Wet van 30 juni 1994, tot wijziging van de Pensioen- en spaarfondsenwet en enige andere wetten (wettelijk recht op waarde-overdracht en enige andere maatregelen op het aanvullende pensioenterrein)

Type Wet
Publication 2002-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is een wettelijk recht op waarde-overdracht in het leven te roepen, alsmede enige andere maatregelen te treffen op het aanvullende pensioenterrein.

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel I

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel II

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel III

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel IV

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel V

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel VI

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel VII

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel VIII

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel IX

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Overgangsbepalingen

Artikel X
1.

Het bestuur van een bedrijfspensioenfonds zorgt dat de deelnemers, die zijn toegetreden vóór de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel F, binnen een jaar na dat tijdstip schriftelijk op de hoogte gesteld worden van de inhoud van de in artikel 17, eerste lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet bedoelde statuten en reglementen.

2.

De Verzekeringskamer stelt binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze wet de in artikel 29, derde lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet bedoelde beleidsregels vast.

3.

Artikel 32, zesde lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet vindt voor het eerst toepassing op 1 januari volgend op de inwerkingtreding van deze wet.

4.

Artikel 32b, eerste en tweede lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet is niet van toepassing indien de deelneming is geëindigd vóór de inwerkingtreding van deze wet.

5.

De statuten en reglementen van een vóór de inwerkingtreding van deze wet opgericht pensioenfonds, moeten binnen twee jaar na dat tijdstip aan het in deze wet bepaalde voldoen.

Artikel XI

De intrekking van artikel 72 van de Algemene Ouderdomswet heeft geen betrekking op aanspraken op pensioen die zijn opgebouwd voor de inwerkingtreding van deze wet en kan uitsluitend na een wijziging van de pensioenregeling in verband met bedoelde intrekking gevolgen hebben voor nog op te bouwen aanspraken op pensioen.

Artikel XII

De intrekking van artikel 21a van de Algemene Weduwen- en Wezenwet heeft geen betrekking op aanspraken op pensioen die zijn opgebouwd voor de inwerkingtreding van deze wet en kan uitsluitend na een wijziging van de pensioenregeling in verband met bedoelde intrekking gevolgen hebben voor nog op te bouwen aanspraken op pensioen.

Artikel XIII
1.

De aan de Pensioenkamer toe te rekenen goederen gaan onder algemene titel over op de Sociaal-Economische Raad, ingesteld bij de Wet op de Bedrijfsorganisatie.

2.

De op de Pensioenkamer rustende verplichtingen gaan onder algemene titel over op het Fonds Voorheffing Pensioenverzekering, ingesteld bij Wet van 13 december 1972. De Sociaal-Economische Raad draagt zorg voor de afwikkeling van deze overdracht.

3.

Het voorzitterschap alsmede het lidmaatschap van de leden en plaatsvervangende leden van de Pensioenkamer eindigt op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet.

Artikel XIV

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel XV

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel XVI

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel XVII

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel XVIII
1.

Bevoegd inzake verzoeken om ontheffing op grond van artikel 29 van de Pensioen- en spaarfondsenwet, die vòòr de datum van inwerkingtreding van deze wet zijn ingediend, is de Verzekeringskamer indien die beslissing niet vòòr die datum is genomen.

2.

Bij administratiefrechtelijke procedures op of na de datum van inwerkingtreding van deze wet dienen besluiten inzake verzoeken om ontheffing op grond van artikel 29 van de Pensioen- en spaarfondsenwet, die Onze Minister vòòr die datum heeft getroffen, als besluiten te worden aangemerkt die zijn getroffen door de Verzekeringskamer.

Artikel XIX

De artikelen N 13 tot en met N 22 van de Algemene burgerlijke pensioenwet en de daarop berustende bepalingen, zoals deze luidden voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet, blijven van toepassing ten aanzien van:

Artikel XX

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel XXI

De artikelen R 6 tot en met R 16 van de Algemene militaire pensioenwet en de daarop berustende bepalingen, zoals deze luidden voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet, blijven van toepassing ten aanzien van:

Inwerkingtredingsbepaling

Artikel XXII
1.

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst, met dien verstande dat artikel I, onderdeel F, en artikel III, onderdeel B, in werking treden op 1 januari 1995.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.