Regeling legitimatievoorschriften kentekenbewijzen en kentekenplaten
Gelet op artikel 50, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 en de artikelen 25, eerste en tweede lid, 26, tweede lid, 28, tweede lid, 29, eerste lid, 30, tweede lid, 31, tweede lid, 32, tweede lid, 33, eerste lid, 36, tweede lid, 50 eerste lid, en 51 van het Kentekenreglement;
Besluit:
Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- besluit: Besluit erkenningen wegverkeer
- erkenning inschrijven met onderzoek: erkenning als bedoeld in artikel 6 van het Besluit erkenningen wegverkeer
- erkenning inschrijven zonder onderzoek: erkenning als bedoeld in artikel 5 van het Besluit erkenningen wegverkeer;
- erkenning tenaamstellen voertuigen bedrijfsvoorraad of importeursvoorraad: erkenning als bedoeld in artikel 4 van het Besluit erkenningen wegverkeer;
- erkenning tenaamstellen voertuigen voor derden: erkenning als bedoeld in artikel 3 van het Besluit erkenningen wegverkeer;
- wet: Wegenverkeerswet 1994.
Hoofdstuk 2. Aanvraag tenaamstelling
Artikel 2. Aanvrager natuurlijke persoon
Indien de aanvraag van een tenaamstelling wordt ingediend door een natuurlijke persoon, bij of een daartoe door de Dienst Wegverkeer aangewezen vestiging van deze dienst, wordt het volgende legitimatiebewijs overgelegd:
- a. een geldig rijbewijs als bedoeld in artikel 107 van de wet,
- b. een geldig rijbewijs als bedoeld in artikel 108, eerste lid onderdeel h, van de wet,
- c. een geldig document als bedoeld in artikel 2, eerste of tweede lid, van de Paspoortwet,
- d. een geldig buitenlands nationaal paspoort, dienstpaspoort, diplomatiek paspoort, reisdocument voor vluchtelingen of reisdocument voor vreemdelingen,
- e. een geldige buitenlandse identiteitskaart, afgegeven door een bevoegde autoriteit in een andere lidstaat van de Europese Unie, of
- f. een geldig persoonlijk identiteitsbewijs als bedoeld in artikel III, tweede lid, onderdeel a, van het Verdrag tussen de staten die partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten (Londen, 19 juni 1951, Trb. 1951, 114) met daarbij een geldig, ten behoeve van de aanvraag door de bevoegde commandant van een NATO-basis ingevuld en ondertekend, certificaat van stationering, dat niet ouder is dan tien dagen.
Indien de aanvraag van een tenaamstelling wordt ingediend door een erkend bedrijf tenaamstellen voertuigen bedrijfsvoorraad of importeursvoorraad namens een natuurlijke persoon, wordt door de natuurlijke persoon een geldig Nederlands rijbewijs, als bedoeld in artikel 107 van de wet, als mede een machtiging, als bedoeld in artikel 15, eerste lid van de Regeling erkenningen wegverkeer overgelegd aan het erkende bedrijf.
Artikel 3. Aanvrager rechtspersoon
Bij de aanvraag van een tenaamstelling ingediend door een rechtspersoon als bedoeld in artikel 50, vierde lid, van de wet, bij of een daartoe door de Dienst Wegverkeer aangewezen vestiging van deze dienst, worden de volgende documenten overgelegd:
- a. bij indiening door een tekenbevoegde voor een rechtspersoon:
- 1°. een actueel uittreksel uit het handelsregister als bedoeld in artikel 22 van de Handelsregisterwet 2007, of een afschrift daarvan, dat niet ouder is dan een jaar en waaruit blijkt dat de tekenbevoegde bevoegd is de rechtspersoon te vertegenwoordigen, en
- 2°. een van de in artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met e, genoemde legitimatiebewijzen van de tekenbevoegde.
- b. bij indiening door een door een tekenbevoegde gemachtigde:
- 1°. een actueel uittreksel uit het handelsregister als bedoeld in artikel 22 van de Handelsregisterwet 2007, of een afschrift daarvan, dat niet ouder is dan een jaar en waaruit blijkt dat de tekenbevoegde bevoegd is de rechtspersoon te vertegenwoordigen;
- 2°. een van de in artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met e, genoemde legitimatiebewijzen van de tekenbevoegde, of een afschrift daarvan;
- 3°. een van de in artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met e, genoemde legitimatiebewijzen van de door de tekenbevoegde gemachtigde, en
- 4°. het voor de aanvraag bestemde machtigingsformulier, als bedoeld in artikel 15, derde lid van de Regeling erkenningen wegverkeer.
Bij een aanvraag van een tenaamstelling, ingediend door een erkend bedrijf tenaamstellen voertuigen voor derden of een erkend bedrijf tenaamstellen bedrijfsvoorraad of importeursvoorraad is het eerste lid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat uitsluitend een geldig Nederlands rijbewijs, als bedoeld in artikel 107 van de wet, als legitimatiebewijs kan dienen.
Indien de aanvraag wordt ingediend namens een rechtspersoon als bedoeld in artikel 25a, derde lid, of artikel 28a, derde lid, van het Kentekenreglement, verstrekt de aanvrager een actueel en gewaarmerkt uittreksel uit het handelsregister als bedoeld in artikel 22 van de Handelsregisterwet 2007, dat niet ouder is dan een jaar en waaruit blijkt dat de tekenbevoegde bevoegd is de rechtspersoon te vertegenwoordigen.
Artikel 4. Aanvrager niet-ingeschreven rechtspersoon
Vervallen
Hoofdstuk 3. Aanvraag vervangend kentekenbewijs met contante of electronische betaling
Artikel 9. Aanvraag verval tenaamstelling bij voorgoed buiten Nederland brengen en aanvraag transitokenteken
Bij de aanvraag tot verval van de tenaamstelling op grond van de artikelen 31 en 32 van het Kentekenreglement dan wel bij de aanvraag van een kenteken als bedoeld in artikel 4, derde lid, onderdeel b, van het Kentekenreglement, legt de aanvrager een van de in artikel 2, eerste lid, genoemde legitimatiebewijzen over, met dien verstande dat bij de aanvraag van een kenteken als bedoeld in artikel 4, derde lid, onderdeel b, van het Kentekenreglement kan ook een ander in Nederland geldig buitenlands reisdocument worden overgelegd dan de in artikel 2, eerste lid, onderdeel d, genoemde.
Artikel 10
De regeling van de Minister van Verkeer en Waterstaat van 6 december 1991, nr. RV 110015, Hoofddirectie van de Waterstaat (Stcrt. 244), houdende voorschriften legitimatie bij aanvraag kentekenbewijs, wordt ingetrokken.
Artikel 11
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1995.
Hoofdstuk 4. Aanvraag (opheffing) schorsing en vervangend deel II voor versleten of geheel of ten dele onleesbaar deel II
Artikel 8
De aanvraag van een schorsing, bedoeld in artikel 50 van het Kentekenreglement, en de aanvraag van beëindiging van de schorsing, bedoeld in artikel 51 van het Kentekenreglement, geschiedt overeenkomstig de artikelen 8a en 8b.
Artikel 8a. Aanvrager natuurlijke persoon
Indien de aanvraag wordt ingediend door een natuurlijke persoon, bij een daartoe door de Dienst Wegverkeer aangewezen vestiging van deze dienst, dient bij de aanvraag een van de in artikel 2, eerste lid, genoemde legitimatiebewijzen van de aanvrager te worden overgelegd.
Als de aanvraag wordt ingediend door een erkend bedrijf tenaamstellen voertuigen voor derden namens een natuurlijke persoon, wordt door de natuurlijke persoon een geldig rijbewijs als bedoeld in artikel 107 van de wet overgelegd aan het erkende bedrijf.
Artikel 8b. Aanvrager rechtspersoon
Indien de aanvraag wordt ingediend door een tekenbevoegde voor een rechtspersoon als bedoeld in artikel 50, vierde lid, van de wet, dienen bij de aanvraag de in artikel 3, eerste lid, genoemde documenten te worden overgelegd.
Artikel 8c. Aanvrager niet-ingeschreven rechtspersoon
Vervallen
Hoofdstuk 4a. Aanvraag kentekenbewijs niet-nederlandse aanhangwagen
Artikel 8d
Vervallen
Hoofdstuk 4a. Aanvraag kentekenbewijs niet-nederlandse aanhangwagen
Artikel 9
Bij het overleggen van de in de artikelen 31, 32 en 33 van het Kentekenreglement bedoelde verklaring alsmede bij de aanvraag van een kentekenbewijs, bevattende een kenteken als bedoeld in artikel 4, zesde lid, van het Kentekenreglement, dient degene die de verklaring overlegt, een van de in artikel 2, eerste lid, genoemde legitimatiebewijzen over te leggen, met dien verstande dat:
- a. geen afschrift als bedoeld in artikel 1 behoeft te worden overgelegd,
- b. ook een ander in Nederland geldig buitenlands reisdocument kan worden overgelegd dan de in artikel 2, eerste lid, onderdeel d, genoemde, en
- c. indien de in het eerste lid bedoelde verklaring wordt overgelegd door een erkend bedrijf, uitsluitend een aan het bedrijf afgegeven geldige bedrijfsvoorraadpas dient te worden overgelegd.
Hoofdstuk 5. Aanvraag verval tenaamstelling bij voorgoed buiten Nederland brengen, bij aanvraag transitokenteken
Artikel 9 a. Verkrijging door een natuurlijk persoon
Bij de verkrijging van kentekenplaten worden overgelegd:
- a. een van de in artikel 2, eerste lid, genoemde legitimatiebewijzen,
- b. de kentekencard, het deel IA of het deel I van het kentekenbewijs, afgegeven voor het kenteken dat op de kentekenplaten is vermeld.
In afwijking van het eerste lid, onder b, kunnen voor voertuigen ingeschreven op aanvraag van een erkend bedrijf inschrijven zonder onderzoek en die niet langer dan zeven dagen daarvoor voor het eerst zijn tenaamgesteld, bij verkrijging van kentekenplaten de in artikel 9c, onder b, bedoelde dienstenpas of gegevens worden overgelegd.
Artikel 9 b. Verkrijging door een rechtspersoon
Bij de verkrijging van kentekenplaten door een rechtspersoon worden overgelegd:
- a. een van de in artikel 2, eerste lid genoemd legitimatiebewijzen van de persoon die de kentekenplaten namens de rechtspersoon in ontvangst neemt, met dien verstande dat geen afschrift als bedoeld in artikel 1 hoeft te worden overgelegd, en
- b. de kentekencard, het deel IA of het deel I van het kentekenbewijs, afgegeven voor het kenteken dat op de kentekenplaten is vermeld.
Artikel 9 c. Verkrijging met de erkenning inschrijven zonder onderzoek, inschrijven met onderzoek of bedrijfsvoorraad
In afwijking van artikel 9a moet een erkend bedrijf inschrijven zonder onderzoek, inschrijven met onderzoek of bedrijfsvoorraad, voor verkrijging van kentekenplaten voor voertuigen uit de eigen bedrijfsvoorraad of importeursvoorraad overleggen:
- a. een van de in artikel 2, eerste lid, genoemde legitimatiebewijzen van degene die de kentekenplaten namens het erkend bedrijf in ontvangst neemt, en
- b. een aan het bedrijf afgegeven geldige dienstenpas of door de Dienst Wegverkeer te bepalen gegevens.
Artikel 9d. Uitzonderingen
Een legitimatiebewijs als bedoeld in onderdeel a van de artikelen 9 a en 9 c hoeft niet te worden overgelegd bij de verkrijging van kentekenplaten volgens de modellen 27.15A tot en met 27.29 en 30.7 tot en met 30.16 van de bijlage bij de Regeling kentekens en kentekenplaten.
Een kentekenbewijs als bedoeld in onderdeel b van de artikelen 9 a en 9 c hoeft niet te worden overgelegd bij vervanging van beschadigde kentekenplaten
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.