Besluit van 26 oktober 1995, tot wijziging van het Kansspelenbesluit
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Justitie van 24 augustus 1995, Directie Wetgeving, nr. 512333/95/6;
Gelet op de artikelen 6 en 29 van de Wet op de kansspelen;
De Raad van State gehoord (advies van 10 oktober 1995, nr. W03.95.0473);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Justitie van 20 oktober 1995, Directie Wetgeving, nr. 520511/95/6;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel I
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
Artikel II
Behoudens het bepaalde in het tweede lid, is op een vergunning als bedoeld in de artikelen 3, 4 en 28 van de Wet op de kansspelen, die is verleend voor de inwerkingtreding van dit besluit, het recht van toepassing zoals dat gold voor de inwerkingtreding van dit besluit.
Ten aanzien van een vergunning als bedoeld in de artikelen 3, 4 en 28 van de Wet op de kansspelen, die is verleend voor de inwerkingtreding van dit besluit met een geldigheidsduur van meer dan een jaar, is de jaarlijkse vergoeding bedoeld in artikel 3a van het Kansspelenbesluit verschuldigd met ingang van de dag waarop dit besluit in werking treedt.
Artikel III
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag waarop de wet van 18 mei 1995, Stb. 300, houdende wijziging van de Wet op de kansspelen in verband met het instellen van een College van toezicht op de kansspelen in werking treedt.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.