← Geldende tekst · Geschiedenis

Besluit van 30 maart 1995, tot vaststelling van het Uitvoeringsbesluit motorrijtuigenbelasting 1994

Geldende tekst a fecha 2012-01-01

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Financiën van 6 september 1994, nr. WV94/365, Directoraat-Generaal voor Fiscale Zaken, Directie Wetgeving Verbruiksbelastingen;

Gelet op de artikelen 1, tweede lid, 4, 22, tweede lid, 30, derde lid, 50, tweede lid, 71, tweede lid, 72, eerste lid, 73 en 74, eerste lid, van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 en artikel 37 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;

De Raad van State gehoord (advies van 21 november 1994, nr. W06.94.0556);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Financiën van 20 maart 1995, nr. WV95/164, Directoraat-Generaal voor Fiscale Zaken, Directie Wetgeving Verbruiksbelastingen;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk I. Inleidende bepalingen

Artikel 1

Dit besluit geeft uitvoering aan de artikelen 1, tweede lid, 4, 19, eerste lid, 22, tweede lid, 23a, eerste lid, 24a, eerste lid, 25b, 30, tweede lid, 37b, derde lid en vierde lid, onderdeel b, 71, tweede lid, 72, eerste lid, 73 en 74, eerste lid, van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 en artikel 37, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.

Artikel 2

In dit besluit wordt verstaan onder:

Hoofdstuk II. Belastbaar feit en definities

Artikel 3

Met betrekking tot het gebruik van motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de wet zijn de krachtens artikel 37, derde en vierde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 gestelde voorwaarden voor het gebruik van die motorrijtuigen en de aldaar bedoelde kentekens van toepassing.

Artikel 4

Met motorrijwielen als bedoeld in artikel 2, onderdeel d, van de wet worden gelijkgesteld motorrijtuigen op drie of vier wielen die:

HOOFDSTUK IIA. SCHORSING

Artikel 4a

Vervallen

Hoofdstuk III. Tarief

Artikel 5

Voor een personenauto of bestelauto die is voorzien van een installatie voor het verplaatsen of vastzetten van een rolstoel wordt het gewicht van die installatie niet meegerekend bij het vaststellen van de eigen massa van het motorrijtuig indien het daartoe strekkende verzoek vergezeld gaat van bescheiden waaruit blijkt:

Artikel 5a
1.

Ten behoeve van eenzelfde gehandicapte vindt artikel 24a van de wet toepassing voor één bestelauto.

2.

Artikel 24a van de wet vindt slechts toepassing indien het verzoek daartoe wordt ingediend bij de inspecteur voor de aanvang van het tijdvak, en

3.

Indien artikel 24a van de wet reeds wordt toegepast voor een andere bestelauto ten behoeve van de gehandicapte, wordt in het verzoek vermeld vanaf welke datum de bestelauto waarop het verzoek betrekking heeft die andere bestelauto vervangt voor het in artikel 24a, eerste lid, van de wet bedoelde vervoer.

4.

De beschikking bedoeld in artikel 24a, zesde lid, van de wet werkt terug tot op het tijdstip waarop het verzoek is ingediend, tenzij in de beschikking anders is bepaald.

5.

Telkens vóór het einde van het vierde opeenvolgende tijdvak, gerekend vanaf het tijdstip waarop de beschikking van kracht is geworden, wordt een verklaring van de gehandicapte en, in geval dit een ander is, de houder overgelegd dat de bestelauto uitsluitend wordt gebruikt voor het in het tweede lid, onderdeel b, bedoelde gebruik en dat de bestelauto niet in een zodanige staat is gebracht, anders dan door een aanpassing als bedoeld in het artikel 24a, tweede lid,van de wet, dat het een personenauto is.

6.

Indien niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden en beperkingen voor de toepassing van artikel 24a van de wet, trekt de inspecteur de beschikking in. De intrekking geschiedt bij voor bezwaar vatbare beschikking. Indien degene aan wie de beschikking is verleend niet voldoet aan de verplichting bedoeld in artikel 17, tweede lid, of artikel 24a, vierde lid, van de wet, wordt de beschikking geacht te zijn vervallen op het tijdstip waarop niet langer aan de voorwaarden en beperkingen van artikel 24a van de wet wordt voldaan.

Artikel 6
1.

Artikel 30 van de wet vindt toepassing voor

2.

De toepassing van artikel 30, eerste lid, van de wet vindt plaats op verzoek.

3.

Het verzoek wordt bij de inspecteur ingediend voor de aanvang van het eerste tijdvak waarover om de toepassing van artikel 30, eerste lid, van de wet wordt verzocht.

4.

Bij het verzoek worden bescheiden overgelegd waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de in het eerste lid gestelde voorwaarden, alsmede een opgave van het kenteken van het motorrijtuig.

5.

Wanneer een motorrijtuig niet meer voldoet aan de in het eerste lid gestelde voorwaarden doet de belastingplichtige daarvan opgaaf aan de inspecteur.

6.

De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking.

Tenzij in de beschikking anders is bepaald, werkt deze terug tot op het tijdstip waarop het eerste tijdvak aanvangt waarop het verzoek betrekking heeft.

7.

Indien aan de in het eerste lid bedoelde voorwaarden niet langer wordt voldaan, trekt de inspecteur de beschikking in. De intrekking geschiedt bij voor bezwaar vatbare beschikking.

8.

Indien degene aan wie de beschikking is verleend niet voldoet aan de verplichting bedoeld in het vijfde lid, wordt de beschikking geacht te zijn vervallen op het tijdstip waarop aan de in het eerste lid gestelde voorwaarden niet meer wordt voldaan.

Artikel 7

Vervallen

Hoofdstuk IIIA. Bedrijfsvoertuigenpark

Artikel 7a

De inspecteur verleent een vergunning voor een bedrijfsvoertuigenpark onder de nadere voorwaarden en beperkingen dat:

Artikel 7b
1.

De vergunning, bedoeld in artikel 37a van de wet kan slechts op verzoek worden gewijzigd indien gedurende het jaar waarvoor zij is afgegeven:

2.

De vergunning wordt niet ingetrokken indien het eerste lid, onderdeel a of b, zich voordoet en daarmee de verhouding tussen en het aantal vrachtauto’s en het aantal aanhangwagens niet meer voldoet aan het bepaalde in artikel 37b, tweede lid, onderdeel g, van de wet, tenzij sprake is van misbruik als bedoeld in het vijfde lid, onderdeel b, van dat artikel.

Artikel 7c

Vervallen

Hoofdstuk IV. Vrijstellingen

Artikel 8

Vrijstelling van belasting voor motorrijtuigen die zijn ingericht en uitsluitend worden gebruikt voor het vervoer van zieken en gewonden en die als zodanig uiterlijk herkenbaar zijn, wordt verleend indien:

Artikel 9

Vrijstelling van belasting voor motorrijtuigen die zijn ingericht en uitsluitend worden gebruikt voor het vervoer van een stoffelijk overschot, wordt verleend indien:

Artikel 10

Vrijstelling van belasting voor motorrijtuigen die zijn ingericht en uitsluitend worden gebruikt voor het vervoer van zieke en gewonde dieren en die als zodanig uiterlijk herkenbaar zijn, wordt verleend indien zij zijn voorzien van:

Artikel 11

Vervallen

Artikel 12

Vrijstelling van belasting voor motorrijtuigen die op 31 december 2011 ten minste 25 jaar oud waren, wordt verleend indien:

Artikel 13

Vrijstelling van belasting voor motorrijtuigen die uitsluitend worden gebruikt voor defensie wordt verleend indien voor die motorrijtuigen de artikelen 4, eerste lid, en 37, eerste lid, onderdeel c, van de Wegenverkeerswet 1994 van toepassing zijn.

Artikel 14
1.

Vrijstelling van belasting voor motorrijtuigen die uitsluitend worden gebruikt door de politie wordt verleend indien:

2.

Vrijstelling van belasting voor motorrijtuigen die uitsluitend worden gebruikt door de brandweer en als zodanig uiterlijk herkenbaar zijn wordt verleend indien:

3.

Onder brandweer-instantie wordt mede begrepen een aangewezen inrichting als bedoeld in artikel 31 van de Wet veiligheidsregio’s.

Artikel 15

Vervallen

Artikel 16

Vervallen

Artikel 17

Vrijstelling van belasting voor motorrijtuigen die zijn ingericht en uitsluitend worden gebruikt als vuilniswagen, kolkenzuiger of straatveegwagen wordt verleend indien:

Artikel 18

Vervallen

Artikel 19

Vrijstelling van belasting voor motorrijtuigen die zijn ingericht en uitsluitend worden gebruikt voor de aanleg en het onderhoud van wegen wordt verleend indien de houder van het motorrijtuig:

Artikel 20

Vervallen

Artikel 21

Vrijstelling van belasting voor motorrijtuigen waarmee gewoonlijk slechts over een geringe afstand gebruik van de weg wordt gemaakt, wordt verleend, indien:

Artikel 22

Vrijstelling van belasting voor motorrijtuigen waarmee met het oog op een ingevolge hoofdstuk V van de Wegenverkeerswet 1994 te verrichten keuring van het motorrijtuig tijdens een voor het motorrijtuig geldende schorsing gebruik van de weg wordt gemaakt op de dag waarop dat motorrijtuig naar aanleiding van de aanvraag van een keuringsbewijs aan een keuring wordt onderworpen, wordt verleend indien bescheiden worden overgelegd waaruit blijkt dat het motorrijtuig op de desbetreffende dag aan een keuring zal worden onderworpen.

Artikel 23
1.

Vrijstelling van belasting voor motorrijtuigen die blijkens een ingevolge de Wet personenvervoer of de Wet personenvervoer 2000 afgegeven vergunning, dan wel voor zover afgegeven een vergunningbewijs, zijn bestemd om daarmee als personenauto openbaar vervoer of taxivervoer te verrichten en daarvoor geheel of nagenoeg geheel worden gebruikt, wordt verleend indien:

2.

Op een met de inspecteur afgesproken tijdstip worden jaarlijks een afschrift als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en een verklaring als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, overgelegd.

Artikel 24

Vervallen

Artikel 25

Vrijstelling van belasting voor motorrijtuigen die zijn geregistreerd in het buitenland en door een aldaar gevestigde werkgever ter beschikking zijn gesteld aan een als werknemer bij hem in dienst zijnde in Nederland wonende persoon, wordt verleend indien:

Artikel 26

Vrijstelling van belasting voor motorrijtuigen die zijn geregistreerd in het buitenland en die worden gebruikt door Nederlands ingezetenen die elders dan in Nederland hoofd zijn van een eenmansbedrijf, lid zijn van een maatschap, of bestuurder, vennoot of aandeelhouder zijn van een onderneming, opgericht in de vorm van een vennootschap, wordt verleend indien:

Artikel 27
1.

De vrijstellingen, bedoeld in de artikelen 8 tot en met 10, 13, 14, 17, 19, 21, 23, 25 en 26, worden op verzoek verleend. De vrijstelling, bedoeld in artikel 12, wordt voor vrachtauto’s en autobussen op verzoek verleend.

2.

Ingeval voor een motorrijtuig een verzoek wordt ingediend om vrijstelling van de belasting van personenauto’s en motorrijwielen ingevolge artikel 2 of artikel 3 van het Uitvoeringsbesluit belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992, geldt dit verzoek mede als verzoek om toepassing van de vrijstelling ingevolge artikel 25 onderscheidenlijk artikel 26 van dit besluit.

3.

Het verzoek wordt bij de inspecteur ingediend vóór de aanvang van het tijdvak, onderscheidenlijk van het gebruik van de weg in Nederland met het motorrijtuig.

4.

Bij het verzoek worden de bescheiden die van belang zijn voor de toepassing van de vrijstelling overgelegd, alsmede een opgave van het kenteken van het motorrijtuig.

5.

De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking. De vrijstelling werkt, tenzij in de beschikking anders is bepaald, terug tot op het tijdstip waarop het verzoek is ingediend.

6.

Indien niet of niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden van de vrijstelling, of indien het motorrijtuig wordt afgestoten, stelt degene aan wie de vrijstelling is verleend, de inspecteur daarvan onverwijld in kennis.

7.

Indien niet langer aan de voorwaarden van de vrijstelling wordt voldaan, trekt de inspecteur de vrijstelling in bij voor bezwaar vatbare beschikking.

8.

Indien degene aan wie de vrijstelling is verleend niet voldoet aan de verplichting, bedoeld in het zesde lid, vervalt de vrijstelling op het tijdstip waarop niet langer aan de voorwaarden van de vrijstelling wordt voldaan.

9.

Bij beëindiging van de vrijstelling wordt de belasting verschuldigd over het resterende gedeelte van het lopende tijdvak, met dien verstande dat voor motorrijtuigen die niet zijn geregistreerd in het register, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de wet, de belasting verschuldigd wordt vanaf de dag waarop de vrijstelling is beëindigd.

Artikel 28
1.

Vrijstelling van een gedeelte van de belasting voor motorrijtuigen die worden gebezigd in het gecombineerde rail-wegvervoer van goederen tussen lid-staten van de Europese Unie wordt verleend indien de toepasselijkheid van de vrijstelling blijkt uit boeken en bescheiden.

2.

Ter vaststelling van het aantal dagen dat het in het eerste lid bedoelde motorrijtuig of voertuig per trein is vervoerd, worden de dag van aanvang en de dag van beëindiging van het vervoer per trein te zamen gerekend één dag te zijn. Indien het aantal dagen dat het motorrijtuig of voertuig in het betrokken tijdvak per trein is vervoerd, minder is dan zestien in een tijdvak van twaalf maanden, of minder dan vier in een tijdvak van drie maanden, wordt de vrijstelling niet verleend.

3.

De vrijstelling wordt op verzoek verleend in de vorm van teruggaaf van belasting.

4.

Het verzoek wordt ingediend binnen drie maanden na afloop van het tijdvak waarover de belasting is voldaan.

5.

De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking.

Artikel 29
1.

Met inachtneming van het beginsel van wederkerigheid wordt, in aansluiting aan de desbetreffende bepalingen in de wetgeving van een ander land of in een regeling van internationaal recht, vrijstelling van belasting verleend voor motorrijtuigen die zijn ingeschreven in een ander land en waarvan de houder niet in Nederland woont of is gevestigd.

2.

Wanneer motorrijtuigen als bedoeld in het eerste lid feitelijk ter beschikking staan van natuurlijke personen die hun hoofdverblijf buiten Nederland hebben, wordt, behoudens blijk van het tegendeel, geacht aan het beginsel van wederkerigheid te zijn voldaan indien:

3.

Onze Minister houdt een lijst bij van de in het eerste lid bedoelde vrijstellingen en de daarbij geldende voorwaarden en beperkingen, voor zover deze afwijken van het in het tweede lid bepaalde, en draagt zorg voor de bekendmaking van deze lijst.

Hoofdstuk V. Overgangsbepalingen

Artikel 30
1.

Voor motorrijtuigen waarvoor tot 1 april 1995 een vrijstelling van belasting gold op grond van artikel 9 van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1966, en waarvoor op grond van de artikelen 71 tot en met 73 van de wet aanspraak op een vrijstelling kan worden gemaakt, geldt in afwijking van artikel 27 dat:

2.

In de in het eerste lid genoemde gevallen wordt de vrijstelling geacht te zijn verleend op grond van de wet tot de in het eerste lid genoemde tijdstippen.

Artikel 31
1.

Het Uitvoeringsbesluit motorrijtuigenbelasting 1966 wordt ingetrokken, met dien verstande dat het van toepassing blijft voor de gevallen bedoeld in artikel 30.

2.

Het Besluit tot vrijstelling van motorrijtuigenbelasting voor buitenlanders wordt ingetrokken.

Hoofdstuk V. Overgangsbepalingen

Artikel 32

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de wet in werking treedt.

Artikel 33

Dit besluit kan worden aangehaald als Uitvoeringsbesluit motorrijtuigenbelasting 1994.

Bijlage

Land waar de houder woont of is gevestigd Omschrijving van de motorrijtuigen waarvoor de vrijstelling geldt Duur van de vrijstelling
A. Lid-staten van de Europese Unie
België alle motorrijtuigen onbeperkte duur
Duitsland a. motorrijtuigen, ingericht voor personenvervoer en niet dienende tot het vervoer van personen tegen betaling al dan niet ononderbroken duur van ten hoogste zeven maanden per tijdvak van twaalf maanden
b. motorrijtuigen, andere dan bedoeld onder onderdeel a ten hoogste veertien dagen
Denemarken a. motorrijtuigen, ingericht voor personenvervoer en niet dienende tot het vervoer van personen tegen betaling al dan niet ononderbroken duur van ten hoogste zeven maanden per tijdvak van twaalf maanden
b. motorrijtuigen, andere dan bedoeld onder onderdeel a ten hoogste drie maanden
Frankrijk alle motorrijtuigen ten hoogste twaalf maanden
Griekenland a. motorrijtuigen, ingericht voor personenvervoer en niet dienende tot het vervoer van personen tegen betaling al dan niet ononderbroken duur van ten hoogste zeven maanden per tijdvak van twaalf maanden
b. motorrijtuigen, andere dan bedoeld onder onderdeel a onbeperkte duur
Ierland a. motorrijtuigen, ingericht voor personenvervoer en niet dienende tot het vervoer van personen tegen betaling al dan niet ononderbroken duur van ten hoogste zeven maanden per tijdvak van twaalf maanden
b. motorrijtuigen, niet ingericht voor personenvervoer onbeperkte duur
Italië a. motorrijtuigen, ingericht voor personenvervoer en niet dienende tot het vervoer van personen tegen betaling al dan niet ononderbroken duur van ten hoogste zeven maanden per tijdvak van twaalf maanden
b. motorrijtuigen, andere dan bedoeld onder onderdeel a onbeperkte duur
Luxemburg alle motorrijtuigen onbeperkte duur
Portugal alle motorrijtuigen, met uitzondering van die, ingericht voor personenvervoer en niet dienende tot het vervoer van personen tegen betaling onbeperkte duur
Spanje motorrijtuigen, ingericht voor personenvervoer ten hoogste twaalf maanden
Verenigd Koninkrijk a. motorrijtuigen, ingericht voor personenvervoer en niet dienende tot het vervoer van personen tegen betaling al dan niet ononderbroken duur van ten hoogste zeven maanden per tijdvak van twaalf maanden
b. motorrijtuigen, andere dan bedoeld onder onderdeel a onbeperkte duur
Alle lid-staten motorrijtuigen, ingericht voor personenvervoer en niet dienende tot het vervoer van personen of goederen tegen betaling regelmatig gebruik van de weg in Nederland van de verblijfplaats buiten Nederland naar de arbeidsplaats en terug
B. Overige landen
Aruba alle motorrijtuigen onbeperkte duur
Bulgarije alle motorrijtuigen, met uitzondering van die, ingericht voor personenvervoer en niet dienende tot het vervoer van personen tegen betaling onbeperkte duur
Canada motorrijtuigen, ingericht voor personenvervoer en niet dienende tot het vervoer van personen tegen betaling ten hoogste twaalf maanden
Cyprus motorrijtuigen, niet ingericht voor personenvervoer onbeperkte duur
Finland alle motorrijtuigen, met uitzondering van die, ingericht voor personenvervoer en niet dienende tot het vervoer van personen tegen betaling onbeperkte duur
Hongarije a. motorrijtuigen, ingericht voor personenvervoer en niet dienende tot het vervoer van personen tegen betaling ten hoogste 60 dagen per kalenderjaar
b. motorrijtuigen, niet ingericht voor personenvervoer onbeperkte duur
Israël motorrijtuigen, niet ingericht voor personenvervoer onbeperkte duur
Japan motorrijtuigen, ingericht voor personenvervoer en niet dienende tot het vervoer van personen tegen betaling ten hoogste drie maanden
Joegoslavië a. motorrijtuigen, ingericht voor personenvervoer en niet dienende tot het vervoer van personen tegen betaling onbeperkte duur
b. motorrijtuigen, andere dan bedoeld onder onderdeel a vrijstelling onder voorwaarde dat een geldig legitimatiebewijs wordt overgelegd
Liechtenstein alle motorrijtuigen ten hoogste drie maanden
Nederlandse Antillen alle motorrijtuigen onbeperkte duur
Noorwegen alle motorrijtuigen, met uitzondering van die welke niet zijn ingericht voor personenvervoer en worden voortbewogen of zijn ingericht om te worden voortbewogen door een kracht welke niet uitsluitend wordt ontleend aan benzine ten hoogste twaalf maanden
Oostenrijk alle motorrijtuigen onbeperkte duur
Polen alle motorrijtuigen met uitzondering van die gebezigd voor doorgaand transport en van die, ingericht voor personenvervoer en niet dienende tot het vervoer van personen tegen betaling onbeperkte duur
Roemenië motorrijtuigen, niet ingericht voor personenvervoer onbeperkte duur
Suriname alle motorrijtuigen ten hoogste twaalf maanden
Tsjechoslowakije alle motorrijtuigen onbeperkte duur
Turkije motorrijtuigen, niet ingericht voor personenvervoer onbeperkte duur
Unie van Socialistische Sovjetrepublieken alle motorrijtuigen onbeperkte duur
Unie van Zuid-Afrika alle motorrijtuigen ten hoogste twaalf maanden
Verenigde Staten van Amerika alle motorrijtuigen ten hoogste twaalf maanden
Zweden alle motorrijtuigen ten hoogste twaalf maanden
Zwitserland alle motorrijtuigen ten hoogste drie maanden

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 5b
1.

Artikel 25b van de wet vindt toepassing voor een motorrijtuig dat wordt gebruikt in de uitoefening van de detailhandel en dat is voorzien van een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte die blijvend is ingericht als winkel en uitsluitend als zodanig wordt gebruikt, indien met het motorrijtuig niet wordt gereden op autowegen en autosnelwegen.

2.

De toepassing van artikel 25b van de wet vindt plaats op verzoek.

3.

Het verzoek wordt bij de inspecteur ingediend vóór de aanvang van het tijdvak.

4.

Bij het verzoek worden een of meer foto’s overgelegd waaruit blijkt dat het motorrijtuig op de in het eerste lid vermelde wijze is ingericht en waarop het kenteken duidelijk waarneembaar is.

5.

Bij het verzoek wordt een verklaring overgelegd dat als het motorrijtuig niet meer voldoet aan de in het eerste lid genoemde voorwaarden een opgaaf aan de inspecteur zal worden gedaan.

6.

De inspecteur beslist op het verzoek voor bij bezwaar vatbare beschikking. Tenzij in de beschikking anders is bepaald, werkt deze terug tot op het tijdstip waarop het verzoek is ingediend.

7.

Indien aan de in het eerste lid bedoelde voorwaarden niet langer wordt voldaan, trekt de inspecteur de beschikking in. De intrekking geschiedt bij voor bezwaar vatbare beschikking.

8.

Indien degene aan wie de beschikking is verleend niet voldoet aan de verplichting bedoeld in het vijfde lid, wordt de beschikking geacht te zijn vervallen op het tijdstip waarop aan de in het eerste lid gestelde voorwaarden niet meer wordt voldaan.

Hoofdstuk IIIA. Bedrijfsvoertuigenpark

Hoofdstuk IV. Vrijstellingen

Hoofdstuk V. Overgangsbepalingen

Hoofdstuk VI. Slotbepalingen

Bijlage

Land waar de houder woont of is gevestigd Omschrijving van de motorrijtuigen waarvoor de vrijstelling geldt Duur van de vrijstelling
A. Lid-staten van de Europese Unie
België alle motorrijtuigen onbeperkte duur
Duitsland a. motorrijtuigen, ingericht voor personenvervoer en niet dienende tot het vervoer van personen tegen betaling al dan niet ononderbroken duur van ten hoogste zeven maanden per tijdvak van twaalf maanden
b. motorrijtuigen, andere dan bedoeld onder onderdeel a ten hoogste veertien dagen
Denemarken a. motorrijtuigen, ingericht voor personenvervoer en niet dienende tot het vervoer van personen tegen betaling al dan niet ononderbroken duur van ten hoogste zeven maanden per tijdvak van twaalf maanden
b. motorrijtuigen, andere dan bedoeld onder onderdeel a ten hoogste drie maanden
Frankrijk alle motorrijtuigen ten hoogste twaalf maanden
Griekenland a. motorrijtuigen, ingericht voor personenvervoer en niet dienende tot het vervoer van personen tegen betaling al dan niet ononderbroken duur van ten hoogste zeven maanden per tijdvak van twaalf maanden
b. motorrijtuigen, andere dan bedoeld onder onderdeel a onbeperkte duur
Ierland a. motorrijtuigen, ingericht voor personenvervoer en niet dienende tot het vervoer van personen tegen betaling al dan niet ononderbroken duur van ten hoogste zeven maanden per tijdvak van twaalf maanden
b. motorrijtuigen, niet ingericht voor personenvervoer onbeperkte duur
Italië a. motorrijtuigen, ingericht voor personenvervoer en niet dienende tot het vervoer van personen tegen betaling al dan niet ononderbroken duur van ten hoogste zeven maanden per tijdvak van twaalf maanden
b. motorrijtuigen, andere dan bedoeld onder onderdeel a onbeperkte duur
Luxemburg alle motorrijtuigen onbeperkte duur
Portugal alle motorrijtuigen, met uitzondering van die, ingericht voor personenvervoer en niet dienende tot het vervoer van personen tegen betaling onbeperkte duur
Spanje motorrijtuigen, ingericht voor personenvervoer ten hoogste twaalf maanden
Verenigd Koninkrijk a. motorrijtuigen, ingericht voor personenvervoer en niet dienende tot het vervoer van personen tegen betaling al dan niet ononderbroken duur van ten hoogste zeven maanden per tijdvak van twaalf maanden
b. motorrijtuigen, andere dan bedoeld onder onderdeel a onbeperkte duur
Alle lid-staten motorrijtuigen, ingericht voor personenvervoer en niet dienende tot het vervoer van personen of goederen tegen betaling regelmatig gebruik van de weg in Nederland van de verblijfplaats buiten Nederland naar de arbeidsplaats en terug
B. Overige landen
Aruba alle motorrijtuigen onbeperkte duur
Bulgarije alle motorrijtuigen, met uitzondering van die, ingericht voor personenvervoer en niet dienende tot het vervoer van personen tegen betaling onbeperkte duur
Canada motorrijtuigen, ingericht voor personenvervoer en niet dienende tot het vervoer van personen tegen betaling ten hoogste twaalf maanden
Cyprus motorrijtuigen, niet ingericht voor personenvervoer onbeperkte duur
Finland alle motorrijtuigen, met uitzondering van die, ingericht voor personenvervoer en niet dienende tot het vervoer van personen tegen betaling onbeperkte duur
Hongarije a. motorrijtuigen, ingericht voor personenvervoer en niet dienende tot het vervoer van personen tegen betaling ten hoogste 60 dagen per kalenderjaar
b. motorrijtuigen, niet ingericht voor personenvervoer onbeperkte duur
Israël motorrijtuigen, niet ingericht voor personenvervoer onbeperkte duur
Japan motorrijtuigen, ingericht voor personenvervoer en niet dienende tot het vervoer van personen tegen betaling ten hoogste drie maanden
Joegoslavië a. motorrijtuigen, ingericht voor personenvervoer en niet dienende tot het vervoer van personen tegen betaling onbeperkte duur
b. motorrijtuigen, andere dan bedoeld onder onderdeel a vrijstelling onder voorwaarde dat een geldig legitimatiebewijs wordt overgelegd
Liechtenstein alle motorrijtuigen ten hoogste drie maanden
Nederlandse Antillen alle motorrijtuigen onbeperkte duur
Noorwegen alle motorrijtuigen, met uitzondering van die welke niet zijn ingericht voor personenvervoer en worden voortbewogen of zijn ingericht om te worden voortbewogen door een kracht welke niet uitsluitend wordt ontleend aan benzine ten hoogste twaalf maanden
Oostenrijk alle motorrijtuigen onbeperkte duur
Polen alle motorrijtuigen met uitzondering van die gebezigd voor doorgaand transport en van die, ingericht voor personenvervoer en niet dienende tot het vervoer van personen tegen betaling onbeperkte duur
Roemenië motorrijtuigen, niet ingericht voor personenvervoer onbeperkte duur
Suriname alle motorrijtuigen ten hoogste twaalf maanden
Tsjechoslowakije alle motorrijtuigen onbeperkte duur
Turkije motorrijtuigen, niet ingericht voor personenvervoer onbeperkte duur
Unie van Socialistische Sovjetrepublieken alle motorrijtuigen onbeperkte duur
Unie van Zuid-Afrika alle motorrijtuigen ten hoogste twaalf maanden
Verenigde Staten van Amerika alle motorrijtuigen ten hoogste twaalf maanden
Zweden alle motorrijtuigen ten hoogste twaalf maanden
Zwitserland alle motorrijtuigen ten hoogste drie maanden

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 5aa
1.

Artikel 23a, eerste lid, van de wet vindt toepassing indien:

2.

In afwijking van het eerste lid vindt artikel 23a, eerste lid, van de wet mede toepassing, indien de binnenruimte van de personenauto af fabriek geen hoogte van 170 cm maar wel van ten minste 130 cm heeft, en het dak is voorzien van een al dan niet uitklapbare, permanent aangebrachte gesloten dakconstructie waardoor de hoogte over een breedte van ten minste 90 cm en een lengte van 100 cm verhoogd kan worden tot ten minste 170 cm.

3.

Wanneer aan de binnenkant van de in het eerste en tweede lid bedoelde ruimte materialen zijn aangebracht tegen de wanden, de vloer of het plafond, wordt voor de beoordeling van de vraag of wordt voldaan aan de in het eerste en tweede lid genoemde maten uitgegaan van de aldus verkleinde ruimte.

4.

De toepassing van artikel 23a van de wet vindt plaats op verzoek.

5.

Het verzoek wordt bij de inspecteur ingediend voor de aanvang van het tijdvak.

6.

Bij het verzoek worden bescheiden overgelegd waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de in het eerste lid gestelde voorwaarden, alsmede een opgave van het kenteken van de personenauto.

7.

Bij het verzoek wordt een verklaring overgelegd dat indien niet meer wordt voldaan aan de in het eerste lid gestelde voorwaarden de inspecteur daarvan in kennis zal worden gesteld.

8.

De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking. Tenzij in de beschikking anders is bepaald, werkt deze terug tot op het tijdstip waarop het verzoek is ingediend.

9.

Indien aan de in het eerste lid bedoelde voorwaarden niet langer wordt voldaan, trekt de inspecteur de beschikking in. De intrekking geschiedt bij voor bezwaar vatbare beschikking.

10.

Indien degene aan wie de beschikking is verleend niet voldoet aan de verplichting, bedoeld in het vijfde lid, wordt de beschikking geacht te zijn vervallen op het tijdstip waarop aan de in het eerste lid gestelde voorwaarden niet meer wordt voldaan.

Hoofdstuk IIIA. Bedrijfsvoertuigenpark

Hoofdstuk IV. Vrijstellingen

Hoofdstuk V. Overgangsbepalingen

Hoofdstuk VI. Slotbepalingen

Bijlage

Land waar de houder woont of is gevestigd Omschrijving van de motorrijtuigen waarvoor de vrijstelling geldt Duur van de vrijstelling
A. Lid-staten van de Europese Unie
België alle motorrijtuigen onbeperkte duur
Duitsland a. motorrijtuigen, ingericht voor personenvervoer en niet dienende tot het vervoer van personen tegen betaling al dan niet ononderbroken duur van ten hoogste zeven maanden per tijdvak van twaalf maanden
b. motorrijtuigen, andere dan bedoeld onder onderdeel a ten hoogste veertien dagen
Denemarken a. motorrijtuigen, ingericht voor personenvervoer en niet dienende tot het vervoer van personen tegen betaling al dan niet ononderbroken duur van ten hoogste zeven maanden per tijdvak van twaalf maanden
b. motorrijtuigen, andere dan bedoeld onder onderdeel a ten hoogste drie maanden
Frankrijk alle motorrijtuigen ten hoogste twaalf maanden
Griekenland a. motorrijtuigen, ingericht voor personenvervoer en niet dienende tot het vervoer van personen tegen betaling al dan niet ononderbroken duur van ten hoogste zeven maanden per tijdvak van twaalf maanden
b. motorrijtuigen, andere dan bedoeld onder onderdeel a onbeperkte duur
Ierland a. motorrijtuigen, ingericht voor personenvervoer en niet dienende tot het vervoer van personen tegen betaling al dan niet ononderbroken duur van ten hoogste zeven maanden per tijdvak van twaalf maanden
b. motorrijtuigen, niet ingericht voor personenvervoer onbeperkte duur
Italië a. motorrijtuigen, ingericht voor personenvervoer en niet dienende tot het vervoer van personen tegen betaling al dan niet ononderbroken duur van ten hoogste zeven maanden per tijdvak van twaalf maanden
b. motorrijtuigen, andere dan bedoeld onder onderdeel a onbeperkte duur
Luxemburg alle motorrijtuigen onbeperkte duur
Portugal alle motorrijtuigen, met uitzondering van die, ingericht voor personenvervoer en niet dienende tot het vervoer van personen tegen betaling onbeperkte duur
Spanje motorrijtuigen, ingericht voor personenvervoer ten hoogste twaalf maanden
Verenigd Koninkrijk a. motorrijtuigen, ingericht voor personenvervoer en niet dienende tot het vervoer van personen tegen betaling al dan niet ononderbroken duur van ten hoogste zeven maanden per tijdvak van twaalf maanden
b. motorrijtuigen, andere dan bedoeld onder onderdeel a onbeperkte duur
Alle lid-staten motorrijtuigen, ingericht voor personenvervoer en niet dienende tot het vervoer van personen of goederen tegen betaling regelmatig gebruik van de weg in Nederland van de verblijfplaats buiten Nederland naar de arbeidsplaats en terug
B. Overige landen
Aruba alle motorrijtuigen onbeperkte duur
Bulgarije alle motorrijtuigen, met uitzondering van die, ingericht voor personenvervoer en niet dienende tot het vervoer van personen tegen betaling onbeperkte duur
Canada motorrijtuigen, ingericht voor personenvervoer en niet dienende tot het vervoer van personen tegen betaling ten hoogste twaalf maanden
Cyprus motorrijtuigen, niet ingericht voor personenvervoer onbeperkte duur
Finland alle motorrijtuigen, met uitzondering van die, ingericht voor personenvervoer en niet dienende tot het vervoer van personen tegen betaling onbeperkte duur
Hongarije a. motorrijtuigen, ingericht voor personenvervoer en niet dienende tot het vervoer van personen tegen betaling ten hoogste 60 dagen per kalenderjaar
b. motorrijtuigen, niet ingericht voor personenvervoer onbeperkte duur
Israël motorrijtuigen, niet ingericht voor personenvervoer onbeperkte duur
Japan motorrijtuigen, ingericht voor personenvervoer en niet dienende tot het vervoer van personen tegen betaling ten hoogste drie maanden
Joegoslavië a. motorrijtuigen, ingericht voor personenvervoer en niet dienende tot het vervoer van personen tegen betaling onbeperkte duur
b. motorrijtuigen, andere dan bedoeld onder onderdeel a vrijstelling onder voorwaarde dat een geldig legitimatiebewijs wordt overgelegd
Liechtenstein alle motorrijtuigen ten hoogste drie maanden
Nederlandse Antillen alle motorrijtuigen onbeperkte duur
Noorwegen alle motorrijtuigen, met uitzondering van die welke niet zijn ingericht voor personenvervoer en worden voortbewogen of zijn ingericht om te worden voortbewogen door een kracht welke niet uitsluitend wordt ontleend aan benzine ten hoogste twaalf maanden
Oostenrijk alle motorrijtuigen onbeperkte duur
Polen alle motorrijtuigen met uitzondering van die gebezigd voor doorgaand transport en van die, ingericht voor personenvervoer en niet dienende tot het vervoer van personen tegen betaling onbeperkte duur
Roemenië motorrijtuigen, niet ingericht voor personenvervoer onbeperkte duur
Suriname alle motorrijtuigen ten hoogste twaalf maanden
Tsjechoslowakije alle motorrijtuigen onbeperkte duur
Turkije motorrijtuigen, niet ingericht voor personenvervoer onbeperkte duur
Unie van Socialistische Sovjetrepublieken alle motorrijtuigen onbeperkte duur
Unie van Zuid-Afrika alle motorrijtuigen ten hoogste twaalf maanden
Verenigde Staten van Amerika alle motorrijtuigen ten hoogste twaalf maanden
Zweden alle motorrijtuigen ten hoogste twaalf maanden
Zwitserland alle motorrijtuigen ten hoogste drie maanden

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 26a
1.

Vrijstelling van belasting voor motorrijtuigen die zijn geregistreerd in het buitenland en in Nederland ten hoogste twee weken feitelijk ter beschikking staan van een houder die in Nederland zijn hoofdverblijf heeft of is gevestigd, wordt verleend indien:

2.

Ingeval voor het motorrijtuig een beroep wordt gedaan op de vrijstelling van belasting van personenauto’s en motorrijwielen ingevolge artikel 3a van het Uitvoeringsbesluit belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992, geldt dit mede als een beroep op de vrijstelling ingevolge het eerste lid, onderdeel c.

3.

De vrijstelling kan mede worden verleend indien door aantoonbare overmacht niet is voldaan aan de voorwaarde, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, mits zo snel mogelijk na aanvang van het gebruik van de weg alsnog de elektronische melding, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt gedaan, onder opgave van de dag waarop het gebruik van de weg is aangevangen en de redenen waarom niet eerder een beroep op de vrijstelling kon worden gedaan.

4.

Indien voor een motorrijtuig waarvoor een beroep op de vrijstelling is gedaan niet of niet langer wordt voldaan aan een in het eerste lid genoemde voorwaarde, stelt degene aan wie de vrijstelling is verleend, de inspecteur daarvan onverwijld in kennis.

5.

Indien de houder of, indien van toepassing, een inwonend gezinslid van de houder, met het motorrijtuig in Nederland gebruik blijft maken van de weg na het verstrijken van de in het eerste lid bedoelde periode van twee weken, vervalt de vrijstelling en wordt de verschuldigde belasting op aangifte voldaan uiterlijk op de laatste dag van deze periode van twee weken.

6.

Indien in andere situaties dan als bedoeld in het vijfde lid, de houder of, indien van toepassing, een inwonend gezinslid van de houder, opnieuw gebruik maakt met het motorrijtuig van de weg in Nederland in de vijftig weken volgend op de in het eerste lid bedoelde periode van twee weken, vervalt de vrijstelling en wordt de verschuldigde belasting door degene aan wie de vrijstelling is verleend op aangifte voldaan vóór de hernieuwde aanvang van het gebruik van de weg.

7.

Indien het beroep op de vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, daaronder begrepen een beroep op de vrijstelling als bedoeld in het tweede lid, elektronisch wordt ingetrokken vóór de dag waarop volgens het elektronische beroep op de vrijstelling het gebruik in Nederland van de weg aanvangt, geldt het beroep als niet gedaan.

Hoofdstuk VI. Slotbepalingen

Bijlage

Vervallen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.