Besluit van 23 december 1994, tot vaststelling van het uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Financiën van 3 december 1992, nr. WM92-19, Directoraat-Generaal voor Fiscale Zaken, Afdeling Wetgeving Milieubelastingen, gedaan mede namens de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
Gelet op de artikelen 6, derde lid, 10a, zesde lid, 13, zevende lid, 18a, derde lid, 28, achtste lid, 30, tweede lid, en 38, eerste lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag;
De Raad van State gehoord (advies van 18 december 1992, nr. W06.92.0614);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Financiën van 21 december 1994, nr. WM94-71M, Directoraat-Generaal voor Fiscale Zaken, Afdeling Wetgeving Milieubelastingen, uitgebracht mede namens de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Hoofdstuk I. Inleidende bepalingen
Artikel 1
Dit besluit geeft uitvoering aan de artikelen 20, derde lid, 22, tweede lid, 25a, zesde lid, 27, vijfde lid, 29a, 29b, tweede lid, 33, derde en vierde lid, 34, derde lid, 35, tweede lid, 44, vierde lid, 45, derde lid, 47, eerste lid, onderdeel w, 50, zevende lid, 51, eerste lid, 54, vijfde lid, 59, zesde lid, 59a, vierde lid, artikel 60, tweede en zesde lid, onderdeel a, artikel 60a, vijfde lid, artikel 60b, derde en vijfde lid, onderdeel a, 63, zesde lid, 64, zesde lid, 67, derde lid, 68, derde lid, 69, zevende lid, 70, vierde lid, 70a, eerste lid, 72, onderdeel c, 92, vijfde lid, en 93, eerste lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag.
Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
- a. de wet: de Wet belastingen op milieugrondslag;
- b. kennisgevingsnummer: het nummer dat door Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat ingevolge bijlage IC, onder 3, van de EVOA wordt toegekend aan het in bijlage IA van de EVOA verplicht gestelde kennisgevingsdocument;
- c. gemengde afvalstoffen: huishoudelijke afvalstoffen, gemengde bedrijfsafvalstoffen of gemengd sorteerresidu;
- d. RSIN: rechtspersonen en samenwerkingsverbanden informatienummer dat door de Kamer van Koophandel wordt verstrekt bij inschrijving van rechtspersonen en samenwerkingsverbanden in het handelsregister;
- e. KvK-nummer: het unieke nummer, bedoeld in artikel 9, onderdeel a, van de Handelsregisterwet 2007;
- f. VIHB-nummer: het registratienummer welke door de Stichting Nationale en Internationale Wegvervoer Organisatie is toegekend aan een bedrijf dat wordt vermeld op de lijst, bedoeld in de artikelen 10.45, eerste lid, onderdeel a, en 10.55, eerste lid, van de Wet milieubeheer;
- g. gecertificeerd asbestverwijderingsbedrijf: bedrijf dat in het bezit is van een certificaat asbestverwijdering als bedoeld in artikel 4.54d, eerste lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit;
- h. landelijk asbestvolgsysteem: elektronische voorziening waarin informatie over het proces van asbestinventarisatie, asbestverwijdering, eindbeoordeling asbestverwijdering, opslag en transport en stort van asbest en asbesthoudende producten wordt ingevoerd en opgeslagen via https://www.asbestvolgsysteem.nl.
Hoofdstuk II. Grondwaterbelasting
Artikel 2
Vervallen
Artikel 3
Het verzoek om teruggaaf, bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de wet kan worden gedaan na afloop van elke kalendermaand waarin recht op teruggaaf is ontstaan, en dient uiterlijk te worden gedaan binnen dertien weken na afloop van de verbruiksperiode van twaalf maanden.
Teruggaaf wordt alleen verleend indien de eindfacturen worden overgelegd.
Artikel 4
Voor de toepassing van artikel 22, tweede lid, van de wet wordt de toepassing van stoffen, preparaten of voorwerpen binnen een inrichting waar afvalstoffen worden gestort, geacht hetzij verband te houden met de bedrijfsvoering van de inrichting, hetzij deel uit te maken van het bedrijfsproces dat leidt tot de nuttige toepassing of verwijdering van afvalstoffen, indien de stoffen, preparaten of voorwerpen in de inrichting dienen voor, dan wel bestaan uit:
- a. materiaal voor het realiseren en onderhouden van een afrastering;
- b. materiaal voor het realiseren van de onderafdichtingsconstructie, de geohydrologische maatregelen en het controlesysteem zoals verlangd in het Stortbesluit bodembescherming, de Regeling stortplaatsen voor baggerspecie op land, dan wel de Richtlijnen voor baggerspeciestortplaatsen in het beleidsstandpunt «Verwijdering baggerspecie» (Kamerstukken II 1993/94, 23 450, nr. 1);
- c. materiaal voor het realiseren van de bovenafdichtingsconstructie zoals verlangd in het besluit, de regeling, of de richtlijnen, genoemd in onderdeel b;
- d. (riool)buizen voor de opvang en afvoer van percolaat en neerslag en materiaal voor installaties voor de behandeling van percolaat en neerslag;
- e. verzamelleidingen voor de opvang en afvoer van stortgas in de egalisatie- of steunlaag en materiaal voor installaties voor de behandeling van stortgas;
- f. het realiseren en in werking houden van nutsvoorzieningen;
- g. het realiseren en in werking houden van installaties voor het be- of verwerken van afvalstoffen;
- h. het operationeel houden van kantoren, van de controle- en registratieposten, van een laboratorium, van werkplaatsen, van het aanwezige rollende materieel en van de wasplaats;
- i. materiaal voor het realiseren en in stand houden van bouwwerken;
- j. materiaal voor het realiseren en in stand houden van een terreinverharding buiten het deel van de stortplaats, al dan niet in compartimenten onderverdeeld, waar tussen een onderafdichtings- en een bovenafdichtingsconstructie, als verlangd in het besluit, de regeling, dan wel de richtlijnen, genoemd in onderdeel b, afvalstoffen worden gestort (stortlichaam);
- k. ongediertebestrijding;
- l. een bouwstof als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit, die voorzien is van een erkende kwaliteitsverklaring, partijkeuring of fabrikant-eigenverklaring als bedoeld in artikel 25b, eerste tot en met derde lid van dat besluit, waaruit blijkt dat zij voldoen aan de kwaliteitseisen, bedoeld in artikel 25d, eerste lid, van dat besluit, en die worden toegepast in een voorziening die is aangebracht op grond van een voor de milieubelastende activiteit verleende omgevingsvergunning, bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving;
- m. grond als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bodemkwaliteit, die voorzien is van een erkende kwaliteitsverklaring, partijkeuring of fabrikant-eigenverklaring als bedoeld in artikel 25b, eerste tot en met derde lid van dat besluit, waaruit blijkt dat zij is ingedeeld in de kwaliteitsklasse landbouw/natuur, wonen of industrie, bedoeld in artikel 25d, tweede lid, van dat besluit, die wordt toegepast in een voorziening die is aangebracht op grond van een voor de milieubelastende activiteit verleende omgevingsvergunning, bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving;
Hoofdstuk IV. Afvalstoffenbelasting
Artikel 4a
De in artikel 11h van de wet bedoelde vrijstelling wordt slechts verleend indien de belastingplichtige in zijn administratie aantekening houdt van de in dat artikel bedoelde buitengewone omstandigheden die zich hebben voorgedaan.
Artikel 4b
Voor de toepassing van artikel 11i, eerste lid, van de wet wordt ter zake van de vorderingen waarvoor tevens een verzoek als bedoeld in artikel 29, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de omzetbelasting 1968 is gedaan, teruggaaf verleend voor zover ter zake van die vorderingen teruggaaf van omzetbelasting wordt verleend.
Artikel 4c
Het verzoek om teruggaaf, bedoeld in artikel 11j, eerste lid, van de wet kan worden gedaan na afloop van elke kalendermaand waarin recht op teruggaaf is ontstaan, en dient uiterlijk te worden gedaan binnen dertien weken na afloop van de verbruiksperiode van 12 maanden.
Teruggaaf wordt alleen verleend indien de eindfacturen worden overgelegd.
Hoofdstuk III. Afvalstoffenbelasting
Artikel 5
Voor de toepassing van artikel 22, tweede lid, van de wet wordt de toepassing van stoffen, preparaten of voorwerpen binnen een inrichting waar afvalstoffen worden verbrand, geacht hetzij verband te houden met de bedrijfsvoering van de inrichting, hetzij deel uit te maken van het bedrijfsproces dat leidt tot de nuttige toepassing of verwijdering van afvalstoffen, indien de stoffen, preparaten of voorwerpen in de inrichting dienen voor de activiteiten, dan wel bestaan uit de materialen of voorwerpen, bedoeld in artikel 4, onderdelen a, f, g, h, i, of k.
Artikel 5a
Het verzoek om een vergunning voor een fiscaal vertegenwoordiger, bedoeld in artikel 24a, derde lid, van de wet, bevat de volgende gegevens:
- a. naam en adres van de verzoeker;
- b. het beoogde tijdstip van aanvang van het fiscaal-vertegenwoordigerschap;
- c. naam en adres van de degene die de afvalstoffen overbrengt uit Nederland en die niet in Nederland is gevestigd en aldaar geen vaste inrichting heeft (in dit artikel: buitenlandse kennisgever).
Een vergunning voor een fiscaal vertegenwoordiger wordt slechts verleend indien de verzoeker:
- a. in Nederland woont of is gevestigd;
- b. in de afgelopen vijf jaren niet wegens overtreding van de wettelijke bepalingen inzake rijksbelastingen dan wel douane onherroepelijk is veroordeeld;
- c. een administratie voert die voldoet aan bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden;
- d. naar het oordeel van de inspecteur voldoende solvabel is.
De verlening van een vergunning voor een fiscaal vertegenwoordiger is tevens gebonden aan de voorwaarde dat de verzoeker optreedt voor alle overbrengingen als bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdeel c, van de wet. De inspecteur kan op verzoek hiervan afwijken.
De inspecteur kan de vergunning intrekken of wijzigen:
- a. op verzoek van de fiscaal vertegenwoordiger met schriftelijke instemming van de buitenlandse kennisgever;
- b. op verzoek van de buitenlandse kennisgever;
- c. indien de fiscaal vertegenwoordiger niet meer voldoet aan de aan de vergunning gebonden voorwaarden.
De buitenlandse kennisgever wordt van de intrekking van de vergunning in kennis gesteld, alsmede van de gronden waarop deze berust.
Artikel 5b
Voor de toepassing van artikel 5a worden de afvalstoffen niet geperst aangeleverd.
Artikel 5c
De afvalstoffen, bedoeld in artikel 5a, worden aangevoerd in een container, een kipwagen, een vaartuig of in een big bag waarvan de inhoud in kubieke meters bekend is.
De inhoud van een container, laadbak van een kipwagen of laadruim van een vaartuig wordt tot op één decimaal nauwkeurig vastgesteld in kubieke meters door:
- a. de aan de binnenzijde gemeten lengte van de container, de laadbak onderscheidenlijk het laadruim te vermenigvuldigen met de breedte en de hoogte ervan, met dien verstande dat indien de lengte, de breedte of de hoogte niet overal gelijk is, steeds de grootste maat in aanmerking wordt genomen; dan wel
- b. vaststelling van het volume van de inwendige geometrische vorm van de container, de laadbak onderscheidenlijk het laadruim door een conform ISO/IEC 17025 geaccrediteerd laboratorium.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.