Besluit van 4 februari 1995, tot vaststelling van het Uitvoeringsbesluit kostenverrekening en gegevensuitwisseling Wet waardering onroerende zaken

Type AMvB
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Financiën van 23 november 1994, nr. WV 94/508 M, Directoraat-Generaal voor Fiscale Zaken, Directie Wetgeving Verbruiksbelastingen, gedaan mede namens de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken Van de Vondervoort;

Gelet op de artikelen 3 en 39 van de Wet waardering onroerende zaken;

De Raad van State gehoord (advies van 16 januari 1995, nr. W 06.94.0709);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Financiën van 2 februari 1995, nr. WV 95/40U, Directoraat-Generaal voor Fiscale Zaken, Directie Wetgeving Verbruiksbelastingen, uitgebracht mede namens de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken Van de Vondervoort;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk 1. Definities

Artikel 1
1.

Dit besluit geeft uitvoering aan de artikelen 3, 37a, 37h, 39 en 40a van de Wet waardering onroerende zaken.

2.

In dit besluit wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 2. Kostenverrekening

Artikel 2
1.

De kosten van de Waarderingskamer komen ten laste van de afnemers. Het Rijk betaalt 25 percent, de gemeenten 50 percent en de waterschappen 25 percent.

2.

De kosten van de waardering komen ten laste van de afnemers.

3.

De waterschappen betalen aan het Rijk een vergoeding van € 21.810.013 voor het aandeel van de waterschappen in de kosten van de waardering.

4.

Bij regeling van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties worden regels gesteld omtrent de verdeling over de individuele waterschappen van hetgeen de waterschappen samen aan het Rijk vergoeden voor het aandeel van de waterschappen in de kosten van de waardering, alsmede omtrent het tijdstip van de betaling aan het Rijk. Daarbij wordt de in het derde lid bedoelde vergoeding van de waterschappen gedeeld door het totale aantal objecten in alle waterschappen samen en over de individuele waterschappen verdeeld naar rato van het aantal objecten in die individuele waterschappen. Jaarlijks doet de Unie van Waterschappen aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een opgave van het aantal objecten per individueel waterschap. Daarbij kan de Unie van Waterschappen uitgaan van het aantal objecten in een voorgaand jaar, gecorrigeerd met een volumeopslag.

5.

De gemeenten betalen aan de Waarderingskamer een vergoeding voor het aandeel van de gemeenten in de kosten van de Waarderingskamer.

6.

De Waarderingskamer stelt regels omtrent de verdeling over de gemeenten van de vergoeding voor het aandeel van de gemeenten in de kosten van de Waarderingskamer.

Artikel 3

Onder de kosten van de Waarderingskamer, bedoeld in artikel 2, eerste lid, worden verstaan de kosten verbonden aan de uitoefening van toezicht op de waardering, de kosten verbonden aan de uitoefening van toezicht op de uitvoering van de basisregistratie waarde onroerende zaken (basisregistratie WOZ), de kosten verbonden aan de geschillenbeslechting, bedoeld in artikel 11 van de wet, de kosten verbonden aan advisering van de Waarderingskamer door derden, alsmede de huisvestings- en personele kosten.

Artikel 4

Onder de kosten van de waardering, bedoeld in artikel 2, tweede lid, worden verstaan de kosten verbonden aan:

Artikel 4a

Vervallen

Artikel 5
1.

De kosten van de Waarderingskamer worden aan de hand van de door haar vastgestelde begroting als bedoeld in artikel 26 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, in januari van het jaar waarop zij betrekking hebben, in voorlopige rekening gebracht aan de afnemers.

2.

De afnemers voldoen hun aandeel in de begrote kosten binnen vier weken.

3.

Na de goedkeuring door Onze Minister van het verslag van de Waarderingskamer als bedoeld in artikel 18 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, vindt de definitieve kostenverrekening plaats met de kosten van het jaar volgend op het jaar waarover dat verslag is vastgesteld.

Artikel 6
1.

De kosten van de landelijke voorziening WOZ komen ten laste van de afnemers. Het Rijk betaalt 40 percent, de gemeenten 45 percent en de waterschappen 15 percent.

2.

De Waarderingskamer draagt zorg voor de verrekening van de vergoeding van de kosten van de landelijke voorziening WOZ door de afnemers met de Dienst.

3.

De begroting voor de kosten van de landelijke voorziening WOZ wordt vastgesteld overeenkomstig de begroting van de Waarderingskamer.

4.

De waterschappen betalen aan het Rijk jaarlijks een vergoeding voor het aandeel van de waterschappen in de kosten van de landelijke voorziening WOZ. Het Rijk zorgt voor de betaling aan de Waarderingskamer. Artikel 2, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

5.

Het Rijk voldoet zijn aandeel in de begrote kosten binnen vier weken na vaststelling van de begroting aan de Waarderingskamer.

6.

Na de goedkeuring door Onze Minister van de jaarrekening van de landelijke voorziening vindt de definitieve kostenverrekening plaats met de kosten van het jaar volgend op het jaar waarover die jaarrekening is vastgesteld.

7.

De gemeenten betalen aan de Waarderingskamer een vergoeding voor het aandeel van de gemeenten in de kosten van de landelijke voorziening WOZ. De artikelen 2, zesde lid, en 5, tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 3. Gegevensbeheer

Artikel 7
1.

Ten behoeve van de heffing van belastingen door de afnemers worden door het college van burgemeester en wethouders ten minste de in de bijlage vermelde gegevens geregistreerd met betrekking tot:

2.

De authentieke gegevens uit andere basisregistraties die worden opgenomen in de basisregistratie WOZ, bedoeld in artikel 37a, tweede lid, van de wet, zijn de in de bijlage genoemde gegevens met de codenummers 10.20, 11.10, 11.20, 11.30, 11.40, 11.70, 51.10, 51.20, 51.30, 51.40, 51.50, 41.20, 01.10, 02.30, 04.05, 03.10, 02.31, 02.41, 08.10 en 08.11.

Artikel 8
1.

Het college van burgemeester en wethouders levert de in artikel 7 bedoelde gegevens aan de Dienst ten behoeve van de opname in de landelijke voorziening WOZ.

2.

De levering van gegevens aan de Dienst vindt plaats:

3.

Het college van burgemeester en wethouders stelt de Dienst onverwijld op de hoogte van feiten of omstandigheden met betrekking tot een beschikking die voor de afnemers van belang zijn in het kader van de heffing en invordering van hun belastingen.

4.

De Dienst draagt onverwijld zorg voor de levering van de gegevens, feiten en omstandigheden, bedoeld in dit artikel, aan de afnemers.

Artikel 9

De specificaties voor de aanlevering van gegevens door het college van burgemeester en wethouders aan de Dienst worden door de Waarderingskamer vastgesteld in overleg met de afnemers en de Dienst en gepubliceerd door de Waarderingskamer.

Hoofdstuk 4. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 10
1.

Als bestuursorgaan dat bevoegd is tot het gebruik van het waardegegeven en de daarbij behorende temporele en meta-kenmerken op grond van artikel 37h van de wet worden aangewezen:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.