Besluit van 27 juni 1995, houdende regels inzake de verstrekking van gegevens ten behoeve van gemeentelijke belastingheffing

Type AMvB
Publication 2009-03-18
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, mw. A. G. M. van de Vondervoort, van 4 november 1994, nr. FBA94/U2085, directoraat-generaal Openbaar Bestuur, gedaan mede namens de Staatssecretaris van Financiën;

Gelet op artikel 246a van de Gemeentewet;

De Raad van State gehoord (advies van 1 maart 1995, nr. WO4940685);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, mw. A. G. M. van de Vondervoort, van 22 juni 1995, nr. FO95/433, directoraat-generaal Openbaar Bestuur, uitgebracht mede namens de Staatssecretaris van Financiën;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1
1.

In dit besluit wordt verstaan onder informatieplichtige: degene die in het bezit is van boeken, bescheiden of andere gegevensdragers waarvan de raadpleging, onderscheidenlijk de gegevens- en inlichtingenverstrekking van belang kunnen zijn voor de vaststelling van feiten die van invloed kunnen zijn op de heffing of de invordering van gemeentelijke belastingen van derden, dan wel degene die van deze feiten kennis draagt, met dien verstande dat:

2.

Informatieplichtig als bedoeld in het eerste lid zijn slechts degenen die voor de heffing van rijksbelastingen administratieplichtig zijn.

3.

Voor zover dit redelijkerwijs van belang kan worden geacht voor de uitvoering van dit besluit, gelden de in dit besluit genoemde bevoegdheden en verplichtingen ook buiten de gemeente.

Artikel 2

Een informatieplichtige als bedoeld in artikel 1, eerste lid, aanhef en onderdeel a, die kennis heeft van, dan wel de beschikking heeft over naam-, adres- en woonplaatsgegevens van de eigenaren, bezitters, beperkt of persoonlijk gerechtigden van een onroerende zaak, dan wel van woon- en bedrijfsruimten, is gehouden desgevraagd aan de in artikel 231, tweede lid, onderdelen b of c, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar:

Artikel 3
1.

Een informatieplichtige als bedoeld in artikel 1, eerste lid, aanhef en onderdeel b, die kennis heeft van, dan wel de beschikking heeft over naam-, adres- en woonplaatsgegevens van de eigenaren, bezitters, beperkt of persoonlijk gerechtigden van een roerende of onroerende zaak die dient tot verblijf dan wel de beschikking heeft over gegevens over de aansluitingen op nutsvoorzieningen van die zaken, is gehouden desgevraagd aan de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar:

2.

Een informatieplichtige als bedoeld in artikel 1, eerste lid, aanhef en onderdeel b, die kennis heeft van, dan wel de beschikking heeft over naam-, adres- en woonplaatsgegevens van degenen die verblijf hebben gehouden of gegevens betreffende het aantal dagen dat verblijf is gehouden of betreffende de overnachtingsprijs, is gehouden desgevraagd aan de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar:

3.

De in het eerste en tweede lid bedoelde verplichtingen ter zake van naam-, adres- en woonplaatsgegevens gelden mede jegens de in artikel 231, tweede lid, onderdeel c, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar.

Artikel 4

Een informatieplichtige als bedoeld in artikel 1, eerste lid, aanhef en onderdeel c, die kennis heeft van, dan wel de beschikking heeft over naam-, adres- en woonplaatsgegevens van personen wier hond is geregistreerd, verzorgd, behandeld of opgevangen, is gehouden desgevraagd aan de in artikel 231, tweede lid, onderdelen b of c, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar:

Artikel 5
1.

Een informatieplichtige als bedoeld in artikel 1, eerste lid, aanhef en onderdelen d en e, die kennis heeft van, dan wel de beschikking heeft over naam-, adres- en woonplaatsgegevens van personen die voor openbare dienst bestemde gemeentebezittingen gebruiken dan wel genot hebben van gemeentelijke diensten, alsmede over gegevens betreffende de hoeveelheid water die door of vanwege een waterleidingbedrijf naar een woning of een bedrijf is toegevoerd, de soort en hoeveelheid vuil die van een woning of bedrijf door een vuilafvoerbedrijf is afgevoerd dan wel aan een vuilverwerkingsbedrijf of vuilstortplaats is aangeboden, het laadvermogen, de oppervlakte en de lengte van een vaartuig dat van de gemeentelijke haven gebruik heeft gemaakt, de soort en de hoeveelheid van de door een vaartuig te vervoeren of vervoerde zaken, alsmede over de tijd en het aantal keren dat door een vaartuig van een haven gebruik is gemaakt, is gehouden desgevraagd aan de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar:

2.

De in het eerste lid bedoelde verplichtingen ter zake van naam-, adres- en woonplaatsgegevens gelden mede jegens de in artikel 231, tweede lid, onderdeel c, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar.

Artikel 6

Een informatieplichtige als bedoeld in artikel 1, eerste lid, aanhef en onderdeel f, die kennis heeft van, dan wel de beschikking heeft over gegevens betreffende de vervaardigingskosten van een roerende of onroerende zaak, is gehouden desgevraagd aan de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar:

Artikel 7

Indien een belastingschuldige een verzoek heeft ingediend tot het verlenen van kwijtschelding van belasting op de voet van artikel 26 van de Invorderingswet 1990, is de rijksbelastingdienst gehouden desgevraagd gegevens en inlichtingen te verstrekken aan de in artikel 231, tweede lid, onderdeel c, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar over de inkomens- en vermogenspositie van de belastingschuldige, ten behoeve van de beoordeling van dit verzoek.

Artikel 8
1.

De in artikel 47, eerste lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen bedoelde verplichting geldt mede voor een administratiekantoor waarbij zich gegevensdragers bevinden van degene die, voor de belastingen, bedoeld in de artikelen 220, 221, 223, 224, 226, 228, 228a en 229 van de Gemeentewet, gehouden is deze, of de inhoud daarvan, aan de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar voor raadpleging beschikbaar te stellen.

2.

De in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar stelt degene wiens gegevensdragers het bij een administratiekantoor vordert, gelijktijdig hiervan in kennis.

Artikel 9

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Artikel 10

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit gegevensverstrekking gemeentelijke belastingheffing.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.