Wet van 21 april 1994, houdende vervanging van de Wegenverkeerswet

Type Wet
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 859
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Artikel 76

1.

Bij de aanvraag van een keuringsrapport dient de aanvrager de bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde bescheiden over te leggen en inlichtingen te verschaffen.

2.

De aanvrager dient het motorrijtuig of de aanhangwagen waarvoor de afgifte van een keuringsrapport wordt verlangd, overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen regels ten behoeve van de afgifte van dat bewijs ter beschikking te stellen van degene die ingevolge artikel 78 met de afgifte van keuringsrapporten is belast.

3.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden vastgesteld omtrent de wijze waarop wordt onderzocht of een voertuig voldoet aan de in artikel 75 bedoelde eisen, alsmede omtrent hetgeen verder met betrekking tot de behandeling van de aanvraag van een keuringsrapport noodzakelijk is.

Artikel 77

Het voor afgifte van een keuringsrapport aangeboden voertuig dient overeen te stemmen met de in het daarbij behorende kentekenbewijs en de in het kentekenregister vermelde gegevens.

Artikel 78

1.

Keuringsrapporten worden overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels afgegeven door:

2.

De Dienst Wegverkeer draagt er zorg voor dat indien in onvoldoende mate keuringsrapporten kunnen worden afgegeven door andere natuurlijke personen of rechtspersonen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, dan die zich bezighouden met het verrichten van onderhoud of reparaties aan motorrijtuigen of aanhangwagens, de Dienst Wegverkeer kan voorzien in zodanige afgifte.

3.

De Dienst Wegverkeer geeft geen keuringsrapporten af voor zover in voldoende mate keuringsrapporten kunnen worden afgegeven door natuurlijke personen of rechtspersonen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, die zich niet bezighouden met het verrichten van onderhoud of reparaties aan motorrijtuigen of aanhangwagens.

Artikel 79

Degene die ingevolge artikel 78 met de afgifte van keuringsbewijzen is belast, doet van het voornemen tot de afgifte van zodanig bewijs op de bij ministeriële regeling te bepalen wijze mededeling aan de beheerder van het kentekenregister. Van de weigering van de afgifte van een keuringsbewijs wordt mededeling gedaan in bij ministeriële regeling vast te stellen gevallen.

Artikel 80

1.

De Dienst Wegverkeer of de erkenninghouder geeft voor keuringsbewijzen die versleten of geheel of ten dele onleesbaar zijn, dan wel verloren zijn geraakt of teniet zijn gegaan, op aanvraag en tegen betaling, op de door deze dienst vastgestelde wijze, van het daarvoor door deze dienst vastgestelde tarief vervangende keuringsbewijzen af.

2.

Een vervangend keuringsbewijs wordt niet afgegeven dan nadat het versleten of geheel of ten dele onleesbaar geworden bewijs is ingeleverd bij de Dienst Wegverkeer of de erkenninghouder.

§ 2a. Goedkeuring productieprocessen

Artikel 34

Onverminderd artikel 21 is het verboden bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen voertuigen op de markt aan te bieden of in de handel te brengen zonder dat aan in de maatregel gestelde eisen wat betreft de beschikbaarheid van consumenteninformatie over het brandstofverbruik en de CO2 uitstoot wordt voldaan.

Artikel 35

1.

Het is marktdeelnemers die betrokken zijn bij het op de markt aanbieden of in de handel brengen van de in dit hoofdstuk bedoelde voertuigen of banden waar verordening (EU) 2019/1020 op van toepassing is, verboden in strijd te handelen met artikel 7, eerste lid, van die verordening.

2.

Het is aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij als bedoeld in artikel 3, onderdeel 14, van verordening (EU) 2019/1020 die betrokken zijn bij het op de markt aanbieden of in de handel brengen van de in dit hoofdstuk bedoelde voertuigen of banden waar verordening (EU) 2019/1020 op van toepassing is, verboden in strijd te handelen met artikel 7, tweede lid, van die verordening.

Hoofdstuk IV. Kentekens en kentekenbewijzen

§ 2. Verkeerstekens en maatregelen op of aan de weg

Artikel 36

1.

Aan de eigenaar of houder van een motorrijtuig of een aanhangwagen op de weg dient overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels door de Dienst Wegverkeer een kenteken voor dat voertuig te zijn opgegeven.

2.

Ter zake van de in het eerste lid bedoelde opgave dient overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels door de Dienst Wegverkeer een kentekenbewijs te zijn afgegeven aan de eigenaar of houder van het voertuig.

3.

Het kentekenbewijs dient:

4.

Vervallen.

5.

Motorrijtuigen en aanhangwagens dienen overeen te komen met de gegevens in het voor het betrokken voertuig afgegeven kentekenbewijs en met de gegevens die omtrent het voertuig zijn opgenomen in het kentekenregister, tenzij krachtens artikel 71 een bepaalde afwijking van die gegevens is toegestaan.

6.

Voor overtreding van het eerste tot en met vijfde lid zijn aansprakelijk:

7.

De in het derde lid, onderdeel a, bedoelde eisen kunnen mede dienstbaar zijn aan de heffing van de belasting van personenauto’s en motorrijwielen en van de motorrijtuigenbelasting.

8.

Bij ministeriële regeling worden nadere regels vastgesteld ter uitvoering van het eerste en het tweede lid.

Artikel 37

1.

Artikel 36 is niet van toepassing op:

2.

Artikel 36 is voorts niet van toepassing op:

3.

Voor bij algemene maatregel van bestuur aangewezen motorrijtuigen en aanhangwagens geldt niet het vereiste dat een kenteken voor een bepaald voertuig dient te zijn opgegeven, mits overeenkomstig die maatregel gebruik wordt gemaakt van een bij die maatregel aangewezen kenteken. De Dienst Wegverkeer kan aan deze opgaven voorschriften verbinden. Bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot die voorschriften regels worden vastgesteld. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald in welke gevallen het gebruik van een zodanig kenteken verplicht is.

4.

Met het toezicht op de naleving van de uit het derde lid voortvloeiende verplichtingen zijn belast de bij besluit van de Dienst Wegverkeer aangewezen ambtenaren. Van een zodanig besluit wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. Het toezicht heeft in ieder geval betrekking op het gebruik van het in het derde lid bedoelde kenteken. De aldaar bedoelde natuurlijke persoon of rechtspersoon is gehouden tot betaling, op de door de Dienst Wegverkeer vastgestelde wijze, van het door deze dienst ter zake van de kosten van het toezicht vastgestelde tarief. Bij ministeriële regeling worden nadere regels omtrent het toezicht vastgesteld.

5.

Bij algemene maatregel van bestuur kan onder daarbij te stellen voorwaarden worden bepaald dat:

6.

Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels vastgesteld omtrent de omschrijving van de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde categorieën voertuigen alsmede de voor die categorieën vastgestelde maximumsnelheid.

7.

Bij ministeriële regeling worden nadere regels vastgesteld ter uitvoering van het derde lid en kunnen nadere regels worden vastgesteld ter uitvoering van het vijfde lid.

§ 3. Individuele goedkeuring

Artikel 38

1.

Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat bepaalde categorieën van kentekens slechts worden opgegeven aan bij die algemene maatregel van bestuur aan te wijzen personen of groepen van personen dan wel voor daarbij aan te wijzen voertuigen of groepen van voertuigen, zulks onder daarbij te stellen voorwaarden.

2.

Bij ministeriële regeling worden nadere regels vastgesteld ter uitvoering van het eerste lid.

Artikel 39

Vervallen

Artikel 40

1.

Het kenteken dient behoorlijk zichtbaar op of aan het motorrijtuig of de aanhangwagen aanwezig te zijn.

2.

Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels vastgesteld omtrent de inrichting, het aanbrengen en de verlichting van het kenteken en worden regels vastgesteld omtrent de kentekenplaat en de onderdelen daarvan, alsmede de daarop aan te brengen merken.

3.

Bij ministeriële regeling worden nadere regels vastgesteld ter uitvoering van het bepaalde krachtens het tweede lid.

4.

Voor overtreding van het eerste lid dan wel het bepaalde krachtens het tweede of derde lid zijn aansprakelijk:

Artikel 41

1.

Het is verboden:

2.

Voor overtreding van het eerste lid, onderdelen b, d en f, zijn aansprakelijk:

§ 3. Vaststelling bebouwde kom

Artikel 42

1.

Er is een kentekenregister. Dit register is een basisregistratie.

2.

De Dienst Wegverkeer is de beheerder en verwerkingsverantwoordelijke van het kentekenregister.

3.

In het kentekenregister verwerkt de Dienst Wegverkeer gegevens omtrent motorrijtuigen en aanhangwagens waarvoor een kenteken is opgegeven en de tenaamstelling van die motorrijtuigen en aanhangwagens, alsmede omtrent andere motorrijtuigen en aanhangwagens.

4.

Het verzamelen van de gegevens, bedoeld in het derde lid, geschiedt voor de volgende doeleinden:

5.

De Dienst Wegverkeer mag persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld in paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming verwerken voor zover dit verband houdt met de in het vierde lid, onderdelen a en b, genoemde doeleinden.

6.

Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld betreffende de inrichting en het beheer van het kentekenregister, waaronder mede wordt begrepen de nadere uitwerking van de gegevens, persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld in paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming, die in het kentekenregister worden verwerkt.

7.

De gegevens omtrent motorrijtuigen en aanhangwagens die de Dienst Wegverkeer verwerkt in het landsbelang, worden niet opgenomen in het kentekenregister.

Artikel 43

1.

Aan overheidsorganen worden door de Dienst Wegverkeer uit het kentekenregister gegevens, waaronder mede begrepen persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld in paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming, verstrekt voor zover zij aangeven die gegevens nodig te hebben voor de uitoefening van hun publieke taak.

2.

Aan autoriteiten binnen de andere lidstaten van de Europese Unie en de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst buiten Nederland betreffende de Europese Economische Ruimte worden door de Dienst Wegverkeer in de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen uit het kentekenregister gegevens, waaronder mede begrepen persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld in paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming verstrekt.

3.

Aan autoriteiten buiten Nederland, niet zijnde autoriteiten uit lidstaten van de Europese Unie en staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte worden door de Dienst Wegverkeer in de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen uit het kentekenregister gegevens, waaronder mede begrepen persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld in paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming, verstrekt. Gegevens, waaronder mede begrepen persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld in paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming, kunnen ook worden verstrekt aan instellingen van internationale organisaties, voor zover dit ter uitvoering van een verdrag of een bindend besluit van een internationale organisatie vereist is.

4.

Aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen personen of instanties of categorieën personen of instanties, niet zijnde de in het eerste tot en met derde lid bedoelde instanties, kunnen desgevraagd door de Dienst Wegverkeer voor de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangegeven doeleinden uit het kentekenregister gevoelige gegevens, waaronder mede begrepen persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld in paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming, worden verstrekt.

5.

Niet-gevoelige gegevens uit het kentekenregister kunnen aan een ieder worden verstrekt.

6.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voor de uitvoering van het eerste tot en met het vijfde lid nadere regels worden gesteld met betrekking tot de uit het kentekenregister te verstrekken gegevens, de wijze van verstrekking van die gegevens en kunnen voorwaarden worden verbonden aan de verstrekking van die gegevens.

Artikel 44

1.

De Dienst Wegverkeer neemt maatregelen met het oog op het waarborgen van de juistheid, de actualiteit en de volledigheid van het kentekenregister.

2.

De Dienst Wegverkeer laat ten minste eenmaal in de drie jaar een registeraccountant, dan wel een accountant die is ingeschreven in het register bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de Wet op de Accountants-Administratieconsulenten, een oordeel geven over de opzet en werking van het stelsel van interne beheersmaatregelen.

3.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld ter uitvoering van het eerste en tweede lid.

Artikel 45

Vervallen

Artikel 46

1.

Bij algemene maatregel van bestuur worden regels vastgesteld betreffende de met de registratie van kentekens samenhangende verplichtingen van degene:

2.

Bij ministeriële regeling worden nadere regels vastgesteld ter uitvoering van het eerste lid.

§ 2. Typegoedkeuring en goedkeuring productieprocessen van voertuigen en voertuigonderdelen

Artikel 47

Motorrijtuigen en aanhangwagens op de weg waarvoor een kenteken is opgegeven dienen overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels te zijn ingeschreven in het kentekenregister en tenaamgesteld.

Artikel 48

1.

Inschrijving in het kentekenregister en tenaamstelling vinden, tegen betaling, op de door de Dienst Wegverkeer vastgestelde wijze, van de daarvoor door deze dienst vastgestelde tarieven, plaats op aanvraag van:

2.

Inschrijving in het kentekenregister vindt slechts plaats indien het motorrijtuig of de aanhangwagen waarvoor de inschrijving wordt verlangd, voorzien is van een goedkeuring als bedoeld in artikel 21, tweede lid, en, indien na die goedkeuring wijziging is aangebracht in de bouw of inrichting van dat voertuig, die wijziging, behoudens in het geval dat geen goedkeuring is vereist, overeenkomstig artikel 99 is goedgekeurd voor toelating van het gewijzigde voertuig tot het verkeer op de weg.

2b. In afwijking van het tweede lid, kan de Dienst Wegverkeer inschrijving in het kentekenregister weigeren of aan de inschrijving voorschriften verbinden indien het goedgekeurde voertuig een zodanige afmeting of massa heeft, dat het gelet op de infrastructuur van de wegen, een ernstig gevaar kan vormen voor de gezondheid, veiligheid, het milieu of andere aspecten van de bescherming van het openbaar belang.

3.

In bepaalde uitzonderingsgevallen kan door de Dienst Wegverkeer een motorrijtuig of aanhangwagen worden ingeschreven, indien ten aanzien van het motorrijtuig of de aanhangwagen, waarvoor de inschrijving wordt verlangd, niet is voldaan aan het eerste en tweede lid.

4.

Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de ingevolge het eerste lid gestelde eisen aan de aanvrager van een inschrijving niet gelden ten aanzien van de aanvrager van een inschrijving ter zake van een kenteken als bedoeld in artikel 38.

5.

Ingeval de aanvrager van een inschrijving en tenaamstelling van een bromfiets de leeftijd heeft van zestien of zeventien jaar, wordt diens wettelijke vertegenwoordiger verondersteld te hebben toegestemd in de aanvraag.

6.

In afwijking van artikel 47 kan in bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bepaalde gevallen een voertuig in het kentekenregister worden ingeschreven zonder tenaamstelling. Door de Dienst Wegverkeer kan worden bepaald dat deze wijze van inschrijven gevolgen heeft voor het tijdstip van de verschuldigdheid van een deel van de in het eerste lid bedoelde tarieven.

7.

Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat in door de Dienst Wegverkeer te bepalen gevallen met een ingeschreven en te naam gesteld motorrijtuig of aanhangwagen niet op de weg mag worden gereden.

8.

Het verbod bedoeld in het zevende lid geldt vanaf een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen tijdstip.

Artikel 49

1.

Onverminderd artikel 48, eerste lid, wordt de inschrijving in het kentekenregister geweigerd:

2.

De inschrijving in het kentekenregister kan worden geweigerd indien:

3.

Onverminderd artikel 48, eerste lid, wordt de tenaamstelling geweigerd in bij algemene maatregel van bestuur te bepalen gevallen.

Artikel 50

1.

De aanvrager van een tenaamstelling verschijnt persoonlijk bij een erkenninghouder die gerechtigd is motorrijtuigen en aanhangwagens te naam te stellen in het kentekenregister of een daartoe door de Dienst Wegverkeer aangewezen vestiging van deze dienst, tenzij:

2.

Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de verplichting om persoonlijk te verschijnen niet geldt ten aanzien van de inschrijving en tenaamstelling ter zake van de opgave van een kenteken als bedoeld in artikel 38.

3.

Indien de aanvraag geschiedt door een in Nederland gevestigde rechtspersoon die dient te zijn ingeschreven in een daartoe bij de wet aangewezen register of waarvan de onderneming dient te zijn ingeschreven in het handelsregister en de aanvrager ingevolge het eerste lid verplicht is persoonlijk te verschijnen, geldt de verplichting voor degene die krachtens de statuten bevoegd is de rechtspersoon te vertegenwoordigen. Indien er meerdere personen bevoegd zijn de rechtspersoon te vertegenwoordigen, geldt de verplichting voor een van hen. Een persoon die bevoegd is de rechtspersoon te vertegenwoordigen, kan bij gemachtigde verschijnen.

4.

De aanvraag van een inschrijving en tenaamstelling geschiedt overeenkomstig bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels. Deze regels kunnen mede dienstbaar zijn aan de heffing van de belasting van personenauto’s en motorrijwielen en van de motorrijtuigenbelasting alsmede aan de afdracht van de krachtens een algemeen verbindend verklaarde overeenkomst op grond van de Wet milieubeheer verschuldigde afvalbeheerbijdrage voor autowrakken en kunnen bepalen in welke gevallen het motorrijtuig of de aanhangwagen, waarvoor een inschrijving en tenaamstelling wordt aangevraagd, voor een onderzoek ter beschikking moet worden gesteld.

5.

De Dienst Wegverkeer is bevoegd te vorderen dat de aanvrager van een inschrijving en tenaamstelling een door of vanwege Onze Minister van Financiën afgegeven bewijs overlegt, waaruit blijkt dat ter zake van het motorrijtuig of de aanhangwagen verschuldigde belastingen en rechten zijn voldaan.

Artikel 51

1.

Het is verboden voor het verkrijgen van een inschrijving in het kentekenregister en een tenaamstelling opzettelijk onjuiste opgaven te doen, onjuiste inlichtingen te verschaffen of onjuiste bewijsstukken en andere bescheiden over te leggen.

2.

Voor zover de bij de aanvraag van een inschrijving in het kentekenregister en tenaamstelling te verschaffen gegevens betreffen of mede betreffen gegevens die nodig worden geacht ter zake van de heffing van de belasting van personenauto’s en motorrijwielen en van de motorrijtuigenbelasting, wordt de verplichting tot het verstrekken van die gegevens beschouwd als een ingevolge de belastingwet opgelegde verplichting en zijn, indien ter zake onjuiste of onvolledige gegevens worden verstrekt – in afwijking van de bepalingen van deze wet – de bepalingen van Hoofdstuk IX (Strafrechtelijke bepalingen) van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van toepassing.

Artikel 52

Een kentekenbewijs bestaat uit een of meer bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen delen.

Artikel 53

De Dienst Wegverkeer geeft bij inschrijving in het kentekenregister en tenaamstelling tevens een keuringsbewijs voor het betrokken voertuig af indien:

Artikel 54

Onze Minister kan aan besturen van verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid, die behartiging van verkeersbelangen ten doel hebben, de bevoegdheid verlenen tot het afgeven van internationale bewijzen voor motorrijtuigen en aanhangwagens, bedoeld in internationale overeenkomsten, ten behoeve van het verkeer met motorrijtuigen en aanhangwagens in het buitenland.

Artikel 55

1.

Op aanvraag en tegen betaling, op de door de Dienst Wegverkeer vastgestelde wijze, van het daarvoor door deze dienst vastgestelde tarief, geeft deze dienst overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels vervangende bewijzen af voor:

2.

Het vervangende bewijs treedt in de plaats van het eerder afgegeven kentekenbewijs en wordt niet afgegeven dan nadat het versleten of geheel of ten dele onleesbaar geworden kentekenbewijs, waarvoor het wordt afgegeven, is ingeleverd bij de Dienst Wegverkeer.

3.

Op aanvraag en tegen betaling, op de door de Dienst Wegverkeer vastgestelde wijze, van het daarvoor door deze dienst vastgestelde tarief, verstrekt deze dienst overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels een vervangende tenaamstellingscode ten behoeve van een wijziging van de tenaamstelling.

4.

De vervangende tenaamstellingscode treedt in de plaats van eerder afgegeven tenaamstellingscodes welke door de afgifte ongeldig worden.

Artikel 56

Vervallen

Artikel 57

Vervallen

Artikel 58

Vervallen

Artikel 59

Vervallen

Artikel 60

1.

De houder van een kentekenbewijs is vanaf een bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld tijdstip op eerste vordering van bij algemene maatregel van bestuur aangewezen personen verplicht tot overgifte van bij algemene maatregel van bestuur te bepalen delen van dat bewijs, indien naar het oordeel van die personen:

2.

Indien het een kentekenbewijs betreft dat is afgegeven voor een aanhangwagen die overeenkomstig het bij ministeriële regeling bepaalde is voorzien van een identificatieplaat, kan aan de vordering worden voldaan binnen een bij die maatregel vastgestelde termijn.

3.

De in het eerste lid bedoelde personen geven het kentekenbewijs na inzage terug aan degene die tot overgifte verplicht was.

4.

Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels vastgesteld omtrent de verplichting tot overgifte van kentekenbewijzen.

Artikel 61

Het is verboden ten opzichte van een motorrijtuig of een aanhangwagen opzettelijk gebruik te maken van een kentekenbewijs dat niet aan de eigenaar of houder voor dat motorrijtuig of die aanhangwagen is afgegeven, als ware het aan deze voor dat motorrijtuig of die aanhangwagen afgegeven.

§ 3. Individuele goedkeuring

Artikel 62

Vervallen

Artikel 63

Vervallen

Artikel 64

Vervallen

Artikel 65

Vervallen

Artikel 65a

Vervallen

Artikel 66

Vervallen

§ 2. Verbodsbepalingen

Artikel 67

1.

Indien met een voertuig geen gebruik van de weg wordt gemaakt, schorst de Dienst Wegverkeer op aanvraag van de eigenaar of houder van dat voertuig, tegen betaling, op de door de Dienst Wegverkeer vastgestelde wijze, van het daarvoor door deze dienst vastgestelde tarief, de tenaamstelling in het kentekenregister.

2.

De hoogte van het in het eerste lid bedoelde tarief kan voor verschillende groepen voertuigen dan wel eigenaren of houders van voertuigen verschillend worden vastgesteld. Voor aanvragen die worden ingediend binnen een jaar na de aanvraag van een schorsing welke ingevolge artikel 68, eerste lid, onderdelen a en d, is geëindigd, kan het tarief hoger worden vastgesteld dan het tarief voor laatstgenoemde aanvraag.

3.

De aanvraag van een schorsing dient te geschieden overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels.

4.

Bij ministeriële regeling worden nadere regels vastgesteld omtrent het krachtens het derde lid bepaalde.

5.

De Dienst Wegverkeer plaatst bij het verlenen van de schorsing overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels in het kentekenregister een aantekening waaruit blijkt dat schorsing is verleend.

Artikel 68

1.

De schorsing eindigt:

2.

Bij algemene maatregel van bestuur kan onder daarbij te stellen voorwaarden worden bepaald dat in bepaalde uitzonderingsgevallen tijdelijk kan worden afgeweken van het eerste lid, aanhef en onderdeel d.

Artikel 69

1.

De schorsing wordt op aanvraag van de eigenaar of houder door de Dienst Wegverkeer opgeheven.

2.

De aanvraag van opheffing van de schorsing dient te geschieden overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels.

3.

Bij ministeriële regeling worden nadere regels vastgesteld omtrent het krachtens het tweede lid bepaalde.

Artikel 70

Vervallen

§ 2. Kentekens

Artikel 70a

Vervallen

Artikel 70b

1.

Een erkenninghouder die gerechtigd is tot fabricage en levering van blanco-kentekenplaten en van kentekenplaten is verplicht bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bepaalde gegevens te registreren in een door de Dienst Wegverkeer beheerd register.

2.

Uit de registratie worden door de Dienst Wegverkeer uitsluitend en desgevraagd aan de ambtenaren van politie gegevens verstrekt voor zover deze noodzakelijk zijn voor de goede vervulling van hun taak.

3.

Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels vastgesteld omtrent de inrichting en het beheer van het register.

Artikel 70c

Vervallen

Artikel 70d

Vervallen

Artikel 70e

Vervallen

Artikel 70f

Vervallen

Artikel 70g

Vervallen

Artikel 70h

Bij de verkrijging van een kentekenplaat worden de bij ministeriële regeling aangewezen identiteitsdocumenten en overige documenten overgelegd.

Artikel 70i

1.

De eigenaar of houder van een motorrijtuig of aanhangwagen is verplicht tot inlevering van de betrokken kentekenplaten in geval van:

2.

De inlevering van kentekenplaten, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats tegelijk met de handeling, bedoeld in het eerste lid, bij de erkenninghouder die de handeling uitvoert.

3.

In geval van uitvoer naar het buitenland anders dan door een erkenninghouder als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, is de eigenaar of houder van het motorrijtuig of de aanhangwagen verplicht tot inlevering van de betrokken kentekenplaten bij de Dienst Wegverkeer tegelijk met de uitvoer.

4.

Indien het kentekenbewijs zijn geldigheid heeft verloren, anders dan in geval van het eerste of het tweede lid, kan de Dienst Wegverkeer verlangen dat de betrokken kentekenplaten binnen een bepaalde termijn bij deze dienst worden ingeleverd.

Artikel 70j

De Dienst Wegverkeer is, overeenkomstig bij ministeriële regeling vast te stellen regels, verplicht tot vernietiging van de overeenkomstig artikel 70i, derde en vierde lid, bij die dienst ingeleverde kentekenplaten.

Hoofdstuk V. Gebruik van voertuigen op de weg

§ 2. Kentekens

Artikel 71

1.

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent:

2.

Onverminderd het eerste lid voldoen voertuigen waarmee over de weg wordt gereden, aan de eisen voor goedkeuring als bedoeld in artikel 21 en aan het gebruik verbonden eisen in de bij ministeriële regeling aangeduide artikelen van een EU-harmonisatieverordening in verband met de goedkeuring van motorvoertuigen.

§ 3. Registratie van kentekens

Artikel 72

1.

Voor een motorrijtuig of een aanhangwagen, waarvoor een kenteken is opgegeven dan wel dient te zijn opgegeven, dient een keuringsbewijs te zijn afgegeven.

2.

Het keuringsbewijs dient:

3.

Voor overtreding van het eerste lid en het bepaalde bij of krachtens het tweede lid zijn aansprakelijk:

Artikel 73

1.

Artikel 72 geldt niet indien:

2.

Bij algemene maatregel van bestuur kan onder daarbij te stellen voorwaarden worden bepaald dat:

3.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden vastgesteld met betrekking tot het tweede lid, onderdelen b en c.

Artikel 74

Het is verboden ten opzichte van een motorrijtuig of een aanhangwagen opzettelijk gebruik te maken van een keuringsbewijs dat niet voor dat voertuig is afgegeven, als ware het voor dat voertuig afgegeven.

§ 1. Kentekenplicht

Artikel 75

1.

Een keuringsbewijs wordt door degene die ingevolge artikel 78 met de afgifte van keuringsrapporten is belast, afgegeven op aanvraag en tegen betaling op de door deze vastgestelde wijze van het door deze vastgestelde tarief indien het motorrijtuig of de aanhangwagen heeft voldaan aan de eisen die ingevolge artikel 71, onderdeel c, aan dat voertuig worden gesteld, voorzover deze eisen niet ingevolge het tweede lid buiten toepassing blijven. Het hiervoor bedoelde tarief omvat mede een door de Dienst Wegverkeer vastgesteld bedrag ter zake van het attenderen door deze dienst op de in artikel 72 opgenomen verplichting. Indien degene die met de afgifte van keuringsrapporten is belast een persoon is als bedoeld in artikel 78, eerste lid, onder b, draagt deze dit bedrag af aan de Dienst Wegverkeer op de door deze dienst vastgestelde wijze.

2.

Bij algemene maatregel van bestuur kan onder daarbij te stellen voorwaarden worden bepaald dat voor nader aangewezen groepen van motorrijtuigen - zolang gerekend vanaf het tijdstip waarop deze voertuigen voor het eerst op de weg zijn toegelaten, nog geen bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen termijn die ten hoogste drie jaren bedraagt, is verstreken - ten behoeve van de afgifte van een keuringsbewijs slechts behoeft te worden voldaan aan de ingevolge artikel 71 gestelde eisen die betrekking hebben op het bestrijden van luchtverontreiniging. Bij algemene maatregel van bestuur kan nader worden bepaald op welk tijdstip een voertuig geacht wordt voor het eerst op de weg te zijn toegelaten.

3.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden vastgesteld met betrekking tot de in het tweede lid bedoelde voorwaarden en groepen van motorrijtuigen.

Artikel 76

1.

Bij de aanvraag van een keuringsrapport dient de aanvrager de bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde bescheiden over te leggen en inlichtingen te verschaffen.

2.

De aanvrager dient het motorrijtuig of de aanhangwagen waarvoor de afgifte van een keuringsrapport wordt verlangd, overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen regels ten behoeve van de afgifte van dat bewijs ter beschikking te stellen van degene die ingevolge artikel 78 met de afgifte van keuringsrapporten is belast.

3.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden vastgesteld omtrent de wijze waarop wordt onderzocht of een voertuig voldoet aan de in artikel 75 bedoelde eisen, alsmede omtrent hetgeen verder met betrekking tot de behandeling van de aanvraag van een keuringsrapport noodzakelijk is.

Artikel 77

Het voor afgifte van een keuringsrapport aangeboden voertuig dient overeen te stemmen met de in het daarbij behorende kentekenbewijs en de in het kentekenregister vermelde gegevens.

Artikel 78

1.

Keuringsrapporten worden overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels afgegeven door:

2.

De Dienst Wegverkeer draagt er zorg voor dat indien in onvoldoende mate keuringsrapporten kunnen worden afgegeven door andere natuurlijke personen of rechtspersonen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, dan die zich bezighouden met het verrichten van onderhoud of reparaties aan motorrijtuigen of aanhangwagens, de Dienst Wegverkeer kan voorzien in zodanige afgifte.

3.

De Dienst Wegverkeer geeft geen keuringsrapporten af voor zover in voldoende mate keuringsrapporten kunnen worden afgegeven door natuurlijke personen of rechtspersonen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, die zich niet bezighouden met het verrichten van onderhoud of reparaties aan motorrijtuigen of aanhangwagens.

Artikel 79

Degene die ingevolge artikel 78 met de afgifte van keuringsbewijzen is belast, doet van het voornemen tot de afgifte van zodanig bewijs op de bij ministeriële regeling te bepalen wijze mededeling aan de beheerder van het kentekenregister. Van de weigering van de afgifte van een keuringsbewijs wordt mededeling gedaan in bij ministeriële regeling vast te stellen gevallen.

Artikel 80

1.

De Dienst Wegverkeer geeft voor keuringsbewijzen die versleten of geheel of ten dele onleesbaar zijn, dan wel verloren zijn geraakt of teniet zijn gegaan, op aanvraag en tegen betaling, op de door deze dienst vastgestelde wijze, van het daarvoor door deze dienst vastgestelde tarief vervangende keuringsbewijzen af.

2.

Een vervangend keuringsbewijs wordt niet afgegeven dan nadat het versleten of geheel of ten dele onleesbaar geworden bewijs is ingeleverd bij de Dienst Wegverkeer.

§ 5a. Erkenningsregeling exportdienstverlening

Artikel 81

1.

Bij algemene maatregel van bestuur wordt, voorzover nodig onder daarbij te stellen voorwaarden, bepaald op welk tijdstip een keuringsbewijs geldigheid verkrijgt en voor welke duur een keuringsbewijs geldig is. Deze duur kan voor verschillende groepen van voertuigen, alsmede voor voertuigen die voor, onderscheidenlijk na een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen tijdstip voor het eerst op de weg zijn toegelaten, verschillend worden vastgesteld.

2.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden vastgesteld met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde voorwaarden en groepen van motorrijtuigen.

Artikel 82

Onverminderd de artikelen 81, 86, vierde lid, en 91, vierde lid, verliest een keuringsbewijs zijn geldigheid:

§ 6. Schorsing

Artikel 83

Vervallen

Artikel 84

Vervallen

Artikel 85

Vervallen

Artikel 85a

Vervallen

Artikel 86

1.

De Dienst Wegverkeer onderwerpt ten minste een bij ministeriële regeling te bepalen aantal voertuigen na een verrichte keuring steekproefsgewijs aan een herkeuring met het oog op het toezicht op:

2.

De eigenaar of houder van een motorrijtuig of een aanhangwagen, waarvoor een herkeuring wordt geëist, is verplicht het voertuig op de plaats van de keuring beschikbaar te houden totdat de herkeuring heeft plaatsgevonden. Deze verplichting geldt voor een periode van ten hoogste 90 minuten na de in artikel 79 bedoelde mededeling.

3.

Het keuringsrapport van een motorrijtuig of een aanhangwagen waarvoor een herkeuring wordt geëist wordt pas afgegeven op het moment dat de periode genoemd in het vorige lid is verstreken of nadat de herkeuring heeft plaatsgevonden.

4.

De geldigheid van het keuringsbewijs vervalt indien de eigenaar of houder niet voldoet aan de in het tweede lid bedoelde verplichtingen of indien het motorrijtuig of de aanhangwagen bij de herkeuring niet voldoet aan de eisen, bedoeld in artikel 75, eerste lid.

5.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden vastgesteld betreffende het in het eerste lid bedoelde aantal voertuigen waarop een steekproef wordt uitgevoerd, betreffende de wijze waarop de steekproef wordt uitgevoerd, alsmede betreffende de verplichting tot medewerking daaraan van de eigenaar of houder. Deze regels kunnen inhouden dat een verscherpt toezicht wordt gehouden indien blijkt dat wordt gehandeld in strijd met een of meer uit de erkenning voortvloeiende verplichtingen of in strijd met een of meer uit de bevoegdheid voertuigen aan een keuring te onderwerpen voortvloeiende verplichtingen.

Artikel 86a

1.

De Dienst Wegverkeer laat met het oog op het toezicht op het verrichten van keuringen, keuringen uitvoeren door het ter keuring aanbieden van een voertuig in bij ministeriële regeling vast te stellen gevallen.

2.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden vastgesteld betreffende de wijze waarop de keuring wordt uitgevoerd. Deze regels kunnen inhouden dat verscherpt toezicht wordt gehouden indien blijkt dat er door een natuurlijke persoon die daartoe niet bevoegd is motorrijtuigen en aanhangwagens, waarvoor artikel 72 geldt, met uitzondering van bussen als bedoeld in de Wet personenvervoer, aan een keuring worden onderworpen.

Artikel 87

Vervallen

Artikel 87a

Vervallen

Artikel 88

Vervallen

Artikel 89

Vervallen

§ 4b. Kentekenbewijzen

Artikel 90

1.

Tegen een beschikking tot weigering van de afgifte van een keuringsbewijs kan een belanghebbende bezwaar maken of administratief beroep instellen bij de Dienst Wegverkeer.

2.

In afwijking van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht kan tegen een beschikking tot weigering van de afgifte van een keuringsbewijs slechts bezwaar worden gemaakt of administratief beroep worden ingesteld terstond nadat de beschikking is bekendgemaakt.

3.

Het bezwaar of administratief beroep wordt slechts in behandeling genomen indien het voertuig in de staat waarin het zich ten tijde van de keuring bevond, onmiddellijk op een door de Dienst Wegverkeer bepaalde plaats ter beschikking wordt gesteld ten behoeve van een herkeuring door een door de Dienst Wegverkeer aangewezen deskundige.

4.

In afwijking van de artikelen 7:15 en 7:28 van de Algemene wet bestuursrecht dient bij de indiening van het bezwaar- of beroepschrift een bedrag ter vergoeding van de aan de herkeuring verbonden kosten te worden betaald. De hoogte van het bedrag en de wijze van betaling worden vastgesteld door de Dienst Wegverkeer.

5.

Degene die de beschikking tot weigering van de afgifte van een keuringsbewijs heeft gegeven, wordt in de gelegenheid gesteld bij de herkeuring aanwezig te zijn.

6.

Indien het voertuig volgens het oordeel van de deskundige voldoet aan de in artikel 75 bedoelde eisen, geeft de Dienst Wegverkeer alsnog het aangevraagde keuringsbewijs af en wordt het in het vierde lid bedoelde bedrag terugbetaald aan de indiener van het bezwaar- of beroepschrift. Is in dit geval de beschikking tot weigering van de afgifte van een keuringsbewijs gegeven door een erkende natuurlijke persoon of rechtspersoon, dan is deze vorenbedoeld bedrag verschuldigd aan de Dienst Wegverkeer en gehouden dit te betalen op de door deze dienst vastgestelde wijze.

Artikel 91

1.

Tegen een beschikking tot afgifte van een keuringsbewijs kan een belanghebbende bezwaar maken of administratief beroep instellen bij de Dienst Wegverkeer.

2.

In afwijking van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht kan tegen een beschikking tot afgifte van een keuringsbewijs bezwaar worden gemaakt of administratief beroep worden ingesteld gedurende een bij algemene maatregel van bestuur te stellen termijn.

3.

Het bezwaar of administratief beroep wordt slechts in behandeling genomen indien het voertuig op een door de Dienst Wegverkeer bepaalde plaats ter beschikking wordt gesteld ten behoeve van een onderzoek door een door de Dienst Wegverkeer aangewezen deskundige.

4.

In afwijking van de artikelen 7:15 en 7:28 van de Algemene wet bestuursrecht dient bij de indiening van het bezwaar- of beroepschrift een bedrag ter vergoeding van de aan het onderzoek verbonden kosten te worden betaald. De hoogte van het bedrag en de wijze van betaling worden vastgesteld door de Dienst Wegverkeer.

5.

Degene die de beschikking tot afgifte van een keuringsbewijs heeft gegeven, wordt in de gelegenheid gesteld bij het onderzoek aanwezig te zijn.

6.

Indien het voertuig volgens het oordeel van de deskundige ten tijde van de keuring op grond waarvan het keuringsbewijs is afgegeven, redelijkerwijze niet aan de keuringseisen kan hebben voldaan, daarbij in het bijzonder gelet op de termijn die is verstreken tussen de keuring en het onderzoek, verklaart de Dienst Wegverkeer het voor het voertuig afgegeven keuringsbewijs alsnog ongeldig en wordt het in het vierde lid bedoelde bedrag terugbetaald aan de indiener van het bezwaar- of beroepschrift. Is in dit geval de beschikking tot afgifte van een keuringsbewijs gegeven door een erkende natuurlijke persoon of rechtspersoon, dan is deze vorenbedoeld bedrag verschuldigd aan de Dienst Wegverkeer en gehouden dit te betalen op de door deze dienst vastgestelde wijze.

Artikel 169

1.

Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van bij of krachtens deze wet of bij of krachtens een EU-verordening of -richtlijn in verband met de goedkeuring van motorvoertuigen, verordening (EU) 2019/1020 of verordening (EU) 2020/740 gestelde verplichtingen en verboden.

2.

De ambtenaren die een bevel hebben gegeven als bedoeld in artikel 160, zevende lid, zijn bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van het bevel.

Artikel 170

1.

Tot de bevoegdheid van burgemeester en wethouders tot oplegging van een last onder bestuursdwang als bedoeld in artikel 125 van de Gemeentewet, behoort de bevoegdheid tot het overbrengen en in bewaring stellen van een op een weg staand voertuig, indien met het voertuig een bij of krachtens deze wet vastgesteld voorschrift wordt overtreden en bovendien verwijdering van het voertuig noodzakelijk is in verband met

2.

De artikelen 5:24, 5:25, tweede tot en met vierde lid, 5:29, vijfde lid, 5:30, derde lid, en 5:31 van de Algemene wet bestuursrecht zijn niet van toepassing. Bij de toepassing van artikel 5:25 van de Algemene wet bestuursrecht treedt de rechthebbende die het voertuig afhaalt, in de plaats van de overtreder. Voor de toepassing van artikel 5:30 van de Algemene wet bestuursrecht wordt de omstandigheid dat een voertuig niet is afgehaald, gelijkgesteld met de omstandigheid dat het voertuig niet kan worden teruggegeven.

3.

Burgemeester en wethouders plegen regelmatig overleg met de officier van justitie over de uitoefening van de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid.

4.

Burgemeester en wethouders dragen er zorg voor dat in een daartoe aangelegd register aantekening wordt gehouden van de gevallen waarin de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid wordt uitgeoefend.

5.

Bij toepassing van het eerste lid wordt onder rechthebbende verstaan: degene die ofwel eigenaar is van het voertuig ofwel anders dan als bezitter het voertuig ten tijde van de overtreding ten gebruike onder zich had. Hierbij geldt artikel 1, tweede lid, niet.

6.

De in het eerste lid bedoelde bevoegdheid wordt niet uitgeoefend, indien de rechthebbende het voertuig verwijdert voordat met de overbrenging een aanvang wordt gemaakt. Hij is alsdan de kosten verbonden aan de voorbereiding van de overbrenging, verschuldigd. De artikelen 4:116, 4:118 tot en met 4:124, en 5:10 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 171

1.

Een beschikking tot oplegging van een last onder bestuursdwang overeenkomstig artikel 170, eerste lid, wordt bekendgemaakt:

2.

Bij de bekendmaking krachtens het eerste lid, onderdeel b, wordt gewezen op het verschuldigd zijn van kosten, verbonden aan de oplegging van een last onder bestuursdwang.

Artikel 172

1.

Tot de kosten, verbonden aan de oplegging van een last onder bestuursdwang als bedoeld in artikel 170, eerste lid, worden gerekend:

2.

Verkoop, eigendomsoverdracht om niet of vernietiging vindt niet plaats binnen twee weken na de bekendmaking van de beschikking tot oplegging van een last onder bestuursdwang krachtens artikel 171, eerste lid, onderdeel b. De opbrengst van verkoop of de geschatte sloopwaarde bij vernietiging wordt in mindering gebracht op de kosten, verbonden aan de oplegging van een last onder bestuursdwang.

3.

Burgemeester en wethouders betalen het bedrag van de kosten, verbonden aan de oplegging van een last onder bestuursdwang, terug, indien:

4.

In een geval als bedoeld in het derde lid, onderdeel c, zijn de kosten verschuldigd door degene die de overtreding heeft begaan. De artikelen 4:116, 4:118 tot en met 4:124 en 5:10 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van toepassing.

5.

Indien de kosten, verbonden aan de oplegging van een last onder bestuursdwang, die door de rechthebbende zijn betaald, te hoog zijn berekend, betalen burgemeester en wethouders het te veel betaalde terug.

6.

Indien de in het derde lid, onderdeel b, bedoelde omstandigheden van dien aard waren dat de kosten redelijkerwijs niet volledig verschuldigd zijn, betalen burgemeester en wethouders het niet verschuldigde bedrag terug.

7.

Bij toepassing van het derde lid, onderdeel a, betalen burgemeester en wethouders tevens een redelijke schadeloosstelling aan de rechthebbende die het voertuig heeft afgehaald. Indien het voertuig ten tijde van de overtreding in gebruik was bij een ander dan de rechthebbende die het voertuig heeft afgehaald, treedt die ander voor de toepassing van dit lid in de plaats van de rechthebbende die het voertuig heeft afgehaald.

8.

Indien aantoonbaar is dat tijdens de overbrenging en bewaring schade aan het voertuig is toegebracht, is de gemeente gehouden deze schade te vergoeden.

Artikel 173

1.

Bij algemene maatregel van bestuur worden:

2.

Bij gemeentelijke verordening worden nadere regels gesteld ter uitvoering van de artikelen 170 tot en met 172 en de in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur. Die regels betreffen in elk geval

Artikel 97

Vervallen

§ 4b. Kentekenbewijzen

Artikel 98

Indien in de bouw of inrichting van een voertuig dat is goedgekeurd als bedoeld in artikel 21, eerste lid, en na die goedkeuring wijziging is aangebracht, dient die wijziging, voorzover dit bij ministeriële regeling is bepaald, te zijn goedgekeurd voor toelating van het gewijzigde voertuig tot het verkeer op de weg.

Artikel 99

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)