Uitvoering en handhaving van het asbestbeleid door gemeenten

Type Circulaire
Publication 1995-06-19
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Circulaire aan:

de colleges van burgemeester en wethouders

de besturen van de gemeentelijke samenwerkingsverbanden

de regionale inspecteurs voor de volkshuisvesting

de regionale inspecteurs voor de milieuhygiëne

de medisch milieukundigen van de GGD

het bestuur van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Op 27 juli en 6 september 1994 heeft mijn ambtsvoorganger u twee circulaires gezonden over uitvoering en handhaving van het asbestbeleid door gemeenten. Ik doe u hierbij recente informatie over het bovengenoemde onderwerp toekomen. Deze informatie betreft de doe-het-zelfset voor het verwijderen van asbesthoudende vloerbedekking (paragraaf 1 en bijlage), een diskette met standaardvoorschriften voor het verwijderen van bepaalde asbestbevattende materialen door particulieren (paragraaf 2), een overzicht van asbestverwijderende bedrijven met KOMO-procescertificaat (paragraaf 3) en de inwerkingtreding van het Asbest-verwijderingsbesluit (paragraaf 4).

Ik verzoek de colleges van burgemeester en wethouders en de besturen van de gemeentelijke samenwerkingsverbanden deze circulaire, inclusief bijlage, te verstrekken aan de afdelingen of diensten Bouw- en Woningtoezicht, Milieuzaken, Juridische Zaken, Voorlichting en GGD binnen uw organisatie. Wanneer er binnen uw organisatie een medewerker is die fungeert als aanspreekpunt voor asbestzaken, verzoek ik u deze eveneens te informeren.

1. Doe-het-zelfset

In de bijlagen bij de circulaire d.d. 27 juli 1994 staat dat medio 1994 een project is gestart dat zou moeten leiden tot:

In de bovengenoemde circulaire staat tevens dat het project naar verwachting eind 1994 zou zijn afgerond en dat gemeenten zouden worden geïnformeerd over de resultaten van het project. U ontvangt hierbij de toegezegde informatie.

De bijlage bij de onderhavige circulaire bevat informatie voor gemeenten en gemeentelijke samenwerkingsverbanden over de doe-het-zelfset. De brochure ’Wat u vooraf moet weten over het verwijderen van asbesthoudende vloerbedekking; het gebruik van de doe-het-zelfset door particulieren’ en de ’Handleiding voor het verwijderen van asbesthoudende vloerbedekking; het gebruik van de doe-het-zelfset door particulieren’ worden thans gedrukt en zullen omstreeks begin juni 1995 als VROM-publikatie beschikbaar komen. Ik zal u een exemplaar van beide publikaties zo snel mogelijk doen toekomen. U kunt meer exemplaren vanaf omstreeks begin juni bestellen bij het Distributiecentrum VROM, tel. 079-449449. Beide publikaties zijn op aanvraag ook op diskette verkrijgbaar bij de Directie Voorlichting en Externe Betrekkingen (DVEB) van het Ministerie van VROM, telefoon 070-3393965 (mevr. M. Kleine Koerkamp).

2. Diskette met standaardvoorschriften

In bijlage 2 bij de circulaire d.d. 27 juli 1994 staat dat gemeenten die een eigen publikatie met voorschriften voor het door een particulier verwijderen van bepaalde asbestbevattende materialen willen uitgeven, binnenkort een diskette zouden kunnen opvragen met de tekst (in Wordperfect 5.1) van de ’Standaardvoorschriften en adviezen voor het verwijderen van bepaalde asbestbevattende materialen door een particulier; publikatie van de Minister van VROM overeenkomstig het Asbest-verwijderingsbesluit en een toelichting daarop’. Ik kan u meedelen dat u deze diskette vanaf heden kunt opvragen bij het Distributiecentrum VROM, telefoon 079-449449 (distributienummer 14304). Ik wijs u er daarbij op dat het wijzigen van de standaardvoorschriften niet is toegestaan en dat het wijzigen van de adviezen wordt afgeraden.

3. Overzicht asbestverwijderende bedrijven met KOMO-procescertificaat

Een asbestverwijderend bedrijf is deskundig in de zin van het Asbestverwijderingsbesluit als het beschikt over een KOMO-procescertificaat algemeen asbestverwijderen (BRL 5050). Een asbestverwijderend bedrijf is deskundig voor het verwijderen van hechtgebonden asbesthoudende materialen uit agrarische bouwwerken wanneer het beschikt over een KOMO-procescertificaat voor het verwijderen van hechtgebonden asbesthoudende materialen uit agrarische bouwwerken (BRL 5051). Een recent overzicht van bedrijven die over één van beide certificaten beschikken kunt u gratis opvragen bij de Stichting Bouwkwaliteit (SBK), Treubstraat 1, 2288 EG Rijswijk, telefoon 070-3998467. Een overzicht van deze bedrijven per 1 april 1995 staat ook in de publikatie ’Publiekrechtelijk erkende kwaliteitsverklaringen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel j van de Woningwet (Stb. 1991, 439), goedgekeurd door de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, en als bedoeld in artikel 1 van de Regeling merkteken asbestverwijdering (Stcrt 1994, 164); uitgave 1 april 1995’. U kunt deze publikatie bestellen bij SBK (losse exemplaren kosten fl 145,- per stuk). Tot 1 maart 1996 zijn asbestverwijderende bedrijven ook deskundig in de zin van het Asbest-verwijderingsbesluit, als bij de sloopwerkzaamheden een deskundig toezichthouder asbestsloop (DTA) aanwezig is.

4. Inwerkingtreding Asbest-verwijderingsbesluit

Op 17 juni 1993 is het Asbest-verwijderingsbesluit in het Staatsblad gepubliceerd (Staatsblad 1993, 290). Het besluit bevat voorschriften voor de sloop van asbesthoudende materialen uit bouwwerken en objecten. Elke gemeente moest uiterlijk op 17 juni 1994 haar bouwverordening in overeenstemming hebben gebracht met de artikelen in het besluit die betrekking hebben op de sloop van asbest uit bouwwerken, in casu de artikelen 2, 3, 4 en 9, met uitzondering van de artikelen 2 onder h en 3 onder c, die nog niet in werking zijn getreden. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten heeft modelvoorschriften voor het slopen van asbest uit bouwwerken opgenomen in haar (Model-) bouwverordening 1992, 2e serie wijzigingen, d.d. 18 maart 1994. De voorschriften voor het slopen van asbest uit bouwwerken treden in een gemeente pas in werking wanneer deze zijn opgenomen in de betreffende gemeentelijke bouwverordening. De voorschriften van het Asbest-verwijderingsbesluit voor het slopen van asbest uit bouwwerken hebben geen rechtstreekse werking.

Mij is helaas gebleken dat een deel van de gemeenten de bouwverordening nog niet met de bovengenoemde artikelen van het Asbest-verwijderingsbesluit in overeenstemming heeft gebracht. Ik wijs deze gemeenten erop dat zij in strijd met het Asbest-verwijderingsbesluit en de artikelen 8 en 9 van de Woningwet handelen. Daarnaast blijken zich in deze gemeenten ook in de praktijk diverse problemen voor te doen. Het is bijvoorbeeld voorgekomen dat sloop van een bedrijfsgebouw moest worden stilgelegd, omdat tijdens de sloop asbest was aangetroffen en het pand verontreinigd bleek met asbestvezels. Op grond van het Asbestbesluit Arbeidsomstandighedenwet moest het pand worden ontruimd en door een deskundig asbestverwijderend bedrijf worden gereinigd. De betrokken gemeente had bij de aanvraag om de sloopvergunning geen onderzoek naar de aanwezigheid van asbest geëist, en had niet als voorwaarde aan de sloopvergunning verbonden dat de sloop van asbest moest plaatsvinden door een deskundig asbestverwijderend bedrijf.

Ik dring er bij de betreffende gemeenten dan ook met nadruk op aan, dat zij hun bouwverordening alsnog zo snel mogelijk in overeenstemming brengen met het Asbest-verwijderingsbesluit. Ik wijs de gemeenten die het Asbest-verwijderingsbesluit niet hebben verwerkt in hun bouwverordening er bovendien op dat zij aansprakelijk gesteld zouden kunnen worden voor de kosten die het gevolg zijn van het niet verwerken van het besluit in de bouwverordening, indien de rechter tot het oordeel zou komen dat er sprake is van verwijtbaar gedrag.

5. Tenslotte

Een overzicht van reeds verschenen en nog te verschijnen publikaties over asbest van de overheid, inclusief bestelmogelijkheden, vindt u in bijlage 1 van de circulaire d.d. 27 juli 1994. Publikaties over asbest van het Ministerie van VROM kunt u bestellen bij het Distributiecentrum VROM, tel. 079-449449.

Met vragen over de milieu- en bouwwetgeving voor asbest en andere vragen op het gebied van asbest in het milieu kunt u terecht bij het Bureau Persoonlijke Voorlichting van het Ministerie van VROM, telefoon 070-3395050. Informatie over asbest en arbeidsomstandigheden kunt u krijgen bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, afdeling Informatie, telefoon 070-3334455.

Bijlage. Informatie voor gemeenten en gemeentelijke samenwerkingsverbanden over de doe-het-zelfset

1. Inleiding

Deze bijlage bevat informatie voor gemeenten en gemeentelijke samenwerkingsverbanden over de doe-het-zelfset voor het verwijderen door een particulier van asbestbevattende vloerbedekking (in de volksmond ’zeil’) vanaf steenachtige of houten ondergrond.

In deze bijlage wordt achtereenvolgens ingegaan op:

2. Achtergronden van de doe–het–zelfset

Uit onderzoek van TNO, dat in opdracht van het Ministerie van VROM is uitgevoerd, blijkt dat bij de verwijdering door een particulier van gelijmde asbesthoudende vinylvloerbedekking vanaf steenachtige of houten ondergrond (behalve vanaf vloerplaten die zijn gespijkerd op de ondervloer) in de regel een meer dan verwaarloosbaar risico optreedt. Om deze reden is de doe–het–zelfset ontwikkeld, met behulp waarvan een particulier het risico bij verwijdering van de vloerbedekking kan beperken.

Uit het onderzoek van TNO is verder gebleken dat de verwijdering van bepaalde soorten asbesthoudende vloerbedekking door een particulier een vrijwel verwaarloosbaar risico met zich brengt, wanneer hij zich houdt aan bepaalde voorschriften en adviezen. Het betreft de verwijdering van de volgende soorten vloerbedekking:

Bij het volgens de voorschriften verwijderen van de bovengenoemde materialen door een particulier is gebruik van de doe-het-zelfset niet nodig. Ook bij de verwijdering van losliggende asbesthoudende vloerbedekking is het risico vrijwel verwaarloosbaar en is het gebruik van de doe-het-zelfset derhalve niet nodig.

Om misverstanden te voorkomen: Het gebruik van de doe-het-zelfset bij de verwijdering van asbesthoudende vinylvloerbedekking vanaf steenachtige of houten ondergrond wordt dringend aangeraden maar is in beginsel niet verplicht. Wel kan een gemeente het gebruik van de doe-het-zelfset als extra voorschrift aan een mededeling onder voorschriften voor het verwijderen van asbesthoudende vinylvloerbedekking verbinden. Het wordt gemeenten echter afgeraden dit te doen. Het risico bij verwijdering voor derden en voor het milieu wordt voldoende beperkt door naleving van de ’Standaardvoorschriften voor het zelf verwijderen van bepaalde asbestbevattende materialen door particulieren’ van de Minister van VROM. De doe-het-zelfset biedt particulieren die asbesthoudende vloerbedekking verwijderen extra bescherming tegen blootstelling aan asbestvezels. Of een particulier die bescherming wenst, is in beginsel zijn of haar eigen verantwoordelijkheid.

De doe-het-zelfset is niet bedoeld voor verwijdering van andere asbesthoudende materialen dan vloerbedekking of voor verwijdering van asbesthoudend materiaal uit andere gebouwen dan woningen. De doe-het-zelfset mag niet worden gebruikt voor beroepsmatige verwijdering van asbest(houdend materiaal).

3. Resultaten van het project ’doe-het-zelfset’

3.1. Uitvoering en begeleiding

Het project ’doe-het-zelfset’ is in opdracht van het Ministerie van VROM uitgevoerd door een onafhankelijk ingenieursbureau. In de begeleidingscommissie hadden zitting: de leveranciers van de doe-het-zelfset, de Consumentenbond, Forbo Krommenie, de GG en GD Amsterdam, het Ministerie van VROM, TNO, de Vereniging van Asbestverwijderende Bedrijven (VAVB) en de Vereniging Verwijdering Toxische en gevaarlijke Bouwmaterialen (VVTB). De VNG was agendalid.

3.2. Resultaten project

Het project heeft geresulteerd in:

Beide bovengenoemde brochures zullen omstreeks begin juni 1995 worden uitgegeven als publikatie van het Ministerie van VROM.

3.3. Samenstelling

Particulieren kunnen asbestbevattende vloerbedekking het beste met twee personen verwijderen. De doe-het-zelfset bestaat daarom uit een basisset en een hulpset. In de basisset zitten:

De hulpset bevat alleen persoonlijke beschermingsmiddelen voor de tweede persoon die helpt bij de verwijdering. Tenslotte zijn voor de verwijdering diverse eigen gereedschappen en materialen nodig, die de meeste doe-het-zelvers reeds bezitten.

Een overzicht van gereedschappen en materialen die in de doe-het-zelfset moeten zitten en van de benodigde eigen gereedschappen en materialen staat hieronder.

Basisset:

– Middelen voor persoonlijke bescherming:

– Middelen voor de bescherming van de omgeving:

– Overige hulpmiddelen:

– Schriftelijke informatie:

Hulpset:

Zie de middelen voor persoonlijke bescherming in de basisset

Eigen gereedschappen en materialen:

Er zijn reeds enkele gemeenten die een doe-het-zelfset verstrekken aan particulieren die zelf asbestbevattende vloerbedekking willen verwijderen. In de bij het Ministerie van VROM bekende gevallen gaat het daarbij om doe-het-zelfsets die minder materialen bevatten dan hierboven zijn genoemd. De deskundigen in de begeleidingscommissie van het project ’doe-het-zelfset’ zijn van oordeel dat dergelijke doe-het-zelfsets particulieren en het milieu niet of nauwelijks tegen blootstelling aan asbestvezels beschermen.

Een mogelijkheid om de samenstelling van de doe-het-zelfset te waarborgen zou een certificeringsregeling zijn. Een dergelijke regeling is echter thans niet aan de orde, omdat de partijen die betrokken zijn bij het project ’doe-het-zelfset’ niet bereid zijn een dergelijke regeling te financieren.

De samenstelling van de doe-het-zelfset moet derhalve op een andere wijze gewaarborgd worden. Dit kan gebeuren door de distributie, op vrijwillige basis, te laten plaatsvinden door of namens gemeenten en/of woningcorporaties. Zie verder hoofdstuk 4 van deze bijlage.

3.4. Keuze masker

Een belangrijk discussiepunt in de begeleidingscommissie was de keuze van het masker. Er moest gekozen worden tussen:

Het volgelaatsmasker biedt de beste bescherming tegen asbestvezels, maar heeft enkele belangrijke nadelen:

Het halfgelaatsmaker en het snoetje hebben de bovengenoemde nadelen niet. Het volgelaatsmaker viel daarom af. Snoetjes hebben de volgende nadelen:

Halfgelaatsmaskers hebben deze nadelen niet. Een halfgelaatsmasker kost ongeveer twee tot drie keer zo veel als een snoetje. Bij gebruik van een snoetje zijn echter meer exemplaren nodig. De keuze viel derhalve op het halfgelaatsmasker.

4. Distributie van de doe-het-zelfset

4.1. Algemeen

Er zijn thans twee leveranciers van gereedschappen en materialen voor het verwijderen van asbest, die de doe-het-zelfset op de Nederlandse markt willen gaan brengen. Deze leveranciers zullen de doe-het-zelfset niet rechtstreeks aan particulieren gaan verkopen. Het is niet uitgesloten dat in de toekomst meer leveranciers de doe-het-zelfset zullen gaan leveren.

Zoals is aangegeven in paragraaf 3.3, kan de samenstelling van de doe-het-zelfset het beste gewaarborgd worden door de distributie te laten plaatsvinden door of namens de gemeenten en/of woningcorporaties. Gemeenten en/of woningcorporaties kunnen aan de hand van de in paragraaf 3.3 genoemde informatie nagaan of de te verkopen doe-het-zelfsets voldoen aan de gestelde samenstellingseisen.

Gemeenten kunnen bij de distributie kiezen tussen:

Woningcorporaties kunnen doe-het-zelfsets, al dan niet tegen kostprijs, verstrekken aan vertrekkende huurders.

Het spreekt vanzelf dat elke gemeente en elke woningcorporatie zelf kan bepalen of zij haar medewerking verleent aan de distributie van de doe-het-zelfset.

4.2. Mededingingsaspecten

Uit overleg met het Ministerie van Economische Zaken is gebleken dat distributie van de doe-het-zelfsets niet in strijd zal komen met de Wet economische mededinging indien rekening wordt gehouden met de volgende zaken:

Voorts verdient het uit oogpunt van mededingingsbeleid de voorkeur om, indien gemeenten en/of woningcorporaties de distributie van de doe-het-zelfsets aan doe-het-zelfwinkels en/of asbestverwijderende bedrijven uitbesteden, deze distributie niet exclusief aan één doe-het-zelfwinkel of aan één asbestverwijderend bedrijf te gunnen, maar zo mogelijk aan meerdere marktpartijen. Hierdoor wordt een gemakkelijke beschikbaarheid van de doe-het-zelfset bevorderd.

4.3. Overige aandachtspunten bij de distributie

Bij de distributie van de doe-het-zelfset zijn verder de volgende punten van belang:

Voorts heeft het de voorkeur dat verkopers over een DTA-diploma beschikken. Noodzakelijk is dit echter niet.

5. Voorlichting over de doe-het-zelfset

Voorlichting over de doe-het-zelfset aan gemeenten en gemeentelijke samenwerkingsverbanden vindt plaats door middel van deze circulaire. De woningcorporaties zullen over de doe-het-zelfset worden geïnformeerd door de Nationale Woningraad (NWR) en het Nederlands Christelijk Instituut voor de Volkshuisvesting (NCIV).

Gemeenten die de doe-het-zelfset zelf gaan verstrekken of een andere rol willen vervullen bij de distributie van de doe-het-zelfset, wordt aangeraden op de volgende manieren voorlichting over de doe-het-zelfset te geven:

Woningcorporaties die de doe-het-zelfset zelf gaan verstrekken of een andere rol willen vervullen bij de distributie van de doe-het-zelfset, wordt aangeraden op de volgende manieren voorlichting over de doe-het-zelfset te verstrekken:

Ook op andere wijze zal voorlichting worden gegeven over de beschikbaarheid van de doe-het-zelfset. Er zal onder meer een aankondiging in het blad ’Milieu in uitvoering’ en in de Consumentengids worden geplaatst. Ook in enkele relevante andere bladen zullen artikelen over de doe-het-zelfset verschijnen.

Tenslotte is een punt van aandacht dat in elke doe-het-zelfset zowel de brochure ’Wat u vooraf moet weten over het verwijderen van asbesthoudende vloerbedekking; het gebruik van de doe-het-zelfset door particulieren’ als de brochure ’Handleiding voor het verwijderen van asbesthoudende vloerbedekking; het gebruik van de doe-het-zelfset door particulieren’ moet zitten.

6. Meer informatie

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.