Wet van 8 juni 1995, houdende regels betreffende de uitvoering van het Verdrag tot verbod van de ontwikkeling, de produktie, de aanleg van voorraden en het gebruik van chemische wapens en inzake de vernietiging van deze wapens

Type Wet
Publication 2024-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het, mede gelet op artikel 12 van de Grondwet, noodzakelijk is regels te stellen ter uitvoering van het Verdrag tot verbod van de ontwikkeling, de produktie, de aanleg van voorraden en het gebruik van chemische wapens en inzake de vernietiging van deze wapens;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk 1. Begripsomschrijvingen

Artikel 1
1.

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

2.

Voor de toepassing van de bij of krachtens deze wet ter zake van invoer vastgestelde bepalingen worden goederen als bedoeld in artikel 79, eerste lid, van het Douanewetboek van de Unie geacht te zijn geplaatst onder de douaneregeling, bedoeld in artikel 5, onderdeel 16, onder a, van dat wetboek.

Hoofdstuk 2. Chemische stoffen en inrichtingen voor het produceren daarvan

§ 1. Verboden

Artikel 2
1.

Het is verboden chemische wapens te ontwikkelen, te produceren, anderszins te verwerven, op te slaan, voorhanden te hebben, over te dragen of te gebruiken.

2.

Het is verboden met het oog op de ontwikkeling, produktie, verwerving, opslag, overdracht of het gebruik van chemische wapens giftige stoffen, daarbij inbegrepen hun voorlopers, te ontwikkelen, te produceren, anderszins te verwerven, voorhanden te hebben, over te dragen of te gebruiken.

3.

Het eerste lid is niet van toepassing ingeval de Wet Oorlogsstrafrecht van toepassing is.

Artikel 3
1.

Het is verboden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen stoffen te ontwikkelen, te produceren, anderszins te verwerven, op te slaan, voorhanden te hebben, over te dragen of te gebruiken. Tot de aan te wijzen stoffen behoren de stoffen, bedoeld in artikel VI, paragraaf 3, van het verdrag.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van het produceren van de stoffen in laboratoria in hoeveelheden van minder dan 100 gram per jaar per inrichting, indien de stoffen zijn bestemd voor onderzoeksdoeleinden of voor medische dan wel farmaceutische doeleinden.

3.

Het eerste lid is voorts niet van toepassing ten aanzien van het ontwikkelen, het produceren, het verwerven, het opslaan, het voorhanden hebben en het gebruiken van de stoffen voor onderzoek, medische, farmaceutische of beschermingsdoeleinden in een door Onze Minister aangewezen inrichting.

4.

Onze Minister kan een ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid voor:

§ 2. Kennisgevingen

Artikel 4
1.

Degene die een inrichting als bedoeld in artikel 3, tweede lid, in bedrijf houdt, verstrekt aan Onze Minister de gegevens die zijn aangewezen bij algemene maatregel van bestuur. Tot de aan te wijzen gegevens behoren de gegevens, bedoeld in de Verificatiebijlage, afdeling VI (D), paragrafen 13 tot en met 16, van het verdrag. De eerste volzin is niet van toepassing indien de inrichting een ziekenhuis betreft.

2.

Degene die een inrichting als bedoeld in artikel 3, derde lid, in bedrijf houdt, verstrekt aan Onze Minister de gegevens die zijn aangewezen bij algemene maatregel van bestuur. Tot de aan te wijzen gegevens behoren de gegevens, bedoeld in de Verificatiebijlage, afdeling VI (D), paragrafen 13 tot en met 16, van het verdrag.

3.

Degene die een ontheffing als bedoeld in artikel 3, vierde lid, onder a, heeft verkregen, verstrekt aan Onze Minister de gegevens die zijn aangewezen bij algemene maatregel van bestuur. Tot de aan te wijzen gegevens behoren de gegevens, bedoeld in de Verificatiebijlage, afdeling VI (D), paragrafen 17 tot en met 20, van het verdrag.

4.

Degene die een ontheffing als bedoeld in artikel 3, vierde lid, onder b, heeft verkregen, verstrekt aan Onze Minister de gegevens, die zijn aangewezen bij algemene maatregel van bestuur. Tot de aan te wijzen gegevens behoren de gegevens, bedoeld in de Verificatiebijlage, afdeling VI (B), paragrafen 5 en 6, van het verdrag.

Artikel 5
1.

Degene die een inrichting in bedrijf houdt waar bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen stoffen worden geproduceerd, verwerkt of verbruikt in hoeveelheden, aangegeven bij die algemene maatregel van bestuur, verstrekt aan Onze Minister de gegevens, die zijn aangewezen bij algemene maatregel van bestuur. Tot de aan te wijzen stoffen behoren de stoffen, bedoeld in artikel VI, paragrafen 4 en 5, van het verdrag. Tot de aan te wijzen gegevens behoren de gegevens, bedoeld in de Verificatiebijlage, afdeling VII (A), paragrafen 6 tot en met 8, onderscheidenlijk afdeling VIII (A), paragrafen 6 tot en met 8, van het verdrag.

2.

Degene die een inrichting in bedrijf houdt of heeft gehouden waar de in het eerste lid bedoelde stoffen zijn geproduceerd in de periode van 1 januari 1946 tot en met de inwerkingtreding van deze wet, met het doel chemische wapens te ontwikkelen, verstrekt aan Onze Minister de gegevens, die zijn aangewezen bij algemene maatregel van bestuur. Tot de aan te wijzen gegevens behoren de gegevens, bedoeld in de Verificatiebijlage, afdeling VII (A), paragraaf 10, onderscheidenlijk afdeling VIII (A), paragraaf 10, van het verdrag.

3.

Degene die de in het eerste lid bedoelde stoffen in- of uitvoert, doet aan Onze Minister mededeling van de in- en uitgevoerde hoeveelheden, gespecificeerd naar land van herkomst of bestemming.

Artikel 6

Degene die een inrichting als bedoeld in artikel VI, paragraaf 6, van het verdrag in bedrijf houdt waar bij of krachtens in algemene maatregel van bestuur aangewezen stoffen worden geproduceerd in hoeveelheden, aangegeven bij die maatregel, verstrekt aan Onze Minister de gegevens die zijn aangewezen bij algemene maatregel van bestuur. Tot de aan te wijzen stoffen behoren de stoffen, bedoeld in artikel VI, paragraaf 6, van het verdrag, en de gegevens, bedoeld in de Verificatiebijlage, afdeling IX, paragrafen 4 tot en met 6 van het verdrag.

Artikel 7

Degene die overeenkomstig de artikelen 4 tot en met 6 een kennisgeving heeft gedaan, bewaart de in die artikelen bedoelde gegevens ten minste tot vijf jaar na de indiening van de kennisgeving.

Artikel 8

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld ter uitvoering van het bepaalde in de artikelen 3 tot en met 6.

Hoofdstuk 3. Toezicht

Artikel 9
1.

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren.

2.

Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

Artikel 10

Vervallen

Artikel 11

Artikel 5:20, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht is jegens de krachtens artikel 9 aangewezen ambtenaren, alsmede jegens de ambtenaren die zijn belast met de opsporing van overtredingen van het bij of krachtens artikel 2, 3, eerste lid, 4, 5, 6, 7 of 8 bepaalde, niet van toepassing op de ambtenaren, bedoeld in artikel 32 van de Arbeidsomstandighedenwet en artikel 18.6 van de Omgevingswet.

Hoofdstuk 4. Internationale routine- en uitdagingsinspecties

Artikel 12
1.

Onze Minister wijst het hoofd van het begeleidingsteam aan.

2.

Het hoofd van het begeleidingsteam is bij een internationale routine- of uitdagingsinspectie bevoegd van een ieder alle medewerking te vorderen die nodig is voor de uitvoering van de taken die bij het verdrag zijn opgedragen aan het internationale inspectieteam en het begeleidingsteam.

Artikel 13
1.

Het internationale inspectieteam is bevoegd om, vergezeld door het begeleidingsteam en met medeneming van de benodigde apparatuur, bij het verrichten van een internationale routine-inspectie fabriekscomplexen, fabrieken en eenheden te betreden voor zover het dat voor de uitvoering van die inspectie nodig acht. Het hoofd van het begeleidingsteam kan daartoe zo nodig de hulp van de sterke arm inroepen.

2.

Het internationale inspectieteam is bevoegd om, vergezeld door het begeleidingsteam en met medeneming van de benodigde apparatuur, bij het verrichten van een internationale uitdagingsinspectie elke plaats te betreden voor zover het dat voor de uitvoering van die inspectie nodig acht. Het hoofd van het begeleidingsteam kan daartoe zo nodig de hulp van de sterke arm inroepen.

3.

In afwijking van artikel 1, eerste lid, van de Algemene wet op het binnentreden rust de verplichting zich voorafgaand aan het binnentreden in een woning te legitimeren en mededeling te doen van het doel van het binnentreden op de leden van het begeleidingsteam.

4.

In afwijking van artikel 2, eerste lid, van de Algemene wet op het binnentreden is het internationale inspectieteam, vergezeld door het begeleidingsteam, bevoegd om zonder machtiging een woning binnen te treden zonder toestemming van de bewoner.

5.

Het hoofd van het begeleidingsteam maakt het schriftelijk verslag, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Algemene wet op het binnentreden. In dit verslag vermeldt hij tevens de namen en de hoedanigheden van de leden van het begeleidingsteam en van de inspecteurs.

Hoofdstuk 5. Overige bepalingen

Artikel 14

De Nederlandse strafwet is van toepassing op de Nederlander die zich buiten Nederland schuldig maakt aan handelen in strijd met het bepaalde bij of krachtens artikel 2 en artikel 3, eerste lid.

Artikel 15

Wijzigt de Wet op de economische delicten.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.