Wet van 31 oktober 1995, houdende bepalingen met betrekking tot de educatie en het beroepsonderwijs
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het met het oog op de totstandkoming van een landelijke kwalificatiestructuur voor het beroepsonderwijs, de gewenste verbetering van de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt, de gewenste verbetering van de afstemming tussen beroepsonderwijs en educatie, en voor een samenhangende besluitvorming op het gebied van de educatie, wenselijk is de toedeling van bevoegdheden aan de rijksoverheid, aan de gemeenten, aan de landelijke organen en aan de instellingen te herzien;
dat het daarvoor wenselijk is de regelingen met betrekking tot de educatie en het beroepsonderwijs in de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs en de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991, alsmede de regelingen met betrekking tot het middelbaar beroepsonderwijs en het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs in de Wet op het voortgezet onderwijs, in een samenhangend wettelijk kader neer te leggen met ingang van de expiratiedatum van deze regelingen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Hoofdstuk I. Algemeen
Titel 1. Definities, reikwijdte, aard bepalingen
Artikel 1.1.1. Begripsbepalingen
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- beroepscollege: beroepscollege als bedoeld in artikel 1.3.2;
- beroepsonderwijs: onderwijs als bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid;
- beroepsopleiding: opleiding als bedoeld in artikel 7.1.2, tweede lid;
- beroepsopleiding in de beroepsbegeleidende leerweg: beroepsopleiding als bedoeld in artikel 7.2.7, vierde lid;
- beroepsopleiding in de beroepsopleidende leerweg: beroepsopleiding als bedoeld in artikel 7.2.7, derde lid;
- beroepspraktijkvorming: onderricht in de praktijk van het beroep als bedoeld in artikel 7.2.8, eerste lid;
- bestuursoverdracht: overdracht van een instelling aan een ander bevoegd gezag;
- bevoegd gezag:
- a. van een openbare instelling:
- 1°. college van burgemeester en wethouders van de gemeente die de instelling in stand houdt, behoudens voor zover de raad anders bepaalt en met inachtneming van door hem te stellen regels;
- 2°. bevoegd orgaan krachtens de betrokken gemeenschappelijke regeling waarbij het openbaar lichaam dat de instelling in stand houdt, is opgericht;
- b. van een bijzondere instelling: rechtspersoon die de instelling in stand houdt als bedoeld in artikel 2.1.3, derde lid;
- c. van een instelling met diploma-erkenning als bedoeld in de artikelen 1.4.1 of 1.4a.1: rechtspersoon of natuurlijke persoon die de instelling in stand houdt;
- d. van een exameninstelling als bedoeld in artikel 1.6.1: rechtspersoon die de exameninstelling in stand houdt;
- bijzondere instelling: instelling die uitgaat van een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid niet zijnde een rechtspersoon als bedoeld in artikel 1 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
- burgerservicenummer: burgerservicenummer als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer;
- centraal examen: examen of examenonderdeel bestaande uit door het College voor toetsen en examens, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Wet College voor toetsen en examens, vastgestelde toetsen die door of in opdracht van de instelling worden afgenomen;
- deelnemer: degene die een opleiding educatie volgt, met uitzondering van een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs;
- doorlopende leerroute vmbo-mbo: route als bedoeld in artikel 9.1.2, tweede lid;
- educatie: onderwijs bestemd voor volwassenen als bedoeld in artikel 1.2.1, eerste lid;
- eindtermen: eindtermen als bedoeld in artikel 7.3.3;
- exameninstelling: instelling als bedoeld in artikel 1.6.1;
- examinering: het nemen van een beslissing over de inhoud en het niveau van een examen, procedures en voorwaarden waaronder een examen wordt afgenomen, alsmede het vaststellen van de uitslag van een examen;
- fusie: institutionele fusie of bestuursoverdracht;
- ho-student: degene die hoger onderwijs volgt, als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
- inspectie: Inspectie van het onderwijs als bedoeld in de Wet op het onderwijstoezicht;
- instelling: regionaal opleidingencentrum of beroepscollege;
- instellingsexamen: examen of examenonderdeel, bestaande uit toetsen die zijn vastgesteld en worden afgenomen door of in opdracht van de instelling;
- institutionele fusie: samenvoeging van twee of meer instellingen tot een instelling;
- keuzedeel: keuzedeel als bedoeld in artikel 7.1.3, tweede lid;
- kwalificatie: kwalificatie als bedoeld in artikel 7.1.3, eerste lid;
- kwalificatiedossier: document waarin een of meer kwalificaties zijn beschreven;
- leerweg: leerweg als bedoeld in artikel 7.2.2, tweede lid, tenzij anders bepaald;
- ondernemingsraad: ondernemingsraad als bedoeld in de Wet op de ondernemingsraden;
- Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
- openbare instelling: instelling in stand gehouden door een gemeente dan wel door een openbaar lichaam, ingesteld bij een gemeenschappelijke regeling als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen, waarin deelnemen een of meer gemeenten, al dan niet tezamen met een of meer privaatrechtelijke rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid;
- opleiding educatie: opleiding als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid;
- opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs: opleiding educatie als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onderdeel a;
- opleidingsdomein: samenhangend geheel van kwalificatiedossiers die zijn gericht op en van belang zijn voor eenzelfde bedrijfstak of groep van bedrijfstakken;
- ouders: met het gezag over de student of vavo-student belaste ouders, voogden of verzorgers;
- personeel:
- a. benoemde docenten en overig personeel dat is benoemd aan de instelling;
- b. onder a bedoeld personeel dat zonder benoeming is tewerkgesteld aan de instelling, tenzij het betreft de toepassing van de artikelen 4.1.1, 4.1.2 en 4.1.3, en de toepassing van daarmee verband houdende wettelijke bepalingen;
- persoonsgebonden nummer: burgerservicenummer dan wel door Onze Minister uitgegeven onderwijsnummer als bedoeld in artikel 8.1.1a, vierde lid;
- regionaal opleidingencentrum: regionaal opleidingencentrum als bedoeld in artikel 1.3.1;
- register onderwijsdeelnemers: register onderwijsdeelnemers als bedoeld in artikel 4 van de Wet register onderwijsdeelnemers;
- Registratie instellingen en opleidingen: Registratie instellingen en opleidingen, bedoeld in artikel 6.4.1, eerste lid;
- samenwerkingscollege: samenwerkingsverband tussen instellingen dat ertoe strekt onder gezamenlijke verantwoordelijkheid een of meer beroepsopleidingen of opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs te verzorgen, niet zijnde een fusie als bedoeld in artikel 2.1.8;
- Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven: rechtspersoon, aangewezen op grond van artikel 1.5.1, eerste lid;
- scholengemeenschap: scholengemeenschap als bedoeld in de Wet voortgezet onderwijs 2020;
- school: school als bedoeld in de Wet voortgezet onderwijs 2020;
- school voor mavo: school voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 2.6 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
- school voor praktijkonderwijs: school voor praktijkonderwijs als bedoeld in artikel 2.8 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
- school voor vbo: school voor voorbereidend beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 2.7 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
- startkwalificatie: startkwalificatie als bedoeld in de Leerplichtwet 1969;
- student: degene die beroepsonderwijs volgt;
- studiejaar: tijdvak dat aanvangt op 1 augustus en eindigt op 31 juli van het daarop volgend jaar;
- vavo-student: degene die een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs volgt;
- verticale scholengemeenschap: verticale scholengemeenschap als bedoeld in artikel 2.6.1;
- volwassene: in Nederland woonachtige van 18 jaren of ouder;
- waarborgfonds: fonds als bedoeld in artikel 2.2.9.
Artikel 1.1.2. Aard bepalingen bekostigd onderwijs
De bij of krachtens deze wet gestelde bepalingen die zich rechtstreeks of naar hun aard richten tot het bevoegd gezag, zijn voor het bekostigd bijzonder onderwijs voorwaarden voor bekostiging.
Artikel 1.1.3. Aard bepalingen
Vervallen
Titel 2. Doelstellingen onderwijs
Artikel 1.2.1. Doelstellingen onderwijs
Educatie is gericht op bevordering van de zelfredzaamheid van volwassenen en sluit waar mogelijk aan op het ingangsniveau van het beroepsonderwijs. Educatie omvat activiteiten op het niveau van het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs. Opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs zijn gericht op het behalen van een diploma van onderwijs als bedoeld in de artikelen 2.4 tot en met 2.6 van de Wet voortgezet onderwijs 2020.
Beroepsonderwijs is gericht op de theoretische en praktische voorbereiding voor de uitoefening van beroepen, waarvoor een beroepskwalificerende opleiding is vereist of dienstig kan zijn. Het beroepsonderwijs bevordert tevens de algemene vorming en de persoonlijke ontplooiing van de studenten en draagt bij tot het maatschappelijk functioneren. Beroepsonderwijs sluit aan op het voorbereidend beroepsonderwijs en het algemeen voortgezet onderwijs. Beroepsonderwijs omvat niet het hoger onderwijs.
Titel 3. Bekostigde instellingen
§ 1. Instellingen
Artikel 1.3.1. Regionale opleidingencentra
Aan regionale opleidingencentra worden verzorgd:
- a. opleidingen beroepsonderwijs en
- b. indien de desbetreffende instelling op 1 augustus 2012 een of meer opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs verzorgde: een of meer opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs.
Aan regionale opleidingencentra kunnen een of meer opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs worden verzorgd, indien de desbetreffende instelling op 1 augustus 2012 geen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs verzorgde.
Het regionaal opleidingencentrum dat daarvoor op grond van artikel 2.1.3, eerste en tweede lid, in aanmerking komt, heeft aanspraak op bekostiging uit ’s Rijks kas voor
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.