Besluit van 27 september 1995, houdende regels met betrekking tot de geluidproduktie van sportmotoren
Op de voordracht van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 2 december 1993, nr. MJZ26n93010, Centrale Directie Juridische Zaken, afdeling Wetgeving, gedaan in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken;
Gelet op artikel 2, eerste lid, van de Wet geluidhinder;
De Raad van State gehoord (advies van 30 maart 1994, nr. W08.93.0812);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 20 september 1995, nr. MJZ 950099025, Centrale Directie Juridische Zaken, afdeling Wetgeving, uitgebracht in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder sportmotor: motorrijtuig op minder dan vier wielen:
- a. dat niet voorzien is van een kenteken als bedoeld in artikel 36 van de Wegenverkeerswet 1994 en
- b. dat bestemd is of gebruikt wordt voor de beoefening van de motorsport.
Artikel 2
Het is verboden een sportmotor te gebruiken:
- a. die het krachtens artikel 4, eerste lid, vastgestelde geluiddrukniveau overschrijdt, of
- b. anders dan op een terrein als bedoeld in artikel 3.304 van het Besluit activiteiten leefomgeving waarvoor het bevoegd gezag een omgevingsvergunning heeft verleend voor het exploiteren van dat terrein voor het sporten of recreëren met voertuigen met een verbrandingsmotor in de buitenlucht, bedoeld in artikel 3.305 van dat besluit.
Artikel 3
Van het in artikel 2, onderdeel a, gestelde verbod kan het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, ontheffing verlenen voor het gebruik van sportmotoren tijdens een in de ontheffing aangegeven evenement dat plaatsvindt op een terrein als bedoeld in artikel 2, onderdeel b.
Van het in artikel 2, onderdeel b, gestelde verbod kunnen gedeputeerde staten van de provincie waarin het evenement in hoofdzaak zal plaatsvinden ontheffing verlenen voor het gebruik van sportmotoren tijdens een in de ontheffing aangegeven evenement.
Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de aanvraag om een ontheffing als bedoeld in het eerste of tweede lid.
Artikel 4
Onze Minister stelt het geluiddrukniveau vast dat door een sportmotor niet mag worden overschreden.
Het in het eerste lid genoemde geluiddrukniveau kan verschillend worden vastgesteld naar gelang van de kenmerken van de betrokken sportmotor.
Het geluiddrukniveau van sportmotoren wordt bepaald overeenkomstig een door Onze Minister vastgestelde reken- en meetmethode.
Artikel 5
Indien een sportmotor behoort tot een type dat voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit in produktie is genomen, geldt artikel 2 voor die sportmotor eerst met ingang van een jaar na dat tijdstip.
Artikel 6
Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag van de tweede kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
Artikel 7
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit geluidproduktie sportmotoren.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.