← Geldende tekst · Geschiedenis

Besluit van 30 maart 1995, tot vaststelling van het Uitvoeringsbesluit motorrijtuigenbelasting 1994

Geldende tekst a fecha 2002-05-01

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Financiën van 6 september 1994, nr. WV94/365, Directoraat-Generaal voor Fiscale Zaken, Directie Wetgeving Verbruiksbelastingen;

Gelet op de artikelen 1, tweede lid, 4, 22, tweede lid, 30, derde lid, 50, tweede lid, 71, tweede lid, 72, eerste lid, 73 en 74, eerste lid, van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 en artikel 37 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;

De Raad van State gehoord (advies van 21 november 1994, nr. W06.94.0556);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Financiën van 20 maart 1995, nr. WV95/164, Directoraat-Generaal voor Fiscale Zaken, Directie Wetgeving Verbruiksbelastingen;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk I. Inleidende bepalingen

Artikel 1

Dit besluit geeft uitvoering aan de artikelen 1, tweede lid, 4, 19, eerste lid, 22, tweede en derde lid, 25b, 30, derde en vierde lid, 37b, derde lid en vierde lid, onderdeel b, 37c, tweede lid, 50, tweede lid, 71, tweede lid, 72, eerste lid, 73 en 74, eerste lid, van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 en artikel 37 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.

Artikel 2

In dit besluit wordt verstaan onder:

Hoofdstuk II. Belastbaar feit en definities

Artikel 3

Met betrekking tot het gebruik van motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de wet zijn de krachtens artikel 37, derde en vierde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 gestelde voorwaarden voor het gebruik van die motorrijtuigen en de aldaar bedoelde kentekens van toepassing.

Artikel 4

Met motorrijwielen als bedoeld in artikel 2, onderdeel d, van de wet worden gelijkgesteld motorrijtuigen op drie of vier wielen die:

HOOFDSTUK IIA. SCHORSING

Artikel 4a
1.

Voor een personenauto, bestelauto of motorrijwiel vindt artikel 19, eerste lid, van de wet toepassing indien het motorrijtuig zich gedurende de schorsingsperiode bevindt op een aan de inspecteur te melden stallingsplaats.

2.

Voor een vrachtauto vindt artikel 19, eerste lid, van de wet toepassing indien de vrachtauto zich gedurende de schorsingsperiode bevindt op een aan de inspecteur te melden stallingsplaats in Nederland.

Hoofdstuk III. Tarief

Artikel 5
1.

Voor een personenauto of bestelauto die is voorzien van een installatie voor het verplaatsen of vastzetten van een rolstoel wordt het gewicht van die installatie niet meegerekend bij het vaststellen van de eigen massa van het motorrijtuig indien het daartoe strekkende verzoek vergezeld gaat van bescheiden waaruit blijkt:

2.

Het verzoek, bedoeld in artikel 22, derde lid, van de wet gaat vergezeld van schriftelijk bewijs dat de personenauto of de bestelauto is ingericht en bestemd om mede te worden aangedreven door een elektromotor met een vermogen van ten minste 10 kW en van een opgave van het gewicht van de elektromotor en van het gewicht van de daarbij behorende accu's.

3.

De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking.

Artikel 5a
1.

Artikel 25b van de wet vindt toepassing voor een motorrijtuig dat wordt gebruikt in de uitoefening van de detailhandel en dat is voorzien van een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte die blijvend is ingericht als winkel en uitsluitend als zodanig wordt gebruikt, indien met het motorrijtuig niet wordt gereden op autowegen en autosnelwegen.

2.

De toepassing van artikel 25b van de wet vindt plaats op verzoek.

3.

Het verzoek wordt bij de inspecteur ingediend vóór de aanvang van het tijdvak.

4.

Bij het verzoek worden een of meer foto’s overgelegd waaruit blijkt dat het motorrijtuig op de in het eerste lid vermelde wijze is ingericht en waarop het kenteken duidelijk waarneembaar is.

5.

Bij het verzoek wordt een verklaring overgelegd dat als het motorrijtuig niet meer voldoet aan de in het eerste lid genoemde voorwaarden een opgaaf aan de inspecteur zal worden gedaan.

6.

De inspecteur beslist op het verzoek voor bij bezwaar vatbare beschikking. Tenzij in de beschikking anders is bepaald, werkt deze terug tot op het tijdstip waarop het verzoek is ingediend.

7.

Indien aan de in het eerste lid bedoelde voorwaarden niet langer wordt voldaan, trekt de inspecteur de beschikking in. De intrekking geschiedt bij voor bezwaar vatbare beschikking.

8.

Indien degene aan wie de beschikking is verleend niet voldoet aan de verplichting bedoeld in het vijfde lid, wordt de beschikking geacht te zijn vervallen op het tijdstip waarop aan de in het eerste lid gestelde voorwaarden niet meer wordt voldaan.

Artikel 6
1.

Artikel 30 van de wet vindt toepassing voor

2.

Voor de toepassing van het eerste lid, aanhef en onderdeel b, komen in aanmerking:

3.

De toepassing van artikel 30, eerste en tweede lid, van de wet vindt plaats op verzoek.

4.

Het verzoek wordt bij de inspecteur ingediend voor de aanvang van de vier aaneengesloten tijdvakken waarover de belasting wordt betaald.

5.

Bij het verzoek worden bescheiden overgelegd waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de in het eerste en tweede lid gestelde voorwaarden, alsmede een opgave van het kenteken van het motorrijtuig.

6.

Bij het verzoek wordt een verklaring overgelegd dat voor motorrijtuigen die niet meer voldoen aan de in het eerste en tweede lid gestelde voorwaarden een opgaaf aan de inspecteur zal worden gedaan.

7.

De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking.

Tenzij in de beschikking anders is bepaald, werkt deze terug tot op het tijdstip waarop de vier aaneengesloten tijdvakken aanvangen waarop het verzoek betrekking heeft.

8.

Indien aan de in het eerste en tweede lid bedoelde voorwaarden niet langer wordt voldaan, trekt de inspecteur de beschikking in. De intrekking geschiedt bij voor bezwaar vatbare beschikking.

9.

Indien degene aan wie de beschikking is verleend niet voldoet aan de verplichting bedoeld in het zesde lid, wordt de beschikking geacht te zijn vervallen op het tijdstip waarop aan de in het eerste en tweede lid gestelde voorwaarden niet meer wordt voldaan.

10.

De houder van een motorrijtuig waarop de voorwaarde van het gebruik van de weg op niet meer dan zestig dagen gedurende de vier aaneengesloten tijdvakken waarover de belasting wordt betaald, van toepassing is, is verplicht aantekening te houden van de dagen waarop gebruik van de weg wordt gemaakt, alsmede van het aantal kilometers dat op de desbetreffende dagen is gereden.

Artikel 7
1.

Artikel 50 van de wet vindt toepassing voor een autobus die in de uitoefening van een bedrijf, niet zijnde een lease- of verhuurbedrijf van motorrijtuigen, wordt gebruikt als reserve-motorrijtuig: indien de autobus beschikbaar wordt gehouden voor vervanging van motorrijtuigen van dezelfde soort in gevallen van noodzakelijk herstel of onderhoud van die motorrijtuigen of van plotseling optredende bedrijfsdrukte en daarmee uitsluitend in deze gevallen niet meer dan zestig dagen gedurende het tijdvak van twaalf maanden waarover belasting wordt betaald gebruik van de weg wordt gemaakt.

2.

De toepassing van artikel 50, eerste lid, van de wet vindt plaats op verzoek.

3.

Artikel 6, tweede lid, en vierde tot en met tiende lid, is van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk IIIA. Bedrijfsvoertuigenpark

Artikel 7a

De inspecteur verleent een vergunning voor een bedrijfsvoertuigenpark onder de nadere voorwaarden en beperkingen dat:

Artikel 7b
1.

De vergunning, bedoeld in artikel 37a van de wet kan slechts op verzoek worden gewijzigd indien gedurende het jaar waarvoor zij is afgegeven:

2.

De vergunning wordt niet ingetrokken indien het eerste lid, onderdeel a of b, zich voordoet en daarmee de verhouding tussen en het aantal vrachtauto’s en het aantal aanhangwagens niet meer voldoet aan het bepaalde in artikel 37b, tweede lid, onderdeel g, van de wet, tenzij sprake is van misbruik als bedoeld in het vijfde lid, onderdeel b, van dat artikel.

Artikel 7c

Vervallen

Hoofdstuk IV. Vrijstellingen

Artikel 8

Vrijstelling van belasting voor motorrijtuigen die zijn ingericht en uitsluitend worden gebruikt voor het vervoer van zieken en gewonden en die als zodanig uiterlijk herkenbaar zijn, wordt verleend indien:

Artikel 9

Vrijstelling van belasting voor motorrijtuigen die zijn ingericht en uitsluitend worden gebruikt voor het vervoer van een stoffelijk overschot, wordt verleend indien:

Artikel 10

Vrijstelling van belasting voor motorrijtuigen die zijn ingericht en uitsluitend worden gebruikt voor het vervoer van zieke en gewonde dieren en die als zodanig uiterlijk herkenbaar zijn, wordt verleend indien zij zijn voorzien van:

Artikel 11

Vrijstelling van belasting voor motorrijtuigen die worden gehouden door een museum als historisch exemplaar of daaraan als zodanig in bruikleen zijn afgestaan wordt verleend, indien:

Artikel 12

Vrijstelling van belasting voor motorrijtuigen die 25 jaar en ouder zijn, wordt verleend indien:

Artikel 13

Vrijstelling van belasting voor motorrijtuigen die uitsluitend worden gebruikt voor defensie wordt verleend indien voor die motorrijtuigen de artikelen 4, eerste lid, en 37, eerste lid, onderdeel c, van de Wegenverkeerswet 1994 van toepassing zijn.

Artikel 14
1.

Vrijstelling van belasting voor motorrijtuigen die uitsluitend worden gebruikt door de politie en als zodanig uiterlijk herkenbaar zijn, wordt verleend indien:

2.

Vrijstelling van belasting voor motorrijtuigen die uitsluitend worden gebruikt door de brandweer en als zodanig uiterlijk herkenbaar zijn wordt verleend indien:

3.

Onder brandweer-instantie wordt mede begrepen een bedrijf dat beschikt over een eigen bedrijfsbrandweer.

Artikel 15

Vrijstelling van belasting voor motorrijtuigen die zijn ingericht en uitsluitend worden gebruikt als uitleenbureau van openbare leeszalen en bibliotheken, wordt verleend indien:

Artikel 16

Vrijstelling van belasting voor motorrijtuigen die uitsluitend worden gebruikt voor schooltandverzorging, de keuringsdienst van waren of de vleeskeuringsdienst wordt verleend indien:

Artikel 17

Vrijstelling van belasting voor motorrijtuigen die zijn ingericht en uitsluitend worden gebruikt als vuilniswagen, kolkenzuiger of straatveegwagen wordt verleend indien:

Artikel 18

Vrijstelling van belasting voor motorrijtuigen die zijn ingericht en uitsluitend worden gebruikt voor het vervoer van voor vernietiging bestemde dieren wordt verleend indien:

Artikel 19

Vrijstelling van belasting voor motorrijtuigen die zijn ingericht en uitsluitend worden gebruikt voor de aanleg en het onderhoud van wegen wordt verleend indien de houder van het motorrijtuig:

Artikel 20

Vrijstelling van belasting voor motorrijtuigen die zijn ingericht voor het gebruik elders dan op wegen en uitsluitend worden gebruikt voor het landbouw- of het bosbouwbedrijf wordt verleend indien:

Artikel 21

Vrijstelling van belasting voor motorrijtuigen waarmee gewoonlijk slechts over een geringe afstand gebruik van de weg wordt gemaakt, wordt verleend, indien:

Artikel 22

Vrijstelling van belasting voor motorrijtuigen waarmee met het oog op een ingevolge hoofdstuk V van de Wegenverkeerswet 1994 te verrichten keuring van het motorrijtuig tijdens een voor het motorrijtuig geldende schorsing gebruik van de weg wordt gemaakt op de dag waarop dat motorrijtuig naar aanleiding van de aanvraag van een keuringsbewijs aan een keuring wordt onderworpen, wordt verleend indien bescheiden worden overgelegd waaruit blijkt dat het motorrijtuig op de desbetreffende dag aan een keuring zal worden onderworpen.

Artikel 23
1.

Vrijstelling van belasting voor motorrijtuigen die blijkens een ingevolge de Wet personenvervoer of de Wet personenvervoer 2000 afgegeven vergunning, dan wel voor zover afgegeven een vergunningbewijs, zijn bestemd om daarmee als personenauto openbaar vervoer of taxivervoer te verrichten en daarvoor geheel of nagenoeg geheel worden gebruikt, wordt verleend indien:

2.

Telkens vóór het einde van het vierde opeenvolgende tijdvak, gerekend vanaf het tijdstip waarop de vrijstelling van kracht is geworden, worden een afschrift als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en een verklaring als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, overgelegd.

Artikel 24

Vrijstelling van belasting voor motorrijtuigen die zijn geregistreerd in het buitenland en in Nederland feitelijk ter beschikking staan van natuurlijke personen die hun hoofdverblijf buiten Nederland hebben, wordt verleend, indien aannemelijk wordt gemaakt dat het gebruik in Nederland van incidentele aard is.

Artikel 25

Vrijstelling van belasting voor motorrijtuigen die zijn geregistreerd in het buitenland en door een aldaar gevestigde werkgever ter beschikking zijn gesteld aan een als werknemer bij hem in dienst zijnde in Nederland wonende persoon, wordt verleend indien:

Artikel 26

Vrijstelling van belasting voor motorrijtuigen die zijn geregistreerd in het buitenland en die worden gebruikt door Nederlands ingezetenen die elders dan in Nederland hoofd zijn van een eenmansbedrijf, lid zijn van een maatschap, of bestuurder, vennoot of aandeelhouder zijn van een onderneming, opgericht in de vorm van een vennootschap, wordt verleend indien:

Artikel 27
1.

De vrijstellingen, bedoeld in de artikelen 8 tot en met 26 worden op verzoek verleend.

2.

Het verzoek wordt bij de inspecteur ingediend vóór de aanvang van het tijdvak, dan wel van het gebruik van de weg in Nederland met het motorrijtuig.

3.

Bij het verzoek worden de in de artikelen 8 tot en met 26 bedoelde opgaven, verklaringen en bescheiden overgelegd, alsmede een opgave van het kenteken van het motorrijtuig.

4.

Bij het verzoek wordt een verklaring overgelegd dat voor motorrijtuigen die niet meer voldoen aan in de artikelen 8 tot en met 26 gestelde voorwaarden of omstandigheden, dan wel - voor zover het andere motorrijtuigen betreft - worden afgestoten, een opgaaf aan de inspecteur zal worden gedaan.

5.

De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking. De vrijstelling werkt, tenzij in de beschikking anders is bepaald, terug tot op het tijdstip waarop het verzoek is ingediend.

6.

Indien de in het vierde lid bedoelde voorwaarden of omstandigheden zich niet langer voordoen, trekt de inspecteur de vrijstelling in. De intrekking geschiedt bij voor bezwaar vatbare beschikking.

7.

Indien degene aan wie de vrijstelling is verleend niet voldoet aan de verplichting bedoeld in het vierde lid, wordt de vrijstelling geacht te zijn vervallen op het tijdstip waarop de in de artikelen 8 tot en met 26 bedoelde voorwaarden of omstandigheden zich niet meer voordoen.

8.

Bij beëindiging van de vrijstelling geldt als kort tijdvak waarover de belasting moet worden betaald, het tijdvak dat aanvangt met ingang van de dag waarop de vrijstelling is opgeheven en dat eindigt met de dag voorafgaande aan de eerste dag van het tijdvak met ingang waarvan de belasting voor het eerst na beëindiging van die vrijstelling moet worden betaald op de voet van artikel 11, eerste lid, van de wet.

Artikel 28
1.

Vrijstelling van een gedeelte van de belasting voor motorrijtuigen, alsmede voor voertuigen als bedoeld in artikel 55 van de wet die worden gebezigd in het gecombineerde rail-wegvervoer van goederen tussen lid-staten van de Europese Unie wordt verleend indien de toepasselijkheid van de vrijstelling blijkt uit boeken en bescheiden.

2.

Ter vaststelling van het aantal dagen dat het in het eerste lid bedoelde motorrijtuig of voertuig per trein is vervoerd, worden de dag van aanvang en de dag van beëindiging van het vervoer per trein te zamen gerekend één dag te zijn. Indien het aantal dagen dat het motorrijtuig of voertuig in het betrokken tijdvak per trein is vervoerd, minder is dan zestien in een tijdvak van twaalf maanden, of minder dan vier in een tijdvak van drie maanden, wordt de vrijstelling niet verleend.

3.

De vrijstelling wordt op verzoek verleend in de vorm van teruggaaf van belasting.

4.

Het verzoek wordt ingediend binnen drie maanden na afloop van het tijdvak waarover de belasting is voldaan.

5.

De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking.

Artikel 29

Vrijstelling van belasting voor motorrijtuigen waarvan de houder niet in Nederland woont of is gevestigd en die zijn ingeschreven in één van de in de bijlage bij dit besluit genoemde landen als toebehorende aan een in dat land wonende of gevestigde houder wordt verleend, met inachtneming van de bij het desbetreffende land vermelde aanwijzingen.

Hoofdstuk V. Overgangsbepalingen

Artikel 30
1.

Voor motorrijtuigen waarvoor tot 1 april 1995 een vrijstelling van belasting gold op grond van artikel 9 van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1966, en waarvoor op grond van de artikelen 71 tot en met 73 van de wet aanspraak op een vrijstelling kan worden gemaakt, geldt in afwijking van artikel 27 dat:

2.

In de in het eerste lid genoemde gevallen wordt de vrijstelling geacht te zijn verleend op grond van de wet tot de in het eerste lid genoemde tijdstippen.

Artikel 31
1.

Het Uitvoeringsbesluit motorrijtuigenbelasting 1966 wordt ingetrokken, met dien verstande dat het van toepassing blijft voor de gevallen bedoeld in artikel 30.

2.

Het Besluit tot vrijstelling van motorrijtuigenbelasting voor buitenlanders wordt ingetrokken.

Hoofdstuk VI. Slotbepalingen

Artikel 32

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de wet in werking treedt.

Artikel 33

Dit besluit kan worden aangehaald als Uitvoeringsbesluit motorrijtuigenbelasting 1994.

Bijlage

Land waar de houder woont of is gevestigd Omschrijving van de motorrijtuigen waarvoor de vrijstelling geldt Duur van de vrijstelling
A. Lid-staten van de Europese Unie
België alle motorrijtuigen onbeperkte duur
Duitsland a. motorrijtuigen, ingericht voor personenvervoer en niet dienende tot het vervoer van personen tegen betaling al dan niet ononderbroken duur van ten hoogste zeven maanden per tijdvak van twaalf maanden
b. motorrijtuigen, andere dan bedoeld onder onderdeel a ten hoogste veertien dagen
Denemarken a. motorrijtuigen, ingericht voor personenvervoer en niet dienende tot het vervoer van personen tegen betaling al dan niet ononderbroken duur van ten hoogste zeven maanden per tijdvak van twaalf maanden
b. motorrijtuigen, andere dan bedoeld onder onderdeel a ten hoogste drie maanden
Frankrijk alle motorrijtuigen ten hoogste twaalf maanden
Griekenland a. motorrijtuigen, ingericht voor personenvervoer en niet dienende tot het vervoer van personen tegen betaling al dan niet ononderbroken duur van ten hoogste zeven maanden per tijdvak van twaalf maanden
b. motorrijtuigen, andere dan bedoeld onder onderdeel a onbeperkte duur
Ierland a. motorrijtuigen, ingericht voor personenvervoer en niet dienende tot het vervoer van personen tegen betaling al dan niet ononderbroken duur van ten hoogste zeven maanden per tijdvak van twaalf maanden
b. motorrijtuigen, niet ingericht voor personenvervoer onbeperkte duur
Italië a. motorrijtuigen, ingericht voor personenvervoer en niet dienende tot het vervoer van personen tegen betaling al dan niet ononderbroken duur van ten hoogste zeven maanden per tijdvak van twaalf maanden
b. motorrijtuigen, andere dan bedoeld onder onderdeel a onbeperkte duur
Luxemburg alle motorrijtuigen onbeperkte duur
Portugal alle motorrijtuigen, met uitzondering van die, ingericht voor personenvervoer en niet dienende tot het vervoer van personen tegen betaling onbeperkte duur
Spanje motorrijtuigen, ingericht voor personenvervoer ten hoogste twaalf maanden
Verenigd Koninkrijk a. motorrijtuigen, ingericht voor personenvervoer en niet dienende tot het vervoer van personen tegen betaling al dan niet ononderbroken duur van ten hoogste zeven maanden per tijdvak van twaalf maanden
b. motorrijtuigen, andere dan bedoeld onder onderdeel a onbeperkte duur
Alle lid-staten motorrijtuigen, ingericht voor personenvervoer en niet dienende tot het vervoer van personen of goederen tegen betaling regelmatig gebruik van de weg in Nederland van de verblijfplaats buiten Nederland naar de arbeidsplaats en terug
B. Overige landen
Aruba alle motorrijtuigen onbeperkte duur
Bulgarije alle motorrijtuigen, met uitzondering van die, ingericht voor personenvervoer en niet dienende tot het vervoer van personen tegen betaling onbeperkte duur
Canada motorrijtuigen, ingericht voor personenvervoer en niet dienende tot het vervoer van personen tegen betaling ten hoogste twaalf maanden
Cyprus motorrijtuigen, niet ingericht voor personenvervoer onbeperkte duur
Finland alle motorrijtuigen, met uitzondering van die, ingericht voor personenvervoer en niet dienende tot het vervoer van personen tegen betaling onbeperkte duur
Hongarije a. motorrijtuigen, ingericht voor personenvervoer en niet dienende tot het vervoer van personen tegen betaling ten hoogste 60 dagen per kalenderjaar
b. motorrijtuigen, niet ingericht voor personenvervoer onbeperkte duur
Israël motorrijtuigen, niet ingericht voor personenvervoer onbeperkte duur
Japan motorrijtuigen, ingericht voor personenvervoer en niet dienende tot het vervoer van personen tegen betaling ten hoogste drie maanden
Joegoslavië a. motorrijtuigen, ingericht voor personenvervoer en niet dienende tot het vervoer van personen tegen betaling onbeperkte duur
b. motorrijtuigen, andere dan bedoeld onder onderdeel a vrijstelling onder voorwaarde dat een geldig legitimatiebewijs wordt overgelegd
Liechtenstein alle motorrijtuigen ten hoogste drie maanden
Nederlandse Antillen alle motorrijtuigen onbeperkte duur
Noorwegen alle motorrijtuigen, met uitzondering van die welke niet zijn ingericht voor personenvervoer en worden voortbewogen of zijn ingericht om te worden voortbewogen door een kracht welke niet uitsluitend wordt ontleend aan benzine ten hoogste twaalf maanden
Oostenrijk alle motorrijtuigen onbeperkte duur
Polen alle motorrijtuigen met uitzondering van die gebezigd voor doorgaand transport en van die, ingericht voor personenvervoer en niet dienende tot het vervoer van personen tegen betaling onbeperkte duur
Roemenië motorrijtuigen, niet ingericht voor personenvervoer onbeperkte duur
Suriname alle motorrijtuigen ten hoogste twaalf maanden
Tsjechoslowakije alle motorrijtuigen onbeperkte duur
Turkije motorrijtuigen, niet ingericht voor personenvervoer onbeperkte duur
Unie van Socialistische Sovjetrepublieken alle motorrijtuigen onbeperkte duur
Unie van Zuid-Afrika alle motorrijtuigen ten hoogste twaalf maanden
Verenigde Staten van Amerika alle motorrijtuigen ten hoogste twaalf maanden
Zweden alle motorrijtuigen ten hoogste twaalf maanden
Zwitserland alle motorrijtuigen ten hoogste drie maanden

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.