Verordening inzake de aanwijzing van regionale loodsstations, alsmede inzake de vaststelling van de bevoegdheden van registerloodsen (Bevoegdhedenverordening registerloodsen 1995)
Gelet op de artikelen 4, eerste lid, 15 en 16 van de Loodsenwet (Stb. 1988, 353);
Besluit:
De verordening, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Loodsenwet wordt als volgt vastgesteld:
Hoofdstuk 1. Regionale loodsstations
Artikel 1
De volgende regionale loodsstations worden vastgesteld:
- a. voor de regionale loodsencorporatie Noord:
-
- Delfzijl,
-
- loodsstation Harlingen;
- b. voor de regionale loodsencorporatie Amsterdam-IJmond:
-
- Den Helder,
-
- IJmuiden/Amsterdam;
- c. voor de regionale loodsencorporatie Rotterdam-Rijnmond:
-
- Rijnmond,
- d. voor de regionale loodsencorporatie Scheldemonden:
-
- Scheldemonden.
Artikel 2
Tot het regionale loodsstation Delfzijl behoren de scheepvaartwegen, genoemd in de bijlage bij de Scheepvaartverkeerswet (Stb. 1988, 352), onder punt I, nummer 1.
Tot het regionale loodsstation Harlingen behoren de scheepvaartwegen, genoemd in de bijlage bij de Scheepvaartverkeerswet, onder punt I, de nummers 2, – althans de Vlierede, en 3 – althans de trajecten tussen Vlierede, Terschelling, Vlieland, Harlingen, Kornwerderzand, en de trajecten tussen die gebieden of plaatsen en Den Oever, Oude Schild en de Rede van Texel.
Tot het regionale loodsstation Den Helder behoren de scheepvaartwegen, genoemd in de bijlage bij de Scheepvaartverkeerswet, onder punt I, de nummers 2, – althans de Rede van Texel en 3, – althans de trajecten tussen de Rede van Texel, Oude Schild, en Den Oever, en de trajecten tussen die gebieden of plaatsen en Kornwerderzand en Harlingen en de Vlierede, alsmede de trajecten van en naar de loodskruispost IJmuiden, Maasmond en Stortemelk.
Tot het regionale loodsstation IJmuiden/Amsterdam behoren de scheepvaartwegen, genoemd in de bijlage bij de Scheepvaartverkeerswet, onder punt II, alsmede de trajecten tussen de scheepvaartwegen, genoemd in de bijlage bij de Scheepvaartverkeerswet, onder punt II.1, en de loodskruisposten Maasmond en Steenbank, de rede van Den Helder.
Tot het regionale loodsenstation Rijnmond behoren de volgende gebieden:
Gebied I: Van de scheepvaartwegen genoemd in de bijlage bij de Scheepvaartverkeerswet, onder punt III: de Nieuwe Maas boven de Erasmusbrug tot kilometerraai 991,7, de Hollandsche IJssel tot aan de stuw bij Krimpen aan de IJssel, de Koningshaven, de Oude Maas tussen de Dordtse Spoorbrug en de Spijkenisserbrug, de Dordtse Kil, de Krabbegeul, het Mallegat, het Hollands Diep met inbegrip van het Zuid Hollands Diep bewesten de Moerdijkbruggen tot aan Noordschans met inbegrip van alle havens en sluizen gelegen aan of in voornoemde scheepvaartwegen.
Gebied II: Van de scheepvaartwegen genoemd in de bijlage bij de Scheepvaartverkeerswet, onder punt III: de territoriale zee alsmede de trajecten van deze scheepvaartweg naar en van de loodskruisposten Steenbank, Wandelaar en IJmuiden, de Maasgeul en de Eurogeul, de Maasmond, de Nieuwe Waterweg tot kilometerraai 1028, het Breeddiep, het Beerkanaal, het Yangtzekanaal, het Calandkanaal en het Hartelkanaal met inbegrip van alle havens en sluizen gelegen aan of in voornoemde scheepvaartwegen.
Gebied III: Van de scheepvaartwegen genoemd in de bijlage bij de Scheepvaartverkeerswet, onder punt III: de territoriale zee alsmede de trajecten van deze scheepvaartweg naar en van de loodskruisposten Steenbank, Wandelaar en IJmuiden; de Maasmond, de Maasgeul, de Nieuwe Waterweg, de Nieuwe Maas beneden de Erasmusbrug, de Oude Maas beneden de Spijkenisserbrug met inbegrip van alle havens en sluizen gelegen aan of in voornoemde scheepvaartwegen.
Gebied IV: De Nieuwe Maas boven kilometerraai 991,7, de Oude Maas bovenstrooms de Dordtse Spoorbrug, de Noord, de Rietbaan, het Spui, de Beningen, de Beneden Merwede tot aan Hardinxveld-Giessendam, het Wantij, het Hollands Diep bewesten Noordschans, het Haringvliet, het Vuile Gat, de Krammer benoorden de Krammersluizen, het Zuid-Vlije, het Volkerak, het Slijkgat, het Schelde-Rijnkanaal aan de noordzijde begrensd door het Volkerak en aan de zuidzijde begrensd door de Kreekraksluizen met inbegrip van alle havens en sluizen gelegen aan voornoemde scheepvaartwegen.
Gebied Va: De aanloop en de haven van Scheveningen.
Gebied Vb: De passage van de Calandbrug.
Tot het regionale loodsstation Scheldemonden behoren de volgende gebieden:
Gebied VI: De scheepvaartwegen van de reguliere loodskruisposten Wandelaar en Steenbank naar Vlissingen rede, met inbegrip van de rede van Oostende en de rede van Zeebrugge, en de loodskruisposten Maasmond en IJmuiden.
Gebied VII: De Westerschelde ten westen van de meridiaan over de lichtopstand van Margarethapolder, met inbegrip van Vlissingen rede en de met de Westerschelde in open verbinding staande havens en voorhavens.
Gebied VIII: De Westerschelde ten oosten van de meridiaan over de lichtopstand van Margarethapolder, en de Beneden Zeeschelde met inbegrip van Antwerpen rede en de hiermee in open verbinding staande havens en voorhavens.
Gebied IX: Het Kanaal van Gent naar Terneuzen en alle hieraan gelegen havens en ligplaatsen.
Gebied X: De Oosterschelde, het Veerse meer, het Kanaal door Zuid-Beveland, de Zuid Vlije, het Noord Volkerak, het Kanaal door Walcheren vanaf Veere tot de ingang van het Arnekanaal, de Schelde-Rijn-Verbinding en de scheepvaartwegen van de reguliere loodskruispost Steenbank tot de Roompotsluis, met inbegrip van alle met de voorgaande scheepvaartwegen in open verbinding staande havens en voorhavens.
Gebied XI: De binnenhavens van Vlissingen.
Gebied XII: Het Kanaal door Walcheren van Vlissingen tot 100 m noord van de ingang van het Arnekanaal.
De scheepvaartwegen, aangewezen krachtens artikel 11, eerste lid, onderdeel b, van de Scheepvaartverkeerswet, behoren tot het regionale loodsstation, waaraan zij door de algemene raad zijn toebedeeld. De aanloop van Scheveningen en de haven van Scheveningen behoren tot het regionale Ioodsstation Rijnmond. Het Schelde-Rijnkanaal, aan de noordzijde begrensd door het Volkerak en aan de zuidzijde begrensd door de Kreekraksluizen behoort zowel tot het regionale loodsstation Rijnmond als tot het regionale loodsstation Scheldemonden.
Hoofdstuk 2. Loodsbevoegdheden
Artikel 3
De registerloods is bevoegd tot het verrichten van loodsdienst binnen zijn admittage-gebied.
Het admittage-gebied van de registerloods omvat het gebied waarvoor hij als student van de opleiding bedoeld in artikel 2.1 van het Besluit opleidingen en bevoegdheden nautische beroepsbeoefenaren met goed gevolg het examen heeft afgelegd, en waarvoor hij als registerloods in het openbare loodsenregister is ingeschreven.
In aanvulling op het tweede lid wordt het admittage-gebied uitgebreid met het gebied waarvoor de registerloods een aanvullende opleiding heeft gevolgd en met goed gevolg het examen heeft afgelegd.
Artikel 4
De registerloods is bevoegd voor de categorieën schepen en scheepvaartwegen volgens het bepaalde in de artikelen 5 tot en met 11.
Indien van toepassing is de registerloods voor de in de artikelen 5 tot en met 11 genoemde specialisaties eerst bevoegd nadat hij heeft voldaan aan de eisen met betrekking tot een aanvullende opleiding, ervaring, training of vaardigheid, vastgesteld door het bestuur van de betreffende regionale loodsencorporatie. Het bestuur van een regionale loodsencorporatie kan dergelijke eisen ook vaststellen voor de toelating tot een hogere bevoegdheid.
De registerloods, die een aanvullende opleiding als bedoeld in artikel 3, derde lid, of een aanvullende opleiding of training als bedoeld in het vorige lid wenst te volgen, behoeft hiervoor de goedkeuring van het bestuur van de desbetreffende regionale loodsencorporatie.
Artikel 5
De registerloods die in het register is ingeschreven voor de scheepvaartwegen die behoren tot het regionale loodsstation Delfzijl is op die scheepvaartwegen bevoegd:
- a. vanaf het moment van inschrijving in het register, voor schepen met een lengte over alles tot 100 m, of met een diepgang tot 70 dm, of met een breedte tot 50 m;
- b. vanaf 12 maanden na inschrijving in het register, voor schepen met een lengte over alles tot 125 m, of met een diepgang tot 80 dm, of met een breedte tot 50 m;
- c. vanaf 24 maanden na inschrijving in het register, voor schepen met een lengte over alles tot 150 m of met een diepgang tot 90 dm;
- d. Vanaf 48 maanden na inschrijving in het register, voor schepen met een lengte over alles tot 180 m, of met een diepgang tot 100 dm;
- e. vanaf 60 maanden na inschrijving in het register, voor schepen met een lengte over alles tot 250 m, of met een diepgang tot 110 dm;
- f. vanaf 72 maanden na inschrijving in het register voor alle schepen.
Artikel 6
De registerloods die in het register is ingeschreven voor de scheepvaartwegen die behoren tot het regionale loodsstation Harlingen is op die scheepvaartwegen bevoegd:
- a. vanaf het moment van inschrijving in het register, voor schepen met een lengte over alles tot 100 m, of met een diepgang tot 55 dm of met een breedte tot 25 m;
- b. vanaf 12 maanden na inschrijving in het register, voor schepen met een lengte over alles tot 115 m, of met een diepgang tot 65 dm of met een breedte tot 25 m;
- c. vanaf 24 maanden na inschrijving in het register, voor schepen met een lengte over alles tot 130 m, of een diepgang van 70 dm;
- d. vanaf 36 maanden na inschrijving in het register voor alle schepen.
Artikel 7
De registerloods die in het register is ingeschreven voor de scheepvaartwegen die behoren tot het regionale loodsstation Den Helder is op die scheepvaartwegen bevoegd:
- a. vanaf het moment van inschrijving in het register, voor schepen met een lengte over alles tot en met 95m;
- b. vanaf 6 maanden na inschrijving in het register, voor schepen met een lengte over alles tot en met 125m;
- c. vanaf 12 maanden na inschrijving in het register, voor alle schepen.
Artikel 8
De registerloods die in het register is ingeschreven voor de scheepvaartwegen die behoren tot het regionale loodsstation IJmuiden/Amsterdam is op die scheepvaartwegen bevoegd:
- a. vanaf het moment van inschrijving in het register, voor schepen met een lengte over alles tot 95 m;
- b. vanaf 6 maanden na inschrijving in het register, voor schepen met een lengte over alles tot 125 m;
- c. vanaf 12 maanden na inschrijving in het register, voor schepen met een lengte over alles tot 150 m;
- d. vanaf 24 maanden na inschrijving in het register, voor schepen met een lengte over alles tot 175 m;
- e. vanaf 42 maanden na inschrijving in het register, voor schepen met een lengte over alles tot 200 m;
- f. vanaf 60 maanden na inschrijving in het register, voor schepen met een lengte over alles tot 245 m;
- g. vanaf 84 maanden na inschrijving in het register, voor alle schepen.
Voor de registerloods geldt op de scheepvaartwegen, bedoeld in het eerste lid, als specialisatie de bevoegdheid tot het verrichten van de loodsdienst voor schepen die de IJgeul bevaren, voor zover het betreft schepen die door hun diepgang bij of krachtens wettelijk voorschrift verplicht zijn gebruik te maken van de gehele IJgeul.
Artikel 9
De bevoegdheden van de registerloods die in het register is ingeschreven voor de scheepvaartwegen die behoren tot één of meer gebieden van het regionale loodsstation Rijnmond wordt onderscheiden in de volgende bevoegdheidscategorieën:
- a. Algemeen loods (gebied I, II en III);
- b. Europoort loods (gebied II);
- c. Stad loods (gebied III);
- d. Dordrecht loods (gebied I en IV);
- e. Scheveningen loods (gebied Va);
- f. Calandbrug loods (gebied Vb).
Voor de bevoegdheidscategorieën als genoemd in het eerste lid gelden de volgende maximale bevoegdheden:
- a. Algemeen loods
- i. in gebied l: voor schepen met een lengte over alles tot 135 m of met een diepgang tot 70 dm; met uitzondering van de Nieuwe Maas tussen de Erasmusbrug en kilometerraai 991,7 en de Hollandse IJssel tot aan de stuw te Krimpen aan de IJssel waar een lengte over alles tot 100 m geldt of een diepgang tot 60 dm;
- ii. in gebied II: voor schepen met een lengte over alles tot 300 m of met een diepgang tot 143 dm, met uitzondering van gebied Vb waar een lengte over alles van 150 m geldt; en
- iii. in gebied III: voor schepen met een lengte over alles tot 200 m of met een diepgang tot 110 dm voor de Nieuwe Waterweg bovenstrooms kilometerraai 1028, de Nieuwe Maas tot aan de Erasmusbrug en de Oude Maas beneden de Spijkenisserbrug met inbegrip van alle havens en sluizen gelegen aan voornoemde vaarwegen;
- b. Europoort loods in gebied II voor alle schepen, met uitzondering van gebied Vb waar een lengte over alles van 150 m geldt;
- c. Stad loods in gebied III voor alle schepen;
- d. Dordrecht loods in gebied I en gebied IV voor alle schepen;
- e. Scheveningen loods in gebied Va voor alle schepen;
- f. Calandbrug loods in gebied Vb voor alle schepen.
Onverminderd het bepaalde in het tweede lid is de registerloods die in het register is ingeschreven voor de scheepvaartwegen die behoren tot één of meer gebieden van het regionale loodsstation Rijnmond, op de scheepvaartwegen die behoren tot de bevoegdheidscategorie Algemeen loods, bevoegd:
- a. vanaf het moment van inschrijving in het register, voor schepen met een lengte over alles tot 100 m;
- b. vanaf 12 maanden na inschrijving in het register, voor schepen met een lengte over alles tot 125 m;
- c. vanaf 24 maanden na inschrijving in het register, voor schepen met een lengte over alles tot 150 m;
- d. vanaf 36 maanden na inschrijving in het register, voor schepen met een lengte over alles tot 175 m;
- e. vanaf 48 maanden na inschrijving in het register, voor schepen met een lengte over alles tot 200 m;
- f. vanaf 60 maanden na inschrijving in het register voor schepen met een lengte over alles tot 250 m;
- g. vanaf 24 maanden na inschrijving in het register met bevoegdheid volgens artikel 9 lid 3 onderdeel f, voor schepen met een lengte over alles tot 275 m;
- h. vanaf 36 maanden na inschrijving in het register met bevoegdheid volgens artikel 9 lid 3 onderdeel f, voor schepen met een lengte over alles tot 300 m.
De plaatsing in de specialisaties Europoort, Stad, Dordrecht, Scheveningen of Calandbrug loods alsmede de plaatsing in de specialisatie ‘loodsen op afstand vanaf de wal’ vindt plaats door het bestuur van de regionale loodsencorporatie Rotterdam-Rijnmond, met inachtneming van:
- a. het doorlopend kunnen uitvoeren van de dienstverlening bedoeld in de artikelen 1 en 2 van de Dienstverleningsverordening registerloodsen;
- b. de persoonlijke voorkeur van de registerloods; en
- c. mogelijke combinaties van bevoegdheden, zoals deze door het bestuur van de regionale loodsencorporatie Rotterdam-Rijnmond worden vastgesteld.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.