Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag
Gelet op artikel 6, vierde lid, 10a, zevende lid, 11, tweede lid, 15, tweede lid, 18a, derde lid, 20, tweede lid, 22, tweede lid, 28, negende lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag en op artikel 7, derde lid, van het Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag;
Handelende wat artikel 15, tweede lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag betreft, mede namens de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
Besluit:
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet belastingen op milieugrondslag en het Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag in werking treden.
Hoofdstuk I. Inleidende bepalingen
Artikel 1
Deze regeling geeft uitvoering aan de artikelen 14, tweede en vierde lid, 20, vierde lid, 21, tweede lid, 23, vijfde lid, 25, vierde lid, 38, tweede lid, onderdeel b, 39, tweede lid, 44, vijfde lid, 45, vierde lid, 47, tweede en vijfde lid, 50, zevende lid, 54, zesde lid, 59, zevende lid, 59a, derde en vijfde lid, 60, vijfde lid, 60b, vierde lid, 63, zevende lid, 64, zevende lid, 67, vierde lid, 68, vierde lid, 69, achtste lid, 70, vijfde lid, 70a, vierde lid, 71, tweede en derde lid, 71t, tweede lid, 71ta, derde lid, 71w, derde lid, en 92, zesde lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag en de artikelen 6, tweede lid, 11c, vierde lid, 18, vijfde lid, 19, tweede lid, onderdeel c, 21c, zesde lid, 27, vierde lid, en 28, vijfde lid, van het Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag.
Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:
- a. de wet: de Wet belastingen op milieugrondslag;
- b. het besluit: het Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag.
Hoofdstuk II. Grondwaterbelasting
Artikel 2
Vervallen
Artikel 3
Vervallen
Artikel 4
Voor de toepassing van artikel 14, eerste lid, tweede volzin, van de wet wordt een gedeelte van een maand als een hele maand aangemerkt bij aanvang van de verbruiksperiode vóór de zestiende dag van de kalendermaand en bij einde van de verbruiksperiode na de vijftiende dag van de kalendermaand.
Toepassing van het eerste lid kan achterwege blijven indien een gedeelte van een maand in aanmerking wordt genomen naar evenredigheid van het aantal dagen.
Voor de toepassing van artikel 14, tweede lid, van de wet wordt een aansluiting van een particuliere installatie voor centrale watervoorziening aangemerkt als meerdere aansluitingen, waarbij het aantal aansluitingen wordt bepaald op het aantal onroerende zaken als bedoeld in artikel 16, onderdelen a tot en met e, van de Wet waardering onroerende zaken die via die installatie van water worden voorzien.
De verklaring, bedoeld in artikel 14, derde lid, van de wet, wordt ondertekend en bevat ten minste:
- a. de dagtekening;
- b. naam en adres van de exploitant;
- c. naam en adres van de leverancier, en
- d. het aantal alsmede een omschrijving van de onroerende zaken met plaatselijke en kadastrale aanduiding, die gemiddeld op de installatie zijn aangesloten.
Hoofdstuk IIa. Belasting op leidingwater
Artikel 4a
1.
Voor de toepassing van artikel 11c, tweede lid, van de wet wordt een gedeelte van een maand als een hele maand aangemerkt bij aanvang van de verbruiksperiode vóór de zestiende dag van de kalendermaand en bij einde van de verbruiksperiode na de vijftiende dag van de kalendermaand.
2.
Toepassing van het eerste lid kan achterwege blijven indien een gedeelte van een maand in aanmerking wordt genomen naar evenredigheid van het aantal dagen.
De verklaring, bedoeld in artikel 11c, derde lid, van de wet, wordt ondertekend en bevat ten minste:
- a. de dagtekening;
- b. naam en adres van de exploitant;
- c. naam en adres van de leverancier;
- d. het aantal alsmede een omschrijving van de onroerende zaken met plaatselijke en kadastrale aanduiding, die gemiddeld op de installatie zijn aangesloten.
Artikel 4b
1.
Uit de administratie van de belastingplichtige, bedoeld in artikel 11d, van de wet, dient te blijken hoe het voorschotbedrag, bedoeld in artikel 11f, eerste lid, onderdeel a, van de wet, kan worden herleid naar de hoeveelheid leidingwater en hoe het voorschotbedrag is opgebouwd.
2.
Indien de verrekening, bedoeld in artikel 11f, derde lid, van de wet, leidt tot een lager bedrag dan over de verbruiksperiode aan belasting is voldaan, wordt het verschil in mindering gebracht op de aangifte over het tijdvak waarin de eindfactuur is uitgereikt.
Artikel 4c
De administratie van degene die verzoekt om teruggaaf van belasting als bedoeld in artikel 11i, eerste lid, van de wet, is zodanig ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze alle voor de vaststelling van het bedrag van de teruggaaf van belang zijnde gegevens zijn opgenomen.
Artikel 4d
In het verzoek om teruggaaf, bedoeld in artikel 11j, eerste lid, van de wet, worden de volgende gegevens vermeld:
- a. het tijdvak waarover teruggaaf wordt verzocht;
- b. naam en adres van de verbruiker;
- c. naam en adres van de leveranciers;
- d. de hoeveelheid leidingwater waarvoor teruggaaf wordt verzocht per leverancier;
- e. de periode van levering van het leidingwater;
- f. het bedrag aan belasting dat wordt teruggevraagd.
Artikel 4e
De administratie van de belastingplichtige, bedoeld in artikel 11d van de wet, is zodanig ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze de gegevens zijn opgenomen met betrekking tot:
- a. de hoeveelheid leidingwater die is geleverd;
- b. de belasting begrepen in voorschotnota's en voorschotbedragen;
- c. de belasting begrepen in eindfacturen;
- d. de belasting begrepen in facturen;
- e. het aantal aansluitingen voor leidingwater;
- f. de periode van aansluiting;
- g. het aantal malen dat de bovengrens is toegepast;
- h. de evenredige toedeling van de bovengrens bij afwijkende verbruiksperioden;
- i. het eigen verbruik;
- j. de contracten ten aanzien van de onbemeterde aansluitingen;
- k. de toepassing van de regeling, bedoeld in artikel 11c, derde lid, van de wet;
- l. de toepassing van de vrijstelling, bedoeld in artikel 11h, eerste lid, van de wet.
Hoofdstuk V. Kolenbelasting
Artikel 5
In het verzoek om teruggaaf, bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de wet, worden de volgende gegevens vermeld:
- a. het tijdvak waarover teruggaaf wordt verzocht;
- b. naam en adres van de verbruiker;
- c. BSN of RSIN van de verbruiker;
- d. naam en adres van de leveranciers;
- e. de hoeveelheid leidingwater waarvoor teruggaaf wordt verzocht per leverancier;
- f. de periode van levering van het leidingwater, en
- g. het bedrag aan belasting dat wordt teruggevraagd.
Artikel 5a
Het tarief, bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de wet vindt slechts toepassing op de afvalstoffen als bedoeld in artikel 18, tweede lid, onderdeel d, van de wet indien de aanbieder van de afvalstoffen aan de houder van een afvalverwerkingsinrichting een ondertekende verklaring afgeeft waarin wordt aangegeven de hoeveelheid aangeboden afvalstoffen en het productieproces waarvan de afvalstoffen afkomstig zijn.
Indien de afvalstoffen niet worden aangeboden door de producent, wordt de verklaring, bedoeld in het eerste lid, zowel door de producent als door de vervoerder ondertekend.
Artikel 5aa
Vervallen
Artikel 5ab
Het tarief, bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de wet vindt slechts toepassing op de afvalstoffen als bedoeld in artikel 18, tweede lid, onderdeel e, van de wet indien de aanbieder van de afvalstoffen aan de houder van een afvalverwerkingsinrichting een ondertekende verklaring afgeeft waarin wordt aangegeven de hoeveelheid aangeboden afvalstoffen en het productieproces waarvan de afvalstoffen afkomstig zijn.
Indien de afvalstoffen niet worden aangeboden door de producent, wordt de verklaring, bedoeld in het eerste lid, zowel door de producent als door de vervoerder ondertekend.
Artikel 5b
De administratie van de houder van de afvalverwerkingsinrichting is zodanig ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze de gegevens zijn opgenomen met betrekking tot:
- a. de aanbieders van de aangeboden partij afvalstoffen;
- b. het gewicht per partij afval;
- c. de verklaring als bedoeld in artikel 5a, eerste lid.
Artikel 5c
Voor de toepassing van artikel 18, tweede lid, onderdeel d, van de wet worden aangewezen residuen afkomstig van vertical technology (VERTEC) voor het reinigen van zuiveringsslib, regeneratiezandstof dat vrijkomt bij het stralen van voorwerpen of bij het vervaardigen van zandvormen in het productieproces van aluminium- en ijzergieterijen, anorganische residuen van de destillatie of ontwatering van verontreinigd boorgruis, residuen van zuivering in een afvalwaterbehandelingsinstallatie van afvalwater afkomstig van de rookgasontzwaveling van een kolengestookte elektriciteitscentrale en residuen afkomstig van installaties voor het verbranden van specifiek ziekenhuisafval.
Artikel 6
De administratie van de belastingplichtige, bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de wet, is zodanig ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze de gegevens zijn opgenomen met betrekking tot:
- a. de hoeveelheid leidingwater die is geleverd;
- b. de opbouw van de voorschotbedragen;
- c. de herleiding van de voorschotbedragen naar de hoeveelheden leidingwater;
- d. de belasting begrepen in voorschotnota's en voorschotbedragen;
- e. de belasting begrepen in eindfacturen;
- f. de belasting begrepen in facturen;
- g. het aantal aansluitingen voor leidingwater;
- h. de periode van aansluiting;
- i. het aantal malen dat de bovengrens is toegepast;
- j. de evenredige toedeling van de bovengrens bij afwijkende verbruiksperioden;
- k. het eigen verbruik;
- l. de contracten ten aanzien van de onbemeterde aansluitingen;
- m. de toepassing van de regeling, bedoeld in artikel 14, derde lid, van de wet;
- n. de toepassing van de vrijstelling, bedoeld in artikel 19 van de wet.
Artikel 6a
Voor de toepassing van artikel 18b, eerste lid, van de wet kan de inspecteur per inrichting en per stof, preparaat of ander product een factor vaststellen waarmee het gewicht wordt vermenigvuldigd ten behoeve van de berekening van het terug te geven bedrag aan belasting.
Artikel 6b
De administratie van degene die verzoekt om teruggaaf van belasting als bedoeld in artikel 18c, eerste lid, van de wet, is zodanig ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze alle voor de vaststelling van het bedrag van de teruggaaf van belang zijnde gegevens zijn opgenomen.
Hoofdstuk IV. Brandstoffenbelasting
Artikel 7
Het gewicht van de afvalstoffen die ter verwijdering worden afgegeven, bedoeld in artikel 25, eerste lid, onderdeel a, van de wet, wordt onder verantwoordelijkheid van de houder van een inrichting onmiddellijk vóór dan wel aansluitend op de afgifte bepaald in kilogrammen door weging met een meetinstrument dat voldoet aan de eisen die bij of krachtens de Metrologiewet worden gesteld aan een meetinstrument.
In afwijking van het eerste lid kan de inspecteur voor afvalstoffen die per schip aan de inrichting worden afgegeven ter verwijdering met de houder van de inrichting afwijkende afspraken maken over de wijze waarop het gewicht van die afvalstoffen wordt bepaald.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.