste lid, juncto 57, tweede lid, 73, derde lid, juncto 57, tweede lid, 75, eerste lid, 75, tweede lid, juncto 57, tweede lid, 81, eerste lid, eerste zin, 85, tweede lid, onder l, 87, eerste lid, onder b en c, 92, tweede lid, onder 1, 94, eerste lid, onder b en c, en 111, eerste lid, van de Kadasterwet, de artikelen XI, XVI en XVIII van hoofdstuk II van de Invoeringswet Kadasterwet, alsmede op de artikelen 2, derde lid, en 38a van het Kadasterbesluit, de artikelen 11, 36 en 37, vierde lid, van de Maatregel teboekgestelde schepen 1992 en artikel 13b van de Maatregel teboekgestelde Luchtvaartuigen;
Besluit:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- a. de wet: de Kadasterwet;
- b. de Dienst: de Dienst voor het kadaster en de openbare registers, bedoeld in artikel 2 van de Organisatiewet Kadaster;
- c. de bewaarder: de bewaarder, bedoeld in artikel 6 van de Kadasterwet;
- d. het certificaat: het certificaat voor elektronische handtekeningen, bedoeld in artikel 3, onderdeel 14, van de eidas-verordening;
- e. het gekwalificeerde certificaat: het gekwalificeerde certificaat, bedoeld in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet;
- f. de verlener van vertrouwensdiensten: de verlener van vertrouwensdiensten, bedoeld in artikel 3, onderdeel 19, van de eidas-verordening;
- g. de identiteitscode: de identiteitscode, bedoeld in bijlage I, onderdeel f, van de eidas-verordening;
- h. het netwerk: net, bestaande uit een of meer kabels of leidingen, bestemd voor transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie of van informatie, dat in, op of boven de grond is of wordt aangelegd;
- i. de eidas-verordening: de verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van richtlijn 1999/93/EG (PbEU 2014, L 257).
Hoofdstuk 2. Het samenstel van de openbare registers en het afschrift van ter inschrijving aangeboden stukken; tekeningen
Artikel 2
Vervallen
Artikel 3
De verklaring van eensluidendheid, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van de wet, wordt gesteld aan de voet van het afschrift van het in papieren vorm ter inschrijving aangeboden stuk en bevat de verklaring dat het afschrift eensluidend is met het ter inschrijving aangeboden stuk. De verklaring bevat voorts de vermelding van de naam, de voornamen en de woonplaats met het adres van degene die de verklaring ondertekent.
Indien de verklaring van eensluidendheid ondertekend wordt door een notaris, gerechtsdeurwaarder, griffier dan wel een advocaat of procureur, kan in plaats van de woonplaats met het adres worden vermeld:
- a. de benaming van het ambt en de plaats van vestiging van de notaris dan wel de gerechtsdeurwaarder;
- b. de benaming van het ambt en de standplaats van de griffier, of
- c. de benaming van de hoedanigheid van de advocaat of de procureur en de plaats van vestiging van de advocaat of procureur.
De in het eerste lid bedoelde verklaring wordt ondertekend:
- a. indien het notariële akten en notariële verklaringen betreft: door een notaris;
- b. indien het rechterlijke uitspraken betreft: door de betrokken griffier of door een notaris;
- c. indien het een proces-verbaal van inbeslagneming betreft: door de betrokken deurwaarder of procureur, of door een notaris;
- d. indien het een instelling van een rechtsvordering, of een indiening van een verzoekschrift ter verkrijging van een rechterlijke uitspraak betreft: door degene die het ter inschrijving aangeboden stuk voor afschrift heeft getekend, of door een notaris;
- e. indien het andere dan de onder a tot en met d bedoelde stukken betreft: door de ondertekenaars van die stukken, dan wel door één of meer van hen die daartoe uitdrukkelijk in het stuk zijn gemachtigd, of door een notaris.
De verklaring, bedoeld in artikel 11b, eerste lid, van de wet, wordt op zodanige wijze in het afschrift of het uittreksel van het in elektronische vorm ter inschrijving aangeboden stuk opgenomen, dat na omzetting van het desbetreffende elektronische bestand naar een leesbare tekst de verklaring aan de voet van het afschrift verschijnt. De verklaring bevat de vermelding van de naam, de voornamen en de woonplaats met het adres van degene die de verklaring voorziet van een elektronische handtekening. Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
Het eerste tot en met het vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de verklaring van eensluidendheid, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van de wet, of de verklaring, bedoeld in artikel 11b, eerste lid, van de wet, die wordt opgenomen in het afschrift van een stuk dat deel uitmaakt of deel uit zal gaan maken van een stuk dat ter inschrijving wordt aangeboden, voorzover hiervan niet wordt afgeweken in de artikelen 5 en 7 tot en met 9.
Artikel 4
Bij de aanbieding ter inschrijving van de volgende stukken in papieren vorm behoeft geen afschrift als bedoeld in artikel 11, eerste lid, van de wet te worden aangeboden:
- a. verzoek tot teboekstelling van een zeeschip of zeevissersschip in aanbouw;
- b. verzoek tot teboekstelling van een binnenschip in aanbouw;
- c. verzoek tot teboekstelling als afgebouwd schip van een zeeschip of zeevissersschip dat reeds als schip in aanbouw te boek staat;
- d. verzoek tot teboekstelling als afgebouwd schip van een binnenschip dat reeds als schip in aanbouw te boek staat;
- e. verzoek tot teboekstelling van een zeeschip of zeevissersschip;
- f. verzoek tot teboekstelling van een binnenschip;
- g. aangifte tot wijziging van de beschrijving van een te boek staand schip, mededeling omtrent de gekozen woonplaats en afwijkend beding inzake scheepstoebehoren;
- h. aangifte tot doorhaling van de teboekstelling van een zeeschip of zeevissersschip;
- i. aangifte tot doorhaling van de teboekstelling van een binnenschip;
- j. verzoek tot doorhaling van de teboekstelling van een zeeschip of zeevissersschip;
- k. verzoek tot doorhaling van de teboekstelling van een binnenschip;
- l. verzoek tot teboekstelling van een luchtvaartuig;
- m. verzoek tot doorhaling van de teboekstelling van een luchtvaartuig;
- n. aangifte tot doorhaling van de teboekstelling van een luchtvaartuig;
- o. rechterlijke uitspraak;
- p. besluit van een bestuursorgaan.
Artikel 5
Indien een stuk in papieren vorm ter inschrijving wordt aangeboden en een tekening van A4-formaat in papieren vorm deel uitmaakt van dit stuk, wordt aan de voet van het afschrift van het stuk, boven de verklaring van eensluidendheid, tevens een afschrift van de tekening opgenomen. Indien de tekening een groter formaat dan A4-formaat heeft, wordt naast het afschrift van het stuk een afzonderlijk afschrift van de tekening aangeboden, dat eveneens voorzien is van een verklaring van eensluidendheid.
Indien in de tekening, naast zwart en wit, kleuren zijn gebruikt, wordt dit op het afschrift van de tekening vermeld op een in het oog vallende plaats.
Het afschrift van de tekening is behoorlijk raadpleegbaar.
Indien de tekening is vervaardigd op een groter formaat dan A0-formaat, wordt het afschrift van de tekening verdeeld over een aantal doorlopend genummerde bladen op A0-formaat en wordt bij het afschrift een overzichtstekening gevoegd. Op de overzichtstekening wordt de ligging van de bladen ten opzichte van elkaar vermeld onder toevoeging van de bladnummers.
In gevallen als bedoeld in het vierde lid wordt de verklaring van eensluidendheid gesteld aan de voet van het afschrift van het blad met het hoogste nummer.
Artikel 6
Onverminderd artikel 5, voldoet de tekening, bedoeld in artikel 109, tweede lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, aan de volgende vereisten:
- a. elk blad waaruit de tekening bestaat, vermeldt de kadastrale aanduiding van het in de splitsing in appartementsrechten betrokken perceel en elk blad wordt door de betrokken notaris gewaarmerkt;
- b. de tekening bevat plattegronden van de begane grond en van de ver diepingen en zonodig ook doorsnede en aanzichten van het gebouw, alsmede van de bij het gebouw behorende grond;
- c. de tekening geeft de begrenzing aan van de onderscheidene gedeelten van de gebouwen en de grond, die bestemd zijn als afzonderlijk geheel te worden gebruikt en waarvan het uitsluitend gebruik in een appartementsrecht zal zijn begrepen, alsmede de ligging van die gedeelten ten opzichte van de overige gedeelten van de gebouwen of van de grond;
- d. op de tekening is binnen de begrenzing van elk zodanig gedeelte een nummer in arabische cijfers als kenmerk van dat gedeelte aangebracht;
- e. voor het geval dat een zodanig gedeelte bestaat uit niet belendende onderdelen of uit onderdelen welker grondvlakken niet in hetzelfde horizontale vlak zijn gelegen, bevat de tekening binnen de begrenzing van elk dier onderdelen hetzelfde nummer als kenmerk van dat gedeelte;
- f. de nummers, bedoeld onder d en e, vormen een met het cijfer één aanvangende, zonder onderbreking opklimmende reeks der natuurlijke getallen;
- g. de onder c bedoelde begrenzingen zijn zoveel mogelijk door een onuitwisbare lijn van in het oog vallende dikte aangegeven, welke dikte gelijk is in alle op de tekening voorkomende afbeeldingen, uitgezonderd de in het derde lid bedoelde situatieschets. Daarnevens zijn ter verduidelijking arceringen toegelaten, afzonderlijk gekozen voor verschillende gedeelten die voor gebruik als afzonderlijk geheel zijn bestemd;
- h. de appartementsindex is aangebracht zoveel mogelijk in het midden binnen de begrenzing van elk voor gebruik als afzonderlijk geheel bestemd gedeelte, en in het onder e bedoelde geval, zoveel mogelijk in het midden binnen de begrenzing van elk der aldaar bedoelde onderdelen;
- i. de schaal van de op de tekening voorkomende afbeeldingen is niet groter dan 1 : 100 en niet kleiner dan 1 : 200;
- j. elk blad waaruit de tekening bestaat, vermeldt de voor de desbetreffende afbeelding gebruikte schaal;
- k. de richting van het noorden is op elk blad van de tekening door een pijl aangegeven.
Het is toegestaan dat de in het eerste lid bedoelde tekening van elk gedeelte van de gebouwen, dat voor gebruik als afzonderlijk geheel is bestemd, de onderlinge ligging van alle tot dat gedeelte behorende vertrekken en andere ruimten aangeeft.
In afwijking van het eerste lid, onder i, kan een kleinere schaal worden gebruikt voor een situatieschets, welke met het oog op het aan het slot van het eerste lid, onder c, omschreven vereiste, op de tekening wordt aangebracht, als overzicht van de overige afbeeldingen.
In geval van ondersplitsing in appartementsrechten worden de omkringde nummers, bedoeld in artikel 28, derde lid, op de tekening gesteld in de linkerbovenhoek van elk van de desbetreffende gedeelten.
Artikel 10
Van een tekening in papieren vorm die deel uitmaakt dan wel deel uit zal gaan maken van een stuk dat in elektronische vorm ter inschrijving zal worden aangeboden, kan voorafgaand aan de inschrijving een afschrift in papieren vorm in bewaring worden genomen, indien de aanbieder dit verzoekt en dit bijdraagt aan de raadpleegbaarheid van het afschrift van de tekening in de openbare registers.
Het verzoek tot inbewaringneming wordt ingediend ten minste twee weken voordat het stuk waarvan de tekening deel uitmaakt, ter inschrijving wordt aangeboden, door middel van een formulier dat de vorm heeft van het model dat als bijlage 17 bij deze regeling is gevoegd.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.