Wet van 21 april 1994, houdende vervanging van de Wegenverkeerswet

Type Wet
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 859
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De artikelen 181 en 182 zijn mede van toepassing op de eigenaar of houder van een in het buitenland geregistreerd motorrijtuig of een in het buitenland geregistreerde aanhangwagen.

Artikel 184

Bij overtreding van artikel 7, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, is strafvervolging tegen de in dat artikel bedoelde overtreder uitgesloten, indien deze binnen twaalf uren na het verkeersongeval en voordat hij als verdachte is aangehouden of verhoord, vrijwillig van het ongeval kennis geeft aan een van de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering bedoelde personen en daarbij zijn identiteit en, voor zover hij een motorrijtuig bestuurde, tevens de identiteit van dat motorrijtuig bekend maakt.

Hoofdstuk X. Bestuursdwang

Artikel 185

1.

Indien een motorrijtuig waarmee op de weg wordt gereden, betrokken is bij een verkeersongeval waardoor schade wordt toegebracht aan, niet door dat motorrijtuig vervoerde, personen of zaken, is de eigenaar van het motorrijtuig of - indien er een houder van het motorrijtuig is - de houder verplicht om die schade te vergoeden, tenzij aannemelijk is dat het ongeval is te wijten aan overmacht, daaronder begrepen het geval dat het is veroorzaakt door iemand, voor wie onderscheidenlijk de eigenaar of de houder niet aansprakelijk is.

2.

De eigenaar of houder die het motorrijtuig niet zelf bestuurt, is aansprakelijk voor de gedragingen van degene door wie hij dat motorrijtuig doet of laat rijden.

3.

Het eerste en het tweede lid vinden geen toepassing ten aanzien van schade, door een motorrijtuig toegebracht aan loslopende dieren, aan een ander motorrijtuig in beweging of aan personen en zaken die daarmee worden vervoerd.

4.

Dit artikel laat onverkort de uit andere wettelijke bepalingen voortvloeiende aansprakelijkheid.

Hoofdstuk VIII. Kosten

Artikel 186

1.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld voor een periode van ten hoogste zes jaar ten behoeve van experimenten met:

Daarbij kan worden afgeweken van hoofdstuk II, paragraaf 2, hoofdstuk V, paragrafen 1 tot en met 6, hoofdstuk VI en hoofdstuk VIIA, paragraaf 2 van deze wet en van hoofdstuk VI van de Wet geluidhinder, alsmede van de krachtens die paragrafen of die hoofdstukken gestelde regels, een en ander met inachtneming van verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties of van één of meer instellingen van de Europese Unie, al dan niet gezamenlijk.

2.

In de in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur wordt in elk geval bepaald:

3.

Onze Minister zendt uiterlijk zes maanden voor de beëindiging van een experiment, als bedoeld in het eerste lid, een verslag over de doeltreffendheid en de effecten ervan alsmede een standpunt inzake de voortzetting anders dan als experiment, aan de beide kamers der Staten-Generaal.

4.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat ten behoeve van de financiering van een in het eerste lid bedoeld experiment door de Dienst Wegverkeer een door deze dienst te bepalen tarief wordt geheven.

Artikel 187

De inwerkingtreding van deze wet wordt nader bij de wet geregeld.

Artikel 188

Deze wet kan worden aangehaald als: Wegenverkeerswet 1994.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 29

1.

Het is marktdeelnemers verboden in strijd te handelen met de bij ministeriële regeling genoemde artikelen van een EU-verordening of -richtlijn in verband met de goedkeuring van motorvoertuigen, die betrekking hebben op het op de markt aanbieden of in de handel brengen van voertuigen en systemen, onderdelen, technische eenheden, voertuigdelen, uitrustingsstukken en voorzieningen voor dergelijke voertuigen en aanhangwagens daarvan of voorzieningen ter bescherming van inzittenden van voertuigen en kwetsbare weggebruikers:

2.

Het is marktdeelnemers verboden in strijd te handelen met de bij ministeriële regeling genoemde artikelen van een EU-verordening in verband met de goedkeuring van motorvoertuigen, die betrekking hebben op het zonder certificaten van overeenstemming of zonder voorgeschreven platen of goedkeuringsmerken op de markt aanbieden of in de handel brengen van voertuigen en systemen, onderdelen, technische eenheden, voertuigdelen, uitrustingsstukken en voorzieningen voor dergelijke voertuigen en aanhangwagens of voorzieningen ter bescherming van inzittenden van voertuigen en kwetsbare weggebruikers.

3.

Het is marktdeelnemers verboden in strijd te handelen met de bij ministeriële regeling genoemde artikelen van een EU-verordening of -richtlijn in verband met de goedkeuring van motorvoertuigen die betrekking hebben op:

Artikel 4z

1.

Er is een Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, in het maatschappelijk verkeer aangeduid als CBR. Het bureau bezit rechtspersoonlijkheid en is gevestigd te Rijswijk.

2.

Op het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen is de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen van toepassing, met uitzondering van artikel 15 van die wet.

Hoofdstuk IC. Toezicht op keuringsinstellingen en onderzoeksgerechtigden

§ 1. Gedragsregels

Paragraaf 3. De organen

§ 3. Vaststelling bebouwde kom

Hoofdstuk III. Toelating tot de weg

§ 1. Algemene bepalingen

§ 1. Gedragsregels

§ 4. Keuringen ter uitvoering van andere wetten

Hoofdstuk IV. Kentekens en kentekenbewijzen

§ 5. Verbodsbepalingen

§ 1. Gedragsregels

§ 3. Vaststelling bebouwde kom

§ 2. Verkeerstekens en maatregelen op of aan de weg

§ 2. Verbodsbepalingen

§ 1. Kentekenplicht

§ 5. Verbodsbepalingen

Hoofdstuk IIIA. Aanvullende eisen voor het op de markt aanbieden of in de handel brengen van voertuigen en banden

§ 3. Registratie van kentekens

§ 4a. Inschrijving in het kentekenregister en tenaamstelling

Artikel 79

Degene die ingevolge artikel 78 met de afgifte van keuringsbewijzen is belast, doet van het voornemen tot de afgifte van zodanig bewijs op de bij ministeriële regeling te bepalen wijze mededeling aan de beheerder van het kentekenregister. Van de weigering van de afgifte van een keuringsbewijs wordt mededeling gedaan in bij ministeriële regeling vast te stellen gevallen.

Artikel 80

1.

De Dienst Wegverkeer geeft voor keuringsbewijzen die versleten of geheel of ten dele onleesbaar zijn, dan wel verloren zijn geraakt of teniet zijn gegaan, op aanvraag en tegen betaling, op de door deze dienst vastgestelde wijze, van het daarvoor door deze dienst vastgestelde tarief vervangende keuringsbewijzen af.

2.

Een vervangend keuringsbewijs wordt niet afgegeven dan nadat het versleten of geheel of ten dele onleesbaar geworden bewijs is ingeleverd bij de Dienst Wegverkeer.

§ 4b. Kentekenbewijzen

Artikel 81

1.

Een keuringsbewijs is geldig voor de duur van een jaar. Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald op welk tijdstip een keuringsbewijs geldigheid verkrijgt.

2.

Bij algemene maatregel van bestuur kan onder daarbij te stellen voorwaarden voor daarbij aangewezen groepen van motorrijtuigen, ten aanzien waarvan ingevolge artikel 75, tweede lid, ten behoeve van de afgifte van een keuringsbewijs slechts behoeft te worden voldaan aan de eisen met betrekking tot de bestrijding van luchtverontreiniging, een langere geldigheidsduur van het keuringsbewijs worden vastgesteld.

3.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden vastgesteld met betrekking tot de in het tweede lid bedoelde voorwaarden en groepen van motorrijtuigen.

Artikel 82

Onverminderd de artikelen 81, 86, vierde lid, en 91, vierde lid, verliest een keuringsbewijs zijn geldigheid:

§ 4a. Inschrijving in het kentekenregister en tenaamstelling

§ 4a. Inschrijving in het kentekenregister en tenaamstelling

§ 2. Periodieke keuringsplicht

§ 5. Erkenningsregeling bedrijfsvoorraad

§ 5a. Erkenningsregeling exportdienstverlening

Hoofdstuk VI. Rijvaardigheid en rijbevoegdheid

§ 5a. Erkenningsregeling exportdienstverlening

§ 6. Schorsing

§ 5a. Erkenningsregeling exportdienstverlening

§ 7. Kentekenplaten

§ 1. Algemene bepalingen

§ 6. Geldigheidsduur

§ 1. Algemene bepalingen

§ 3. Aanvraag en afgifte van keuringsrapporten

§ 2. Periodieke keuringsplicht

Hoofdstuk VIA. Interoperabiliteit van elektronische heffingssystemen

Hoofdstuk VIII. Kosten

Hoofdstuk IX. Handhaving

Hoofdstuk VI. Rijvaardigheid en rijbevoegdheid

Artikel 171

1.

Een beschikking tot toepassing van bestuursdwang overeenkomstig artikel 170, eerste lid, wordt bekendgemaakt:

2.

Bij de bekendmaking krachtens het eerste lid, onderdeel b, wordt gewezen op het verschuldigd zijn van kosten, verbonden aan de toepassing van bestuursdwang.

Artikel 172

1.

Tot de kosten, verbonden aan de toepassing van bestuursdwang als bedoeld in artikel 170, eerste lid, worden gerekend:

2.

Verkoop, eigendomsoverdracht om niet of vernietiging vindt niet plaats binnen twee weken na de bekendmaking van de beschikking tot toepassing van bestuursdwang krachtens artikel 171, eerste lid, onderdeel b. De opbrengst van verkoop of de geschatte sloopwaarde bij vernietiging wordt in mindering gebracht op de kosten, verbonden aan de toepassing van bestuursdwang.

3.

Burgemeester en wethouders betalen het bedrag van de kosten, verbonden aan de toepassing van bestuursdwang, terug, indien:

4.

In een geval als bedoeld in het derde lid, onderdeel c, zijn de kosten verschuldigd door degene die de overtreding heeft begaan. Artikel 5:26 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing.

5.

Indien de kosten, verbonden aan de toepassing van bestuursdwang, die door de rechthebbende zijn betaald, te hoog zijn berekend, betalen burgemeester en wethouders het te veel betaalde terug.

6.

Indien de in het derde lid, onderdeel b, bedoelde omstandigheden van dien aard waren dat de kosten redelijkerwijs niet volledig verschuldigd zijn, betalen burgemeester en wethouders het niet verschuldigde bedrag terug.

7.

Bij toepassing van het derde lid, onderdeel a, betalen burgemeester en wethouders tevens een redelijke schadeloosstelling aan de rechthebbende die het voertuig heeft afgehaald. Indien het voertuig ten tijde van de overtreding in gebruik was bij een ander dan de rechthebbende die het voertuig heeft afgehaald, treedt die ander voor de toepassing van dit lid in de plaats van de rechthebbende die het voertuig heeft afgehaald.

8.

Indien aantoonbaar is dat tijdens de overbrenging en bewaring schade aan het voertuig is toegebracht, is de gemeente gehouden deze schade te vergoeden.

Artikel 173

1.

Bij algemene maatregel van bestuur worden:

2.

Bij gemeentelijke verordening worden nadere regels gesteld ter uitvoering van de artikelen 170 tot en met 172 en de in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur. Die regels betreffen in elk geval

Artikel 174

1.

Indien ter zake van een overtreding van artikel 40, eerste lid, proces-verbaal wordt opgemaakt door een ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, dan wel een op dat voorschrift betrekking hebbende gedraging, omschreven in de in artikel 2, eerste lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften bedoelde bijlage door hem wordt geconstateerd, begaan met een op de weg staand motorrijtuig, terwijl niet terstond blijkt wie de eigenaar of houder van dat motorrijtuig is, is de burgemeester bevoegd op verzoek van die ambtenaar dat motorrijtuig naar een door hem aangewezen plaats te doen overbrengen en in bewaring te doen stellen.

2.

Alvorens het in het eerste lid bedoelde verzoek te doen, kan de daar bedoelde ambtenaar door middel van een daartoe aan te brengen apparaat het rijden met het motorrijtuig voor ten hoogste twee dagen beletten. Het apparaat wordt binnen die termijn verwijderd, zodra bekend wordt wie de eigenaar of houder van het motorrijtuig is.

Hoofdstuk VIIA. Vakbekwaamheid bestuurders goederen- en personenvervoer over de weg

Artikel 175

1.

Overtreding van artikel 6 wordt gestraft met:

2.

Indien degene die schuldig is aan een van de in het eerste lid genoemde feiten, verkeerde in de toestand, bedoeld in artikel 8, eerste of tweede lid, dan wel na het feit niet heeft voldaan aan een bevel gegeven krachtens artikel 163, tweede, zesde, achtste of negende lid, of indien een van de in het eerste lid genoemde feiten is veroorzaakt of mede is veroorzaakt doordat hij een krachtens deze wet vastgestelde maximumsnelheid in ernstige mate heeft overschreden, wordt hij gestraft met:

Hoofdstuk X. Bestuursdwang

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 149a

1.

In dit artikel, de artikelen 149aa en 149b en de op deze artikelen berustende bepalingen wordt verstaan onder wegbeheerder: het ingevolge artikel 149, eerste lid, tot het verlenen van een ontheffing bevoegde gezag.

2.

In afwijking van artikel 149, eerste lid, kan uitsluitend door de Dienst Wegverkeer ontheffing worden verleend of geweigerd van het bepaalde krachtens artikel 13 en artikel 71, in de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen overeenkomstig bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels.

3.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de partijen waarmee en de wijze waarop de Dienst Wegverkeer periodiek overleg voert met betrekking tot de uitvoering van dit artikel en artikel 149b.

4.

De kosten die samenhangen met de behandeling van de aanvraag en de verlening van de ontheffing, alsmede de kosten die samenhangen met het verrichten van onderzoeken en met daarbij behorende afgifte van documenten ten behoeve van de ontheffingverlening worden ten laste gebracht van de aanvrager. Bij de toepassing van artikel 4b, eerste lid, onderdeel n, met betrekking tot deze kosten kan worden bepaald dat de vergoeding van de kosten voorafgaand aan de behandeling van de aanvraag wordt betaald.

5.

Ten behoeve van de ontheffingverlening, bedoeld in het tweede lid, verwerkt de Dienst Wegverkeer gegevens met betrekking tot aanvrager, voertuig en kenteken die zijn opgenomen in de aanvragen voor ontheffingen en in afgegeven ontheffingen.

6.

Aan de toezichthouders bedoeld in artikel 158 en aan de wegbeheerders worden op de door de Dienst Wegverkeer te bepalen wijze desgevraagd de gegevens met betrekking tot de inhoud van de afgegeven en geweigerde ontheffingen en de gegevens met betrekking tot het aantal en de aard van de ontheffingen verstrekt, die zij voor de uitoefening van hun taak behoeven.

Artikel 149b

1.

De wegbeheerder verstrekt aan de Dienst Wegverkeer ten behoeve van de ontheffingverlening, bedoeld in artikel 149a, tweede lid, respectievelijk aan Onze Minister ten behoeve van de vergunningverlening, bedoeld in artikel 149aa, eerste lid, de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde gegevens betreffende de infrastructuur en overige informatie op de bij of krachtens die algemene maatregel van bestuur vastgestelde wijze.

2.

In de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen behoeft de Dienst Wegverkeer voor de in artikel 149a, tweede lid, bedoelde ontheffing respectievelijk Onze Minister voor de in artikel 149aa, eerste lid, bedoelde vergunning de toestemming van de wegbeheerder. In deze gevallen wordt de toestemming verleend op basis van een door de Dienst Wegverkeer respectievelijk Onze Minister in overleg met de betrokken wegbeheerder opgestelde ontwerp-ontheffing of ontwerp-vergunning.

3.

De wegbeheerder kan uitsluitend de toestemming weigeren, indien dat gerechtvaardigd is met het oog op de in artikel 2, eerste en tweede lid, omschreven belangen.

4.

Bij het verstrekken van gegevens en informatie, bedoeld in het eerste lid, kan de wegbeheerder aangeven dat aan de door de Dienst Wegverkeer te verlenen ontheffing of aan de door Onze Minister te verlenen vergunning beperkingen of voorschriften worden verbonden, indien dat gerechtvaardigd is met het oog op de bescherming van de in artikel 2, eerste en tweede lid, omschreven belangen.

5.

De Dienst Wegverkeer respectievelijk Onze Minister trekt verleende ontheffingen of vergunningen in of wijzigt deze voor zover de door de wegbeheerder ingevolge het eerste lid verstrekte gegevens of andere door hem aan de Dienst Wegverkeer of Onze Minister verstrekte informatie daartoe aanleiding geeft.

6.

Voor de mogelijkheid van beroep ingevolge hoofdstuk 8 van de Algemene wet bestuursrecht worden als één besluit aangemerkt de ontheffing of de weigering daarvan door de Dienst Wegverkeer respectievelijk de vergunning of de weigering daarvan door Onze Minister en de toestemming onderscheidenlijk de weigering daarvan door de wegbeheerder.

7.

De wegbeheerder ontvangt voor het verstrekken van gegevens en informatie, bedoeld in het eerste lid, en voor het verlenen van toestemming, bedoeld in het tweede lid, van de Dienst Wegverkeer respectievelijk Onze Minister een bij ministeriële regeling vastgestelde vergoeding, die is gebaseerd op het aantal en de aard van de verleende ontheffingen voor wegen die onder zijn beheer staan.

Hoofdstuk VII. Vrijstelling en ontheffing

Hoofdstuk VI. Rijvaardigheid en rijbevoegdheid

Hoofdstuk VI. Rijvaardigheid en rijbevoegdheid

Artikel 171

1.

Een beschikking tot toepassing van bestuursdwang overeenkomstig artikel 170, eerste lid, wordt bekendgemaakt:

2.

Bij de bekendmaking krachtens het eerste lid, onderdeel b, wordt gewezen op het verschuldigd zijn van kosten, verbonden aan de toepassing van bestuursdwang.

Artikel 172

1.

Tot de kosten, verbonden aan de toepassing van bestuursdwang als bedoeld in artikel 170, eerste lid, worden gerekend:

2.

Verkoop, eigendomsoverdracht om niet of vernietiging vindt niet plaats binnen twee weken na de bekendmaking van de beschikking tot toepassing van bestuursdwang krachtens artikel 171, eerste lid, onderdeel b. De opbrengst van verkoop of de geschatte sloopwaarde bij vernietiging wordt in mindering gebracht op de kosten, verbonden aan de toepassing van bestuursdwang.

3.

Burgemeester en wethouders betalen het bedrag van de kosten, verbonden aan de toepassing van bestuursdwang, terug, indien:

4.

In een geval als bedoeld in het derde lid, onderdeel c, zijn de kosten verschuldigd door degene die de overtreding heeft begaan. Artikel 5:26 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing.

5.

Indien de kosten, verbonden aan de toepassing van bestuursdwang, die door de rechthebbende zijn betaald, te hoog zijn berekend, betalen burgemeester en wethouders het te veel betaalde terug.

6.

Indien de in het derde lid, onderdeel b, bedoelde omstandigheden van dien aard waren dat de kosten redelijkerwijs niet volledig verschuldigd zijn, betalen burgemeester en wethouders het niet verschuldigde bedrag terug.

7.

Bij toepassing van het derde lid, onderdeel a, betalen burgemeester en wethouders tevens een redelijke schadeloosstelling aan de rechthebbende die het voertuig heeft afgehaald. Indien het voertuig ten tijde van de overtreding in gebruik was bij een ander dan de rechthebbende die het voertuig heeft afgehaald, treedt die ander voor de toepassing van dit lid in de plaats van de rechthebbende die het voertuig heeft afgehaald.

8.

Indien aantoonbaar is dat tijdens de overbrenging en bewaring schade aan het voertuig is toegebracht, is de gemeente gehouden deze schade te vergoeden.

Artikel 173

1.

Bij algemene maatregel van bestuur worden:

2.

Bij gemeentelijke verordening worden nadere regels gesteld ter uitvoering van de artikelen 170 tot en met 172 en de in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur. Die regels betreffen in elk geval

Artikel 174

1.

Indien ter zake van een overtreding van artikel 40, eerste lid, proces-verbaal wordt opgemaakt door een ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, dan wel een op dat voorschrift betrekking hebbende gedraging, omschreven in de in artikel 2, eerste lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften bedoelde bijlage door hem wordt geconstateerd, begaan met een op de weg staand motorrijtuig, terwijl niet terstond blijkt wie de eigenaar of houder van dat motorrijtuig is, is de burgemeester bevoegd op verzoek van die ambtenaar dat motorrijtuig naar een door hem aangewezen plaats te doen overbrengen en in bewaring te doen stellen.

2.

Alvorens het in het eerste lid bedoelde verzoek te doen, kan de daar bedoelde ambtenaar door middel van een daartoe aan te brengen apparaat het rijden met het motorrijtuig voor ten hoogste twee dagen beletten. Het apparaat wordt binnen die termijn verwijderd, zodra bekend wordt wie de eigenaar of houder van het motorrijtuig is.

Hoofdstuk IX. Handhaving

Artikel 175

1.

Overtreding van artikel 6 wordt gestraft met:

2.

Indien degene die schuldig is aan een van de in het eerste lid genoemde feiten, verkeerde in de toestand, bedoeld in artikel 8, eerste of tweede lid, dan wel na het feit niet heeft voldaan aan een bevel gegeven krachtens artikel 163, tweede, zesde, achtste of negende lid, of indien een van de in het eerste lid genoemde feiten is veroorzaakt of mede is veroorzaakt doordat hij een krachtens deze wet vastgestelde maximumsnelheid in ernstige mate heeft overschreden, wordt hij gestraft met:

Hoofdstuk VIIA. Vakbekwaamheid bestuurders goederen- en personenvervoer over de weg

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

§ 6a. Erkenningsregeling systemen, onderdelen, technische eenheden, voertuigdelen, uitrustingsstukken en voorzieningen voor voertuigen en aanhangwagens daarvan en voorzieningen ter bescherming van inzittenden van voertuigen en kwetsbare weggebruikers die op de markt mogen worden aangeboden, in de handel mogen worden gebracht of in gebruik mogen worden genomen, zonder te zijn goedgekeurd

Artikel 145a

Vervallen

§ 6. Herkeuring en deskundigenonderzoek

Artikel 145b

Vervallen

§ 6a. Erkenningsregeling systemen, onderdelen, technische eenheden, voertuigdelen, uitrustingsstukken en voorzieningen voor voertuigen en aanhangwagens daarvan en voorzieningen ter bescherming van inzittenden van voertuigen en kwetsbare weggebruikers die op de markt mogen worden aangeboden, in de handel mogen worden gebracht of in gebruik mogen worden genomen, zonder te zijn goedgekeurd

Artikel 145c

Vervallen

Artikel 145d

Vervallen

§ 7. Wijziging in de goedkeuring van voertuigen

Artikel 145e

Vervallen

Hoofdstuk VIII. Kosten

Hoofdstuk VIII. Kosten

Artikel 171

1.

Een beschikking tot toepassing van bestuursdwang overeenkomstig artikel 170, eerste lid, wordt bekendgemaakt:

2.

Bij de bekendmaking krachtens het eerste lid, onderdeel b, wordt gewezen op het verschuldigd zijn van kosten, verbonden aan de toepassing van bestuursdwang.

Artikel 172

1.

Tot de kosten, verbonden aan de toepassing van bestuursdwang als bedoeld in artikel 170, eerste lid, worden gerekend:

2.

Verkoop, eigendomsoverdracht om niet of vernietiging vindt niet plaats binnen twee weken na de bekendmaking van de beschikking tot toepassing van bestuursdwang krachtens artikel 171, eerste lid, onderdeel b. De opbrengst van verkoop of de geschatte sloopwaarde bij vernietiging wordt in mindering gebracht op de kosten, verbonden aan de toepassing van bestuursdwang.

3.

Burgemeester en wethouders betalen het bedrag van de kosten, verbonden aan de toepassing van bestuursdwang, terug, indien:

4.

In een geval als bedoeld in het derde lid, onderdeel c, zijn de kosten verschuldigd door degene die de overtreding heeft begaan. Artikel 5:26 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing.

5.

Indien de kosten, verbonden aan de toepassing van bestuursdwang, die door de rechthebbende zijn betaald, te hoog zijn berekend, betalen burgemeester en wethouders het te veel betaalde terug.

6.

Indien de in het derde lid, onderdeel b, bedoelde omstandigheden van dien aard waren dat de kosten redelijkerwijs niet volledig verschuldigd zijn, betalen burgemeester en wethouders het niet verschuldigde bedrag terug.

7.

Bij toepassing van het derde lid, onderdeel a, betalen burgemeester en wethouders tevens een redelijke schadeloosstelling aan de rechthebbende die het voertuig heeft afgehaald. Indien het voertuig ten tijde van de overtreding in gebruik was bij een ander dan de rechthebbende die het voertuig heeft afgehaald, treedt die ander voor de toepassing van dit lid in de plaats van de rechthebbende die het voertuig heeft afgehaald.

8.

Indien aantoonbaar is dat tijdens de overbrenging en bewaring schade aan het voertuig is toegebracht, is de gemeente gehouden deze schade te vergoeden.

Artikel 173

1.

Bij algemene maatregel van bestuur worden:

2.

Bij gemeentelijke verordening worden nadere regels gesteld ter uitvoering van de artikelen 170 tot en met 172 en de in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur. Die regels betreffen in elk geval

Artikel 174

1.

Indien ter zake van een overtreding van artikel 40, eerste lid, proces-verbaal wordt opgemaakt door een ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, dan wel een op dat voorschrift betrekking hebbende gedraging, omschreven in de in artikel 2, eerste lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften bedoelde bijlage door hem wordt geconstateerd, begaan met een op de weg staand motorrijtuig, terwijl niet terstond blijkt wie de eigenaar of houder van dat motorrijtuig is, is de burgemeester bevoegd op verzoek van die ambtenaar dat motorrijtuig naar een door hem aangewezen plaats te doen overbrengen en in bewaring te doen stellen.

2.

Alvorens het in het eerste lid bedoelde verzoek te doen, kan de daar bedoelde ambtenaar door middel van een daartoe aan te brengen apparaat het rijden met het motorrijtuig voor ten hoogste twee dagen beletten. Het apparaat wordt binnen die termijn verwijderd, zodra bekend wordt wie de eigenaar of houder van het motorrijtuig is.

Artikel 175

1.

Overtreding van artikel 6 wordt gestraft met:

2.

Indien de schuld bestaat in roekeloosheid, wordt overtreding van artikel 6gestraft met:

3.

Indien de schuldige verkeerde in de toestand, bedoeld in artikel 8, eerste, tweede, derde of vierde lid, dan wel na het feit niet heeft voldaan aan een bevel, gegeven krachtens artikel 163, tweede, zesde, achtste of negende lid, of indien het feit is veroorzaakt of mede is veroorzaakt doordat hij een krachtens deze wet vastgestelde maximumsnelheid in ernstige mate heeft overschreden, dan wel zeer dicht achter een ander voertuig is gaan rijden, geen voorrang heeft verleend of gevaarlijk heeft ingehaald kunnen de in het eerste en tweede lid bepaalde gevangenisstraffen met de helft worden verhoogd.

Hoofdstuk VIII. Kosten

Hoofdstuk VIII. Kosten

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Hoofdstuk IC. Toezicht op keuringsinstellingen en onderzoeksgerechtigden

Paragraaf 2. Taken van het CBR

§ 2. Verkeerstekens en maatregelen op of aan de weg

Hoofdstuk III. Toelating tot de weg

§ 1. Algemene bepalingen

§ 2. Typegoedkeuring

§ 1. Gedragsregels

§ 2a. Goedkeuring productieprocessen

§ 2. Verkeerstekens en maatregelen op of aan de weg

Hoofdstuk IC. Toezicht op keuringsinstellingen en onderzoeksgerechtigden

§ 2. Verkeerstekens en maatregelen op of aan de weg

§ 3. Vaststelling bebouwde kom

§ 2. Typegoedkeuring en goedkeuring productieprocessen van voertuigen en voertuigonderdelen

§ 3. Individuele goedkeuring

§ 4a. Toestemming onderdelen en uitrustingstukken

§ 1. Kentekenplicht

Hoofdstuk V. Gebruik van voertuigen op de weg

§ 3. Registratie van kentekens

Artikel 71a

Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat:

§ 2. Periodieke keuringsplicht

Artikel 80

1.

De Dienst Wegverkeer geeft voor keuringsbewijzen die versleten of geheel of ten dele onleesbaar zijn, dan wel verloren zijn geraakt of teniet zijn gegaan, op aanvraag en tegen betaling, op de door deze dienst vastgestelde wijze, van het daarvoor door deze dienst vastgestelde tarief vervangende keuringsbewijzen af.

2.

Een vervangend keuringsbewijs wordt niet afgegeven dan nadat het versleten of geheel of ten dele onleesbaar geworden bewijs is ingeleverd bij de Dienst Wegverkeer.

§ 4. Kentekenbewijzen

Artikel 81

1.

Een keuringsbewijs is geldig voor de duur van een jaar. Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald op welk tijdstip een keuringsbewijs geldigheid verkrijgt.

2.

Bij algemene maatregel van bestuur kan onder daarbij te stellen voorwaarden voor daarbij aangewezen groepen van motorrijtuigen, ten aanzien waarvan ingevolge artikel 75, tweede lid, ten behoeve van de afgifte van een keuringsbewijs slechts behoeft te worden voldaan aan de eisen met betrekking tot de bestrijding van luchtverontreiniging, een langere geldigheidsduur van het keuringsbewijs worden vastgesteld.

3.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden vastgesteld met betrekking tot de in het tweede lid bedoelde voorwaarden en groepen van motorrijtuigen.

Artikel 82

Onverminderd de artikelen 81, 86, vierde lid, en 91, vierde lid, verliest een keuringsbewijs zijn geldigheid:

§ 4a. Inschrijving in het kentekenregister en tenaamstelling

Artikel 83

1.

De Dienst Wegverkeer kan aan een natuurlijke persoon of rechtspersoon een erkenning verlenen waardoor deze gerechtigd is keuringsrapporten af te geven voor motorrijtuigen en aanhangwagens, waarvoor artikel 72 geldt, met uitzondering van bussen als bedoeld in de Wet personenvervoer 2000.

2.

Een erkenning geldt voor motorrijtuigen en aanhangwagens, die behoren tot een in de erkenning aangewezen groep, en kan gelden voor bepaalde of voor onbepaalde tijd. De aanwijzing kan geen betrekking hebben op de leeftijd of het merk van motorrijtuigen en aanhangwagens.

3.

Een erkenning, verleend aan een natuurlijke persoon of rechtspersoon, die een keuringsdienst of een onderhoudsdienst voor het eigen wagenpark exploiteert, geldt slechts voor de eigen voertuigen.

4.

Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden vastgesteld die aan een erkenning worden verbonden en kunnen met betrekking tot die voorschriften regels worden vastgesteld.

§ 1. Algemene bepalingen

§ 4c. Erkenningsregeling tenaamstelling

§ 3. Aanvraag en afgifte van keuringsrapporten

Hoofdstuk VI. Rijvaardigheid en rijbevoegdheid

§ 6. Schorsing

§ 6. Herkeuring en deskundigenonderzoek

§ 7. Kentekenplaten

§ 2. Periodieke keuringsplicht

§ 2. Periodieke keuringsplicht

§ 3. Aanvraag en afgifte van keuringsrapporten

§ 4. Geldigheid keuringsbewijzen

Hoofdstuk VIA. Interoperabiliteit van elektronische heffingssystemen

§ 6a. Erkenningsregeling systemen, onderdelen, technische eenheden, uitrustingstukken en voorzieningen ter bescherming van weggebruikers en passagiers die niet dienen te zijn goedgekeurd voor de toelating tot het verkeer op de weg

§ 9a. Erkenningsregeling keuring van schadevoertuigen

Hoofdstuk VII. Vrijstelling en ontheffing

Hoofdstuk VIII. Kosten

Hoofdstuk VIII. Kosten

Artikel 173

1.

Bij algemene maatregel van bestuur worden:

2.

Bij gemeentelijke verordening worden nadere regels gesteld ter uitvoering van de artikelen 170 tot en met 172 en de in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur. Die regels betreffen in elk geval

Artikel 174

1.

Indien ter zake van een overtreding van artikel 40, eerste lid, proces-verbaal wordt opgemaakt door een ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, dan wel een op dat voorschrift betrekking hebbende gedraging, omschreven in de in artikel 2, eerste lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften bedoelde bijlage door hem wordt geconstateerd, begaan met een op de weg staand motorrijtuig, terwijl niet terstond blijkt wie de eigenaar of houder van dat motorrijtuig is, is de burgemeester bevoegd op verzoek van die ambtenaar dat motorrijtuig naar een door hem aangewezen plaats te doen overbrengen en in bewaring te doen stellen.

2.

Alvorens het in het eerste lid bedoelde verzoek te doen, kan de daar bedoelde ambtenaar door middel van een daartoe aan te brengen apparaat het rijden met het motorrijtuig voor ten hoogste twee dagen beletten. Het apparaat wordt binnen die termijn verwijderd, zodra bekend wordt wie de eigenaar of houder van het motorrijtuig is.

Artikel 175

1.

Overtreding van artikel 6 wordt gestraft met:

2.

Indien de schuld bestaat in roekeloosheid, wordt overtreding van artikel 6gestraft met:

3.

Indien de schuldige verkeerde in de toestand, bedoeld in artikel 8, eerste, tweede, derde of vierde lid, dan wel na het feit niet heeft voldaan aan een bevel, gegeven krachtens artikel 163, tweede, zesde, achtste of negende lid, of indien het feit is veroorzaakt of mede is veroorzaakt doordat hij een krachtens deze wet vastgestelde maximumsnelheid in ernstige mate heeft overschreden, dan wel zeer dicht achter een ander voertuig is gaan rijden, geen voorrang heeft verleend of gevaarlijk heeft ingehaald kunnen de in het eerste en tweede lid bepaalde gevangenisstraffen met de helft worden verhoogd.

Artikel 176

1.

Overtreding van artikel 41, eerste lid, onderdelen c en d, wordt gestraft hetzij met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden en geldboete van de derde categorie, hetzij met een van beide voormelde straffen.

2.

Overtreding van artikel 11 wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie.

3.

Overtreding van de artikelen 7, eerste lid, 8, 9, eerste, tweede, vierde, vijfde en zevende lid, 41, eerste lid, onderdelen a en b, 51, eerste lid, 61, eerste lid, onderdeel c, 74, 114, 138, 162, derde lid, 163, tweede, zesde, achtste en negende lid, en van de in artikel 4, tweede en vijfde lid, bedoelde regels voor zover het betreft een verbod tot het gebruik van verlichting, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van de derde categorie.

Artikel 177

1.

Overtreding van:

wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de tweede categorie.

2.

Overtreding van de artikelen 66, 70g, 89 en 104 wordt gestraft met geldboete van de derde categorie.

Hoofdstuk XI. Strafbepalingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 118a

Als datum van afgifte wordt in het rijbewijs en in het rijbewijzenregister vermeld de datum waarop het besluit tot afgifte is genomen.

Artikel 120a

1.

Het nieuwe of vervangende rijbewijs wordt niet uitgereikt indien zich tussen de aanvraag en de uitreiking één van de gevallen als bedoeld in artikel 112, eerste lid, heeft voorgedaan, maar blijft bij degene die is belast met de afgifte van rijbewijzen.

2.

Het wordt niet uitgereikt indien tussen de aanvraag en de uitreiking omstandigheden bekend zijn geworden die, indien zij bekend waren geweest bij de aanvraag ertoe hadden geleid dat geen besluit van afgifte was genomen. Het nieuwe of vervangende rijbewijs blijft bij degene die is belast met de afgifte van rijbewijzen.

Artikel 123a

Een nieuw of vervangend rijbewijs verliest zijn geldigheid indien het drie maanden na de datum waarop het besluit tot afgifte is genomen niet is uitgereikt.

§ 5. Erkenningsregeling periodieke keuring en regeling bevoegdheid tot keuren

Hoofdstuk VIA. Interoperabiliteit van elektronische heffingssystemen

§ 6a. Erkenningsregeling systemen, onderdelen, technische eenheden, voertuigdelen, uitrustingsstukken en voorzieningen voor voertuigen en aanhangwagens daarvan en voorzieningen ter bescherming van inzittenden van voertuigen en kwetsbare weggebruikers die op de markt mogen worden aangeboden, in de handel mogen worden gebracht of in gebruik mogen worden genomen, zonder te zijn goedgekeurd

§ 6. Herkeuring en deskundigenonderzoek

Hoofdstuk VI. Rijvaardigheid en rijbevoegdheid

Hoofdstuk VII. Vrijstelling en ontheffing

Artikel 173

1.

Bij algemene maatregel van bestuur worden:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)