Besluit van 21 april 1994, houdende het van kracht verklaren voor de gemeenschappelijke Maas in Nederland van het Scheepvaartreglement Gemeenschappelijke Maas
| in artikel: | voor België: | voor Nederland: |
|---|---|---|
| 1.06, tweede en derde lid | de betrokken hoofdingenieur-directeur van Bruggen en Wegen na overleg met de hoofdingenieur-directeur van de Rijkswaterstaat in de directie Limburg; | de hoofdingenieur-directeur van de Rijkswaterstaat in de directie Limburg na overleg met de betrokken hoofdingenieur-directeur van Bruggen en Wegen; |
| 1.10, tweede lid | de betrokken wachter of de betrokken politie-ambtenaar van de Rijkswacht; | de betrokken kanaalmeester, het betrokken dienstkringhoofd, de betrokken gezagvoerder van een patrouillevaartuig of de betrokken ambtenaar van politie; |
| 1.12, derde en vierde lid | de betrokken wachter, de betrokken conducteur of andere ambtenaar belast met de handhaving van het reglement; | idem; |
| 1.13, tweede en derde lid | idem; | idem; |
| 1.14 | idem; | idem; |
| 1.15, derde lid | idem; | idem; |
| 1.17, eerste lid | idem; | idem; |
| 1.19, eerste lid | de betrokken wachter, de betrokken conducteur, de betrokken hoofdingenieur of de andere betrokken agent van de waterweg; | idem; |
| 1.20, eerste lid | idem; | idem; |
| 1.22 | de betrokken hoofdingenieur-directeur van Bruggen en Wegen na overleg met de hoofdingenieur-directeur van de Rijkswaterstaat in de directie Limburg; | de hoofdingenieur-directeur van de Rijkswaterstaat in de directie Limburg na overleg met de betrokken hoofdingenieur-directeur van Bruggen en Wegen; |
| 1.23, eerste lid en tweede lid | de betrokken hoofdingenieur-directeur van Bruggen en Wegen; | de hoofdingenieur-directeur van de Rijkswaterstaat in de directie Limburg; |
| 3.20, derde lid | idem; | idem; |
| 3.27, derde lid | idem; | idem; |
| 3.41, derde lid | idem; | idem; |
| 5.02, eerste lid | de betrokken hoofdingenieur-directeur van Bruggen en Wegen na overleg met de hoofdingenieur-directeur van de Rijkswaterstaat in de directie Limburg; | de hoofdingenieur-directeur van de Rijkswaterstaat in de directie Limburg na overleg met de betrokken hoofdingenieur-directeur van Bruggen en Wegen; |
| 6.31, derde lid | idem; | idem; |
| 6.33a, vierde lid | idem; | idem; |
| 7.02, eerste lid | de betrokken wachter, de betrokken conducteur of de betrokken hoofdingenieur-directeur van Bruggen en Wegen; | de betrokken kanaalmeester, het betrokken dienstkringhoofd of de hoofdingenieur-directeur van de Rijkswaterstaat in de directie Limburg; |
| 7.02, tweede en derde lid | idem; | idem; |
| 7.08 | idem; | idem; |
Bijlage II. Verkeerstekens
A. Verbodstekens
Opmerking:
Deze tekens kunnen worden aangevuld of verduidelijkt met bijkomende tekens, vermeld onder F.
B. Gebodstekens
Opmerking:
Deze tekens kunnen worden aangevuld of verduidelijkt met bijkomende tekens, vermeld onder F.
C. Beperkingstekens
Opmerking:
Deze tekens kunnen worden aangevuld of verduidelijkt met bijkomende tekens, vermeld onder F.
D. Aanbevelingstekens
Opmerking:
Deze tekens kunnen worden aangevuld of verduidelijkt met bijkomende tekens, vermeld onder F.
E. Aanwijzingstekens
Opmerking:
Deze tekens kunnen worden aangevuld of verduidelijkt met bijkomende tekens, vermeld onder F.
F. Bijkomende tekens
Opmerking:
Deze tekens kunnen voorkomen ter aanvulling of verduidelijking van de tekens, vermeld onder A tot en met E.
Bijlage III. Markering van het vaarwater
A. Laterale markering
Hoofdmarkering
B. Markering gevaarlijke punten en obstakels
Gevaarlijke punten kunnen zijn:
koppen van kribben, uitstekende punten van de oever, lage gedeelten van de oever die overstroomd kunnen worden, vaste obstakels, e.d.
Obstakels kunnen zijn:
vastgevaren of gezonken schepen, te water geraakte objecten, plaats van werkzaamheden in of nabij het vaarwater e.d.
Buiten het vaarwater
Opmerkingen:
De lichten kunnen in plaats van de dagmerken voorkomen.
De rode en groene lichten kunnen ook als vaarwegverlichting worden toegepast; zij geven aldus het verloop van de oeverlijn aan.
2 In of nabij vaarwater
Hiervoor kunnen de volgende markeringen worden gebruikt:
2.1. Laterale markering
2.2. Markering op (of nabij) het obstakel
of, met verplichting hinderlijke waterbeweging te vermijden:
C. Bijzondere markering
Deze markering is niet in de eerste plaats bestemd voor de navigatie, maar duidt een bepaald gebied of voorwerp aan, dat doorgaans is omschreven in nautische of andere daarvoor bestemde publicaties.
Deze betonning wordt bijvoorbeeld toegepast ter markering van verboden gebieden, bagger-, stort- en ankerplaatsen, voor het afbakenen van speciale gebieden zoals voor snelle motorboten, waterskiërs, zeilplanken, wedstrijden, e.d.
Opmerking
De bijzondere betonning moet door de doorgaande scheepvaart, d.w.z. schepen die niet een aldus gemarkeerd gebied als bestemming hebben, aan dezelfde zijde worden gehouden als de "gewone" betonning.
D. Markering ingang van havens en aftakkingen
De ingangen van havens, zijvaarten, aftakkingen, e.d. kunnen als volgt zijn gemarkeerd (invarend gezien):
Indien voorzien van lichten
Indien niet voorzien van lichten
E. Markering loop van de vaargeul
Ligging van de vaargeul
Deze tekens zijn geplaatst op die oever van een rivier, waarlangs (het diepste gedeelte van) de vaargeul loopt.
Overgangen
De punten waar de vaargeul van de ene oever naar de andere overgaat kunnen aanvullend als volgt zijn gemarkeerd:
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)