Regeling van 6 juni 1995
Inleidende bepaling
Artikel 1
Overal in dit reglement betekent:
- a. "de Voorzitter", de Voorzitter van de Kamer;
- b. "de Ondervoorzitters", de Ondervoorzitters van de Kamer;
- c. "De minister", de verantwoordelijke ministers en staatssecretarissen. Op het lid of de leden van de Tweede Kamer aan wie door die Kamer de verdediging van een aldaar aangenomen voorstel van wet is opgedragen, zijn de bepalingen die in dit reglement op een minister van toepassing zijn, van overeenkomstige toepassing;
- d. "het vergaderjaar", de periode die aanvangt op het in artikel 65 der Grondwet bedoelde tijdstip van enig jaar en duurt tot aan hetzelfde tijdstip in het daarop volgende jaar;
- e. "de geloofsbrief", de geloofsbrief in de zin der Kieswet met de overige volgens de wet daarbij over te leggen stukken;
- f. een "voorstel", een voorstel van wet of enig ander voorstel dat de Kamer in onderzoek nemen wil of aan beschouwing wil onderwerpen;
- g. een "gemengde commissie", een commissie die bestaat uit leden van de Eerste en Tweede Kamer;
- h. Een commissievergadering is «openbaar», de commissievergaderingen zijn toegankelijk voor publiek binnen de ruimtelijke mogelijkheden als ook, dan wel, te volgen via een livestream.
Hoofdstuk I. Toelating en ontslag van de leden
Toelating van de leden
Artikel 2
Elk nieuw benoemd lid doet van zijn verkiezing blijken door overlegging van de bij de Kieswet voorgeschreven stukken.
De geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken worden ter griffie ter inzage gelegd voor de leden.
Artikel 3
Over de toelating van leden die benoemd zijn verklaard na periodieke aftreding of ontbinding beslist, voor zover mogelijk, de Kamer die op de dag der benoeming zitting heeft.
Artikel 4
De Voorzitter vertrouwt het onderzoek van de geloofsbrief toe aan een commissie van drie leden, die hij voor dat doel aanwijst. Een van hen benoemt hij tot voorzitter.
In geval van periodieke aftreding of ontbinding van de Kamer wijst hij een tweede commissie als bedoeld in het vorige lid aan.
Hij verdeelt het onderzoek van de geloofsbrieven over de beide commissies. Behoort een der aangewezenen tot de nieuwverkozenen, dan wordt zijn geloofsbrief onderzocht door de commissie van welke hij geen deel uitmaakt.
De aanwijzing tot lid van een commissie als bedoeld in het vorige lid is geen besluit in de zin van artikel 19, eerste lid.
Einde van het lidmaatschap
Artikel 5
Het lid aan wie krachtens het daarop betrekking hebbend artikel der Kieswet*Vgl. artikel X3, tweede en derde lid Kieswet. is meegedeeld dat zijn lidmaatschap heeft opgehouden te bestaan, kan daarover binnen acht dagen het oordeel van de Kamer vragen.
De Kamer benoemt in het onder het eerste lid bedoelde geval uit haar midden een commissie van onderzoek ,en spreekt geen oordeel uit voordat deze commissie verslag heeft uitgebracht. Indien het betrokken lid daarom verzoekt, wordt hij door de commissie gehoord.
Hoofdstuk II. Inrichting van de Kamer
Tijdelijk Voorzitterschap
Artikel 6
Zolang geen Voorzitter is benoemd treedt een oud-Voorzitter als tijdelijk Voorzitter op, waarbij de laatstafgetredene voorrang heeft. Bij ontstentenis van een oud-Voorzitter treedt als tijdelijk Voorzitter op de laatst afgetreden oud-Ondervoorzitter; bij aanwezigheid van meer gelijktijdig afgetreden oud-Ondervoorzitters treedt degene die het langst zitting heeft in de Kamer als tijdelijk Voorzitter op; bij gelijke zittingsduur gaat de oudste in leeftijd voor. Bij ontstentenis van een oud-Ondervoorzitter treedt het lid dat het langst in de Kamer zitting heeft als tijdelijk Voorzitter op; bij gelijke zittingsduur gaat het oudste lid in leeftijd voor.
De tijdelijk Voorzitter legt ten overstaan van de vergadering de eed of verklaring en belofte af.
Benoeming van de Voorzitter en de Ondervoorzitters
Artikel 7
Zo spoedig mogelijk na de aanvang van een nieuwe zitting dan wel bij tussentijds openvallen van het voorzitterschap gaat de Kamer over tot de benoeming van een Voorzitter.
Indien de Voorzitter niet meer het vertrouwen van de Kamer bezit, ontslaat de Kamer hem en benoemt zij een nieuwe Voorzitter.
Artikel 8
Nadat de Kamer een Voorzitter heeft benoemd, gaat zij over tot de benoeming van een eerste en een tweede Ondervoorzitter.
Artikel 9
De Voorzitter kan aan een van de Ondervoorzitters het voorzitterschap tijdelijk overdragen. Is dit niet geschied, dan wordt het voorzitterschap zowel in het geval van artikel 90, als bij ontstentenis van de Voorzitter van rechtswege waargenomen door de eerste c.q. tweede Ondervoorzitter.
Is noch de Voorzitter, noch één van de ondervoorzitters beschikbaar, dan wordt de Voorzitter vervangen overeenkomstig de regeling in artikel 6, eerste lid.
Taken van de Voorzitter
Artikel 10
De Voorzitter leidt met inachtneming van dit reglement de werkzaamheden van de Kamer.
Artikel 11
De Voorzitter is lid en Voorzitter van de Huishoudelijke Commissie.
Hij zit de bijeenkomsten van het College van Senioren voor.
Artikel 12
De Voorzitter handhaaft de orde tijdens de vergaderingen van de Kamer. Hij draagt zorg voor het juist stellen van punten, waarover de Kamer moet besluiten. Hij stelt de uitslag van gehouden stemmingen vast.
Artikel 13
De Voorzitter draagt zorg voor het ten uitvoer leggen van alle besluiten door of vanwege de Kamer genomen. Hij vertegenwoordigt de Kamer naar buiten.
Huishoudelijke Commissie
Artikel 14
Er is een Huishoudelijke Commissie.
De Voorzitter en de twee Ondervoorzitters zijn lid van de Huishoudelijke Commissie.
Artikel 15
De Huishoudelijke Commissie oefent namens de Kamer de taken en bevoegdheden uit die bij of krachtens de wet aan de Kamer zijn toegekend, tenzij dit Reglement anders bepaalt of het de wetgevende of controlerende taken en bevoegdheden van de Kamer betreft.
De Huishoudelijke Commissie is bevoegd tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van de Kamer te besluiten.
De Huishoudelijke Commissie is bevoegd aan de Voorzitter mandaat en machtiging te verlenen tot het geheel of gedeeltelijk uitoefenen van de in de vorige leden bedoelde taken en bevoegdheden. Hierbij kunnen nadere regels worden gesteld.
De Huishoudelijke Commissie oefent toezicht uit op de werkzaamheden ter griffie en al wat verder het huishouden van de Kamer betreft.
Artikel 16
De Huishoudelijke Commissie stelt een raming op van de in het volgende jaar benodigde uitgaven.
De Kamer behandelt de raming op de wijze waarop over wijzigingen in het Reglement wordt beraadslaagd, zoals geregeld in hoofdstuk XIII, met dien verstande dat het voorbereidend onderzoek wordt toevertrouwd aan een daartoe door de Kamer aangewezen vaste of bijzondere commissie.
De raming wordt, nadat zij door de Kamer is goedgekeurd, vóór 1 juli toegezonden aan de minister die verantwoordelijk is voor het hoofdstuk van de rijksbegroting waarbij de posten voor de Staten-Generaal worden vastgesteld.
Bij afzonderlijke regeling, vast te stellen door de Huishoudelijke Commissie en goed te keuren door het College van Senioren, worden regels gesteld voor de toekenning en het beheer van een financiële bijdrage aan fracties ten behoeve van hun werkzaamheden.
College van Senioren
Artikel 17
Er is een College van Senioren.
Het College van Senioren bestaat uit de voorzitters van de in artikel 23 en 24 genoemde fracties. Zij kunnen zich doen vervangen.
De Ondervoorzitters van de Kamer worden uitgenodigd tot de vergaderingen van het College.
Artikel 18
De Voorzitter roept het College samen zo dikwijls hij het nodig oordeelt. Op verzoek van ten minste vier leden van het College roept hij het eveneens samen.
Raadpleging van het College en het nemen van besluiten
Artikel 19
Het College van Senioren staat de Voorzitter bij in het leiden van de werkzaamheden van de Kamer. De Voorzitter raadpleegt daartoe het College inzake de besluiten en voorstellen, die hij krachtens dit reglement neemt of doet.
Van het bepaalde in het vorige lid zijn uitgezonderd de besluiten en voorstellen van de Voorzitter van welke dit reglement zulks uitdrukkelijk vermeldt en de besluiten welke hij staande de vergadering neemt inzake handhaving van de orde.
Over alle besluiten of voorstellen kan de Voorzitter het College horen en kan het College hem eigener beweging van advies dienen.
Artikel 20
Indien advisering vanwege het spoedeisend karakter der aangelegenheid zijns inziens niet mogelijk is, besluit de Voorzitter zonder tevoren het advies van het College te hebben ingewonnen.
Artikel 21
De Voorzitter doet, nadat hij een besluit in de zin van artikel 19, eerste lid, of artikel 20 heeft genomen, in de eerstvolgende vergadering van de Kamer daarvan mededeling. Indien het College van Senioren ingevolge de in artikel 20 bedoelde omstandigheden niet over een voorstel of een besluit is gehoord, deelt de Voorzitter dat gelijktijdig met zijn beslissing of voorstel mede.
Hij kan zijn besluit ook schriftelijk mededelen.
Artikel 22
Ieder lid kan in de vergadering van de Kamer waarin de mededeling bedoeld in het eerste lid van artikel 21 is gedaan, of indien de mededeling schriftelijk plaatsvond in de eerstvolgende openbare vergadering na die mededeling, een ordevoorstel indienen om van het besluit af te wijken.
Een voorstel wordt door de Kamer slechts in behandeling genomen, wanneer het door ten minste vier andere leden der Kamer gesteund wordt.
Indien de Kamer het voorstel aanvaardt, treedt het voorstel in de plaats van het besluit van de Voorzitter.
Fracties
Artikel 23
De leden die gekozen zijn op lijsten boven welke dezelfde naam of aanduiding van een politieke groepering geplaatst is, worden bij de aanvang van de zitting als een fractie beschouwd.
Is onder een benaming of een nummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd.
Artikel 24
Leden die geen deel meer uitmaken van de in het vorig artikel bedoelde fracties, dienen dat aan de Voorzitter kenbaar te maken. Zij kunnen tezamen of ieder afzonderlijk nieuwe fracties vormen. Hiervan moet aan de Voorzitter kennis worden gegeven. Artikel 25 is op deze nieuwgevormde fracties van overeenkomstige toepassing.
Artikel 25
Fracties doen na de aanvang van een zitting aan de Voorzitter weten, hoe haar fractiebestuur is samengesteld.
Bij tussentijdse wijzigingen in de samenstelling van een fractie of een fractiebestuur, wordt de Voorzitter daarvan onverwijld op de hoogte gesteld.
Personeel van de Kamer
Artikel 26
De Kamer benoemt en ontslaat de Griffier en besluit tot het aangaan, wijzigen en beëindigen van diens arbeidsovereenkomst. De Huishoudelijke Commissie is belast met het uitoefenen van de overige rechtspositionele bevoegdheden ten aanzien van de Griffier.
De Huishoudelijke Commissie besluit tot het aangaan, wijzigen en beëindigen van arbeidsovereenkomsten met de plaatsvervangend griffiers en de directeuren. De Griffier is belast met het uitoefenen van de overige rechtspositionele bevoegdheden ten aanzien van hen.
De Griffier besluit tot het aangaan, wijzigen en beëindigen van arbeidsovereenkomsten met de overige ambtenaren ter griffie, en is belast met het uitoefenen van de overige rechtspositionele bevoegdheden ten aanzien van hen.
Artikel 27
Beraadslagingen omtrent de persoon, bedoeld in artikel 26 eerste lid, vinden plaats achter gesloten deuren.
Artikel 28
De Huishoudelijke Commissie bepaalt de taken en bevoegdheden van de Griffier en verleent de Griffier de benodigde mandaten en machtigingen. Zij kan bepalen dat de Griffier zijn taken en bevoegdheden aan andere ambtenaren ter griffie kan opdragen.
Artikel 29
De Griffier heeft de leiding van de ambtelijke organisatie.
De Huishoudelijke Commissie oefent hierop toezicht uit.
Artikel 30
Bij afzonderlijke regeling, vast te stellen door de beide Kamers der Staten-Generaal, wordt de instelling en aansturing van een griffie voor de interparlementaire betrekkingen geregeld.
Artikel 31
Bij afzonderlijk reglement, vast te stellen door de beide Kamers der Staten-Generaal, worden de zorg voor de Dienst Verslag en Redactie, de taakuitoefening, de openbaarmaking van het verslag van het verhandelde in de vergaderingen der Staten-Generaal alsmede de bewaartermijnen geregeld.
De bevoegdheid om in het door de dienst geleverde verslag wijzigingen aan te brengen of aangebrachte wijzigingen ongedaan te maken wordt uitgeoefend door de bij genoemd reglement in te stellen gemengde commissie van beroep voor de Dienst Verslag en Redactie.
Hoofdstuk III. Vaste en bijzondere commissies
Taak
Artikel 32
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.