Sanering spoorweglawaai bij de uitvoering van Rail-21-projecten
Aan de besturen van gemeenten, provincies en samenwerkingsverbanden op het gebied van geluidhinderbestrijding
Samenvatting
Voor het oplossen van bestaande geluidhinderknelpunten langs spoorwegen (sanering spoorweglawaai) bestaat reeds een groot aantal jaren de mogelijkheid tot het verkrijgen van een rijksbijdrage in de kosten van de geluidmaatregelen. Hierbij valt te denken aan de kosten van geluidschermen en gevelisolatie. Om voor een bijdrage in aanmerking te komen dient de gemeente te inventariseren waar zich binnen haar grenzen knelpunten voordoen en vervolgens te (laten) onderzoeken welke maatregelen nodig en mogelijk zijn om de hinder ter plaatse te bestrijden. Voor de woningen waarvoor gevelmaatregelen de aangewezen oplossing zijn, vindt thans de afronding van een landelijke inventarisatie door alle gemeenten plaats. Op basis van die inventarisatie en een aansluitende kostenraming zullen door het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) budgetsgewijs bijdragen voor gevelmaatregelen verstrekt worden aan grote gemeenten en samenwerkingsverbanden van kleinere gemeenten. Voor de uitvoering van schermen en bronmaatregelen kan bij het Rijk (VROM) op basis van het Bijdragenbesluit openbare lichamen milieubeheer per project een bijdrage van 100% in de kosten worden aangevraagd.
Echter voor de gevallen dat de sanering gelijktijdig met een spoorwijzigingsproject kan worden uitgevoerd zijn er recent afspraken gemaakt tussen de minister van VROM, de minister van Verkeer en Waterstaat (V&W) en de Nederlandse Spoorwegen.
Bij deze projecten zal NS railinfrabeheer B.V. (NS) het initiatief tot saneren nemen en tevens de aanvraag van de rijksbijdrage (bij V&W) verzorgen. De woningen waarvoor in dit kader uitsluitend gevelmaatregelen getroffen worden, zullen al gemeld zijn in het kader van de hiervoor genoemde landelijke inventarisatie. De gemeente hoeft uiteraard deze gevelprojecten, maar ook de overige projecten waarvoor de NS het initiatief zal nemen niet meer aan te melden bij het ministerie van VROM. Het vervolg van deze brief informeert u nader over de inhoud van de gemaakte afspraken en de gevolgen die daaruit voortvloeien.
Sanering via de NS bij Rail-21-projecten
De komende jaren zal de NS een groot aantal projecten uitvoeren ter vergroting van de capaciteit van het spoorwegnet. Deze projecten zijn opgenomen in het plan Rail 21. Gebleken is dat in veel gevallen de projecten uitgevoerd moeten worden op locaties waar zich ten aanzien van de geluidhinder reeds saneringssituaties voordoen. In een vroegtijdig stadium is afgesproken dat zo veel mogelijk gelijktijdig met het oplossen van de infrastructurele knelpunten tevens de bestaande geluidknelpunten zullen worden opgelost.
Bij de voorbereiding en start van de eerste Rail-21-projecten is gebleken dat de financiering van de saneringsmaatregelen een probleem vormt voor de gelijktijdige uitvoering van spoorwijziging en sanering. Het gesignaleerde probleem komt overeen met het afstemmingsprobleem van de sanering bij reconstructies van rijkswegen, waarover mijn ambtsvoorganger u berichtte in zijn brief van 24 december 1991, MBG 20D91010. Na een inventarisatie van de saneringskosten verbonden aan de gelijktijdige uitvoering van de geluidsanering en van Rail-21- projecten is besloten tot een analoge oplossing als bij de reconstructies van rijkswegen.
De afspraken tussen de minister van VROM, de minister van V&W en de NS zijn opgenomen in ’Nadere afspraken geluidsanering bij spoorwerkzaamheden’, hierna verder te noemen: nadere afspraken (bijlage 1 bij deze brief).
De nadere afspraken houden kortweg het volgende in:
De nadere afspraken hebben tot gevolg dat de uitvoering van de saneringsmaatregelen langs de op de kaart aangegeven baanvakken niet langer bepaald zal worden door de saneringsurgentie, maar door de uitvoeringsplanning van Rail-21-projecten. De procedure van de sanering volgens de nadere afspraken is in bijlage 2 bij deze brief opgenomen.
Door de NS wordt in overleg met het Rijk al geruime tijd geanticipeerd op deze nadere afspraken. Dit houdt in dat de NS bij een aantal projecten dat momenteel wordt uitgevoerd, in overleg met de betrokken gemeenten, al conform de nadere afspraken te werk gaat.
Uitgangspunt bij de sanering via de koppeling met Rail-21-projecten is het algemene beleid inzake de sanering van spoorweglawaai. Een uitzondering hierop vormt de mogelijkheid om in het kader van Rail-21-projecten woningen te amoveren in plaats van te saneren, indien de bijdrage in de kosten van amovering minder bedraagt dan de geraamde kosten van de benodigde saneringsmaatregelen.
Gevolgen van de nadere afspraken
Een verschil met de normale gang van zaken bij de autonome sanering is dat niet de gemeente, maar de NS de trekker van het saneringsproject gekoppeld aan de spoorwijziging is. Dit betekent voor de gemeente minder werk, hoewel de gemeente uiteraard wel volop bij de voorbereiding van het saneringsproject betrokken is. Indien de geluidmaatregelen alleen uit afschermende voorzieningen bestaan, heeft de gemeente, in tegenstelling tot autonome sanering, zelfs in het geheel geen financiële bemoeienis met het project.
Bij gevelmaatregelen ligt dit anders, daar gelet op de aard van de maatregelen hier de gemeente wel een grote rol bij de voorbereiding en uitvoering blijft spelen. Om de afstemming tussen de gemeente en de NS zo goed mogelijk vast te leggen, is rekening houdend met de uitvoering van het project en de eisen ten aanzien van het verlenen van een rijksbijdrage een modelovereenkomst opgesteld voor de financiering van de gevelmaatregelen. Deze overeenkomst bepaalt met name de verantwoordelijkheid van de gemeente en de NS, de financiële verhoudingen en de planning in de tijd. Uitgangspunt blijft een vergoeding van 100% van de saneringskosten door het Rijk. Alleen door de projectstructuur zijn de saneringsgelden nu niet beschikbaar in een budgetvorm, maar gekoppeld aan het infrastructuurproject. Dit houdt onder meer in dat tijdig voor de uitvoering van de gevelmaatregelen een goede raming van de kosten (inclusief een onzekerheidsmarge) door de gemeente wordt opgesteld.
Alhoewel er sprake is van een modelovereenkomst zijn de mogelijkheden om van het model af te wijken beperkt. Dit wordt vooral veroorzaakt door de wijze waarop de NS het totale project (spoorbaanwijziging en geluidmaatregelen) financieel aan het Rijk (V&W) moet verantwoorden. Indien de gemeente niet via de modelovereenkomst van het aanbod van de NS tot financiering van het geveldeel van het project wenst gebruik te maken, houdt dit in dat er geen bijdrage van het Rijk beschikbaar komt voor de gevelsaneringsmaatregelen, daar immers de Rail-21-projecten die op de kaart van bijlage 1 van de nadere afspraken staan, van een autonome saneringsbijdrage van VROM zijn uitgesloten.1Zie artikel 1, vierde lid, van de Regeling saneringsprogramma verkeerslawaai. Daarin wordt bepaald dat de regeling niet van toepassing is op saneringsmaatregelen die getroffen worden met geldelijke steun op grond van de ’Nadere regels geluidsanering bij spoorwerkzaamheden’. Die nadere regels zijn opgenomen in bijlage 1 bij deze circulaire, maar worden daar, evenals in deze circulaire zelf, aangeduid met de juistere term ’afspraken’. Uiteraard geldt deze uitsluiting van een autonome saneringsbijdrage ook voor bij Rail-21-projecten behorende schermen.
De nadere afspraken leveren vanuit het gemeentelijk perspectief de volgende voordelen op:
Nadelen van de nadere afspraken zijn:
Sanering buiten Rail-21-projecten
Voor de overige baanvakken (de autonome sanering) blijft de gangbare systematiek van kracht. Dit houdt in dat het de taak van gemeenten blijft de saneringssituaties langs spoorwegen te inventariseren en aan te melden. Daarna kan door de gemeente een saneringsplan worden opgesteld dat vervolgens bij VROM ter beoordeling wordt ingediend. De financiering van bron en afschermende maatregelen vindt projectsgewijs plaats, de financiering van gevelmaatregelen via de jaarbudgetten aan de budgethouders gevelisolatie. Voor de procedure bij geluidschermprojecten verwijs ik u naar de NS brochure ’Geluidbeperkende voorzieningen langs spoorbanen’ (1993). De procedure voor gevelmaatregelen veronderstel ik bij de budgethouders gevelisolatie voldoende bekend.
Bijzondere aandacht verdient de afstemming van de uitvoering van de sanering op trajecten waar het gebied van de spoorwijziging aansluit op een lokatie waar nog autonome sanering uitgevoerd moet worden. Vooral als de maatregelen uit afscherming bestaan is het zinvol de twee delen gelijktijdig uit te voeren. Hiervoor is het noodzakelijk dat voor het autonome deel tijdig een bijdrage bij VROM is aangevraagd.
Nieuwe ontwikkelingen
Hoewel de aangegeven systematiek voor de aanpak van de autonome sanering niet wijzigt, doen zich de komende tijd op dit terrein wel de nodige wijzigingen voor.
De regeling voor de sanering spoorweglawaai is opgenomen in hoofdstuk 2 afdeling 3 van het Bijdragenbesluit openbare lichamen milieubeheer in combinatie met de Regeling saneringsprogramma verkeerslawaai.
De laatst genoemde regeling bevat de uitsluiting van een bijdrage voor de sanering bij Rail-21-projecten (artikel 1, vierde lid) en de budgetregeling voor gevelisolatie (§ 3). In november 1993 en mei 1994 zijn wijzigingen van het Bijdragenbesluit openbare lichamen milieubeheer in de Staatscourant voorgepubliceerd, waarin de gehele sanering spoorweglawaai is opgenomen. In deze nieuwe regeling die naar verwachting 1 januari 1996 van kracht zal worden is ten behoeve van de financiering van de sanering via gevelmaatregelen een landelijke inventarisatie opgenomen.
Deze inventarisatie is momenteel grotendeels afgerond en zal met betrekking tot spoorweglawaai resulteren in een, op basis van door de gemeenten verstrekte gegevens, opgestelde lijst van woningen met een geluidsbelasting van meer dan 65 dB(A), waarvoor gevelmaatregelen getroffen zullen worden. Aanvullend zal door VROM in overleg met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten worden bepaald wat de geraamde kosten van die gevelmaatregelen zijn. De kostenraming zal de komende jaren de basis vormen voor de verdeling van de budgetten over de budgethouders.
Tevens zal het Besluit geluidhinder spoorwegen (Bgs) de komende jaren wijzigen als gevolg van de aanbevelingen van de Commissie Ringeling naar aanleiding van een evaluatie van het Bgs. Een van de aanbevelingen was om in het Bgs een saneringsparagraaf op te nemen naar analogie met wegverkeerslawaai, dus inclusief het vaststellen van hoogst toelaatbare waarden van de geluidsbelasting na het treffen van saneringsmaatregelen.
De keuze van saneringsmaatregelen
De keuze van saneringsmaatregelen bij spoorweglawaai heeft tot nu toe grotendeels plaatsgevonden overeenkomstig de gangbare praktijk bij wegverkeerslawaai. Gelet op een aantal verschillen in de uitvoeringspraktijk was het gewenst specifiek voor de keuze van saneringsmaatregelen bij spoorweglawaai een korte beschrijving te geven van de wijze waarop een goede keuze tot stand kan komen en daarbij ook aan te geven wat de geluidseisen zijn die aan de maatregelen gesteld moeten worden. Deze beschrijving is in bijlage 3 bij deze brief opgenomen. Nieuw is daarin ook de berekening van de maximale schermkosten ten behoeve van een doelmatigheidstoets.
De beschreven keuze is zowel van toepassing op autonome saneringsprojecten als op projecten gekoppeld aan de uitvoering van Rail-21-projecten. Wel dient bij de laatste categorie bedacht te worden dat de keuze van saneringsmaatregelen daar mede bepaald wordt door de maatregelen die noodzakelijk zijn om een ongewenste toename van de geluidsbelasting ten gevolge van het spoorwijzigingsproject te voorkomen.
Bijlage
Nadere afspraken geluidsanering bij spoorwerkzaamheden
De NS Railinfrabeheer B.V.(NS) zal gekoppeld aan de voorbereiding en uitvoering van spoorwerkzaamheden zorg dragen voor de voorbereiding en uitvoering van de geluidsanering bij projecten van werkzaamheden aan het spoorwegnet, die voldoen aan de criteria van deze afspraken. Het gaat hierbij om maatregelen aan de bron, in de overdracht en aan de woningen. De saneringsmaatregelen dienen te voldoen aan het algemene saneringsbeleid inzake spoorweglawaai en worden in de vorm van saneringsprogramma’s per project door de Minister van VROM beoordeeld. Daarnaast is het, binnen de werkingssfeer van deze nadere afspraken, mogelijk woningen te amoveren in plaats van te saneren indien de bijdrage in de kosten van amovering minder bedraagt dan de geraamde kosten van saneringsmaatregelen overeenkomstig de hiervoor genoemde voorwaarden.
Waar in deze afspraken sprake is van woningen worden ook bedoeld de andere geluidgevoelige bestemmingen genoemd in het Saneringsbesluit geluidhinder wegverkeer.
Toepassingsgebied
De afspraken hebben uitsluitend betrekking op saneringssituaties ter plaatse van de op de bij deze nadere afspraken behorende kaart met lijst van begrenzingen aangegeven baanvakken en baanvak gedeelten.
Van saneringssituaties in het kader van deze afspraken is slechts sprake indien ter plaatse van de aangegeven baanvakken op 1 juli 1987 woningen aanwezig waren en een geluidsbelasting vanwege railverkeerslawaai ondervonden van meer dan 65 dB(A) en voor zover de geluidsbelasting sinds dat tijdstip niet is afgenomen tot 65 dB(A) of minder.
Het toepassingsgebied wordt aan beide zijden begrensd door lijnen loodrecht op de spoorbaan ter plaatse van het begin en het einde van het op de kaart aangegeven baanvak waar deze afspraken van toepassing zijn. Binnen deze begrenzing valt alle aanwezige geluidsanering onder deze afspraken en komt ten laste van de NS.
Buiten de begrenzing komt de sanering niet ten laste van de NS volgens deze afspraken.
Wel kan het noodzakelijk zijn dat afschermende voorzieningen ten behoeve van woningen binnen het toepassingsgebied zich uitstrekken tot buiten dat gebied teneinde een voldoende afschermend effect te bewerkstelligen. Ook de kosten van het noodzakelijke schermgedeelte buiten het toepassingsgebied vallen onder deze afspraken. Indien hiermee tevens aan de sanering van buiten het gebied gelegen woningen wordt bijgedragen kan een kostenverdeling plaatsvinden.
Wijziging van de kaart
Indien de uitvoeringsplanning van spoorwegprojecten daartoe aanleiding geeft kan de bij deze afspraken behorende kaart in overleg tussen VROM, V&W en NS worden gewijzigd. De betrokken gemeenten zullen binnen 1 maand van de wijziging op de hoogte gebracht worden.
Bij wijziging van de bij deze afspraken horende kaart kan de vaste bijdrage in overleg tussen VROM, V&W en NS worden aangepast.
Evaluatie
Tenminste telkens per 1 januari van de jaren 1998, 2003 en 2008 dient in onderling overleg tussen VROM, V&W en NS nagegaan te zijn of de uitvoering en uitvoeringsplanning van Rail 21 nog overeenkomt met de op dat moment bij deze afspraken behorende kaart. Indien noodzakelijk kan een wijziging van de kaart plaatsvinden op de onder Wijziging van de kaart beschreven wijze.
Bij de evaluatie in 2008 dient te worden vastgelegd in hoeverre de sanering van projecten gepland na 2010 ook daadwerkelijk ten laste van deze afspraken zal komen. Naar aanleiding daarvan dienen op dat moment afspraken te worden gemaakt teneinde de sanering zeker te stellen, dit in het licht van de beëindiging van de autonome sanering in 2010.
Projecten die vallen onder de
afspraken:
Alle projecten van werkzaamheden aan het spoor die gericht zijn op wijzigingen in de railinfrastructuur in het kader van Pro-rail en Rail 21 op lokaties die vallen binnen de begrenzing van het toepassingsgebied van deze nadere afspraken.
Bij projecten van werkzaamheden aan het spoor, vallend binnen de begrenzing van het toepassingsgebied van deze nadere afspraken en vooruitlopend op de uitvoering van Pro-rail en Rail 21, die een spoorbaanwijziging in de zin van artikel 1 van het Besluit geluidhinder spoorwegen inhouden, zal op ad hoc basis in overleg tussen VROM, V&W en NS worden bepaald in hoeverre saneringsmaatregelen vooruitlopend op de genoemde uitvoering zullen worden uitgevoerd en in welke mate die ten laste van deze nadere afspraken zullen worden gebracht.
Projecten die niet vallen onder de afspraken:
Alle projecten buiten het toepassingsgebied en ten aanzien van projecten binnen het toepassingsgebied:
Overeenkomst
Ten behoeve van de uitvoering van de geluidsanering door gevelmaatregelen overeenkomstig deze afspraken moet tussen de NS en de gemeente een overeenkomst gesloten worden volgens bijgevoegd model.
In de overeenkomst moet in ieder geval worden vastgelegd:
Financiering
NS krijgt de volledige kosten van de saneringsmaatregelen inzake deze afspraken als zijnde projectkosten uit het Infrastructuurfonds vergoed. Vergoeding vindt alleen plaats voor saneringsmaatregelen die zijn opgenomen in een door of namens de Minister van VROM goedgekeurd saneringsplan of deel uitmaken van een bij de Minister van VROM ingediend saneringsprogramma waarop binnen 5 maanden na ontvangst door VROM nog geen reactie is ontvangen. De kosten van gevelmaatregelen worden door tussenkomst van de NS aan de gemeente vergoed.
Ter financiering van de sanering door NS via het Infrastructuurfonds draagt VROM een vaste bijdrage van f 5 mln per jaar tot en met het jaar 2016 aan het Infrastructuurfonds bij, tenzij in het kader van de wijziging van de kaart een ander bedrag is overeengekomen.
Ingangsdatum
Deze nadere afspraken treden in werking één dag na publikatie in de Staatscourant.
Bijlagen:
Van deze nadere afspraken maken de bijlagen 1 tot en met 3 deel uit:
Toelichting op nadere afspraken en bijlagen
Bij de voorbereiding van projecten in het kader van Pro-rail en Rail 21 is gebleken dat de gekoppelde geluidsanering in een groot aantal gevallen tot problemen zal leiden. Oorzaken hiervan zijn de wijze van financiering van geluidmaatregelen en het jaarlijks beschikbare budget.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.