Wet van 16 november 1995, houdende het opnieuw vaststellen van de Wet toezicht effectenverkeer in verband met de uitvoering van de richtlijn betreffende het verrichten van diensten op het gebied van beleggingen in effecten en van de richtlijn betreffende de kapitaaltoereikendheid van beleggingsondernemingen en kredietinstellingen

Type Wet
Publication 2022-10-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is de Wet toezicht effectenverkeer te wijzigen ter uitvoering van richtlijn nr. 93/6/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 maart 1993 inzake de kapitaaltoereikendheid van beleggingsondernemingen en kredietinstellingen (PbEG L 141) alsmede van richtlijn nr. 93/22/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 10 mei 1993 betreffende het verrichten van diensten op het gebied van beleggingen in effecten (PbEG L 141), en dat het wenselijk is in verband hiermee alsmede in verband met enige noodzakelijke andere aanpassingen van die wet, de Wet toezicht effectenverkeer opnieuw vast te stellen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk I. Inleidende bepalingen

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt - voor zover niet anders is bepaald - verstaan onder:

Artikel 2

Geen effecten in de zin van deze wet zijn:

Artikel 2a

Vervallen

Hoofdstuk II. Uitgifte van effecten

Artikel 3

Vervallen

Artikel 4

Vervallen

Artikel 5

Vervallen

Artikel 6

Vervallen

Hoofdstuk II A. Openbaar bod op effecten

Artikel 6a

Vervallen

Artikel 6b

Vervallen

Artikel 6c

Vervallen

Hoofdstuk III. Effecteninstellingen

§ 1. Vereisten voor een vergunning

Artikel 7

Vervallen

Artikel 8

Vervallen

Artikel 9

Vervallen

Artikel 10

Vervallen

§ 2. Regels voor vergunninghouders

Artikel 11

Vervallen

Artikel 11a

Vervallen

Artikel 12

Vervallen

Artikel 13

Vervallen

Artikel 14

Vervallen

Artikel 15

Vervallen

§ 3. Gekwalificeerde deelnemingen in effecteninstellingen

Artikel 16

Vervallen

Artikel 17

Vervallen

Artikel 18

Vervallen

Hoofdstuk IV. Intrekkingsbepalingen

Artikel 19

Vervallen

Artikel 20

Vervallen

Hoofdstuk IV. Intrekkingsbepalingen

Artikel 21

Vervallen

Hoofdstuk III A. Financiële instellingen, niet zijnde vergunningplichtige effecteninstellingen

Artikel 22

Vervallen

Artikel 23

Vervallen

Artikel 24

Vervallen

Artikel 25

Vervallen

Artikel 26

Vervallen

Artikel 26A

Vervallen

Hoofdstuk VII. Bijzondere bepalingen

Artikel 27

Vervallen

Artikel 28
1.

Indien Onze Minister vaststelt dat een instelling waarvan effecten zijn aangeboden of zullen worden aangeboden, degene die deze effecten aanbiedt, een bieder, bestuurder, commissaris of functionaris als bedoeld in artikel 6a, derde lid, een effecteninstelling, niet zijnde een instelling als bedoeld in artikel 7, tweede lid, onder h, i of j, of een instelling als bedoeld in artikel 18a, eerste lid, de bij of krachtens de artikelen 3, eerste en vierde lid, 4, 5 eerste lid, tweede volzin, aanhef en onderdelen b en c, en derde lid, 5a, eerste en vierde lid, 6a, tweede en derde lid, 6b, 11, eerste lid, 18a, eerste lid, 18b, tweede lid, onderscheidenlijk de in hoofdstuk XII gestelde regels niet naleeft, vestigt hij daarop de aandacht van de betrokkene.

2.

Zonodig doet Onze Minister de mededeling, bedoeld in het eerste lid, vergezeld gaan van dan wel volgen door een aanwijzing om ten aanzien van met name aan te geven punten een bepaalde gedragslijn te volgen met het oog op een adequate functionering van de effectenmarkten of de positie van de beleggers op die markten.

3.

Degene tot wie de in het tweede lid bedoelde aanwijzing is gericht volgt deze aanwijzing op binnen een door Onze Minister te bepalen termijn.

4.

Vervallen.

5.

Vervallen.

6.

Vervallen.

7.

Vervallen.

Artikel 28a

Vervallen

Artikel 28b

Vervallen

Hoofdstuk VII. Bijzondere bepalingen

Artikel 29
1.

Onze Minister kan bij:

2.

Degene van wie de inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, worden verlangd, verstrekt deze binnen de door Onze Minister te stellen termijn.

3.

Ten aanzien van de personen die door Onze Minister zijn belast met het inwinnen van inlichtingen of met de uitoefening van andere taken en bevoegdheden die Onze Minister heeft op grond van het bij of krachtens deze wet bepaalde, zijn de artikelen 5:12, 5:13, 5:15, 5:16, 5:17 en 5:20, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat indien een onderzoek als bedoeld in artikel 36, eerste lid, wordt ingesteld, degene bij wie het onderzoek wordt ingesteld en die niet ingevolge deze wet onder toezicht staat, slechts is gehouden tot het verlenen van inzage in zakelijke gegevens en bescheiden.

4.

Onze Minister is bevoegd tot overeenkomstige toepassing van artikel 5:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht ten aanzien van de in het derde lid bedoelde personen.

Artikel 30

Vervallen

Artikel 31
1.

Gegevens en inlichtingen die ingevolge het bij of krachtens deze wet bepaalde omtrent afzonderlijke ondernemingen of instellingen zijn verstrekt of zijn verkregen en gegevens en inlichtingen die van een instantie als bedoeld in de artikelen 33, eerste lid, of 33a, eerste lid, zijn ontvangen, worden niet gepubliceerd en zijn geheim.

2.

Het is aan een ieder die uit hoofde van de toepassing van deze wet of van krachtens deze wet genomen besluiten enige taak vervult, verboden van gegevens of inlichtingen, ingevolge deze wet verstrekt of van een instantie als bedoeld in de artikelen 33, eerste lid, of 33a, eerste lid, ontvangen, of van gegevens of inlichtingen, bij het onderzoek van zakelijke gegevens en bescheiden verkregen, verder of anders gebruik te maken of daaraan verder of anders bekendheid te geven dan voor de uitoefening van zijn taak of door deze wet wordt geëist.

3.

Het eerste en tweede lid laten, ten aanzien van degene op wie het tweede lid van toepassing is, onverlet de toepasselijkheid van de bepalingen van het Wetboek van Strafvordering.

4.

Het eerste en tweede lid laten evenzo, ten aanzien van degene op wie het tweede lid van toepassing is, onverlet de toepasselijkheid van de bepalingen van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en van artikel 66 van de Faillissementswet die betrekking hebben op het als getuige of als partij in een comparitie van partijen dan wel als deskundige in burgerlijke zaken afleggen van een verklaring omtrent gegevens of inlichtingen verkregen bij de vervulling van zijn ingevolge deze wet opgedragen taak, voor zover het gaat om gegevens of inlichtingen omtrent een effecteninstelling die in staat van faillissement is verklaard of op grond van een rechterlijke uitspraak is ontbonden. De vorige volzin is niet van toepassing in geval van gegevens of inlichtingen die betrekking hebben op ondernemingen of instellingen die betrokken zijn of zijn geweest bij een poging de desbetreffende effecteninstelling in staat te stellen haar bedrijf voort te zetten.

5.

In afwijking van het eerste en tweede lid kan Onze Minister met gebruikmaking van gegevens of inlichtingen verkregen bij de vervulling van de hem ingevolge deze wet opgedragen taak, mededelingen doen mits deze niet kunnen worden herleid tot afzonderlijke ondernemingen of instellingen.

6.

In afwijking van het eerste, tweede en vijfde lid kan Onze Minister gegevens of inlichtingen verkregen bij de vervulling van de hem ingevolge deze wet opgedragen taak verstrekken aan de houder van een op grond van artikel 22 erkende effectenbeurs met het oog op de controle op de naleving van de voor die effectenbeurs te hanteren regels. Op de aldus verstrekte gegevens of inlichtingen zijn het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing.

Artikel 32

Vervallen

Artikel 33

Vervallen

Artikel 33a

Vervallen

Artikel 33b

Vervallen

Artikel 34

Vervallen

Artikel 35

Vervallen

Artikel 36

Vervallen

Artikel 37

Vervallen

Artikel 38

Vervallen

Artikel 39

Vervallen

Hoofdstuk IX. Overdracht van toezicht

Artikel 40

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.