Besluit van 4 november 1994, houdende bepalingen met betrekking tot het verkeersbegeleidingstarief

Type AMvB
Publication 1996-01-12
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 17 mei 1994, nr. J 30.865/94, Directoraat-Generaal Scheepvaart en Maritieme Zaken, Stafafdeling Wetgeving en Juridische Zaken;

Gelet op de artikelen 15c, tweede lid, 15d, tweede lid, en 36, eerste lid, eerste volzin, van de Scheepvaartverkeerswet;

De Raad van State gehoord (advies van 22 augustus 1994, nr. W.09.94.0304);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 31 oktober 1994, nr. J 32.242/94, Directoraat-Generaal Scheepvaart en Maritieme Zaken, Stafafdeling Wetgeving en Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk I. Definities

Artikel 1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Hoofdstuk II. Verschuldigdheid en maatstaven

Artikel 2
1.

Het bij ministeriële regeling vastgestelde tarief is verschuldigd voor de vaart met een zeeschip in de volgende verkeersbegeleidingstariefgebieden:

2.

De tariefgebieden omvatten de op de kaart in bijlage I bij dit besluit aangegeven scheepvaartwegen.

Artikel 3
1.

Het tarief is verschuldigd bij de passage vanaf zee met het zeeschip, van de basislijn, bedoeld in:

2.

Indien een zeeschip gedurende een kalenderdag meer dan eenmaal de basislijn, binnen hetzelfde tariefgebied vanaf zee passeert, is per kalenderdag eenmaal het tarief verschuldigd.

3.

De basislijn is per tariefgebied aangegeven op de kaart in bijlage I, bedoeld in artikel 2, tweede lid, en per tariefgebied omschreven in bijlage II bij dit besluit.

Artikel 4
1.

Voor de bepaling van de grondslag en de hoogte van het verschuldigde tarief geldt de lengte van het zeeschip, afgerond op hele meters, waarbij alleen gehele meters in aanmerking worden genomen.

2.

Indien geen meetbrief, als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, aanwezig is, geldt als grondslag de lengte tussen de loodlijnen, ambtshalve vastgesteld door de met de inning van het tarief belaste ambtenaar.

Hoofdstuk III. Vrijstellingen en ontheffingen

Artikel 5
1.

Het tarief is niet verschuldigd indien een zeeschip behoort tot een van de volgende categorieën:

2.

Onder een economische activiteit als bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, wordt in ieder geval niet verstaan:

Artikel 6

Onze Minister kan geheel of gedeeltelijk ontheffing verlenen van de verplichting tot het betalen van het tarief, indien het desbetreffende zeeschip deelneemt aan een manifestatie of andere gebeurtenis, waarbij enig openbaar belang is betrokken.

Hoofdstuk IV. Bijzonder tarief

Artikel 7

Voor de bepaling van het tarief voor gesleepte vaart geldt dat de sleepboot en het gesleepte zeeschip elk afzonderlijk naar hun lengte het tarief verschuldigd zijn.

Hoofdstuk V. Zekerheidsstelling

Artikel 8

Door of namens de kapitein, eigenaar of rompbevrachter van een naar zee vertrekkend zeeschip, waarvoor het tarief nog niet is voldaan, dient ten genoege van de met de inning van het tarief belaste instantie zekerheid gesteld te worden voor de betaling van het tarief.

Hoofdstuk VI. Slotbepalingen

Artikel 9

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel 10

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit verkeersbegeleidingstarieven scheepvaartverkeer.

Bijlage I

Bijlage II. bedoeld in artikel 3, derde lid, van het Besluit verkeersbegeleidingstarieven scheepvaartverkeer

De basislijn wordt bepaald door de bogen van de grootcirkels die de hierondergenoemde punten in de desbetreffende tariefgebieden verbinden:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.