Wet van 21 april 1994, houdende vervanging van de Wegenverkeerswet
De artikelen 181 en 182 zijn mede van toepassing op de eigenaar of houder van een in het buitenland geregistreerd motorrijtuig of een in het buitenland geregistreerde aanhangwagen.
Artikel 184
Bij overtreding van artikel 7, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, is strafvervolging tegen de in dat artikel bedoelde overtreder uitgesloten, indien deze binnen twaalf uren na het verkeersongeval en voordat hij als verdachte is aangehouden of verhoord, vrijwillig van het ongeval kennis geeft aan een van de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering bedoelde personen en daarbij zijn identiteit en, voor zover hij een motorrijtuig bestuurde, tevens de identiteit van dat motorrijtuig bekend maakt.
Hoofdstuk X. Bestuursdwang
Artikel 185
Indien een motorrijtuig waarmee op de weg wordt gereden, betrokken is bij een verkeersongeval waardoor schade wordt toegebracht aan, niet door dat motorrijtuig vervoerde, personen of zaken, is de eigenaar van het motorrijtuig of - indien er een houder van het motorrijtuig is - de houder verplicht om die schade te vergoeden, tenzij aannemelijk is dat het ongeval is te wijten aan overmacht, daaronder begrepen het geval dat het is veroorzaakt door iemand, voor wie onderscheidenlijk de eigenaar of de houder niet aansprakelijk is.
De eigenaar of houder die het motorrijtuig niet zelf bestuurt, is aansprakelijk voor de gedragingen van degene door wie hij dat motorrijtuig doet of laat rijden.
Het eerste en het tweede lid vinden geen toepassing ten aanzien van schade, door een motorrijtuig toegebracht aan loslopende dieren, aan een ander motorrijtuig in beweging of aan personen en zaken die daarmee worden vervoerd.
Dit artikel laat onverkort de uit andere wettelijke bepalingen voortvloeiende aansprakelijkheid.
Hoofdstuk VIII. Kosten
Artikel 186
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld voor een periode van ten hoogste zes jaar ten behoeve van experimenten met:
- a. verkeerstekens en maatregelen op of aan de weg;
- b. de eisen ten aanzien van voertuigen waarmee over de weg wordt gereden of voertuigen die op de weg staan;
- c. de eisen ten aanzien van rijvaardigheid en rijbevoegdheid;
- d. de eisen ten aanzien van de vakbekwaamheid van bestuurders goederen- en personenvervoer over de weg.
Daarbij kan worden afgeweken van hoofdstuk II, paragraaf 2, hoofdstuk V, paragrafen 1 tot en met 6, hoofdstuk VI en hoofdstuk VIIA, paragraaf 2 van deze wet en van hoofdstuk VI van de Wet geluidhinder, alsmede van de krachtens die paragrafen of die hoofdstukken gestelde regels, een en ander met inachtneming van verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties of van één of meer instellingen van de Europese Unie, al dan niet gezamenlijk.
In de in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur wordt in elk geval bepaald:
- a. van welke van de in het eerste lid bedoelde bepalingen wordt afgeweken;
- b. het resultaat dat met een experiment, als bedoeld in het eerste lid, wordt beoogd.
Onze Minister zendt uiterlijk zes maanden voor de beëindiging van een experiment, als bedoeld in het eerste lid, een verslag over de doeltreffendheid en de effecten ervan alsmede een standpunt inzake de voortzetting anders dan als experiment, aan de beide kamers der Staten-Generaal.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat ten behoeve van de financiering van een in het eerste lid bedoeld experiment door de Dienst Wegverkeer een door deze dienst te bepalen tarief wordt geheven.
Artikel 187
De inwerkingtreding van deze wet wordt nader bij de wet geregeld.
Artikel 188
Deze wet kan worden aangehaald als: Wegenverkeerswet 1994.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 29
Het is marktdeelnemers verboden in strijd te handelen met de bij ministeriële regeling genoemde artikelen van een EU-verordening of -richtlijn in verband met de goedkeuring van motorvoertuigen, die betrekking hebben op het op de markt aanbieden of in de handel brengen van voertuigen en systemen, onderdelen, technische eenheden, voertuigdelen, uitrustingsstukken en voorzieningen voor dergelijke voertuigen en aanhangwagens daarvan of voorzieningen ter bescherming van inzittenden van voertuigen en kwetsbare weggebruikers:
- a. zonder dat daarvoor goedkeuring is verleend of indien de indruk van goedkeuring wordt gewekt met documenten, certificaten van overeenstemming, voorgeschreven platen of goedkeuringsmerken, die zijn vervalst;
- b. indien niet aan de voor goedkeuring gestelde eisen wordt voldaan;
- c. zonder dat het door de Dienst Wegverkeer is goedgekeurd met een ontheffing, vrijstelling, of zonder dat een vergunning daarvoor is verleend of terwijl in strijd met de aan een ontheffing, vrijstelling of vergunning verbonden voorschriften of beperkingen wordt gehandeld; of
- d. die zijn voorzien van vervalste of onjuiste certificaten van overeenstemming, platen of goedkeuringsmerken met het doel anderen te misleiden.
Het is marktdeelnemers verboden in strijd te handelen met de bij ministeriële regeling genoemde artikelen van een EU-verordening in verband met de goedkeuring van motorvoertuigen, die betrekking hebben op het zonder certificaten van overeenstemming of zonder voorgeschreven platen of goedkeuringsmerken op de markt aanbieden of in de handel brengen van voertuigen en systemen, onderdelen, technische eenheden, voertuigdelen, uitrustingsstukken en voorzieningen voor dergelijke voertuigen en aanhangwagens of voorzieningen ter bescherming van inzittenden van voertuigen en kwetsbare weggebruikers.
Het is marktdeelnemers verboden in strijd te handelen met de bij ministeriële regeling genoemde artikelen van een EU-verordening of -richtlijn in verband met de goedkeuring van motorvoertuigen die betrekking hebben op:
- a. het gebruik van manipulatie-instrumenten of -strategieën of het vervalsen van testresultaten voor typegoedkeuring of markttoezicht;
- b. het afleggen van valse verklaringen tijdens goedkeuringsprocedures of procedures die tot terugroeping leiden of zouden kunnen leiden dan wel terwijl er corrigerende of beperkende maatregelen gelden;
- c. het achterhouden van gegevens of technische specificaties die tot weigering of intrekking van de goedkeuring of tot terugroeping zouden kunnen leiden;
- d. het weigeren van toegang tot informatie; of
- e. op marktdeelnemers rustende verplichtingen in verband met het goedkeuringsproces, het markttoezicht of in verband met het op de markt aanbieden of in de handel brengen van voertuigen, systemen, onderdelen, technische eenheden, voertuigdelen, uitrustingsstukken en voorzieningen voor dergelijke voertuigen en aanhangwagens of voorzieningen ter bescherming van inzittenden van voertuigen en kwetsbare weggebruikers.
Artikel 4z
Er is een Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, in het maatschappelijk verkeer aangeduid als CBR. Het bureau bezit rechtspersoonlijkheid en is gevestigd te Rijswijk.
Op het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen is de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen van toepassing, met uitzondering van artikel 15 van die wet.
Hoofdstuk IC. Toezicht op keuringsinstellingen en onderzoeksgerechtigden
§ 1. Gedragsregels
Paragraaf 3. De organen
§ 3. Vaststelling bebouwde kom
Hoofdstuk III. Toelating tot de weg
§ 1. Algemene bepalingen
§ 1. Gedragsregels
§ 4. Keuringen ter uitvoering van andere wetten
Hoofdstuk IV. Kentekens en kentekenbewijzen
§ 5. Verbodsbepalingen
§ 1. Gedragsregels
§ 3. Vaststelling bebouwde kom
§ 2. Verkeerstekens en maatregelen op of aan de weg
§ 2. Verbodsbepalingen
§ 1. Kentekenplicht
§ 5. Verbodsbepalingen
Hoofdstuk IIIA. Aanvullende eisen voor het op de markt aanbieden of in de handel brengen van voertuigen en banden
§ 3. Registratie van kentekens
§ 4a. Inschrijving in het kentekenregister en tenaamstelling
Artikel 79
Degene die ingevolge artikel 78 met de afgifte van keuringsbewijzen is belast, doet van het voornemen tot de afgifte van zodanig bewijs op de bij ministeriële regeling te bepalen wijze mededeling aan de beheerder van het kentekenregister. Van de weigering van de afgifte van een keuringsbewijs wordt mededeling gedaan in bij ministeriële regeling vast te stellen gevallen.
Artikel 80
De Dienst Wegverkeer geeft voor keuringsbewijzen die versleten of geheel of ten dele onleesbaar zijn, dan wel verloren zijn geraakt of teniet zijn gegaan, op aanvraag en tegen betaling, op de door deze dienst vastgestelde wijze, van het daarvoor door deze dienst vastgestelde tarief vervangende keuringsbewijzen af.
Een vervangend keuringsbewijs wordt niet afgegeven dan nadat het versleten of geheel of ten dele onleesbaar geworden bewijs is ingeleverd bij de Dienst Wegverkeer.
§ 4b. Kentekenbewijzen
Artikel 81
Een keuringsbewijs is geldig voor de duur van een jaar. Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald op welk tijdstip een keuringsbewijs geldigheid verkrijgt.
Bij algemene maatregel van bestuur kan onder daarbij te stellen voorwaarden voor daarbij aangewezen groepen van motorrijtuigen, ten aanzien waarvan ingevolge artikel 75, tweede lid, ten behoeve van de afgifte van een keuringsbewijs slechts behoeft te worden voldaan aan de eisen met betrekking tot de bestrijding van luchtverontreiniging, een langere geldigheidsduur van het keuringsbewijs worden vastgesteld.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden vastgesteld met betrekking tot de in het tweede lid bedoelde voorwaarden en groepen van motorrijtuigen.
Artikel 82
Onverminderd de artikelen 81, 86, vierde lid, en 91, vierde lid, verliest een keuringsbewijs zijn geldigheid:
- a. door afgifte van een vervangend keuringsbewijs;
- b. door het onbevoegd daarin aanbrengen van wijzigingen.
§ 4a. Inschrijving in het kentekenregister en tenaamstelling
§ 4a. Inschrijving in het kentekenregister en tenaamstelling
§ 2. Periodieke keuringsplicht
§ 5. Erkenningsregeling bedrijfsvoorraad
§ 5a. Erkenningsregeling exportdienstverlening
Hoofdstuk VI. Rijvaardigheid en rijbevoegdheid
§ 5a. Erkenningsregeling exportdienstverlening
§ 6. Schorsing
§ 5a. Erkenningsregeling exportdienstverlening
§ 7. Kentekenplaten
§ 1. Algemene bepalingen
§ 6. Geldigheidsduur
§ 1. Algemene bepalingen
§ 3. Aanvraag en afgifte van keuringsrapporten
§ 2. Periodieke keuringsplicht
Hoofdstuk VIA. Interoperabiliteit van elektronische heffingssystemen
Hoofdstuk VIII. Kosten
Hoofdstuk IX. Handhaving
Hoofdstuk VI. Rijvaardigheid en rijbevoegdheid
Artikel 171
Een beschikking tot toepassing van bestuursdwang overeenkomstig artikel 170, eerste lid, wordt bekendgemaakt:
- a. aan de rechthebbende die het voertuig afhaalt, of
- b. indien het voertuig binnen achtenveertig uur na de inbewaringstelling niet is afgehaald, zo mogelijk binnen een week:
- 1°. aan degene aan wie het kenteken is opgegeven, indien het voertuig een kenteken voert;
- 2°. aan degene die aangifte heeft gedaan, indien blijkt dat ter zake van het voertuig aangifte van vermissing is gedaan, of
- 3°. in nader bij ministeriële regeling vast te stellen gevallen op de daarbij aangegeven wijze.
Bij de bekendmaking krachtens het eerste lid, onderdeel b, wordt gewezen op het verschuldigd zijn van kosten, verbonden aan de toepassing van bestuursdwang.
Artikel 172
Tot de kosten, verbonden aan de toepassing van bestuursdwang als bedoeld in artikel 170, eerste lid, worden gerekend:
- a. de kosten die verband houden met de overbrenging en bewaring;
- b. de kosten die verband houden met de bekendmaking van de beschikking tot overbrenging en inbewaringstelling, en
- c. de kosten van verkoop, eigendomsoverdracht om niet of vernietiging.
Verkoop, eigendomsoverdracht om niet of vernietiging vindt niet plaats binnen twee weken na de bekendmaking van de beschikking tot toepassing van bestuursdwang krachtens artikel 171, eerste lid, onderdeel b. De opbrengst van verkoop of de geschatte sloopwaarde bij vernietiging wordt in mindering gebracht op de kosten, verbonden aan de toepassing van bestuursdwang.
Burgemeester en wethouders betalen het bedrag van de kosten, verbonden aan de toepassing van bestuursdwang, terug, indien:
- a. niet tot overbrenging en inbewaringstelling had mogen worden overgegaan;
- b. de omstandigheden waaronder de overtreding is begaan, van dien aard waren dat de kosten redelijkerwijs niet verschuldigd zijn, of
- c. aannemelijk is dat het voertuig tegen de wil van de rechthebbende is gebruikt en hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen.
In een geval als bedoeld in het derde lid, onderdeel c, zijn de kosten verschuldigd door degene die de overtreding heeft begaan. Artikel 5:26 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing.
Indien de kosten, verbonden aan de toepassing van bestuursdwang, die door de rechthebbende zijn betaald, te hoog zijn berekend, betalen burgemeester en wethouders het te veel betaalde terug.
Indien de in het derde lid, onderdeel b, bedoelde omstandigheden van dien aard waren dat de kosten redelijkerwijs niet volledig verschuldigd zijn, betalen burgemeester en wethouders het niet verschuldigde bedrag terug.
Bij toepassing van het derde lid, onderdeel a, betalen burgemeester en wethouders tevens een redelijke schadeloosstelling aan de rechthebbende die het voertuig heeft afgehaald. Indien het voertuig ten tijde van de overtreding in gebruik was bij een ander dan de rechthebbende die het voertuig heeft afgehaald, treedt die ander voor de toepassing van dit lid in de plaats van de rechthebbende die het voertuig heeft afgehaald.
Indien aantoonbaar is dat tijdens de overbrenging en bewaring schade aan het voertuig is toegebracht, is de gemeente gehouden deze schade te vergoeden.
Artikel 173
Bij algemene maatregel van bestuur worden:
- a. de soorten van de in artikel 170, eerste lid, onderdeel c, bedoelde weggedeelten en wegen aangewezen;
- b. nadere regels vastgesteld over de registratie van gegevens in geval van toepassing van artikel 170, eerste lid;
- c. nadere regels vastgesteld over de berekening van de kosten, verbonden aan de toepassing van bestuursdwang, en
- d. de overige regels vastgesteld die voor de uitvoering van de artikelen 170 tot en met 172 nodig worden geacht.
Bij gemeentelijke verordening worden nadere regels gesteld ter uitvoering van de artikelen 170 tot en met 172 en de in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur. Die regels betreffen in elk geval
- a. de aanwijzing van de plaats, onderscheidenlijk de plaatsen, waar verwijderde voertuigen in bewaring worden gesteld, en
- b. de berekening van de kosten, verbonden aan de toepassing van bestuursdwang, en voorts
- c. wil het gemeentebestuur bestuursdwang kunnen toepassen in gevallen als bedoeld in artikel 170, eerste lid, onderdeel c, ook de aanwijzing van de desbetreffende wegen en weggedeelten.
Artikel 174
Indien ter zake van een overtreding van artikel 40, eerste lid, proces-verbaal wordt opgemaakt door een ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, dan wel een op dat voorschrift betrekking hebbende gedraging, omschreven in de in artikel 2, eerste lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften bedoelde bijlage door hem wordt geconstateerd, begaan met een op de weg staand motorrijtuig, terwijl niet terstond blijkt wie de eigenaar of houder van dat motorrijtuig is, is de burgemeester bevoegd op verzoek van die ambtenaar dat motorrijtuig naar een door hem aangewezen plaats te doen overbrengen en in bewaring te doen stellen.
Alvorens het in het eerste lid bedoelde verzoek te doen, kan de daar bedoelde ambtenaar door middel van een daartoe aan te brengen apparaat het rijden met het motorrijtuig voor ten hoogste twee dagen beletten. Het apparaat wordt binnen die termijn verwijderd, zodra bekend wordt wie de eigenaar of houder van het motorrijtuig is.
De artikelen 170, tweede lid, tweede en derde volzin, vierde, vijfde en zesde lid, 171, 172 en 173, eerste lid, van deze wet en de artikelen 5:25, eerste lid, 5:26, 5:29, tweede en derde lid, 5:30, eerste, tweede en vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk VIIA. Vakbekwaamheid bestuurders goederen- en personenvervoer over de weg
Artikel 175
Overtreding van artikel 6 wordt gestraft met:
- a. gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vierde categorie, indien het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood;
- b. gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie, indien het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht.
Indien degene die schuldig is aan een van de in het eerste lid genoemde feiten, verkeerde in de toestand, bedoeld in artikel 8, eerste of tweede lid, dan wel na het feit niet heeft voldaan aan een bevel gegeven krachtens artikel 163, tweede, zesde, achtste of negende lid, of indien een van de in het eerste lid genoemde feiten is veroorzaakt of mede is veroorzaakt doordat hij een krachtens deze wet vastgestelde maximumsnelheid in ernstige mate heeft overschreden, wordt hij gestraft met:
- a. gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren of geldboete van de vijfde categorie in het geval, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a;
- b. gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vierde categorie in het geval, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.
Hoofdstuk X. Bestuursdwang
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 149a
In dit artikel, de artikelen 149aa en 149b en de op deze artikelen berustende bepalingen wordt verstaan onder wegbeheerder: het ingevolge artikel 149, eerste lid, tot het verlenen van een ontheffing bevoegde gezag.
In afwijking van artikel 149, eerste lid, kan uitsluitend door de Dienst Wegverkeer ontheffing worden verleend of geweigerd van het bepaalde krachtens artikel 13 en artikel 71, in de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen overeenkomstig bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de partijen waarmee en de wijze waarop de Dienst Wegverkeer periodiek overleg voert met betrekking tot de uitvoering van dit artikel en artikel 149b.
De kosten die samenhangen met de behandeling van de aanvraag en de verlening van de ontheffing, alsmede de kosten die samenhangen met het verrichten van onderzoeken en met daarbij behorende afgifte van documenten ten behoeve van de ontheffingverlening worden ten laste gebracht van de aanvrager. Bij de toepassing van artikel 4b, eerste lid, onderdeel n, met betrekking tot deze kosten kan worden bepaald dat de vergoeding van de kosten voorafgaand aan de behandeling van de aanvraag wordt betaald.
Ten behoeve van de ontheffingverlening, bedoeld in het tweede lid, verwerkt de Dienst Wegverkeer gegevens met betrekking tot aanvrager, voertuig en kenteken die zijn opgenomen in de aanvragen voor ontheffingen en in afgegeven ontheffingen.
Aan de toezichthouders bedoeld in artikel 158 en aan de wegbeheerders worden op de door de Dienst Wegverkeer te bepalen wijze desgevraagd de gegevens met betrekking tot de inhoud van de afgegeven en geweigerde ontheffingen en de gegevens met betrekking tot het aantal en de aard van de ontheffingen verstrekt, die zij voor de uitoefening van hun taak behoeven.
Artikel 149b
De wegbeheerder verstrekt aan de Dienst Wegverkeer ten behoeve van de ontheffingverlening, bedoeld in artikel 149a, tweede lid, respectievelijk aan Onze Minister ten behoeve van de vergunningverlening, bedoeld in artikel 149aa, eerste lid, de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde gegevens betreffende de infrastructuur en overige informatie op de bij of krachtens die algemene maatregel van bestuur vastgestelde wijze.
In de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen behoeft de Dienst Wegverkeer voor de in artikel 149a, tweede lid, bedoelde ontheffing respectievelijk Onze Minister voor de in artikel 149aa, eerste lid, bedoelde vergunning de toestemming van de wegbeheerder. In deze gevallen wordt de toestemming verleend op basis van een door de Dienst Wegverkeer respectievelijk Onze Minister in overleg met de betrokken wegbeheerder opgestelde ontwerp-ontheffing of ontwerp-vergunning.
De wegbeheerder kan uitsluitend de toestemming weigeren, indien dat gerechtvaardigd is met het oog op de in artikel 2, eerste en tweede lid, omschreven belangen.
Bij het verstrekken van gegevens en informatie, bedoeld in het eerste lid, kan de wegbeheerder aangeven dat aan de door de Dienst Wegverkeer te verlenen ontheffing of aan de door Onze Minister te verlenen vergunning beperkingen of voorschriften worden verbonden, indien dat gerechtvaardigd is met het oog op de bescherming van de in artikel 2, eerste en tweede lid, omschreven belangen.
De Dienst Wegverkeer respectievelijk Onze Minister trekt verleende ontheffingen of vergunningen in of wijzigt deze voor zover de door de wegbeheerder ingevolge het eerste lid verstrekte gegevens of andere door hem aan de Dienst Wegverkeer of Onze Minister verstrekte informatie daartoe aanleiding geeft.
Voor de mogelijkheid van beroep ingevolge hoofdstuk 8 van de Algemene wet bestuursrecht worden als één besluit aangemerkt de ontheffing of de weigering daarvan door de Dienst Wegverkeer respectievelijk de vergunning of de weigering daarvan door Onze Minister en de toestemming onderscheidenlijk de weigering daarvan door de wegbeheerder.
De wegbeheerder ontvangt voor het verstrekken van gegevens en informatie, bedoeld in het eerste lid, en voor het verlenen van toestemming, bedoeld in het tweede lid, van de Dienst Wegverkeer respectievelijk Onze Minister een bij ministeriële regeling vastgestelde vergoeding, die is gebaseerd op het aantal en de aard van de verleende ontheffingen voor wegen die onder zijn beheer staan.
Hoofdstuk VII. Vrijstelling en ontheffing
Hoofdstuk VI. Rijvaardigheid en rijbevoegdheid
Hoofdstuk VI. Rijvaardigheid en rijbevoegdheid
Artikel 171
Een beschikking tot toepassing van bestuursdwang overeenkomstig artikel 170, eerste lid, wordt bekendgemaakt:
- a. aan de rechthebbende die het voertuig afhaalt, of
- b. indien het voertuig binnen achtenveertig uur na de inbewaringstelling niet is afgehaald, zo mogelijk binnen een week:
- 1°. aan degene aan wie het kenteken is opgegeven, indien het voertuig een kenteken voert;
- 2°. aan degene die aangifte heeft gedaan, indien blijkt dat ter zake van het voertuig aangifte van vermissing is gedaan, of
- 3°. in nader bij ministeriële regeling vast te stellen gevallen op de daarbij aangegeven wijze.
Bij de bekendmaking krachtens het eerste lid, onderdeel b, wordt gewezen op het verschuldigd zijn van kosten, verbonden aan de toepassing van bestuursdwang.
Artikel 172
Tot de kosten, verbonden aan de toepassing van bestuursdwang als bedoeld in artikel 170, eerste lid, worden gerekend:
- a. de kosten die verband houden met de overbrenging en bewaring;
- b. de kosten die verband houden met de bekendmaking van de beschikking tot overbrenging en inbewaringstelling, en
- c. de kosten van verkoop, eigendomsoverdracht om niet of vernietiging.
Verkoop, eigendomsoverdracht om niet of vernietiging vindt niet plaats binnen twee weken na de bekendmaking van de beschikking tot toepassing van bestuursdwang krachtens artikel 171, eerste lid, onderdeel b. De opbrengst van verkoop of de geschatte sloopwaarde bij vernietiging wordt in mindering gebracht op de kosten, verbonden aan de toepassing van bestuursdwang.
Burgemeester en wethouders betalen het bedrag van de kosten, verbonden aan de toepassing van bestuursdwang, terug, indien:
- a. niet tot overbrenging en inbewaringstelling had mogen worden overgegaan;
- b. de omstandigheden waaronder de overtreding is begaan, van dien aard waren dat de kosten redelijkerwijs niet verschuldigd zijn, of
- c. aannemelijk is dat het voertuig tegen de wil van de rechthebbende is gebruikt en hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen.
In een geval als bedoeld in het derde lid, onderdeel c, zijn de kosten verschuldigd door degene die de overtreding heeft begaan. Artikel 5:26 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing.
Indien de kosten, verbonden aan de toepassing van bestuursdwang, die door de rechthebbende zijn betaald, te hoog zijn berekend, betalen burgemeester en wethouders het te veel betaalde terug.
Indien de in het derde lid, onderdeel b, bedoelde omstandigheden van dien aard waren dat de kosten redelijkerwijs niet volledig verschuldigd zijn, betalen burgemeester en wethouders het niet verschuldigde bedrag terug.
Bij toepassing van het derde lid, onderdeel a, betalen burgemeester en wethouders tevens een redelijke schadeloosstelling aan de rechthebbende die het voertuig heeft afgehaald. Indien het voertuig ten tijde van de overtreding in gebruik was bij een ander dan de rechthebbende die het voertuig heeft afgehaald, treedt die ander voor de toepassing van dit lid in de plaats van de rechthebbende die het voertuig heeft afgehaald.
Indien aantoonbaar is dat tijdens de overbrenging en bewaring schade aan het voertuig is toegebracht, is de gemeente gehouden deze schade te vergoeden.
Artikel 173
Bij algemene maatregel van bestuur worden:
- a. de soorten van de in artikel 170, eerste lid, onderdeel c, bedoelde weggedeelten en wegen aangewezen;
- b. nadere regels vastgesteld over de registratie van gegevens in geval van toepassing van artikel 170, eerste lid;
- c. nadere regels vastgesteld over de berekening van de kosten, verbonden aan de toepassing van bestuursdwang, en
- d. de overige regels vastgesteld die voor de uitvoering van de artikelen 170 tot en met 172 nodig worden geacht.
Bij gemeentelijke verordening worden nadere regels gesteld ter uitvoering van de artikelen 170 tot en met 172 en de in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur. Die regels betreffen in elk geval
- a. de aanwijzing van de plaats, onderscheidenlijk de plaatsen, waar verwijderde voertuigen in bewaring worden gesteld, en
- b. de berekening van de kosten, verbonden aan de toepassing van bestuursdwang, en voorts
- c. wil het gemeentebestuur bestuursdwang kunnen toepassen in gevallen als bedoeld in artikel 170, eerste lid, onderdeel c, ook de aanwijzing van de desbetreffende wegen en weggedeelten.
Artikel 174
Indien ter zake van een overtreding van artikel 40, eerste lid, proces-verbaal wordt opgemaakt door een ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, dan wel een op dat voorschrift betrekking hebbende gedraging, omschreven in de in artikel 2, eerste lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften bedoelde bijlage door hem wordt geconstateerd, begaan met een op de weg staand motorrijtuig, terwijl niet terstond blijkt wie de eigenaar of houder van dat motorrijtuig is, is de burgemeester bevoegd op verzoek van die ambtenaar dat motorrijtuig naar een door hem aangewezen plaats te doen overbrengen en in bewaring te doen stellen.
Alvorens het in het eerste lid bedoelde verzoek te doen, kan de daar bedoelde ambtenaar door middel van een daartoe aan te brengen apparaat het rijden met het motorrijtuig voor ten hoogste twee dagen beletten. Het apparaat wordt binnen die termijn verwijderd, zodra bekend wordt wie de eigenaar of houder van het motorrijtuig is.
De artikelen 170, tweede lid, tweede en derde volzin, vierde, vijfde en zesde lid, 171, 172 en 173, eerste lid, van deze wet en de artikelen 5:25, eerste lid, 5:26, 5:29, tweede en derde lid, 5:30, eerste, tweede en vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk IX. Handhaving
Artikel 175
Overtreding van artikel 6 wordt gestraft met:
- a. gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vierde categorie, indien het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood;
- b. gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie, indien het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht.
Indien degene die schuldig is aan een van de in het eerste lid genoemde feiten, verkeerde in de toestand, bedoeld in artikel 8, eerste of tweede lid, dan wel na het feit niet heeft voldaan aan een bevel gegeven krachtens artikel 163, tweede, zesde, achtste of negende lid, of indien een van de in het eerste lid genoemde feiten is veroorzaakt of mede is veroorzaakt doordat hij een krachtens deze wet vastgestelde maximumsnelheid in ernstige mate heeft overschreden, wordt hij gestraft met:
- a. gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren of geldboete van de vijfde categorie in het geval, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a;
- b. gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vierde categorie in het geval, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.
Hoofdstuk VIIA. Vakbekwaamheid bestuurders goederen- en personenvervoer over de weg
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
§ 6a. Erkenningsregeling systemen, onderdelen, technische eenheden, voertuigdelen, uitrustingsstukken en voorzieningen voor voertuigen en aanhangwagens daarvan en voorzieningen ter bescherming van inzittenden van voertuigen en kwetsbare weggebruikers die op de markt mogen worden aangeboden, in de handel mogen worden gebracht of in gebruik mogen worden genomen, zonder te zijn goedgekeurd
Artikel 145a
Vervallen
§ 6. Herkeuring en deskundigenonderzoek
Artikel 145b
Vervallen
§ 6a. Erkenningsregeling systemen, onderdelen, technische eenheden, voertuigdelen, uitrustingsstukken en voorzieningen voor voertuigen en aanhangwagens daarvan en voorzieningen ter bescherming van inzittenden van voertuigen en kwetsbare weggebruikers die op de markt mogen worden aangeboden, in de handel mogen worden gebracht of in gebruik mogen worden genomen, zonder te zijn goedgekeurd
Artikel 145c
Vervallen
Artikel 145d
Vervallen
§ 7. Wijziging in de goedkeuring van voertuigen
Artikel 145e
Vervallen
Hoofdstuk VIII. Kosten
Hoofdstuk VIII. Kosten
Artikel 171
Een beschikking tot toepassing van bestuursdwang overeenkomstig artikel 170, eerste lid, wordt bekendgemaakt:
- a. aan de rechthebbende die het voertuig afhaalt, of
- b. indien het voertuig binnen achtenveertig uur na de inbewaringstelling niet is afgehaald, zo mogelijk binnen een week:
- 1°. aan degene aan wie het kenteken is opgegeven, indien het voertuig een kenteken voert;
- 2°. aan degene die aangifte heeft gedaan, indien blijkt dat ter zake van het voertuig aangifte van vermissing is gedaan, of
- 3°. in nader bij ministeriële regeling vast te stellen gevallen op de daarbij aangegeven wijze.
Bij de bekendmaking krachtens het eerste lid, onderdeel b, wordt gewezen op het verschuldigd zijn van kosten, verbonden aan de toepassing van bestuursdwang.
Artikel 172
Tot de kosten, verbonden aan de toepassing van bestuursdwang als bedoeld in artikel 170, eerste lid, worden gerekend:
- a. de kosten die verband houden met de overbrenging en bewaring;
- b. de kosten die verband houden met de bekendmaking van de beschikking tot overbrenging en inbewaringstelling, en
- c. de kosten van verkoop, eigendomsoverdracht om niet of vernietiging.
Verkoop, eigendomsoverdracht om niet of vernietiging vindt niet plaats binnen twee weken na de bekendmaking van de beschikking tot toepassing van bestuursdwang krachtens artikel 171, eerste lid, onderdeel b. De opbrengst van verkoop of de geschatte sloopwaarde bij vernietiging wordt in mindering gebracht op de kosten, verbonden aan de toepassing van bestuursdwang.
Burgemeester en wethouders betalen het bedrag van de kosten, verbonden aan de toepassing van bestuursdwang, terug, indien:
- a. niet tot overbrenging en inbewaringstelling had mogen worden overgegaan;
- b. de omstandigheden waaronder de overtreding is begaan, van dien aard waren dat de kosten redelijkerwijs niet verschuldigd zijn, of
- c. aannemelijk is dat het voertuig tegen de wil van de rechthebbende is gebruikt en hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen.
In een geval als bedoeld in het derde lid, onderdeel c, zijn de kosten verschuldigd door degene die de overtreding heeft begaan. Artikel 5:26 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing.
Indien de kosten, verbonden aan de toepassing van bestuursdwang, die door de rechthebbende zijn betaald, te hoog zijn berekend, betalen burgemeester en wethouders het te veel betaalde terug.
Indien de in het derde lid, onderdeel b, bedoelde omstandigheden van dien aard waren dat de kosten redelijkerwijs niet volledig verschuldigd zijn, betalen burgemeester en wethouders het niet verschuldigde bedrag terug.
Bij toepassing van het derde lid, onderdeel a, betalen burgemeester en wethouders tevens een redelijke schadeloosstelling aan de rechthebbende die het voertuig heeft afgehaald. Indien het voertuig ten tijde van de overtreding in gebruik was bij een ander dan de rechthebbende die het voertuig heeft afgehaald, treedt die ander voor de toepassing van dit lid in de plaats van de rechthebbende die het voertuig heeft afgehaald.
Indien aantoonbaar is dat tijdens de overbrenging en bewaring schade aan het voertuig is toegebracht, is de gemeente gehouden deze schade te vergoeden.
Artikel 173
Bij algemene maatregel van bestuur worden:
- a. de soorten van de in artikel 170, eerste lid, onderdeel c, bedoelde weggedeelten en wegen aangewezen;
- b. nadere regels vastgesteld over de registratie van gegevens in geval van toepassing van artikel 170, eerste lid;
- c. nadere regels vastgesteld over de berekening van de kosten, verbonden aan de toepassing van bestuursdwang, en
- d. de overige regels vastgesteld die voor de uitvoering van de artikelen 170 tot en met 172 nodig worden geacht.
Bij gemeentelijke verordening worden nadere regels gesteld ter uitvoering van de artikelen 170 tot en met 172 en de in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur. Die regels betreffen in elk geval
- a. de aanwijzing van de plaats, onderscheidenlijk de plaatsen, waar verwijderde voertuigen in bewaring worden gesteld, en
- b. de berekening van de kosten, verbonden aan de toepassing van bestuursdwang, en voorts
- c. wil het gemeentebestuur bestuursdwang kunnen toepassen in gevallen als bedoeld in artikel 170, eerste lid, onderdeel c, ook de aanwijzing van de desbetreffende wegen en weggedeelten.
Artikel 174
Indien ter zake van een overtreding van artikel 40, eerste lid, proces-verbaal wordt opgemaakt door een ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, dan wel een op dat voorschrift betrekking hebbende gedraging, omschreven in de in artikel 2, eerste lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften bedoelde bijlage door hem wordt geconstateerd, begaan met een op de weg staand motorrijtuig, terwijl niet terstond blijkt wie de eigenaar of houder van dat motorrijtuig is, is de burgemeester bevoegd op verzoek van die ambtenaar dat motorrijtuig naar een door hem aangewezen plaats te doen overbrengen en in bewaring te doen stellen.
Alvorens het in het eerste lid bedoelde verzoek te doen, kan de daar bedoelde ambtenaar door middel van een daartoe aan te brengen apparaat het rijden met het motorrijtuig voor ten hoogste twee dagen beletten. Het apparaat wordt binnen die termijn verwijderd, zodra bekend wordt wie de eigenaar of houder van het motorrijtuig is.
De artikelen 170, tweede lid, tweede en derde volzin, vierde, vijfde en zesde lid, 171, 172 en 173, eerste lid, van deze wet en de artikelen 5:25, eerste lid, 5:26, 5:29, tweede en derde lid, 5:30, eerste, tweede en vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 175
Overtreding van artikel 6 wordt gestraft met:
- a. gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vierde categorie, indien het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood;
- b. gevangenisstraf van ten hoogste een jaar en zes maanden of geldboete van de vierde categorie, indien het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht.
Indien de schuld bestaat in roekeloosheid, wordt overtreding van artikel 6gestraft met:
- a. gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie, indien het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood;
- b. gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vierde categorie, indien het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht.
Indien de schuldige verkeerde in de toestand, bedoeld in artikel 8, eerste, tweede, derde of vierde lid, dan wel na het feit niet heeft voldaan aan een bevel, gegeven krachtens artikel 163, tweede, zesde, achtste of negende lid, of indien het feit is veroorzaakt of mede is veroorzaakt doordat hij een krachtens deze wet vastgestelde maximumsnelheid in ernstige mate heeft overschreden, dan wel zeer dicht achter een ander voertuig is gaan rijden, geen voorrang heeft verleend of gevaarlijk heeft ingehaald kunnen de in het eerste en tweede lid bepaalde gevangenisstraffen met de helft worden verhoogd.
Hoofdstuk VIII. Kosten
Hoofdstuk VIII. Kosten
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Hoofdstuk IC. Toezicht op keuringsinstellingen en onderzoeksgerechtigden
Paragraaf 2. Taken van het CBR
§ 2. Verkeerstekens en maatregelen op of aan de weg
Hoofdstuk III. Toelating tot de weg
§ 1. Algemene bepalingen
§ 2. Typegoedkeuring
§ 1. Gedragsregels
§ 2a. Goedkeuring productieprocessen
§ 2. Verkeerstekens en maatregelen op of aan de weg
Hoofdstuk IC. Toezicht op keuringsinstellingen en onderzoeksgerechtigden
§ 2. Verkeerstekens en maatregelen op of aan de weg
§ 3. Vaststelling bebouwde kom
§ 2. Typegoedkeuring en goedkeuring productieprocessen van voertuigen en voertuigonderdelen
§ 3. Individuele goedkeuring
§ 4a. Toestemming onderdelen en uitrustingstukken
§ 1. Kentekenplicht
Hoofdstuk V. Gebruik van voertuigen op de weg
§ 3. Registratie van kentekens
Artikel 71a
Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat:
- a. het voldoen aan de in artikel 71 bedoelde voorschriften wordt aangetoond door middel van in die regels voorgeschreven apparatuur,
- b. die apparatuur is goedgekeurd door een door Onze Minister aangewezen keuringsinstelling,
- c. die apparatuur alleen kan worden goedgekeurd indien de in die regels genoemde technische specificaties van die apparatuur die noodzakelijk zijn om het periodiek onderzoek, bedoeld in onderdeel d, uit te kunnen voeren, op de in die regels aangegeven wijze bekend worden gemaakt,
- d. die apparatuur met een in die regels vast te stellen periodiciteit is onderzocht door deze keuringsinstelling, dan wel door een door Onze Minister of door deze keuringsinstelling erkende onderzoeksgerechtigde en dat middelen die worden gebruikt om die apparatuur voor gebruik geschikt te maken, zijn gecertificeerd door een door die keuringsinstelling erkende instelling, en
- e. bij de erkenning van een onderzoeksgerechtigde of instelling als bedoeld in onderdeel d, wordt voldaan aan de in die regels opgenomen voorschriften.
§ 2. Periodieke keuringsplicht
Artikel 80
De Dienst Wegverkeer geeft voor keuringsbewijzen die versleten of geheel of ten dele onleesbaar zijn, dan wel verloren zijn geraakt of teniet zijn gegaan, op aanvraag en tegen betaling, op de door deze dienst vastgestelde wijze, van het daarvoor door deze dienst vastgestelde tarief vervangende keuringsbewijzen af.
Een vervangend keuringsbewijs wordt niet afgegeven dan nadat het versleten of geheel of ten dele onleesbaar geworden bewijs is ingeleverd bij de Dienst Wegverkeer.
§ 4. Kentekenbewijzen
Artikel 81
Een keuringsbewijs is geldig voor de duur van een jaar. Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald op welk tijdstip een keuringsbewijs geldigheid verkrijgt.
Bij algemene maatregel van bestuur kan onder daarbij te stellen voorwaarden voor daarbij aangewezen groepen van motorrijtuigen, ten aanzien waarvan ingevolge artikel 75, tweede lid, ten behoeve van de afgifte van een keuringsbewijs slechts behoeft te worden voldaan aan de eisen met betrekking tot de bestrijding van luchtverontreiniging, een langere geldigheidsduur van het keuringsbewijs worden vastgesteld.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden vastgesteld met betrekking tot de in het tweede lid bedoelde voorwaarden en groepen van motorrijtuigen.
Artikel 82
Onverminderd de artikelen 81, 86, vierde lid, en 91, vierde lid, verliest een keuringsbewijs zijn geldigheid:
- a. door afgifte van een vervangend keuringsbewijs;
- b. door het onbevoegd daarin aanbrengen van wijzigingen.
§ 4a. Inschrijving in het kentekenregister en tenaamstelling
Artikel 83
De Dienst Wegverkeer kan aan een natuurlijke persoon of rechtspersoon een erkenning verlenen waardoor deze gerechtigd is keuringsrapporten af te geven voor motorrijtuigen en aanhangwagens, waarvoor artikel 72 geldt, met uitzondering van bussen als bedoeld in de Wet personenvervoer 2000.
Een erkenning geldt voor motorrijtuigen en aanhangwagens, die behoren tot een in de erkenning aangewezen groep, en kan gelden voor bepaalde of voor onbepaalde tijd. De aanwijzing kan geen betrekking hebben op de leeftijd of het merk van motorrijtuigen en aanhangwagens.
Een erkenning, verleend aan een natuurlijke persoon of rechtspersoon, die een keuringsdienst of een onderhoudsdienst voor het eigen wagenpark exploiteert, geldt slechts voor de eigen voertuigen.
Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden vastgesteld die aan een erkenning worden verbonden en kunnen met betrekking tot die voorschriften regels worden vastgesteld.
§ 1. Algemene bepalingen
§ 4c. Erkenningsregeling tenaamstelling
§ 3. Aanvraag en afgifte van keuringsrapporten
Hoofdstuk VI. Rijvaardigheid en rijbevoegdheid
§ 6. Schorsing
§ 6. Herkeuring en deskundigenonderzoek
§ 7. Kentekenplaten
§ 2. Periodieke keuringsplicht
§ 2. Periodieke keuringsplicht
§ 3. Aanvraag en afgifte van keuringsrapporten
§ 4. Geldigheid keuringsbewijzen
Hoofdstuk VIA. Interoperabiliteit van elektronische heffingssystemen
§ 6a. Erkenningsregeling systemen, onderdelen, technische eenheden, uitrustingstukken en voorzieningen ter bescherming van weggebruikers en passagiers die niet dienen te zijn goedgekeurd voor de toelating tot het verkeer op de weg
§ 9a. Erkenningsregeling keuring van schadevoertuigen
Hoofdstuk VII. Vrijstelling en ontheffing
Hoofdstuk VIII. Kosten
Hoofdstuk VIII. Kosten
Artikel 173
Bij algemene maatregel van bestuur worden:
- a. de soorten van de in artikel 170, eerste lid, onderdeel c, bedoelde weggedeelten en wegen aangewezen;
- b. nadere regels vastgesteld over de registratie van gegevens in geval van toepassing van artikel 170, eerste lid;
- c. nadere regels vastgesteld over de berekening van de kosten, verbonden aan de toepassing van bestuursdwang, en
- d. de overige regels vastgesteld die voor de uitvoering van de artikelen 170 tot en met 172 nodig worden geacht.
Bij gemeentelijke verordening worden nadere regels gesteld ter uitvoering van de artikelen 170 tot en met 172 en de in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur. Die regels betreffen in elk geval
- a. de aanwijzing van de plaats, onderscheidenlijk de plaatsen, waar verwijderde voertuigen in bewaring worden gesteld, en
- b. de berekening van de kosten, verbonden aan de toepassing van bestuursdwang, en voorts
- c. de aanwijzing van de weggedeelten en wegen, voor de bevoegdheid tot toepassing van bestuursdwang, bedoeld in artikel 170, eerste lid, onderdeel c.
Artikel 174
Indien ter zake van een overtreding van artikel 40, eerste lid, proces-verbaal wordt opgemaakt door een ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, dan wel een op dat voorschrift betrekking hebbende gedraging, omschreven in de in artikel 2, eerste lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften bedoelde bijlage door hem wordt geconstateerd, begaan met een op de weg staand motorrijtuig, terwijl niet terstond blijkt wie de eigenaar of houder van dat motorrijtuig is, is de burgemeester bevoegd op verzoek van die ambtenaar dat motorrijtuig naar een door hem aangewezen plaats te doen overbrengen en in bewaring te doen stellen.
Alvorens het in het eerste lid bedoelde verzoek te doen, kan de daar bedoelde ambtenaar door middel van een daartoe aan te brengen apparaat het rijden met het motorrijtuig voor ten hoogste twee dagen beletten. Het apparaat wordt binnen die termijn verwijderd, zodra bekend wordt wie de eigenaar of houder van het motorrijtuig is.
De artikelen 170, tweede lid, tweede en derde volzin, vierde, vijfde en zesde lid, 171, 172 en 173, eerste lid, van deze wet en de artikelen 5:25, eerste lid, 5:26, 5:29, tweede en derde lid, 5:30, eerste, tweede en vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 175
Overtreding van artikel 6 wordt gestraft met:
- a. gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vierde categorie, indien het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood;
- b. gevangenisstraf van ten hoogste een jaar en zes maanden of geldboete van de vierde categorie, indien het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht.
Indien de schuld bestaat in roekeloosheid, wordt overtreding van artikel 6gestraft met:
- a. gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie, indien het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood;
- b. gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vierde categorie, indien het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht.
Indien de schuldige verkeerde in de toestand, bedoeld in artikel 8, eerste, tweede, derde of vierde lid, dan wel na het feit niet heeft voldaan aan een bevel, gegeven krachtens artikel 163, tweede, zesde, achtste of negende lid, of indien het feit is veroorzaakt of mede is veroorzaakt doordat hij een krachtens deze wet vastgestelde maximumsnelheid in ernstige mate heeft overschreden, dan wel zeer dicht achter een ander voertuig is gaan rijden, geen voorrang heeft verleend of gevaarlijk heeft ingehaald kunnen de in het eerste en tweede lid bepaalde gevangenisstraffen met de helft worden verhoogd.
Artikel 176
Overtreding van artikel 41, eerste lid, onderdelen c en d, wordt gestraft hetzij met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden en geldboete van de derde categorie, hetzij met een van beide voormelde straffen.
Overtreding van artikel 11 wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie.
Overtreding van de artikelen 7, eerste lid, 8, 9, eerste, tweede, vierde, vijfde en zevende lid, 41, eerste lid, onderdelen a en b, 51, eerste lid, 61, eerste lid, onderdeel c, 74, 114, 138, 162, derde lid, 163, tweede, zesde, achtste en negende lid, en van de in artikel 4, tweede en vijfde lid, bedoelde regels voor zover het betreft een verbod tot het gebruik van verlichting, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van de derde categorie.
Artikel 177
Overtreding van:
- a. de artikelen 5, 9, achtste lid, 10, eerste lid, 12, eerste lid, 36, eerste tot en met vijfde lid, 40, eerste lid , 60, eerste en tweede lid, 70a, tweede lid, 70i, eerste en tweede lid, 72, eerste en tweede lid, 107, eerste en tweede lid, 110, 110b, 124, vierde lid, 130, tweede lid, 132, vijfde lid, 135, 141, derde lid, 150, tweede lid, 160, 164, eerste lid, 165, eerste lid, 166, eerste lid,
- b. het bepaalde ingevolge de artikelen 57, derde lid, 70i, derde lid en 131, derde lid, onderdeel b,
- c. de in artikel 4, tweede en vijfde lid, bedoelde regels voor zover niet begrepen in artikel 176, derde lid, en
- d. het bepaalde krachtens deze wet, voor zover die overtreding uitdrukkelijk als strafbaar feit is aangemerkt,
wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de tweede categorie.
Overtreding van de artikelen 66, 70g, 89 en 104 wordt gestraft met geldboete van de derde categorie.
Hoofdstuk XI. Strafbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 118a
Als datum van afgifte wordt in het rijbewijs en in het rijbewijzenregister vermeld de datum waarop het besluit tot afgifte is genomen.
Artikel 120a
Het nieuwe of vervangende rijbewijs wordt niet uitgereikt indien zich tussen de aanvraag en de uitreiking één van de gevallen als bedoeld in artikel 112, eerste lid, heeft voorgedaan, maar blijft bij degene die is belast met de afgifte van rijbewijzen.
Het wordt niet uitgereikt indien tussen de aanvraag en de uitreiking omstandigheden bekend zijn geworden die, indien zij bekend waren geweest bij de aanvraag ertoe hadden geleid dat geen besluit van afgifte was genomen. Het nieuwe of vervangende rijbewijs blijft bij degene die is belast met de afgifte van rijbewijzen.
Artikel 123a
Een nieuw of vervangend rijbewijs verliest zijn geldigheid indien het drie maanden na de datum waarop het besluit tot afgifte is genomen niet is uitgereikt.
§ 5. Erkenningsregeling periodieke keuring en regeling bevoegdheid tot keuren
Hoofdstuk VIA. Interoperabiliteit van elektronische heffingssystemen
§ 6a. Erkenningsregeling systemen, onderdelen, technische eenheden, voertuigdelen, uitrustingsstukken en voorzieningen voor voertuigen en aanhangwagens daarvan en voorzieningen ter bescherming van inzittenden van voertuigen en kwetsbare weggebruikers die op de markt mogen worden aangeboden, in de handel mogen worden gebracht of in gebruik mogen worden genomen, zonder te zijn goedgekeurd
§ 6. Herkeuring en deskundigenonderzoek
Hoofdstuk VI. Rijvaardigheid en rijbevoegdheid
Hoofdstuk VII. Vrijstelling en ontheffing
Artikel 173
Bij algemene maatregel van bestuur worden:
- a. de soorten van de in artikel 170, eerste lid, onderdeel c, bedoelde weggedeelten en wegen aangewezen;
- b. nadere regels vastgesteld over de registratie van gegevens in geval van toepassing van artikel 170, eerste lid;
- c. nadere regels vastgesteld over de berekening van de kosten, verbonden aan de toepassing van bestuursdwang, en
- d. de overige regels vastgesteld die voor de uitvoering van de artikelen 170 tot en met 172 nodig worden geacht.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)